Samen met Kwebbel stap ik de kapsalon binnen. Hoewel ik over een redelijke gaydar beschik had ik die bepaald niet nodig bij het zien van deze ultra hippe dandy. Strak in de modieuze merkkleding, een hypersjieke mobiel aan zijn oor en het dedain van een jonge adonis. Jong, misschien net een jaar of 18. Kort kastanjebruin haar, overduidelijk uit een potje, met onderaan in zijn nek een paar plukken knalrood.
"Mag niet van de bovenbaas" zegt hij. Quasi lauw vervolgt hij "Zonder ouwehoeren. Mag niet! Het kapsel was wel oké maar dat rood hè, mocht niet." En hij neemt plaats in de kappersstoel. De kapster en hij, ze kennen elkaar goed. Het lijkt wel of ze in codetaal spreken. (I must be getting old) Het gegiechel is niet van de lucht. Ze loopt naar een kast en vraagt hem "Welke kleur bruin wil je erin?"
"Maakt niet uit joh. Over twee dagen is het herfst. Ja toch? " |