Bijverdienen? Zinngeld (tip!)
Surfrace (tip!)
MoneyMiljonair Euroclix
Gratis Korting
Zorgpremie goedkoper?

Khaye's avonturen in WOW


Volg de avonturen van Khaye, een Night Elf Hunter, in de wondere, wijde wereld van World of Warcraft. Khaye houdt een dagboek bij van haar avonturen, overdenkingen, moeilijkheden en leuke momenten met haar guild Low-Landers

Home | Profile | Archives | Friends


7. Opnieuw naar de dungeon

Posted at 18:24, 19/1/2010 in Dagboek

Opnieuw ben ik op sleeptouw meegenomen naar een dungeon. Deze keer door guildie Ikbenok naar de dungeon van Gnomeregan. Ik had altijd gedacht dat in die kleine gnoompjes niets slechts kon zitten. Ze zien er immers zo schattig uit. Met kerst was ik ze al tegengekomen in Ironforge, in van die koddige kerstpakjes en met een lievelijk mutsje op dat parmantig heen en weer bungelde. Maar Ikbenok liet me een andere kant van de gnomes zien en hun huisdieren. In deze dungeon zaten bijna alleen maar slechte gnomes die met allerlei mechanieken ons probeerden te verhinderen dieper de tunnels door te dringen. Hun huisdieren waren aparte wezens. Soort zittende aapjes, waarvan sommige groen en anderen weer blauw waren.

We kwamen bij een gnomevrouwtje aan die onze hulp nodig had. De tunnels waren aan twee kanten doorbroken door monsters en zij wilde ze opblazen, maar had bescherming nodig terwijl ze de explosieven aan de ingangen bevestigden. Dit deden we graag voor haar en toen het gelukt was, werden we bedolven onder aan applaus en gejuich. Gelukkig toch nog iets schattigs in deze dungeon!

Daarna vervolgden we onze weg en kwamen twee bazen tegen. Zonder al te veel moeite kreeg Ikbenok ze neer. Ook vond ik nog een ring die eerst schoongemaakt moest worden, voordat ik 'm kon inleveren bij de rechtmatige eigenaar in Ironforge. Maar zo diep in de tunnels, waren we de weg kwijtgeraakt. Hoe we ook probeerden, nergens konden we meer de juiste weg naar boven vinden. Helaas zat er niets anders op dan met een portal naar Ironforge te gaan en vandaar opnieuw naar de dungeon te gaan. Zodoende gingen we weer naar Ironforge en namen meteen gebruik van deze extra tussenstop om wat overtollige bagage kwijt te kunnen. Daarna gingen we nogmaals naar de dungeon. Deze keer vonden we gelukkig de juiste weg en kwamen we uit in een enorme, uitgehakte grot, waar meerdere schoonmaakapparaten stonden. Het leken een soort van grote ketels met een dakje erop en toen ik de ring erin had gedaan, begon het hele geval flink te schudden. Ik dacht even dat de ketel zou exploderen, maar gelukkig was dat niet het geval. De ketels waren niet alleen voor schoonmaken, zo leerde ik van Ikbenok. Ik kon er ook een goedje in doen dat ik gevonden had bij de diverse tegenstanders en zodra ik dat deed, kreeg ik van de machine een mooi wit met rood pakje. Deze mocht ik uitpakken en dan kreeg ik een klein presentje. Toch wel weer handig van die kleine gnoompjes, dat ze deze eigenaardige gokmachines verzonnen hebben.

Ik was een flinke tijd bezig, want ik had ruim dertig presentjes en helaas kon de machine maar één goedje per keer aan. Maar we hadden alle tijd. Nadat ik klaar was, gingen we weer terug naar Ironforge, waar ik de ring wilde inleveren bij de eigenaar. Hij alleen vertelde me dat hij de ring kon verbeteren als ik dat wilde, wat ik natuurlijk geen probleem vond, en dus moest ik nog even wachten en een juweel en een zilveren staaf meenemen. Nadat ik dat had gedaan, kreeg ik een hele mooie ring. Omdat ik al twee ringen heb, heb ik deze derde ring in mijn kluis gedaan. Misschien komt het later nog van pas.

