Hieronder volgen de belangrijkste punten uit de verpleegkundige theorie van Van Den Brink-Tjebbes:
· Het is een verplegingswetenschappelijke optiek.
· Het is humanistisch voor de ander.
· Er wordt veel waarde gehecht aan het gedachtegoed van de Joodse traditie.
· Het beeld van de mens, de hoofdlijnen die in abstracte formuleringen de contouren vormen van het menselijk bestaan.
· Verpleegkundigen moeten bewust worden van de manier waarop ze zelf naar de andere mens kijken.
· Bewustzijn over dit beeld schept helderheid over de grondslag van het handelen.
· Een individu moet de andere mens als belangrijker beschouwen dan zichzelf, zo leert de mens zich belangeloos voor een ander in te zetten en leert zichzelf en zijn eigen zwakheden kennen.
· Als verpleegkundige heb je de plicht ten alle tijden vragen te beantwoorden, je bent verantwoordelijk voor de ander.
· Activiteiten moeten worden uitgevoerd voor zichzelf in relatie tot de ander.
· Er wordt gewerkt met bestaanszorg wat inhoud: het geheel van zorgvuldig en aandachtig handelen van de mens.
· Specifiek gericht op het ondersteunen van de mens in zijn bestaanszorg op de manier die hij nodig heeft en vanuit huis gewend is.
· De eigenheid van de cliënt moet zoveel mogelijk intact blijven.
· Cliënt en verpleegkundige zijn altijd op elkaar aangewezen en beide verantwoordelijk voor de verplegingsrelatie.
· Verpleegkundige blijft echter wel kritisch bij het toepassen van regels van de beroepsuitoefening.
· Er wordt van de cliënt een profiel gemaakt met daarin zijn verpleegaandachtspunten, verpleegrichtlijnen en het menselijk functioneren van de cliënt.
· Alles wordt vastgelegd in een verpleegkundige rapportage.
· Uiteindelijk worden die punten gebruikt bij het verplegen van de cliënt en wordt er gewerkt aan stabilisatie en evaluatie van de verplegingssituatie.
|