Omdat ik het niet los kon laten doopte ik mijn virtuele pen in vitriool en schreef een monoloog voor een vrouw die haar ex-echtgenoot tegenkomt nadat hij haar uit het niets op haar weblog heeft laten weten dat hij nooit is vreemd gegaan. Zij weet wel beter en weet ook dat hij al zó lang in deze leugen leeft dat hij er in is gaan geloven. Dit patroon zie je vaker bij mensen die niet in de spiegel durven kijken en liever liegen dan de waarheid onder ogen te komen.
Pure fictie natuurlijk, deze tekst.
Ik zit zelf te denken aan Annet Malherbe als de uitgelezen persoon voor deze monoloog.
Alleen, op een leeg podium in een eenvoudige maar elegante zwarte jurk en torenhoge hakken., in een algemene, bescheiden belichting. Zij mag zichzelf daar gerust in regisseren, dat lijkt me haar wel toevertrouwd. Muziek is nog niet bekend.
Hier komt 'ie.
VITRIOOL
Zo. Dus jij bent in de veronderstelling dat je me nooit bedrogen hebt.
Je hebt het over mijn dynamische geheugen. Laat me je dan behulpzaam zijn en het jouwe eens een beetje opfrissen met wat feitjes en verhaaltjes uit het verleden. Het lijkt erop dat het na al die jaren wat verstoft is bij je.
Zo kan ik me bijvoorbeeld nog goed herinneren dat je me voor de voeten gooide nooit met mij te hebben willen trouwen. Dat ik je daar min of meer toe had overgehaald en psychisch onder druk gezet had. Daarbij kan ik me ook nog als de dag van gisteren herinneren hoe je me op de trouwdag van je beste vrienden op het zonnige Kreta, waar je nota bene haar getuige was, het idiote plan opvatte om mij temidden van al die mensen ten huwelijk te vragen door op je knieën te gaan onder die idyllische, eeuwenoude Kretense dode boom. Je zei me later dat je het niet van plan was geweest maar dat dit je het uitgelezen moment had geleken. Dat klinkt toch wel anders dan een gedwongen huwelijk of een shotgun wedding.
Weet je nog dat die eeuwenoude boom de volgende ochtend in duizenden gruzelementen op de grond lag? The Gods above me, who must be in the know. Dat had mij al moeten waarschuwen.
Je vertelde dat je weg wilde, kamperen, even alleen zijn, even niets aan je hoofd om dingen op een rij te zetten. Je drukte me op het hart dat ik niet mee mocht. Alsof ik geen behoefte had om samen te zijn en mijn gedachten van me af te zetten, mijn zinnen te verzetten. Nee, je moest persé alleen op pad, dat was de essentie. Dus daar gingen de kampeerspullen in de auto. Je vertrok zonder me te laten weten waar naartoe, zonder te weten hoe lang je weg zou blijven en ik vertrouwde je. Ik ging er oprecht vanuit dat je inderdaad ergens in een tentje op een camping zou zitten.
Kun je het je nog herinneren?
Misschien kun je je dan ook enigszins verplaatsen in het gevoel dat ik kreeg toen ik erachter kwam dat je helemaal niet alleen op pad was. Dat je vanaf het eerste moment al bedacht had dat zij met je mee zou gaan, niet ik.
Dat zij in mijn slaapzak, op mijn matrasje in mijn tent met mijn echtgenoot ergens aan de kust een weekje doorbracht, zonder mijn medeweten of toestemming, valt bij jou dus niet onder de categorie bedrog. Bij mij wel. En ik verwacht dat ik daar niet eens zo heel alleen in sta.
In één moment veranderde je van mijn beste vriend, de persoon in wie ik het meest vertrouwen had, van wie ik het meest hield, van de persoon aan wie ik mijn huwelijkse trouw beloofd had, in mijn grootste vijand.
Je hoeft echt niet eerst je pik in iemand te steken om iemand te bedriegen, om vreemd te gaan. Haar een half jaar lang bellen en bij haar langsgaan zonder mijn medeweten is meer dan genoeg. Of je nou daadwerkelijk met haar naar bed geweest bent of niet. Ik wil het niet eens weten. Ik wil niets meer van jou weten. Mijn hele leven lang niet meer. Ik haat je niet. Dat zou nog te dicht bij liefde kunnen liggen. Nee, ik haat je beslist niet. Ik veracht je. En alles wat je zou doen om daar verandering in te brengen zal de mate waarin ik je veracht alleen maar doen toenemen.
