We schrijven het rampjaar 1997. Een jaar dat ik het liefst zou vergeten, ware het niet het jaar dat me uiteindelijk maakte tot wie ik ben vandaag.
Januari 1997.
Al acht maanden getrouwd. Woonachtig in Den Haag. Zwanger. Voldoe je aan verwachtingen in een verwachtingsvol huwelijk?
Februari 1997.
Na de 12-weken grens waarin je een echo laat maken blijkt mijn 'echo' geen hartklopping te vertonen. Ik ben op dat moment bij mijn moeder, aan de andere kant van Nederland. Mijn moeder is op dat moment al ruim anderhalf jaar letterlijk doodziek vanwege borstkanker en uitzaaiingen. Er is een ziekenhuisbed voor haar in de woonkamer gezet. Hulp is er bij toerbeurt. Mijn ouders zijn al zo'n 10 jaar gescheiden en mijn moeder woont alleen. Ze is al behoorlijk hulpbehoevend. Ik ben niet meer in staat om te werken en daarom breng ik wat extra dagen door bij haar.
Ik word wakker met bloed in mijn pyama en vraag mijn moeder voorzichtig of dat normaal is. Weet ik veel. Ik ben nooit eerder zwanger geweest. Ze zegt dat ik misschien maar even de huisarts moet bellen. Mijn moeder's huisarts is zo gewillig als een loopse hond en stuurt mij met spoed naar de gynealocoog in het ziekenhuis waar mijn moeder die middag ook een zoveelste bloedtransfusie ondergaat. Huisarts en moeder zijn goede bekenden. Moeder, vrijwel haar hele leven al zwak, ziek en/of misselijk werd met diverse klachten even diverse keren met een kluitje in het riet gestuurd en de laatste symptomen werden heel gemakkelijk onder de noemer 'overgang' geschaard. Toen de diagnose uiteindelijk uitgezaaide borstkanker bleek te zijn waren alle lapmiddelen overbodig. Aldus had desbetreffende arts misschien iets meer haast met mij. Dit is maar een hypothese.
Ik vergeet het nooit meer. Je kleedt je half uit en gaat liggen op zo'n uitnodigend kil en vaak gammel bed. Je trekt je benen op en probeert je te ontspannen. De arts smeert gel op je buik en zegt daarbij op de toon van de automatische piloot dat 'dat wel even koud kan aanvoelen'. Dan beweegt hij zijn echo- apparaatje heel professioneel over mijn buik en vanuit mijn ooghoek zie ik zijn hoofd licht schudden. Horizontaal. 'Nee', zegt hij. 'Dat ziet er niet goed uit....' zegt hij, zijn aandacht verdelend tussen mij en de monitor.
Hij kijkt mij aan en wijst op het scherm. 'Zie je, hier', zegt hij. 'Dit is het. Het lijkt al ingedroogd.'
Ik zie alleen maar een zwart scherm met witte figuren en heb geen idee waar ik naar kijk. Hij moet zich vergissen, denk ik nog. Mijn moeder ligt al half dood te gaan en nu ga je mij vertellen dat mijn zwangerschap niet doorgaat? Dat ik geen moeder ga worden? Dat mijn moeder geen oma zal worden? 'Kijk nog eens!' zeg ik hem in verwarde woede.
Het mocht niet baten.
