Geachte mevrouw Kristien Hemmerechts,
In het Groot Dictee der Nederlandse taal, editie 2008, getiteld ‘Hartenpijn’ schreef u een aantal bijzonder ingewikkelde zinnen. De meeste mensen hadden waarschijnlijk geen flauw idee waar het over ging. In de uitzending mocht u de tweede zin voorlezen. U las het volgende:
Ik zocht een Mariaheiligdom waar ook steilorige vroegeenentwintigste-eeuwse niet-gelovigen zich konden neervlijen om de genezing af te smeken van levercirrose, ontstoken bronchiën, X-benen of een acuut accres van genitale wratten.
Daarna vertelde u Philip Freriks op luchtige toon dat u geen idee had of dat nou echt bestond, genitale wratten. Het kunnen ook woorden van gelijke strekking geweest zijn, vergeef me maar mijn blik vertroebelde enigszins. Daarbij trok u een nogal vies gezicht en zei dat het u een nogal smerige aangelegenheid leek. Of woorden van dezelfde strekking. Zeker als deze genitale wratten het kenmerk ‘acuut accres‘ zouden dragen, voegde u daar nog aan toe.
Welnu, zeer geachte mevrouw Hemmerechts, het komt mij nogal vreemd voor dat u in een dictee, bestaande uit 8 zeer complexe en weloverwogen zinnen, een woord of een aandoening gebruikt waarvan u niet zeker weet of die bestaat of niet. Hoe het ook zij, ik zal u uit de droom helpen.
Wat te doen? Allereerst moet je als best leuk en aantrekkelijk meisje achttien jaar worden en in het pre-Aids tijdperk (de jaren '80 van de vorige eeuw) aan de pil gaan. Destijds was dat nog een vrijbrief om redelijk onbevangen je eerste schreden op het seksuele pad te kunnen zetten. Dan zoek je een jongen die in jouw ogen best leuk is, voor een avond maar misschien ook wel meer. Het is vakantie en je gaat met hem mee naar huis. Omdat je vindt dat je eindelijk wel eens toe bent om ‘de eerste keer’ mee te maken doen jullie het. Zonder condoom, inderdaad. En al snel daarna blijkt dat de jongen een one night stand wilde en keer je weer huiswaarts.
Enkele weken later bemerk je een bobbeltje tussen je schaamlippen. Het hoort daar niet en het verdwijnt niet vanzelf, dus je gaat maar eens naar je huisarts. Met lood in de schoenen uiteraard, wat is er nu erger voor een meisje van achttien om bij een mannelijke huisarts op consult te komen om te vertellen dat er tussen de benen iets zit dat er eerder niet zat en dat niet spontaan verdwijnt.
De remedie van de arts, het zogenaamde ‘aanstippen’ heeft niet veel effect en helaas vermeerderen de wratten zich in ras tempo. Het is een heel vervelende eigenschap van wratten, ze besmetten de eigen omgeving, in feite fokken ze als konijnen, daar tussen je warme benen. En jij zit er mee. Inmiddels weet je hoe besmettelijk het is en je schaamte groeit net zo hard als die wratten. Je krijgt uiteindelijk een doorverwijzing naar een dermatoloog in het ziekenhuis. Deze man blinkt niet erg uit in sociale vaardigheden, dat is een understatement. Hij is een jaar of 40 ouder dan jij zelf bent en je gaat met een nog groter gevoel van schaamte en het voornemen om deze man nooit meer onder ogen te komen naar huis.
Inmiddels ben je twintig en vertrek je een poos naar het buitenland alwaar je al helemaal geen arts durft te contacteren. Je zou niet eens weten hoe je het zou moeten uitleggen, laat staan dat je weet of er kosten aan zo’n behandeling verbonden zijn. Dus je laat het erbij. Maar fokken doen ze wel, die wratten.