Na ons avontuur in de dungeon nam Ikbenok me ook nog even mee naar Exodar. Hier was ik nog nooit geweest en het schijnt het thuisland van de Draenei te zijn. Het is inderdaad een schitterend land. Alles is in mooi donkergroen, met een blauwe zweem en met heel veel paarse accenten. Het geeft de plek een mystique uitstraling, wat ook wel past bij de bewoners. De Draenei lijkt half elf half bok te zijn, waarbij hun onderlichaam bokkepoten heeft en een lange staart. Hoe ze in de wereld zijn gekomen weet ik niet, behalve dat ik een crash site heb gezien, waarin ik dacht onderdelen van ufo's te bespeuren. Ik wist niet dat er ook buitenaardse wezens in deze wereld rondliepen, maar kennelijk dus wel. Tenminste, voor zo ver ik nu weet en mijn kennis is erg beperkt.

De rest van het land lijkt deels om mijn thuisland Kalimdor. Hier hebben ze ook nightstalkers, al zijn die hier bijna allemaal ziek. Ook veel dezelfde soort bomen, kikkers en andere dieren. Opvallend is wel dat er hier ook levende planten leven die niet veel goeds in de zin hebben. Ze vallen menigeen aan die niet oplet. Gelukkig bedachten de planten zich wel twee keer toen wij voorbij kwamen, want wij waren stukken sterker. Toch geeft me dit veel zorgen. Als er zoveel kwaad in de wereld is, valt er dan nog wel tegen te vechten?

Ik wil de komende tijd m'n beentje voorzetten in het bestrijden van de kwade dingen. Questen zijn leuk, maar ik ben toe aan een flink gevecht tegen de Horde. Zij zijn natuurlijk het ultieme kwaad, want ze proberen mijn land en mijn volk telkens opnieuw onder de voet te lopen. Gelukkig lukt het ze niet, maar wanneer ik weer een lijk van een wachter in Darnassus tegenkom, dan breekt m'n hart. Ik heb me daarom opgegeven om te vechten op de oorlogsgronden, ook wel battlegrounds genoemd. Ik hoop hier binnenkort wat meer over te kunnen vertellen.

Liefs,

Khaye


6. Van één naar dertig

Posted at 11:44, 18/1/2010 in Dagboek

Lief dagboek,

het is alweer bijna 2,5 maand geleden dat ik mijn eerste stapjes in de enorme wereld van Wow zette. Gisteren bereikte ik een nieuwe mijlpaal in mijn jeugdige leventje: ik ben level 30 geworden. Als ik terug kijk dan is het hard gegaan. Ik heb vrienden en vijanden leren kennen, gevaarlijke plaatsen bezocht, allerlei opdrachten gedaan en helaas ook meerdere malen in de geestelijke wereld terecht gekomen. Maar het is een geweldige ervaring tot nu toe geweest en ik hoop dat de komende tijd nog beter wordt.

Als ik terug denk aan de afgelopen tijd, dan staan een aantal gebeurtenissen me nog goed bij. Zo ben ik samen met Hazull, een night elf hunter, en een rogue (waarvan ik helaas de naam kwijt ben) naar een nieuwe dungeon gegaan. Hier moesten we een druide helpen door eerst acht bazen te verslaan met al hun volgers, waarbij we daarna de druide door de dungeon moesten leiden, zodat hij een vriend weer wakker kon maken. Alles ging goed, totdat we weer bij de druide kwamen en toen vernamen dat we een baas waren vergeten. Omdat de dungeon een flinke doolhof is, besloot de rogue in haar eentje terug te gaan, terwijl Hazull en ik op haar wachtten. Ze kon echter de baas niet meer vinden en dus gingen Hazull en ik weer op pad om de baas te vinden. Nadat we die eindelijk gevonden hadden en deze hadden verslagen, moesten we weer naar de ingang. Dit was echter niet makkelijk, want we moesten van een grote hoogte springen. Hazull ging eerst en ze verloor behoorlijk wat van haar gezondheid, waardoor ze me afraadde om ook te springen. Helaas was er geen andere uitweg. Dus ging ik opzoek naar een plek waar ik minder diep hoefde te vallen en na een paar minuten zoeken vond ik er één. Ik sprong en kwam op een kleine plateau terecht, waar ik even weer op adem moest komen en wat moest eten, voordat ik de sprong naar de grond kon wagen. Uiteindelijk kwam het allemaal goed en vond ik gelukkig ook de weg terug naar de ingang van het doolhof, zonder in problemen te komen tegen vijanden. Nu konden we de druide naar zijn vriend begeleiden en opnieuw een grote baas verslaan, wat vrij makkelijk lukte.

