Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Write it all Away

Description

Mijn persoonlijke website over alle dagelijkse dingen, mijn leven, mijn zorgen en mijn geluk.


«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

My Links

* Home
* My Profile
* Weblog Archives
* Friends

In het donker

Er wonen 2 motten
in m’n ouwe jas
En die 2 motten
die wonen d’er pas
Je raakt gewoonweg van je stuk
als je het ziet dat pril geluk
hij vreet m’n hele jas kapot
alleen voor haar, die dot van een mot.
Ik noem haar Charlotte
en hem noem ik Bas
Die dotten van motten
in m’n ouwe jas.


Doris. Daar is het bovenstaande liedje van. Dit liedje en de eeuwig durende versie van Poessie Mauw hoor ik de hele dag zachtjes in mijn achterhoofd en het bijbehorende gevoel komt uit het niets naar boven. Tom Manders heeft het lied “er wonen twee motten” ergens tussen 1957 en 1962, ver voor mijn bestaan, geschreven en uitgevoerd met Cor Steyn (bron: Wikipedia)
Tom Manders overleed in 1972, een jaar voor mijn geboorte, maar speelt blijkbaar een belangrijke rol in mijn jonge jeugd.

Ik was, denk ik, een jaar of 4 of 5 of iets ouder, dat weet ik dan niet meer, maar ik ben bij opa en oma. Ik zit aan de eetkamertafel en kleur of ik speel op de grond voor de gashaard met mijn poppen. Samen met oma zing ik luidkeels mee met Doris, keer op keer op keer op keer. Deze herinnering en vele vele anderen zijn me dierbaar. Daar bij opa en oma voel ik me fijn. Daar bij opa en oma mag en kan ik mezelf zijn. Daar bij opa en oma mag ik gewoon kind zijn.
Mijn opa en oma leven nog beide en zijn respectievelijk 92 en 83 jaar oud en ik voel me nog altijd kind als ik bij ze ben. Ze zijn me vreselijk dierbaar.
Maar waar komt dat gevoel ineens vandaan? Het antwoord zal gerust voor de hand liggen. Het gevoel van veiligheid, erkenning en mezelf zijn. Is dat het? Is dat waar ik naar op zoek ben? Ik weet het niet. Nog niet.

Wat ik wel weet is dat ik nu, hier in het heden, niet meer kan. Ik ben op, moe, doodmoe.

Ik zit al een poosje in de knoop, niet lekker in mijn vel. Ik ben onrustig, snel geïrriteerd, geniet niet meer van de “kleine” dingen en ook niet van de grote. Ik voel niks, geen affectie, geen liefde, geen genegenheid, heb geen behoefte aan intimiteit, aanraking, medeleven of begrip. Ik ben boos, woest, onrustig en agressief. Ik heb geen zin meer in de verantwoordelijkheden die mijn dagelijks bestaan met zich mee brengen. Ik heb geen zin meer om de was te doen, ik heb geen zin meer om te koken, ik heb geen zin meer om op te voeden en te zorgen. Ik heb geen zin meer om te werken.
Ik heb helemaal nergens meer zin in.

Mijn hoofd zoekt een uitweg, mijn lichaam protesteert hevig, heel mijn ziel en zaligheid wil dat masker afrukken, maar hij laat niet los.
Wat kan ik doen? Hoe kom ik hieruit? Hoe krijg ik het stil in mijn hoofd?

Het is maandagochtend 14 november. De wekker gaat en ik weet dat er een nieuwe week begint. Mijn lijf spant zich aan, mijn knieën knikken en mijn maag keert om. Ik kleed me aan en poets mijn tanden, ik doe een plas en dan geef ik over. Er komt niets uit behalve gal en slijm. Maar het kokhalzen komt diep uit mijn tenen en ik kan het niet tegenhouden. Ik kijk in de spiegel en poets opnieuw mijn tanden. Ik zie bleek en mijn gezicht tekent zich oud en verlopen. Ik maak me een beetje op en doe mijn haar. God, wat lijk ik op mijn moeder. Ik wordt er verdrietig van en haat mezelf en klik het licht uit. Ik kan niet naar mezelf kijken.

