Nederlanders zijn zeer kritisch over de band tussen ons land en de Nederlandse Antillen. Bijna de helft (49 procent) wil de band met de overzeese gebiedsdelen helemaal doorsnijden. Een ruime meerderheid (60 procent) wil dat als de Antillen per se bij Nederland willen blijven horen, ons land de eis stelt dat de eilanden onder direct Nederlands bestuur komen te staan. Dat blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van DAG werd uitgevoerd door Maurice de Hond.
Daar komt verder uit naar voren dat 39 procent van de bijna 1500 ondervraagden de relatie met de Antillen als negatief of zelfs zeer negatief ervaart. Slechts 18 procent zegt daar positief of zeer positief over te zijn.
Momenteel bezoekt een delegatie van Nederlandse parlementariërs de Antillen om te praten over de toekomst van het Koninkrijk. Zoals het ernu naar uitziet, worden de kleine eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius in de toekomst een soort gemeenten onder Nederlands bestuur. Curaçao en Sint Maarten gaan een nieuw land vormen, een status die Aruba al heeft. Die eilanden mogen dan eigen wetgeving maken, behalve op het gebied van defensie en buitenlandse zaken – deze worden binnen het koninkrijk geregeld.
De gesprekken tussen de partijen verlopen tot nu toe uiterst moeizaam. Antilliaanse politici boycotten het overleg omdat Tweede Kamerlid Hero Brinkman (Partij voor de Vrijheid) de Antillen aan de vooravond van het overleg een ‘corrupt boevennest’ noemde, dat het beste maar via Marktplaats kon worden verkocht. Brinkmans achterban steunt hem: van de ondervraagde PVV-stemmers wil maar liefst 78 procent van de Antillen af.
De achterban van de grote regeringspartijen staat daar lijnrecht tegenover. Bij PvdA en CDA wil maar 33 procent de banden verbreken. Mirjam Sterk, Kamerlid voor het CDA en een van de delegatieleden die momenteel op de Antillen verblijft, is dan ook niet voor het doorsnijden van de banden. ‘We kunnen het Statuut voor het Koninkrijk, waarin de verhoudingen tussen de landen geregeld zijn, niet eenzijdig opzeggen. Daarnaast is het de vraag of het wenselijk is. Maar dat sommige dingen hier anders moeten is duidelijk. Er moet minder corruptie komen, criminelen moeten daadwerkelijk worden vervolgd en de financiële huishouding moet op orde worden gehouden.’
John Leerdam, een van de PvdA- deelnemers aan het overleg, wijt de uitslag van het onderzoek aan gebrek aan kennis bij de Nederlandse bevolking. ‘Veel mensen weten niet eens wat de band tussen Nederland en de Antillen inhoudt. De Antillen horen langer bij Nederland dan Limburg. En we hebben in 1954, toen het Statuut werd opgesteld, zelf aangestuurd op de vorm die het nu heeft.’
Onder rechts-conservatieve stemmers klinkt de roep om het loskoppelen van Nederland en de Antillen het hardst. Zo ook bij de VVD. Van de liberalen pleit 58 procent daar voor. Toch is ook de VVD tegen een volledige scheiding. Frank van Kappen, als VVD- senator aanwezig bij de gesprekken: ‘De afspraak is dat we bij elkaar horen, for better and for worse. Het is leuk om te roepen dat we eenzijdig willen opzeggen, maar dat kan echt niet. Er er is nu eenmaal die historische lotsverbondenheid.’
Direct bestuur Naast morele bezwaren is het dus ook praktisch gezien lastig om helemaal van de Antillen af te komen, beaamt ook Tijn Kortmann, hoogleraar staatrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Stukken van je staat afstaan, is zeer lastig. Andersom is het veel makkelijker. De Antillen hebben zelf wel het recht om zelfstandig te willen worden.’
Hoewel het meestal de kolonie is die van de kolonisator af wil, is Nederland niet het enige land waar stemmen opgaan om alle banden met overzeese gebiedsdelen te verbreken, zegt Kortmann. Sommige Franse politieke partijen bijvoorbeeld, zouden graag zien dat de Franse koloniën in de Stille Zuidzee helemaal zelfstandig worden. Hun argument: ze kosten alleen maar geld. ‘Maar er is natuurlijk ook de andere kant van de medaille. Hoeveel blanke Nederlanders profiteren niet van de lage belastingtarieven op de Antillen?’
Het onder direct bestuur plaatsen van alle Antillen, zoals 60 procent van de Nederlanders wil, is volgens Kortmann wel degelijk mogelijk. ‘De plannen met de kleinere eilanden gaan al die kant op. Dat worden straks een soort gemeenten. Deze plannen zouden door alle wijzigingen in het statuut van het Koninkrijk pas vanaf 2010 voltrokken kunnen worden. Dat wordt nog een enorm circus.’
De Antilliaanse bevolking zelf wil graag de band met Nederland behouden. Bij een referendum op Curaçao over de toekomst van het eiland bijvoorbeeld, stemde 68 procent voor de optie een autonoom land binnen het Koninkrijk te worden; 24 procent wilde onderdeel van Nederland worden en slechts vijf procent was voor een onafhankelijke staat.
Volgens Michael Willemse, hoofdredacteur van de Antilliaanse krant Amigoe, voelen de Antillianen zich betrokken bij ons land. ‘Iedereen heeft familie wonen in Nederland. En elke dag komen hier ladingen Nederlandse toeristen aan.’
Niet alle Antilliaanse politici staan afwijzend tegenover afscheiding. PVV’er Brinkman kreeg eerder al bijval van de leider van de Curaçaose partij Pueblo Soberano. En ook Charles Cooper van de sociaal-democratische MAN-partij is realistisch: ‘Wij willen de band met Nederland behouden, maar die is als een huwelijk. Als een van de partners niet meer verder wil, moet je de scheiding aanvragen.’
12 december 2007 (MO) - Kerkwerk Multicultureel Samenleven (KMS) wil niet dat racistisch gedrag gebanaliseerd wordt. De organisatie reageert daarmee op de Liga voor Mensenrechten, die in het nieuwe artikel 21 van de antiracismewet een aantasting van het recht op vrije meningsuiting ziet.
'De vrije meningsuiting is een recht dat de grondslag vormt van elke democratie. Racisme is iets dat de staat verdeelt en de vrede in de samenleving in gevaar brengt. Racisme en ook racistische uitspraken dienen niet gerelativeerd of gebanaliseerd te worden. Ze vragen om een effectieve aanpak', vindt Kerkwerk Multicultureel Samenleven.
De Liga voor Mensenrechten stelt dat een racistische opinie op zich niet als strafbaar kan beschouwd worden. Dat is wel het geval als ze, zoals de wet voorheen omschreef, aanzet tot discriminatie, haat of geweld. KMS prijst de juridische waakzaamheid van de Liga over onze wetgeving, maar benadrukt dat de discussie over het ‘soortelijk gewicht’ van racistische uitspraken niet kan voorbijgaan aan het effect op de slachtoffers en onze verantwoordelijkheid degene de uitspraak doet tot andere gedachten en gedragingen te brengen.
'Racistische uitspraak geen mening'
Een racistische uitspraak is voor KMS geen mening of opinie. De vrije meningsuiting is ontstaan om de kritische instelling van de burgers te beschermen en te garanderen dat ze hun mening kunnen uiten ten aanzien van mogelijke autoritaire regeringen. De vrije meningsuiting is er om censuur tegen te gaan als de pers belemmerd wordt in haar informatieve functie naar de burger.
Een racistische uitspraak is volgens het KMS een aantasting voor de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Ze mag dan ogenschijnlijk niet altijd aanzetten tot het verspreiden van een racistisch gedachtegoed of leiden tot effectieve ongelijke behandeling, het nadeel voor het slachtoffer is niet weg te branden. Aanklacht en eventuele vervolging moeten daarom niet uitgesloten worden.
VARA zaterdag 12 januari 15:20 - 15:48 Nederland 2
6-delige serie programma's die de pogingen in kaart brengt van autochtone Nederlanders die de integratie met allochtone Medelanders proberen te bevorderen. Afl.2 : Multicultureel ondernemen. Al achttien jaar woont de Turkse Ferdun Adak in Nederland. Hij staat voor een moeilijke opgave: na een half jaar Nederlandse les gevolgd te hebben op de inburgeringscursus, gaat hij vandaag op visite bij zijn Rotterdamse onderbuurvrouw. Voor het eerst in zijn leven gaat hij proberen een gesprek in het Nederlands te voeren. Als deze praktijkopdracht lukt, is hij een stap verder met het verwerven van zijn diploma. Jeroen Wyatt is bezig met het opknappen van zijn toilet. Over twee dagen zal zijn Chinese bruid, die net is geslaagd voor haar inburgeringsexamen in China, arriveren en het huis moet dan natuurlijk op orde zijn. De grote vraag is hoe de communicatie tussen de twee zal moeten verlopen, want haar Nederlands is zeer beperkt en Jeroen spreekt geen Chinees. En de regen valt met bakken uit de hemel.
Gepubliceerd: 3 januari 2008 07:50 | Gewijzigd: 3 januari 2008 09:04
ANP
Rotterdam, 3 jan. Verschillende moslimorganisaties zijn donderdag met een eigen pamflet in dagblad Trouw gekomen.
In de reactie scharen organisaties als het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), de Nederlandse Moslim Raad en de Raad van Marokkaanse Moskeeën zich achter het Benoemen en Bouwen-pamflet van 58 prominente Nederlanders dat woensdag in Trouw verscheen.
Volgens Abdelmajid Khairoun, voorzitter van de Nederlandse Moslim Raad, willen de organisaties laten zien dat „we geen toeschouwer zijn, maar een club van allochtonen die in actie komt”. Het pamflet van de moslims heeft de titel ‘2008, zonder angst voor de ander’.
In het pamflet staat dat de vertegenwoordigers van minderheden weten hoe het is om keer op keer in de hoek gezet te worden. „Ook zien we dat er mensen zijn die angst hebben voor de ander vanwege afkomst, sekse, religie of seksuele geaardheid”.
Verder schrijven ze dat ze meer dan voorheen de jongeren die voor overlast zorgen, moeten aanspreken. „Niet alleen de jongeren maar ook hun ouders zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen.”
Verder vinden de opstellers dat etnische minderheden de plicht hebben ook op te komen voor andere minderheden: joden, moslims, andersdenkenden. Ze nemen ook stelling tegen dicriminatie op de arbeidsmarkt en in het uitgaansleven.
„Het pamflet van Terpstra is een grote steun. Het lijkt erop dat de tolerantie van de jaren zeventig weer terugkomt in Nederland”, aldus Khairoun. Volgens de voorzitter hebben zeker negentig mensen de oproep ondertekend, onder wie verschillende prominente Turken, Surinamers, Marokkanen en sjiieten.
De inschrijving voor de derde en laatste editie van de contest Inspiratie voor Integratie is gestart. Inspiratie voor Integratie is een contest voor mensen die biculturaliteit als een verrijking zien en met hun ideeën en projecten anderen kunnen inspireren.
IVI 2008 heeft zeven sponsors die ieder een eigen doelstelling inbrengen waaromheen de geselecteerde kandidaten een project bedenken. Het project moet binnen 10 weken tijd gerealiseerd worden. Daarbij komen kwaliteiten zoals kunnen motiveren, inspireren, passie, doorzettingsvermogen en enthousiasmeren goed van pas. Kijk voor meer informatie op www.inspiratievoorintegratie.nl. De inschrijvingstermijn sluit op 21 januari 2008.
De hoofdprijs is een reis langs multiculturele hotspots wereldwijd, voor twee personen, naar Rio de Janeiro, New York, Shanghai en Istanbul. Ook de publieksprijs, aangeboden door dagblad Metro, is fantastisch: een volledig verzorgde deelname aan de Harvard Summerschool in de VS.
