Anneliefs
Life is what happens to you while you're busy making other plans...
Mijn droom is uitgekomen!
Een tijdje geleden informeerde ik jullie al over het feit dat mijn verhaal "Plurima Mortis Imago" gepubliceerd zou worden in het Vlaams literair tijdschirft Met Andere Zinnen. Ik wist niet precies wanneer het zover zou zijn, maar wel dat het zou gaan gebeuren. En ik voelde me trots.
Nu kan ik het grote nieuws met jullie delen dat het zover is. Vanmiddag kwam ik thuis en lag er een bruine envelop op de deurmat met daarin mijn eerste literaire publicatie. Het is te mooi om waar te zijn! Ik heb het hele verhaal nog een keer gelezen en - narcisme ten top - ik moest een klein beetje huilen om de woorden die ik zelf geschreven heb. Maar die tranen waren vooral van trots, van 'kijk dit nou!', van de onwerkelijkheid om je droom ineens in je handen te houden.
Voor alle geïnteresseerden: het tijdschrift wordt vooral in België verkocht, maar ook bij De Brakke Grond en Athenaeum Nieuwscentrum in Amsterdam en bij Adr. Heinen in Den Bosch. Daarnaast is het nummer te bestellen via de website www.metanderezinnen.com/verkoop. (let op: op de website staat dat nummer 8 het meest recente nummer is, maar ik sta in nummer 9 - de website is blijkbaar nog niet bijgewerkt).
Wat moet ik er nog over zeggen? Wat ik schrijf ben ik echt...
Doe Maar méér!
The thing before the blog after: zo'n driekwart jaar geleden hoorde ik op de radio een klein berichtje. Het berichtje dat Doe Maar een eenmalig concert zou geven in De Kuip. Ik dacht nog dat ik het verkeerd verstaan had, maar oh glory, mijn gehoor had me niet in de steek gelaten. Op 1 december stonden Jacco en ik 's ochtends in de vroegte bij het postkantoor om kaartjes te scoren. En toen kon het Grote Aftellen (als in "nog maar 143 nachtjes slapen") beginnen.
En nu kan ik "de blog after" alweer typen. Want gisteravond was het zover. Na een hele dag energie verzamelen gingen we met de trein richting Rotterdam. Bij het binnengaan van De Kuip verscheen er een smile op mijn gezicht die er de rest van de avond niet meer vanaf is gegaan. De kleuren roze en groen domineerden het stadion. De voorprogramma's waren leuk, maar stiekem was het niks vergeleken bij Doe Maar... Wat een feest! Wat een extase! Wat heb ik gedanst, gezongen, gesprongen, gegild!
Ja, de mannen van de band waren ouder geworden. Daar doe je niets aan. Ze maakten er zelf grapjes over ("We hebben onze rollators aan de zijkant van het podium geparkeerd"), maar verder was het niet eens merkbaar. Het plezier spatte van hun gezichten af, de energie vloog door De Kuip. Joost Belinfante gaf de meest legendarische uitvoering van 'Nederwiet' uit de geschiedenis van Doe Maar weg. Je zou er spontaan van gaan blowen, zo overtuigend was het. Ik ging uit mijn dak!
Op een gegeven moment gingen we uit de drukte voor het podium om wat meer aan de zijkant verder te genieten. Met een even goed uitzicht op de band, maar een zee aan dansruimte extra gingen we volledig op in de muziek. Alle klassiekers waren er, van Belle Hélène tot Smoorverliefd, van Nachtzuster tot Is Dit Alles, van Doe Maar Net Alsof tot Eén Nacht Alleen. Het knalde. Bij het slot van De Bom zelfs letterlijk.
Een eenmalig concert zal het overigens niet zijn. Want als aankondiging van het laatste nummer (De Laatste Keer), zei Henny Vrienten dat niemand dat nog geloofde. En zij zelf ook niet. Er wordt gewerkt aan een nieuw album. De belofte ligt er: "We gaan door tot we 85 zijn". Dat lijkt mij een prima plan. Doe Maar is geweldig, ik wil alleen maar meer!
Blijven wij bij elkaar
Om eens dezelfde taal te spreken
Blijven wij bij elkaar
Tot het hart niet meer zal breken
(uit: Bij Elkaar)
Uitstel van executie
Ik ben een erg punctueel persoon. Ik hou me aan mijn afspraken, kom eerder te vroeg dan te laat - en als ik wel te laat kom ligt dat meestal aan omstandigheden die ik niet in de hand heb. Ik vind het een goede eigenschap van mezelf.
Een minder goede eigenschap is dat ik deze punctualiteit in principe ook van de mensen om mij heen verwacht. Afspraak is afspraak, en als iemand vijf minuten te laat is, word ik in de regel al ongeduldig. Aan afzeggen heb ik helemaal de pest, zeker wanneer dat op het allerlatste moment gebeurt.
Maar toen ik vanochtend een brief kreeg van het ziekenhuis, met de mededeling dat 'door omstandigheden' mijn volgende afspraak bij de kaakchirurg nier door kan gaan en deze drie weken verlaat wordt, tja... dan wijk ik toch ineens van mijn principes af. Dan vind ik het weer niet erg dat niet iedereen even goed is in het zich houden aan afspraken als ik. Ookal is het alleen maar uitstel van executie, ik vind het geen enkel probleem.
Dan is punctualiteit ineens só overrated.

De pot op
Prins Willem-Alexander heeft in Sharm El Sheik opgeroepen tot het opheffen van het taboe op menselijke uitwerpselen. Hoewel ik nog steeds bij mijn standpunt blijf dat ik mijn scheten graag privé houd, wil ik toch even dieper op dit onderwerp in gaan.
Zoals gezegd was ik afgelopen zaterdag bij Concert @ Sea. Op het festivalterrein zijn sanitaire voorzieningen aanwezig, in de vorm van knaloranje WC-hokjes. Een impressie van de binnenkant van deze hokjes: er is iets dat op een toiletpot lijkt, er staat per hokje één rol toiletpapier, in de pot is een blauwe chemische substantie gemieterd die een bepaalde mate van frisheid zou moeten garanderen en het meurt er verschrikkelijk.
Buiten de hokjes staan palen. Deze palen zijn speciaal voor de heren, die nou eenmaal staand kunnen plassen. De palen zijn zo uitgerust dat er vier mannen tegelijk kunnen wateren. Zodoende hoefden de mannen aanzienlijk minder lang te wachten dan wij vrouwen. En kom nou niet aan met de suggestie van plastuiten enzo, want ik heb zaterdag uit zeer betrouwbare bron vernomen dat die dingen hoofdzakelijk garant staan voor een enorme kliederboel. Ik zou het trouwens ook niet kunnen, open en bloot in zo’n paal staan piesen. Hoe doen mannen dat?! Ik blokkeer al als de WC-deur niet geheel tot vloer en/of plafond reikt. Dan stagneert de doorstroming en ook al staat mijn blaas op knappen, je moet niet denken dat er dan ook nog maar één druppel uit komt. Dus, heren, hoe is het mogelijk dat jullie vrijmoedig in de open lucht in zo’n paal tekeer staan te gaan? Heeft dat iets met mannelijke trots te maken? Haantjesgedrag? “Kijk ons een pissen”, zoiets?
