Bijverdienen? Zinngeld (tip!)
Surfrace (tip!)
MoneyMiljonair Euroclix
Gratis Korting
Zorgpremie goedkoper?

Tat Tikt . . .

21 August 2009 - Handdoek

Posted in Persoonlijk

Kat weggelopen, wasmachine kapot, psychische nood maar een wachtlijst voor hulpverlening, onbegrip en gebrek aan energie en (zelf-)vertrouwen. Ik gooi de handdoek in de ring. Ik heb genoeg om over te bloggen maar het idee dat er een paar mensen hier meelezen op wie ik het liefst zou willen kotsen, belemmert me in mijn vrijheid. Dus ik ga elders op het web een ander plekje opzoeken. Anoniem.

Bedankt voor het lezen. Hasta la vista!

7 CommentsPermanent Link

18 August 2009 - Oh ja!

Posted in Persoonlijk

Is ook zo, ik had heb een weblog! En ik ben jarig! Alweer 41. Man man man.

Birds fly, men die

zei mijn vader altijd. Heeft ie zelfs nog wat brood mee verdient, met die slogan. Vraag me verder geen details. Ik ben nu een oude vrouw met een minimaal geheugen!

Morgen meer. ....

2 CommentsPermanent Link

14 July 2009 - Positief

Posted in Persoonlijk

In tegenstelling tot hoe het misschien mag lijken gebeuren er in mijn leven gelukkig ook regelmatig heel positieve dingen. Die zijn alleen niet altijd even interessant om over te bloggen. Maar deze video draag ik op aan dat meisje waarmee ik samen in de eerste klas van de Mavo zat. We verloren elkaar bijna 30 jaar lang uit het oog en plotseling vond ze mij een poosje geleden op Hyves, en ontstond er in no-time een intense mail-vriendschap. Waar Hyves toch allemaal niet goed voor is.... 

Take these broken wings, and learn to fly again....

 

4 CommentsPermanent Link

12 July 2009 - Vitriool monoloog

Posted in Persoonlijk

Omdat ik het niet los kon laten doopte ik mijn virtuele pen in vitriool en schreef een monoloog voor een vrouw die haar ex-echtgenoot tegenkomt nadat hij haar uit het niets op haar weblog heeft laten weten dat hij nooit is vreemd gegaan. Zij weet wel beter en weet ook dat hij al zó lang in deze leugen leeft dat  hij er in is gaan geloven. Dit patroon zie je vaker bij mensen die niet in de spiegel durven kijken en liever liegen dan de waarheid onder ogen te komen.

Pure fictie natuurlijk, deze tekst.

Ik zit zelf te denken aan Annet Malherbe als de uitgelezen persoon voor deze monoloog.

Alleen, op een leeg podium in een eenvoudige maar elegante zwarte jurk en torenhoge hakken., in een algemene, bescheiden belichting. Zij mag zichzelf daar gerust in regisseren, dat lijkt me haar wel toevertrouwd. Muziek is nog niet bekend.

Hier komt 'ie.

VITRIOOL

 

Zo. Dus jij bent in de veronderstelling dat je me nooit bedrogen hebt.

 

Je hebt het over mijn dynamische geheugen. Laat me je dan behulpzaam zijn en het jouwe eens een beetje opfrissen met wat feitjes en verhaaltjes uit het verleden. Het lijkt erop dat het na al die jaren wat verstoft is bij je.

 

Zo kan ik me bijvoorbeeld nog goed herinneren dat je me voor de voeten gooide nooit met mij te hebben willen trouwen. Dat ik je daar min of meer toe had overgehaald en psychisch onder druk gezet had. Daarbij kan ik me ook nog als de dag van gisteren herinneren hoe je me op de trouwdag van je beste vrienden op het zonnige Kreta, waar je nota bene haar getuige was, het idiote plan opvatte om mij temidden van al die mensen ten huwelijk te vragen door op je knieën te gaan onder die idyllische, eeuwenoude Kretense dode boom. Je zei me later dat je het niet van plan was geweest maar dat dit je het uitgelezen moment had geleken. Dat klinkt toch wel anders dan een gedwongen huwelijk of een shotgun wedding.

 

Weet je nog dat  die eeuwenoude boom de volgende ochtend in duizenden gruzelementen op de grond lag? The Gods above me, who must be in the know. Dat had mij al moeten waarschuwen.

 

Je vertelde dat je weg wilde, kamperen, even alleen zijn, even niets aan je hoofd om dingen op een rij te zetten. Je drukte me op het hart dat ik niet mee mocht. Alsof ik geen behoefte had om samen te zijn en mijn gedachten van me af te zetten, mijn zinnen te verzetten. Nee, je moest persé alleen op pad, dat was de essentie. Dus daar gingen de kampeerspullen in de auto. Je vertrok zonder me te laten weten waar naartoe, zonder te weten hoe lang je weg zou blijven en ik vertrouwde je. Ik ging er oprecht vanuit dat je inderdaad ergens in een tentje op een camping zou zitten.

 

Kun je het je nog herinneren?

 

Misschien kun je je dan ook enigszins verplaatsen in het gevoel dat ik kreeg toen ik erachter kwam dat je helemaal niet alleen op pad was. Dat je vanaf het eerste moment al bedacht had dat zij met je mee zou gaan, niet ik.

