2 July 2009 - Geen generale |
Buiten is het een graad of 26, de warmte drukt en ik loop een supermarkt binnen. Het is er niet druk en lekker koel. Een vrouw voor me loopt van het ene schap naar het andere en op het moment dat ze mij passeert zie ik dat er een klemmetje onder haar haar uitsteekt, vlakbij haar oor. Het is een klemmetje in dezelfde kleur als haar kapsel, maar geen haarklemmetje. Ik herken het meteen. Het is van een pruik.
Haar coupe is nét iets te egaal van kleur en nét iets te strak gekapt. Daardoor kan ik meestal al zien dat het om een pruik gaat maar bij het zien van dit klemmetje wist ik het zeker. En ik dacht: Wat moet ik nu doen? Haar een seintje geven of net doen alsof ik niets in de gaten heb?
Het klemmetje was voor mij zichtbaar, dus voor anderen ook, was mijn redenatie. De reden dat iemand een pruik draagt heeft meestal te maken met een ziekte en dat hoeft lang niet altijd om de gevolgen van kanker en een bijbehorende chemokuur te gaan. Denk aan de perikelen rondom de recente stunt van een roddelblad om Sylvie van der Vaart met een kaal hoofd in een fototrucage af te beelden en je weet hoe gevoelig deze zaken liggen.
Uiteraard dacht ik ook weer aan mijn moeder. Ze besteedde altijd veel aandacht aan haar kapsel, deed onvermoeibaar kleuren in het haar om het grijs te maskeren en knipte er zelf soms lustig op los. Ze droeg na de tweede chemokuur ook meteen een pruik, wilde niet met een kaal hoofd de straat op. Ze had een soortgelijk exemplaar als de mevrouw die ik in de winkel tegenkwam en ik had dat ding eens opgezet na de klaagzang van mijn moeder dat het echt vreselijk irritant was om met zo’n geval op je hoofd te lopen. Het is warm, het broeit, het gaat jeuken, het voelt niet comfortabel. Aan de binnenkant zit een netje dat om je hoofd past. Aan dit netje zitten de nepharen bevestigd. Om het netje beter op zijn plek te kunnen houden zit er een elastieken bandje aan met twee haakje, die lijken een beetje op een ouderwets behabandje. Je kunt het verstellen zodat het beter past en het is de bedoeling dat niemand het ziet. Anders kun je beter meteen met een bord op je voorhoofd naar buiten gaan waarop staat dat je een pruik draagt.
Dus, wat moest ik doen? Ik passeerde haar nog een paar keer en zag inmiddels ook een jongere man bij haar, ik vermoed dat het haar zoon moest zijn. Later zag ik ze samen in een auto stappen, hij reed. Ze maakte geen zieke indruk maar daar kun je niets op baseren. Ik wist niet, wat ik ermee moest.
Zo zijn er dagelijks dingetjes die ik associeer met de zwartste periode in mijn leven, waarin ik binnen 3 maanden tijd letterlijk alles verloor wat me dierbaar was. Ik kreeg een miskraam na 13 weken zwangerschap, verloor mijn moeder aan kanker en mijn ouderlijk huis omdat het leeg moest. Mijn toekomst toen ik erachter kwam dat mijn destijds echtgenoot vreemd ging met een vriendin van mijn moeder, aan wie ik nota bene net al mijn moeder’s kleding gegeven had. Ik had ook net mijn fulltime baan ingeruild voor een parttime baantje om mezelf wat meer rust in het hoofd te gunnen en met het mislukte huwelijk verloor ik ook mijn eigen woning omdat ik die niet kon betalen, en de vader voor mijn toekomstige kind. Ik verloor daarbij nog veel meer dromen en illusies en kreeg er veel angst, achterdocht, wantrouwen en woede voor terug. Ik was op het nulpunt en misschien nog wel dieper.
Om suïcide niet nog verder aan de oppervlakte te brengen ben ik toen naar een psychiater gegaan en ben met anti depressiva begonnen. Het waren de hoogtijdagen van de Prozac generatie. De psychiater, een replica van Sigmund Freud wist mij al snel te vertellen dat ik zeer waarschijnlijk een chronische depressie had, al sinds mijn puberteit. Die was inderdaad niet over rozen gegaan maar dat heb ik altijd op de leeftijd gegooid. Waarschijnlijk had hij gelijk.
Ik heb me redelijk goed door deze periode heen geworsteld. Stopte na anderhalf jaar met Prozac, bezocht een psycholoog die me weer een heel eind op de rit hielp en kon weer verder. Dat is nu zo’n 9 jaar geleden.
