Mijn auto zet ik op het parkeerterrein en terwijl ik naar de ingang van de supermarkt loop haal ik het muntje voor een winkelwagentje uit mijn portemonnee. Dan zie ik hem staan. Het is druk en bij iedereen die langsloopt komt hij iets dichterbij met zijn stapel daklozenkranten. Hij zegt er iets bij maar dat is onverstaanbaar. Intussen maakt hij gebaren naar het stapeltje kranten alsof hij zeggen wil; wie helpt me er vanaf.
Ik pak een karretje en dan ben ik aan de beurt, ik moet langs hem heen want anders kom ik de winkel niet in. Ik heb niets tegen mensen die een daklozenkrant proberen te verkopen, begrijp me niet verkeerd. Het is een goed initiatief, vind ik. In mijn Haagse jaren kocht ik weleens zo'n krantje maar meestal gaf ik gewoon het muntje van het winkelwagentje. De verkopers vroegen nooit ergens om, ze waren altijd uiterst bescheiden en beleefd en het woord bedelen zou ik dan ook niet associëren met een daklozenkrantenverkoper. Nooit was zo'n verkoper opdringerig, nooit bleef hij dooremmeren, trok hij een smekend gezicht of had hij gouden tanden in zijn mond.
Ik keek hem verontschuldigend aan en zei daarbij dat ik geen kleingeld had. Geen woord van gelogen, al het geld dat in mijn portemonnee zat was een muntje voor het winkelwagentje. Wij zijn niet welgesteld maar wel praktisch ingesteld. Een ongemakkelijk gevoel is dat, als je de noodzaak voelt om je te verontschuldigen voor iets waar je in eerste instantie niet eens om gevraagd hebt.
Alle boodschappen klaar, naar buiten en daar stond hij uiteraard nog steeds. Met dezelfde opdringerige houding, de smekende blik en, het leek, nóg meer gouden tanden in zijn mond. Het was duidelijk dat deze man geen kaas gegeten had van de Nederlandse taal en dan met name de woordjes 'nee bedankt' moeten hem als vreemde geluiden in de oren geklonken hebben. Wederom probeer ik hem uit te leggen dat het enige kleingeld dat ik bij me heb in het slotje van het winkelwagentje zat. 'Sorry', hoor ik mezelf zeggen. Ik loop door, zet het wagentje weg en loop naar mijn auto. Plotseling word ik witheet van woede. Het is toch verdomme te gek voor woorden dat ik me ga lopen verontschuldigen tegen iemand die mij iets verkopen wil en van geen wijken weet??
Of mijn intuitie klopte zal ik niet weten. Wel heb ik de politie gebeld om te vragen of ze even willen gaan kijken of het allemaal wel klopt, wat die meneer daar aan het doen was. En zelfs dáár voel ik me schuldig over....  |