Bijverdienen? Zinngeld (tip!)
Surfrace (tip!)
MoneyMiljonair Euroclix
Gratis Korting
Zorgpremie goedkoper?

Anneliefs

Life is what happens to you while you're busy making other plans...

Pedes frigidos, ergo sum

Afgelopen weekend had ik iets unieks. Ik ging naar de schoenenafdeling van V&D, zag een paar sneakers, trok ze aan en liep er bij wijze van spreken zó op weg. Het was denk ik de eerste keer in mijn leven dat zoiets me overkwam, normaal gesproken staat het binnenstappen van een schoenenwinkel namelijk gelijk aan het zien van een bordje met “Welkom in de hel”. Ik heb er een diepgewortelde hekel aan.

 

Hoe dat komt? Het ligt aan mijn voeten. Mijn onderdanen zijn erg breed. Er zouden per voet makkelijk zes tenen aan passen, ware het niet dat Moeder Natuur dat anders voorzien heeft. Ze zijn kort. Ik heb rare tenen. Bovendien is mijn linker kleine teen voorzien van een fraaie doch onverklaarbare bult. En dat maakt schoenen kopen dus tot een living hell. Er zijn schoenen waar ik mijn tenen nog niet eens in geperst krijg, bij andere schoenen moet ik ze dakpansgewijs opstapelen en dan past het wel, maar om nou te zeggen dat het dan echt lekker zit: nou nee. Met winterschoenen is het allemaal nog tot daar aan toe, maar ga niet met mij op pad om kekke, charmante zomerschoentjes te kopen. Al die elegante bandjes zorgen ervoor dat ik mijn tenen nergens kwijt kan, waardoor ik aan de voorkant meestal een centimeter of vijf overhoud. Daardoor ziet het er dan weer uit alsof ik op ski’s loop. Bovendien zwellen mijn voeten op een warme zomerdag altijd op, waardoor schoenen die in de winkel nog aardig leken te passen een soort snijmachines worden en ik me letterlijk het bloed in de schoenen loop. De meeste meters pleister die ik in huis haal, komen dan ook op mijn voeten terecht.

Maar daar geschiedde dus het wonder. De sneakers die ik vrijdag binnen tien minuten had aangeschaft, leken even een soort traumatherapie te zijn. Euforisch was ik. “Het kan dus best”, dacht ik. Maar de glorie was van voorbijgaande aard. Vrijdag wandelde ik op mijn hippe aanwinst door Scheveningen en daarna door Rotterdam, en toen begon ik bij mijn rechterhiel toch wel een beetje pijn te voelen. Toen ik thuis mijn schoenen uittrok, bleek waarom: er zat een blaar van formaat. Nou ja, geen man overboord, blaren horen natuurlijk ook wel een beetje bij nieuwe schoenen. Even troetelen, pleister erop en we praten er niet meer over. Zaterdag trok ik mijn schoenen gewoon weer aan om naar de stad te lopen. Mijn logé hielp me met pleisteren, wat een komisch tafereel opleverde aangezien ik als een aangespoeld zeehondje op de bank lag zodat hij bij mijn hiel kon. Eenmaal terug uit de stad kon ik de schoenen die ik in eerste instantie zelfs in bed nog aan had willen houden niet snel genoeg uittrekken en mijn oog viel op een bloedvlek in mijn sok. Dat had de pleister niet weten te voorkomen. En wat nog erger was: ook aan de linkerkant lag ik open. Dat werd dus weer pleisteren. Want zondag ging ik nog naar Rotterdam en dan wilde ik mijn sneakers toch gewoon weer aan.
Zondagavond had ik twee bebloede sokken. Mijn sneakers staan sindsdien onder de salontafel te wachten tot ik weer enigszins geheeld ben. Zelfs in de laarzen die ik nu draag voel ik bij elke stap de open blaren op mijn hielen zitten.

Het liefst zou ik de komende dagen helemaal geen schoenen dragen. Gewoon lekker op mijn sokken rondbanjeren – maar op mijn werk mag ik dat niet doen omdat mijn leidinggevende zich daaraan stoort (want je zou toch eens niets te zeiken hebben…). Pantoffels vind ik ook helemaal geweldig, omdat die over het algemeen geschikt zijn voor elk model voet, dus ook (zelfs!) voor mijn platbodems. Bij voorkeur wil ik dan van die hele grote, geen tijgerpoten maar bijvoorbeeld wel konijnen. Laatst zag ik ook nog hele leuke die leken op de gympies van Ernie en er worden zelfs pantoffels verkocht die vermomd zijn als klomp. Zoiets wil ik wel. Blaartechnisch gezien zal het ook een stuk beter zijn.

 

Zelfs nu zijn er nog mensen die verbaasd zijn als ik zeg dat blote voeten het lekkerst lopen. “Krijg je het dan niet koud?” vragen ze. Maar hé, als ik mijn moeder moet geloven ben ik ter wereld gekomen met koude voeten, dus dat hoort gewoon bij mij!!
En het scheelt me in elk geval weer een pakje Hansaplast.

19 september

In the dark among the endings...

Weggaan

Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht.

Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.

Rutger Kopland

Van Dale

Er moet me even iets van het hart. De site van Neerlands bekendste woordenboek, Van Dale, is veranderd. Jullie moeten weten dat ik nogal verknocht was aan die site, omdat ik mijn status van erudiete letterkundige graag wil handhaven. En daar had ik de Van Dale soms bij nodig. Om een mooi woord op te zoeken. Of om op te zoeken wat iemand die nóg slimmer is dan ik (ik weet heus wel dat ik Einstein niet ben) precies bedoelde met een bepaald woord, en of ik het desbetreffende woord dan kon adopteren voor mijn standaardvocabulaire. Omdat sommige woorden gewoon ook weer niet helemaal ‘des Annes’ zijn. De afgelopen week heb ik mijn vocabulaire bijvoorbeeld verrijkt met de term ‘rurale gebieden’. Dat is onder andere waar mijn oma woont. Tot nu toe noemde ik dat altijd “de rimboe” of “de negorij van Nederland” maar “ruraal gebied” klinkt veel intelligenter. Zeker intelligenter dan rimboe. En ook nog eens meer op zijn plaats, want Groede is misschien wel ruraal maar geen rimboe en oma is geen slingeraap.

 

Maar nu zit ik ineens mijn oma te verdedigen, terwijl ik het over de site van Van Dale wil hebben. Want daar is dus iets vreemds mee aan de hand. Eerst, zeg maar twee weken geleden, kon je gewoon in een balkje een woord intikken en dan was het *floep* en daar stond de betekenis. Zoals je ook gewoon mag verwachten van een woordenboeksite. Vorige week was de site uit de lucht, wegens ‘verbeteringen om mij nog beter van dienst te kunnen zijn’. Dat leek mij positief. Maar nu blijkt dat dat helemaal niet positief is. Ze hebben Van Dale online verrijkt met de niveaus ‘basis’ en ‘professioneel’. Daar moet je je voor aanmelden en dan heb je toegang tot meer woorden dan wanneer je je niet aanmeldt en alleen gebruikmaakt van de standaard zoekfunctie. Maar dat aanmelden kost geld. Basis kost 4 euro per maand en professioneel zelfs 12 euro. En dat, lieve lezers, vind ik dus gewoon écht niet kunnen. De Nederlandse taal is al aan ernstig verval onderhevig en dan moet je ook nog eens gaan betalen om je woordenschat te verbreden en te verdiepen. Waarom? WAAROM?? Zo vráág je er toch om dat iedereen het straks over “me huis” heeft en mij niet meer snapt als ik woorden als “pontificaal” of “clandestien” gebruik. Want die woorden gebruik ik dus, maar sommige mensen kijken mij dan echt aan alsof ik wetenschappelijke woorden in het Swahili aan het spuien ben.