‘Interculturele dialoog is investeren in elkaar’ http://www.news4all.net/content/view/206/220/
door Klaartje Jaspers
woensdag, 2 januari 2008
De Europese Unie heeft 2008 uitgeroepen tot het 'Jaar van de Interculturele Dialoog'. Door debatten, kunst en gemeenschapsprojecten moeten de verschillende bevolkingsgroepen elkaar beter leren kennen. Volgens voormalig CDA-kamerlid Nihat Eski is dat hard nodig.
Politicoloog, programmamaker en voormalig CDA-kamerlid Nihat Eski looft het initiatief van de EU. “Hopelijk is het uitroepen van het Jaar van de Interculturele Dialoog een stimulans om te investeren in dialoog en wederzijds begrip. De EU heeft landen met open democratische stelsels waarin ruimte is voor verscheidenheid. Maar elkaar om wederzijds te verrijken moeten we wel investeren in elkaar en in kennis over elkaars cultuur.”
Normen en waarden
Vaak weten we nog te weinig van elkanders motieven en achtergrond, vindt hij. “In Nederland praat men bijvoorbeeld graag over normen en waarden. Maar als je met Turkse of Marokkaanse moslims praat, ontdek je dat ook zij het overgrote deel daarvan onderkennen, zoals respect voor mensenrechten, ouderen, politie en leraren. Inhoudelijk zijn ze het vaak met elkaar eens, alleen ze praten te weinig met elkaar om dat te ontdekken, denkt Eski. Zowel allochtonen als autochtonen trekken vooral onderling met elkaar op, waardoor ze te weinig voor de andere groep openstaan.
Verrijking
Het aantal 'interculturele' contacten lijkt een indicatie voor iemands waardering voor de bijdrage van de ander. Dat blijkt ook uit de eerste resultaten van de Flash Eurobarometer Survey die de Europese Commissie afgelopen maand publiceerde.
De commissie liet hiervoor in november 2007 27 duizend Europese burgers van vijftien jaar en ouder ondervragen over hun omgang met mensen van een andere nationale, etnische of religieuze achtergrond. Met name jongeren, hoogopgeleiden en stadsbewoners vonden vaak dat culturele diversiteit een verrijking van het culturele leven in hun land is.
Die mening werd vaker aangetroffen in landen waar men veel contact met andere culturen heeft, dan in landen waarin men daaraan minder blootgesteld is. In alle 27 EU-landen bleek een meerderheid van de bevolking de diversiteit als een verrijking te beschouwen, in totaal 72 procent van de Europeanen.
Behoefte aan dialoog
Eski, tegenwoordig senior adviseur interculturele communicatie, bedrijfscommunicatie en publieke zaken bij adviseurs Dröge & van Drimmelen, herkent de behoefte aan interculturele dialoog. Niet alleen tussen de Europese lidstaten onderling, maar ook in de relatie tussen autochtonen en allochtonen binnen die lidstaten.
Nederland heeft de afgelopen dertig tot veertig jaar op grote schaal immigranten opgenomen, zegt hij. Hierdoor is de samenstelling van de bevolking veranderd. Veel overheden en organisaties willen hierop inspelen door ook deze nieuwe bevolkingsgroepen te betrekken. Bereiken zij hun doelgroepen niet, dan missen zij hun doelstellingen.
Civil society
Eén van de dingen waardoor allochtonen soms van besluitvormingsprocessen uitgesloten dreigen te raken, is hun verwachting dat veel door de overheid geregeld wordt. In Nederland wordt volgens Eski juist veel door de ´civil society´ gedaan: vakbonden, schoolbesturen, maatschappelijke organisaties. Veel allochtonen zien vaak niet meteen het belang in van hun deelname daaraan.
Het is dan niet alleen aan de allochtoon zich beter te verdiepen in de maatschappelijke structuur, vindt hij. Ook bijvoorbeeld ondernemingsraden moeten ervoor zorgen dat ze de allochtoon interesseren, zodat die dáár aanklopt bij problemen zoals discriminatie op werkvloer. Dat impliceert een aangepaste communicatie, met toegankelijke taal en een boodschap die de doelgroep aanspreekt. Wil je als organisatie daadwerkelijk aansluiten bij de nieuwe bevolkingsgroepen, concludeert Eski, dan is nadenken is eerste belangrijke stap. “Wat wil je, hoe zet je dat om in beleid en hoe krijg je het daadwerkelijk gedaan?”
Bewustwordingsproces
De stap naar een daadwerkelijk interculturele dialoog begint volgens Eski dan ook met een bewustwordingsproces. “Vraag je eens af waarom je op veel nieuwjaarsrecepties alleen autochtonen ziet”, zegt hij. “Hoe komt het dat je zo weinig allochtonen in je adressenbestand hebt staan? Vaak is het de onbekendheid met elkaars netwerken die mensen ervan weerhoudt elkaar te ontmoeten.”
De Europese Unie hoopt met het Jaar van de Interculturele Dialoog de ontmoetingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen te bevorderen. In Nederland worden voor jongeren kunst- en videoprojecten, debatten en muzikale straatcultuurfestivals georganiseerd.
Daarnaast roepen de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA) en Stichting Kosmopolis culturele organisaties op voorstellen in te dienen voor activiteiten waarbij de kracht van kunst en cultuur op lokaal niveau wordt ingezet om (on)bekende facetten van culturen zichtbaar te maken en nieuwe vormen van interculturele dialoog te verkennen. (News4all)
De Europese Unie heeft 2008 uitgeroepen tot het 'Jaar van de Interculturele Dialoog'. Door debatten, kunst en gemeenschapsprojecten moeten de verschillende bevolkingsgroepen elkaar beter leren kennen. Volgens voormalig CDA-kamerlid Nihat Eski is dat hard nodig.
Politicoloog, programmamaker en voormalig CDA-kamerlid Nihat Eski looft het initiatief van de EU. “Hopelijk is het uitroepen van het Jaar van de Interculturele Dialoog een stimulans om te investeren in dialoog en wederzijds begrip. De EU heeft landen met open democratische stelsels waarin ruimte is voor verscheidenheid. Maar elkaar om wederzijds te verrijken moeten we wel investeren in elkaar en in kennis over elkaars cultuur.”
Normen en waarden
Vaak weten we nog te weinig van elkanders motieven en achtergrond, vindt hij. “In Nederland praat men bijvoorbeeld graag over normen en waarden. Maar als je met Turkse of Marokkaanse moslims praat, ontdek je dat ook zij het overgrote deel daarvan onderkennen, zoals respect voor mensenrechten, ouderen, politie en leraren. Inhoudelijk zijn ze het vaak met elkaar eens, alleen ze praten te weinig met elkaar om dat te ontdekken, denkt Eski. Zowel allochtonen als autochtonen trekken vooral onderling met elkaar op, waardoor ze te weinig voor de andere groep openstaan.
Verrijking
Het aantal 'interculturele' contacten lijkt een indicatie voor iemands waardering voor de bijdrage van de ander. Dat blijkt ook uit de eerste resultaten van de Flash Eurobarometer Survey die de Europese Commissie afgelopen maand publiceerde.
De commissie liet hiervoor in november 2007 27 duizend Europese burgers van vijftien jaar en ouder ondervragen over hun omgang met mensen van een andere nationale, etnische of religieuze achtergrond. Met name jongeren, hoogopgeleiden en stadsbewoners vonden vaak dat culturele diversiteit een verrijking van het culturele leven in hun land is.
Die mening werd vaker aangetroffen in landen waar men veel contact met andere culturen heeft, dan in landen waarin men daaraan minder blootgesteld is. In alle 27 EU-landen bleek een meerderheid van de bevolking de diversiteit als een verrijking te beschouwen, in totaal 72 procent van de Europeanen.
Behoefte aan dialoog
Eski, tegenwoordig senior adviseur interculturele communicatie, bedrijfscommunicatie en publieke zaken bij adviseurs Dröge & van Drimmelen, herkent de behoefte aan interculturele dialoog. Niet alleen tussen de Europese lidstaten onderling, maar ook in de relatie tussen autochtonen en allochtonen binnen die lidstaten.
Nederland heeft de afgelopen dertig tot veertig jaar op grote schaal immigranten opgenomen, zegt hij. Hierdoor is de samenstelling van de bevolking veranderd. Veel overheden en organisaties willen hierop inspelen door ook deze nieuwe bevolkingsgroepen te betrekken. Bereiken zij hun doelgroepen niet, dan missen zij hun doelstellingen.
Civil society
Eén van de dingen waardoor allochtonen soms van besluitvormingsprocessen uitgesloten dreigen te raken, is hun verwachting dat veel door de overheid geregeld wordt. In Nederland wordt volgens Eski juist veel door de ´civil society´ gedaan: vakbonden, schoolbesturen, maatschappelijke organisaties. Veel allochtonen zien vaak niet meteen het belang in van hun deelname daaraan.
Het is dan niet alleen aan de allochtoon zich beter te verdiepen in de maatschappelijke structuur, vindt hij. Ook bijvoorbeeld ondernemingsraden moeten ervoor zorgen dat ze de allochtoon interesseren, zodat die dáár aanklopt bij problemen zoals discriminatie op werkvloer. Dat impliceert een aangepaste communicatie, met toegankelijke taal en een boodschap die de doelgroep aanspreekt. Wil je als organisatie daadwerkelijk aansluiten bij de nieuwe bevolkingsgroepen, concludeert Eski, dan is nadenken is eerste belangrijke stap. “Wat wil je, hoe zet je dat om in beleid en hoe krijg je het daadwerkelijk gedaan?”
Bewustwordingsproces
De stap naar een daadwerkelijk interculturele dialoog begint volgens Eski dan ook met een bewustwordingsproces. “Vraag je eens af waarom je op veel nieuwjaarsrecepties alleen autochtonen ziet”, zegt hij. “Hoe komt het dat je zo weinig allochtonen in je adressenbestand hebt staan? Vaak is het de onbekendheid met elkaars netwerken die mensen ervan weerhoudt elkaar te ontmoeten.”
De Europese Unie hoopt met het Jaar van de Interculturele Dialoog de ontmoetingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen te bevorderen. In Nederland worden voor jongeren kunst- en videoprojecten, debatten en muzikale straatcultuurfestivals georganiseerd.
Daarnaast roepen de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA) en Stichting Kosmopolis culturele organisaties op voorstellen in te dienen voor activiteiten waarbij de kracht van kunst en cultuur op lokaal niveau wordt ingezet om (on)bekende facetten van culturen zichtbaar te maken en nieuwe vormen van interculturele dialoog te verkennen. (News4all)
Vrijdag 4 januari 2008 - Sinds kort kent Nederland een initiatiefgroep die Benoemen en Bouwen heet. Een initiatief van Doekle Terpstra en 57 andere min of meer bekende autochtone Nederlanders, onder wie bijvoorbeeld Foppe de Haan en Erica Terpstra. De groep wil de problemen met vreemdelingen niet ontkennen, maar benoemen en (laten) aanpakken.
Maar aan de andere kant wil die groep opbouwend zijn, door te laten zien dat heel veel zaken goed gaan in de omgang tussen autochtonen en allochtonen.
Wie de lijst wil ondertekenen, kan ook een initiatief opgeven om de zaak verder te helpen.
De grondstelling van deze groep is deze: in ons land wonen veel allochtonen. Dat veroorzaakt problemen, zeker.
Maar die allochtonen gaan niet weg, wat populistische politici ook suggereren. En omdat ze blijven, moeten we er samen iets van maken. Bouwen aan een betere samenleving, met betere verhoudingen tussen allochtoon en autochtoon, tussen moslims en andersdenkenden. En daar willen ze een steentje aan bijdragen.
Naar vast Nederlands gebruik was de kritiek meteen al niet van de lucht. Geert Wilders, die is uitgerust met de grootste mond van Nederland, noemde de ondertekenaars onnozele, naïeve dwazen en dhimmi's. Dhimmi's zijn mensen die zich uit angst aan de islam onderwerpen. Rita Verdonk noemde de actie 'politiek correct'. Dat was negatief bedoeld. De rechtse columnist Afshin Ellian noemde de poging nutteloos en tot mislukken gedoemd. Paul Scheffer, die met een spraakmakende publicatie Het multiculturele drama de materie bespreekbaar maakte, ziet er ook niets in. Volgens hem moeten de problemen worden opgelost door discussie, waarbij de tegenstellingen duidelijk gemaakt worden.