Dat zij in mijn slaapzak, op mijn matrasje in mijn tent met mijn echtgenoot ergens aan de kust een weekje doorbracht, zonder mijn medeweten of toestemming, valt bij jou dus niet onder de categorie bedrog. Bij mij wel. En ik verwacht dat ik daar niet eens zo heel alleen in sta.

 

In één moment veranderde je van mijn beste vriend, de persoon in wie ik het meest vertrouwen had, van wie ik het meest hield, van de persoon aan wie ik mijn huwelijkse trouw beloofd had, in mijn grootste vijand.

 

Je hoeft echt niet eerst je pik in iemand te steken om iemand te bedriegen, om vreemd te gaan. Haar een half jaar lang bellen en bij haar langsgaan zonder mijn medeweten is meer dan genoeg. Of je nou daadwerkelijk met haar naar bed geweest bent of niet. Ik wil het niet eens weten. Ik wil niets meer van jou weten. Mijn hele leven lang niet meer. Ik haat je niet. Dat zou nog te dicht bij liefde kunnen liggen. Nee, ik haat je beslist niet. Ik veracht je. En alles wat je zou doen om daar verandering in te brengen zal de mate waarin ik je veracht alleen maar doen toenemen.

 

Als het mogelijk zou zijn om een pil te slikken die alles uit mijn geheugen zou wissen dat met jou te maken had, had ik die pil jaren geleden al zonder enige twijfel tot me genomen. Ik vind het niet leuk dat ik nog steeds terugkijk op wat in mijn ogen het grootste bedrog is geweest in mijn leven. Ik schep daar geen genoegen in. Ik hou dat niet moedwillig in stand. Ik wentel niet in zelfmedelijden en ik koketteer niet met mijn rugzak. Het is allemaal wél iets te groot en iets te traumatisch geweest. En die rugzak zal ik dan ook nooit kunnen afdoen.

 

Ik vind je een zwakkeling, een man zonder ruggengraat. Een slappe lul die zichzelf ziet als iemand die zich in een huwelijk heeft laten dwingen. Een dromer die zijn hart uitstort in een niet-bestaande wereld, omdat hij de echte wereld niet aan kan. Een zacht ei dat jankt bij een speldenprikje maar het ook net zo makkelijk weer kwijt is als hem dat beter uitkomt. Een man met veel vals sentiment en krokodillentranen. Een man vol angsten over ouder worden en lessen leren. Iemand die denkt dat hij de wijsheid in pacht heeft en daardoor blind is voor die van anderen.

 

Ik kan me nog goed herinneren hoe geschokt je was toen je erachter kwam dat ik mijn trouwring verpatst had bij de juwelier. Hoe ik in staat was om zo’n mooie herinnering (!!!) zo achteloos om te zetten in geld. Op dat moment realiseerde ik me heel bewust dat jij jezelf werkelijk van alle schuld had vrijgepleit en dat er in jouw beleving inderdaad geen sprake was van ontrouw of bedrog. Je had jezelf letterlijk ingeprent dat je niets verkeerd gedaan had. 

 

Weet je het nog? Hoe het écht zat?

 

Ook kan ik me nog goed herinneren dat ik net verhuisd was en jij in het koophuis bleef wonen. Ik kwam langs om nog wat spullen te halen. Weet je nog dat je in de vensterbank zat, weet je nog dat ik mijn fiets tegen het raam zette? Weet je nog, de verslagen, lege blik in mijn ogen?

 

Je had het complete huis gestript, overal was de dode kunst van je nieuwe liefde aanwezig. Geel en blauw hadden plaats gemaakt voor grijs en zwart. De dood had zijn intrede in dat huis gedaan en ik schrok me wezenloos van het gemak waarmee je het had binnen gelaten.

 

Ik ben uiteindelijk naar mijn nieuwe huis gefietst. Mijn tranen mengden zich in het schemerdonker met de stromende regen, tot een punt waarop ik nog slechts een paar centimeter bij zelfmoord vandaan was. Op dat punt ontwaarde ik een oerkracht in mezelf. En die heb jij nooit gezien. Die kende ik zelf nog niet eens.

 

Dat het überhaupt in je gemankeerde geest is opgekomen om naar het graf van mijn moeder te gaan, een paar weken na haar dood, om daar vergeving te vragen voor hetgeen je mij van plan was aan te doen, zegt mij meer dan genoeg over bedrog. Het zegt mij dat je verdomd goed wist dat wat jij deed en nog van plan was te gaan doen, nooit de schoonheidsprijs zou winnen. Dat je timing uitermate belabberd was. Dat je allang begonnen was mij leugens op de mouw te spelden waarbij geen weg meer terug was. Dat je leugens verkoos boven de waarheid. Dat je huwelijksbeloften wel uitgesproken had, maar niet kon waarmaken en daardoor jezelf niet meer in de ogen kon kijken, zodoende wel móest vluchten in leugens.

 

Dat jij het nu in je hersens hebt gehaald om over mijn moeder te schrijven in je commentaar, haar aan de duiden als ‘jouw lieve, gekke moeder’ en daarmee valse sentimenten tentoonspreidt zou haar kotsmisselijk gemaakt hebben. Het zou haar in haar graf doen omdraaien.

 

Ik hoop dat ze je in vele nachtmerries zal bezoeken en zal blijven vreten aan je geweten tot het pijn blijft doen en zal gaan etteren.