Weet je wat je in het professionele woordenboek kan vinden? Een woord als “entiteit”. Dat blijkt niet meer voor het plebs beschikbaar te zijn en zelfs niet voor de basisabonnees. Dit geldt ook voor “verordonneren” en “afpeigeren”. Dat is toch raar?!
En hé zeg, ik ga toch geen bloody 12 euro’s neertellen voor een professioneel woordenboek terwijl in mijn boekenkast de Van Dale in drie dikke delen staat te schitteren? “Zoek je entiteit dan op in dat stoffelijk woordenboek, Anne”, zul je misschien denken. En dat doe ik ook wel, maar dat neem ik toch niet mee naar mijn werk? Terwijl ik juist op mijn werk een twee-eenheid vormde met vandale.nl.  

Wat ik maar wil zeggen: ik vind het stom. Ik spreek nu even in mijn functie van taaldominee: bescherm het Nederlands en hou het online woordenboek vrij toegankelijk voor alle partijen. Ook wanneer zij een moeilijk, zogenaamd professioneel woord op willen zoeken. Voordat de normaal Nederlandssprekende verwordt tot, jawel, entiteit.

Van Dale prijst zichzelf trouwens aan als ‘onlinewoordenboek’, inderdaad als één woord gespeld. Maar als je dat dan intypt in de zoekbalk, dan krijg je geen resultaat. 

Mijn vertrouwen in de online Van Dale is ver te zoeken, dezer dagen. Ik zit er al een week over te mokken, maar dat lost niks op. Dus vanavond ga ik als een volslagen autist mijn papieren woordenboeken uit mijn hoofd leren. Alle drie de delen. Ik laat me niet kisten door geldklopperij.

Zou 'betalen' in Van Dale met twee a's geschreven staan?

Gecategoriseerd geluksgevoel

Gisteren hadden Marjolein en ik een mailwisseling over leuke dingen. Eerst leuke dingen in het algemeen, daarna kwam er een verdiepingsslag en hadden we het niet gewoon over leuke dingen, maar over dingen die ons een écht geluksgevoel konden geven. Té leuke dingen, zogezegd. Dingen die zó leuk zijn dat je er van gaat stuiteren en “hoera" en “Jeeeej!” wil roepen, en dat dus ook doet, mits het gepast is op dat moment.

En omdat ik wel weer eens een geluksboost aan mijn blog wil geven, heb ik besloten om mijn lijst van geluksgevoelstimulerende dingen met jullie te delen. Komt ie!

 

Categorie: "In het om het bed"

- in een vers verschoond bed kruipen
- de eerste keer dat ik mijn winterdekbed op mijn bed heb en dan daaronder kruipen
- tegen een leuk iemand aankruipen in bed en dan samen in slaap vallen. En dan ’s nachts heel eventjes een beetje wakker worden en nog steeds zo’n fijne arm om je heen voelen. 

- goede seks* 

Categorie: "In en om de keuken"
- met vriendinnen pannenkoeken bakken (ik ben gek op pannenkoeken) en dan heel veel lol hebben
- soms als ik klaar ben met de afwas
- de eerste keer dat ik weer herfstthee drink als het echt herfst is**
- de geuren die opstijgen uit de oven als ik iets aan het bakken ben

Categorie: "In en om de bank" (vreemde categorietitel)
- een goede (jank)film kijken met de emmer chocolade van Marjolein om uit te snoepen (of eentje van mezelf)
- leuke visite hebben, bijvoorbeeld iemand die ik niet zo vaak zie maar die wel heel belangrijk voor me is
- in slaap kukelen op de bank en dat dat dan ook gewoon kán 
- een goede cabaretier of iets anders "voor te lachen" op TV
- de Sinterklaasintocht op TV, met strooigoed en kreten als "Zie je wel!! Hij bestaat WEL!!!" (want dat denk ik dan altijd)

- Matthijs van Nieuwkerk in cadeauverpakking***

Categorie: "In en om de stad"
- theatersporten (ik wist niet in welke categorie ik deze moest plaatsen, maar ik word er wel heel gelukkig van)
- fietsen langs de Hofvijver als het beginnend herfstig is, zoals nu
- gaan shoppen en dan geld hebben om heel veel leuke kleren te kopen, en dat dan ook alles wat ik aantrek me leuk staat, als was ik een etalagepop, om daarna met volle tassen ergens warme chocomelk te gaan drinken met een groot stuk appeltaart
- op het terras zitten met leuke mensen
- naar het theater gaan

Categorie: "In en om de CD-speler"
- het nieuwe album van Blof (het is er nog niet, maar ik WEET gewoon dat ik me heel gelukkig ga voelen als ik 'm op 3 oktober in mijn CD-speler pletter en van de muziek kan gaan genieten), oh en als subcategorie in dezen: kaartjes bestellen voor een concert, bijvoorbeeld de kaartjes voor 13 oktober, voor Blof (yiha!)
- als ik onverwacht een leuk liedje voorbij hoor komen op de radio dat ik al heel lang niet gehoord heb
- heel hard meeblèren met 'boze' liedjes als "Like the way I do" en "You oughta know", en dan vooral alle "fucks" heel agressief articulerend de kamer door knallen

Categorie: "In en om de toekomst"

- verliefd zijn
- héééééél erg verliefd zijn: zo van dat je taart wil bakken en felgekleurde ballonnen op wil blazen enzo
- het visioen dat ik soms heb van mijn toekomstige kindertjes op de bank als ze gedoucht zijn en met natte haartjes en in hun pyjamaatjes nog even mogen opblijven (dweil mij maar op)
- dromen over mijn bruiloft
- dromen over mijn toekomstige überman

 

Na het maken van deze opsomming liep ik gisteren de rest van de dag in een Alfred J. Kwak state of mind (“zo vrolijk, zo vrolijk”) over de globe. Probeer het ook eens. En deel het met mij. Waar word jij nou blij (variërend van glimlach tot zielsgelukkig) van?

 

*voor mijn (nu ongetwijfeld geshockeerde) familieleden die mijn blog lezen: ja, ik ben ook maar een mensch. Met een libido.
**wie legt mij uit waarom er al wel kruidnoten zijn en nog geen herfstthee?

***niet dat ik Matthijs al ooit in of om mijn bank heb aangetroffen, maar ik kan me zo voorstellen dat ik daar wel bijzonder gelukkig van zou worden. Ook zonder cadeauverpakking trouwens.

Over mijn WC-papiervoorraad

Zoals beloofd nu het verhaal over mijn enorme, buitenproportionele WC-papiervoorraad. En over de reden dat ik me er een klein beetje voor schaam.

 

Het begon allemaal tijdens het EK. Op een zondagochtend zat ik op de WC en constateerde dat het WC-papier-technisch gezien erg laag water was. Daar moest natuurlijk verandering in komen, dus ging ik die middag even naar de buren (Albert Heijn) om nieuwe voorraad te halen. Normaal hebben ze bij ‘mijn’ Appie een redelijke keuze aan closetrollen en neem ik een verpakking met een rolletje of vier tot acht, maar die zondag lag dat anders. Ik zocht mijn vertrouwde eenpersoonshuishouden-verpakkingen, maar die waren niet voorradig. Het enige alternatief was een pak Page. Maar niet zomaar een pak, néé, een voordeelverpakking Page EK-papier met niet minder dan 32 rollen. Dat vond ik een beetje veel van het goede, maar ja, had ik keuze? Ik moest toch mijn billen kunnen afvegen en met de hoeveelheid papier die ik nog in huis had zou dat spoedig onmogelijk worden.

Daarom greep ik zo’n verpakking met 32 rollen, rekende die af (het leverde me geloof ik nog een extra Welpie op ook), en keerde huiswaarts. Alwaar ik de rollen – zoals ik altijd doe – in mijn WC wilde zetten. Het gevolg: het WC-hokje werd een soort onneembare vesting. Nu heb ik daar ook weer niet zoveel ruimte nodig, maar ik vond het er gewoon niet uitzien. Dus hobbelde ik met een megaverpakking pleepapier door mijn minihuisje op zoek naar een betere bergplaats. Die ik niet vond. De rollen pasten zelfs niet onder mijn bank (wat eigenlijk ook een rare plaats is om je pleepapier te bewaren, maar wel handig als je een zielige jankfilm kijkt op die bank).  Onder mijn bed lukte ook niet, dus voor de tweede keer die dag had ik geen keuze: de rollen moesten dan toch maar in het toilet komen te staan.

