Zo'n klein opdondertje is het. Als je haar ziet geef je 'r nog geen stuiver. Het is geen stoppelkat. Het is geen schootkat. Het is geen lieve kat. Het is Zus. De meest eigengereide kat die ik in mijn leven heb mogen ontmoeten.
Ik mis haar geboorte op een paar uur na. En dat vind ik nog steeds jammer. Met dat eigenwijze zwartgevlekte oog, de rest van de vacht bij vlekken pikzwart, rood en witte voetjes. Ik denk namelijk dat ze de eerstgeborene is van het nestje dat Donkey vorig jaar Mei kreeg. Een worp van 4 was het. Eentje haalde de tweede dag niet, waardoor Donkey (en wij) het moesten stellen met 3 van die eigenwijze gedrochten. Twee katertjes en een meid. Morris, Quintis en die meid dan? Die noemen we 'Zus', zei ik. Alsof het voorbestemd was. Het is een naam die bij haar past al weet ik niet precies waarom.
Stoοcijns is ze. Je kunt haar roepen maar je kunt net zo goed de wasdroger roepen. Of de wc. Of de muur. Het effect is hetzelfde....
Het is een mannenkat. Een mannengek. Ze moet alleen iets van mij als ze iets van mij moet: namelijk eten. Voor de rest kan ik wel zo'n beetje doodvallen ofzo. Manlief thuis? Roetsj... ze zit op schoot.
Klik op de betreffende foto om uit te vergroten
Maar waag het niet om haar op te pakken want daar houdt ze niet van. Moord en brand gilt ze. Gillen, dat kan ze goed. Klagelijk mauwen nog beter. Ze communiceert werkelijk met haar gemauw en mauwtjes. De stemming is er uit op te maken. Uiteraard alleen als ze daar zelf zin in heeft. Want moe is moe. En arm is arm. Een arm om op te liggen? Waar zou je je dan verder nou eigenlijk nog druk om maken?
Klik op de pijl om het filmpje te starten!
Hoe een kat een haas vangt. Dat is de moraal van dit verhaal. Of eigenlijk; de grote hamvraag. Want Zus is, zo klein als ze is, a hell of a hunter. Ze komt thuis met de meest uiteenlopende dode diersoorten. En dat allemaal onder luid gemauw. Opdat Man het horen zal. Wat zijn Slettebakje weer voor hem in huis heeft weten te halen.
De buit tot nu toe:
Een mol. Een rat. Een kikker. Een pad. Een vlindertje tussendoor. Een veldmuis. Diverse spitsmuizen. Divers gevogelte van uiteenlopend allooi. Dan eens een jonge spreeuw, vervolgens weer een jong vinkje. Of de embryo-achtigen die net uit hun nest gevist zijn. Alles nog tot daar aan toe. Maar hoe, dat is de grote vraag: hσe komt Zus aan die halve hazen? Ze neemt dan eens een hazenkop mee en dan weer eens een lijf zonder kop. Allebei netjes afgehakt bij de nek.
Wij kunnen ons niet voorstellen dat ze zelf in staat is om zo netjes een haas te killen. Komen deze hazen in maaimachines terecht en gaat Zus er als een hyena met de buit vandoor? Lopen deze hazen in stroppen en gaat Zus er ook hier weer met de buit vandoor? Wij snappen er werkelijk niets van.
Zus wel. Zus komt iedere keer weer vol trots met de bek vol prooi vertellen hoeveel ze van ons houdt. Gosh, ik love that little bitch!
De buit binnen en dan is ze moe. Dan moet Zus naar bedje toe. Dromend van grote meeuwen en reigers die ze, al achteruit lopend, haar huis binnen sleept....
Weltrusten Zus!
|