Ik breng Massimo weg en ga onderweg naar mijn werk. Ik zit alleen in de auto en rij op de snelweg op de automatische piloot. Ik rook een sigaret en de kou houd me enigszins wakker. Ik zie de vangrail voorbij zoeven en ik kan mijn blik er niet vanaf houden. De laatste tijd word mijn blik wel vaker naar die vangrail toegetrokken. Ik rij 120 km per uur op de rechter rijbaan. Het is redelijk rustig. Als ik nu een ruk aan mijn stuur geef klap ik op de vangrail. Dan is het stil, dan hoef ik niets meer. Ik wil niet dood, alleen maar hard genoeg tegen die vangrail klappen om voor lange tijd in het ziekenhuis terecht te komen. Dan heb een verdomd goede reden om niets meer te hoeven, zo kan ik onder mijn verantwoordelijkheden vandaan komen.
Maar het kan fout gaan en ik besef dat ik bereid ben om dat risico te nemen.

Toch doe ik het niet en rij netjes naar mijn werk. Daar zet ik mijn masker op en begin de dag.

In de pauze staan we buiten en een collega vraagt me of ik in januari terug wil naar mijn eigen afdeling (ik zit tijdelijk op een andere afdeling) en dan gebeurt er iets met me. De tranen biggelen over mijn wangen en antwoord met een gesmoorde stem dat ik niet weet wat ik wil, op het werk niet, met mijn leven niet. Ik wil niets meer………..

En dan ben ik thuis en kan alleen nog maar huilen. Wat voel ik me ellendig. Wim komt naar huis en schrikt. Hij weet ook niet wat hij met me aan moet. Ik kan alleen maar sorry zeggen en aangeven dat ik hem en iedereen vreselijk voor de gek heb gehouden. Ik heb op de toppen van mijn tenen gelopen en ben maar door gegaan. Door tot ik niet meer kon. Ik besef dat ik mezelf het meest voor de gek heb gehouden.
Dinsdag bel ik de psycholoog. Ik ben in paniek en stort al mijn ellende er in een keer uit. Of ik zo snel mogelijk langs wil komen en dus zit ik nog voor de middag bij haar. Wim is mee. De psycholoog spreekt het onvermijdelijke hardop uit. Ik ben overspannen. Ik heb een dikke vette burn-out.


Al enige tijd heb ik last van paniek- en angstaanvallen. Een simpele boodschap in de supermarkt kost me bergen energie. Het zweet breekt me uit en ik heb geen idee meer wat ik in de winkel doe. Mijn keel wordt dicht geknepen en de tranen branden achter mijn ogen. Die aanvallen komen te pas en te onpas voorbij en ik kan ze moeilijk onderdrukken. In de auto zijn ze doodeng, omdat ik door mijn waas van tranen niks meer zie en alles op me af lijkt te komen. Zelfs thuis ben ik pas geleden in paniek geraakt en Wim wist niet wat hem overkwam. Ik heb geen geduld meer met de kinderen, snauw ze af, schreeuw op de toppen van mijn longen tegen ze en hoor niets meer van wat ze me vertellen. Mijn libido staat op standje vriespunt en ik ontwijk iedere vorm van intimiteit. Ik onthoud niks meer en als ik mijn afspraken niet opschrijf vergeet ik ze allemaal. Mijn huishouden is een chaos, net als mijn hoofd. Ik heb geen oog en oor meer voor de mensen om me heen en hun problemen en goede berichten. Ik duw iedereen om me heen van me weg. Ik vermijd zoveel als mogelijk, verjaardagen, feestjes, sociale “verplichtingen” , schoolpleinen en sportclubjes.
Alles is me teveel, iedereen is me teveel. Ik voel me waardeloos, dik, oud en lelijk.