 

In eerste instantie vond ik alleen het kolossale toiletpapierbouwwerk een probleem. Dat het voetbalpapier was, vond ik niet storend. Het EK was nog in volle gang en Nederland ging lekker. Maar goed, je kon er op wachten: nog geen week en één rol later poeierden de Russen ons de competitie uit en ja, dan is je EK papier toch ineens een beetje… hoe zal ik het zeggen… confronterend. Zeker een piramide van 31 rollen. Zelf was ik wel vrij snel over de teleurstelling heen, maar voor enkele mensen die op theevisite kwamen lag dat anders. Het papier had dus ook een drukkend effect op mijn gastvrijheid. Gelukkig relativeerde één van de theeleuten dit met de opmerking: “Ach joh, straks zijn de Olympische Spelen. Dan is dat WC-papier van jou weer actueel.”

Ik klampte me aan dit argument vast en haalde opgelucht adem toen de Olympische Spelen begonnen. Maar ook deze happening ging voorbij. En om dat papier snel op te krijgen, moet ik vanaf nu een laxeermiddelfetisj ontwikkelen. Dan schiet het wel op.

De actuele stand van zaken is dat ik nog een rol of 16 moet wegpoepen, waarmee ik me statistisch gezien dus tegen de tijd dat Sinterklaas aankomt door mijn voorraad heen geworsteld zal hebben. En dan koop ik nooit meer een 32-rols-thema-voordeelverpakking. Want voor je het weet zit ik tot aan Pasen met kerstballen op de plee. Dat is net zoiets als in de zomer een verlepte pepernoot onder de bank aantreffen.  

 

Vandaag ‘kan’ mijn toiletpapier trouwens wel weer een dagje. Omdat het Prinsjesdag is. Uitgerekend vandaag hoorde ik trouwens het bericht op de radio dat we vorst aan de grond hebben. Ik zit er nog over te denken of ik dat onhandig of veelzeggend moet vinden. Maar dat heeft verder niks met mijn WC-papier te maken.

Liefde in tijden van reuma

Deze week is het precies een jaar geleden dat ik me in het ziekenhuis bij een reumatoloog moest vervoegen. Kort daarvoor had een fysiotherapeut zijn vermoeden uitgesproken dat ik best eens reuma zou kunnen hebben en na een welles-nietes discussie met mijn huisarts kreeg ik de verwijzing voor de reumatoloog. Om een lang verhaal kort te houden: de reumatoloog velde na een vijf minuten durend onderzoek zijn oordeel en die ochtend verliet ik het ziekenhuis met één illusie minder en een chronische ziekte daarvoor in de plaats. Moet ik nog zeggen dat het niet de leukste dag van het jaar was?

Inmiddels zijn we dus bijna een jaar verder, ben ik de ontkenningsfase voorbij en is de reuma zelfs zichtbaar geworden door de spalk die ik aan mijn rechterpols moet dragen. Ook injecteer ik elke week 15 mg chemische zooi in mijn bloedbaan, naast een dagelijkse portie prednison. Dit alles doe ik natuurlijk in een goede coöperatie met mijn relativeringsvermogen en gevoel voor humor – zo heeft de spalk inmiddels de bijnaam “Old Spalkie” - waaruit dan weer wel blijkt dat ik het stiekem gewoon een martelwerktuig vind.


Toch heeft reuma ook een voordeel. Ik mag namelijk tot in de verre toekomst zo vaak als ik wil slash het nodig is naar fysiotherapie. En het is nodig, want mijn rug / schouders / nek hebben de flexibiliteit van, laten we zeggen, gewapend beton. In Vlissingen ging ik in dit kader wekelijks op audiëntie bij Harry. Dat was leuk. Niet alleen vanwege de massage, maar vooral vanwege het feit dat Harry en ik met zijn tweeën zo de bühne op hadden gekund om een cabaretact neer te zetten. Ik heb nergens zoveel gelachen als bij hem op de behandeltafel. En ik heb Harry nog nooit zo hard horen lachen als de keer dat ik met een versgeopereerde knie op een hometrainer probeerde te kruipen – wat dus niet lukte.

Tegenwoordig lig ik wekelijks op de pijnbank bij mijn schuinoverbuurman. Het is een terugkerend hoogtepunt in mijn toch al niet saaie bestaan. Mijn nieuwe fysio kneedt, knijpt, duwt en trekt en probeert de probleemzone op die wijze wat bewegingsvrijheid te geven. Meestal lukt dat ook wel, voor een paar dagen. Daarna begin ik weer met snakken naar de volgende behandeling. Daarom heb ik de laatste paar weken enorm moeten afzien, want de fysio was op vakantie. Zonder mij. En dat is me bijzonder slecht bevallen. Ten eerste omdat ik zelf ook wel een week op een zonnig eiland had kunnen gebruiken, ten tweede omdat mijn gestel niet meer is opgewassen tegen een fysiotherapieloze periode. Inmiddels hoor je een hoop geknars en gepiep als ik me beweeg en het tragisch dieptepunt bereikte ik zaterdagochtend toen ik het simpele Nederland in Beweging-oefeningetje “met je vingers naar je tenen” niet meer kon uitvoeren. Ik liep vast. Stond ik daar oncharmant met mijn kont omhoog een poging te doen om een pen op te rapen. Beschamend. Gênant.


Het is heus niet dat ik mijn fysio zijn vakantie niet gun. Het is alleen dat ik zo op die man gesteld ben dat ik hem nog maar met moeite kan missen. Met pijn en moeite zelfs, maar dat is een inkoppertje. Dus de volgende keer boek ik gewoon in dezelfde periode een vakantie op dezelfde locatie, en klop ik des vrijdagochtends op zijn hotelkamerdeur voor mijn wekelijkse portie pijnbestrijding.
Gelukkig mag ik deze week weer naar hem toe. Ik heb hem gemist, en dat zal ik hem zeggen ook. Een aparte variant op "love hurts".

En nu ga ik een tijdje niet meer bloggen over medische aangelegenheden, voordat deze weblog verwordt tot de geschreven variant van “Vinger aan de pols”. Meer valt er ook niet te vertellen trouwens.

De volgende keer in dit theater vertel ik het verhaal over mijn eindeloze WC-papiervoorraad. Waar overigens ook een ontkenningsfase aan vooraf is gegaan. Maar dat deed verder geen pijn. Gelukkig.

 

 

 

Zoiets noem je een deceptie

Toen ik onlangs om niet nader te specificeren doch vanillevlagerelateerde redenen op mijn bank zat te mokken, besloot ik om een actie te ondernemen die niet echt bij mij past, maar die op dat moment een niet te weerstaan terug-in-de-baarmoeder-gehalte had. Ik zette mijn TV aan en schakelde in op Sesamstraat. Kinderachtig? Jazeker. Dat ga ik ontkennen noch verdedigen.

Hoewel kinderachtig, leek het me best weer eens leuk om mij over te geven aan dit jeugdsentiment. Sesamstraat heeft toch een essentiële bijdrage geleverd aan mijn ontwikkeling (denk ik) en bovendien wilde ik vroeger altijd met Bert trouwen (maar echt) en aan een relatie moet je werken, dus het werd tijd dat we elkaar weer eens zouden zien.

 

Waar dit toe leidde was nou een typisch voorbeeld van wat je een deceptie noemt. De glans was eraf. De eens zo stoere Pino, bijvoorbeeld, was verworden tot zeikerige megavogel met faalangst, pleinvrees (ik verzeker je dat dat lastig is in Sesamstraat) en sociale angsten vanwege zijn onderdrukte homoseksualiteit. Ik bedoel: zelfs Elmo kicks Pino’s ass, en dat zegt wat!

 

Ik kreeg tijdens het kijken ook met terugwerkende kracht begrip voor mijn vader die me in mijn kinderjaren furieus kon maken met de opmerking dat hij Paula (of Sien?) zo’n stom wijf (zijn woorden!) vond. Terwijl Sien (en Paula) mijn pijn- en irritatiegrens nu ook schrikbarend snel wisten te naderen. Vroeger had ik dat alleen met het djebberende aan-elkaar-monster. Dat paarse. Herinnert u zich deze nog-nog-nog? Een onguur type, zo’n engerd die zich zeker en vast ’s nachts in fietstunneltjes verschanst om jonge vrouwen lastig te vallen. Dat zie ik Paula (of Sien) dan weer niet doen.