Als het mogelijk zou zijn om een pil te slikken die alles uit mijn geheugen zou wissen dat met jou te maken had, had ik die pil jaren geleden al zonder enige twijfel tot me genomen. Ik vind het niet leuk dat ik nog steeds terugkijk op wat in mijn ogen het grootste bedrog is geweest in mijn leven. Ik schep daar geen genoegen in. Ik hou dat niet moedwillig in stand. Ik wentel niet in zelfmedelijden en ik koketteer niet met mijn rugzak. Het is allemaal wél iets te groot en iets te traumatisch geweest. En die rugzak zal ik dan ook nooit kunnen afdoen.
Ik vind je een zwakkeling, een man zonder ruggengraat. Een slappe lul die zichzelf ziet als iemand die zich in een huwelijk heeft laten dwingen. Een dromer die zijn hart uitstort in een niet-bestaande wereld, omdat hij de echte wereld niet aan kan. Een zacht ei dat jankt bij een speldenprikje maar het ook net zo makkelijk weer kwijt is als hem dat beter uitkomt. Een man met veel vals sentiment en krokodillentranen. Een man vol angsten over ouder worden en lessen leren. Iemand die denkt dat hij de wijsheid in pacht heeft en daardoor blind is voor die van anderen.
Ik kan me nog goed herinneren hoe geschokt je was toen je erachter kwam dat ik mijn trouwring verpatst had bij de juwelier. Hoe ik in staat was om zo’n mooie herinnering (!!!) zo achteloos om te zetten in geld. Op dat moment realiseerde ik me heel bewust dat jij jezelf werkelijk van alle schuld had vrijgepleit en dat er in jouw beleving inderdaad geen sprake was van ontrouw of bedrog. Je had jezelf letterlijk ingeprent dat je niets verkeerd gedaan had.
Weet je het nog? Hoe het écht zat?
Ook kan ik me nog goed herinneren dat ik net verhuisd was en jij in het koophuis bleef wonen. Ik kwam langs om nog wat spullen te halen. Weet je nog dat je in de vensterbank zat, weet je nog dat ik mijn fiets tegen het raam zette? Weet je nog, de verslagen, lege blik in mijn ogen?
Je had het complete huis gestript, overal was de dode kunst van je nieuwe liefde aanwezig. Geel en blauw hadden plaats gemaakt voor grijs en zwart. De dood had zijn intrede in dat huis gedaan en ik schrok me wezenloos van het gemak waarmee je het had binnen gelaten.
Ik ben uiteindelijk naar mijn nieuwe huis gefietst. Mijn tranen mengden zich in het schemerdonker met de stromende regen, tot een punt waarop ik nog slechts een paar centimeter bij zelfmoord vandaan was. Op dat punt ontwaarde ik een oerkracht in mezelf. En die heb jij nooit gezien. Die kende ik zelf nog niet eens.
Dat het überhaupt in je gemankeerde geest is opgekomen om naar het graf van mijn moeder te gaan, een paar weken na haar dood, om daar vergeving te vragen voor hetgeen je mij van plan was aan te doen, zegt mij meer dan genoeg over bedrog. Het zegt mij dat je verdomd goed wist dat wat jij deed en nog van plan was te gaan doen, nooit de schoonheidsprijs zou winnen. Dat je timing uitermate belabberd was. Dat je allang begonnen was mij leugens op de mouw te spelden waarbij geen weg meer terug was. Dat je leugens verkoos boven de waarheid. Dat je huwelijksbeloften wel uitgesproken had, maar niet kon waarmaken en daardoor jezelf niet meer in de ogen kon kijken, zodoende wel móest vluchten in leugens.
Dat jij het nu in je hersens hebt gehaald om over mijn moeder te schrijven in je commentaar, haar aan de duiden als ‘jouw lieve, gekke moeder’ en daarmee valse sentimenten tentoonspreidt zou haar kotsmisselijk gemaakt hebben. Het zou haar in haar graf doen omdraaien.
Ik hoop dat ze je in vele nachtmerries zal bezoeken en zal blijven vreten aan je geweten tot het pijn blijft doen en zal gaan etteren.