 

Iets anders dat me nog vers in het geheugen staat, is mijn gevecht tegen de horde op de oorlogsgronden. Samen met ongeveer vijftien andere onbekende spelers, kwam ik terecht in een plaats waar we tegen de horde moesten strijden. Het doel was om drie vlaggen te pakken te krijgen en drie plekken moesten verdedigen. Het was voor mij de allereerste keer dat ik meedeed en volgens mij maakte ik een paar keer wat fouten, maar al met al ging het redelijk goed. Een aantal van mijn medespelers waren wat chagerijnig, omdat ze zichzelf beter vonden dan ik. Ze lieten dit ook geregeld aan me merken. Maar ik liet hun kille opmerkingen van me afglijden en deed zo goed mogelijk m'n best en het lukte me om een aantal hordespelers te doden. Helaas ging ik zelf ook een paar keer dood, maar gelukkig kon ik weer snel terugkeren van de geestelijke wereld in de normale wereld. Toch lukte het ons niet om de drie plekken te verdedigen en we verloren dan ook de slag op één punt na. Ik weet niet of ik dit vaker ga doen, omdat ik de sfeer niet zo prettig vind, maar ik ben wel blij dat ik meegedaan heb. Nu weet ik tenminste ook wat dit is.

 

Eén van de leuke dingen die ik ontdekte, was dat je als hunter meerdere pets mag hebben. Nou is en blijft Artashir mijn nummer één pet, maar ik kwam twee andere dieren tegen die ik ook graag als pet wilde hebben. De eerste was Bjarn, dit is een witte beer die in het land van de dwergen en de gnomes leeft. Van deze beer zijn er niet veel in het hele land, dus ik moest flink mijn best doen om er één te vinden. Dat lukte uiteindelijk en ik kon de Bjarn zonder al te veel moeite tam maken. Mijn Bjarn heb ik de naam Dauxer gegeven. Een stoere, sterke naam die prima bij het beestje past.

 

 

De tweede pet die ik graag wilde hebben, was ook zeer zeldzaam. Hiervoor moest ik in Auberdine naar een tempel gaan die volzit met viswezens. Verspreid over deze plek kon ik kleine beeldjes van een witte Ghost Saber vinden. De beeldjes zijn te openen en als je geluk had, kwam er dan een levende Ghost Saber uit. Deze katachtige is wit met zwartgrijze strepen en vlekken en zijn markante detail is dat hij deels doorschijnend is. Nadat ik een half uur lang bezig was om beeldjes te vinden, ze te openen en tegelijkertijd de viswezens van me af te slaan, vond ik een beeldje waaruit een echte Ghost Saber kwam. Ook deze heb ik tam gemaakt, al ging dit wat moeizamer, maar uiteindelijk is het gelukt en heb ik hem Artaxes genoemd.

 

 

 

Jammer genoeg kan ik niet met alledrie de pets tegelijkertijd door het land rennen, ik mag er maar ééntje bij me hebben. De rest moet ik dus bij een stalmeester onderbrengen. Omdat Artashir -  die overigens ook zeldzaam is, hij is een Duskstalker en daarvan leeft er maar één in heel het land rondom Dolenaar - al zo lang mij dagelijks beschermd heeft, heb ik besloten dat hij even wat rust krijgt. Dauxer mag de komende tijd met me mee en tot nu toe doet hij zijn taak prima. Hij vecht iets anders dan Artashir, maar met hetzelfde resultaat.

Om gisteren te vieren dat ik level 30 was geworden, besloot ik wat achievements te doen. Achievements zijn opdrachten die iedereen kan doen en waarvoor je niet eerst met iemand hoeft te spreken, voordat je de opdracht krijgt. Een aantal opdrachten waren vrij makkelijk, zoals naar de kapper gaan, iets waar geen enkele vrouw nee tegen zegt. Eén van de wat moeilijkere opdrachten was om 65 voet naar beneden te vallen, zonder dood te gaan. Omdat ik al wat ervaring had tijdens de trip door de dungeon met Hazull, leek me dit vrij makkelijk. Ik zocht in Stormwind naar een geschikte hoge plek en liet me vallen. Deze plek was een plateau dat bij de haven zit, bij de ingang naar de stad toe en waar een groot beeld van een leeuw staat. Helaas was deze opdracht moeilijker dan gedacht, want de eerste paar keer lukte het me niet om ver genoeg te springen. Ik besloot van tactiek te veranderen en samen met mijn reisdier naar beneden te springen, omdat mijn reisdier wat verder springt dan ik. Hierdoor zou ik dan als het goed was niet op de stenen straat belandden, maar op een grasveld dat zich daarachter bevond en dat wat lager lag dan de weg.