 

En dan mijn huwelijkskandidaat. Wat een chagrijn is dat ineens, zeg! Of het is me vroeger nooit zo opgevallen, dat kan ook. Een trouwfeest kan hij mooi op zijn gestreepte buik schrijven. Het hele filmpje lang heeft hij niets anders gedaan dan zeuren, mopperen en klagen. Een typisch gevalletje portie – Fikkie, wat mij betreft. Mijn toekomstige partner moet bij voorkeur net zo’n blij ei zijn als ik, dus Bert maakt geen schijn van kans. Ik vraag me echt af wat ik ooit in hem gezien heb – maar goed, dat gevoel heb ik bij praktisch al mijn exen.

 

Op Wikipedia is nog wel leuke informatie te vinden over Sesamstraat. Zo weet nog steeds niemand wat Tommie nou voor beest is. In de wiki wordt hij omschreven als een hond / beer. Ik zeg: haal die slash weg en alarmeer Midas Dekkers dat er een nieuwe diersoort is ontdekt. De hondbeer. Leeft bij voorkeur in de nabijheid van muizen, biggen en blauwe vogels. Zijn geluid klinkt als “Poehee”.  

 

En ik ben hem ontzettend ontgroeid. Maar dat hoeft Midas niet te weten.

Wallen

 

Afgelopen zaterdag heb ik toerist in eigen land gespeeld. Om 13 uur verzamelde ik mij op Amsterdam Centraal, waarna een gids (Marc) zich bij mij voegde en we samen onze hoofdstad gingen verkennen. Deze wens had ik al langer, want ik kom eigenlijk nooit in Amsterdam. Maar hoe kan ik nou vrouw van de wereld zijn als ik onze eigen hoofdstad nauwelijks ken? Dus daar moest verandering in komen.

 

Binnen een half uur tijd trok mijn gids mij net op tijd voor drie auto’s en één tram vandaan. Ik stond niet van mezelf te kijken: het past wel bij me. Al ruim 24 jaar vertrouw ik op de oplettendheid van anderen om mij ongeschonden door het verkeer te leiden. Met succes, dat van die tunnel en dat licht, dat heb ik nog steeds niet meegemaakt. Alleen dat paaltje, dat blijft een smet op mijn verder smetteloze blazoen. Oh ja, en een brommer. Maar die zaak is inmiddels verjaard.

 

Hoe dan ook, wij bewonderden Amsterdam. We bespraken de begrafenis van Manke Nelis (zie hier), ik kreeg een lesje “Amsterdams praten” en we dronken zo hier en daar een glaasje van het één en ander. Daarna besloot Marc dat het hoog tijd was om mij in te wijden in het Sodom en Gomorra van Amsterdam. Hij nam me mee (“Kijk nou uit voor die tra-hams”) naar de Wallen.

 

Even ter geruststelling: Marc is een keurige jongeman die zich verre houdt van loverboy-praktijken. Ik mocht m’n bloesje aanhouden. Als Alice in Wonderland scharrelde ik door het koninkrijk der prostitutie. Marc vertelde ondertussen dat er een tijd was dat hij daar zeer regelmatig liep, volgens het Acda & De Munnik-principe “De kortste weg richting de supermarkt…”. Ik kan niet zeggen dat ik ondertussen mijn ogen uitkeek. Ik verwonderde mij slechts en  durfde amper te kijken naar de schaars geklede dames achter de ramen. Waarvan ik me dus echt heel hard afvroeg waarom zij daar stonden. Oké, ik ken de verhalen wel (ik heb ‘Het verrotte leven Floortje Bloem’ ook gelezen), maar ik weet ook dat er vrouwen zijn die zichzelf uit eigen vrije wil prostitueren. Heb je dan nog iets wat op zelfrespect lijkt?! Volgens mij niet. Ik geneerde me al om naar ze te kijken en ik kan me gewoon met geen mogelijkheid voorstellen dat je het als vrouw niet denigrerend vindt om je bijna naakte lijf te tonen aan toeristen – veelal dronken, stoned of tenminste op sensatie belust. Om vervolgens van bil te gaan met weet ik hoeveel mannen op één dag. En nee, ik ben heus niet preuts, maar ik ben wel zuinig op mezelf. Mijn lijf is voor mezelf en voor mijn nieuwe lief (whenever he appears), en verder heeft niemand er iets mee te schaften.

Toen we weer terug in de gewone-mensen-wereld waren, probeerde ik uit te leggen wat ik ervan vond, maar ik had er de woorden niet voor. Wat ik zei kwam neer op: “Ik vind het gewoon zo, zó… nou ja, gewoon zóóó…” Marc lichtte mij toen in dat er één dame van lichte zeden een gebaartje naar ons had gemaakt of we in waren voor een trio. Gadverdamme. Marc zei droog: “Je had dus sjans.”
Sjans van een hoer. Dat – en de expeditie an sich – liet mij de rest van de middag niet meer los. Ik liep het allemaal te overpeinzen totdat ik weer een ruk aan mijn arm voelde en ik hoorde: “Kijk nou úít voor die trám!!”

Oh ja.

Waar de wereld op zit te wachten

Schuin tegenover mijn huis zit een klein maar geweldig Italiaans restaurant. Ik heb zo'n vermoeden dat ze daar behalve een rookverbod ook een belverbod hanteren, want opvallend vaak staan er mensen net buiten dit etablissement een telefoongesprek te voeren. Zo ook vanavond. Van dit telefoongesprek ving ik precies twee zinnen op, en die zinnen zetten mij aan het denken. Wat ik hoorde was:

"Het is een briljant plan! Dat is precies waar de wereld op zit te wachten!"

Rijst bij mij de vraag: wáár zit de wereld dan op te wachten? Ik heb er wel ideeën over.

- Het weekend met één dag verlengen, waardoor de maandag weer leuk wordt
- Een verbod op (de muziek van) Frans Bauer, Jan Smit, Nick & Simon en aanverwante margeprutsers
- Panty's die niet ladderen
- Geheel pijnvrije chirurgische ingrepen
- Kleding met ingebouwde verwarming (vooral bij sexy niemendalletjes zou dit een uitkomst zijn, want klapperandend in je doorschijnblouse proberen een woest aantrekkelijke indruk te maken, dat lukt dus gewoon niet)
- De arrestatie van Osama Bin Laden
- De nieuwe Harry Potter film (daar zit ik tenminste wel op te wachten)
- Een pil waarmee reuma in één klap genezen is
- Eventueel ook zo'n pil tegen andere aandoeningen, ik ben de lulligste niet
- Een sexy regenpak, zodat je image  niet meer naar de knoppen gaat zodra je je in zo'n ding vertoont
- Een mobiel met een batterij die zichzelf oplaadt
- Een Italiaans restaurant waar je gewoon een indoor telefoongesprek mag voeren, zodat je het overbuurmeisje met een toch al overactief brein geen extra denkwerk bezorgt. Maar die bestaat vast al wel. Alleen niet bij mij in de straat.

En dan nu de vraag aan mijn trouwe commentatoren: waar zit de wereld volgens jou nou echt nog op te wachten?

Heel Erg Zielig (of: hoe vanillevla mijn leven beheerst)

 

Ik zeg nog één ding over mijn kaakchirurgische ingreep en dan nooit meer.

Na de operatie kreeg mijn bodyguard een aantal belangwekkende zaken in zijn handen gestopt die garant moesten staan voor een spoedig herstel. Ten eerste was dat een recept voor een jaarvoorraad ibrubruis (ondertussen heb die voorraad al bijna opgeslobberd en heeft het zijn rentree gemaakt als “meest ranzige goedje ever”), ten tweede een briefje voor de tandarts en tot slot een soort instructiebrief met aanwijzingen hoe ik mezelf eenmaal buiten de muren van het ziekenhuis in leven kon houden.