De website http://www.benoemenenbouwen.nl bevat de lijst van mensen die inmiddels hun handtekening onder het initiatief gezet hebben.
Die lijst was de eerste dag al niet meer op te roepen, omdat talloze lieden er misbruik van maakten. Wat dat was, kon je natuurlijk niet zien, maar het laat zich raden. Ongeveer elke serieuze discussie op internet wordt de jongste tijd verziekt doordat allerlei mensen er ongenuanceerde, haatdragende kletskoek onder kalken. Onder een schuilnaam, natuurlijk. Ook op de website van deze krant komt dat vaak voor.
Naar aanleiding van deze materie kwam de geijkte vuilspuiterij weer los. Ik geef een letterlijk voorbeeld, van onze website:
Een of andere gek die mij gaat vertellen dat "wij" met z'n allen toleranter moeten zijn? Nee dank je. "Wij" zijn gelukkig nog steeds individuen. Ben ik de enige die er een probleem mee heeft als Doekle zegt "wij zijn één samenleving, we moeten dit collectivistisch oplossen"? Zulkde uitspraken hoor je normaal gesproken van Nationaal Socialisten.
(was getekend, red.)
Choas
Deze groep ontevredenen infecteert de samenleving met zwartgallige onzin. Het land zou aan de rand van de afgrond staan. Politici zijn vrijwel zonder uitzondering flapdrollen en zakkenvullers die niets doen aan de problemen van de samenleving. Deze vrijwel altijd sterk rechts georiënteerde en van kennis over de samenleving gespeende reacties zijn voor een gedeelte het gevolg van door allochtonen veroorzaakte problemen.
Maar de tegengeluiden uit 'zwarte' wijken maken duidelijk dat persoonlijke frustraties en ontevredenheid over de eigen positie plus xenofobie en regelrechte vreemdelingenhaat wel degelijk een grote rol spelen. Vanuit deze negatieve reacties walmt het beeld op dat er geen behoefte is aan een initiatief van een 'blanke elite die zelf niets tekort komt'.
Het is inderdaad de vraag of het initiatief van Terpstra, dat mede gedragen wordt door veel CNV'ers en nogal wat mensen uit de liberale hoek van de VVD veel weerklank zal vinden.
In ieder geval wel bij de organisaties van allochtonen en moslims, die gisteren een antwoord formuleerden in een pamflet dat naadloos aansluit op Benoemen en Bouwen.
Naar mijn mening heeft elk deugdelijk geformuleerd en fatsoenlijk opgezet initiatief om tegengas te geven tegen de horde anonieme negatievelingen en politici die komen aandraven met keiharde oplossingen die nooit uitgevoerd kunnen en mogen worden, de sympathie van de twijfel.
Ik weet niet of het iets uithaalt, maar om dit meteen af te wijzen is onnodig en tevens laf.
- Ton Meeuwis is redacteur van BN/DeStem
'Ik weet niet of het iets uithaalt, maar meteen afwijzen, is onnodig en laf'
Oproep tot meer tolerantie, COC Nederland wil concreter
02-01-2008 Katern KORT
In dagblad Trouw hebben woensdag 57 bekende Nederlanders gehoor gegeven aan een oproep van de voorzitter van de HBO-raad, Doekle Terpstra, om een actie te steunen die Nederland weer tolerant moet maken. Terpstra wil dat Nederland weer ‘maatschappelijke problemen gaat benoemen en gaat bouwen aan een tolerant Nederland’. COC Nederland prijst het idee van Terpstra, maar heeft wel al laten weten dat het initiatief best concreter zou hebben gekund.
Onder de titel 'Benoemen en Bouwen' roepen de in totaal 58 bekende Nederlanders op om de neerwaartse spiraal van intolerantie en onverschilligheid' in Nederland te doorbreken.
“Het maatschappelijke en politieke debat over de multiculturele samenleving is verhard. Serieuze, lastige vraagstukken worden versimpeld tot ongenuanceerde en polariserende oneliners. Daardoor worden problemen niet opgelost, maar versterkt,” aldus de gepubliceerde tekst van de prominenten.
Bindende inspirerende visie
Het COC roept de initiatiefnemers op om een visie te ontwikkelen op een maatschappij die past bij de moderne open samenleving die Nederland nu is. Volgens de organisatie grijpt de actie nu teveel terug op ‘de waarden van toen’. In plaats daarvan kan beter gekeken worden naar nuchtere politiek die gericht is op het oplossen van problemen “vanuit een inspirerende visie die ons bindt”.
De problemen die de ondertekenende prominenten noemen, zijn volgens COC-voorzitter Frank van Dalen “geen incidenten, maar signalen dat we in ons land niet goed om weten te gaan met confronterende beelden of botsende opvattingen. Maar die het liefst polderend onder het tapijt vegen. Dat kan niet langer, maar het stuk van de initiatiefgroep ademt echter nog wel te veel die sfeer. Daarom roepen we Doekle Terpstra op klip en klaar duidelijk te maken dat dit niet zijn bedoeling is.”
Samenhangende visie
Van Dalen: “De multiculturele samenleving is ook niet het enige waar angst overleeft en waarover het debat in ons land slecht gevoerd wordt. De globalisering, het milieuvraagstuk en de toenemende invloed van de Europese Unie zijn daar ook voorbeelden van. Allemaal vraagstukken die om een samenhangende visie op het Nederland in de 21ste eeuw vragen.”
Enkele bekende ondertekenaars zijn van de actie zijn: oud-minister van Buitenlandse Zaken Bernard Bot, voormalig CDA-lijsttrekker Elco Brinkman, Jong Oranje-coach Foppe de Haan, schrijver Geert Mak, NOC*NSF-voorzitter Erica Terpstra, oud-vakbondsleider Lodewijk de Waal en oud-minister Hans Dijkstal. Andere Nederlanders kunnen de actie steunen op de website www.benoemenenbouwen.nl en daar 'positieve voorbeelden van samenleven' plaatsen.
Valt de multiculturele samenleving na te streven ?
In het kielzog van het - eindelijk – openhartige multiculturele debat dat is aangezwengeld door Pim Fortuyn van Leefbaar Nederland zei de CDA-fractieleider Jan-Peter Balkenende op donderdag 24 januari 2002 dat "een multiculturele samenleving niet iets is om na te streven." Veel mensen vonden dit een heel dubieuze opmerking. Maar men mag zich evenwel afvragen: waarom zou het wel iets zijn om na te streven? Waarom zou je een autochtone gemeenschap en haar oorspronkelijke samenlevingsstructuren en inheemse cultuur doelbewust willen verstoren door de komst van vele duizenden Afrikanen en Aziaten te stimuleren? Is het hebben van meerdere culturen in Nederland te verkiezen boven het hebben van één Nederlandse cultuur? Stonden we dan vóór het tijdperk van de massa-immigratie misschien op het randje van een culturele - of binnen sterk endogame etnische gemeenschappen zelfs biologische – inteelt ?
Alsof Nederland bewust tot de massa-immigratie is overgegaan teneinde de culturele samenstelling van het land voor eens en voor altijd om te gooien. Nee, de 'multiculturele samenleving' is een culturele crisis die het gevolg is van een veel te intensieve immigratie. Om de lont uit het kruitvat van de daarmee gepaard gaande sociale spanningen te halen wordt door bepaalde personen dit cultureel probleem tegen beter weten in omgeforceerd tot culturele zegen. Om aan de zegen te twijfelen gold tót 2002 als een heel foute daad.
Het is vreemd, maar er zijn maar weinig politici die nog volhouden dat de 'multiculturele samenleving' een tijdelijke toestand zou moeten zijn; een tijdelijke fase van het incasseren van massa-immigratie waarop een een volledig herstel van de Nederlandse cultuur als enige samenlevingsnorm zou moeten volgen. Wie ooit de massa-immigratie heeft toegestaan en aangespoord, en wie debet is aan het laten doormodderen van de multiculturele toestand van Nederland moet zich schamen, want de huidige multicultuur is allesbehalve een wenselijke staat van samenleven. Het is een tragedie. Een multicultureel Nederland is een land in een culturele noodtoestand; hopelijk is de crisis slechts een herstelstadium nadat de oude, uniculturele situatie ernstig is verstoord. En Jan-Peter Balkenende is een van de eerste wakkere salonfähige parlementariërs die hardop durven te zeggen wat altijd is verzwegen door de beleidsmakende schuldigen aan deze noodtoestand. Het lijkt of de marxistische strategie van Verelendung met deze crisisontwikkeling een reële manifestatie in het westen heeft gekregen.
De realiteit; is dat iets om na te streven ?
Het is inderdaad een feit dat er in Nederland massale groepen met met vreemde culturen zijn neergestreken. Daardoor zijn de samenlevingsstructuren in de volkswijken der grote steden enorm veranderd. En niet alleen in deze - voormalige - volkswijken is er sprake van een verstoring van het sociaal-culturele evenwicht. Vanwege de zogeheten 'positieve discriminatie' nemen ook in het bedrijfsleven en op andere vlakken van het dagelijks leven de spanningen toe.
Is dat iets om na te streven?
Door de massa-immigratie is er een enorme allochtone, ontwortelde, maatschappelijke onderlaag in Nederland ontstaan. Autochtone families zijn uit hun wijken verdreven door botsingen met niet-westerse culturen en godsdiensten die de migranten met zich meebrachten. Burenhulp heeft plaatsgemaakt voor vervreemding. Nederland heeft zich nog niet zo lang geleden hersteld van een andere nationale desintegratie - de verzuiling - maar met de versterking van de positie van vreemde elementen als de islam lijkt alles opnieuw te beginnen...
Is dat iets om na te streven?
Nu er zich in de wereld een grote polarisatie van de islamitische beschaving en de westerse beschaving aftekent, die wordt verergerd door terroristische acties, groeit het gevaar voor geweld en agressie door islamitische burgers binnen Europa. De 21ste eeuw kan de eeuw van oorlog tussen de islam en het westen worden. Onder de vele miljoenen islamieten in West-Europa zijn er mensen die uit gevoelens van sentiment, godsdienstfanatisme of vanwege hun onwesterse achtergrond niet zomaar partij zullen kiezen voor het westen wanneer er zich - ongetwijfeld - meer militaire en psychologische botsingen zullen voordoen tussen beide beschavingen.
Elk jaar wordt de toon van de jaarrapporten van de Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD) ernstiger en richt de organisatie zich expliciet naar immigranten met - al of niet reeds ten uitvoer gebrachte - neigingen tot terrorisme. Bij het lezen van de BVD-jaarrapporten krijg je het gevoel dat je leeft in een zwaar etnisch gestoord land. Naast de Nederlandse, westerse cultuur is 's lands veiligheid in het geding.
Is dat iets om na te streven?
Turkse Koerden en etnische Turken staan elkaar naar het leven. De felle Turks-nationalistische Grijze Wolven en de Milli Görüs hebben voet aan de grond in Nederland gekregen en intimideren Koerden die binnen PKK-verband de Turkse staat verwensen. Nederland biedt de PKK onderdak maar staat tevens toe dat een politiek leider van de fascistische Grijze Wolven een toespraak houdt in Amsterdam. Liquidaties met drugshandel en/of familie-eer als achtergrond vinden plaats op Nederlandse bodem. De gevallen van multicultureel geweld vinden meer en meer plaats en er worden meer en meer en meisjes in zwembaden geïntimideerd door opgeschoten Marokkaanse jongens die - met hun macho-dadendrang - niet eraan gewend zijn dat zwembaden gemengd zijn en dat jonge vrouwen zich niet hoeven te schamen voor hun vrouwelijkheid en zich dus niet in verhullende kleding met hoofddoek hoeven te tooien. Op donderdag 17 januari 2002 heeft de Rotterdamse politie openbaar gemaakt dat 99% van de straatroof in de Maasstad op het konto staat van buitenlanders. 1% van de straatroof is gepleegd door een (één) Nederlander. De vele duizenden Marokkaanse 'boefjes' van nu, die naar eigen zeggen "overal schijt aan hebben" (volgens dhr. Aboutaleb), zijn de harde, onverschillige volwassenen van later, die geen besef hebben van wat goed en fout is. Dit zijn zeer onwenselijke ontwikkelingen.