Dit alles komt natuurlijk niet uit het niets. Hier is veel, heel erg veel, aan vooraf gegaan. Te beginnen in mijn jeugd wat als een rode irritante draad door mijn leven blijft lopen.
Aan het eind van vorig jaar, na het ontslag van Wim, ben ik me voor het eerst “bewust” gaan worden dat ik wankel. Ik stond niet meer stabiel op mijn benen. Ik was van streek, maar wuifde het weg. Wie zou er niet van streek zijn als het fundament onder je gezin vandaan geschopt wordt. In mei kreeg ik de schrik van mijn leven toen een zes jarig jongetje uit het niets de weg overstak en met een enorme dreun op mijn motorkap klapte. Het jongetje had niks, maar ik kreeg een enorme douw. Het leek alsof ik uit mezelf werd gerukt en vanaf dat moment keek ik naar mezelf vanaf een afstand.
Diep van binnen heb ik een pot, een mooie aardewerk pot met een deksel. In die pot bewaar ik mijn gevoelens, mijn geheimen, mijn zorgen, mijn verdrietjes, mijn ellende. Door de klap van de aanrijding is die pot gebroken en stroomde alles eruit. Opnieuw stapte ik er overheen. Ik deed een poging om de pot te lijmen, maar de lijm was niet sterk genoeg. Gevoelens, herinneringen en ellende bleef er maar uit stromen. Ik zoek hulp bij de huisarts en word doorverwezen naar de psycholoog. In september start ik met de behandeling, EMDR therapie. In juli wordt er ingebroken en wordt ik op mijn knieën gedwongen en lukt het me niet meer om op te staan. Ik zet mijn gevoel dit keer niet meer aan de kant, maar schakel het gewoon uit. Die ochtend zie ik mijn man, mijn eeuwige rots in de branding, volledig in paniek raken en mijn verstand gaat op nul.

Het afgelopen jaar was dus op z’n zachts gezegd niet een geweldig jaar. Dit jaar heeft de emmer doen overlopen. Want zoals ik al zei komt die bak ellende die ik nu door mijn strot geduwd krijg niet zomaar uit de lucht vallen. Mijn trouwe blog lezers kunnen zich vast mijn “encounter” met Derek Ogilvie nog wel herinneren. Op 7 december 2009 schreef ik een blog over deze bijzondere ontmoeting en toen al was duidelijk dat ik iets met mezelf moest doen. Ik heb het notabene beloofd! Aan mezelf en de mijne. Maar ik heb er niks mee gedaan. Ik heb het weggestopt in die pot, veilig en wel met het deksel er stevig op. Soms is weglopen tenslotte veel gemakkelijker.

Een stukje uit de bewuste blog:

God, i am so angry! zegt Derek en begint akelig woest voor het podium heen en weer te rennen. You were so brave when you where a young girl, geef dit "meisje" ( hij zegt meisje tegen me) een groot applaus. Derek begreep heel goed dat ik niet al teveel op details uit mijn jeugd in wil gaan, dat kreeg hij door van mijn schoonvader. Altijd al een man van weinig woorden, maar veel daden geweest. Maar Derek kon me vertellen dat de nachten vaak een hel zijn voor mij - yep, it's true - En ik hoef nu niet meer dapper te zijn, en perfectionistisch. Ik hoef me niet meer groot te houden, want ik heb allang bewezen dat ik me wel red. Het is nu gewoon de hoogste tijd dat ik hulp ga zoeken. Doe het nu maar, zegt Derek, want je hebt het nodig. Doe je het niet, dan blijf je tegen die muur aanlopen!

