Anneliefs
Life is what happens to you while you're busy making other plans...
Liefde in tijden van reuma
Deze week is het precies een jaar geleden dat ik me in het ziekenhuis bij een reumatoloog moest vervoegen. Kort daarvoor had een fysiotherapeut zijn vermoeden uitgesproken dat ik best eens reuma zou kunnen hebben en na een welles-nietes discussie met mijn huisarts kreeg ik de verwijzing voor de reumatoloog. Om een lang verhaal kort te houden: de reumatoloog velde na een vijf minuten durend onderzoek zijn oordeel en die ochtend verliet ik het ziekenhuis met één illusie minder en een chronische ziekte daarvoor in de plaats. Moet ik nog zeggen dat het niet de leukste dag van het jaar was?
Inmiddels zijn we dus bijna een jaar verder, ben ik de ontkenningsfase voorbij en is de reuma zelfs zichtbaar geworden door de spalk die ik aan mijn rechterpols moet dragen. Ook injecteer ik elke week 15 mg chemische zooi in mijn bloedbaan, naast een dagelijkse portie prednison. Dit alles doe ik natuurlijk in een goede coöperatie met mijn relativeringsvermogen en gevoel voor humor – zo heeft de spalk inmiddels de bijnaam “Old Spalkie” - waaruit dan weer wel blijkt dat ik het stiekem gewoon een martelwerktuig vind.
Toch heeft reuma ook een voordeel. Ik mag namelijk tot in de verre toekomst zo vaak als ik wil slash het nodig is naar fysiotherapie. En het is nodig, want mijn rug / schouders / nek hebben de flexibiliteit van, laten we zeggen, gewapend beton. In Vlissingen ging ik in dit kader wekelijks op audiëntie bij Harry. Dat was leuk. Niet alleen vanwege de massage, maar vooral vanwege het feit dat Harry en ik met zijn tweeën zo de bühne op hadden gekund om een cabaretact neer te zetten. Ik heb nergens zoveel gelachen als bij hem op de behandeltafel. En ik heb Harry nog nooit zo hard horen lachen als de keer dat ik met een versgeopereerde knie op een hometrainer probeerde te kruipen – wat dus niet lukte.
Tegenwoordig lig ik wekelijks op de pijnbank bij mijn schuinoverbuurman. Het is een terugkerend hoogtepunt in mijn toch al niet saaie bestaan. Mijn nieuwe fysio kneedt, knijpt, duwt en trekt en probeert de probleemzone op die wijze wat bewegingsvrijheid te geven. Meestal lukt dat ook wel, voor een paar dagen. Daarna begin ik weer met snakken naar de volgende behandeling. Daarom heb ik de laatste paar weken enorm moeten afzien, want de fysio was op vakantie. Zonder mij. En dat is me bijzonder slecht bevallen. Ten eerste omdat ik zelf ook wel een week op een zonnig eiland had kunnen gebruiken, ten tweede omdat mijn gestel niet meer is opgewassen tegen een fysiotherapieloze periode. Inmiddels hoor je een hoop geknars en gepiep als ik me beweeg en het tragisch dieptepunt bereikte ik zaterdagochtend toen ik het simpele Nederland in Beweging-oefeningetje “met je vingers naar je tenen” niet meer kon uitvoeren. Ik liep vast. Stond ik daar oncharmant met mijn kont omhoog een poging te doen om een pen op te rapen. Beschamend. Gênant.
Het is heus niet dat ik mijn fysio zijn vakantie niet gun. Het is alleen dat ik zo op die man gesteld ben dat ik hem nog maar met moeite kan missen. Met pijn en moeite zelfs, maar dat is een inkoppertje. Dus de volgende keer boek ik gewoon in dezelfde periode een vakantie op dezelfde locatie, en klop ik des vrijdagochtends op zijn hotelkamerdeur voor mijn wekelijkse portie pijnbestrijding.
Gelukkig mag ik deze week weer naar hem toe. Ik heb hem gemist, en dat zal ik hem zeggen ook. Een aparte variant op "love hurts".
En nu ga ik een tijdje niet meer bloggen over medische aangelegenheden, voordat deze weblog verwordt tot de geschreven variant van “Vinger aan de pols”. Meer valt er ook niet te vertellen trouwens.
De volgende keer in dit theater vertel ik het verhaal over mijn eindeloze WC-papiervoorraad. Waar overigens ook een ontkenningsfase aan vooraf is gegaan. Maar dat deed verder geen pijn. Gelukkig.

<- Last Page :: Next Page ->
|