Het vruchtje is waarschijnlijk al in de 6e of hooguit 7e week afgestorven maar je baarmoeder 'kan het nog niet kwijt'. Dat is wat ze met een mooie medische term een 'missed abortion' noemen. Hoe ik me weer heb aangekleed kan ik me niet meer herinneren. Ik neem afscheid van de arts en bel in pure hysterie mijn partner die zich op dat moment 200 km. verderop bevind. Hij is binnen een paar uur ter plaatse. In de tussentijd ga ik door de gangen van het ziekenhuis op weg naar het kamertje waar mijn moeder bloed ligt te krijgen. Ze is op dat moment al behoorlijk apathisch maar als ik haar vertel dat ik niet meer zwanger ben gaat ze door het lint. Hoe het nou dan toch kan, dat het haar niet gegund is om oma te worden. Woorden van troost vinden we ook nu, helaas, niet bij elkaar. Slechts onbegrip en opgekropte frustraties uiten zich op een zodanige manier dat het verplegend personeel even polshoogte komt nemen. Wat kunnen zij er aan doen. Ik leg de situatie in heldere woorden uit en dan is het over en uit. De volgende dag moet ik weer naar het ziekenhuis voor een curretage. Die avond zuip ik me lam aan het wintervorst-bier.
April 1997.
Het is zondagavond. Niet koud, niet warm, windstil en half bewolkt. Om half 9 stoppen de vogels met zingen. De auto's stoppen met rijden. De klokken stoppen met tikken, de poezen stoppen met jagen en mijn moeder stopt met ademen.
Na een lange lijdensweg, een lijdensweg die in zekere zin ook mijn leven getekend heeft, houdt mijn moeder's lichaam het na een paar 'stevige' shots morfine dan toch eindelijk voor gezien. Ze werd 53 jaar.
Juni 1997.
Het ouderlijk huis leegruimen is op zijn zachtst gezegd geen pretje. Iedereen kampt met zijn eigen verdriet en in de tussentijd is mijn huwelijkspartner zich steeds vreemder gaan gedragen. Ik heb ook hier weer geen ervaringen met mensen die de dood van een dierbare moeten verwerken dus gooi ik alle vreemde gedrag op een hoop. Onder de noemer 'Later te hervatten'.
Dat hij het steeds beter kan vinden met een van mijn moeder's kunstenaarsvriendinnen ontgaat me volkomen.
Juli 1997.
Ik begin met een nieuwe baan. Nog steeds kinderopvang maar nu de na- en buitenschoolse. Een eigen groepje mag ik opstarten en inrichten zoals ik zelf wil. Ik geniet van die vrijheid, maar ook van de rust want het is een kleine groep. Net gestart mag ik in deze warme zomer vaak op stap nar het strand met 2 jongens van een jaar of 7. Het is vooral de afleiding, de buitenlucht en de onbevangenheid van de jongens die me zo goed doet.
Augustus 1997.
Prinses Diana komt om het leven in een tragisch ongeluk en mijn leven is al zo ingestort dat ik van voren niet meer weet dat ik van achteren nog leef. Mijn huwelijk is naar de klote. Ik ben mijn moeder kwijt. Ik ben mijn kind kwijt. Ik ben mijn toekomst kwijt. Alles dat me nu nog rest is de baan in de crθche. Die houdt me letterlijk op de been. Ik werk er alleen in de middagen, na schooltijd. Dat is maar goed ook want 's avonds kun je me vinden in de kroeg. Thuis zijn kan ik niet want ik ben thuisloos. Het huis dat ik twee jaar geleden kocht met mijn partner is niet meer mijn thuis. Ik moet weg maar weet niet waarheen.
Op de crθche zit een jongetje en zijn vader is makelaar. Zijn moeder komt het ventje meestal brengen en halen, op een gegeven moment durf ik een balletje op te gooien over mijn zoektocht naar een woning.
Nog geen twee dagen later ben ik op het kantoor van de makelaar. Er is me te verstaan gegeven dat ik maar even langs moest komen. Ik stel me voor en hij doet hetzelfde. Hij is buitengewoon aardig maar ook bijzonder luchtig. In mijn achterhoofd vraag ik me af of hij wel weet waar ik naar op zoek ben en of hij wel weet van mijn niet zo rooskleurige financiele situatie.
We babbelen even en dan zwaait hij met een sleutelbosje. Dit pand staat leeg, zegt hij. Ga er maar even op je gemak kijken of het je wat lijkt en dan hoor ik het wel. Aarzelend pak ik de bos sleutels en kijk hem vragend aan. Hij legt me uit dat de straat hier niet ver vandaan is. Hier het straatje uit, de brug over en dan meteen de tweede straat links. Nummer 38, kan niet missen.