En dames, ben ik nou echt de enige die zich hier niets bij voor kan stellen?!
De rijen voor de hokjes werden dus voornamelijk in stand gehouden door dames. Van de incidentele man die er tussen stond, wisten we derhalve gelijk dingen die we eigenlijk helemaal net wilden weten: die ging kakken. En omdat het WC-papier natuurlijk binnen de kortste keren al op was, leidde deze wetenschap tot een praktische vraag waar ik het antwoord eigenlijk niet op wil weten. Hoe zouden die heren hun billen afpoetsen nadat ze hun gevoeg hadden gedaan? Effe dompelen in de chemische substantie ofzo?!
Ik heb trouwens wel een vermoeden waar de vrijgevochtenheid van Zijne Koniklijke Hoogheid vandaan komt. De kans is groot dat zijn dochter Alexia op dit moment druk bezig is met zindelijk worden. En als er op één moment in je leven géén taboe rust op je fecaliën, dan is het wel in die fase. Elke keer dat er op het potje geplast of gepoept is, wordt met gejuich ontvangen. Peuters vertellen aan iedereen die het wil horen (en ook aan iedereen die het niet wil horen) dat ze gepoept hebben, en de drol wordt bewonderd alsof het modern art is. En dat zal bij Alexia niet anders zijn. Dat leidde bij Willem-Alexander tot de vraag waarom het onderwerp eigenlijk zo taboe is, terwijl er in zijn huishouden toch dagelijks uitvoerig over gesproken wordt.
Voor mij hoeft het echter niet zo nodig. Ik wil de problematiek rond het gebrek aan toiletten in bepaalde landen best onderkennen, maar dat wil nog niet zeggen dat het praten over uitwerpselen zomaar uit de taboesfeer mag worden getrokken. Ik moet er niet aan denken dat ik aan iemand moet vertellen dat ik zo heerlijk heb zitten kleien. Poep mag van mij taboe blijven. Ik vind het gewoon vies. Ook zo’n peuterdrol in een potje. Mijn statement: poep is vies en niet geschikt voor uitgebreide maatschappelijke discussies.
Willem-Alexander kan de pot op.

Concert @ Sea
Gisteren was het weer zover: Concert @ Sea. Wat hebben we genoten! Fantastische muziek, prachtige verrassingen (Sarah Bettens!), het beste weer dat we ons hadden kunnen wensen en enorm veel gezelligheid. We hebben de hele middag op een kleed op de dam gelegen, af en toe kwamen we even overeind om mee te blèren met de muziek. Frank vond dat ik wel érg vals zong, en dat klopte: als ik ga zingen doe ik daar niemand een plezier mee. Maar gisteren mocht het.
Als het hier bij gebleven zou zijn, zou dit een beetje een miniem blogje zijn geweest. Dan zou ik nog verteld hebben dat ik ongelofelijk buitensporig uit mijn dak ben gegaan tijdens het opreden van Blof en ik zou zeker nog het optreden van de Counting Crows gehighlight hebben. Wat een band! En de nummers die Blof en de Counting Crows samen deden waren helemaal briljant. Daarbij was het vooral heel mooi om te merken dat het optreden zeker ook hun eigen feestje was, waar ze 60.000 man van lieten meegenieten.
En dan zou mijn blog nu klaar zijn geweest.
Maar gelukkig: er gebeurde nog wat.
Al was hetgeen dat gebeurde niet zo gelukkig. Op een gegeven moment voelde ik mezelf namelijk een beetje wiebelig worden. Ik leunde tegen Juliët aan, maar was me ervan bewust dat ik me steeds minder bewust was van mijn omgeving. "Ik voel me niet zo lekker," mompelde ik.
Het volgende dat ik me herinner is dat ik op de grond lag met een heleboel mensen om mij heen. Ik hoorde Juliët praten en toen ik mijn ogen een heel klein stukje wist te openen, zag ik - meer dan dat ik het voelde - dat Frank mijn hand pakte. Er waren mensen van het rode kruis, en even later ook ambulancepersoneel. Ik kon niets zeggen, het was alsof ik een beetje kapot was. Wat je wel eens hebt aan de telefoon: dat jij de persoon met wie je belt wel hoort, maar die persoon jou helemaal niet.
Op de één of andere manier ben ik toen op een brancard terechtgekomen, en toen ging het dijkafwaarts richting ambulance. Ik weet nog dat ik het - ondanks mijn misère van dat moment - een komsiche gedachte vond dat de brancard aan de grip van het ambulancepersoneel kon ontsnappen en ik zag mezelf in gedachen met een enorme rotgang zo de dijk af en de zee in racen. Maar ik kon er niet om lachen. Ik was kapot.
Even later lag ik in de ambulance. Ik was gewrapt in een paar dekens omdat ik van top tot teen lag te rillen. De ambulancebroerder zocht contact met mij, ik forceerde mijn ogen open, de broeder constateerde dat die blauw waren en ik glimlachte flauwtjes. Ondertussen zocht ik met die blauwe kijkers naar Juliët en Frank. Ik was een beetje bang en wilde vooral graag een bekend gezicht zien.
De ambulance (voor zover ik weet zonder zwaailicht of sirene, best jammer) bracht ons naar de Chill-Out. Ik was toen bezig om terug de oude te worden en vroeg me (dus) klappertandend af of ze dat niet beter de Ril-Out konden noemen. In die tent kwam ik weer een beetje bij mijn positieven. Ogen open en er kwam steeds meer zin en onzin over mijn lippen. En ik maakte grapjes. Natuurlijk maakte ik grapjes. Als het moeilijk wordt, ga ik altijd grapjes maken. Eigenlijk helemaal niet zo'n leuke eigenschap, vooral voor mezelf niet. Tranen moeten er af en toe ook wel eens zijn.
Ik werd genezen doch oververmoeid verklaard. Een Rode Kruis busje bracht ons naar de parkeerplaats en we konden naar huis. Ik sliep het klokje bijna rond en rolde dus pas mijn bed uit toen de dag alweer half om was. Het schrijven van dit blogje is het eerste echt actieve dat ik vandaag gedaan heb.
Maar aan Concert @ Sea heeft het niet gelegen. Volgend jaar wil ik weer. Het begint er gewoon een beetje bij te horen dat er tijdens dit festival iets grandioos mis moet gaan. Vorig jaar stortte het weer in, dit jaar deed ik dat zelf.
Ik ben benieuwd wat er volgend jaar gaat gebeuren.

Over bloggen
Een collega van mij heeft ontdekt dat ik een weblog heb. Niet omdat ze mijn weblog heeft bezocht, maar omdat ik er iets over zei. Dat had ik beter niet kunnen doen.
Deze collega is nogal ouderwetsch namelijk. Ze had met gemak mijn moeder kunnen zijn, en met wat fantasie zelfs mijn moeders moeder. En dan weet je al hoe laat het is. Mijn oma’s tonen namelijk óók geen interesse in mijn blog. De ene zou het wel leuk vinden, als ze tenminste internet zou hebben. De andere heeft wel internet, maar ook cybervrees. Internet is opa’s domein, oma beperkt zich tot de communicatiemiddelen die in 1950 algemeen geaccepteerd waren.