Want als ze nog geleefd had, had ze gehakt van je gemaakt en had je nooit meer één stap in haar huis mogen zetten. Datzelfde geldt misschien nog wel in grotere mate voor je huidige vrouw. Als ze geweten zou hebben dat dit de ware reden van haar vele ziekenbezoekjes was geweest, had ze haar in het gezicht gespuwd van walging.

 

Er kwam een kat in je leven en het werd je lievelingskat, met de toepasselijke naam Amor. De kat waar je altijd vol liefde naar keek, mee speelde, van genoot. Plotseling over in tranen was bij het besef dat dit beestje ooit eens dood zou kunnen gaan.

 

Weet je het nog? Je lieve Amortje?

 

Naar deze kat heb je nooit meer omgekeken toen bleek dat je nieuwe liefde allergisch was voor katten. Je zei: “Ik heb hem nu al weken niet meer gezien, ik heb er geen moeite meer mee.” Je hebt je nooit meer om hem bekommerd. Doodongelukkig was hij zonder jou. Ik heb hem naar het asiel moeten brengen omdat hij mij overduidelijk te min vond en mijn huis onderzeek en onderkotste. Het beest werd de belichaming van mijn gevoelens over jou.

 

In mijn woordenboek staat het woord bedrog met grote letters. Daarachter staat jouw naam als definitie daarvan.

 

En oh ja, ik weet wat je nu denkt. Ik weet dat je vindt dat ik het allemaal verkeerd zie. Dat ik de waarheid verdraaid heb en dat ik niet inzie hoe oprecht je eigenlijk bent. Hoe een wijs en beminnelijk persoon je eigenlijk bent. Hoe je je hoofdschuddend ergert aan de woorden die ik gebruik. (Nou nou, moet dat nou zo, kan dat niet wat minder)

 

Hoe je volslagen niet begrijpt hoe ik in elkaar zit, hoe ik denk, hoe ik dingen ervaren heb en wat ze met me gedaan hebben, hoe ik redeneer en wat mij drijft. Hoe je me nog steeds beschouwd als een rancuneus, depressief  hoopje ellende met een zeulende rugzak, een dynamisch geheugen en herhaaldelijk opdreunende klaagzangen. Hoe ik het nooit zal bereiken, dat geluk dat voor jou geluk is. Hoe arm ik eigenlijk ben zonder die vergevingsgezindheid naar jou toe. Hoe je totaal onbekend bent met wie je ooit in het huwelijk getreden bent. En laat me je verzekeren dat dit laatste in elk geval volkomen wederzijds is.

 

Mijn weblog is mijn podium. Een plek waar ik mijn woorden dump, loslaat, op reis stuur, geboren laat worden of hartgrondig spui. Het is geen exacte afspiegeling van mijn leven, maar een eenzijdig beeld van dat, wat ik op dat moment kwijt wil.

 

In mijn woorden ligt mijn kracht.

 

Mijn woorden zijn soms heftig en krachtig. Net zoals ik heftig en krachtig kan zijn. In elk geval té heftig en te krachtig voor jou.

 

In het begin viel je daar voor. Aan het eind viel je eraan ten prooi.

 

En ook nu ben je er weer met beide benen ingestapt. Niemand weet dat de verhalen op mijn weblog soms over jou gaan. Ik heb jou nooit bij naam of toenaam benoemd. Alleen mensen die mij lang en goed kennen kunnen weten dat ze over jou zouden kunnen gaan.

 

Ik vraag mij steeds meer af waarom jij je nu opeens zo aangesproken voelde om datgene te schrijven wat je deed.

 

Want,

 

Jij bent wel de laatste persoon die het recht heeft om mij het advies te geven om mezelf eens diep in mijn ogen te kijken.

 

Wie denk je wel wie je bent?! Wat weet jij van mij? Waarom ben je er zo zeker van dat ik dat al niet heel lang doe? Dat ik niet wegloop voor de waarheid. Dat ik heel wat bereikt heb, alleen niet de dingen die in jouw straatje passen of op de manier waarop jij het zou aanpakken.

 

Ooit zal ik dansen op je denkbeeldige graf. Met prachtige muziek, veel kleuren, veel drank, eten en feest. Ongeveer zoals de Mexicaanse Indianen doen. Dat heb ik van je vrouw geleerd.

 

 

 

 

Permanent Link

10 July 2009 - Jeetje!

Posted in Persoonlijk

Dat creatieve heeft Kwebbel van mij, kijk maar eens naar haar prachtige tekening op het geboortekaartje van haar broertje. En dat het kind er écht uit moest kun je zien aan de maten: 4610 gram en 58 (!!) cm.

1 CommentsPermanent Link

10 July 2009 - Bedrog?

Posted in Persoonlijk

Een schok gaat door me heen als ik zie wie de afzender van het commentaar op mijn blog ‘Geen generale’ is. Mijn ex echtgenoot? WTF?

 

Als je een openbaar weblog hebt probeer je rekening te houden met van alles en nog wat. Eerlijk is eerlijk,ik google ook weleens op bepaalde namen. Maar dit had ik nooit verwacht. Ik had het niet aan zien komen en toch past het perfect in het plaatje dat ik voor mezelf kan schetsen op dit moment.

 

Ik ben erg bezig met het verleden en opeens komen er via de mailbox berichten van diverse mensen uit het verleden. Een paar heel positieve maar vandaag dus ook een negatieve. Want ik kan met de beste wil van de wereld niet positief terugkijken op mijn huwelijk met deze ‘ex- echtgenoot’, laat staan op zijn reacties op mijn blog ‘Geen generale’.

