Dat zei mijn oma vroeger tegen me, als ik iets van haar kreeg. Als ik een snoepje kreeg gaf ze me er ook een voor mijn broertje, "want", zo zei ze "Je mag geen stiefkinderen maken". Ze trok dit consequent door, behalve bij verjaardagen. Maar ook dan kreeg het niet-jarige kleinkind een cadeautje. Door de context heb ik min of meer begrepen wat ze daar mee bedoelde, maar de negatieve klank van stiefkinderen word door de betekenis in stand gehouden.
De Dikke heeft namelijk de volgende omschrijvingen:
stief·moe·der (de ~ (v.))
- 1 tweede moeder, m.b.t. een kind van de vader uit een ander huwelijk
|
 |
stief·moe·der·lijk (bn.)
- 1 zonder werkelijke aandacht
|
stief·kind (het ~)
- 1 kind, door een van de echtgenoten meegebracht in het huwelijk, in betrekking tot de tweede vader of moeder
- 2 misdeelde persoon of zaak
En let daarbij weer op de negatieve uitleg :zonder werkelijke aandacht, misdeelde persoon.....
Sinds een aantal jaren ben ik 'stiefmoeder'. Ik zet het tussen aanhalingstekens omdat ik me eigenlijk geen stiefmoeder voel. Mijn lief heeft een dochter en dat wist ik al voordat we elkaar hadden ontmoet. Ze was op dat moment 4 jaar en 9 maanden oud. Ik heb nooit problemen gehad met het feit dat hij vader was. Ik wist dan ook niet waar ik aan begon.
Er zijn nogal wat aanloopproblemen geweest. Laat ik het er op houden dat die ontstonden uit angst van mijn lief als vader om zijn dochter kwijt te raken aan de moeder. Er was officieel niets geregeld, dat is een van de eerste dingen die ik er 'doorgedrukt' heb. Wettelijk gezien is het nu zo geregeld dat beide ouders evenveel rechten en plichten hebben ten aanzien van hun dochter. Er zijn talloze akkefietjes geweest waarbij ik mij achter de oren heb gekrabt maar waarin ik feitelijk machteloos moest toekijken omdat ik geen recht van spreken had. (Dat heb ik wettelijk gezien nog steeds niet.)
Op zoek naar informatiebronnen en herkenningspunten kwam ik bij de Stichting Stiefgezinnen Nederland. Daar ben ik lid van geworden. Onlangs kwam ik bij de bieb het boek 'Samengestelde gezinnen' tegen. Een titel die ik al maanden geleden op een briefje gekrabbeld heb en in mijn agenda gestopt. Dat boek heb ik dus direct meegenomen en gelezen. De schellen vielen van mijn ogen! Wat een herkenning las ik daar! Ik heb, op mijn broer na, geen familie met wie ik mijn nieuwe gezinssituatie kan delen en kan daar dus ook geen steun uit halen. Ik las dat het ontbreken van een bloedband alleen al zorgt voor een heel ander plaatje dan dat van een 'biologisch' gezin. Als je er over nadenkt is dat misschien heel logisch, maar wanneer je moeilijkheden bespreekt met je partner, die tegelijkertijd wél een bloedband heeft, kan dat tot heel ingewikkelde gesprekken leiden. Ik heb wel eens huilend aan tafel gezeten, wanhopig vragend: "Maar zíe jij dat dan niet?!"
Nee, hij zag het niet, echt niet. Want ouders zijn behoorlijk blind voor de 'fouten' van hun kinderen. Tel daarbij de angst om zijn dochter kwijt te raken op en je hebt de situatie waarin wij de eerste 18 maanden zaten. Onzekerheid alom.
Geleidelijk werden dingen beter geregeld, ik nam meer en meer het heft in handen. Van oorsprong ben ik agoog, ik heb 9 jaar werkervaring in kinderdagverblijven, ben Au-Pair geweest en heb een aardige schat aan kennis over kids in huis. Aangezien ik toch nog geen vast werk had, kwam de mogelijkheid tot co-ouderschap naar boven. Fulltime werkende papa kan namelijk niet de hele week een kind opvoeden, tenzij je 5 dagen per week een oppas kunt vinden en betalen. Het gedeeld ouderschap leek ons, door mijn aanwezigheid de beste oplossing. Direct contact met de moeder wil ik niet, na het fysieke conflict waar ze mij begin vorig jaar in betrok. Ik heb haar sindsdien niet meer gezien of gesproken en wat mij betreft blijft dat ook zo.Man brengt Kwebbel op maandagochtend naar school, waar de moeder haar dan om 11:45 weer ophaald, Kwebbel blijft daar dan tot de volgende maandagochtend. Dan haal ik haar om 11:45 op en blijft ze de rest van de week bij ons. We hebben het huis ingericht alsof ze hier permanent zou wonen. Dat betekent dus een slaapkamer met alles er op en er aan, een kast met kleding, een eigen PC, fiets en genoeg speelgoed voor een weeshuis, etc.
Het halen en brengen van en naar school was wel even wennen. Wie ben ik eigenlijk? Ik ben niet de tweede moeder, ik ben een onbekende vrouw die geen aansluiting heeft bij de andere moeders, ik ken namelijk niemand in dit dorp. Door het ontbreken van de band met Kwebbel's moeder heb ik me wel eens onzeker afgevraagd of ze me achter mijn rug om zou verguizen ten opzichte van de andere moeders.
Sinds Kwebbel haar verjaardagsfeest hier heeft gehad en ze daar 7 andere kwebbeltjes voor uitnodigde is er een verandering merkbaar. Ik word in de supermarkt opeens aangesproken door een moeder van een van de kwebbeltjes. Ik krijg complimentjes, over hoe leuk het feest wel niet was, hoe verzorgd alles er uit zag en hoe gaaf al die foto's waren op internet. Ik word er warm van. Dit is nieuw voor me maar ik gedij op niets zo goed als complimentjes. En dan ook nog over iets waarvan ik zelf ook al wel wist dat het geslaagd was
Het begint routine te worden, mijn nieuwe gezinsleven. We zijn aan elkaar gewend, we weten elkaars sterke en zwakke plekken en Kwebbel groeit nu met me mee. Of is het andersom? We maken grapjes en er is harmonie. Ik voel me (gelukkig!) helemaal geen stiefmoeder.
Gisteren speelde Kwebbel buiten en (dit beschreef ik gisteren al) stond opeens voor de deur met 3 geplukte narcisjes. "Voor jou" zei ze, met zo'n stralend koppie.... Als ik er aan denk (en dat doe ik veel, sinds gisteren, dat is dan ook meteen de reden waarom ik dit stukje schrijf) dan biggelen er tranen over mijn wangen. Van ontroering. Dit is waar het om ging. En dat hebben we maar mooi voor elkaar gebokst met z'n drietjes!
S. en A: I love you. You are my world.
|