Is dat iets om na te streven?
Het zou van een onterecht, misplaatst en vals idealisme getuigen, wanneer de voorgaande regeringen die bijgedragen hebben aan de totstandkoming en het behoud van een multiculturele cohabitatie, zouden zeggen dat zij hebben gestreefd naar een multiculturele samenleving. Zo wordt het tegenwoordig echter wel voorgesteld. Echter, niemand heeft hiernaar gestreefd; men was overrompeld door de gevolgen van de immigratie en men heeft het niet aangedurfd repatriëring of actieve assimilatie als serieuze methoden tot voorkoming van multiculturele spanningen aan te wenden. Men was er bang voor om politiek incorrect te zijn. De samenleving verandert, valt uiteen, en men doet er niets tegen. Dat heeft niets met idealisme of 'streven' te maken; het heeft alles te maken met angst, hardleersheid, gebrek aan nationale trots, en onverschilligheid.
Actieve assimilatie en oplossing
van vreemde culturen
Nederland moet zijn eigen identiteit duidelijk verwoorden en uitdragen. Men moet bepalen wat belangrijk is en en hoe de Nederlandse bevolking zich haar leefomgeving voorstelt. Met welke andere argumenten dan dat de Nederlandse normen, waarden en cultuur hier belangrijker zijn dan die van het Midden-Oosten, Afrika en Azië, kunnen we nog vierkant achter onze cultuur staan en assimilatie voorstaan van niet-westerse staatsburgers? De multicultuur is niet iets om na te streven.
Echter, de immigratie heeft teweeg gebracht dat er meerdere culturen in Nederland bestaan. Dat is de realiteit. Dit gegeven moet worden beantwoord met het krachtig naleven van een standpunt van de kant oorspronkelijke Nederlanders die de gastheren zijn; omwille van de orde, nationale eenheid, leefbaarheid voor de Nederlanders en het behoud van de Nederlandse cultuur en de waarden en normen die daaraan zijn verbonden, dienen andere culturen en godsdiensten hier ondergeschikt te zijn en zich te voegen naar een raamwerk van Nederlandse cultuur. Uiteindelijk dienen die vreemde culturen op te gaan in de Nederlandse cultuur, met als uitgangspunt dat zij uiteindelijk zijn verdwenen en dat de hier reeds gegroeide inheemse cultuur weer de onbetwiste overhand heeft en als handhaver van de sociale stabiliteit het algemeen welgevoelen van de Nederlanders waarborgt.
Politiek correcte denkregels
Niettemin hebben sinds de immigratie weinig tot geen beleidsmakers en -uitvoerders dit uitgangspunt gehanteerd. Er was, kortgezegd, niets gedaan aan actieve assimilatie van vreemde culturen in Nederland. Het was echter D66-minister Rogier van Boxtel van Grote-steden en integratiebeleid die de juiste kant opging tijdens het tweede zogeheten Paarse kabinet nadat hij er in 2001 voor heeft gezorgd dat er een inburgeringsplicht kwam voor nieuwkomers.
Daar zijn 30 jaren van immigratie aan vooraf gegaan. Men was bang voor onverdraagzaam te worden aangezien en velen liepen het risico voor racist te worden uitgemaakt wanneer zij zich verzetten tegen verdere immigratie en aparte culturele faciliteiten voor groepen (moskeeën, islamitische scholen, tempels, etc.). Het debat werd ontlopen of binnen de groepen gehouden die Nederland een veelkleurig land wilden maken. De behoudende aard van links was duidelijker dan ooit te merken. Binnen de kringen van de politieke partijen als PvdA, GroenLinks en organisaties die hun bestaan en subsidies danken aan immigratie en de pogingen tot integratie van buitenlanders hier ten lande, vindt men meestal mensen die nog steeds de idee van actieve assimilatie tegenstaan en dit verhinderen. Zij willen de islam, de Arabische cultuur, de Turkse cultuur, de Iraanse cultuur, de Somalische cultuur en vele andere niet-westerse elementen hun eigen blijvende plaatsje geven en zij denken niet aan een immigratiestop.
Vreemd genoeg heeft bij hen, tijdens hun strijd tot acceptatie van vreemde culturen binnen Nederland, de drogreden postgevat dat een maatschappij met grote, vreemde culturen een blijvend feit is en dat het zelfs een wenselijke ontwikkeling is. Immers, een land is dan veelkleurig.
Een blij, veelkleurig, multicultureel, vredelievend landje met onzelfzuchtige autochtonen die op sociaal-cultureel gebied weinig van zich zelf hebben om op te bouwen of te verdedigen. Deze zienswijze maakt deel uit van een opmerkelijk stelsel opvattingen en woorden die een aureool van algemene acceptatie, vredelievendheid, weloverwogenheid, gezond wereldburgerschap en een beetje heroïek om zich heen hebben weten te krijgen.
Vervolgens wist dit aan populariteit winnende gedachtenstelsel een impliciete doch imperatieve ideologische en taalkundige herbepaling door te voeren voor wat goede en wat foute gedachten zouden moeten zijn: misdadigers bestonden niet echt; hun gedrag was het gevolg van een verkeerde samenleving en de misdadigers zelf waren slachtoffers; het gezag was iets waarover kon worden overlegd alvorens men er wel of niet aan moest gehoorzamen; de Nederlandse cultuur was niet iets waar je trots op kon zijn.
Gedegen vaderlandse geschiedenis op school was verdacht en riekte naar nationalisme; goed Nederlands onderwijs werd te elitair en niet belangrijk geacht. Nationalisme was een heel foute en gevaarlijke samenlevingsfilosofie, tenminste, als je blank en Europees was; Indiaans nationalisme of postkoloniaal nationalisme in Afrika van inheemse stammen was wel goed. Zelfs woorden werden gewijzigd. Indogermaanse talen werden Indo-Europese talen, negers werden Afrikanen en buitenlanders heetten voortaan allochtonen, en als zij een misdaad pleegden dan... Enfin, het zal duidelijk zijn. Zaken die te gevoelig lagen, die dit denken konden weerleggen of waar men zich geen raad mee wist, werden in de taboesfeer getrokken en mensen die zich wél bezondigden aan het aanroeren van zulke onderwerpen, werden uitgesloten van deelname aan de geaccepteerde sferen van debat en - als het nodig was - konden zij het predicaat 'fout' krijgen.
Dat betekende voorts excommunicatie, verkettering en nooit meer au sérieux genomen worden. Dit stelsel van taboes en als juist en netjes voorgestelde gedachten en woorden geldt als het politiek correcte denken (PC) en het vindt zijn oorsprong in het einde van de zestiger jaren. De mensen van toen - de baby-boomers, met name de revolutionairen van toen - hebben tot nu toe de PC-gedachte via de media en de politiek in stand weten te houden. Dit heeft rampzalige gevolgen gehad voor de orde en de veiligheid van onze samenleving.
Standvastig zijn
Anno 2002 is het sedert 1969 ingezette verstarde PC-denken meer dan ooit aan verval onderhevig en zaken zijn weer bespreekbaar. Niettemin ziet Nederland zich nu geconfronteerd met een onherstelbaar verwaarloosd probleem van verloederde wijken, een potentieel misdadige sociale onderlaag van Marokkaanse, Turkse, Afrikaanse en Antilliaanse origine, een hardnekkige onwesterse ondercultuur binnen Nederlandse grenzen en een verdere aantasting van de Nederlandse cultuur wanneer de vreemde culturen zich langs democratische weg een plaats weten te verwerven binnen het rechtssysteem, de politiek en het intellectuele leven. De combinatie vreemde cultuur én hoge opleiding kan tot gevolg hebben dat hier islamitische feestdagen officieel worden, dat imamgeroep in binnensteden een recht is, dat de Shari'ah (het islamitisch theocratisch recht)zich een plaats binnen het Nederlandse recht verwerft, dat de vreemde culturen nieuwe, krachtige zuilen binnen Nederland zullen vormen die vervreemd zijn van elkaar en de autochtone groepen - en vice versa - en dat het in bepaalde gevallen geoorloofd is om homoseksuelen en vrouwen te discrimineren.
Tenzij we krachtig formuleren waar de Nederlands christelijk-humanistische beschaving voor staat en wat we wel en niet willen. De immigranten hebben recht op duidelijkheid en verwachten ook niets anders dan dat. Dat zou in het land van herkomst een vanzelfsprekende zaak zijn die zondermeer respect bij hen zou afdwingen. Daar worden geen kerken gedoogd en er zijn daar weinigen die dat niet begrijpen; de christenen leven immers in een islamitische staat, en zij dienen zich daarnaar te voegen. Duidelijkheid en standvastigheid worden in de meeste niet-westerse culturen meer gewaardeerd dan de eeuwige neiging tot compromis en iets als het Nederlandse extreme cultuurrelativisme. Islamitische volkeren vinden het moeilijk respect op te brengen voor een slap land als het onze. Meer nationale eigenwaarde zal respect afdwingen bij de meeste immigranten.
Een 'multiculturele samenleving' is een contradictio in terminis. Een samenleving is een collectief van mensen die tenminste oorsprong, normen, waarden en cultuur met elkaar gemeen hebben. Zonder die eigenschappen functioneert een samenleving niet en gaat ze ten onder aan verdeeldheid en vervreemding. Sterker nog; zonder die eigenschappen is er geen sprake van een samenleving. Het begrip 'samenleving' is dan hol geworden. In de verzameling mensen in Nederland zijn er verschillende culturen en normen en waarden die geheel verschillende oorsprongen en filosofieën kennen. Er is dus niet meer sprake van een ethisch-culturele eenheid; het fundament van een samenleving ontbreekt. Alleen in autochtone centra zoals de dunbevolkte Nederlandse gewesten of sterk westers gebleven grotere gemeenten is de harmonie van de samenleving nog intact.
Een multiculturele samenleving kan dus niet bestaan, want leden van een samenleving moeten eerst de cultuur met elkaar gemeen hebben. Hoogstens kan men spreken van een multiculturele bevolking.
Multicultuur is absurd
Terloops; vòòr de massa-immigratie was Nederland reeds in de jaren vijftig van de 20ste eeuw een vol land met een hechte samenleving en een goed georganiseerde wet- en regelgeving; (een hechte samenleving van vrijwel algeheel Nederlandse oorsrong wel te verstaan!, en in de zestiger jaren emotioneel behoorlijk ontzuild en cultureel toenemend homogeen/ mg).
Willem Drees sr zei al: "Nederland is vol, op sommige plaatsen zelfs overvol". Elk plekje in Nederland had al een bestemming, in tegenstelling tot immigratielanden als Australië en Canada. Willens en wetens hebben voorgaande regeringen in Nederland immigratie voorgestaan. Dezelfde sociaal-democraten, je zou toch denken geesteskinderen van Willem Drees, durfden echter in de jaren zeventig, tachtig en negentig alleen nog te beweren dat Nederland vol was wanneer het milieu in het gedrang dreigde te komen. Dat was immers een politiek-correct onderwerp. Op etnisch, sociaal en cultureel gebied was hier – volgens hen althans – toch plaats genoeg. Dit, terwijl Nederland geen immigratieland was. Dat wreekt zich nu.