 

Wat zal ik hier nu eens mee? Dat was de eerste vraag die door mijn kop schoot. En het feit dat hij eindigt met het zeggen dat "Kijk jezelf diep in de ogen, stop met wijzen naar anderen en neem je verantwoordelijkeid. Alleen dan zul je die rugzak af kunnen leggen." (inderdaad, nu wijs ik weer) het lef heeft om te zeggen dat ik mijn rugzak pas zal kunnen afleggen als ik dáár mee stop geeft mij de moed om dan ook meteen maar mijn héle verhaal bloot te geven.

Inclusief míjn overwegingen en standpunten, mijn ervaringen, en dan wat minder abstract. Want ik heb er nogal eens moeite mee om aan te geven dat ik, met al dat ‘wijzen naar een ander’, eigenlijk gewoon voor mezelf probeer op te komen. Daarbij zijn er mensen die vrijwel niets van mijn waarheid weten, omdat ze hun eigen waarheid boven die van mij verkiezen.

 

Ik vind het een gemiste kans om nu pas kenbaar te maken dat je meeleest, Thijs.

Ik vind het een gemiste kans om nu pas met dit soort argumenten te komen. Ik kan me andere blogjes herinneren waarin ik ook best je ‘welgemeende’ opmerkingen had willen lezen.

Ik vind het een gemiste kans dat je me niet gewoon een mail gestuurd hebt om je gal te spuwen.

 

Dus ik ga me verlagen. Of misschien wel verlossen, ik weet het niet.

 

Ik ga vertellen hoe het was om wakker te worden in mijn ouderlijk huis waarin je moeder in een ziekenhuisbed in de kamer ligt. Je bent daar omdat je 13 weken zwanger bent en omdat dat helemaal niet lekker loopt, zit je in de ziektewet. Er zit 200 km tussen je echtelijke woning en die van je moeder. Echtgenoot is niet aanwezig, die zit aan de andere kant van het land gewoon zijn werk te doen. Je merkt het bloed in je onderbroek. Je maakt je moeder wakker en zegt nog suf en slaperig dat je vloeit. Zij zegt ook suf en slaperig dat het niet goed is en belt haar huisarts. Omdat de huisarts nog wat goed te maken heeft regelt hij onmiddellijk een echo voor je in het ziekenhuis waar je moeder diezelfde dag een bloedtransfusie ondergaat. Dus blij met deze vroege echo loop je naar de afdeling gynaecologie. Een wat oudere man schudt je hand en is ondertussen bezig met de verwijsbrief en de echo. Je ligt daar, letterlijk moederziel alleen en krijgt een klodder ijskoude gelei op je buik.

Dan zie je zijn gezicht voorzichtig heen en weer schudden, van links naar rechts en weer terug, om precies te zijn. ‘Nee’, zegt hij voorzichtig, met zijn ogen nog op het scherm gericht, ‘nee, dat is niet goed, het hartje klopt niet…’ Ik kijk hem vol ongeloof aan. Hoe ga ik dit aanpakken?

 

Ik ga vertellen hoe het was om in op dat bed in dat ziekenhuis te liggen met een zwangerschap van 13 weken, een afspraak makend voor de volgende dag voor een missed abortion omdat je lijf niet in staat is het dode ding af te voeren, met je moeder op de afdeling oncologie die daar een bloedtransfusie onderging zodat ze mijn hand niet kon vasthouden terwijl ik te horen kreeg dat de baby in mijn buik al weken geleden afgestorven was. Dat ik daarna op een kille gang in dat ziekenhuis belde met de niet-vader van dat kind om te zeggen dat het allemaal niet doorging, dat het hartje niet klopte. Hoe dat was?

 

Dat ik daarna naar mijn moeders kamer liep. Met lood in mijn schoenen alsof ik een duikerspak droeg, om haar te vertellen dat  ik haar geen oma kon laten worden.

 

Ik ga vertellen dat mijn ex het lef had om mij ongeveer een jaar na dato te bellen (“want ik wil niet dat je het van iemand anders hoort”) en te vertellen dat ‘zij’ zwanger waren en dat ze ‘het hartje al gehoord hadden’. Of zal ik toch maar liever zwijgen?

 

Ik ga vertellen hoe het was om mijn moeder te zien sterven en me steeds maar af te vragen waarom ‘zij’ steeds van de partij was. Mijn moeder kon me ook niet uitleggen waarom ze zo vaak langs kwam, maar wist me nog wel te vertellen dat ‘zij’ een fascinatie voor de dood had. Mijn hoofd was op dat moment echt te vol om hier verder aandacht aan te besteden. Had ik het maar gedaan, dan had ik de tekenen aan de wand misschien toch wat duidelijker kunnen zien.

 

Na het overlijden van mijn moeder breekt een chaotische periode aan waarin ik nog steeds in de ziektewet zit, zodat ik vrij kan gaan en staan in het ouderlijk huis. Mijn broer probeert nog om in het huis te gaan wonen maar dat mislukt en per 1 september moet het pand leeg. Het is een zwoele hete zomer. Na de afgrijselijke maand april probeer ik de draad weer op te pakken maar merk daarbij weinig medewerking van mijn ex. Hij gedraagt zich anders dan anders. Vijandig, iets dat totaal niet bij zijn karakter past. Hij ontwijkt mijn vragen, doet ze af als onzin en ontvlucht situaties door mij zogenaamd gerust te stellen.