Ik stap op mijn fiets en de sleutels branden in mijn zak. Het is warm, de zon schijnt nog en er hangt iets in de lucht. Over de brug en dan meteen de tweede straat links. Daar rij ik in. Een statige, rustige straat. Daar kan ik wel aan wennen, denk ik bij mezelf.
Nummer 38 blijkt in het midden aan de rechterkant te zijn. Ik zet mijn fiets tegen de gevel en loop naar de voordeur. Op het naambordje staat mijn achternaam. Ik kijk achterdochtig om me heen. Is er sprake van een grap? Waar zijn de verborgen camera's? Vlug zet ik me er overheen, er zijn misschien wel een miljoen mensen met mijn achternaam. Ik steek de sleutel in het slot. Een vrij nauwe gang met direct een trap naar boven. Het zou gaan om de tweede verdieping, alles wijst zich vanzelf, had de makelaar me verteld.
Twee trappen verder staat de deur uitnodigend open. Ik loop door de deur en bevind me binnen een oogopslag in mijn droomwereld. Een enorme woonkamer met witte bewerkte plafonds en een zwart linoleum vloer. Aan de straatkant twee hoge schuiframen en een zijkamertje. Aan de achterzijde een ruim dakterras en een keuken met een klein hokje voor toilet en douche.
Ik reken me de koning te rijk. Allerlei emoties vliegen door me heen en de grootste van al is het gevoel van vrijheid. De openslaande deuren naar het dakterras, de grote ramen aan de straatkant. Het naambordje bij de voordeur. Ik kan het niet bevatten. Het lijkt of dit allemaal zo heeft moeten zijn.... Hoe kan het, dat deze etage al een jaar leeg staat. Dat de huur zelfs voor mij goed te betalen is. Dat het zo vlak bij mijn nieuwe werkplek is. Dat ik hier een toekomst zie, na al die duistere maanden. Dit voelt zo goed dat ik het niet geloven wil.
De volgende dag wil ik uiteraard direct laten weten dat ik de etage dolgraag wil huren en dat blijkt verder geen enkel probleem. Ik maak een afspraak met de makelaar en onder een gezellig gesprekje teken ik mijn eigen huurcontract. Ik mocht de sleutel al houden en die avond sleep ik het matras uit mijn onechte woning naar mijn nieuwe paradijs en slaap in de kamer naast de openslaande deuren. Die uiteraard open zijn. Het is hartje zomer, ik ben bijna jarig en een beter cadeau had ik me voor mijn 29 ste niet durven wensen.
Het werk in de crθche gaat prima. Dan komt me ter ore dat de makelaar gaat scheiden. Zijn zoontje zit in mijn groep en ik zie hem dagelijks. Wat een treurige situatie is dat toch altijd voor de kinderen. Gelukkig verloopt de omgangsregeling goed. Dan vraagt de makelaar me of ik voor hem wil komen werken als kinderoppas. Eens in de twee weken op de vrijdagavond kom ik aan huis en zorg dat de kinderen te eten krijgen en lekker in hun bedjes terecht komen. Dan is het letterlijk baby-sitten tot de makelaar en later zijn nieuwe vriendin weer thuis komen.
Ik doe het graag. Het is een leuke bijbaan en de kinderen ken ik door en door. We eten meestal gezellig samen. Dan gaan de jongens meestal in bad en daarna breng ik ze naar bed en installeer mezelf voor de televisie. Rond middernacht komt de makelaar meestal weer thuis en vaak duik ik daarna zelf nog wel even de kroeg in voor een afzakkertje.