Ook heeft hij gezegd dat ik moest doen wat ik al zolang wilde doen. Hij bedoelde daarmee dat ik dat boek moest schrijven. Schrijf het van je af, want dat kan jij. En ik ben daar ook aan begonnen. Althans, ik ben op onderzoek uit gegaan en heb flarden hier en daar opgeschreven. Ook daarvan zijn een aantal terug te lezen in mijn blogs. Maar ik kreeg een “writers block” en er kwam niks meer op papier. Hoe kan dat? Al jaren schrijf ik alles van me af en op het moment dat ik het het meest nodig heb lukt het me niet meer. Kan ik het niet? Kan ik de waarheid niet aan? Kan ik het niet aan om alles opnieuw te doorstaan? Of wil ik het niet? Wil ik “men” niet vermoeien met mijn ellende? Ik wil geen medelijden, dat weet ik dan weer wel. Gek genoeg heb ik altijd gezegd dat ik geen slechte jeugd heb gehad wat voor mij ook echt zo voelt. Oke, ik heb ook geen doorsnee jeugd gehad en het was op z’n minst niet altijd even gemakkelijk, maar ik ben er toch nog! Ik leef en ik heb veel bereikt. Ik heb een fantastisch gezin, een lieve man, een vaste baan en een stabiel dak boven mijn hoofd. En toch voel ik me nu zo vreselijk ongelukkig. Al jaren voel ik me ondanks de vele lieve mensen om me heen vreselijk eenzaam. Waarom? Wat heeft een mens nodig om gelukkig te zijn? Waarom kan ik nou nooit eens tevreden zijn met wat ik heb? Waarom, in Godsnaam waarom maak ik het mezelf zo moeilijk?

Zoveel vragen en zoveel meer antwoorden die er nooit zullen komen. Maar de allergrootste vraag op dit moment:

WIE BEN IK?

Wat ben ik en wat kan ik nou eigenlijk? Waar ben ik goed in of minder goed? Lijk ik op mijn vader of juist op mijn moeder? Wat wil ik bereiken?
Waar ben ik mezelf kwijtgeraakt? En waar begin ik met zoeken?

Het leven gaat door, dag in dag uit. Ik schreeuw om hulp, maar ik ben bang dat het nog niet genoeg is. Ik ben vreselijk bang om alles te verliezen wat me lief is. Ik kots van het feit dat ik mezelf de hele dag hoor zeggen dat het allemaal wel goed komt. Uiteindelijk zal het vast wel een keer goed komen, maar nu even niet. Nu moet ik proberen los te laten, rust te nemen, uit te huilen. En dan kan ik hopelijk snel de draad weer oppakken of beter nog, een nieuw leven beginnen. Mijn leven! Samen met mijn allerliefste, mijn gezin.


Lieve, allerliefste Wim, Nikay, Gino en Massimo,

Een woord speciaal aan jullie gericht. Omdat ik wil zeggen dat het me spijt. Het spijt me dat ik er niet kan zijn voor jullie en dat ik jullie hier doorheen trek. Het spijt me dat ik niet mezelf ben, wie dat dan ook is. Het spijt me dat ik zo ver weg van jullie ben.
Ik wil jullie laten weten dat ik meer dan ooit dankbaar ben dat jullie zoveel van mij houden, onvoorwaardelijk en met zoveel geduld. Aan jullie, en alleen aan jullie wil ik zeggen dat het goed komt. Dat ik zo graag wil dat het goed komt en dat ik jullie daar heel erg hard bij nodig heb. Ik kan het niet helemaal alleen, al weet ik dat het voor het grootste gedeelte moet.
Lieve wim, pak je mijn hand en leid je me de weg? De weg uit deze donkere tunnel, want ik zie het licht even niet.

Ik hou van jullie met heel mijn hart……..


Tot slot kan de aard van het beestje het niet laten haar excuses te maken voor deze dramatische blog. Maar ook jullie heb ik nodig. Ik heb het nodig dit te delen om verder te kunnen.

Dankjulliewel voor jullie luisterend oog.

 


Posted: 16:56, 24/11/2011 in Burn-Out
Comments (0) | Add Comment | Link

Hosting door HQ ICT Systeembeheer