In de tussentijd is er ook weer erg veel gebeurt en helaas was niet alles even positief. Ik ervaar vrijwel dagelijks negatieve associaties die te maken hebben met een miskraam, kanker, het verlies van een ouder, depressie, ontrouw, overspel. Niet gezond dus, zelfs al had ik een gezonde geest gehad. Dus tergend langzaam ben ik toch weer teruggegleden in dat zwarte gat. Weliswaar lang niet zo diep als destijds, en echt, ik tel mijn zegeningen. Maar ik heb toch weer voor hulp aan de bel moeten trekken. De maatschappelijk werkster die ik onlangs twee keer bezocht constateerde samen met mij dat mijn rugzak nog steeds veel te groot en te zwaar is. Dat die chronische depressie nog steeds, of wéér, zijn verwoestende werking heeft op Tat en dat er wellicht ook sprake zou kunnen zijn van een vorm van PTSS. En hoe langer ik daar over nadenk, hoe meer ik denk dat ze gelijk heeft. Tijd dus, om in de spiegel te kijken en gericht op zoek te gaan naar hulp. Morgen eerst maar weer eens naar de huisarts…
Want hoe ouder ik word, hoe meer ik me realiseer dat het niet om de generale repetitie van mijn leven gaat, maar om mijn leven zelf. En dat is verdomd de moeite waard. Nu alleen dat knopje nog zien om te draaien…
Artist: Banderas
Title: This Is Your Life
Where is the purpose in your life
Where is the truth
Do you remember your hopes
Your dreams
They are no longer your own
This day is for loving your own life
Don't let this world capture your heart
Your passion lost to a thousand themes
Surrendered to the screen
This is not a story
This is not a book
this is your life
And this is not a play
Some TV show you've seen
This is real life
There is no rehearsal
No second chance
No false start
no
better circumstances
This is not a story
This is not a book this is your life
And this is not a play
Some TV show you've seen
This is reallife
You know that
|
| • 4 Comments • Permanent Link |
24 June 2009 - Oude trouwe blauwe |
Ik was 33 toen ik mijn eerste auto kocht. Natuurlijk had ik daarvoor ook weleens een auto maar die stond nooit op mijn naam en ik zat nooit achter het stuur. Nee, ik bedoel een auto, helemaal van mij alleen. Met mijn eigen kentekenpapieren bij mijn rijbewijs. Dat had ik op dat moment trouwens ook nog maar een jaar of 3.
Ik werd verliefd op een donkerblauwe Citroën BX. Een Citroën is een auto voor kunstzinnige, artistieke mensen, wist mijn vader mij destijds te vertellen. Goh, en dat wist ik niet eens van tevoren *angelface*. Liefkozend noemde ik mijn auto "Biks". Het is BX als je het heel snel zegt maar ik vond het leuk klinken, heel vriendschappelijk. Ik en mijn Biks. Trots voelde ik me, als Biks de wielen omhoog krikte nadat ik mijn sleutel erin gestoken had. Heerlijk was het, om vanuit mijn woonplaats vlakbij de Duitse grens 'gewoon even boodschappen te doen in Duitsland', zoals veel mensen dat daar doen. Met de fiets doe je zoiets niet en met het openbaar vervoer is al helemaal geen optie. Ik reed ook in Biks naar mijn werk. Een stukje van niks, maar na 33 jaar OV wilde ik nu graag eerst een poosje met Biks. De kruising was een heel overzichtelijke. Hij was leeg. Er kwam iemand van links in een knalrode Citroën Picasso. Ze reed zo hard richting kruising dat ik me begon af te vragen of ze wel wist dat ik voorrang had. En voor ik het wist zat ik met mijn armen overstrekt, mijn ogen op schoteltjes en gillend vlakbij, tegen, in en weer voorbij de rode Citroën....
De lantaarnpaal op de stoep heeft mijn dollemansrit beeindigd en ik kon alleen maar hysterisch huilen. De motorkap belemmerde mijn uitzicht maar ik zag wel heel goed hoe er rook onder vandaan kwam. Trillend stapte ik uit en ging naast de auto staan. Daar zag ik dat de lantaarnpaal dubbelgeklapt was en half onder mijn auto zat. De mevrouw uit de rode Citroën stapte ook uit, kwam naar me toe, zei heel kalm dat ze me niet gezien had en vroeg waarom ik zo geschrokken was.... Een man kwam aangerend vanuit een huis, begon onder de motorkap aan de accu te morrelen en even later hoorde ik sirenes. Een politieagent vroeg me hoe ik me voelde. Hij informeerde of ik ook last van mijn nek had. "Ik weet het niet. Een beetje wel geloof ik" zei ik nog steeds niet helemaal kalm. Weer sirenes. In no time lag ik op een brancard en werd met een nekkraag naar het ziekenhuis afgevoerd. Daar bleek het later allemaal heel erg mee te vallen. Maar dat gold niet voor Biks. Ze was tot mijn verdriet total-loss. En ik had haar net 3 weken! Op dat moment besloot ik dat ik me nooit meer zou hechten aan een auto, laat staan dat ik hem of haar een naam zou geven.