De absurditeit die spreekt uit het valselijk streven naar een multiculturele samenleving wordt duidelijk wanneer we nagaan hoe volgens een ideaal verloop een en ander plaatsvindt. Dit proces werd ideaal geacht voordat het debat hieromtrent werd gefrustreerd door de taboes van de political correctness. Hier geef ik het normale verloop weer in drie stadia:
immigratie vindt plaats: de culturen vestigen zich hier
verwerking en herstel: slechts in het begin doet zich de verstorende en chaotische toestand van multiculturaliteit voor, maar actieve en passieve assimilatie vinden plaats, zo ook oplossing der vreemde culturen in de Nederlandse cultuur; intensieve repatriëring van gastarbeiders wordt tevens als vanzelfsprekend gezien en sterk aangemoedigd
unicultureel: de vreemde culturen en godsdiensten zijn opgegaan en verdwenen in de Nederlandse cultuur. De resultaten van spontane kruisbestuiving met de Nederlandse cultuur (zoals in de gastronomie en de mode) blijven hier en daar langer bestaan maar de sociale stabiliteit en de Nederlandse cultuur hebben zich hersteld en blijven de enige standaarden van samenleving.
Welnu, de voorgaande regeringen hebben deze stadia tegengegaan. De overgangsfase tussen stadium 1 en 2 is de meest kritieke. Het is juist díe overgangsfase die dankzij het doelloze immigratie- en integratiebeleid stagneert. Zo'n overgangsfase kon uiteraard geen doel op zich zijn, maar moest een nieuw stadium inluiden.
De ‘multiculturele samenleving’ zou
moeten worden afgeschaft
Natuurlijk zijn ook Jan-Peter Balkenende’s motieven niet altijd zuiver; in de verkiezingsstrijd bedienen de VVD en het CDA zich in navolging oud-lijsttrekker Pim Fortuyn van Leefbaar Nederland plotseling van Fortuyn’s taal en radicaliteit, waarmee laatstgenoemde ‘rechts’ Nederland aan zich weet te binden. De huidige politici Fortuyn en Balkenende hadden met hun opinies dertig jaren geleden al moeten bestaan; politieke correctheid was toen nog niet zo verstikkend dat zij kon voorkomen dat mensen waarschuwende opmerkingen konden plaatsen om het land te redden van een sociale ramp.
Een Nederlandse multiculturele samenleving is geen doel op zich; het is de cohabitatievorm binnen een land dat verkeert in een sociaal-culturele crisis. Een Nederlandse multiculturele samenleving is een ongewenste, idealiter tijdelijke, chaos. Voortduren van zo'n situatie is onverhoopt en kan slechts plaatsvinden door een politiek die geen alternatieven te bieden heeft en die het aan daadkracht en cultureel besef ontbreekt. Mijns inziens zou de multiculturele samenleving dienen te worden afgeschaft anders stevenen we op een sociale ramp af.
(Novum) - Ruim zeventig procent van de Nederlanders is niet bang voor andere culturen. Dat stelt Directresearch.nl op basis van een onderzoek onder 450 mensen. Twee derde van de ondervraagden noemt de multiculturele samenleving een meerwaarde voor Nederland.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Zinfo.nl, een website van journalist Robbert Zoon. Zoon wil met zijn website meer positief nieuws verspreiden. Hij verwijt nieuwsmedia dat ze de actualiteit vaak te negatief benaderen. Dat gebeurt volgens hem ook in de berichtgeving over de multiculturele samenleving.
Om zijn claims kracht bij te zetten maakte de journalist gebruik van de mogelijkheid bij Directresearch.nl zelf marktonderzoek op te zetten. Zo geeft 83 procent van de ondervraagden aan dat wat hen betreft meer positieve berichten in het nieuws mogen komen.
Geplaatst op 19-12-2007 17:43 door a.j. cornelese in categorie politiek
In Elsevier staat een artikel over de achterlijkheid van bepaalde vreemde culturen. Het gaat gepaard met een foto van een afghaanse man met zijn zeer jonge bruid.
Als je als westers mens leest over dat gebruik dan komt inderdaad afschuw op. Het staat zo erg ver van onze wereld en onze opvatting over "beschaving".
Hoewel niet zo aangegeven is het artikel duidelijk anti-islam bedoeld. Het wil aangeven hoe achterlijk de islamieten in feite (kunnen) zijn.
Tegen de bewering dat het afschuwelijke gebruiken zijn is niets in te brengen. Bij de bedoeling van het artikel kan vragen worden gesteld.
Op deze aardbol komen zeer veel samenlevingen , culturen en zomaar mensen voor die er de meest vreemde gewoontes en zeden op nahouden. Vele ervan zijn cultuur bepaald , veel ook voortgekomen uit blote omstandigheden. Bij de laatste kan men zeker scharen de ellendige omstandigheden van de vele mensen (waaronder zeer veel kinderen) in Zuid-Amerika.
Verder de vele , vele afrikanen die lijden onder hun eigen verleden (niet het koloniale !) en daarvan niet loskomen.
In Azie komen zeer veel culturele misstanden voor (in westerse ogen) waarbij vooral vrouwen het slachtoffer zijn.
In Europa zijn grote groepen mensen die door sociale en/of politieke omstandigheden gedwongen waren en zijn om in barre omstandigheden te leven. Iets wat de mensen elkaar aandeden , hoe ook getracht wordt de schuld "naar buiten" te leggen.
Hoewel een foto met begeleidend artikel in een blad altijd goed kan zijn om aan te geven wat er menselijkerwijs mis is , lijkt het mij dat het artikel in de Elsevier teveel eenzijdig is.
Het is niet de islam die schuld heeft aan achterlijkheid. Het zijn ingebrande culturen en gewoontes die zorgen voor onnoemelijke ellende. Daar hebben eeuwen van westerse invloed niets aan kunnen verbeteren.
De belangrijkste componenten van een mondiale ethiek
De potentiële bronnen die hierboven zijn genoemd, hebben een groot aantal facetten en zijn te algemeen om een veelomvattend systeem van grondregels voor een mondiale ethiek uit af te leiden. Ze bieden inspiratie en geven aan welke principes of vormen wellicht goed aansluiten bij reeds bestaande ideeën en praktijken. Een mondiale ethiek moet echter op meer overwegingen zijn gebaseerd. Ze zal moeten steunen op bepaalde universele principes, zelfs als daar in een bepaalde cultuur verzet tegen bestaat. Dit betekent dat de rechtvaardiging van ethische principes niet dogmatisch en afgeleid van aard is, maar een kwestie is van het bijeenbrengen en in evenwicht brengen van talrijke verschillende overwegingen uit heel verschillende bronnen en van heel verschillende niveaus van algemeenheid. Als de Commissie nu een aantal morele aandachtspunten voorlegt die onmisbaar zijn voor een mondiale ethiek, mogen haar voorstellen niet worden afgedaan als een poging om bepaalde arbitraire ideeën en vooronderstellingen van bovenaf op te leggen. De Commissie is van mening dat deze principes diep geworteld zijn in een aantal fundamentele ideeën die ofwel groot moreel gewicht hebben, of waarvoor gegronde redenen kunnen worden aangevoerd. De Commissie heeft tevens nauwkeurig en met kritische zelfbeschouwing gepoogd om politieke partijdigheid te voorkomen. Ze heeft geluisterd naar wetenschappers, staatslieden, kunstenaars en anderen uit alle delen van de wereld. Een mondiale ethiek mag geen politiek instrument zijn dat bedoeld is om bepaalde regio's de les te lezen en hun culturele tradities en waarden te vernederen.
De Commissie stelt voor dat de volgende basisideeën de kern dienen te vormen van een nieuwe mondiale ethiek:
1. Mensenrechten en verantwoordelijkheden
Zoals al eerder is gezegd, worden mensenrechten vrij algemeen gezien als een onmisbare standaard in internationaal gedrag. Bescherming van individuele fysieke en emotionele integriteit tegen schendingen door de samenleving, het verschaffen van de minimale sociale en economische voorwaarden voor een acceptabel bestaan, en eerlijke behandeling van en gelijke toegang tot de mechanismen voor het herstel van onrecht zijn drie kernpunten die een mondiale ethiek dient te omarmen. Hoewel de kern van het begrip mensenrechten vrij duidelijk omlijnd is, vereisen ontwikkelingen die bij de opstelling van het concept niet konden worden voorzien (zoals de fundamentele bedreiging van het leven door menselijk ingrijpen in ecosystemen) dat ook nieuwe mensenrechten, zoals het recht op een gezond milieu, opgenomen dienen te worden in de bestaande codificaties.
Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat rechten gepaard dienen te gaan aan plichten, vrijheden aan beperkingen, keuzemogelijkheden aan burgerplichten. Verplichtingen zonder keuzemogelijkheden zijn onderdrukkend, keuzemogelijkheden zonder verplichtingen betekenen anarchie. De modernisering heeft het scala aan keuzemogelijkheden vergroot, maar sommige verbanden vernietigd. Zo kunnen keuzen zonder verplichtingen even onderdrukkend werken als verplichtingen zonder keuzen. We zouden moeten streven naar een samenleving waarin vrijheid niet losbandig is, autoriteit niet autoritair, keuzen niet vrijblijvend, en verplichtingen meer zijn dan pijnlijke beperkingen.
Er is weinig onderzoek gedaan naar de manier waarop verschillende mensen tegen mensenrechten aankijken of naar de dynamiek tussen de rechten van het individu en die van het collectief. In veel culturen zijn rechten onlosmakelijk verbonden met plichten. In Zuid-Azië hebben mensenrechtenactivisten bijvoorbeeld ontdekt dat de bevolking het vaak moeilijk vindt om algemene vragen als 'wat zijn uw rechten?' los van hun referentiekader (zoals religie, verwantschap of andere instituties) te beantwoorden. Ten tweede ontdekten zij dat het antwoord begon met een opsomming van plichten en pas daarna inging op rechten. Ten derde vond men het dikwijls moeilijk over rechten te spreken in het kader van concepten als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, omdat die onbekend zijn of als niet toepasbaar op hun eigen ervaring worden beschouwd.
Sommige critici verwerpen het begrip mensenrechten en betwisten de universaliteit ervan op grond van hun westerse oorsprong en hun veronderstelde individualisme. Mensenrechten zijn geworteld in een groot aantal religies en het Westen heeft vele ideeën uit andere culturen overgenomen en aangepast. Maar bovenal: het belangrijkste morele punt - bescherming van de integriteit en respect voor de kwetsbaarheid van mensen - heeft universele geldigheid en maakt aantoonbaar deel uit van de leer van alle grote tradities. De kritiek dat mensenrechten leiden tot individualisme - dat vreemd is aan niet-westerse culturen - is wellicht gebaseerd op een misverstand. Hoewel er uiteraard verband bestaat tussen het begrip mensenrechten en andere rechten, kunnen we deze laatste het best beschouwen als algemene principes, die betrekking hebben op fundamentele morele onderwerpen die in een sociale en politieke gemeenschap een adequate uitdrukking behoren te vinden. Hoe deze principes precies moeten worden geïmplementeerd en in welke institutionele vorm ze moeten worden gegoten, is een kwestie van politieke verbeeldingskracht, waarbij we rekening dienen te houden met reeds bestaande tradities en instituties. Sommige punten die deel uitmaken van het begrip mensenrechten kunnen zelfs het best worden uitgedrukt in een systeem van individuele wettelijke rechten. Maar andere, zoals het mensenrecht op de sociale en economische voorwaarden die noodzakelijk zijn voor een minimaal acceptabel bestaan, vragen om een complexe mix van instituties en beleid. En het recht op eerlijke behandeling kan onder andere betrekking hebben op onderwijs aan politie en veiligheidsdiensten om hen bekend te maken met eerlijke procesgang en gelijksoortige principes. Als sommige institutionele maatregelen om mensenrechten te effectueren inderdaad betrekking hebben op individuele rechten, komt dat niet doordat het begrip mensenrechten zelf bovenmatig individualistisch is. De reden is veeleer dat individuele rechten adequaat uitdrukking geven aan het idee dat op een beperkt aantal manieren alle mensen als gelijk moeten worden beschouwd en dat die essentiële gelijkheid zwaarder weegt dan enige eis die uit naam van de waarden van een groep of collectief worden gesteld.
