
Een interessant debat in de Tweede Kamer, afgelopen woensdag, over een verbod op het onverdoofd ritueel slachten. Of zoals Dion Graus het noemt: onverdoofd ritueel martelen. Het debat liep uit tot tot half vier op donderdagochtend, maar ik heb mij geen moment verveeld.
Enkele uren later kwam de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank, waarbij Geert Wilders op alle punten van de aanklacht werd vrijgesproken.
Twee hoogtepunten op één dag, in dit parlementaire jaar, die beide te maken hebben met het hoofdstuk godsdienstvrijheid. Waaruit blijkt dat er mogelijk een verschuiving gaande is in onze politieke en maatschappelijke mores, ja wellicht zelfs in ons culturele bewustzijn.
We moeten ver terug in onze parlementaire geschiedenis om een dergelijk hoogoplopend ethisch debat te vinden. Ik denk dan aan de besluitvorming in 1980 rond de olieboycot tegen Zuid-Afrika, waarin CDA’er Jan Nico Scholten een hoofdrol speelde (en zijn zin kreeg).
Nu was die hoofdrol weggelegd voor Marianne Thieme, indienster van het initiatief-wetsvoorstel, die haar finest hour mocht beleven in ‘Vak K’, de plaats waar normaal het kabinet zetelt. Diep in de nacht wist zij – fris en alert als een onverdoofd hoentje – alle vragen, opmerkingen en bedenkingen van haar collega’s eloquent te pareren.
Monsterverbond
Er is de afgelopen dagen al veel aandacht besteed aan dit wetsontwerp, mede ook door de hoorzitting van vorige week, waarbij zelfs een Engelse professor naar Den Haag werd gehaald om te getuigen dat de Vrijheid van Godsdienst al sinds de 17e eeuw een Nederlandse uitvinding was, die nu dreigt te worden afgeschaft. Grote woorden.
Wat vooral opvalt, is dat in ons multiculturele moeras nu een monsterverbond is ontstaan tussen joden en moslims; twee bevolkingsgroepen die doorgaans met elkaar op voet van oorlog staan. Vanwaar die plotselinge cohesie? Simpel: beide geloofsgemeenschappen zitten ineens in hetzelfde schuitje onder het motto ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. Want de joden willen kosjer blijven slachten en de moslims halal. Wat op hetzelfde neerkomt: onbedwelmd.
Vooral de joodse gemeenschap heeft – voorafgaand aan het Kamerdebat – intensief gelobbyed. Waarbij de emoties soms zó hoog opliepen dat zelfs suggestieve verwijzingen naar WO II niet werden geschuwd (‘Ook de Nazi’s begonnen met een verbod op de rituele slacht, daarna kwamen wij aan de beurt’).
Hoewel de meeste Nederlanders (half- of ongelovigen en ‘ietsisten’) over deze kwestie hun schouders zullen ophalen, lijkt het toch zeker een belangrijk beslissingsmoment, dat achteraf weleens een waterscheiding zou kunnen blijken in onze rijke politiek-religieuze historie.
De zaak is nogal uniek, omdat er bij de voorstanders van het verbod geen sprake is van antisemitisme of jodenhaat, noch van anti-islamgevoelens. Het gaat hen uitsluitend om het dierenwelzijn, en daarmee om een volgende, logische stap in de ontwikkeling van onze beschaving. Daardoor was het ook interessant om te zien welk standpunt de PVV zou innemen. Deze partij, althans haar leider, staat erom bekend de staat Israël en het jodendom een warm hart toe te dragen. Zou Wilders nu zwichten voor de krachtige joodse lobby?
Natuurlijk niet. Hij zou zichzelf tot in lengte van dagen ongeloofwaardig maken, door deze ‘rituele mishandeling’ bij de moslims te verbieden en bij de joden wél goed te keuren. De ‘zie-je-wels’ zouden niet van de lucht zijn.
Maar los daarvan bleek PVV-woordvoerder Graus het partijstandpunt vanuit zijn tenen te verkondigen. Welbespraakt, scherp, onthutsend en soms beledigend als Wilders zelf, maar steeds volledig to-the-point. Emotioneel, recht uit het hart en toch volstrekt geloofwaardig. Samen met Marianne Thieme zette hij het punt waarom het gaat als een betonblok neer. Probeer dat maar eens te weerleggen.
Dooie mus
Van enig tegenspel was dan ook nauwelijks sprake. Zoals verwacht wezen het CDA en de kleine christelijke fracties het wetsvoorstel af en spraken de overige partijen hun steun uit. Zeker nadat D66 met een amendement was gekomen waarin uiteindelijk ook de Partij voor de Dieren zich kon vinden. Dit behelst een ‘uitweg’ waarin de geloofsgemeenschappen de kans krijgen een nieuwe methode van (onverdoofd) ritueel slachten te bedenken, die mag worden toegepast mits zij wetenschappelijk kunnen aantonen dat die manier van slachten minder, of hoogstens evenveel leed, stress en pijn toebrengt als het reguliere slachtproces.