Ik kreeg meer van de verzekering terug dan ik voor Biks betaald had en een poosje later kocht ik mijn tweede auto. Een 5-deurs donkerblauwe Renault 21. Een slagschip inderdaad. Want ik had me heel goed gerealiseerd dat het anders met me zou zijn afgelopen als ik in een klein koekblikje tegen die rode Citroën en die lantaarnpaal was geklapt. Ik reed nog geen 50 en toch, zo'n enorme klap. Het heeft mijn kijk op auto's voor altijd veranderd. Als er op dat moment iemand op die stoep gelopen had, bij die lantaarnpaal.... Dat zijn scenario's die ik af en toe nog steeds voorbij zie komen, op de meest ongelegen momenten. Trauma, noem je zoiets geloof ik.....
Zeven jaar heeft de Renault 21 het volgehouden. Met genoegen liet ik er een radio-cdspelertje inbouwen door de garage aan de overkant. Ik liet mijn bestuurdersstoel repareren toen ik opeens in een schommelstoel achter het stuur zat omdat er iets afgebroken was. Ik belde de wegenwacht omdat ik niet wist hoe ik die lekke band moest verwisselen nadat ik over een beugelflesje gereden was. Ik belde de wegenwacht omdat er allemaal rode lampjes op het dashboard knipperden en rook onder de motorkap uit kwam. Ik liet mijn auto nakijken en repareren omdat de wegenwacht me vertelde dat er niet genoeg koelvloeistof in de wagen zat en ik de motor bijna opgeblazen had. Ik was bij vorst altijd lichtelijk panisch om op tijd op mijn werk te komen omdat de kachel en de blower het niet goed deden. Ik raakte gewend aan het piepje in het stuur. Aan de kapotte interval van de ruitenwissers. Aan de nukken van de achterruit-verwarming. Aan de kapotte veer in de kofferbak zodat die nooit meewerkt als je hem opent. Ik raakte gewend aan het missen van een trekhaak en centrale deurvergrendeling. Aan sturen zonder stuurbekrachtiging. Aan geluidsoverlast boven de 80 km/u, zodat je de radio niet meer kunt horen. Ik reed met de Renault een half jaar lang op en neer naar Friesland en eenmaal daar werd het langzaam niet veel meer dan een veredelde boodschappenwagen.
De Renault is nog steeds vrijwel roestloos maar vertoont wel steeds meer gebreken. Dus hebben we besloten om een andere auto te zoeken. Een grote auto weer, alleen al omdat manlief met zijn bijna-twee-meter comfortabel wil zitten en rijden. Dus binnenkort moet ik afscheid nemen van mijn ouwe trouwe blauwe Renault 21. Hij mankeert technisch vrijwel niets en ik heb er dan ook best moeite mee. Misschien mag hij nog even een paar maanden op de stoep staan. Of komt iemand hem voor een klein rotprijsje nog ophalen. Ik ben er nog niet helemaal uit. Ook de Skylge-sticker op de bumper zal ik missen....
|
| • 0 Comments • Permanent Link |
29 May 2009 - Vooruitzicht |
Een nachtje in een beroemd hotel, heel binnenkort. Even de waddenlucht opsnuiven!

|
| • 0 Comments • Permanent Link |
29 May 2009 - Aanstelleritis...? |
Een paar weken geleden schreef ik al over de ontstoken achillespees van Kwebbel. Ze is daarna op vakantie vertrokken naar de Belgische Ardennen en heeft daar veel op krukken gelopen, op advies van de fysiotherapeute. Na terugkomst bleek de fysio zelf met vakantie en zo kwamen we pas twee weken geleden weer bij haar voor de voet van Kwebbel. Het was allemaal nog niet erg veel beter en Kwebbel moest echt meer op krukken gaan lopen om de voet te ontzien. Ook moest Kwebbel proberen om op haar horloge bij te houden hoe lang het zou duren voor de pijn weer op kwam zetten, om te bepalen hoe lang ze zonder krukken mag lopen. Een onmogelijke opgave voor Kwebbel. Een 'kwartiertje' of 'een paar minuten' zijn (nog?) zulke abstracte begrippen voor haar dat ze daar niets mee kan. Uiteraard geeft ze wel een antwoord waar je alle kanten mee op kunt, dus ook de goede. Met als gevolg dat de fysiotherapeut op basis van Kwebbel's antwoorden een advies probeert te geven.
Het kan echt aan mij liggen maar op het moment dat de afspraak met de fysio dichterbij komt gaat Kwebbel meer hinken en mank lopen. Er zijn ook momenten waarop ze ogenschijnlijk normaal loopt. Ik moet er eerlijkheidshalve ook bij zeggen dat ik haar maar zulke minimale afstanden zie lopen (omdat dit poppenhuis zo klein is kun je hier geen meter rechtuit lopen) en ik kan er dus weinig over zeggen. Klagen over pijn doet ze al helemaal niet en als je vraagt hoe het met haar voet gaat zegt ze Goed. Doet het nog pijn? Soms, een beetje. Wanneer dan? De ene keer wel en de andere keer niet. Aha. Ok. Dus.