De makelaar heeft de liefde van zijn leven gevonden. Dat is aan alles te merken. Hij straalt. Hij is verliefd. Dat zie je van een kilometer afstand. Hij is blij en straalt een positiviteit uit die bijna radioactief is. Zijn nieuwe vriendin leer ik kennen. Ze hebben zichtbaar veel lol met elkaar en ik vind het leuk om te zien. Het zijn fragmenten, die ik te zien krijg, maar ze zijn voldoende om te weten dat het goed zit tussen die twee.
Met kerst ontvang ik een echt kerstpakket. In het voorjaar krijg ik vakantiegeld. Wat voel ik me gewaardeerd. Wat voel ik me in de watten gelegd. Het gevoel dat ik er toe doe is nog bij geen enkele andere werkgever zo duidelijk naar voren gekomen als bij hem.
De makelaar vraagt me of ik even tijd heb. Een zakelijk voorstel, zegt hij. Hij huwt zijn grote liefde, zijn beide zoons zijn de hele dag aanwezig en wil ik de nanny voor die dag zijn? Hij overrompelt me er een beetje mee. We mogen rustig spreken van een licht klasse verschil tussen ons. Ik heb geen baljurk in de kast klaar hangen en voel me een heel klein beetje Assepoester. Dat is allemaal geen enkel bezwaar, stelt hij me gerust. Ik mag een jurk huren, de kosten declareren en krijg nog een bedrag op de koop toe. Hoe zou ik ooit kunnen weigeren?
Die dag voel ik me een buitenbeentje in een blauwe gala jurk en ik eet voor het eerst in mijn leven kalfszwezerik. Tijdens het vuurwerk in de hoteltuin bij de vijver pink ik een traantje weg. Hij straalt, zij straalt. Dit is een sprookjeshuwelijk. De jongens slapen als brave knaapjes, dood- en doodmoe na zo'n intensieve dag.
Uiteindelijk verhuist het gezin naar een andere plek buiten Den Haag, het is niet meer haalbaar om bij gelegenheid oppas te zijn, ik ga mijn eigen weg en we verliezen elkaar uit het oog. Het laatste wat ik hoor is dat ze een zoon kregen. Ik verhuisde enkele maanden later naar Hengelo en zo geschiedde.
Flarden van deze herinneringen schoten onlangs door mijn hoofd. Hoe en wat. Je weet soms niet hoe een herinnering plotseling weer tot leven wordt gewekt maar ik zat hier van de week de naam van de makelaar in het zoekvlakje van Google te tikken.
Niet veel resultaat op die (vrij gangbare) naam. Maar wel een vage site met bidprentjes die ik inspecteer tot mijn ogen pijn doen. Het staat er echt. De makelaar. Geboren dan-en-dan in het jaar 1960. Overleden in november 2003.
Ik geloof mijn ogen niet.
Ook na 5 keer lezen geloof ik mijn ogen amper. Maar een bidprentje krijg je toch echt pas als je dood bent...... dus het moet dan haast wel waar zijn..... Weer dat ongeloof. Dood...?
Een ware Google expert ben ik, en dus tik ik ook de naam van zijn vrouw in. Ik krijg een site waarop ik een e- mail adres zie en ik aarzel. Wat staat het vreemd, om een mail te sturen en te vragen of het waar is, wat ik las. Toch doe ik het.
Een korte poos later krijg ik een hele aardige mail van haar. Helaas. Het is waar. Hij is overleden. Verongelukt in een eenzijdig ongeval. Op slag dood. Ze schrijft me dat haar grote liefde was, die dit overkwam. Haar achterliet met een zoon van 3 jaar en een dochter van 5 weken oud.
Ik breek in tweλen. Zo voelt het. Kan het maar niet geloven dat zij haar man kwijt is, dat de jongens tijdens hun puberteit hun vader kwijtgeraakt zijn. Dat de kleine kids opgroeien zonder herinnering aan hun vader.
Ik kan het niet geloven.
Dat de man die zoveel goed deed in mijn leven, simpelweg niet meer bestaat.
E.J.Z.
R.I.P.
|