Eergisteren waren we (manlief, Kwebbel en ik) bij mijn schoonmoeder om haar verjaardag te vieren. De eigenlijke verjaardag was gisteren, dus erg veel visite was er niet. Wat later ging toch de bel en daar stonden de broer van mijn schoonmoeder en zijn vrouw in de kamer. Laat ik ze even B1& B2 noemen. Ik ken ze wel natuurlijk, maar we zien elkaar alleen op verjaardagen van mijn schoonmoeder. Ze zijn bij ons één keer geweest, op uitnodiging voor de 40ste verjaardag van manlief. Verder horen of zien we elkaar niet. Dan komen de gebruikelijke plichtplegingen, hoe is het met de gezondheid, het werk, etc. Het maakt niet uit wat het onderwerp is, B2 heeft het ook altijd meegemaakt maar dan wel altijd minimaal 50% erger. En het duurt niet lang of daar hebben we de foto's van haar eerste kleinkind. Het kind is al ruim een jaar maar nog steeds moet iedere foto bekeken worden. Oma's trots, zullen we maar zeggen.
Wanneer al die dingen aan bod geweest zijn maakt ze een opmerking naar/over Kwebbel, het is al een hele meid, tien jaar alweer. Kwebbel kijkt en knikt, ze kent B2 natuurlijk ook wel maar ook alleen maar via haar oma. Eens per jaar krijgt ze een verjaardagskaart van B1&B2, en die komt dan nog standaard 3 dagen te laat. Het onderwerp is nu op Kwebbel gericht en het duurt niet lang voor ik (oh stomkop) het woord ADHD laat vallen. Een alleszeggende stilte volgt. Met neergeslagen ogen en een afkeurende blik zegt B2 dat ze daar helemaal niets mee heeft, 'Je moet kinderen geen stempel opplakken. Dat is nergens goed voor.' Het voordeel van zo'n opmerking is wel dat je meteen weet hoe de vlag erbij hangt. Het gesprek voortzetten over dit onderwerp is niet nodig. Er is geen begrip. B1 houdt zich wijselijk stil. Hij is gewend naar de pijpen van B2 te dansen en weet wanneer hij zijn mond moet houden. Met deze opmerking laat ze immers direct weten absoluut geen belangstelling te hebben voor onze kant van dit verhaal. Een mening, de ervaringsdeskundigheid van een ouder, een stiefouder, een leraar, een huisarts en een psycholoog zijn niet belangrijk. "Moet je kijken", zegt ze, wijzend naar Kwebbel, "dat is toch een prachtkind? Daar is toch niets mis mee?" En allen in de kamer schudden zacht het hoofd...'nee, dat is het ook niet.'
Inwendig kook ik van frustraties. De duivel in mij zegt dat ik haar met hooguit 3 opmerkingen met de grond gelijk kan maken maar de engel in mij verbiedt het me. De goede lieve vrede. Mijn hoofd moet knalrood geweest zijn maar ik heb het gesprek heel subtiel en absoluut moeiteloos op een ander onderwerp gebracht. Ondertussen moest ik steeds denken aan het gedicht dat ik vorige week kreeg van een virtuele vriendin, zelf moeder van een ADHD'er. Op dat moment wist ik nog niet dat het zóveel waarheden zou bevatten.
Gedicht voor moeders van ADHD'ers
Toen God de moeders van kinderen met adhd schiep,
was hij al 6 dagen aan het overwerken.
Een engel verscheen en zei:
"U steekt wel erg veel tijd en werk in deze exemplaren"
"Heb je de specificaties van deze bestelling al eens gelezen?"
vroeg God vermoeid.
"De moeder van zo'n kind moet buitengewoon goede ogen hebben,
zodat ze kan zien hoe bijzonder haar kind is,
wanneer allen verblind zijn door het syndroom.
Ze heeft ook veel meer energie dan normaal nodig
zodat ze het nooit opgeeft,
ook niet wanneer anderen dat wel doen.
Haar huid moet extra dik zijn om alle onrecht te kunnen verdragen
en alle kritiek op haar opvoedingscapaciteiten.
Ik heb haar zelfs een sterker hart gegeven
met een groter vermogen om lief te hebben en te begrijpen."
"God", zei de engel terwijl ze Zijn mouw aanraakte,
"U kunt beter wat rusten en er morgen verder aan werken."
"Dat kan ik niet", sprak God, "er zijn meer kinderen met adhd
dan de wereld weet."
De engel vloog langzaam rond het schepsel en bestudeerde het
nauwkeurig.
Opeens stopte ze en boog zich voorover.
Haar vinger gleed over de wang van een vrouw.
"Ze lekt", zei de engel, "ik denk dat U er te lang aan heeft doorgewerkt."
"Dat is geen lek", zei God, "dat is een traan."
"Waar is die voor?" vroeg de engel.
"Ik neem aan voor opgekropte emoties,
voor teveel onrechtvaardigheid,
voor gebrek aan begrip." zei God.
"U bent werkelijk geniaal", zei de engel.
God keek somber en leunde achterover in zijn stoel.
"Die traan heb ik niet gemaakt", zei Hij.
|