 

Ik vraag hem herhaaldelijk wat er aan de hand is. Niets, verzekert hij me. Toch kan ik mijn intuïtie niet in de steek laten, al kan ik er mijn vinger nog lang niet opleggen. Hij moet weg, zegt hij. En ik mag niet mee. Hij moet nadenken over van alles en nog wat. Nee ik mag niet weten waar hij is, want dat is beter. Voor mij of voor hem, dat ben ik even kwijt. Ik bel tijdens zijn afwezigheid met zijn moeder en die weet me te vertellen dat hij ergens aan de kust aan het kamperen is. Nee, ik geloof niet dat hij alleen is, zegt ze in al haar naïviteit.

 

En dan valt het kwartje. Nee. Hij is niet alleen. Hij ligt daar in onze tent met een andere mevrouw. Die in mijn slaapzak ligt, in mijn tent, op mijn matrasje. Nee hoor. Dat is geen bedrog. Wat het wel is? Wie het weet mag het zeggen.

 

Ik vraag dan gespecificeerde rekeningen op bij de KPN en zie hoe vaak en hoeveel telefooncontact er is geweest, al een half jaar lang, buiten mijn medeweten. Ik heb dat keiharde bewijs nodig om ook mijzelf ervan te overtuigen dat ik het bij het rechte eind heb.

Nee hoor, het is geen bedrog. Wat het wel is? Wie het weet mag het zeggen.

 

Onze relatie was kapot, schrijft hij. Ik stond erbij en ik keek ernaar, schrijft hij.

 

Ik stond erbij ja, dat klopt, maar wist niet dat het kapot was. Ik was in de rotsvaste veronderstelling dat een huwelijk van koud een jaar oud bestand zou zijn tegen deze hindernissen en dat we, wanneer alles weer een beetje rustiger zou zijn geworden, de draad weer zouden kunnen oppakken. Ik was me terdege bewust van mijn slechte staat. Ik was alleen niet meer in staat om daar op dat moment ook maar iets constructiefs mee te doen omdat ik in een staat van overleven stond. En op het moment waarop ik dacht te kunnen terugvallen op de persoon met wie ik het jaar daarvoor in het huwelijksbootje gestapt was, trok hij de deur voor me dicht en gaf me nog een trap na door te melden dat hij al bij het graf van mijn moeder was geweest om vergeving te vragen voor datgene wat hij haar dochter zou gaan aandoen. Bedrog?

 

Het is zo warm in die zomer van 1997 en ik word heel vroeg in de ochtend wakker in mijn ouderlijk huis. Merk dat mijn echtgenoot niet naast me ligt en ga naar het toilet. Ik hoor stemmen buiten. Dan begin ik me enigszins te realiseren dat mijn echtgenoot zich uitstekend vermaakt met diepe conversaties met ‘haar’ in de veranda van mijn moeder. Ik ga vertwijfeld terug naar bed en als ik uren later weer in de keuken kom tref ik haar daar. Zij heeft net haar schoonvader verloren. Als ik bezorgd vraag hoe het met haar gaat begint ze te huilen. Ik vraag haar wat er is, maar ze antwoordt niet, komt niet uit haar woorden. Ik neem maar aan dat ze verdriet heeft over haar zojuist overleden schoonvader. Maar achteraf weet ik natuurlijk dat ze moest huilen omdat ze wist dat zij er met mijn man vandoor zou gaan, met zijn medeweten maar zonder het mijne.

Nee hoor. Dat is geen bedrog. Wat het wel is? Je raadt het al: wie het weet mag het zeggen.

 

 

Twist met mij alsjeblieft niet over bedrog. En wil je dat liever toch, doe het dan met een open vizier. Dan kan ik namelijk nog bepalen of ik er respect voor op kan brengen.

2 CommentsPermanent Link

2 July 2009 - Geen generale

Posted in Persoonlijk

Buiten is het een graad of 26, de warmte drukt en ik loop een supermarkt binnen. Het is er niet druk en lekker koel. Een vrouw voor me loopt van het ene schap naar het andere en op het moment dat ze mij passeert zie ik dat er een klemmetje onder haar haar uitsteekt, vlakbij haar oor. Het is een klemmetje in dezelfde kleur als haar kapsel, maar geen haarklemmetje. Ik herken het meteen. Het is van een pruik.

Haar coupe is nét iets te egaal van kleur en nét iets te strak gekapt. Daardoor kan ik meestal al zien dat het om een pruik gaat maar bij het zien van dit klemmetje wist ik het zeker. En ik dacht: Wat moet ik nu doen? Haar een seintje geven of net doen alsof ik niets in de gaten heb?

Het klemmetje was voor mij zichtbaar, dus voor anderen ook, was mijn redenatie. De reden dat iemand een pruik draagt heeft meestal te maken met een ziekte en dat hoeft lang niet altijd om de gevolgen van kanker en een bijbehorende chemokuur te gaan. Denk aan de perikelen rondom de recente stunt van een roddelblad om Sylvie van der Vaart met een kaal hoofd in een fototrucage af te beelden en je weet hoe gevoelig deze zaken liggen.