Afgelopen woensdag was Kwebbel voor de derde keer bij de fysio. Er zat inmiddels 6 weken tussen het eerste en dit bezoek plus 5 weken krukkenlopen. Dan zou je dus wel wat verbetering kunnen verwachten. Kwebbel nam weer plaats op de behandelbank en de fysio ging weer aan de slag met haar vingers om de hak en voet van Kwebbel te inspecteren. Het deed nu opeens wel op een ándere plek pijn dan twee weken geleden. Maar van een ontsteking kan geen sprake zijn, aangezien er dan een warme rode plek zichtbaar of minimaal voelbaar zou moeten zijn. Conclusie van de fysio was dan ook: terug naar de huisarts want ik kan hier niets meer mee.
Zo gezegd zo gedaan. Moeder is met Kwebbel naar de huisarts geweest. Helaas bleek bij inspectie van de huisarts dat de pijn alweer verhuisd was naar een ander plekje op de hak. De huisarts trok ook de conclusie dat de pijn waarschijnlijk meer tussen de oren dan in de hak zit en om alles uit te sluiten mocht ze nog een foto laten maken. Als daar niets op te zien zou zijn was het meteen gedaan met het krukkenlopen en mocht ze, bij echt veel pijn, een Ibuprofen slikken. Mede omdat dit ook een ontstekingsremmend effect heeft.
Vanmorgen al kon Kwebbel een foto laten maken van haar hak. Je raadt het al? Niets te zien.... Haar moeder heeft meteen de krukken teruggebracht naar de thuiszorgwinkel en is daarna naar een goede schoenenzaak geweest om nieuwe schoenen te kopen. Ze liep er op weg zonder een spoor van hinken of manklopen en zei dat de schoenen heeeeeeerlijk liepen..... |
| • 0 Comments • Permanent Link |
25 May 2009 - Pottekijkers |
Het is alweer een poos geleden sinds mijn laatste blog. Er is genoeg gebeurt en er gebeurt nog steeds genoeg om over te bloggen. Ware het niet dat ik er onlangs achter ben gekomen dat er mensen meelezen op dit blog die mij kennen en die dat niet melden. Laat ik het erop houden dat ze niet automatisch het beste met mij voor hebben en dat informatie van dit blog best eens tegen me gebruikt zou kunnen worden als dat ooit eens zou uitkomen. Je begrijpt, dat geeft een lichtelijk gevoel van paranoia. Heel jammer en ik ben dan ook nog aan het bedenken wat ik hiermee moet. Suggesties zijn uiteraard welkom.
Dan nog een tragisch bericht. Misschien heb je gelezen dat er vorige week een matroos vermist was die afgelopen woensdag in Sliedrecht is teruggevonden. Het blijkt te gaan om een 33-jarige achterneef van Kwebbel. Hij is 's avonds een biertje wezen drinken in de kroeg, daarna wilde hij aanmonsteren en is over een aantal boten gelopen om bij zijn schip te kunnen komen. Daarna is niets meer van hem vernomen. Hij is dus om onduidelijke redenen in het water terecht gekomen met een zware rugzak om, en verdronken.... Pas drie dagen later is hij met behulp van sonar en duikers gevonden op de bodem van de haven.
Vanmiddag is zijn crematie. Kwebbel wilde zelf graag mee. Haar hele familie van moeders kant is compleet, zelfs haar oom is overgevlogen uit Maleisië om bij de crematie te kunnen zijn. Ik ben erg benieuwd naar haar verhalen en hoe ze het ervaren heeft.
Vanwege alle kopzorgen en een emmertje dat merkbaar voller stroomt heb ik vanochtend een intake gesprek gehad met iemand van het Maatschappelijk Werk. Het is de hoogste tijd dat Tat niet tikt, maar praat.
|
| • 6 Comments • Permanent Link |
14 May 2009 - Kopzorgen |
Kopzorgen inderdaad. Over Kwebbel. Het vorige blogje schreef ik gisteravond in zwaar geëmotioneerde toestand. Misschien maar even een korte uitleg daarover.
Op het eerste gezicht is er niets mis met Kwebbel. Ze is een blonde 10-jarige met dromerige blauwe ogen en een heel vriendelijke aard. Ze is behulpzaam, gezellig, sociaal, altijd in voor een praatje. Ze past zich in iedere situatie aan, zonder moeite. Althans, dat denken we.