Terug op moederlandse bodem besluit je dat het zo echt niet langer kan en maak je opnieuw een afspraak met een huidarts. Ook deze man is tientallen jaren ouder, toont geen enkele empathie, vermijdt zelfs elk oogcontact maar heeft wel een assistente die zó lief is dat je daar alleen al een half uur om moet huilen. De arts verteld dat hij ‘het’ wil wegbranden. Daarbij besef je nog helemaal niet dat hij het letterlijk over branden heeft. Dat hij eerst de ene helft van je schaamlippen zal behandelen, omdat alles tegelijk te pijnlijk zal worden. Je beseft dan ook nog niet dat het letterlijk kringeltjes rook zijn, veroorzaakt door verbrand vlees, die je daar tussen je benen ziet opstijgen. Je zet je walkman wat harder en probeert de geur van verschroeid mensenvlees, die zich in je neus penetreert te negeren. Na afloop constateer je dat, ondanks je voornemens en ondanks de mooie muziek, je je tranen niet hebt kunnen tegenhouden en de woorden van de assistente, dat ze vanavond voor je zal bidden, de stortvloed aan zout water alleen maar aanwakkeren. En je bent nog wel atheïst.
Na nog zo’n sessie stuurt de huidarts je naar huis met de mededeling om terug te komen als het zaakje genezen is, en een recept voor ampullen met Roferon A® mee te brengen, die hij dan zal injecteren. Je krijgt geen enkele uitleg en vraagt daar ook niet om. Hoe kleiner je jezelf kunt maken, hoe beter het is, in deze genante zaak.
Dan ga je bij de apotheek de gevraagde ampullen ophalen. Je bent erg dom want je besluit de bijsluiter te lezen. De arts weet van tevoren dat hij je naar de apotheek stuurt en heeft geen moeite gedaan om je op de hoogte te stellen over de spullen dus ga je zelf even op onderzoek uit. Naarmate het tot je doordringt wat er in die ampullen zit, slaat ook de paniek toe. Waarom heeft deze arts me niet verteld wat er met me aan de hand is? Heb ik nu kanker? Wat is dit? Komt dit ooit nog wel goed?
Je gaat dan toch, als een schaap naar de slachtbank. Je krijgt de injecties en de rest verdring je dusdanig dat je op je 40ste niets meer kunt herinneren van wat er daarna gebeurde.
Na een lange strijd, talloze harteloze artsen, dermatologen en 7 jaar later, vind je eindelijk een deugdelijke vrouwelijke arts. Zij wekt je vertrouwen en in je inmiddels bijna achteloze houding ten opzichte van die vijand tussen je benen vraag je haar wat nu de beste remedie is. Volharding, zegt ze. En daar klamp je je dan aan vast. Je bijt je vast in deze, volgens haar onomkeerbare wet: eens moet er eentje winnen. En dat ben jij, zegt ze.
Ze had gelijk.
Uiteindelijk win ik, ik ben na 7 jaar genezen van die genitale wratten. De rest van mijn leven zal ik me blijven schamen voor het feit dat ik ze had, ook al kon ik er niets aan doen en wilde ik ze niet.
Tot gisteravond. Ik ben inmiddels zo’n vijftien jaar ‘schoon’ dus nog steeds ‘genezen’ en ervan overtuigd dat ik op dat vlak altijd zal blijven winnen. Maar de gêne zit er nog steeds heel diep.Er zijn niet veel mensen op de hoogte van het feit dat ik deze wratten had. Het besef daarvan en de rouw over verloren gegane seksuele ontdekkingsjaren stemmen me op zo’n moment niettemin intens verdrietig.
Ja mevrouw Hemmerechts. Het bestaat. Een accres van genitale wratten. En veel vrouwen en mannen kampen er mee, of hebben er mee te maken gehad.
Met vriendelijke groet,
T.
PS: De Latijnse benaming voor deze genitale wratten is condyloma acuminata. Misschien is dat iets voor een volgend dictee. |