Wat kan een ziek kind lang slapen zeg... Kwebbel is hier gisteravond voor half acht naar bed gegaan en Manlief maakte haar vanochtend om half tien wakker.... Hoezo, broodnodig veertien (14!) uur slaap inhalen. Haar kwebbeltje is een graadmeter, zodra ze niet meer kwebbelt is ze écht niet lekker. En dat wisselde elkaar vandaag heel erg af.
Rond elf uur zaten we in de auto richting Leeuwarden alwaar Het Stekje steeds meer moet opgeven. Spullen staan in dozen, de wanden zijn leeg en de gordijnen verdwenen. Mijn schoonmoeder betrok dit huis net nadat haar jongste zoon was overleden aan de gevolgen van de ziekte van Duchenne. Veel nog onvertelde verhalen zullen zich voor altijd nestelen op de overloop, in de badkamer, in het uitzicht op de Noorderbrug. Schroefgaten en verkleuringen op de muren herinneren aan herinneringen. Ze zullen vervagen, gekoesterd of vervangen worden in het nieuwe appartement. Een nieuwe start voor haar. Alweer. Hoe vaak kan een mens opnieuw beginnen? Zo vaak als maar nodig is, hou ik mezelf in deze ietwat melancholische en sentimentele stemming voor. Wat ben ik blij dat mijn schoonmoeder en ik elkaar vandaag weer even troffen op de plek die telt, namelijk in het hart.
Kwebbel ging vandaag letterlijk op en af met haar oorontsteking. Al sinds afgelopen donderdag heeft ze een loopoor, iedere arts weet je te vertellen dat een 'loopoor' de druk wegneemt en daardoor ook de pijn. Bij Kwebbel is deze zwakke plek inmiddels wel echt chronisch en ook erg onvoorspelbaar, maar vooral pijnlijk. Sinds gisteren krijgt ze weer drie keer daags een ontstekingsremmende oordruppel maar dat voorkomt dus niet dat ze af en toe kermt van de oorpijn. Vooral na hoesten wil 'de pijn er nogal weer eens in schieten'. En ik verzeker je dat het hartverscheurend is om zo'n klein meiske te zien janken van de pijn. Je probeert het met kinderparacetamol maar in feite weet je wel dat het al weer véél te lang duurt, deze ellende.
Onderweg in de auto begin ik er over met Manlief, zolang ik Kwebbel ken weet ik dat ze met regelmaat last van de oren heeft. Hij verteld me, niet voor de eerste keer, dat ze sinds haar geboorte minimaal twee keer per jaar een fikse oorontsteking heeft gehad. Een snel optelsommetjes leert me dat dit kind dus op haar 7e al minimaal 14 ooronstekingen achter de rug heeft. Dat moet ook in haar medisch dossiertje terug te vinden zijn. Ik weet ook dat haar huisarts de vorige keer terughoudend was met het geven van antibiotica 'omdat ze dat al zó vaak gehad heeft.'
Echt witheet kan ik daar over worden. Een arts die bij het aanschouwen van een kind met pijn níet verder denkt dan 'het moet vanzelf weer overgaan want het is al zo vaak gebeurt en nu nog een keer een penicilline kuur zou er maar voor kunnen zorgen dat ze er resistent voor wordt.' Een moeder die niet verder doordramt bij de huisarts als die een verwijsbrief voor een KNO arts afscheept met de woorden 'buisjes lossen ook niet alles op.' Die niet de weekendarts belt maar wacht tot de volgende maandag en haar dochter vier nachten laat spoken met pijn in haar oortje. Een vader die afwachtend is vanwege de reacties van de huisarts en de moeder. 
Vanavond brengen we Kwebbeltje naar bed en huilend staat ze haar tandjes te poetsen. Ik schiet vol. Strijk haar door haar haartjes maar er is niets dat ik kan doen om haar pijn weg te nemen. Ze gaat in haar bedje liggen. Kermend van de pijn ligt ze daar, niet in staat om het dekbed over zich heen te trekken. Ik loop er bij weg omdat ik anders hardop in snikken uitbarst. Hier ben ik weer in een spagaat met mijn gevoel en mijn 'rol'. Ik ben niet moeder, ik ben niet vader, ik ben een derde of vierde, vijfde segment in de hierarchie van wie de verantwoording neemt. En ik ben zó blij dat ik geen eigen kinderen heb want ik zou het waarschijnlijk niet overleven vanwege mijn verantwoordelijkheidsgevoel, mijn rechtvaardigheidsgevoel en mijn overbezorgdheid.
Manlief moet morgen voor dag en dauw naar een vergadering van de OR en is de hele dag weg. Hij laat in de loop van de dag wel doorschemeren dat 'Kwebbel morgen naar de dokter moet' maar ik weet niet eens waar haar huisarts zit. Ik weet wél dat ze daar op naam van haar moeder geregistreerd staat. Ik weet ook dat de moeder en ik nul contact hebben en ik weet óók dat dit nu eens níet mijn taak en níet mijn verantwoording is. Ik kan er simpelweg niets mee en heb al visioenen van mij en Kwebbel bij de huisarts op consult waar ik alleen al 10 minuten nodig heb om uit te leggen wie ik ben, wat ik kom doen en in welke context.
Op het moment dat ik daar over loop te piekeren zie ik dat Man de telefoon pakt en een nummer belt. Even later begrijp ik zijn actie, hij heeft de dokterswacht gebeld en kan binnen 40 minuten terecht om naar het oor van Kwebbel te laten kijken.
Ik neem het mijn stille-wateren-hebben-diepe-gronden-Fries-van-bijna-twee-meter niet kwalijk dat hij mij niet eerst verteld wat hij gaat doen. Ik vertel hem dat ik zó ontzettend blij ben dat hij mijn signalen opgepikt heeft en leg hem nog eens met vrouwelijke omslachtigheid uit waarom dit precies niet mijn taak was. En dat ik veel, héél veel taken op me kan en wil nemen aangaande het welzijn van Kwebbel, maar uitgerekend deze dus niet. En dat is nu duidelijk, hij begrijpt wat ik zeg en ziet het probleem.
Wat ik dan weer wél wil is mee naar de KNO arts om te zorgen dat die buisjes nu eindelijk in die Kwebbel oortjes terecht komen...  |