Een ‘dooie mus’, zoals door voor- en tegenstanders werd opgemerkt. Want een dergelijke slachtmethode, die zich qua dierenwelzijn kan meten met de huidige seculiere praktijk, is menselijkerwijs gesproken ondenkbaar. Daarom kon Marianne Thieme hier ook makkelijk mee akkoord gaan. "Het is niet meer dan een explicitering van wat in het wetsvoorstel zelf al impliciet is opgenomen," zei ze terecht. Dit amendement lijkt dus vooral een – overigens consequente – poging om ervoor te zorgen dat de nieuwe wet juridisch staande kan blijven wanneer deze later op een hoger (Europees) niveau zou worden getoetst.
De gelovigen daarentegen zouden dit amendement kunnen aangrijpen om ons voor eens en altijd te overtuigen van zowel de juistheid van hun opvatting als van het bestaan van een Jahweh, Allah of God. Door namelijk massaal aan het bidden te slaan en te hopen op een Deus ex machina die de gezochte diervriendelijke rituele onverdoofde slachtmethode alsnog komt aanreiken.
45 seconden dierenleed is wel OK
Maar het geloof bleek niet zo sterk dat men hierop durft te vertrouwen. En daarom kwamen de christelijke partijen, onder aanvoering van CDA-woordvoerder Henk Jan Ormel, met een eigen amendement.
Dit komt erop neer dat het slachtdier binnen 45 seconden na het toebrengen van de (onverdoofde) halssnede het bewustzijn moet hebben verloren. Tijdens elke slacht zou een dierenarts aanwezig moeten zijn om dit te controleren. En om – als hij vaststelt dat er na 45 seconden nog bewustzijn is – alsnog een verdoving aan te brengen.
Je vraagt je af hoe een geacht Kamerlid van een gerespecteerde partij het in zijn hoofd haalt om zo’n kansloos voorstel te presenteren. De respons op Ormels voorstel was natuurlijk vernietigend. Ten eerste: hoe komt hij aan die 45 seconden? Hoe arbitrair is dat wel niet? Een kip de keel afsnijden levert vermoedelijk binnen enkele seconden al bewustzijnsverlies op. Maar bij een volwassen rund kan het tot wel vijf, zes of zelfs zeven minuten duren.
Vervolgens een praktijkbezwaar: hoe ga je het regelen dat er in elk slachthuis continu een dierenarts aanwezig is? Had meneer Ormel al nagedacht over de kosten daarvan?
En dan nog: hoe stelt de dierenarts het moment van bewustzijnsverlies vast tijdens het pandemonium van zo’n bloedbad? In een MRI-scanapparaat word je immers verondersteld heel stil te blijven liggen om een enigszins betrouwbaar plaatje van de hersenactiviteit te krijgen. Of hoe wil je de oogreflex beoordelen bij een dier dat in blinde paniek alle kanten op stuitert?
Slotvraag: hoe gaat zo’n dierenarts na die 45 seconden interveniëren met het alsnog aanbrengen van een verdoving? Bij een stervend dier dat zich bewust is van wat er gaande is en zich nog hevig verzet. Een massa van 800 à 1000 kilo, spartelend, oncontroleerbaar bewegend, kokhalzend, bloed in het rond spuitend. Ga daar als dierendokter maar eens een verdovingsspuitje aan geven. Dat wordt een soort Jackass-excercitie.
Zwart-wit
Kortom: een amendement dat niet serieus kan worden genomen. Dat bleek ook al uit de weinig gepassioneerde, bijna plichtmatige manier waarop het werd verdedigd. Het geeft ook geen pas om te gaan afmeten voor welke duur een dier mag lijden aan zijn doodsstrijd. En om mevrouw Van Veldhuizen van D66 te citeren: ‘Het moet voor een dier niet uitmaken welk geloof zijn slachter heeft.’
Ook de twee andere argumenten die door de ‘ritueelverdedigers’ werden aangedragen sneden weinig hout. ‘Wij gaan wel vaker slecht met dieren om’, probeerde Ormel nog. Tja, dat moet hij nodig zeggen. Het CDA is bij uitstek de partij die al decennialang ruim baan heeft gegeven aan de bio-industrie.
