Dag, meneer Alzheimer
..
Dierendag bestond nog niet eens op de 4e oktober toen jij geboren werd. Zo oud ben je al. In 1915 kwam je ter wereld. Je broer ging je voor en na jou zouden nog 3 zussen volgen.
Je trouwde midden in de Tweede Wereldoorlog en je enige kindje kwam ter wereld op 7 december 1943. Tijdens bombardementen hing je met je lijf over haar wiegje. Alsof je haar zo beschermen kon tegen het kwaad.
Het leven legde je geen windeieren, een liefde met een ander geloof; daar zit de duivel tussen dus dat ging niet door.
Trouwen met Jan Lul dan maar. En een kindje maken, eentje, meer zat er voor jou helaas niet in.
Je kind groeide op met accordeonlessen en prachtige witte strikken in het gevlochten haar. Waarom moest ze nu de pleuris krijgen? Letterlijk? Een jaar in bed liggen vanwege open tuberculose en pleuritis. Het meisje leerde heel goed silhouet knippen en zwartdenken en vluchten. Vluchten
.
Vluchten met een artiest die net zijn portie 19 had gehad, nee niet in Vietnam, maar in die vergeten oorlog in Nieuw Guinea. Ja precies. Dat akkefietje met Luns. Die. Vluchten kan niet meer.
Trouwen dan. Weg van hier. Dan een dochtertje krijgen met bruine ogen, precies zoals je gedroomd had. En dan nog een jongetje ter wereld brengen.
De artiest ontpopt zich zoals de meeste mislukte artiesten zich manifesteren; veel drank, veel vrouwen en verdomd weinig verantwoordelijkheidsgevoel. Je dochter heeft zich al jaren tegen je burgerlijke leven afgezet en lacht als je met je man weer eens een vakantie langs de Moezel spendeert.
Het kan niet uitblijven; je dochter gaat scheiden van die mislukte artiest. Die vlegel waarvan je man al bij de eerste ontmoeting zei; op zondag in een spijkerbroek mijn dochter komen halen??!! Foei!
Onder invloed van het feministisch bolwerk. Of onder welke invloed dan ook, besluit je te gaan scheiden na een huwelijk van ruim 48 jaar. Je hebt zelf eigenlijk geen idee waarom. Dat je ex-man in het ziekenhuis geen verpleging meer krijgt omdat hij de zusters voorwerpen naar het hoofd slingert heeft er wellicht iets mee van doen. Dat ie met een andere vrouw ergens een zoon op de wereld heeft gezet zou er ook iets mee van doen kunnen hebben. Dat je ex-man je bij namen noemt die de meeste mensen hun vijand nog niet toebedelen, zou een reden kunnen zijn.
Dat je kleinkinderen op zijn crematie zijn, alleen maar om oma een plezier te doen zal er ongetwijfeld iets mee te maken hebben.
En je reist met de bus op en neer. Naar je dochter, je oogappel; je enige kind. Moeder van je twee kleinkinderen. Als er een overdosis aan knuffelen zou bestaan, dan zou jij vet gewonnen hebben, oma. Dik gewonnen.
Dan is je dochter ziek. Overgangsklachten. Kwakkelen. Dan weer dit en dan weer dat en dan opeens kanker. Ziekenhuizen, chemotherapie, een kaal hoofd net als toen ze nog een baby was.
Je begreep het niet. Waarom moet een mens zoveel te verduren krijgen. Waarom krijgt de een alles en de ander niets. Want dat was je blik op de wereld. Niet wijds maar nauw. Benauwend, ook voor jezelf. Je dochter kon zich niet tot je wenden, er was geen plek voor zoveel verdriet tussen jullie. Want alles was al zo ellendig en zo mislukt en oh en als het toch allemaal eens anders geweest was.
Tijdens de begrafenis wil je je in het graf storten. Mensen moeten je bij je oksels beetpakken om te voorkomen dat je volkomen hysterisch in het gat verdwijnt. Als we toe zijn aan een kop koffie verwijt je je kleinkinderen dat ze je alleen hebben gelaten. Je bent ten einde raad. Je vergeet dat je kleinkinderen met moeite afscheid hebben moeten nemen van hun moeder, want voor een moeder is het veel erger om je enige kind te verliezen. Geen speld tussen te krijgen.
Toch lijkt het leven door te gaan. Een eenvoudige woning waarin je je eenvoudige leven lijdt. Tot je het gas te vaak laat branden op onverantwoorde tijden. Je melkpannetjes krijgen zwarte bodems en je kleren zitten vol met vlekken. Zelf zie je ze niet, na die mislukte staar-operatie. Ze moesten je op een zondagmiddag met spoed naar Utrecht sjeesen om die ziekenhuisbacterie te verhinderen om door te slaan naar je hersenen.
Daar lag je dan, moederziel alleen in een stad waar je nog nooit voor de fun geld had uitgegeven in Hoog Catharijne. Geen haan die er naar kraait, en geen kind ook.
Kleine hersenbloedinkjes teisteren je handen, je coordinatie, net genoeg om je het handwerken onmogelijk te maken. Niet genoeg om jezelf nog te kunnen redden.
Tot het niet meer gaat. Je valt steeds maar. Zomaar lig je weer op je kont en kun je kruipend naar de voordeur om de buurman om hulp te roepen. Gelukkig vinden we een geschikte oplossing, wel jammer dat je bed in de kamer staat. Dat wel.
Nee, eten met die ouwe wijven, ik eet op mijn kamer. Al die poespas, dat hoeft van jou niet.
Mama is op vakantie, vertel je me. Vertwijfeld vraag ik me af of ik je op de hoogte moet stellen van je vergissing. Nee oma, mama is al 7 jaar dood. Dat klinkt zo raar.
Het bezoek gaat weg en trekt de jas aan. Jij ook. Jij gaat ook weer lekker naar huis, zeg je opgewekt.
Dan bel je me voor de allerlaatste keer. Om me te vertellen dat ze je stiekem hebben verhuisd. Wel heel sneaky want ze hebben de fotos weer op de juiste plek gehangen, maar toch, het is je woning niet. Vannacht ga je thuis slapen. En in de krant staat dat je een prijs gewonnen hebt, die moet je ook nog ophalen.
Alles wat je nog mee mag nemen past in twee koffers. Meer dan een tweepersoons-kamer in een verpleegtehuis ben je nu nog waard. Een gesloten afdeling want je gaat aan de wandel. Bij nacht en ontij ga je aan de wandel. Tijdens het gesprek met de mensen die het kunnen weten zeg je; goh doe ik dat echt> nee dat kan ook niet. En je roert nog eens in je kopje koffie.
Dag lieve oma
..
1915 - 2005
R.I.P.