Maar goed, mijn collega vond zo’n weblog maar raar. Op verwijtende toon vroeg ze me waarom ik ‘zoiets deed’. Alsof het een criminele activiteit was. Mijn misdaad is het bijhouden van een blog. En waarom? Omdat ik dat leuk vind, dáárom. En meer reden heb ik niet nodig!!
De collega was echter nog niet klaar met me. “Als een vriendin van mij dat zou doen, dan zou ik geen reden meer hebben om haar te bellen,” deponeerde ze een standpunt. Daar hoorde ik van op. Mijn vrienden vinden mijn weblog godzijdank geen aanleiding om mij te laten vereenzamen. Ik vroeg haar dan ook om de diepere gedachte achter dit statement. “Nou, dan zou ik toch alles al weten? Dan hoef ik dus niet meer te bellen.” Ik snapte het nog steeds niet, maar ik liet het onderwerp rusten.
Waarschijnlijk ziet mijn collega mijn blog als een ‘van-minuut-tot-minuut’ beschrijving van mijn leven. Van: “om 6.01 liet ik een scheet” tot “om 17.23 zwaaide ik naar de buurman”. En tja, de mensen die mijn blog wel lezen (jij dus) weten dat ik mijn scheten liever privé hou en dat ik mij beperk tot wat leuke anekdotes en verhalen over de dingen die ik doe en meemaak. Want ja, die deel ik dus graag. Gewoon. Daarom.
Na het gesprek met de collega vroeg ik me ineens wel iets af. Waarom lezen jullie mijn weblog eigenlijk?
De eerste die “daarom” antwoordt, krijgt de originaliteitprijs ;-)

Vakantieplannen
Tot een week geleden leefde ik in de stellige overtuiging dat ik dit jaar wederom niet op vakantie zou gaan. Althans, niet op vakantie in de zin van: zon, zee, strand, exotische mannen, relaxen, slechte boekjes lezen en me totaal aan al deze elementen overgeven.
Vorige week maandag begon er echter een besef te groeien in mijn binnenste dat het me voor geen meter beviel om niet op vakantie te gaan. Iedereen vuurde maar leuke plannen op mij af, en ik had weliswaar het vooruitzicht op een midweek in het altijd gezellige Bovensmilde, maar óók op drie weken vrij en geen ruk te doen. En daar was ik ineens goed chagrijnig over.
Dat chagrijn beviel mij ook al niet, en ik realiseerde me dat het tijd werd om iets aan de situatie te veranderen. Dus schoof ik achter mijn laptop om een droomreis te zoeken, en binnen de kortste keren stuitte ik op iets dat mijn goedkeuring absoluut kon wegdragen. Anderhalve week naar het zuidelijkste puntje van Frankrijk èn twee dagen Barcelona. Hoewel ik van tevoren niet wist wat ik precies zocht, wist ik toen ik het vond gelijk dat dit het was. De Mediterranee (zo blauw, zo blauw) ligt op mij te wachten!! Begin augustus stap ik in een bus (dat dan weer wel…) en ik stap er pas weer uit als we met de voorwielen in de Middellandse Zee staan. Ik kan niet wachten.
Nu ik geboekt heb, dwarrelt ook de praktische kant van de zaak steeds door mijn hoofd. Wat moet ik meenemen? Hoeveel handdoeken, hoeveel WC-rollen (en ga ik me niet schamen om met zo’n ding onder mijn arm over de camping te huppelen?), moet ik een zaklamp kopen, en oh ja… ik heb geen slaapzak. Zulk soort gedachtes.
Af en toe duiken er ook jeugdtrauma’s op. Want ja, ik ga wel een soort van alleen op vakantie. Dus als er een egel in mijn tent kruipt – zoals ooit in Engeland gebeurde – dan zal ik zelf de held moeten uithangen en Prikkeltje eruit gooien. Dan is er geen onverschrokken papa die de rol van uitsmijter (met badslippers!) op zich neemt. Dus ik duim voor een egelloos verblijf. Niet omdat ik denk dat ik er niet toe in staat ben om zo’n beest de tent uit te bonjouren, maar wel omdat ik toen in Engeland zelf alleen maar verstijfd in mijn slaapzakje kon liggen bibberen. Ik was bang, ja. Voor een egel, ja. Mag ik?!
Maar goed, los van al het denkwerk dat de vakantie me nu al kost, heb ik er vooral vreselijk veel zin in. Lekker met mijn luie zuignap op het strand zitten, Barcelona bewonderen, bootje varen, mountainbiken… Ik kan haast niet wachten.
En dan heb ik ook nog een midweek Bovensmilde voor de boeg.
Mijn vakantie kan nu al niet meer stuk.

Natuur
Soms word je zomaar ineens getroffen door een stukje natuurschoon. Als dat op een gunstig moment gebeurt, kan ik er hevig van genieten en er met open mond naar kijken. Jonge dieren hebben per definitie zo’n uitwerking op me, dan ga ik “Aaah” en “Oooh” roepen, en dingen als “Kijk nou toch, wat lief!”
Het kan echter ook wel eens gebeuren dat het natuurschoon niet helemaal gelegen komt. Gisterochtend was dat het geval. Mijn pad werd – letterlijk – gekruist door een ganzenfamilie die bezig was het fietspad over te steken. Nu was ik over dat fietspad op weg naar het station, en ik had op de kop af nog vier minuten om daar te komen, mijn fiets te stallen en in de trein te springen. De familie Gans trok zich daar niets van aan. Pa en moe stonden als twee klaar-overs het fietspad te blokkeren, zodat hun kroost (kleuterleeftijd) op het gemakje van het ene grasveld naar het andere kon waggelen. Normaal zou ik dat wel schattig hebben gevonden, maar nu was ik van mening dat het gevogelte even een beetje op moest schieten.
Blijkbaar zond ik bepaalde ongeduldige vibes uit, en dat maakte de situatie er niet beter op. Om onverklaarbare redenen hield het overstekend wild ineens halt en werden de koppen collectief in mijn richting gedraaid. Er was geen beweging meer in de kudde te krijgen. Deed ik daar om kwart voor zeven ’s ochtends ineens een spelletje “wie knippert het eerst” met een complete ganzenfamilie.
De kuikentjes hadden intussen al hun charme verloren. Ik vond ze het prototype van lelijke jonge eendjes, en als ik naar de ouders keek zou het nooit meer goed komen met ze. Het natuurschoon verwerd tot ‘stelletje kutganzen’ en ik besloot dat het tijd was om uit de wedstrijd te stappen. Ik maakte een omtrekkende beweging rond de ganzen en zette mijn race tegen de klok in, om uiteindelijk op het allerlaatste nippertje tóch nog in de trein te kunnen stappen.
Leuk hoor, natuur.
Maar het moet niet te lang gaan duren.
One down, one to go
Ik leef nog!
Maar mensenkinders, ik ben wel weer een hele ervaring rijker. Ik weet nu zeker dat ik kaakchirurgen hele nare mensen vind, hoe aardig ze misschien buiten de operatiekamer ook zijn.