Ten slotte: ‘In de schepping staat de mens immers boven het dier’. Ja, dat is ook een leuke. Waarbij wordt miskend dat de mens ook gewoon een dier is, met – toegegeven – wel heel bijzondere eigenschappen. Zoals de kunst om dit soort redeneringen te bedenken.
Als je alle argumenten en tegenargumenten op een rijtje zet, blijft er maar één gevolgtrekking staande. Over het dierenleed bij de onverdoofde rituele slacht zijn compromissen gewoon uitgesloten. Serieus filosoferen over de duur van het lijden, over de deskundigheid van de slachter, over alternatieve methoden, over dierenartsen als ‘oppassers’ en ‘naverdovers’, over de minderwaardigheid van het dier versus de mens als Kroon van de Schepping... het brengt ons geen steek verder en kan in het beste geval misschien nog inspireren tot hilarische cabaretteksten.
De slacht als exponent van ons omgaan met dierenwelzijn kent maar twee keuzes: zwart of wit. Goed of fout. En dus: voor of tegen het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren. Er is geen tussenweg.
Mutilatie onder bedwelming
Daarnaast moeten wij ons afvragen hoe ‘diep’ die weerzin tegen de bedwelming tijdens het slachten nu eigenlijk zit. Zelf beweren joden en moslims dat de rituele slacht onderdeel is van de door hun religie voorgeschreven ‘zorgvuldige omgang met het dier’. Die regel stamt echter van duizenden jaren geleden, toen er nog geen verdovingstechniek bestond. Deze gelovigen zijn bovendien nogal inconsequent. Immers bij dat andere ritueel, waar bij kleine jongetjes een deel van de voorhuid van de penis wordt weggesneden, wordt er wél verdoving toegepast. Dan gaat men juist wel met de moderniteit mee. Net zoals in sommige moslimlanden bij wijze van straf een dief nog steeds zijn hand wordt ontnomen, zoals in Saoedi-Arabië. Niet meer door onverdoofd afhakken, maar door een keurige operatie in het ziekenhuis, waarbij het boosaardig bevonden lichaamsdeel wordt geamputeerd, onder algehele anesthesie.
Bij de besnijdenis en de amputatie hebben deze gelovigen dus vrij gemakkelijk het ‘bedwelmverbod’ van hun eigen opperwezen genegeerd. Terwijl beide ingrepen – hoe wreed en barbaars ook – aanzienlijk minder ver gaan dan het onverdoofd doden door het afsnijden van de keel.
Hieruit valt maar één conclusie te trekken.
Kinderen en dieven mogen bij een invasieve fysieke ingreep tegen pijn, leed en stress worden beschermd, dieren niet. Anders gezegd: voor de mens wordt het goddelijke verbod overboord gegooid, maar de dieren zullen moeten blijven lijden.
Het lijkt er alleszins op dat het hier een offerritueel betreft. Waarbij de zonde van het overtreden van het verdovingsverbod bij de mens moet worden gecompenseerd door het dier te laten lijden, waar dat lijden makkelijk vermijdbaar en dus volstrekt onnodig is.
Men zegt het niet hardop, maar het is zo duidelijk als een slagersmes: hier wordt op een bijna perverse manier het lijden van dieren bewust nagestreefd.
Aanhangers van beide betrokken godsdiensten die zich in deze tijd nog met stampij verzetten tegen verdoofde rituele slacht, zouden een poosje ter observatie naar het Pieter Baancentrum moeten.
[Update dinsdag 28 juni]:
Vanmiddag heeft de Tweede Kamer hoofdelijk gestemd. Eerst over de ingediende amendementen. Het amendement van mevrouw Van Veldhoven (D66) werd aangenomen met 79 stemmen voor en 67 stemmen tegen. Het amendement van de heer Ormel (CDA) werd verworpen met 120 tegen 26 stemmen.
Daarna werd over het wetsvoorstel (incl. het aangenomen amendement) gestemd. Het werd aangenomen met 116 stemmen voor en 30 tegen.
Daarnaast werden nog drie moties aangenomen, die tijdens het debat waren ingediend:
* een motie van Van Gerwen (SP) om het kantelapparaat dat bij de rituele slacht wordt gebruikt te verbieden;
* een motie van Marianne Thieme over een Plan van aanpak voor dierenwelzijn;
* een motie om ongewone voorvallen verplicht te melden (met algemene stemmen aanvaard).
Marianne Thieme mag over een tijdje haar wetsontwerp in de Eerste Kamer gaan verdedigen.
Wilt u het Kamerdebat (of delen ervan) terugkijken, klik dan hier.

Let op: op het balkje onder het scherm staan verticale streepjes. U kunt de cursor naar elk streepje slepen, dan ziet u welke spreker vanaf dat moment aan het woord is. Klik daarop als u die spreker wilt zien.