Uiteraard dacht ik ook weer aan mijn moeder. Ze besteedde altijd veel aandacht aan haar kapsel, deed onvermoeibaar kleuren in het haar om het grijs te maskeren en knipte er zelf soms lustig op los. Ze droeg na de tweede chemokuur ook meteen een pruik, wilde niet met een kaal hoofd de straat op. Ze had een soortgelijk exemplaar als de mevrouw die ik in de winkel tegenkwam en ik had dat ding eens opgezet na de klaagzang van mijn moeder dat het echt vreselijk irritant was om met zo’n geval op je hoofd te lopen. Het is warm, het broeit, het gaat jeuken, het voelt niet comfortabel. Aan de binnenkant zit een netje dat om je hoofd past. Aan dit netje zitten de nepharen bevestigd. Om het netje beter op zijn plek te kunnen houden zit er een elastieken bandje aan met twee haakje, die lijken een beetje op een ouderwets behabandje. Je kunt het verstellen zodat het beter past en het is de bedoeling dat niemand het ziet. Anders kun je beter meteen met een bord op je voorhoofd naar buiten gaan waarop staat dat je een pruik draagt.

Dus, wat moest ik doen? Ik passeerde haar nog een paar keer en zag inmiddels ook een jongere man bij haar, ik vermoed dat het haar zoon moest zijn. Later zag ik ze samen in een auto stappen, hij reed. Ze maakte geen zieke indruk maar daar kun je niets op baseren. Ik wist niet, wat ik ermee moest.

 

Zo zijn er dagelijks dingetjes die ik associeer met de zwartste periode in mijn leven, waarin ik binnen 3 maanden tijd letterlijk alles verloor wat me dierbaar was. Ik kreeg een miskraam na 13 weken zwangerschap, verloor mijn moeder aan kanker en mijn ouderlijk huis omdat het leeg moest. Mijn toekomst toen ik erachter kwam dat mijn destijds echtgenoot vreemd ging met een vriendin van mijn moeder, aan wie ik nota bene net al mijn moeder’s kleding gegeven had. Ik had ook net mijn fulltime baan ingeruild voor een parttime baantje om mezelf wat meer rust in het hoofd te gunnen en met het mislukte huwelijk verloor ik ook mijn eigen woning omdat ik die niet kon betalen, en de vader voor mijn toekomstige kind. Ik verloor daarbij nog veel meer dromen en illusies en kreeg er veel angst, achterdocht, wantrouwen en woede voor terug. Ik was op het nulpunt en misschien nog wel dieper.

Om suïcide niet nog verder aan de oppervlakte te brengen ben ik toen naar een psychiater gegaan en ben met anti depressiva begonnen. Het waren de hoogtijdagen van de Prozac generatie. De psychiater, een replica van Sigmund Freud wist mij al snel te vertellen dat ik zeer waarschijnlijk een chronische depressie had, al sinds mijn puberteit. Die was inderdaad niet over rozen gegaan maar dat heb ik altijd op de leeftijd gegooid. Waarschijnlijk had hij gelijk.

Ik heb me redelijk goed door deze periode heen geworsteld. Stopte na anderhalf jaar met Prozac, bezocht een psycholoog die me weer een heel eind op de rit hielp en kon weer verder. Dat is nu zo’n 9 jaar geleden.

In de tussentijd is er ook weer erg veel gebeurt en helaas was niet alles even positief. Ik ervaar vrijwel dagelijks negatieve associaties die te maken hebben met een miskraam, kanker, het verlies van een ouder, depressie, ontrouw, overspel. Niet gezond dus, zelfs al had ik een gezonde geest gehad. Dus tergend langzaam ben ik toch weer teruggegleden in dat zwarte gat. Weliswaar lang niet zo diep als destijds, en echt, ik tel mijn zegeningen. Maar ik heb toch weer voor hulp aan de bel moeten trekken. De maatschappelijk werkster die ik onlangs twee keer bezocht constateerde samen met mij dat mijn rugzak nog steeds veel te groot en te zwaar is. Dat die chronische depressie nog steeds, of wéér, zijn verwoestende werking heeft op Tat en dat er wellicht ook sprake zou kunnen zijn van een vorm van PTSS. En hoe langer ik daar over nadenk, hoe meer ik denk dat ze gelijk heeft. Tijd dus, om in de spiegel te kijken en gericht op zoek te gaan naar hulp. Morgen eerst maar weer eens naar de huisarts…

 

Want hoe ouder ik word, hoe meer ik me realiseer dat het niet om de generale repetitie van mijn leven gaat, maar om mijn leven zelf. En dat is verdomd de moeite waard. Nu alleen dat knopje nog zien om te draaien…

 

Artist: Banderas
Title: This Is Your Life

Where is the purpose in your life
Where is the truth
Do you remember your hopes

Your dreams
They are no longer your own
This day is for loving your own life
Don't let this world capture your heart
Your passion lost to a thousand themes
Surrendered to the screen

This is not a story
This is not a book

this is your life

And this is not a play
Some TV show you've seen
This is real life



There is no rehearsal
No second chance
No false start

no
better circumstances


This is not a story


This is not a book this is your life
And this is not a play
Some TV show you've seen
This is reallife


You know that


4 CommentsPermanent Link

24 June 2009 - Oude trouwe blauwe

Posted in Persoonlijk

Ik was 33 toen ik mijn eerste auto kocht. Natuurlijk had ik daarvoor ook weleens een auto maar die stond nooit op mijn naam en ik zat nooit achter het stuur. Nee, ik bedoel een auto, helemaal van mij alleen. Met mijn eigen kentekenpapieren bij mijn rijbewijs. Dat had ik op dat moment trouwens ook nog maar een jaar of 3.