Donderdagmiddag meldde ik me een kwartier te vroeg in het Bronovo. Er was één wachtende voor mij, die even nerveus als ik op zijn plastic stoeltje heen en weer zat te schuiven. Om de tijd te doden en mijn nagels te sparen, bladerde ik wat door een oude Viva. Maar eerlijk is eerlijk: ik kan met de beste wil van de wereld niet meer reproduceren wat ik daar in gelezen heb. Ik sms'te Leslo - die mij zou komen halen - in welke gang van het ziekenhuis "het abbatoir" zich bevond, en probeerde me af te sluiten voor de zeer deprimerende 10 Gold-muziek die door de speakers klonk.
Veel te snel naar mijn zin werd ik naar binnen geroepen. De kaakchirurg, een Vlaanse dame, schudde mij de hand en wees mij een tandartsstoel waar ik plaats mocht nemen. De arts was van het type 'niet zeiken maar doen' en plantte zonder verdere plichtplegingen een verdovingsspuit in mijn mond. Zij spoot, ik piepte. En ik kokhalsde door de ranzige smaak van de verdoving. Daarna volgden nog twee prikjes waar ik iets meer op voorbereid was, en toen was het wachten op het moment dat mijn kaak linksonder gevoelloos was. "De rechterkant doen we een andere keer, want die is lastiger." Ik mompelde iets over een executie in twee delen, wat mijn Belgische beul komisch vond en ik niet.
Toen ik op mijn eigen lip kon bijten zonder het te voelen - de verdoving deed zijn werk - mocht ik naar de kamer waar de operatie zou plaatsvinden. Wederom ging men kordaat te werk. Ik moest gaan liggen, er werd een blauwe doek over mijn gezicht gedrapeerd en toen ging de chriurg samen met haar assistente helemaal los.
Mijn kies echter niet. Die gaf zich niet zomaar gewonnen. Dat was voor de kaakchirurg aanleiding om versterking te halen, zodat ze even later drie vrouw sterk over mijn mond gebogen stonden. Ik probeerde ondertussen mijn hevig trillende lijf in bedwang te houden en mezelf gerust te stellen, maar ik weet nu zeker dat het veel meer moed geeft om in de hand van een ander te kunnen knijpen.
Toen ik het gevoel had dat ze mijn hoofd bijna gevierendeeld hadden met hun trek-, snij- en martelwerktuigen, hoorde ik een triomfantelijk "Ja", gevolgd door een licht kinderachtig "Daar issie dan." Gek genoeg werd ik daar niet vrolijker van. Er werd een tampon in mijn mond gedouwd en men sommeerde mij om mijn kiezen het volgende half uur op elkaar te houden. Dat vond ik een goed voorstel, ik had niet echt de ambitie om veel andere dingen te doen met mijn mond.
Daarna werd ik naar een soort uitslaapkamer voor wakkere mensen gebracht. Daar stond geen 10 Gold aan, maar Sky Radio. En wat draaiden ze daar? Big girls don't cry. Ondanks het feit dat de spanning op dat moment in vloeibare vorm uit mijn ogen stroomde, moest ik daar wel erg om lachen. En om de flauwe humor erin te brengen: als een boer met kiespijn.
Toen Leslo even later de kamer in kwam lopen, was ik ineens zielsgelukkig. Een vertrouwd gezicht, iemand die lief voor me was, en me binnen de minuut ontzettend aan het lachen had. Het is genoeg als iemand er op het juiste moment gewoon ís.
Over twee maanden wordt mijn 38 verwijderd. De ibru bruis ligt al klaar. De afgelopen dagen waren pijntechnisch gezien namelijk geen feestje, doch erg goed voor de lijn.
One down, one to go. Maar God, wat zal ik blij zijn als deze ellende écht achter de rug is.

Stress
Mijn 38 en mijn 48.
Nu heb ik ze nog. Ze zitten links en rechts in mijn onderkaak, de één wat dieper dan de ander. Persoonlijk vind ik dat ze daar prima zitten, maar mijn tandarts vond van niet. Daarom heeft hij de kaakchirurg verordonneerd om dit duo - beter bekend onder de naam 'verstandskiezen' - te verwijderen. Operatief.
Morgen is het zover. Ik vond het vanaf het moment dat de tandarts er over begon al niet het beste plan ooit bedacht, maar ik moet nu een bekentenis doen. Deze stoere, onverschrokken Anne begint nu toch echt last te krijgen van trillende handjes en onaangename, ongecontroleerde vibraties door haar lijf. Om niet te zeggen dat ik gewoon bloednerveus ben.
Ik heb geen idee wat die kaakhotemetoot precies gaat doen. Normaal gesproken hou ik best van verrassingen, maar nu het om mijn 38 en mijn 48 gaat zou ik toch liever wat exacter weten waar ik aan toe ben. Daar komt nog eens bij dat ik op het moment bestookt word met zeer uiteenlopende verhalen. De één probeert me gerust te stellen door te vertellen dat het alleen de dag zelf een beetje rot is, de ander door geanimeerd te vertellen over een collega die twee weken te bed heeft gelegen vanwege zo’n zelfde soort ingreep. De één heeft het over geen centje pijn, de ander over donkerblauwe hamsterwangen. En ik weet niet wat ik moet geloven. Ik weet alleen dat ik het doodeng vind.
Toen ik de afspraak maakte, werd me aangeraden om iemand mee te nemen. Aan de ene kant voor wat support, aan de andere kant om na afloop ook weer veilig thuis te komen. Blijkbaar moet ik er rekening mee houden dat ik daar in mijn eentje niet meer toe in staat ben. Ik zal het helaas zonder support moeten doen, maar een veilige terugtocht is inmiddels wel gegarandeerd. Met de belofte dat als mijn chauffeur vroeger is, hij op ludieke wijze de OK binnen zal stormen om alsnog mijn hand vast te houden. Na afloop wil hij me kauwgom, caramel, maanzaadmuffins en M&M’s voeren, maar daarover zijn we nog in onderhandeling. Ik denk dat een bakje vla voldoende is.
Misschien valt het allemaal wel enorm mee. Ik weet het niet. Voorlopig ben ik mijn Zen in elk geval volledig kwijt.
Mijn 38 en mijn 48.
Morituri te salutant
Dreams can come true...
“If you really want something, it isn’t a dream”.
Deze wijsheid komt uit de zwaar ondergewaardeerde televisieserie Dawson’s Creek, waar ik in mijn tienerjaren – opoe spreekt – elke zondagavond trouw naar keek.
Als je écht iets wilt, is het geen droom.
Ik vond het een mooie quote, sloeg ‘m daarom op bij mijn toen al vrij omvangrijke collectie mooie en diepzinnige quotes, zag de diepere betekenislagen van de uitspraak, maar deed er verder weinig mee. Natuurlijk was ik bezig met het najagen van mijn dromen en naar manieren om ze te verwezenlijken. Maar dromen hebben de neiging om in stilte uit te komen (“goh, eigenlijk heb ik nu precies wat ik me een paar jaar geleden wenste!”), of zich aan te passen aan de omstandigheden (“Dan zal het wel een ándere man zijn…”) En sommige dromen moet je gewoon rustig laten sudderen, er af en toe een blik op werpen, het vuur iets hoger of juist iets lager zetten, en wachten tot de tijd rijp is.
En vandaag was het zover. De tijd was rijp. De droom kwam uit.