Des te lastiger is het om dan je vinger te leggen op de dingen die opvallen bij Kwebbel. Was ze maar zo'n typische rondstuiterende ADHD'er. Of een uitgesproken autist. Want dan waren haar 'stoornissen' veel eerder opgevallen door mensen uit haar omgeving. Haar moeder, zelf iemand met ADHD, heeft inmiddels al een paar keer aangegeven dat haar niets bijzonders is opgevallen aan haar dochter. Ze ziet het simpelweg niet, waarschijnlijk vanwege haar eigen ADHD. Wel merkte ze laatst op dat ze het jammer vind niet zo'n echte vriendschapsband met haar dochter te hebben. Iemand met wie je even gezellig de stad in gaat of op een terrasje gaat zitten. Dit shockeerde me enorm. Niet omdat ik haar veroordeel maar omdat ik precies hetzelfde gevoel heb, maar vaak gedacht heb dat dit voortkwam uit het ontbreken van een bloedband. Dat dit de oorzaak was van het ontbreken van een band met mijn stiefdochter.
Langzaam begint het echter tot mij en manlief door te dringen dat er waarschijnlijk meer aan de hand is met Kwebbel dan 'alleen ADHD'. We hebben eens zitten terugdenken en feiten zitten koppelen. Als Kwebbel thuis komt uit school vertelt ze niets. Ik vraag haar uiteraard of ze een leuke dag heeft gehad en wat ze allemaal gedaan heeft. Dan antwoord ze daarop, ze somt de dingen op die de revue gepasseerd zijn, rekenen, topo en wat ook maar. Maar nooit, echt nog nooit heb ik haar een verhaal horen vertellen over wat er gebeurd is op school. Wat de meester verteld heeft in de les. Waar de spreekbeurten van klasgenoten over gaan. Wie er wel en niet meededen met gym. Wie er jarig was of wie er ziek was. Wie een leuke mop verteld heeft of wie een nieuwe jas aanhad. Nooit.
Tijdens de rapportbespreking aan het begin van dit jaar ben ik voor het eerst mee geweest. Ik ken het klaslokaal van Kwebbel wel, de meester ook, maar nu had ik eens de gelegenheid om op mijn gemak rond te kijken. Er was een hoek ingericht met zaken over de Tweede Wereldoorlog. Meester vertelde dat hij zoveel enthousiaste reacties kreeg van ouders die vertelden dat hun kinderen honderuit vertellen over de oorlog. Kwebbel niet. Ze heeft het er met niet één woord over gehad. Terwijl ze in de klas een mooi verhaaltje had kunnen vertellen over haar bezoek aan Amsterdam op 4 mei vorig jaar, waar we getuige waren van de kranslegging bij de Dam door Hare Majesteit. Het komt niet in haar op om iets te vertellen. Zo vertelde ze bijvoorbeeld ook niet dat ze gepland stond in januari voor een spreekbeurt. Die dag was ze aan de beurt, de meester vroeg haar om te beginnen met haar spreekbeurt en ze zei doodleuk dat dat niet ging, omdat ze niets gedaan had. Bij wijze van uitzondering maakte ze daar thuis wel een opmerking over, op zodanige manier dat ik na wat doorvragen maar eens poolshoogte ben gaan nemen op school en daar uiteraard ontzettend schrok van deze stunt.
Helaas geldt dit voor alles. Ze is in de afgelopen mei-vakantie een hele week in België geweest met haar moeder, haar stiefvader, haar broertje, haar opa en haar oom. Haar oom ziet ze niet vaak, hij woont in het buitenland. Ze heeft een eenwieler-fiets van haar oma gekregen. Niet één woord heeft ze losgelaten over wat ze beleeft heeft. Wat ze gezien heeft. Hoe het met haar oom was. Of het leuk of moeilijk was om op zo'n eenwieler te fietsen. Uiteraard vragen wij of ze een leuke vakantie gehad heeft. Dan dreunt ze het op; we hebben twee keer gezwommen en zijn naar PlopsaKo geweest. Daar blijft het bij. Als je doorvraagt krijg je een paar vage antwoorden over spelletjes enzo. That's it. C'est tout.. En ik ken haar niet anders. Dus ik hoor haar nooit terugdenken aan een verjaardagsfeestje waarbij een buikdanseres kwam om een workshop te geven. Ook hoor ik haar nooit over het logeerfeestje van afgelopen weekend waar ze met 10 kinderen in een huiskamer de hele nacht hebben liggen keten. Ze vertelt dat ze wilde slapen maar dat dit niet erg goed lukte en dat een van de meisjes wel sliep en in haar droom allemaal rare gebaren maakte. Dat is het dan weer. Met enig doorvragen kom je erachter wat ze gegeten hebben en krijg je wat meer details maar alleen als je de juiste (gerichte) vragen stelt. Ze antwoord op die vraag maar ziet daarin geen aanleiding om uit zichzelf verder te vertellen.