Ik werd verliefd op een donkerblauwe Citroën BX. Een Citroën is een auto voor kunstzinnige, artistieke mensen, wist mijn vader mij destijds te vertellen. Goh, en dat wist ik niet eens van tevoren *angelface*. Liefkozend noemde ik mijn auto "Biks". Het is BX als je het heel snel zegt maar ik vond het leuk klinken, heel vriendschappelijk. Ik en mijn Biks. Trots voelde ik me, als Biks de wielen omhoog krikte nadat ik mijn sleutel erin gestoken had. Heerlijk was het, om vanuit mijn woonplaats vlakbij de Duitse grens 'gewoon even boodschappen te doen in Duitsland', zoals veel mensen dat daar doen. Met de fiets doe je zoiets niet en met het openbaar vervoer is al helemaal geen optie. Ik reed ook in Biks naar mijn werk. Een stukje van niks, maar na 33 jaar OV  wilde ik nu graag eerst een poosje met Biks. De kruising was een heel overzichtelijke. Hij was leeg. Er kwam iemand van links in een knalrode Citroën Picasso. Ze reed zo hard richting kruising dat ik me begon af te vragen of ze wel wist dat ik voorrang had. En voor ik het wist zat ik met mijn armen overstrekt, mijn ogen op schoteltjes en gillend vlakbij, tegen, in en weer voorbij de rode Citroën....

De lantaarnpaal op de stoep heeft mijn dollemansrit beeindigd en ik kon alleen maar hysterisch huilen. De motorkap belemmerde mijn uitzicht maar ik zag wel heel goed hoe er rook onder vandaan kwam. Trillend stapte ik uit en ging naast de auto staan. Daar zag ik dat de lantaarnpaal dubbelgeklapt was en half onder mijn auto zat. De mevrouw uit de rode Citroën stapte ook uit, kwam naar me toe, zei heel kalm dat ze me niet gezien had en vroeg waarom ik zo geschrokken was.... Een man kwam aangerend vanuit een huis, begon onder de motorkap aan de accu te morrelen en even later hoorde ik sirenes. Een politieagent vroeg me hoe ik me voelde. Hij informeerde of ik ook last van mijn nek had. "Ik weet het niet. Een beetje wel geloof ik" zei ik nog steeds niet helemaal kalm. Weer sirenes. In no time lag ik op een brancard en werd met een nekkraag naar het ziekenhuis afgevoerd. Daar bleek het later allemaal heel erg mee te vallen. Maar dat gold niet voor Biks. Ze was tot mijn verdriet total-loss. En ik had haar net 3 weken! Op dat moment besloot ik dat ik me nooit meer zou hechten aan een auto, laat staan dat ik hem of haar een naam zou geven.

Ik kreeg meer van de verzekering terug dan ik voor Biks betaald had en een poosje later kocht ik mijn tweede auto. Een 5-deurs donkerblauwe Renault 21. Een slagschip inderdaad. Want ik had me heel goed gerealiseerd dat het anders met me zou zijn afgelopen als ik in een klein koekblikje tegen die rode Citroën en die lantaarnpaal was geklapt. Ik reed nog geen 50 en toch, zo'n enorme klap. Het heeft mijn kijk op auto's voor altijd veranderd. Als er op dat moment iemand op die stoep gelopen had, bij die lantaarnpaal.... Dat zijn scenario's die ik af en toe nog steeds voorbij zie komen, op de meest ongelegen momenten. Trauma, noem je zoiets geloof ik.....

Zeven jaar heeft de Renault 21 het volgehouden. Met genoegen liet ik er een radio-cdspelertje inbouwen door de garage aan de overkant. Ik liet mijn bestuurdersstoel repareren toen ik opeens in een schommelstoel achter het stuur zat omdat er iets afgebroken was. Ik belde de wegenwacht omdat ik niet wist hoe ik die lekke band moest verwisselen nadat ik over een beugelflesje gereden was. Ik belde de wegenwacht omdat er allemaal rode lampjes op het dashboard knipperden en rook onder de motorkap uit kwam. Ik liet mijn auto nakijken en repareren omdat de wegenwacht me vertelde dat er niet genoeg koelvloeistof in de wagen zat en ik de motor bijna opgeblazen had. Ik was bij vorst altijd lichtelijk panisch om op tijd op mijn werk te komen omdat de kachel en de blower het niet goed deden. Ik raakte gewend aan het piepje in het stuur. Aan de kapotte interval van de ruitenwissers. Aan de nukken van de achterruit-verwarming. Aan de kapotte veer in de kofferbak zodat die nooit meewerkt als je hem opent. Ik raakte gewend aan het missen van een trekhaak en centrale deurvergrendeling. Aan sturen zonder stuurbekrachtiging. Aan geluidsoverlast boven de 80 km/u, zodat je de radio niet meer kunt horen. Ik reed met de Renault een half jaar lang op en neer naar Friesland en eenmaal daar werd het langzaam niet veel meer dan een veredelde boodschappenwagen.