Het stond in een mailtje. Een mailtje van de redactie van het literaire tijdschrift Met Andere Zinnen. Ik had hen een tijd geleden een literair werkje van mijn hand gestuurd. Een kort verhaal, over twee kanten van één geschiedenis. Een verhaal uit persoonlijke ervaring – en toch ook weer niet. En dat verhaal wordt nu gepubliceerd. Wat in feite een soort debuut in de literaire wereld is. Een klein, bescheiden debuut, maar wel een debuut.
Ik vind het prachtig. Nu ik dit stukje zit te typen, voel ik het kriebelen in mijn buik. Het zijn lekkere kriebels, vlinderige kriebels, voldane kriebels.
Want zie je wel… Ik wilde dit zó graag.
En nu is het echt geen droom gebleken!
Theatersportweekend
Vroeger als ik weer eens idioot of druk liep te doen (of allebei tegelijk), kreeg ik vroeg of laat altijd te horen dat het genoeg was geweest en dat ik 'ook moest weten wanneer ik moest stoppen'. Een hemeltergend zinnetje, want ik wilde helemaal niet stoppen! Het was bij vlagen gewoon hoe ik was, mijn chakra, mijn 'raison d'être', en dat probeerden ze me te ontnemen.
Sinds afgelopen weekend weet ik eindelijk heel zeker dat ik niet de enige ben die af en toe gewoon even heel erg ADHD is en er een sardonisch genoegen in schept de meest bizarre fantasieën te verwoorden in liedjes, tekstjes en met gekke stemmetjes. Want afgelopen weekend heb ik mij onder gelijkgestemden begeven. 200 van die types zoals ik, en ik verzkeer je: er zijn mensen die van het idee alleen al doodmoe worden.
Het was theatersportweekend in Elst. Het thema was 'back to school', en daar hebben we ons allemaal volledig aan overgegeven. We zaten voor één weekend op het Carpe Diem College, waar we ongegeneerd konden jojo'en, bellen blazen en Kinderen voor Kinderen-liedjes zingen. In de eetzaal deden we een jamsessie met ons bestek. We volgden workshops, zongen smartlappen en hadden echt leuke gymles. En ik? Ik heb me mee laten slepen en ontzettend genoten. Genoten van alle leuke, lieve mensen om me heen, genoten van alle momenten. En nee, het is niet eens echt na te vertellen. Ik kan wel vanalles proberen uit te leggen, maar running gags zijn niet grappig als je er niet bij was. Net zomin als alle grapjes en komische uitspraken. Want, zoals Herman de Coninck ooit al zei: "De essentie van de slappe lach is dat hij niet is na te vertellen".
Dat ik vaak enorm gelachen heb is een feit. Een feit dat nu zelfs medisch onderstreept wordt, aangezien gisteren is vastgesteld dat de aanhechting van mijn buikspieren, ter hoogte van mijn ribbenboog, niet meer helemaal puik is. Trekt wel weer bij, maar het is nu vrij pijnlijk. De oorzaak van dit letsel kon ik me niet herinneren, maar de fysio deed de aannemelijke suggestie dat ik 'gewoon teveel gelachen' had.
Dus theatersport schaadt de gezondheid. Naast het buikspiereuvel was ik namelijk ook nog eens totaal afgedraaid toen ik zondagavond thuiskwam. Mijn stem deed het pas dinsdag weer een beetje. Ik had spierpijn en een paar onverklaarbare blauwe plekken. Maar dat interesseert me allemaal geen ruk, omdat ik vooral enorm loop na te genieten en overstroom van alle verhalen.
Al had het weekend toch één nadeel... Het ging voorbij.

Forens Language
Minimaal vier keer per week heen en weer reizen tussen Den Haag en Rotterdam is een interessante bezigheid. Niet alleen vanwege plotseling opdoemende vorkheftrucks, maar ook dankzij mijn medeforenzen en het treinpersoneel. Een half jaar geleden kon ik niet bevroeden dat er zoveel belachelijke dingen zouden gebeuren, en vooral gezegd zouden worden, in de trein, maar reken maar dat het zo is. Graag wil ik een aantal hoogtepunten met jullie delen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik niet alles zelf heb meegemaakt, een aantal situaties heb ik per SMS toegestuurd gekregen van mijn medeforens op het traject Assen – Groningen.
- Een conducteur roept om: “Het volgende station is Delft Zuid…. Maar hier stoppen we niet.”
- Twee meisjes en één van hen is vreemdgegaan. Meisje één: “En wat had je dan van die andere jongen?” Meisje twee: “Ja, platjes!”
- Groepje scholieren in de trein. Statement van één van hen: “Mijn opa en oma hebben echt geen seks meer hoor! Dat weet ik gewoon!”
- Vrouw in de trein: “Ik zou eigenlijk nu in Borneo zijn, want ik ga 2 juni en het is nu 3 april.” (wie snapt deze? Ik kan er echt niets zinnigs van maken…)
- Conducteur: “Hier volgt een dienstmededeling. Tsjakke.”
- In een dubbeldekker: “Als we nu naar boven gaan, kunnen we straks makkelijker naar beneden.”
- Paniekerige conducteur: “Wilt u alstublieft weer uitstappen? Wij zijn kapot!”
- We rijden station Delft-zuid binnen. Jongen pakt mobieltje en begint een uitgebreid telefoongesprek. Hoe het gaat, hoe het met die-en-die gaat, blabla. Dan ineens: “Trouwens, weet jij of ik er in Delft uit moet of in Delft-zuid?” Op dat moment reed de trein alweer verder richting Delft. We zaten in een volle trein, en iedereen gniffelde. Vooral toen hij op bedremmelde toon zei: “Oh… Maar is het erg lastig vanaf Delft?”
- Trein had al vijf minuten vertrokken moeten zijn, maar staat nog steeds stil. Dan roept de conducteur om: “We weten zelf ook niet waarom we niet vertrekken! Oh, wacht, de machinist heeft vertraging…”
- Bij de kaartcontrole laat ik mijn abonnement met pasfoto zien. Jolige, Surinaamse conducteur bestudeert het kaartje en roept vervolgens heel blij uit: “Hé! Dat ben jij!”
- Man die gefrustreerd in zijn mobieltje roept: “Ja, stomme trut, we zijn getrouwd weet je nog??”
- We staan al een kwartier stil in de middle of nowhere. De verklaring die na een tijdje wordt omgeroepen, is niet echt verhelderend: “Effe wachten nog…” En driekwart van de coupe: “Pizza….”
De lijst zal ongetwijfeld nog veel verder uitgebreid kunnen worden. Dus als ik de komende tijd nog pareltjes tegenkom, dan zal ik die zeker met jullie delen.
En als iemand nog aanvullingen heeft uit eigen ervaring, dan ben ik daar zéér in geïnteresseerd!
Zeg maar nee...
Onbewust vond ik het gisteren best een beetje spannend. Hoe zou het aflopen? Zou ik vanavond mijn bloemen in het water kunnen zetten? Zou het secreet ze afstaan aan de Italiaan, of zou de Italiaan ze van de stoep plukken? En als ze op de stoep lagen, zou dan niemand de Italiaan voor zijn in het weghalen van het boeketje?