Nooit vraagt Kwebbel om zakgeld, nieuwe kleren, andere schoenen, een snoepje, een uitje, waar gaan we dit jaar naartoe op vakantie, wanneer zet papa het zwembad weer in de tuin, waar zijn de poezen, die heb ik gemist. Niets. Nooit. Nooit zal Kwebbel vragen wat wij gedaan hebben in de week dat zij bij haar moeder was. Wat wij gegeten hebben. Nooit zal ze vragen of ze bij een vriendinnetje mag spelen. Nooit zal ze vragen of ze iemand mag bellen. Dit doet ze slechts als ze door mij of door iemand anders op het idee gebracht wordt.
Het besef dat dit waarschijnlijk nooit bij zal trekken, dat mijn uitvluchten als 'ze is nog zo jong, dat komt wel' of 'als ze wat ouder is neemt ze vast ook wel wat meer initiatief' niet langer op zullen gaan, dat besef begint langzaam door te dringen. Dat Kwebbel iemand is die niet sociaal is, terwijl ze dat van de buitenkant wel lijkt. Dat Kwebbel iemand is die geen emotionele banden aan kan gaan, terwijl ze aan de buitenkant zo spontaan lijkt. En oei, wat doet dat pijn...
|
| • 2 Comments • Permanent Link |
13 May 2009 - Quantas never crashed |
Ik voed je al vijf jaar met mijn idee dat ik voor je kan zorgen.
Met het idee dat ik het beste met je voor heb. Dat ik weet wat het beste voor jou is.
Ik geef je eten en drinken en ik zorg dat je op tijd komt bij de afspraken die ik voor je gemaakt heb.
In al die jaren heb je me nooit een concrete vraag gesteld. Je hebt me nooit gevraagd of je vriendinnen bij je mochten logeren want vriendinnen, die waren er niet.
Je hebt me nooit gevraagd of ik je lievelingseten voor je wilde koken op je verjaardag, omdat je niet weet wat je moet bestempelen als je lievelingseten.
Je hebt me nooit gevraagd of ik je jouw favoriete boek wil voorlezen, omdat je geen favoriet boek hebt, de essentie van deze vraag is beyond your comprehension
Ik heb altijd gedacht dat wij ooit wel dikke vriendinnen zouden worden, wijs geworden door dik en dun.
Ik ben dik en jij bent dun,
En ik vrees dat we in de komende tijd niet veel nader tot elkaar zullen kunnen komen.
Ik huil |
| • 0 Comments • Permanent Link |
3 May 2009 - Wat een week |
Wat een rare week hebben we achter de rug. Een Koninginnedag die de geschiedenis ingaat als de dag waarop er een aanslag op de Koninklijke familie der Nederlanden gepleegd werd en het tevens de 100ste geboortedag van Juliana was. De dag waarop het, volgens mijn vermoedens, best eens de dag had kunnen zijn waarop Beatrix, staand op het bordes na het defilé, zou aankondigen dat.... Maar zover kwam het niet dus zullen we het nooit weten. Net zomin als we ooit zullen weten wat er in het hoofd van ene Karst T. ging op het moment dat hij moedwillig een mensenmassa in reed. Ik word al panisch als er een vogel of een ander beest te dichtbij in de berm zit, hoe moet het voelen om willens en wetens in te rijden op mensen die niet eens zien aankomen dat jij zulke plannen hebt. Ik heb er met ongeloof verbijstering (ik heb er geen woorden voor) naar zitten kijken.
De dag begon zo mooi. Ik reed om een uur of 10 zonder jas het dorp in om te zien hoever het stond met de vrijmarkt. In de krant had immers gestaan dat de kinderbraderie(?) om 13.00 zou beginnen en het opbouwen en inrichten van de kraampjes om 12.00. Maar tot mijn grote verbazing zaten alle beschikbare plekken vol met mensen op kleedjes, dus ik ben als de sodemieter weer naar huis gereden, heb mijn spullen in de auto gegooid, ben naar een plek aan de rand van de kinderbraderie (waarvan ik nog steeds niet weet wat het is, en wat het verschil is met die vrijmarkt) gereden, mijn instant kraampje uitgeladen, ingericht en gaan zitten.

De zon scheen, het was prachtig, het was gezellig en aan het eind van het liedje was ik acht tientjes rijker. Dus het was ook nog eens nuttig.
