Kwebbel ophalen van school. Heerlijk om die enthousiaste lach te zien en de dikke kus te krijgen als we elkaar na twee weken weer zien. Ze straalt. Echt een grote meid, zo zelfstandig.
Met een nieuwe roze rugzak vol verhalen fietsen we naar huis en eten daar gezellig wat toast. Daarna helpt ze me de postbakken in de fietstassen te hijsen en gaan we op weg naar school alvast drie straatjes post doen. Het zijn er niet veel maar Kwebbel vind het leuk en het gaat prima zo.
Dan nemen we afscheid en gaat ze huppelend het schoolplein op, haar rokje zwiert, de staartjes vliegen op en neer en de zon schijnt op haar bolletje.
Tot zover niets aan de hand. Ik doe de volgende straat en daarna nog een. Ik begin te zweten en merk dat ik draaierig word. Dit gevoel is me niet vreemd, ik heb het al veel vaker gehad en het is een van de meest ellendige klachten van die schildklier, of waar het dan ook door komt.
Ik begin al te hyperventileren omdat ik wegens duizeligheid raar ga ademen. Concentreren is lastig. Recht lopen ook want door die duizeligheid heb ik het idee dat ik loop te zwalken. Nog meer zweten. Op mezelf inpraten dat ik vooral rustig moet blijven, even wat water drinken en wat minder tempo. Nog maar een straatje, kalmpjes an. En de volgende straat gaat richting huis.
Ik besluit om de versnelling terug te schakelen en thuis eerst even wat te eten, misschien helpt dat. Dus ik maak een cup-a-soup en neem even plaats achter de pc. Na een half uurtje gaat het wel weer en pak ik de stofzuiger om Kwebbel's kamer even te ontdoen van twee weken stof verzamelen. In no-time gutst het zweet weer langs mijn ogen en is mijn haar alweer zeiknat. Op deze momenten moet ik alle zeilen bijzetten om mijn relativeringsvermogen in stand te houden en niet in snikken uit te barsten of in blinde paniek te schieten als de doomscenario's zich weer aan mijn geestesoog voltrekken.
Houdt het dan nooit eens op??! |