Nu stond er op die instructiebrief iets grappigs. Namelijk dat ik de dag ná de ingreep geen belangrijke beslissingen mocht nemen. Over de dag zelf werd niet gerept, maar de dag erna had ik geen beslissingsbevoegdheid. Toen Jacco (die de rol van bodyguard Oscarnominatiewaardig goed vervuld heeft) dit voorlas moest ik er om lachen, maar gisteren kon ik me er eigenlijk heel erg veel bij voorstellen dat ze me dit afraadden.

Het is me opgevallen dat een mens op een dag best veel beslissingen neemt. Ten eerste moest ik gisterochtend besluiten of ik uit bed zou komen. Het was dat mijn telefoon op een gegeven moment ging en de persoon die me belde me zei dat het beter was om iets te gaan dóén, anders was ik er denk ik tot de intocht van Sinterklaas in blijven liggen.
Daarna moest ik besluiten of ik zou ontbijten, en zo ja: wat dan. Vanaf de Plaats Delict (vanaf nu: de PD. Als in: het gat waar eerst mijn kies nog zat) kreeg ik signalen door dat een ontbijt niet wenselijk was, mijn maag liet hele andere geluiden horen. Het compromis was maar weer een kom vanillevla en een ibrubruisboost.

 

Vervolgens startte ik mijn computer op om Frederike te mailen, maar ook dat besluit was al voor mij genomen (door Frederike). Wat ik haar mailde – en wat ik ondertussen ook nog naar iemand sms’te – kwam in het kort neer op “Ik Ben Heel Erg Zielig”.

Daarna moest ik besluiten of ik een beetje dommig voor me uit zou gaan zitten staren of dat ik nog iets Echts zou gaan doen. Ik sloot een compromis met mezelf: ik zou een DVD aanzetten en daar ging ik dan dommig naar zitten staren, en dan leek het net alsof ik Echt een film zat te kijken. Voor de zekerheid nam ik een film die ik al twee keer gezien had, dan vergde het tenminste geen enkele concentratie om ‘m te volgen. Tijdens de film liet mijn maag alweer van zich horen, dus ik moest opnieuw een eetbeslissing nemen en óók nog eens besluiten of ik daarbij de DVD zou laten lopen of dat ik ‘m even op pauze zou zetten. Het werd pauze en een kom vanillevla. Daarna keek ik de DVD af.


Vervolgens kwam de grootste uitdaging van de dag: de vanillevla was op. Moest ik nieuwe kopen? Moest ik dan Helemaal Zelf naar de supermarkt lopen? De PD vond dit nog altijd niet noodzakelijk en ik voelde me maar weer een potje Heel Erg Zielig omdat ik Heel Alleen was met Heel Veel Pijn. Daarna deed ik mijn schoenen aan en wandelde ik naar de supermarkt (wat door de positionering van mijn huis ten opzichte van de supermarkt toch al gauw twintig seconden duurt), om daar een hele serie beslissingen te moeten nemen.

Vast voedsel?
Ander smaakje vla?
Tijdschrift?
Welke rij?


Toen ik het pak vanillevla afrekende, vroeg de kassier of ik het bonnetje wilde. Dit besluit liet ik in het midden door een vaag “Njoah” te antwoorden. Dit werd opgevat als “Nee” en ik keerde weer huiswaarts. Waarbij elke stap door de Plaats Delict donderde als was het een vuistslag.

 

De rest van de dag deed ik praktisch niks. Ik nuttigde een kom vanillevla, bestreed de pijn met een nieuwe dosis ibrubruis, nam een douche en crashte in een diepe, diepe slaap.

Bij het ontwaken had ik – in elk geval op papier – mijn beslissingsbevoegdheid terug.
Om dat te vieren heb ik wat variatie in mijn eetpatroon aangebracht en at ik een babyboterham (zonder korstjes). En ik nam maar weer een glas ibrubruiswater. Daarna had ik zoveel kruimelvrees (en dan vooral de angst voor kruimels in de buurt van de PD) dat ik subiet weer overschakelde op vanillevla. Verder waag ik me voor de zekerheid nog niet aan belangrijke beslissingen. Dus als je me ten huwelijk wilt vragen, zou ik zeggen: wacht daar nog een dagje mee.

Want eigenlijk voel ik me gewoon nog steeds Heel Erg Zielig.
Mag ik ook eens?  

Verstand verloren

De executie was nog wel met een paar weken uitgesteld, maar in dit geval kwam van uitstel geen afstel. Gisteren moest ik me in het ziekenhuis bij de poli kaakchirurgie melden voor het tweede deel van de operatie "Anne verliest haar verstand". Terwijl ik vlak voor de wachtkamer nog een uiterste vluchtpoging deed (die ruw werd afgebroken door mijn bodyguard die me aan mijn arm terug trok), werden in de behandelkamer de martelwerktuigen als in het gareel gelegd.

Even later liep ik met klotsende oksels met een assistente mee. Zij wilde nog even een foto maken en in mijn zenwuen verstond ik haar instructies verkeerd waardoor ik nogal onbehouden in haar vingers beet. Ik heb geen 'sorry' gezegd, dat is nou eenmaal het risico van haar vak. Na dit kodakmoment mocht ik naar de spreekkamer van de chirurg. De Vlaamse mevrouw van de vorige keer had na mijn bezoek resoluut haar biezen gepakt, zodat ik nu bij een frisse jongeman terechtkwam die nog maar net in dit ziekenhuis werkte. Consequentie daarvan was dat hij de administratieve processen nog niet zo goed kende en dus alles aan de assistente vroeg. Door dit vragenvuur begon ik te twijfelen aan zijn kundigheid en overwoog ik een tweede vluchtpoging, maar toen ging hij al over tot daden. Hij complimenteerde me met mijn schoenen - dat stelde ik op prijs, ik blijf een vrouw - en begon toen aan de hel die verdoven heet. Toen er een stuk of drie prikjes in gejast waren, zei hij: "Zo, en omdat je zo flink bent geweest... krijg je er nog één." Bij mij was de associatie op dat moment al gewekt, dus ik zei: "Oh, ik dacht dat ik daarom een plaatje uit mocht zoeken." Sommige herinneringen aan mijn kindertijd koester ik, en dankzij de omkooppraktijken bij de tandarts die mij een onvoorstelbare hoeveelheid stuiterballen en stickers heeft opgeleverd, heb ik a. geen tandartsangst en vond ik b. dat ik nu wel iets moois vediend had. De chrirug (die mij blijkbaar erg grappig vond) vertelde dit aan de assistente, die bevestigde dat flinke kindjes een plaatje krijgen, en ik reageerde met: "Ja, nou wil ik zeker een plaatje." Hun reactie: "Eerst die kies eruit, dan pas een plaatje." Fijn. Danku.

De verdoving ging langzaamaan zijn werk doen en toen was het tijd om de kies er uit te halen. Maar net als zijn linkse broeder in juni, gaf ook deze rechtse rakker zich niet zomaar gewonnen. Zijn wortels zaten nogal stevig in mijn onderkaak verankerd en het lukte de kaakchirurg niet om hem te verwijderen. Blijkbaar was dit zeer frustrerend voor de chirurg, want op een gegeven moment hoorde ik een niet mis te verstaan "Godverdómme" uit zijn mond rollen. In gedachen zond ik een zachte "sorry" naar de hemel. Niet zozeer omdat ik in God geloof, maar wel om mezelf in te dekken voor het moment dat ik aan de hemelpoort klop en Hij dan tóch blijkt te bestaan. Dan heb ik me in elk geval van een goede kant laten zien. En in die stoel in het ziekenhuis zag ik het moment dat ik aan de hemelpoort zou kloppen angstvallig snel naderbij komen. 
De kaakchirurg had intussen besloten om zwaarder geschut in te zetten. Er werd geboord en geduwd en nog meer geboord en geslepen en gesneden... nou ja, ik weet het niet allemaal want ik hield mijn ogen stijf dicht. Op een gegeven moment maakte ik uit de opmerkingen op dat het kreng er dan toch uit was gekomen en merkte ik dat het gat werd dichtgenaaid. 
Toen ik mijn ogen opendeed, hield de assistente een mandje met plaatjes voor mijn neus en zocht ik een velltje met drie mooie stickers uit.