Om een standaard voor mensenrechten wereldwijd te effectueren, dienen talloze spelers samen te werken. Staten en regeringen in de hele wereld moeten laten zien dat ze serieuze pogingen doen om mensenrechten in te voeren en dienovereenkomstig handelen. Er is ruimte voor veelomvattende internationale samenwerking, maar er is ook een belangrijke rol weggelegd voor transnationale participanten en de burgers van de hele wereld. Niet-gouvernementele organisaties zijn van cruciaal belang voor het zorgvuldig documenteren van individuele gevallen en het genereren van publiciteit over schendingen van mensenrechten. Ontwikkeling bestaat ten slotte voor een groot deel uit het effectueren van mensenrechten. Het betekent dat iedere mens die op deze wereld geboren wordt de gelegenheid moet hebben een volwaardig leven te leiden en zijn of haar economische, sociale en politieke rechten ten volle te benutten.
2. Democratie en de elementen van de civil society
Net als mensenrechten moet democratie in deze tijd gezien worden als een centraal element van een mondiale burgerlijke cultuur in wording. Democratie belichaamt het idee van politieke autonomie en emancipatie van de mensheid. Niet langer een voorhoede of een zelfbenoemde elite, maar het volk zelf, zou moeten beslissen over de wijze waarop het zijn collectief bestaan wil organiseren en welke toekomst het kiest.
Democratie is niet alleen een op zichzelf staande waarde, maar is tevens nauw verbonden met verschillende andere belangrijke waarden. Om te beginnen bestaat er een nauwe band tussen democratie en mensenrechten. Democratie biedt een belangrijke basis om de fundamentele rechten van burgers veilig te stellen. Onder druk van de publieke opinie worden regeringen gedwongen om preventieve maatregelen te nemen. Een stem geven aan hen die klachten hebben zal waarschijnlijk veel sociale rampen voorkomen.
Democratie en ontwikkeling zijn onderling afhankelijk en beïnvloeden elkaar. Op de lange termijn gezien is succesvolle ontwikkeling afhankelijk van democratie. Ontwikkeling is geen technocratische onderneming die van bovenaf door een centrale overheid opgelegd kan worden, maar vereist actieve participatie van alle leden van een samenleving. Mensen zullen veel gemotiveerder zijn om een bijdrage te leveren als zij zichzelf kunnen zien als ware burgers, die mee kunnen praten over de richting die het land moet inslaan en over de prioriteiten op het gebied van ontwikkeling. Vrijheid van meningsuiting is niet alleen een doel op zich, en als zodanig onderdeel van de betekenis van ontwikkeling, maar het heeft ook een instrumentele waarde bij het stimuleren van ontwikkeling. Tegelijkertijd geldt echter ook dat democratie afhankelijk is van ontwikkeling. Diverse landen, zoals Botswana, Costa Rica en Mauritius, laten zien dat democratie volledig verenigbaar is met een goede ontwikkelingsprestatie. Weliswaar bestaan er ook enkele autoritaire regeringen die goede resultaten behalen op het gebied van economische groei, zoals enkele Oost-Aziatische landen, maar op het moment dat ontwikkeling (vooral menselijke ontwikkeling, met de nadruk op een brede verspreiding van de voordelen van goede voeding, gezondheid en onderwijs) een bepaald stadium gepasseerd is, en wanneer er een geletterde en politiek bewuste middenklasse is ontstaan, wordt de eis van een volk om deel te nemen aan het politiek proces onweerstaanbaar. Hiervoor is bewijs uit de hele wereld voorhanden, zoals de voormalige Sovjetunie, Oost-Azië, Latijns Amerika en Zuid-Afrika. Alleen ontwikkeling kan de gunstige condities tot stand brengen die noodzakelijk zijn voor de bloei van de democratie.
Er bestaat ook een complex verband tussen democratie en vrede. Omdat democratieën minder snel met elkaar in oorlog zullen raken, kan democratie op internationaal niveau een belangrijke stabiliserende factor zijn. Op nationaal niveau is het verband tussen vrede en democratie minder duidelijk. Als democratie de kans krijgt zich te wortelen, kan het er op de lange termijn toe bijdragen dat de lont uit het kruitvat van conflicten wordt getrokken, maar een zekere mate van spanning en zelfs conflict is kenmerkend voor democratische politiek en dient verwelkomd te worden. Con- flicten over verdeelbare middelen kunnen het cement zijn dat een samenleving bijeenhoudt. Veel is afhankelijk van de vaardigheden van politici en de bereidheid om grieven al in een vroeg stadium te erkennen en daarvoor verzoenende oplossingen te vinden. Vooral in nieuw gecreëerde democratische systemen (maar ook in volwassen democratieën) wordt de vrijheid van meningsuiting soms misbruikt voor een agressieve politiek, die bedoeld is om kloven te verdiepen, anderen te belasteren en hun rechten met voeten te treden. Matiging is een deugd die van vitaal belang is voor een vreedzame democratische politiek.
Hoewel vrije, eerlijke en regelmatige verkiezingen, vrijheid van informatie, een vrije pers en vrijheid van vergadering de basisingrediënten van democratie en een vrije civil society vormen, moeten democratische procedures worden aangevuld met grondwettelijke garanties die politieke, etnische en andere minderheden beschermen tegen de tirannie van de meerderheid. In een wereld waarin, zoals al eerder opgemerkt werd, 10.000 verschillende gemeenschappen in ongeveer 200 staten leven, is de vraag naar de positie van minderheden niet slechts van academisch belang, maar een van de grootste uitdaging voor elke humane politiek.
3. Bescherming van minderheden
De sterke trends in de richting van mondialisering hebben niet geleid tot het verdwijnen van nationale en etnische bewegingen die autonomie eisen. Integendeel, de ervaringen in Oost- en Midden-Europa na 1989 bewijzen dat naties waarvan werd aangenomen dat ze al lang geleden verdwenen waren, opnieuw kunnen opkomen. Te vaak zijn meerderheden geneigd om discriminerend en repressief op te treden tegen culturele minderheden die hun identiteit willen bevestigen en een zekere vorm van zelfbestuur eisen.
De wens van culturele minderheden om uitdrukking te geven aan hun culturele identiteit of die politiek te uiten in een bepaalde mate van autonomie moet serieus worden genomen. Maar vanwege economische redenen, zoals het bestaan van geïntegreerde nationale markten, is de vorming van een nieuwe staat niet altijd de beste oplossing. Bovendien leidt de vorming van nieuwe staten vaak tot het ontstaan van nieuwe minderheden en nieuwe conflicten. Politieke en culturele verbeeldingskracht kan nieuwe politieke oplossingen voor oude culturele conflicten opleveren.
In zulke situaties moeten enkele prioriteiten worden gesteld. Allereerst moeten de leden van minderheden dezelfde basisrechten en vrijheden - met grondwettelijke garanties - genieten die gelden voor alle burgers. Ten tweede moeten, onafhankelijk van de bestuursvorm (zelfbestuur, gedeeltelijke autonomie, een confederatie, of iets anders), de mensenrechten van alle leden van meerderheden en minderheden worden gegarandeerd. Mensenrechten hebben voorrang boven alle andere eisen voor culturele integriteit die door gemeenschappen worden gesteld. Ten derde moeten tolerantie en het vreedzaam samenleven van culturen worden bevorderd, waardoor de culturele verscheidenheid wordt gestimuleerd. De ervaring heeft echter geleerd dat cultuur- politiek soms misbruikt wordt als middel om onenigheid en conflict te zaaien en niet voor de bevordering van wederzijds begrip en respect.
4. Verplichting tot het vreedzaam oplossen van conflicten en tot eerlijk onderhandelen
Zoals hieronder gedetailleerder zal worden uitgelegd, moeten de principes en waarden van een mondiale ethiek worden gezien als het morele minimum, dat zonder enig voorbehoud gehandhaafd dient te worden. Momenteel zijn deze basisstandaarden (zoals mensenrechten) niet voldoende om alle internationale en mondiale problemen die ethische kwesties oproepen op te lossen. Zo kunnen mensenrechten geen antwoord geven op de vraag wat eerlijke handel is, of hoe de kosten van milieu-onvriendelijke technologie moeten worden verdeeld over de betrokken landen. Hoewel problemen met betrekking tot rechtvaardigheid en eerlijkheid ongetwijfeld een centrale rol in een mondiale ethiek spelen, is het niet mogelijk die problemen door een filosofisch fiat op te lossen. Dit komt doordat er geen eenvoudig en algemeen geaccepteerd principe van rechtvaardigheid bestaat. Rechtvaardigheid en eerlijkheid in de transnationale politiek kunnen niet worden bereikt door de wereld een vooropgezet moreel principe op te leggen. In deze situatie moeten alle betrokkenen een stem hebben. De oplossing van geschillen moet gezocht worden in onderhandelingen: alle betrokken partijen moeten vertegenwoordigd zijn en een stem hebben bij het vaststellen van de principes en regels die het geschil moeten gaan beslissen. Daarom acht de Commissie het van zeer groot belang dat een mondiale ethiek sterke betrokkenheid heeft bij het vreedzaam oplossen van conflicten en eerlijk onderhandelen.
Er zou een sterke wil moeten zijn om een 'cultuur van vrede' op te bouwen. De enorme economische, sociale en menselijke kosten van een gewapend conflict stijgen ver boven de grenzen van het toelaatbare. Militaire uitgaven zijn een tragische verspilling van schaarse hulpbronnen. Helaas wordt de gevestigde militaire orde niet overtuigd door het aantal scholen of dorpsapotheken dat kan worden ingericht voor de prijs van een tank. Algemene argumenten over hogere sociale prioriteiten hebben geen effect. Men zal de militaire orde moeten overtuigen dat vergroting van het wapenarsenaal, ook met het oog op hun eigen doelstellingen - de nationale veiligheid - contraproductief is. Bedreigingen van vrede, veiligheid en menselijke ontwikkeling komen echter ook voort uit onze eigen politieke en collectieve keuzen, zoals die voor de winstgevende wapenhandel.
Een cultuur van vrede is meer dan een theorie of een verzameling principes. Het is, zoals Federico Mayor heeft duidelijk gemaakt, 'een proces waarbij positieve houdingen ten opzichte van vrede, democratie en tolerantie worden samengesmeed door middel van onderwijs en kennis over verschillende culturen'. Dit proces begint met een pro-actieve opstelling bij het werken aan vrede: preventieve actie voordat een conflict is uitgebroken en corrigerende actie nadat het zijn menselijke tol heeft geëist. Het behelst de participatie van alle partijen in een conflict, de cultivering van het democratisch proces en de niet-gewelddadige oplossing van conflicten. Bijna alle culturen kennen technieken om vrede te stichten en de mens heeft in de loop van de geschiedenis verschillende methoden toegepast om het uitbreken van conflicten en bloedvergieten te voorkomen. Veel culturen vereerden hun 'vredestichters', individuen die optraden als bemiddelaars en de lont uit het kruitvat van conflicten haalden. Het is de verantwoordelijkheid van ieder van ons om de belangen achter de wapenwedloop aan het licht te brengen en de vaardigheden van verzoening, vreedzame samenwerking en tolerantie te cultiveren.
5. Rechtvaardigheid binnen en tussen generaties
Universalisme is het fundamentele principe van een mondiale ethiek. Het ethos van de universele rechten van de mens stelt dat alle mensen gelijk geboren worden en dat zij deze rechten, onafhankelijk van sociale klasse, geslacht, ras, gemeenschap of generatie genieten. Dit impliceert dat de basisbehoeften die nodig zijn voor een acceptabel bestaan de eerste zorg van de mensheid dienen te zijn. Om toekomstige generaties te beschermen, vereist universalisme dat we de dringende vraag om leven van de armen van vandaag niet over het hoofd zien.