Op zaterdag ging ik met de trein naar Amsterdam. Het was mijn laatste kans om een Kruidvatkaartje te gebruiken voordat de geldigheidsdatum zou verstrijken. In de loop van de week kwam ik erachter dat het ook de zaterdag was van de uitvaart en herdenking van Martin Bril. Het houdt me nog steeds een beetje bezig en ik vond dat ik even naar De Duif moest gaan om daar in elk geval te kijken of de herdenkingsdienst besloten zou zijn. Dat was het inderdaad maar ik heb op een gepaste afstand een poos staan kijken, zon op mijn rug, op de brug. En een heel zwik bekende Nederlanders in hun strakste pakken voorbij zien komen. Om er een paar te noemen: Felix Rottenberg, Freek de Jonge, Bart Chabot, Jan Mulder, Tommy Wieringa, Michiel Borstlap, Eric Vloeimans, Job Cohen, Aaf Brandt Corstius, Henk Spaan, Gijs Groenteman, Gijs van de Westelaken en natuurlijk Matthijs van Nieuwkerk. Ik heb nog nooit eerder zoveel BN'ers bij elkaar gezien, sterker nog, ik zie vrijwel nooit BN'ers omdat ik er nooit op let. Als ik in Amsterdam loop kijk ik wel om me heen maar maak ik zelden oogcontact en kijk ik meestal niet naar de gezichten van mensen. Overgehouden van jarenlang in een andere grote stad wonen. Oogcontact betekent vaak een reden om iemand aan te spreken en de ervaring leert dat het meestal niet de meest gezonden van geest zijn die je dan aan je fiets hebt hangen. Dat terzijde.
Ik zag af en toe dat de grote deuren van De Duif openden en mensen naar buiten kwamen om een sigaret te roken, later namen ze ook hun glazen wijn mee naar buiten dus ik neem aan dat het een bijeenkomst geweest was 'in de geest van Martin Bril' (lees; met veel drank) maar zeker weten doe ik dat natuurlijk niet. Ik wandelde verder omdat ik niet wist hoe het scenario van de uitvaart zou zijn. Ben nog even op de Albert Cuijpmarkt geweest en heb daar een heel leuk rood-wit geblokte stof gekocht voor een nieuw übertruttig tafelkleed. Übertruttigheid is het helemaal en ik wil er wel een klein eindje in mee gaan. Ergens diep in mij schuilt vast en zeker ook een übertrut. En ik vind het niet eens erg.
Nog vlug even langs mijn vaste adresje op de Haarlemmerdijk waar ik altijd een paar ons Kalamata-olijven koop voor mijn lief. Ik doe hem daar zo'n groot plezier mee dat ik er graag even voor omloop. Toen weer naar huis. Manlief was ook net weer thuis, die heeft zijn vrije zaterdag besteed aan heel veel overwerk, het oplossen van storingen. Niet al te laat naar bed want vanochtend moesten we weer vroeg uit de veren. En dat op zondag!
Om acht uur ging de wekker. Zondagochtend, geen Kwebbel in huis (die zat tot vandaag met haar moeder en diens kant van de familie in de Ardennen voor de meivakantie) maar toch vroeg op. Manlief had het namelijk voor elkaar gekregen om via een Vara-actie twee vrijkaarten voor de voorpremière van de nieuwe film van Alex van Warmerdam te krijgen. Om half 11 werden we verwacht in Kriterion, in Amsterdam. Alweer in Mokum dus. Het was een hilarische, geniale maar zeker ook bizarre film. Heel knap hoe zijn stijl ontwikkeld is naar een échte Van Warmerdam. Het laat zich niet makkelijk uitleggen en daarom zeg ik: Gaat dat zien, 'De laatste dagen van Emma Blank". Echt de moeite waard.
Tja en omdat we nu toch al vroeg in Amsterdam waren hebben we de kans aangegrepen om even naar de bekende (overigens prachtige) begraafplaats Zorgvlied te rijden en een bloemetje te zetten op het graf van Martin Bril. Ik zal er hierna ook niet meer zo veelvuldig over bloggen, het is afgesloten, er ligt letterlijk zand over maar ik besluit graag nog met een gedicht dat mevrouw Bril, als ik het goed begrepen heb, voordroeg onder de bloeiende kastanje waar hij zijn laatste rustplaats heeft gevonden.
Zo godvergeten
De zon ging stralend onder
De zon kwam stralend op
Daar lag het dus niet aan
Dat ik zo godvergeten was.
Martin Bril |
| • 2 Comments • Permanent Link |
23 April 2009 - Gedachte |
| Circle of life: Misschien moet Kim van Kooten maar een mooi scenario schrijven over Martin Bril.... |
| • 0 Comments • Permanent Link |
23 April 2009 - In memoriam Martin Bril |
De vaste lezers van dit blog weten al dat ik me meerdere keren lovend uitgelaten heb over Martin Bril, o.a. hier. Gisteravond vlak voor het naar bed gaan las ik tot mijn grote schrik dat Martin was overleden. Ik was er al een paar dagen mee bezig. Zijn laatste stukjes waren verontrustend, Een rolstoel omdat hij te zwak was om te lopen, Niet kunnen komen bij een prijsuitreiking. Slechte voortekenen. Toch had ik niet verwacht dat het zo snel zou gaan. Als iemand zegt dat hij, ondanks een ongeneeslijke ziekte, niet van plan is om de pijp aan Maarten te geven dan geloof je hem (maar al te graag). Het schijnt dat hij erin geslaagd is om meerdere mensen op deze manier om de tuin te leiden. Het ging slecht, maar zó slecht... dat wisten volgens mij alleen zijn meest dierbaren. Zijn hond zal het al wel wat langer geweten hebben. Het laatste boek dat ik kocht was Mijn leven als hond. Zoals algemeen bekend is dat zijn verhaal over de ziekte kanker verteld vanuit het perspectief van zijn hond Toetsie.
