Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Fate Rules All

Description

Dit is mijn verhaal genaamd Fate Rules All


«  November 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930 

My Links

* Home
* My Profile
* Weblog Archives
* Friends

Fate Rules All

The end of the doom will be near with the return of the Silver Ring. First is will be worse than ever, but after, the crownless again shall be king HOOFDSTUK 1 Relix Dat beeld zou hem voor altijd achtervolgen. Zelfs nu zag hij het voor zijn ogen keer op keer gebeuren. Zijn vader, de grootste wolf van de hele roedel op hemzelf na, die viel voor de kleinere, maar nog steeds enorm grote, donkerbruine wolf. Zijn vader, de sterkste en machtigste wolf die het Oerras van de wolven in eeuwen gekend had. Zijn vader, al jaren de leider van de grote roedel. Zijn vader die sterker was dan welke Oerwolf dan ook. Zijn vader, als een god in zijn leven. Zijn vader die viel voor de klauwen en tanden van de donkerbruine Oerwolf. Rufux had zijn vader voor een gevecht uitgedaagd. Iedereen wist dat Rufux een heel goed vechter was. Maar ook iedereen wist dat de leider van de Oerwolven sterker was. Waarom dan? Waarom? Maalde het door zijn hoofd heen. Waarom moest hij dan vallen? Hij keek naar het lijk van zijn vader. Hij wist dat hun roedel nu niet de leidende roedel zou blijven. Ze zouden ondergeschikt worden aan andere roedels Oerwolven, en in de bijeenkomsten, die eens in de zeven jaar plaatsnamen, zou een andere wolf dan zijn vader de leider zijn van het ras van de Oerwolf. Rufux jankte met zijn kop in de nek, en elke wolf om hem heen werd stil. ‘Vandaag is een groot leider gevallen!’ verkondigde hij. ‘Maar er is een ander groot leider voor in de plaats gekomen!’ Er klonk opgewonden gegrom uit de hoek waar Rufux’ vrienden stonden. ‘Er veranderen een paar dingen. Quil is te oud om Tweede Wolf te zijn. Hij word vervangen door Shex’ Oude Quil, de oudste wolf van de roedel, en ook de meest wijze, was tot dan toe de Tweede Wolf van de roedel geweest. Hij gaf advies aan de leiders, de Alfawolf en eventueel de Eerste wolf, zijn vrouw, en verdiende zijn vlees met adviezen. Nu zou oude Quil doodgaan van de honger, aangezien hij te oud was om met jagen zijn deel op te eisen, en hij ook geen leermeester was. Shex, de grijze wolf die op Rufux na de grootste was, stapte de cirkel binnen. Rufux was nu de grootste wolf van de roedel, nu Relix’ vader er niet meer was. Op Relix zelf na. Relix was net zo groot, net zo snel en net zo sterk als zijn vader. Alleen was hij minder goedgelovig en altijd tot het uiterste alert. Daarom won hij altijd van zijn vader als ze oefenden met vechten. Toen deed Rufux een mededeling die Relix zijn zelfbeheersing te boven ging. ‘Ylissa is nu vaderloos en moederloos. Niemand kan voor haar zorgen, en ze is te jong om te jagen. Daarom word zij hiermee uit de roedel gezet’ Relix gromde en sprong tussen de wolven door de cirkel in. ‘Ik zorg voor haar’ zei hij. Ylissa kwam naast hem staan. Ze was een wat kleinere, tengere lichtgrijze wolf, die het op haar snelheid moest hebben. Later zou ze beslist een mooie wolvin worden. ‘Nee Relix. Jij zorgt niet voor haar. Ze word uit de roedel gezet. Punt’ Hij keek de witte, enorme wolf uitdagend aan. ‘Of wou je tegen mijn woord ingaan?’ Relix ontblootte zijn tanden en gromde. Hij stond klaar om Rufux aan te vallen en hem met huid en haar te verscheuren, maar werd tegengehouden door Ylissa. ‘Nee, Relix. Doe niet. Alsjeblieft, ze zullen je doden’ zei ze zachtjes. Hij gromde nog een keer richting Rufux, en duwde toen zijn kop tegen de hare. ‘Dank je, Yliss’ zei hij zachtjes. ‘Maar jij overleeft het niet in het wild’ Ze sloeg haar ogen neer, maar hield contact met hem. ‘Ik weet het’ klonk het heel zachtjes. Toen verbrak Relix het contact. ‘Laat Ylissa blijven’ het was een commando, en hij zag Rufux ineenkrimpen toen de woorden, uitgesproken door de zoon van een echte leider hem troffen. Zijn woord was nog altijd machtiger dan dat van Rufux, al had hij eerlijk gevochten en gewonnen. Hij had zuiver alfabloed in zijn aderen stromen. ‘Nee’ was nog steeds het antwoord. ‘En als je me nog een keer tegenspreekt, word je uit de roedel verbannen’ Relix gromde zachtjes, maar hij kon Ylissa toch niet aan haar lot overlaten? Toen hoorde hij gehuil, en hij wist van wie het kwam. Zijn beste vriend, Lori. Lori was al een tijdlang verliefd op Ylissa, maar ze was te jong om samen met hem te gaan wonen, vond Lori, al mocht het wel volgens de roedelwetten. Lori, een grote, donkergrijze wolf, stapte de cirkel in en zakte door zijn voorpoten voor Rufux. Die tikte hem aan met zijn snuit en liet hem weten dat hij kon praten. ‘Ik vraag u nederig om de wolvin genaamd Ylissa niet uit de roedel te zetten, en ik vraag u, de alfa, nederig om met haar samen te wonen en voor haar zorgen als een wolf voor zijn wolvin zorgt’ Rufux leek geschokt, maar Lori was de zoon van een belangrijk wolf, dus zei hij: ‘Mijn toestemming heb je, als Ylissa het ook goed vind’ Lori krabbelde op en liep naar Ylissa toe. ‘Ylissa, deze wolf vraagt jou of je de rest van jouw leven met deze wolf wilt delen’ zei hij. Ylissa boog haar kop en raakte de grond aan. ‘Ja, ja dat wil ik’ zei ze zachtjes. De Belofte was afgelegd, en Ylissa mocht blijven. Er ontstond rumoer in de roedel om de cirkel heen. Vervolgens richtte Rufux zich op Relix. ‘Jij gaat’ zei hij, en de roedel was plotseling erg stil. ‘Je hebt het recht niet’ zei Relix koel. ‘Dat heb ik wel, Relix. Jij hebt je al veel te veel verzet tegen mij. Dus hierbij zeg ik verbanning!’ Ylissa gooide haar kop in de nek en huilde van verdriet. Een paar goede vrienden van Relix volgden haar voorbeeld. Relix wist dat hij tegen de hele roedel niks kon opbrengen, en hij wilde Ylissa niet verder in gevaar brengen. Hij keek Lori aan. ‘Zeg Sterre vaarwel voor me’ zei hij alleen maar, en hij draaide zich om naar Ylissa. ‘Zusje, het ga je goed’ zei hij, en hij likte haar over haar neus als afscheid. Ze likte hem terug en hij zag een grote wolventraan in haar oog. ‘Niet huilen, Yliss. Ik kom terug, dat beloof ik je. Ooit’ Hij draaide zich weer om, dit keer richting de buitenkant van het roedel. Langzaam liep hij weg. Niet omkijken. Gun ze die eer niet. Niet omkijken dreunde het door zijn hoofd. ‘En je blijft weg, witte!’ riep Rufux nog achter hem aan. Hij kon een zachte grom niet onderdrukken. Rufux, je kan nu wel een grote mond hebben,dacht hij, maar toen mijn vader nog leefde was dat heel anders. Hij slenterde verder en deed zijn best niet eens om snel weg te komen. Ineens hoorde hij het geluid van poten die op de pas ontdooide lentegrond neerkwamen. Ze kwamen achter hem aan, en hij kon wel raden wie dat waren. Rufux, zijn beste vriend en zijn wolvin. Ineens voelde hij een scherpe pijn in zijn rechterflank, en hij wist dat het Rufux’ tanden waren die erin zonken. Hij gromde en draaide zich vliegensvlug om. Hij zag nog net de donkerbruine vacht wegspringen onder zijn tanden vandaan .Hij sprong weer naar hem toe en belandde half op zijn rug. Hij beet hem in zijn oor, maar Rufux schudde