Het basisprincipe van intergenerationele rechtvaardigheid houdt in dat de huidige generaties het milieu en de culturele en natuurlijke hulpbronnen ten bate van alle leden van huidige en toekomstige generaties in stand moeten houden en beheren. Iedere generatie is gebruiker, conservator en potentiële verbeteraar van het gemeenschappelijke natuurlijke, genetische en culturele erfgoed van de mensheid. Daarom moet zij voor de volgende generaties dezelfde mogelijkheden achterlaten als zij zelf heeft gehad.
Hoe wij ons als mens tot de aarde dienen te verhouden en wat onze verantwoordelijkheid ten opzichte van nog ongeboren generaties is, zijn twee van de moeilijkste filosofische vraagstukken. De antwoorden zullen we moeten putten uit vele bronnen. Misschien kan de moderne beschaving iets leren van plaatselijke culturen, die individuen en generaties zien als schakels van een lange keten van familiebanden.
De vraag wat het principe van intergenerationele rechtvaardigheid inhoudt, kan niet worden beantwoord zonder tegelijkertijd ideeën te ontwikkelen over de wijze waarop dit principe institutioneel vorm kan krijgen. Een van de interessantste recente ideeën is het voorstel om de belangen van toekomstige generaties te beschermen door de aanstelling van een afgevaardigde in de vorm van een zogenaamde 'waker' en een 'bewakingsdienst'. Dit zou binnen het kader van de Verenigde Naties en het internationaal recht moeten gebeuren.
We worden omgeven door symbolen die belangrijke informatie in één oogopslag overbrengen. Ze zien er simpel uit, maar het ontwerpen is vaak ingewikkeld.
Een grote gekrulde golf en een wegrennend mannetje? Pas op, tsunamigevaar. Een tank? U bevindt zich in oorlogsgebied. Een trap naar een kelder? Hier bevindt zich een schuilkelder. Een mannetje met afgerukt been? Let op, mijnenveld. Overal in de wereld barst het van de pictogrammen die de weg wijzen en belangrijke informatie kernachtig in één beeld samenballen. Maar op plekken waar ze misschien wel het hardst nodig zijn, kom je ze niet tegen.
Grafisch ontwerper Gert Dumbar besloot daar iets aan te doen. Samen met zijn zoon Derk, eveneens grafisch ontwerper, en studenten uit Iowa, Seoel, Parijs en Den Haag ontwikkelde hij een nieuwe reeks pictogrammen voor humanitaire hulporganisaties. Ze worden nu voor het eerst gepresenteerd op de expositie ’A safe place’ in het Centraal Museum in Utrecht. Ze variëren van waarschuwingen voor natuurrampen tot wegwijzers in overvolle opvangcentra voor vluchtelingen.
Bij alle beelden van rampen die de afgelopen jaren over ons heen spoelden, vielen Dumbar altijd de chaos en problemen op waarmee hulporganisaties te maken krijgen als gevolg van taalbarrières, analfabetisme en cultuurverschillen. Pictogrammen zijn voor iedereen te begrijpen. Ze kunnen rampen en oorlogen niet voorkomen, maar wel de chaos in een rampgebied op z’n minst verzachten, bedacht hij. Helemaal nieuw was de materie niet voor hem, want voor het Medisch Centrum Haaglanden had Dumbar eerder al medische pictogrammen ontworpen. Ook voor het ministerie van landbouw maakte hij voor iedereen begrijpelijke symbolen die gebruikt worden bij een uitbraak van mond- en klauwzeer.
Of de door Dumbar ontwikkelde nieuwe serie pictogrammen ook daadwerkelijk gebruikt gaat worden, is nog niet bekend. Verschillende organisaties hebben belangstelling getoond, maar Dumbar wil er eerst mee naar de Verenigde Naties. Er zal ook nog flink aan gesleuteld moeten worden, realiseert hij zich, omdat de nieuwe symbolen gemaakt zijn met een westerse bril op. Daardoor zijn ze niet in alle delen van de wereld te doorgronden of zenden ze een andere boodschap uit dan de bedoeling is. Niet iedereen zal bij het zien van een plaatje van een man, vrouw en kind snappen dat daarmee een veilige plek wordt aangegeven. Ook de verwijzing naar een plek waar je vermiste personen kunt melden, zal niet iedereen meteen doorgronden: een zwart ingekleurd mannetje en een vrouwtje dat is opgebouwd uit allemaal streepjes.
Merkmensen / Logo people, 2005
Als je ziet hoeveel haken en ogen er zitten aan het ontwikkelen van nieuwe universele pictogrammen, krijg je des te meer respect voor degenen die de bestaande beeldtaal hebben ontwikkeld waaraan het Centraal Museum ook een tentoonstelling wijdt: ’Lovely Language’. We worden omgeven door symbolen die de weg wijzen op luchthavens en stations of belangrijke informatie in één oogopslag kunnen overbrengen. Maar wie staat er nog stil bij het mannetje en vrouwtje op de wc-deur? Al die symbolen zijn zo vanzelfsprekend, maar ooit moeten ze wel bedacht en ontworpen zijn.
’Lovely Language’ biedt een interessant overzicht van de geschiedenis van de internationale beeldtaal. Nooit geweten dat de Oostenrijkse socioloog Otto Neurath in de jaren twintig van de vorige eeuw daarvoor de basis legde. Hij bedacht en tekende samen met de Duits-Nederlandse graficus Gerd Arntz meer dan vierduizend icoontjes die kernbegrippen uit de economie, politiek, demografie en industrie symboliseerden. Neurath was een sociaal bewogen mens en een belangrijke drijfveer was dat hij mensen die niet (goed) konden lezen, wilde helpen aan de voor hen noodzakelijke basisinformatie. Woorden verdelen, was zijn stellige overtuiging, en beelden verenigen. Isotype noemde hij zijn systeem, een afkorting van International system of typographic picture education en tevens het Griekse woord voor ’hetzelfde teken’.
De allereerste pictogrammen werden uitgevoerd als linoleumsnedes en zijn kunstwerkjes op zich. De ’uitvinding’ van Neurath bleek al snel van onschatbare waarde en voor allerlei doeleinden inzetbaar, zoals bijvoorbeeld voor statistieken. Strikt neutraal waren de afbeeldingen niet, je leest er ook het wereldbeeld van de bedenkers in terug. Zo werden werklozen aanvankelijk afgebeeld in de vorm van mannetjes met een gebogen hoofd. Ook bedachten Neurath en Arntz stereotiepe figuurtjes die armen en rijken moesten verbeelden, waarbij de verveling afdruipt van de rijken die zich te buiten gaan aan ledigheid en de armen er ook echt als tobbende sloebers uitzien. Ook Hitler duikt op in de historische galerij van pictogrammen: met alleen zijn kuif en snor was hij al een logo op zich.
Beeldtaal is in de loop der tijd alleen maar belangrijker geworden. Steeds meer informatie bereikt ons via symbolen, niet omdat mensen slecht lezen, maar omdat infographics (zoals we beeldtaal nu noemen) een belangrijke aanvulling kunnen zijn op het geschreven woord en bijvoorbeeld in de krant de kern van het nieuwsbericht kunnen weergeven. Ongemerkt is de beeldtaal ons hele leven gaan domineren en niet meer weg te denken. Als je op straat loopt realiseer je je dat niet, maar een animatiefilm gemaakt in Breda is wat dat betreft een mooie illustratie. Tijdens een tocht met de camera door de binnenstad van Breda zijn alle gebouwen en mensen zwart gemaakt. Alleen de tekens en symbolen zijn uitgelicht. Maar toch kun je je nog steeds oriënteren: vooral de symbolen van winkel- en fastfoodketens beschrijven de omgeving en loodsen je door de stad.
De tentoonstellingen ’A safe place’ en ’Lovely language’ zijn t/m 11 februari te zien in het Centraal Museum in Utrecht. Beide exposities vinden plaats in het kader van de tweede biënnale voor social design, die een gevarieerd programma omvat. In de Academiegalerie presenteren jonge ontwerpers hun afstudeerprojecten.
Het Dutch Design Center toont de resultaten van een workshop waarin kinderen afgedankte spullen nieuw leven inbliezen.
HAARLEM - Een thuishulp die niet raar opkijkt als de schoenen bij de voordeur uit moeten, de heer des huizes op de knieën het hoofd naar Mekka buigt en uitsluitend halal kookt. Hulpbehoevende allochtonen in en rond Haarlem kunnen binnenkort een hulp inschakelen met verstand van de eigen cultuur.
Directeur Ernst Blok van Thuiszorg in Holland BV denkt daarmee een gat in de markt te hebben gevonden. Volgens directeur Blok, die zijn bedrijf samen met een Turkse en Marokkaanse compagnon leidt, is er grote belangstelling voor islamitische thuiszorg op maat. "De belangstelling onder hulpbehoevende allochtonen voor thuiszorg is groot", weet Blok.
alleen de uitvoering stuit volgens Blok in de praktijk geregeld op problemen. "Als ouderen al weten dat ze er voor in aanmerking komen, zijn veel van hen de taal niet machtig en zijn actief religieus." Dat kan leiden tot problemen, aldus Blok.
Thuiszorg in Holland wil daarom islamitische thuishulp uitzenden naar islamitische allochtonen. "Ze spreken de taal, kennen de cultuur en zijn goed op de hoogte van de gewoonten en gebruiken. Dat zorgt voor een betere klik", aldus Blok. "En een islamitische hulp kijkt niet vreemd op als er thuis wordt gebeden, de schoenen uit moeten en zal ook geen varkensvlees klaarmaken." Directeur Blok is niet bang voor kritiek dat hij de integratie van allochtonen belemmert. "Mensen zijn vrij om te kiezen welke hulp zij wensen", aldus Blok. Thuiszorg in Holland benadrukt een commercieel bedrijf te zijn dat goed luistert naar de klanten. "Een Nederlandse oudere die vraagt naar een Nederlandse hulp zal ook worden bediend. En we sturen bijvoorbeeld ook geen mannelijke hulp naar een islamitische alleenstaande vrouw of echtpaar."
Thuiszorg in Holland wil bij voldoende vraag ook islamitische verpleegkundigen in dienst gaan nemen.
DEN HAAG - PVV-fractieleider Geert Wilders moet niets hebben van de oproep die prominenten via dagblad Trouw hebben gedaan voor tolerantie en respect. Volgens hem zijn de ondertekenaars „onnozele en naïeve dwazen”.
Wilders noemt ze ook „dhimmi's”, waarmee hij niet-moslims bedoelt die zich uit vrees onderdanig gedragen ten opzichte van moslims. „De islam verdient geen respect, maar moet fel worden bestreden als intolerante en fascistische ideologie”, stelde het Kamerlid woensdag in een reactie.
De gezamenlijke oproep in Trouw komt voort uit een discussie die voorzitter Doekle Terpstra van de HBO-raad vorig jaar via die krant aanzwengelde. Hij pleitte er toen voor een tegengeluid te laten horen tegen de ideeën van Geert Wilders. De PVV-voorman reageerde woedend. De huidige oproep is niet gericht tegen bepaalde politici.
In haar kersttoespraak heeft koningin Beatrix gepleit voor gemeenschapszin en tolerantie. Volgens de vorstin heeft de geschiedenis geleerd dat tolerantie een basis biedt om spanningen te boven te komen."Dat vraagt van iedereen aandacht en begrip voor andere groeperingen."
Volgens de koningin zien we nu juist veel tegenstellingen verscherpen, en discussies in verharde verhoudingen ontaarden. Gekwetste gevoelens moeten niet omslaan in wanhoop en agressie.
Vertrouwen begint met het aanvaarden van verscheidenheid: niet iedereen denkt, doet en gelooft hetzelfde, aldus de koningin in haar kersttoespraak.
Donderdag 3 januari 2008 - DEN HAAG - Ongeveer een maand geleden opende Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad, de aanval op PVV-voorman Wilders door op te roepen de 'verwildering' van de samenleving tegen te gaan. Nu is er een oproep voor meer tolerantie in dagblad Trouw.