Mijn bodyguard werd uit de wachtkamer gehaald en heeft toen een tijdje heel lief mijn ijskoude hand vatgehouden en - tot ons beider hilariteit  - met de pedalen van de stoel gespeeld. Dat was dan wel weer heel grappig. Het feit dat de bodyguard zoveel tandartsangst heeft dat hij het alleen al eng vond om in zo'n behandelkamer aanwezig te zijn vond ik stiekem wel schattig. Het vergrootte mijn dankbaarheid voor zijn bijstand in dit diepe dal.

En nu? Nu zit ik thuis op de bank. Ik lijk een beetje op de understudy van Babbel (niet Knabbel, aangezien ik mijn mond amper kan openen en ik helemaal geen zin heb om iets te knabbelen). Mijn wang is dik en voelt erg beurs. Ik blijf op de been met pijnstillers en vanillevla. En ik heb maar één troost: dat ik nu geen verstandskiezen meer over heb, dus dat het nu voorgoed gedaan is met deze martelpraktijken.

Die stickers heb ik echt verdiend.

Toekomstmuziek

Het is vandaag de eerste septemberdag. Meteorologisch gezien begint de herfst. Academisch gezien het cursusjaar. In mijn ogen een drukke periode die zowel hoogte- als dieptepunten belooft.

September betekent tevens het einde van de zomerprogrammeringen op radio en TV. Op televisie maakt me dat niet zoveel uit, want dat apparaat staat toch nauwelijks aan. De radio daarentegen, heeft bij mij meer te doen. De afgelopen weken volgde ik de Kleinkunst Top 202 en luisterde ik op zaterdag naar “Zomerspijkers”.

“Zomerspijkers” is een programma van Dolf Jansen waarin hij twee uur lang Bekende Nederlanders interviewt. De BN’ers die in dit programma aan bod komen zijn uitsluitend van het vrouwelijk geslacht, want Dolf houdt wel van vrouwen. Onder andere Sara Kroos, Yvon Jaspers en Vera Prins (hoe heet ze ook alweer in het echt?) werden bevraagd over hun muziekvoorkeuren, persoonlijke levenssfeer, dromen van vroeger en dromen van nu. Daarbij mochten zij zelf de tracklist voor het programma bepalen, waarbij ze zich voor een klein deel aan bepaalde categorieën moesten houden. Zo moest elke gast een “haatplaat” benoemen, evenals een “heimelijk muzikaal genoegen” en hun “begrafenisplaat”.

Afgelopen zaterdag speelde één van mijn eigen heimelijke genoegens op tijdens het luisteren. Ik droomde een beetje weg: “Stel nou dat ik bekend word… En Dolf nodigt me uit voor zijn programma… Welke platen zou ik dan uitkiezen?”

Mijn haatplaat had ik snel bedacht.
Dat is zonder enige twijfel “I will always love you” van Whitney Houston. De tekst is in principe aardig, maar door de uithalen van Whitney doet het nummer me toch altijd vooral denken aan het alarm op de eerste maandag van de maand. Verschrikkelijk.

Heimelijke muzikale genoegens heb ik meer dan genoeg. Zet mijn MP3-speler aan en ze komen vanzelf voorbij draven. Denk hierbij aan Kinderen voor Kinderen liedjes als “Ha ha ha je vader”, “Moeders wil is wet” en natuurlijk “Op een onbewoond ei-hei-hei-land”. Even doorzappen en je ontmoet Koos Alberts die alweer een foto zit te verscheuren. Nee, het is in geen geval mijn lievelingsmuziek, maar soms galmt het gewoon zo lekker mee. Tot slot zit wijlen Bennie Nijman in het hiernamaals nog steeds een naam te fluisteren. Deze genoegens zijn nu niet zo heimelijk meer, maar laat ik eerlijk zijn: ik hou hier nog wat kaarten onder de tafel.

Om het echt gezellig te maken, heb ik ook mijn begrafenisplaat eens in overweging genomen. Ik ben er nog uitgekomen ook. “Feest” van the Scene mag zeker op de soundtrack van mijn uitvaart te horen zijn. Mits mijn nabestaanden zich kunnen vinden in de tekst, natuurlijk. Daarnaast voel ik ook veel voor “Halleluja” van Jeff Buckley. Ik denk dat één van mijn lezers hierom zal moeten glimlachen, gezien het feit dat het nummer bij zijn laatste bezoek ongeveer 93 keer is afgespeeld door mijn laptop. Ik was die avond in een zeer optimistische bui.

De tracklist ligt dus al klaar voor de zomer van 2009.
Nu nog even beroemd worden en in de gratie komen bij Dolf Jansen. Zoals ik al zei:het wordt een drukke tijd.

Ergo sum

Impressie na een vakantie vol lieve mensen en fijne momenten.

Ergo Sum

De geborgenheid van een sfeerverlichte ruimte
verse maar vertrouwde vrienden om me heen
glazen om leeg te drinken
grappen om te lachen
genieten gaat vanzelf.

Ik vraag me niet meer af
wat ik hier eigenlijk doe:
vanaf nu is alles duidelijk.
Ik behoef geen redenen.
Ik mag er zijn.

Schokkend

Onlangs had ik het idee om mijn blog wat te verdiepen met een gedetailleerde beshrijving van een trauma dat ik op de basisschool heb opgelopen. Mijn basisschooltijd heeft sowieso garant gestaan voor een veelheid aan traumatsiche ervaringen, maar die zijn inmiddels allemaal verwerkt en in het verleden achtgergebleven. Dat mijn basisschool zo'n fantastische voedingsbodem voor trauma's vormde, was vooral gelegen in het feit dat ik enkele nogal naargeestige klasgenoten had die er verbluffend veel plezier in hadden om mij het leven zo zuur mogelijk te maken. De naargeestigste  van het stel was Marloes - een wezen dat mij in mijn nachtmerries nog wel eens komt bezoeken. Al ben ik inmiddels op een punt beland dat de rollen zijn omgekeerd en ik haar recht in haar smoel kan uitlachen. Waarom? Omdat ik dingen heb bereikt waar zij alleen maar van kan dromen, daarom.Wie het laatst lacht...

Ik besloot echter dat trauma's niet nodig zijn op mijn weblog. Tussen neus en lippen door kan er eens iets ter sprake worden gebracht, maar niemand schiet er iets mee op als ik nu zo'n spook uit het verleden zou gaan aanhalen. Ikzelf nog het minst. De reden dat ik er nu tóch over begin, heeft te maken met vriendennetwerk hyves. Iedereen zal zich wel eens afvragen hoe het zijn of haar oud-klasgenoten tegenwoordig vergaat en hyves is het perfecte middel om deze nieuwsgierigheid te bevredigen. Het is ook dankzij hyves dat ik het bovenstaand statement over Marloes aandurf.

Vanavond flitste in een onoplettend moment een andere oud-klasgenoot door mijn hoofd: Peter. Hij en ik hielden een aanhoudende nek-aan-nek-race om de bokaal voor de minst populaire klasgenoot (al geloof ik dat hij me daarin - goddank - altijd heeft afgetroeft). Enfin, deze gedachtenflits deed mij achter mijn laptop en op hyves.nl belanden om eens te checken of Peter daar te vinden was.
En jawel. Zijn vriendenschaar bleek sinds groep acht verzesvoudigd (hij had althans zes hyvesvrienden), en zijn profiel vond ik ronduit schokkend. Niet zozeer wat er op stond (want er stond praktisch niks), wel de foto's waarmee deze site was getooid. Wat ik daarop zag kan ik geen naam geven omdat ik het niet ken.  Het braafste was nog een kiekje waarop Peter op de plee zit met zijn pielemuis in beeld. De rest wil ik niet eens beschrijven. Ik kreeg zo'n vermoeden dat ik niet de enige was die ergens onderweg getraumatiseerd is geraakt. Het verschil is alleen dat ik daar mee heb leren omgaan (heus niet altijd makkelijk, maar kijk me nu eens stralen!) en dat hij zich blijkbaar moet verlagen tot dergelijke vunzige praktijken, waarbij hij er ook nog eens niet voor terugdeinst om dat schaamteloos op het internet te tonen. Hij lijkt er nog trots op te zijn ook.