hem af. Terwijl hij overeind krabbelde, voelde hij een scherpe pijn in zijn oor, en hij viel terug op de grond terwijl een zacht gejank aan zijn keel ontsnapte. Hij zag op de grond een klein, wit stukje vel liggen en zijn zicht werd troebel door zijn eigen bloed dat uit een gat in zijn kop stroomde. Mijn oor ging het door hem heen. Hij heeft een hap uit mijn oor genomen. Hij was meer verbaasd en ontsteld dan woedend. Toen draaide hij zich ineens om en zag de lichtbruine wolvin Aïsa staan, de wolvin van Rufux. Over haar rug liep een donkere streep, en haar poten waren ook iets donkerder. Op haar snuit zaten zwarte haren, net als in haar staart. Hij grauwde en wild van de pijn sprong hij op haar rug, zich vastklauwend met zijn nagels. De pijn maakte hem sterker, hoewel hij sterker is dan iedereen uit de roedel, en zeker de tengere Aïsa. Mijn vader was ook sterker dan Rufux dacht hij. Hij schudde heel licht zijn kop om die gedachte uit te bannen. Nu niet denken maar doen! Hij klauwde zich beter vast in haar vacht en hij beet in haar nek. Het beeld van Rufux die zo op zijn vader zat, sprong voor zijn geestenoog. Hij stopte het weg om er later over te denken en handelde instinctief, handelde zoals Rufux. Hij beet zo hard hij kon totdat hij een zacht, bevredigend gekraak hoorde, dat aangaf dat hij Aïsa haar nek had gebroken. Hij glipte van haar rug af en gaf, met haar nek nog steeds in zijn bek, een paar flinke rukken, totdat Aïsa levenloos op de grond klapte. Hij gromde zacht tussen zijn tanden en hij viel uit naar de grijze wolf. Die sprong niet op tijd weg en Relix bezorgde hem een flinke haal over zijn oog. Een wond die zeker een litteken op zou leveren. Toen draaide hij zich om en zocht naar Rufux. Die stond naast het lichaam van Aïsa en smeekte haar om op te staan. Toen hij Relix hoorde naderen en hij besefte dat ze dood was, trok hij zich terug, staart tussen de poten, met de grijze wolf op zijn hielen. Hij gromde ze nog na, maar hij bleef staan. Hij besefte waarschijnlijk zelf niet eens hoe angstaanjagend hij eruitzag. Een witte, enorme wolf en aan de rechterkant maar een half oor en daardoor de hele kop besmeurd met bloed. Een dodelijke blik in de ogen en een nieuw hart. Een ijzeren hart, met rafelige randen. Het soort hart dat snel leert, het soort hart dat wilt overleven en tot het uiterste gaat om daarin te slagen. Het hart van een moordenaar. Hij draaide zich om en liep langzaam weg bij de roedel, richting het einde van het Elfenwoud, waar een rivier liep. Daar zou hij zich wassen en bedenken waar hij heen zou gaan. Als hij de weg die hij zou tegenkomen volgde, zou hij door het Donkere Woud moeten gaan, vervolgens de Steppe over. Dan langs het Drakenmeer, daarna de bergen over en vervolgens over een groot gebied waarvan hij niet wist wat het was. Dan pas zou hij zijn bestemming bereikt hebben. De Nimfenrivier die door het Poortdal liep. Maar dat hij deze bijna onmogelijke route, die nog nooit door wie dan ook was gemaakt behalve de nimf Daphne, zou nemen, wist hij nog niet, en dus wenste hij nog niet dat hij omgekomen was in het gevecht met Rufux. Terwijl hij liep, dacht hij aan zijn nieuwe hart. Ik ben blij dat het er zit, anders was ik vandaag al gestorven dacht hij. Hij legde zijn kop in zijn nek en hij huilde naar de sneeuwwitte maansikkel die hij net tussen de nog kale takken van de bomen door kon zien. En ergens hoog bovenin de hemel keek iemand van wie het bestaan bij Relix onbekend was, toe.

Posted: 09:54, 24/11/2012
Add Comment

Hosting door HQ ICT Systeembeheer