Gisteravond om 22.15 uur stapte ik de pizzeria binnen. Er waren geen klanten meer, alleen een heleboel obers. Die allemaal bleken te weten van het bloemendebacle, want toen ik zei wat ik kwam doen was het "Si signora" niet van de lucht. Daarna verscheen een mannetje met twee bossen bloemen.
"Hè, twee bossen?" zei ik verwonderd.
"Si signora!" luidde het antwoord.
Ik vroeg 'mijn' Italiaan of hij de bloemen uiteindelijk gewoon van de slagersvrouw had gekregen, en hoe dan. "Mevrouw, ik ben een Italiaan!" antwoordde hij. In zijn ogen was dit een sluitende verklaring, ik kon er niet zo heel veel mee. Na even nadenken kwam ik tot twee mogelijke conclusies: óf hij heeft zijn maffiaconnecties in de strijd geworpen (héél Italiaans), óf hij heeft zijn charmes ingezet (ook heel Italiaans, maar in combinatie met de slagersvrouw ook weer niet zo héél waarschijnlijk).
Even later stond ik in de keuken met twee bossen bloemen. De ene bos voor mij, de andere bos voor mijn onderbuurman. Niet - zoals ik eerst even dacht - omdat hij in dezelfde trein had gezeten, maar omdat hij jarig was geweest. Mijn eigen bos zette ik in een vaas op tafel, maar toen zat ik met het boeket van de buurman. Wat moest ik daar nou weer mee? De buurman in kwestie is namelijk haast nooit thuis.
Ik peuterde het telefoonnummer van de onderbuurman los bij de huurbaas, en belde hem op om hem zijn eigen bloemen aan te bieden. Er volgde een verhelderend telefoongesprek. Hij was inmiddels verhuisd en aan het eind van de maand krijg ik een nieuw huisgenootje. En de afzender van de bloemen had in de gaten gekregen dat er iets mis was gegaan met de bezorging, en had hem om die reden een andere bos bloemen gegeven. "Dus als je het leuk vindt, mag je mijn bloemen wel houden," zei hij.
Dat vond ik attent, dus ik accepteerde het aanbod.
Waarmee Bart de Graaff weer eens gelijk krijgt. "Zeg maar nee, dan krijg je er twee."

Bloemetje van de zaak
De 'kleine attentie' van de NS liet niet lang op zich wachten. In theorie dan.
Toen ik zondagavond thuiskwam na een weekend afwezigheid, lag er een briefje op de deurmat dat ze met bloemen bij me aan de deur waren geweest, en dat ze het boeket hadden afgegeven bij de buren. In het pand naast mij is een slagerij gevestigd, en natuurlijk was daar op dat moment niemand aanwezig. Geen punt, dacht ik, want ik kon de bloemen vanmiddag wel ophalen.
Helaas, de slagerij blijkt op maandag gesloten te zijn. En de rest van de week zie ik geen kans om mijn blommetjes op te halen, omdat ik dan thuiskom als zij al gesloten zijn. Toch dacht ik nog steeds dat er geen man overboord was. Op de winkeldeur hangt namelijk een telefoonnummer dat gebeld kan worden "bij onraad". Nu is een bos bloemen natuurlijk geen onraad, maar wel voldoende aanleiding om er een telefoontje aan te wagen.
Mevrouw de slager leek in eerste instantie alleen een beetje pinnig. Keurig netjes legde ik haar uit wie ik was en waar ik voor belde. En ik vroeg haar heel beleefd hoe we er nou voor konden zorgen dat ik mijn bloemen zou krijgen. Haar antwoord liet aan duidelijkheid niets te wensen over: "Ja, dan heb je pech gehad. Ik kom nu niet daarheen." Nogmaals probeerde ik - rustig, rustig - mijn punt te maken. Mijn bloemen, geen tijd, ik wil ze graag hebben... Daarna sloeg mijn oordeel over de slager om. Ze is niet een beetje pinnig, ze is het grootste secreet dat op twee benen rondloopt. Ik kon naar m'n bloemen fluiten als ik ze zelf niet kon komen halen, het was niet haar probleem en wie ik wel dacht dat ik was. Daar had ik een iets te gevat antwoord op: "De rechtmatige eigenaar van die bos bloemen die u mij weigert te geven." Daarop verbrak zij de verbinding.
Mijn buurvrouw had in dit korte, onaangename telefoongesprek iets voor elkaar gekregen waar de rest van de wereldbevolking over het algemeen aanzienlijk meer moeite voor moet doen. Ik was razend. Furieus. Wat een takkewijf zeg! Maar heus niet dat ik haar nog eens ging bellen, die lol gunde ik haar niet. In plaats daarvan riep ik de overige middenstand in mijn straat te hulp.
Eerst ging ik naar de videotheek. De eigenaar - een kalme, leuke Hagenees - bevestigde mijn statement dat de slagersvrouw een 'klerewijf' is (ik hield me even niet in, mag ik ook eens?), was in principe bereid mijn bloemen voor me te evacueren, maar bleek ook al gesloten te zijn op het moment dat ik ze kon komen ophalen. Gelukkig bracht de Italiaan aan de overkant uitkomst, die was één en al bereidwilligheid om mijn boeketje te redden, en open tot 23 uur, en tegen die tijd ben ik ook wel thuis morgen. Want ik moet en zal die bloemen krijgen. Ik gun haar niet het pleziertje dat ze me uit kan kafferen en er nog een fraaie bos ruikers aan overhoudt ook.
Toen ik weer thuiskwam, ging mijn telefoon.
Het was de slagersmevrouw, die mij verweet dat ik haar een grote bek had gegeven en dat ze de bloemen morgen voor mijn voordeur zou leggen. Ik legde - rustig, rustig - uit wat ik zojuist had ondernomen en dat de meneer van de pizzeria mijn bloemen voor me zou komen ophalen. Maar daar wilde zij niks van weten, wat die man van de pizzeria deed moest hij weten, er werden nog wat krachttemen in de strijd geworpen en daarna verbrak zij andermaal de verbinding. En misschien was dat maar beter ook. Voor haar. Want ik stond op het punt om geheel on-Anne los te barsten in een tirade waarmee ik mijn bloemen zéker verspeeld zou hebben.
Ik wacht nu maar af wat er gaat gebeuren. Hopelijk liggen mijn bloemetjes er morgen als ik thuiskom. Misschien is de Italiaan zo goed om ze van de stoep te redden. Dat zal ik hem zodirect nog even vragen.
Een kleine attentie noemen ze dat dan.
De NS zou eens moeten weten.
Kedeng Ke-DENG
Afgelopen week had ik bedacht dat ik wel eens een keertje op vrijdag kon werken. Niet de hele dag - ik ben gekke Henkie niet -, maar een ochtendje. En dus stapte ik vanochtend vroeg in de trein om naar Rotterdam te gaan.
So far, so good. De ochtend was niet anders dan anders. Dat veranderde toen we in de buurt van Delft kwamen. Er klonk een klap, en de trein begon even heel vreemd te hobbelen. Daarna stonden we stil. Eerst sloeg niemand daar acht op. Treinen doen wel vaker dingen die je niet verwacht, en ik veronderstelde dat we wel weer door zouden rijden. Helaas. Ik had vrij uitzicht op de spoorwegovergang, en het viel me op dat de mensen die daar stonden te wachten uit hun auto's stapten en dat er mobieltjes tevoorschijn werden gehaald. Daaruit trok ik mijn conclusies: hier zat iets goed mis.