Of ik hem heb uitgenodigd als hyvescontact? Amme nooit nie. En van het zoeken naar oud-klasgenoten ben ik ook genezen. In plaats daarvan ben ik maar gewoon blj dat mijn tijd met hen voorbij is.

Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.

Gelukkig

Uit recent Australisch onderzoek is gebleken dat mensen die een weblog bijhouden gelukkiger zijn dan andere mensen. Ik voelde me direct aangesproken.. Ik ben niet alleen gelukkiger, maar ik ervaar ook minder negatieve emoties als angst, stress en verdriet en daarnaast geeft het óók nog eens een boost aan mijn sociale leven.

Dit onderzoek bevatte dus een hoop goed nieuws voor mij. Ik blog nu bijna twee jaar en eindelijk begrijp ik waarom ik tegenwoordig als een blij ei door het leven stuiter. Want ja, het gaat goed met mij. Het gaat zelfs heel erg goed met mij. In vergelijking met, én in tegenstelling tot. Ik lach mij door de dagen. De negatieve emotie 'angst' klinkt mij bovendien buitenaards in de oren. Ik ben nergens bang voor (onweer en wespen uitgezonderd), maar ik had nog nooit een causaal verband met mijn ewblog ontdekt.

Verdriet heb ik slechts zelden en de laatste zeven maanden heb ik eigenlijk niet één keer om mezelf gehuild. Althans, niet omdat ik me een emotioneel wrak voelde en mijn geesteswereld als inktzwart en uitzichtloos ervoer. Ik heb me zelfs vrij recent af zitten vragen of het geen tijd werd om weer eens gewoon om mezelf te huilen. Ook omdat ik dat tot vorig jaar ongeveer om de dag deed (zo'n weblog heeft blijkbaar wel incubatietijd, het werkt niet direct). Toen ik vervolgens niks te huilen kon verzinnen, heb ik het plan maar laten varen. 

Mijn sociale netwerk schijnt tegenwoordig sterker te zijn en ik heb meer zelfvertrouwen dan ooit. Als ik die Australiërs moet geloven dan toch. Op dit punt heb ik echter een kleine aarzeling. Ik heb genoeg vrienden en vriendinnen en ik heb het reuzegezellig met ze, daar gaat het allemaal niet om. Maar feit is dat mijn weblog nu juist wel eens tussen ons in staat. Soms kan ik gewoon niks nieuws meer  vertellen omdat ze alles al gelezen hebben. En nee, dat komt mijn zelfvertrouwen ook niet echt ten goede. Van de andere kant: mijn weblog vormt soms juist wel weer extra aanleiding om me op te zoeken, te bellen of een berichtje voor me achter te laten. Vereenzamen doe je niet snel als je je belevenissen online zet.

Het is dus in het belang van mijn persoonlijke (geestelijke) gezondheid dat ik tot in lengte der dagen door zal gaan met mijn weblog. Dat vind ik niet erg, want ik heb er plezier in. Bovendien bevalt mijn huidige state of mind me uitstekend. En als ik me dan toch een keer rot voel, dan schrijf ik het wel van me af.
Zo ga ik vast een fantastisch leven tegemoet.

Blog ergo sum.

Thuis

Een bruine boterham met kaas.
Ook eentje met hagelslag.
Boudewijn de Groot op de radio.
Hollandse luchten (grijs, nat).  

Ik ben weer thuis.

De eerste was ligt te wachten om gestreken te worden, de tweede zit nu in de wasmachine. De geur van zonnenbrandcrème verdwijnt, de zandkorrels komen in het vuilfilter terecht. Aan het begin van de vakantie trok ik aan wat schoon was, de laatste twee dagen koos ik wat het minst vies was. Nu draag ik weer een spijkerbroek.

Flarden van gesprekken vliegen door mijn hoofd. Ik lach nog een keer om grappen die gemaakt zijn, ik neurie mee met de liedjes in mijn hoofd. Liedjes die we de hele vakantie hebben gezongen. Alleen Hans Teeuwen  heb ik voorlopig genoeg gehoord.

Ik stuur enthousiaste mailtjes naar vrienden en virendinnen. Vol vuur vertel ik ze over Barcelona, over de mensen in de groep, over hoe graag ik terug wil. Terug naar het mooie weer, terug naar de gezelligheid van mensen om me heen, terug naar het onalledaagse leven dat zoveel rust gaf. Terug naar het genieten van alles en van niets bijzonders.

Maar ik ben weer thuis.

Zo blauw, zo bleu

Mijn koffer is nog niet ingepakt. Mijn huis nog niet gepoetst. Er moet nog een was gedraaid worden. En toch ga ik morgen al op vakantie.

Gelukkig heb ik ook genoeg dingen al wel geregeld. Ik heb een vakantiebibliotheek aangelegd, puzzelboekjes en tijdschriften ingeslagen en alles wat ik nog moest kopen, is nu in huis. Zelfs een frisbee ligt te wachten op transport naar Zuid-Frankrijk.

Ook de kriebels zijn inmiddels volop aanwezig. Kriebels in mijn buik, miesmuizerige gedachtes in mijn hoofd. Dat ik me om een weekje naar de zon druk zou kunnen maken… Wie had dat ooit gedacht? Maar ik heb dit nog nooit gedaan, tot nu toe was er altijd een vertrouwd iemand bij me als ik op vakantie ging, dus dit is wel even ‘a different cookie’. Het is niet dat ik het niet zie zitten, het is gewoon een beetje spannend.

Vanmiddag ga ik mijn koffer inpakken. En een tas met spullen voor in de bus. De was zal gedraaid worden, mijn MP3-speleres (inderdaad: meervoud) zal ik op scherp zetten. De liedjes die ik nu altijd oversla eraf, feel good zomermuziek en wat cabaret erop. Nog wel even nieuwe batterijen kopen. En dan nog even schoonmaken. Deze week heb ik een mop gekocht. Deze expeditie was bijzonder blogwaardig. Niet omdat er iets mis ging (bijzonder toch, voor mijn doen?), wel omdat ik er van overtuigd was dat er iets mis zou kunnen gaan. Maar goed, dat verhaal komt misschien nog wel een keer.

 

Al met al valt het dus best mee. Het is te overzien, morgenochtend kan ik volgens de actuele planning zelfs uitslapen. En dan naar Utrecht, daar de bus in en op naar de Mediterranee, zo blauw, zo blauw…

Waarom voel ik me nu dan zo bleu, zo bleu…?

Kiezen of delen

Een tip voor inwoners van Den Haag: wees de komende weken extra zuinig op je gebit. Ga aan de slag met flosdraad, poets desnoods zes keer daags, schaf mondwater aan en gebruik bij elke activiteit met ook maar het geringste risico op valpartijen een gebitsbeschermer. Voorlopig kun je je namelijk écht niet veroorloven dat er iets mis gaat in je mond. Dan heb je een probleem. En ik kan het weten.

Gisteravond heeft zich in mijn giechel een bult gevormd, precies naast ground zero (de plek waar eerst mijn 48 zat, voor de kenners). En die bult doet pijn. De hele rij kiezen linksonder is gevoelig. En dat vind ik om meerdere redenen onprettig. Pijn is sowieso altijd vervelend, maar nu ik bijna op vakantie ga, ben ik extra op mijn qui-vive. Ik heb namelijk geen zin om straks aan een Franse tandarts tekst en uitleg te moeten geven over de situatie in mijn mond.

Dus ik fietste vanmiddag even naar mijn tandarts. Ik moest daar toch nog iets afgeven, dus dat kwam mooi uit. Het enige probleem was dat mijn tandarts op vakantie was. Maar gelukkig: ik kon de tandartsen spoedgevallendienst bellen, en dan zou ik verder worden geholpen.
Helaas, bij de spoedgevallen hadden ze een bandje ingeschakeld en kreeg ik dus geen levend persoon aan de lijn. Daarop besloot ik om dan maar gewoon tandartsen te gaan bellen.

Na drie kwartier (!) bellen moest ik concluderen dat de Haagse tandartsenbranche deze weken zomerstop houdt. Daarbij sturen ze je niet  van het kastje naar de muur - ze sturen je gewoon helemaal nergens heen. Erg lastig, zeker in geval van onverklaarbaar bultwerk.

