Het was een kleine shock, die bloeduitslag. Dat kan ik gerust zeggen nu ik een paar dagen verder ben.
In eerste instantie was ik dolblij natuurlijk. Ik had echt niet verwacht dat dit resultaat binnen een tijdsbestek van 3 maanden bereikt zou kunnen worden, daarvoor was het immers kommer en kwel, had ik een vertwijfelde huisarts aan de telefoon die zei dat ze niet meer wist wat ze met mij (-n waarden) aan moest.
In tweede instantie begon het een beetje door te dringen en ik begon af te wegen. Voel ik me nu beter dan, laten we zeggen, februari, toen ik echt op een dieptepunt zat. Ja, ik voel me daarmee vergeleken een heel stuk beter.
Voel ik me beter dan, laten we zeggen afgelopen zomer: hitte, opgezwollen voeten, geen conditie, zweten als een otter. Ja, ik voel me beter dan toen.
Maar voel ik me goed? Datis de hamvraag. Meerdere mensen stelden me die vraag al. Ikzelf uiteraard ook.
Nee. Ik voel me in die zin nog altijd niet goed. Dat is de conclusie die ik nu voorzichtig durf te trekken.
Ik heb er anderhalve dag over gedaan en gedurene die uren steeds gevochten tegen mijn tranen van teleurstelling. Gevochten tegen mijn gewoonte om te hoge verwachtingen te koesteren. Geprobeerd te onderscheiden wαt het precies is, dat ik moet accepteren om verder te kunnen.
Welke dingen de rest van mijn leven bij me zullen blijven en welke klachten nog te verhelpen zijn.
Misschien moet alles gewoon maar even op zijn beloop. En moet ik ιcht nog wennen aan het feit dat ik aan een chronische aandoening lijd waar ik nog geen vrede mee gesloten heb.
|