We werden een tijdje in het ongewisse gelaten over wat er gebeurd was. Toen riep een conducteur op dat we een aanrijding hadden gehad, en dat nader bericht zou volgen. Geen nieuws dus, want die conclusie had ik zelf ondertussen al getrokken. Achter mij begon een man een telefoongesprek in het Engels. Hij zei: "Somebody is causing the train a delay." Mijn cynische geest vroeg zich af: "zou het echt somebody zijn, of is het nu meer some body?"
Van een body was geen sprake, bleek later. We hadden een vorkheftruck geschept, de locomotief was ontspoord en het was totaal niet duidelijk hoe lang dit hele verhaal nog ging duren. We moesten onszelf maar even vermaken. Tot mijn grote verdriet had ik mijn boek net uitgelezen, dus ik stortte memaar op de sudoku's in de Metro. Toen ik die had ingevuld, begon ik wat te sms'en. Ondertussen natuurlijk steeds uit het raam kijkend om de vorderingen buiten de trein te volgen. Ik weet nu dat treinongelukken worden opgelost door mannen in gele hesjes die met hun handen in hun zakken naar de trein staan te kijken. Veel meer activiteit heb ik althans niet gezien.
De mobieltjes hadden ondertussen de tijd van hun leven. Overal rond me heen hoorde ik beltoontjes, en mensen die naar hun werk belden om ze daar op de hoogte te brengen van de botsing en de daarmee gepaard gaande vertraging. De humor werd er in gebracht door een man die luisterde naar de naam Frederik. Hij was zo'n enorme bal dat ik - gelukkig samen met mijn coupégenootje - spontaan in de lach schoot. Zonder te overdrijven: qua stem en intonatie kon hij met gemak wedijveren met Wouterrrr uit de LOI reclame. En ik denk dat onze Frederik het zou winnen.
Mijn coupégenootje en ik hadden inmiddels contact gemaakt. We kletsten wat, maakten wat grapjes (je kan ook gaan klagen, maar dat lost ook niks op), en bedachten manieren om het wachten wat te veraangenamen. Ik stelde voor dat we één voor één naar de intercom konden lopen om een mop te vertellen. Net als vroeger met schoolreisjes. Helaas is dit plan niet ten uitvoer gebracht.
Na twee uur stilstaan, kwam er actie in de trein. Een conducteur kwam langs om aan iedereen de adresgegevens te vragen, omdat de NS de gedupeerde reizigers een kleine attentie wil sturen. Ondertussen hoorden we via zijn portofoon dat er een andere trein onderweg was, en dat we via een loopbrug overgeheveld zouden gaan worden. Waar die andere trein vervolgens heen zou rijden was de grote vraag, maar zo hielden ze het spannend.
Even later begaf ik me over de loopbrug in de andere trein. Had ik nog nooit gedaan, dus vond ik het leuk. Even voor de goede orde: het stelt geen ruk voor, maar na 2,5 uur stilstaan in de middle of nowhere ben je snel tevreden. Eenmaal in de andere trein viel het me op dat het treinongeluk massaal werd aangegrepen als excuus voor een vrije dag, afgaand op de telefoongesprekken die om mij heen werden gevoerd.
De andere trein bracht ons terug naar Den Haag, ik ging naar huis en geniet nu van mijn gebruikelijke vrije vrijdag. Maar ik heb in elk geval weer eens wat meegemaakt. En dat is goed. Want tijdens dat 2,5 uur stilstaan zat ik me vooral één ding af te vragen. "Hoe krijg ik dit nou weer een beetje leuk op mijn weblog...?"

I can see clearly now
I can see all obstacles in my way :-)
Ik mag mijn lenzen weer in! En als alles volgens plan verloopt, krijg ik maandag nieuwe.
Dat ik van zoiets gewoons zó blij kan worden...!
Allemaal beestjes
Heerlijk hoor, dat zomerse weer. De laatste dagen ben ik vaker in Scheveningen geweest dan in alle 24 jaren hiervoor. Uit het parkje dat zich op drie keer vallen van mijn huis bevindt ben ik slechts met moeite weg te slaan. Als een oude opoe zit ik op een bankje te lezen, ondertussen genietend van de plat Haagse Komedie. Deze komedie wordt verzorgd door Bennie en Nico, die regelmatig op een ander bankje zitten en op theatrale wijze hun levens bespreken. Eén keer heeft Bennie ook tegen mij gesproken. "Meid," zei hij, "Als jij daar op het gras gaat leggen om bruin te worren, dan ben je harstikke lijp." Ik had totaal geen plannen in die richting, maar dat maakte Bennie niet uit.
Toch heeft het mooie weer ook een nadeel. Een groot nadeel zelfs. Dat nadeel wordt gevormd door rondvliegende beestjes. Alles wat groot is, luid zoemt en zou kunnen steken, laat mij a la minute in paniek schieten. Dat heb ik altijd al gehad, en ik denk niet dat ik er ooit nog vanaf zal raken. Ik ben gewoon het type dat je op een terras rond het tafeltje ziet rennen, achtervolgd door een wesp. Ik ben degene die zich opsluit op de WC, tot het moment dat ik er - met moeite - van overtuigd word dat het steekbeest in kwestie verdwenen of dood is. Ik ben de persoon die hierom al regelmatig is uitgelachen, maar hé, dit is een serieus probleem!
Kijk, vliegen en muggen kan ik wel aan. Die zijn vooral irritant. Gelukkig waarderen de meeste muggen de smaak van mijn bloed ook niet zo, waardoor ik relatief weinig last van ze heb. Zelfs spinnen treed ik onverschrokken tegemoet. Zaterdag vernam ik dat hier een genetische component in zit. Blijkbaar is spinnenangst een overerfelijke angst en in mijn familie is niemand bang voor spinnen. Hierbij wil ik wel even duidelijk maken dat ik doel op de huis-, tuin- en keukenspin. Toen ik vrijdagavond dit statement maakte, vonden twee vriendinnen van mij het namelijk nodig om gelijk Zwarte Weduwen en Tarantula's uit de kast te trekken. En ja, daar ben ik natuurlijk wél bang voor.
Mijn angst gaat ver. Ik sla naar bijen en wespen die er niet eens zíjn. Ik spring hysterisch van mijn stoel omwille van een hommel waarvan ik alleen maar de schaduw denk te zien. Als er een haar over mijn arm kriebelt dezer dagen, heb ik gelijk een schrikreactie. Maar om mezelf dan toch weer een beetje stoerheid terug te geven: als er dan écht een wesp in mijn huis zit, ben ik ook wel weer zo heldhaftig om het kreng neer te knuppelen. Ten aanzien van beestjes voer ik thuis namelijk een zero tolerance beleid.
Gelukkig weerhoudt mijn angst me er niet van om dingen te ondernemen. Vergeleken met vijftien jaar geleden, ben ik ook een stuk dapperder geworden. Het mezelf opsluiten in de WC stamt uit die tijd en .is sindsdien (in principe) niet meer voorgekomen. Maar het panische zal er nooit helemaal vanaf gaan.