Uiteindelijk, na niet minder dan 23 tandartsen geprobeerd te hebben, had ik eindelijk beet. In de Van Alkemadelaan zit een vrouwelijke tandarts met een nogal Benoordenhout-verantwoorde stem: bekakt as can be. Maar dat maakt mij niet uit: ze is tandarts en ze wil mijn bult van dichtbij bekijken. "Morgen om half één", stelde ze voor. Hoewel ik me er terdege van bewust was dat ik me niet echt in de postiie bevond om eisen te stellen, heb ik toch gevraagd of het iets later kan. Nu mag ik morgen om kwart over vijf mijn bult komen showen.

Ik verwacht niet dat het veel bijzonders is. Mijn gebit is sterk en ik heb er nog nooit echt wat ernstigs aan gehad. Mijn streven is alleen om tot mijn dertigste geen gaatjes te krijgen, wat mij tamelijk hypochondrisch maakt ten aanzien van mijn tanden. Maar liever dat ik nu zeker weet  dat het echt niets is, dan dat ik het laat waaien en straks een knipkaart mag ophalen bij de kaakchirurg. Want die doemscenario's flitsen nu door mijn hoofd.

Dus Hagenezen, wees gewaarschuwd. Koester je tanden, want pas op 11 augustus zijn de meeste tandartsen weer op honk. Mocht het voor die tijd onverhoopt toch misgaan, dan zul je - geheel in stijl  - even op je tanden moeten bijten.

Of een ritje Van Alkemadelaan organiseren natuurlijk.

Het vakantieboek

Mijn vakantie nadert, en daarmee is de noodzaak tot voorbereiding ontstaan. Tot nu toe betekent dat vooral dat ik veel denkwerk verricht en lijstjes maak van nog aan te schaffen spullen. Ook buig ik me weer over een probleem dat elke vakantie terugkeert. Het probleem van het Vakantieboek. Eigenlijk is het vakantieboek het enige echt essentiële product dat je in je koffer moet stoppen. Meer heeft een mens niet nodig. Althans, ik niet. Zet mij in de zon op een strand met een boek, en ik ben tevreden. Zon, strand, boek… the works. Nou ja, en een flesje zonnebrandcrème misschien.

Maar ja, ik schrijf steeds over ‘een boek’, terwijl er in de praktijk een kleine bibliotheek mee moet. Anders ben ik voor we Nederland uit zijn al door mijn leesvoer heen. Maar: hoeveel boeken dan? En welke? Geen zware kost, want het is vakantie. Ik heb me ooit bij een Grieks zwembad in “Schindler’s list” verdiept, en geloof me: het contrast was te groot. De Tweede Wereldoorlog mag dus niet meer mee op vakantie.  Maar wat dan wel?

Vroeger ging ik vlak voor de vakantie altijd naar de jaarlijkse braderie van Seolto, een of andere Vlissingse balvereniging. Of dat volley-, korf- of handbal was weet ik niet meer, maar dat doet er ook niet toe. Op deze braderie schafte ik mijn vakantielectuur aan. Stapels “Olijke Tweeling”-boekjes heb ik daar vandaan gesleept. En “Peggy naar Kostschool” (deel 1 tot en met 88). En boeken over meisjes en paarden. Allemaal met hopeloos taalgebruik. Laatst zat ik er aan te denken dat ik ná de Olijke Tweeling nooit meer ergens het werkwoord “kreten” ben tegengekomen, terwijl er  door de tweeling toch flink wat af gekreet werd. ‘“Kijk toch uit,” kreet Telma.’ Ik ben trouwens ook nooit meer een Telma tegengekomen, bedenk ik me nu.

Op mijn verlanglijst voor deze vakantie staat in elk geval het Hu.man Holidays VakantieDoeBoek, met het motto "vervelen kan altijd nog". Daarnaast heb ik al een paar werkjes aangeschft, allemaal eenvoudige, gezellige, 'het leven is mooi'' pageturners. Het gevaar daarvan is dat ik ze heel snel uit heb, dus eigenlijk moet ik er extra veel meenemen. Ik kan ook hopen dat mijn medereizigers leuke boeken meenemen en dat er uitruil plaats kan vinden.

En ik neem in elk geval mijn schrijfblok mee. Als ik dan echt door mijn leesvoer heen ben, schrijf ik zelf wel wat. Alhoewel ik bedacht had dat ik ook een vakantie van het schrijven zou proberen te nemen.

Dus: heeft iemand nog tips? Welke "must-reads" liggen nog op mij te wachten in de boekhandel?

(Voor de liefhebber: het nieuwe boek van Leon de Winter, "Het recht op terugkeer", is zenuwslopend maar ontzettend goed!)

Liefde als wetenschap

Op de radio wordt op dit moment reclame gemaakt voor een nieuw KRO-programma, waarin twee vrijgezellen op zoek gaan naar de ware. Tot zover niets nieuws, maar dit keer worden ze bij de zoektocht ondersteund door wetenschappers.

Ik snap dat niet. Waarin zit het verlangen om iets groots en ongrijpbaars als De Liefde te reduceren tot wetenschappelijke feiten, theorieën en cijfermatige kennis? Liefde is een zaak van harten en van hoofden, en die twee zijn al moeilijk genoeg. Vaak zitten ze zelfs verenigd binnen één persoon niet op dezelfde lijn, laat staan in de relatie met een ander hart en een ander hoofd.

Maar goed, de liefde als wetenschap dus. Ik betwijfel ten zeerste of het werkt. Want als twee mensen in theorie een 'match made in heaven' zijn, kan de praktijk volgens mij nog best eens heel anders uitpakken. Stel: op basis van cijfermatige processen is gebleken dat iemand die je nog niet kent jouw Mr Right is. Vol goede moed, zinderend van opwinding en spanning ga je hem ontmoeten. En wat blijkt? Mr Right is een computernerd met een bloempotkapsel en een bril die zo ouderwets is dat hij bijna weer hip wordt. Witte sportsokken in sandalen, te dun, peentjeshaar en een grijns waar je bang van wordt. Maar hé, volgens de theorie passen jullie bij elkaar, en schoonheid vind je pas binnenin. Dus je geeft hem een kans en jullie gaan een drankje drinken.

Het viel je op weg naar het drankje ook al op, maar eenmaal aan de terrastafel kan je er echt niet meer onderuit: hij stinkt. Alsof je naast een gierput zit. En dat niet alleen - hij is ook nog eens totaal oninteressnat. Hij doet wel z'n best - hij probeert jou (maar vooral zichzelf) te amuseren met een verhaal over de nieuwste aanwinst in zijn postzegelcollectie (gekarteld wit), en hij negeert tactisch dat je bijna als Teigetje van je stoel af wil springen omdat je het gevoel krijgt dat je totale energievoorraad onbenut blijft zolang je in zijn nabijheid bent. Die tact is overigens tenminste nog één goede eigenschap. 

Maar ja, volgens de wetenschap zijn jullie voor elkaar bestemd. Dat kwam nou eenmaal uit de natuurkundeproeven en de statistische vergelijkingen. Maar stel je nou voor dat je echt zo'n kansloos type tegen het lijf loopt als ik hierboven beschrijf... Dan kap je er toch meteen mee? Dan denk je toch van 'fuck de wetenschap, dan maar een minder perfecte match, maar wel eentje met wie ik ten eerste over straat durf en die mij ten tweede ook nog eens weet te boeien'?  Of stel je dan als variant op je lichaam na je dood ook je leven in dienst van de wetenschap?! Nou, ik kan jullie nu al vertellen: not me. Als ik dat ooit ga doen, geef me dan maar een Drionnetje. Kan mij het schelen.

Ik weet dat ik kritisch ben, maar dit kan ik gewoon echt niet vatten. Liefde is geen wetenschap, liefde is een op zichzelf staand proces dat simpelweg niet te beredeneren valt. Het is grillig en onlogisch. Soms heel mooi en soms snijdt het door je ziel. Dat is nou eenmaal zo.

Ik wil niet eens snappen waarom.  


<- Last Page :: Next Page ->
Geld verdienen met je website ? - Meer bezoekers via Autosurf - Zelf ook een weblog maken? - Cursus verhalen schrijven - Statistieken gratis proberen