Een poos geleden zat ik met mijn lief op een Amsterdams terras in de zon. Het is ongeveer een jaar geleden. We zaten op het Spui, tegenover de beroemde boekhandel Athenaeum. Het was een zonnige zondagmiddag, de winkels waren open en Amsterdam kwam langzaam op gang. Opeens zag ik Martin Bril langs ons rijden op een typische stadsfiets met een krat voor op het stuur. Hij zag er wat verkreukeld uit, zoals hij wel vaker oogde. Alsof hij net uit bed kwam en meteen op de fiets gesprongen was om zijn kranten te halen. Ik keek naar hem en ik zag hoe hij met snelle blikken in de gaten hield waar hij fietste en ervoor zorgde geen oogcontact te maken. Hij was duidelijk zijn eigen dingen aan het doen en hem aanspreken was geen optie. Ik zou ook niet geweten hebben wat ik had moeten zeggen. Alles wat er dan uit je mond komt is een cliché en om hem daar nou voor aan te spreken vond ik vrij nutteloos. Het leek me nuttiger om af en toe eens over hem te schrijven en vooral veel van hem te lezen.
In diverse stukjes las ik verhalen over de buurt waarin hij woonde. Hoe hij hoorde dat hij weer ziek was en dat de dood op de loer lag. Dat hij benaderd werd door mensen die medelijden met hem hadden en dat hij niet wist hoe hij daar mee om moest gaan. Hoe en waar hij zijn hond uitliet. Hij beschreef de straatnamen, de hoeken van de straten en de lantaarnpalen. De drukte in de Birckenstock winkel waar hij langs liep. Het Vondelpark. De Marnixstraat. De begraafplaats daar. En op mijn wandelingen door Amsterdam dacht ik vaak aan hem. Dan bedacht ik dat het leuk zou zijn als ik ook eens, met zijn verhalen in de hand, dezelfde routes zou lopen. Ik fantaseerde hoe ik hem dan tegen zou komen. En ik bedacht in mijn hoofd wat ik tegen hem zou zeggen. Of ik woorden zou kunnen vinden die me in staat zouden stellen mijn medeleven aan hem over te brengen zonder dat het er toe deed dat wij vreemden voor elkaar waren. Zonder dat ik hem in verlegenheid zou brengen of zou afstoten. Of het me misschien zou lukken om een kleine troost te zijn. Het is er niet van gekomen.
Ik slenterde door de Westerstraat richting Marnixstraat toen er van rechts uit een piepklein straatje een indrukwekkende rouwstoet kwam met een man voorop, daarachter een enorme witte lijkwagen en daar weer achteraan de gebruikelijke rouwstoet. Die combinatie zorgde voor een soort visioen. De uitvaart van Martin Bril. Het is nooit naar de voorkant gekomen maar het heeft sinds die tijd in mijn achterhoofd gezeten.
Of het van enig nut is om te vertellen hoe ik me voel nu, weet ik niet. Maar het is mijn weblog, vandaag staat in het teken van het overlijden van Martin Bril, vanavond gaat de complete DWDD-uitzending over hem en ik moet steeds maar huilen, dus waarom zou ik het verzwijgen. Het verbaast me wel een beetje dat ik zo van slag ben want nog niet eerder maakte ik mee dat ik zo verdrietig ben over de dood van een volslagen onbekende. Misschien heeft het te maken met mijn gemoedstoestand, veroorzaakt door PMS, een paar nachten slecht en te kort slapen en misschien is het een optelsom van dat en restantjes van 20 april, of de woede en onmacht die je voelt bij slachtoffers van kanker. Wie het weet mag het zeggen.
Hij voelde, zoals ik eerder schreef, niet als een onbekende maar als een vriend. En ik voel mij alsof ik een goede vriend verloren ben. Zwaar klote dus. Tot slot een schrale troost en de samenvatting van waarom ik zo gek was op die man.

Foto Hanneke Groenteman |
| • 0 Comments • Permanent Link |
|
Waarom een weblog?
Tat. Vrouw. Tikt graag. Tukker. Wereldburger. Bouwjaar 1968. Leeuw. Bitch. Aap. Anglofiel. Fijnproever. Grote mond. Klein hartje. Fel.Defecte schildklier. Enqueteur. Postcrosser. Lui. Foodie. Kritisch. Ezelverzamelaar.
Woont met manlief, om-de-week-stiefdochter Kwebbel (10) en 3 katten in een keurig dorpje vlakbij de Linde, in een keurig rijtjeshuis in een keurige buurt.
|