Een vaste dooddoener bij angst voor beestjes is de opmerking: "Ach Anne, dat beest is banger voor jou dan jij voor hem."
Nou, dát durf ik te betwijfelen...

Doel voor ogen
De laatste weken heb ik last van 'gedoe'. Gedoe dat ik van tevoren een beetje verkeerd had ingeschat. Gedoe dat begon met een routinebezoekje aan de oogarts, maar dat zich inmiddels ontpopt heeft tot ergernis, kwelgeest en onhandige stoorzender in mijn verder zo zorgeloze leven.
Bij de routinecontrole bleek dat mijn lenzen niet meer goed waren. Mijn ogen en mijn lenzen waren dusdanig uit elkaar gegroeid (en dat kan in feite letterlijk genomen worden) dat er nog maar één oplossing mogelijk bleek: nieuwe lenzen. Goed, prima, doen we, dacht ik. Kan nooit moeilijk zijn, dacht ik ook. En dat blijkt nu een behoorlijke inschattingsfout mijnerzijds te zijn.
Vol goede moed ging ik naar de contactlensmeet-meneer. Maar hij gaf zijn pogingen al vrij snel op. "Zo kan ik niet meten. Je ogen hebben zich helemaal naar die lenzen gezet en dan krijg ik dus een onjuist resultaat. Je kan het vergelijken met schoenen kopen terwijl je voet drie keer zo dik is als normaal. Dan heb je ook binnen de korste keren niets meer aan die schoenen."
De oplossing: een week geen lenzen dragen - of in elk geval zo min mogelijk - en dan weer terugkomen voor de herkansing. Goed, doen we, dacht ik. En ik deed het dus ook, met als enige blooper dat ik een SMS'je dat bestemd was voor een vriendin naar mijn lieve fysiotherapeut stuurde. Gelukkig konden we daar alledrie wel om lachen. Verder sloeg ik me monter en zonder noemenswaardige afgangen door mijn lensloze dagen heen.
Vanavond moest ik weer terug. Opnieuw vol goede moed, en gezien het feit dat ik me met mijn bril moest redden een gevaar voor mezelf én mijn medeweggebruikers. Maar dat laatste mocht de pret niet drukken, ik heb elf jaar lang door het verkeer gecrosst met mijn brilletje en dat is maar één keer verkeerd afgelopen. En dat was niet eens mijn schuld. Daarbij: je moet van tijd tot tijd toch ook een beetje risico durven nemen.
De contactlensmeet-meneer ging weer aan de slag. Hij begon met een eng apparaat een hoornvliesmeting te verrichten, deze verwerkte hij onder het mompelen van woordjes als: "interessant..." "Moeilijk...." en "Tja...". Daarna draaide hij zich weer naar me toe. Hij zette een schijnwerper op mijn ogen, maar gaf er daarna opnieuw de brui aan. "Het lukt nog steeds niet. Je zal nog een weekje zonder lenzen moeten. De keuze is aan jou natuurlijk, maar zo'n situatie als deze zie ik hooguit twee keer per jaar. Als je het zo laat, krijg je straks een vreselijke oogontsteking."
Die oogontsteking was vorige week al in the pocket, maar de goede man bezwoer mij dat dat een lachertje was in vergelijking met wat mij te wachten stond als ik nu niks zou doen. Dat was een doorslaggevend argument, en ik berustte in mijn lot. Nog een week zonder lenzen. Doen we, dacht ik maar weer. Maar eerlijk is eerlijk: het huilen stond me op dat moment nader dan het lachen. Ik heb niet echt gehuild, maar de tranen zaten er wel.
Het is geen drama, ik kom er heus wel weer overheen. En als íéts voor mijn eigen bestwil is, dan is het dit wel. Mijn ogen zijn al kwetsbaar, en ik ga het experiment hoever ik ermee kan gaan dan ook liever uit de weg. Maar mijn bril is stom, ik vind mezelf stom met mijn bril, en ik weet best dat juist dát ook stom is. En naast stom is het onhandig, en 'gedoe', zoals gezegd.
Maar ook dit gedoe gaat voorbij. Straks denk ik hier niet eens meer aan. En ik zal het allemaal gewoon wel zien.
Als ik nu tenminste een weekje mijn lenzen niet draag.

Tango in Den Haag
Mijn eerste koninginnenach viel op dramatische wijze in het water. Hoe dramatisch? Wel, ik had oogontsteking. Dus ik zat op de bank met een bloeddoorlopen oog heel zielig te zijn, en gigantisch te balen dat mijn koninginnenach-afspraak niet door kon gaan. Maar ja, niks aan te doen.
Gelukkig was mijn oog me vandaag beter gezind. Na het toedienen van ongeveer een liter oogdruppels kon ik vandaag weer fatsoenlijk uit mijn doppen kijken, en dat ging ik vieren in de Haagse binnenstad. De wijze waarop ik het zou gaan vieren, werd pas op het laatste moment duidelijk.
Bij het verlaten van het Plein kwamen we langs een paar Zuid-Amerikaanse types die stonden te flyeren. De flyers hadden betrekking op proeflessen Argentijnse tango. En toevallig staat bij de vele dingen die ik 'ooit' nog wil leren ook tango dansen, zodat ik hier ogenblikkelijk oren naar had. Dus gingen we het pand binnen, beklommen een trap en kwamen in een danszaaltje. Het was er erg rustig, maar al spoedig kwamen er meer mensen, zodat we even later met een redelijke groep aan onze proefles konden beginnen. Ieder kreeg een danspartner toegewezen, en daar gingen we.
Tango is een dans waarbij je veel moet lopen. Het is de bedoeling dat je wel een beetje gracieus loopt. Mijn danspartner had dit niet helemaal begrepen. Zoals ik naderhand tegen mijn gezelschap zei: "Het was een beetje of ik met Bonfire de tango moest dansen". Hij liep alsof hij steeds over een horde moest stappen. Dat zag er vreemd uit. Zelf probeerde ik zo elegant mogelijk achteruit te lopen, maar met zo'n dressuurpaard aan je armen is het effect al gauw ver te zoeken. Maar goed, we deden allebei ons best. En ik vond het leuk. Heel leuk.
Na de proefles mochten we informatiemateriaal meenemen. Hier heb ik gretig gebruik van gemaakt, want één keer de tango dansen smaakte voor mij meteen naar meer. Toen we na afloop weer buiten kwamen, stonden de Zuid-Amerikaanse types daar nog. Eén van de heren kwam naar ons toe. "Zo, nu beheersen jullie de Argentijnse tango," zei hij. "Dus we gaan dansen." Ik wilde wel. En zo kon het gebeuren dat ik midden in Den Haag in de armen van een zwoele Argentijn ineens de tango stond te dansen. Het voelde goed, een beetje sexy, en heel mooi.
Maandag is er een proefles van een uur. Daar ga ik zeker aan deelnemen.
Anne goes tango. Maar hopelijk spreidt mijn volgende danspartner wat meer "joie de vivre" tentoon.
'Cause it takes two to tango.

<- Last Page :: Next Page ->
|