Is dit nu de actie tegen Wilders? "Het is een pleidooi voor meer tolerantie van vooral maatschappelijke organisaties zoals vakbonden, Bouwend Nederland en de Raad van Kerken. We willen de grote traditie van openheid onder de aandacht brengen. Er gebeuren veel goede dingen in de multiculturele samenleving, maar die zie je niet. Als allochtone jongeren rotzooi trappen, dan ligt dat direct aan buitenlanders of aan de islam. Wij willen nu juist dat mensen op onze website benoemenenbouwen.nl laten zien dat er ook goede dingen gebeuren."
Het is geen persoonlijke aanval op Wilders, zoals u eerder wel deed. Hij heeft noemt de ondertekenaars 'onnozele en naïeve dwazen'.
"Ik vind dat alle Tweede Kamerleden zich moeten aansluiten bij dit initiatief, ze moeten de site bezoeken en daar een statement achterlaten. Ik kan me niet voorstellen dat ze dat niet willen. Wie kan er nu tegen meer tolerantie zijn? Als een politieke partij dit bekritiseert, zegt dat heel veel over die partij."
De intekenlijst op uw website was enkele uren gesloten wegens overmatig misbruik. Op internet is tolerantie blijkbaar ver te zoeken.
"Dat waren de gebruikelijke Adolf Hitler-teksten. Ik had er al rekening mee gehouden dat die op de site zouden verschijnen. Maar nu leest een aantal mensen de reacties eerst, dus er zouden geen gekke dingen meer op de site moeten komen."
U heeft steun gekregen van 57 prominente Nederlanders. Was het moeilijk sympathisanten te vinden?
"Binnen anderhalve week hebben we bijna zestig mensen achter het initiatief gekregen. Uit linkse en rechtse hoek en van Harry Mens tot Elco Brinkman. Dat geeft aan dat de bezorgdheid groot is en ook hoe groot de urgentie is. Ik denk dat we nog meer steun krijgen. We moesten even stoppen omdat we de advertentie in de krant wilden krijgen."
Zijn er ook mensen die de open brief niet wilden ondertekenen?
"Niet iedereen heeft ja gezegd. Ik heb daar geen enkel probleem mee. Nee, ik ga niet zeggen wie."
Geert Wilders moet niets hebben van de oproep voor meer tolerantie en respect in het nieuwe jaar. Volgens hem zijn de ondertekenaars 'onnozele en naïeve dwazen'. Hij noemt ze ook dhimmi's, waarmee hij niet-moslims bedoelt die zich uit vrees onderdanig gedragen ten opzichte van moslims.
Volgens CDA, PvdA, VVD en homovereniging COC is de opreoep welkom, maar zij waarschuwen ook dat een dergelijke oproep weinig zoden aan de dijk zet zonder een (harde) aanpak.
ROTTERDAM - Stop met het kwetsen van hele bevolkingsgroepen, het scoren met ongenuanceerde oneliners en het gebrek aan respect voor elkaar.
Doeke Terpstra. FOTO HOLLANDSE HOOGTE
‘Nu dreigt intolerantie de boventoon te voeren.’
Dat schrijven 58 prominente Nederlanders op de website www.benoemenenbouwen.nl en in een gisteren in dagblad Trouw verschenen krantenadvertentie. Ze roepen op toleranter te zijn en positieve verhalen over integratie op de site achter te laten.
Doekle Terpstra, voorzitter HBO- raad, is de initiatiefnemer. Hij sprak zich een paar weken geleden al uit tegen de verWildering van Nederland. Nu krijgt hij steun van onder anderen oud-politici Ben Bot, Sybilla Dekker, Ina Brouwer, Elco Brinkman en Hans Dijkstal, programmamakers Jan Douwe Kroeske, Sjors Frolich en Jacobine van Geel, voetbaltrainer Foppe de Haan en schrijvers Geert Mak en Arjan Erkel.
,,Met dit maatschappelijk initiatief willen we het gesprek aangaan met de mensen die zich nu afzetten tegen allochtone groepen en iedereen over één kam scheren,’’ zegt Terpstra. ,,Natuurlijk is dat niet makkelijk, maar niets doen helpt zeker niet. Veel van die negatieve reacties komen voort uit angst voor het onbekende. Dit is een statement van wit Nederland die kleur bekent. We hopen dat organisaties van allochtonen zich aansluiten.’’
De oproep tot tolerantie leidde direct tot een stroom negatieve reacties, aangewakkerd door de website geenstijl.nl. Die zweepte bezoekers op met de tekst ‘Uw handtekening zetten voor het stapsgewijs invoeren van de sharia kan op de speciale website’. Het gevolg: scheldpartijen en verwensingen (zie kader).
,,Sneller kan niet worden aangetoond dat dit initiatief nodig is,’’ reageert ondertekenaar Hans Dijkstal. ,,Eerder al ben ik met het manifest ‘Eén land één samenleving’ gekomen, omdat ik me zorgen maak over de harde toon en intolerantie in de politiek en de beeldvorming in de media. Ik hoop dat nu de aandacht zich richt op de positieve verhalen.’’
Saamhorigheid is ook voor rabbijn Abraham Soetendorp reden voor zijn steun. Hij hoopt dat het initiatief een stimulans zal zijn voor anderen. ,,Het is niet direct een actie tegen Geert Wilders, maar een partij die stelt dat de koran, de heilige schrift voor 1,2 miljard mensen, moet worden verboden heeft voor mij de grenzen van het fatsoen en de redelijkheid overschreden. Ik ben bezorgd, omdat de huidige stemmingmakerij tegen moslims is te vergelijken met antisemitisme.’’
VVD’ers zullen de oproep om de ‘neerwaartse spiraal van intolerantie en onverschilligheid’ te doorbreken niet ondertekenen, omdat die is gericht aan de politiek en het volgens Kamerlid Henk Kamp vreemd zou zijn als hij als politicus zijn handtekening eronder zou zetten. De VVD ziet er ook geen oplossing van de problemen in. Volgens Kamp is harde aanpak nodig van de problemen met allochtone jongeren.
Het CDA noemt de oproep ‘absoluut positief’. Vice-fractievoorzitter Liesbeth Spies benadrukt wel dat er naast een dialoog een harde aanpak moet staan van zaken die niet deugen. ,,Daar waar mogelijk is de dialoog, maar aanpakken waar dat nodig is.’’ Ze juicht toe dat er vanuit de maatschappij zo’n beweging is gekomen, waarvan de ambities door de politiek dienen te worden opgepakt.
De PvdA beschouwt de oproep juist als een maatschappelijk initiatief en heeft niet de behoefte daar als politieke partij op te reageren. De SP kon er nog niet op ingaan.
Bart-Jan Spruijt, historicus en secretaris van de Edmund Burke Stichting (platform voor het conservatisme in Nederland) is tegenstander: ,,Deze actie is ongeloofwaardig en de begeleidende tekst nietszeggend. Ik zie het als een wanhopige poging terug te keren naar het Nederland vóór Pim Fortuyn. Het valt me op dat de initiatiefgroep vooral de generatie representeert die het zo ver heeft laten komen. Zíj hebben de ruimte geschapen voor politici als Wilders en Verdonk. Dan moet je niet klagen of loze kreten slaken. We moeten op zoek naar een nieuwe consensus. Niet makkelijk, want wie zijn wij om te denken dat we onze cultuur kunnen opleggen aan moslims en het mag ook niet zo zijn dat moslims de autochtone gemeenschap veranderen.’’
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Geplaatst op 14-04-2007 09:11 door cor3306 in categorie Utrecht
Als je ’s nachts niet slapen kunt, spookt er soms van alles door je hoofd. De vergadering van de duivenclub was levendig, lawaaierig en rokerig geweest. De kleren die over de stoel bij je bed hangen stinken naar tabak. En nu wil ik graag slapen, maar ‘t gaat niet. Uur na uur springen de cijfers van de wekkerradio verder. Je denkt aan het tv programma ‘boer zoekt vrouw’ van zondagavond.Zou dat iets voor duivenmelkers zijn? Die zijn soms ook in hun relaties op drift! Dat gebeurt toch! Duivenmelker zoekt vrouw. Het boerenleven heeft voor het vrouwvolk wel een idyllisch tintje. Hoewel, zo’n meisje van de grote stad heeft geen flauw idee van die gigantische stallen vol varkens en kippen. Duiven komen symbolisch ook niet slecht uit de bus. Ze staan voor eeuwige trouw, romantiek en vrede.
Goed, ik ken in onze vereniging wat melkers die door omstandigheden weer vrijgezel zijn.Je bent dus duivenmelker en je hebt een date. Gezellig zit je met je nieuwe contact in een restaurantje; wijntje, voorafje, hoofdgerecht, pianist: hartstikke gezellig. Je vertelt over je leven en je werk. Ze luistert en lacht. Bij het nagerecht moet tenslotte het hoge woord eruit:’ Behalve halve marathons lopen, heb ik nog een andere hobby. Ik ben duivenmelker’ Nou, dan heb je heel wat uit te leggen!Een agrariër heeft ‘t makkelijk; lammetjes, schapen, koeien, weilandjes en wat scharrelkippen. Dat is gesneden koek voor je contactadvertentie. Maar postduiven! Daar heeft ze nooit van gehoord. Met de moed der wanhoop vertel je van die fijne hobby: duivensport, en van ‘t nagerecht proef je niks. Woelend in bed bedenk ik hoe mijn belangstelling voor dieren was voordat ik aan die duiven verslingerd raakte. Als opgroeiende kleuter en kleine jongensleepte ik allerlei beesten mee naar huis en daar waren ze thuis zeker niet blij mee. Vooral mijn vader was een fel tegenstander. Katten, honden, konijnen, vissen en duiven en alles wat verder nog maar kieuwen vinnen of vleugels had vervulde hem met diepe afkeer. ‘Konijnen en duiven; laat je geld maar verstuiven’, zei hij vaak. Dat spreekwoord had hij zelf bedacht. Rond einde en begin van het jaar, zo tussen Oud en Nieuw moet ik nog wel eens denken aan alle dieren die ik in huis haalde en die het op de een of andere manier niet gehaald hebben. Bij een jaarwisseling denkt men wat meer over zulke dingen na!
Salamanders, kuikens, konijnen, eksters, roofvogels, meikevers, kikkers, kraaien, vissen en een jonge zwerfkat met een geamputeerde staart bevolkten korte of langere tijd mijn ouderlijk huis. Het succes van die kleine dierentuin was niet geweldig. De salamanders ontsnapten en werden weken later door mijn brave en van ontzetting gillende moeder in allerlei uithoeken van 't huis teruggevonden. De kraaien en eksters vlogen weg, toen ze op eigen benen konden staan. De konijnen gingen krijsend dood aan de myxomatose en de kat werd door een buurjongen met een bijl doodgeslagen. Hij was met een hakmes takken aan het kortwieken en toen Marloes, mijn poes, met de twijgjes wilde spelen, deelde hij een fatale mep uit. Veel later ontmoette ik een duivenmelker die op die gemene buurjongen leek. Hij had hetzelfde lichtblonde haar, dezelfde hemelsblauwe ogen en het klikte meteen niet tussen ons. Bovendien vloog hij verschrikkelijk hard met z'n duiven, terwijl ik maar een gewone krabber was. In mijn club hadden we in het begin ook nog een mollige melker die in de verte enigszins leek op een klasgenoot die inkt over mijn rekenschrift smeet en mij op het schoolplein pootje haakte. Ook hem mocht ik niet
Zo zwieren mijn gedachten tijdens zulk nachtelijk gepieker willekeurig rond. De wekker constateert steeds andere tijden en de slapeloze nacht bereikt de morgenuren waarin ik een paar hazenslaapjes heb met korte chaotische dromen van Frans Bauer en Marianne Weber die over een sneeuwwitte vredesduif zingen.
Waarom zijn er zoveel strubbelingen onder verschillende culturen? autochtonen, allochtonen.. we maken overal woorden voor, maar wat telt echt? in deze blok werp ik een blik op cultuurverschillen wereldwijd...