De Renault is nog steeds vrijwel roestloos maar vertoont wel steeds meer gebreken. Dus hebben we besloten om een andere auto te zoeken. Een grote auto weer, alleen al omdat manlief met zijn bijna-twee-meter comfortabel wil zitten en rijden. Dus binnenkort moet ik afscheid nemen van mijn ouwe trouwe blauwe Renault 21. Hij mankeert technisch vrijwel niets  en ik heb er dan ook best moeite mee. Misschien mag hij nog even een paar maanden op de stoep staan. Of komt iemand hem voor een klein rotprijsje nog ophalen. Ik ben er nog niet helemaal uit. Ook de Skylge-sticker op de bumper zal ik missen....

0 CommentsPermanent Link

29 May 2009 - Vooruitzicht

Posted in Persoonlijk

Een nachtje in een beroemd hotel, heel binnenkort. Even de waddenlucht opsnuiven!

0 CommentsPermanent Link

29 May 2009 - Aanstelleritis...?

Posted in Persoonlijk

Een paar weken geleden schreef ik al over de ontstoken achillespees van Kwebbel. Ze is daarna op vakantie vertrokken naar de Belgische Ardennen en heeft daar veel op krukken gelopen, op advies van de fysiotherapeute. Na terugkomst bleek de fysio zelf met vakantie en zo kwamen we pas twee weken geleden weer bij haar voor de voet van Kwebbel. Het was allemaal nog niet erg veel beter en Kwebbel moest echt meer op krukken gaan lopen om de voet te ontzien. Ook moest Kwebbel proberen om op haar horloge bij te houden hoe lang het zou duren voor de pijn weer op kwam zetten, om te bepalen hoe lang ze zonder krukken mag lopen. Een onmogelijke opgave voor Kwebbel. Een 'kwartiertje' of 'een paar minuten' zijn (nog?) zulke abstracte begrippen voor haar dat ze daar niets mee kan. Uiteraard geeft ze wel een antwoord waar je alle kanten mee op kunt, dus ook de goede. Met als gevolg dat de fysiotherapeut op basis van Kwebbel's antwoorden een advies probeert te geven.

Het kan echt aan mij liggen maar op het moment dat de afspraak met de fysio dichterbij komt gaat Kwebbel meer hinken en mank lopen. Er zijn ook momenten waarop ze ogenschijnlijk normaal loopt. Ik moet er eerlijkheidshalve ook bij zeggen dat ik haar maar zulke minimale afstanden zie lopen (omdat dit poppenhuis zo klein is kun je hier geen meter rechtuit lopen) en ik kan er dus weinig over zeggen. Klagen over pijn doet ze al helemaal niet en als je vraagt hoe het met haar voet gaat zegt ze Goed. Doet het nog pijn? Soms, een beetje. Wanneer dan? De ene keer wel en de andere keer niet. Aha. Ok. Dus.

Afgelopen woensdag was Kwebbel voor de derde keer bij de fysio. Er zat inmiddels 6 weken tussen het eerste en dit bezoek plus 5 weken krukkenlopen. Dan zou je dus wel wat verbetering kunnen verwachten. Kwebbel nam weer plaats op de behandelbank en de fysio ging weer aan de slag met haar vingers om de hak en voet van Kwebbel te inspecteren. Het deed nu opeens wel op een ándere plek pijn dan twee weken geleden. Maar van een ontsteking kan geen sprake zijn, aangezien er dan een warme rode plek zichtbaar of minimaal voelbaar zou moeten zijn. Conclusie van de fysio was dan ook: terug naar de huisarts want ik kan hier niets meer mee.

Zo gezegd zo gedaan. Moeder is met Kwebbel naar de huisarts geweest. Helaas bleek bij inspectie van de huisarts dat de pijn alweer verhuisd was naar een ander plekje op de hak. De huisarts trok ook de conclusie dat de pijn waarschijnlijk meer tussen de oren dan in de hak zit en om alles uit te sluiten mocht ze nog een foto laten maken. Als daar niets op te zien zou zijn was het meteen gedaan met het krukkenlopen en mocht ze, bij echt veel pijn, een Ibuprofen slikken. Mede omdat dit ook een ontstekingsremmend effect heeft.

Vanmorgen al kon Kwebbel een foto laten maken van haar hak. Je raadt het al? Niets te zien.... Haar moeder heeft meteen de krukken teruggebracht naar de thuiszorgwinkel en is daarna naar een goede schoenenzaak geweest om nieuwe schoenen te kopen. Ze liep er op weg zonder een spoor van hinken of manklopen en zei dat de schoenen heeeeeeerlijk liepen.....

0 CommentsPermanent Link

<- Last Page • Next Page ->

Waarom een weblog?

Tat. Vrouw. Tikt graag. Tukker. Wereldburger. Bouwjaar 1968. Leeuw. Bitch. Aap. Anglofiel. Fijnproever. Grote mond. Klein hartje. Fel.Defecte schildklier. Enqueteur. Postcrosser. Lui. Foodie. Kritisch. Ezelverzamelaar. Woont met manlief, om-de-week-stiefdochter Kwebbel (10) en 3 katten in een keurig dorpje vlakbij de Linde, in een keurig rijtjeshuis in een keurige buurt.

Recente Posts

Handdoek
Oh ja!
Positief
Even weg
Vitriool monoloog
Wie de schoen past...
Overwin je angst
Jeetje!
Bedrog?
Nieuwtjes
Geld verdienen met je website ? - Meer bezoekers via Autosurf - Zelf ook een weblog maken? - Cursus verhalen schrijven - Statistieken gratis proberen