Want als ze nog geleefd had, had ze gehakt van je gemaakt en had je nooit meer één stap in haar huis mogen zetten. Datzelfde geldt misschien nog wel in grotere mate voor je huidige vrouw. Als ze geweten zou hebben dat dit de ware reden van haar vele ziekenbezoekjes was geweest, had ze haar in het gezicht gespuwd van walging.
Er kwam een kat in je leven en het werd je lievelingskat, met de toepasselijke naam Amor. De kat waar je altijd vol liefde naar keek, mee speelde, van genoot. Plotseling over in tranen was bij het besef dat dit beestje ooit eens dood zou kunnen gaan.
Weet je het nog? Je lieve Amortje?
Naar deze kat heb je nooit meer omgekeken toen bleek dat je nieuwe liefde allergisch was voor katten. Je zei: “Ik heb hem nu al weken niet meer gezien, ik heb er geen moeite meer mee.” Je hebt je nooit meer om hem bekommerd. Doodongelukkig was hij zonder jou. Ik heb hem naar het asiel moeten brengen omdat hij mij overduidelijk te min vond en mijn huis onderzeek en onderkotste. Het beest werd de belichaming van mijn gevoelens over jou.
In mijn woordenboek staat het woord bedrog met grote letters. Daarachter staat jouw naam als definitie daarvan.
En oh ja, ik weet wat je nu denkt. Ik weet dat je vindt dat ik het allemaal verkeerd zie. Dat ik de waarheid verdraaid heb en dat ik niet inzie hoe oprecht je eigenlijk bent. Hoe een wijs en beminnelijk persoon je eigenlijk bent. Hoe je je hoofdschuddend ergert aan de woorden die ik gebruik. (Nou nou, moet dat nou zo, kan dat niet wat minder)
Hoe je volslagen niet begrijpt hoe ik in elkaar zit, hoe ik denk, hoe ik dingen ervaren heb en wat ze met me gedaan hebben, hoe ik redeneer en wat mij drijft. Hoe je me nog steeds beschouwd als een rancuneus, depressief hoopje ellende met een zeulende rugzak, een dynamisch geheugen en herhaaldelijk opdreunende klaagzangen. Hoe ik het nooit zal bereiken, dat geluk dat voor jou geluk is. Hoe arm ik eigenlijk ben zonder die vergevingsgezindheid naar jou toe. Hoe je totaal onbekend bent met wie je ooit in het huwelijk getreden bent. En laat me je verzekeren dat dit laatste in elk geval volkomen wederzijds is.
Mijn weblog is mijn podium. Een plek waar ik mijn woorden dump, loslaat, op reis stuur, geboren laat worden of hartgrondig spui. Het is geen exacte afspiegeling van mijn leven, maar een eenzijdig beeld van dat, wat ik op dat moment kwijt wil.
In mijn woorden ligt mijn kracht.
Mijn woorden zijn soms heftig en krachtig. Net zoals ik heftig en krachtig kan zijn. In elk geval té heftig en te krachtig voor jou.
In het begin viel je daar voor. Aan het eind viel je eraan ten prooi.
En ook nu ben je er weer met beide benen ingestapt. Niemand weet dat de verhalen op mijn weblog soms over jou gaan. Ik heb jou nooit bij naam of toenaam benoemd. Alleen mensen die mij lang en goed kennen kunnen weten dat ze over jou zouden kunnen gaan.
Ik vraag mij steeds meer af waarom jij je nu opeens zo aangesproken voelde om datgene te schrijven wat je deed.
Want,
Jij bent wel de laatste persoon die het recht heeft om mij het advies te geven om mezelf eens diep in mijn ogen te kijken.
Wie denk je wel wie je bent?! Wat weet jij van mij? Waarom ben je er zo zeker van dat ik dat al niet heel lang doe? Dat ik niet wegloop voor de waarheid. Dat ik heel wat bereikt heb, alleen niet de dingen die in jouw straatje passen of op de manier waarop jij het zou aanpakken.
Ooit zal ik dansen op je denkbeeldige graf. Met prachtige muziek, veel kleuren, veel drank, eten en feest. Ongeveer zoals de Mexicaanse Indianen doen. Dat heb ik van je vrouw geleerd.
|