Opnieuw ging ik naar mijn springplek en nadat het bij de eerste zes keer weer mis was gegaan en ik mezelf te pletter had gegooid, lukte het uiteindelijk bij de zevende poging, waarbij ik niet in het gras belandde, maar op een soort katapult die in het gras stond. Kennelijk waren die laatste paar centimeters van de katapult naar de grond toe net iets teveel van het goede.

Blij dat ik ook deze achievement had gehaald, besloot ik de rest van de dag te besteden aan de achievement om 25 verschillende alcoholische dranken te nuttigen. Vol goede moed struinde ik door heel Stormwind en uiteindelijk ook in het veilingshuis om 25 drankjes bij elkaar te verzamelen. Jammer genoeg kwam ik na een halve dag zoeken om 23 drankjes uit. De laatste twee waren voor mij helaas onvindbaar. De zoektocht gaf ik op en met m'n rugtas vol drank ben ik naar Ironforge gegaan, de stad van de dwergen. Als er één volk is in de hele wereld die flink wat drank nuttigt, dan zijn het de dwergen. Ik vond het dan ook de meest geschikte plek om te genieten van al het lekkers dat ik verzameld had.

Eenmaal in Ironforge ging ik een herberg binnen en vond een plek aan een tafeltje bij wat dwergen. Eerst werd ik uitgescholden voor puntoor, maar nadat ik ze de inhoud van mijn tas had laten zien, verdween de hatelijkheid van de dwergen. De avond was lang, maar gezellig en uiteindelijk heb ik nadat ook het laatste drankje op was, stomdronken de herberg verlaten. Slingerend zocht ik een slaapplek door de stad en regelmatig moest ik uitkijken dat ik niet in één van de lavastromen zou vallen met m'n dronken hoofd. Na wat zoeken, vond ik een bed in een huisje, waar ik dankbaar op ben gaan liggen.

Het leven tot nu toe is erg goed geweest. Ik hoop dat ook de komende dertig levels me weer veel leuke, ontroerende en spannende avonturen zullen brengen.


5. De gevaarlijke Dead Mines

Posted at 08:31, 14/1/2010 in Dagboek

De afgelopen tijd merkte ik dat de opdrachten in Astranaar te zwaar voor me waren. Ook al was ik omhoog gegaan van level 20 naar level 25, toch stuitte ik telkens op teveel tegenstand. Op aanraden van wat guildleden ging in naar de stad Stormwind om vanaf daar naar Westfall te gaan. Dit gebied is erg woestijnachtig. Er leven coyotes, slangen en aasgieren. Ook zag ik hier voor het eerst een soort van robots, zogenaamde harvesters, die de weilanden van de locale boeren vernietigden. Een aantal boeren mocht ik mijn diensten aanbieden en zodoende slonk het aantal harvesters toen ik met Artashir over de weilanden trok.

De Westfall was duidelijk een betere plaats voor me dan Astranaar en ik voelde me er stukken beter thuis. Ook al is de natuur in Astranaar stukken mooier, het leven daar is ronduit moeilijk. Dus een tijdelijk onderkomen in Westfall was duidelijk de juiste beslissing.

Rondtrekkend door Westfall hoorde ik over de Dead Mines. Deze ondergrondse mijnenstelsel was de verblijfplaats van een grote groep bandieten die het land teisterden. Deze bandieten, Defias genaamd, werkten samen met een groepje zwijnachtige wezens en terroriseerden de bevolking. Eén van de lokale bewakers vroeg me om hem en zijn soldaten te helpen en ik bood mijn hulp graag aan. Voorzichtig begon ik aan de afdaling in de Dead Mines en kwam hier een aantal Defias Miners tegen. Qua ervaring en kracht was ik stukken sterker dan hen, maar tot mijn verbazing bleken ze voor hun ervaring ook sterker te zijn dan anderen van dezelfde krachtsoort. Ik vernam dat dit elite wezens waren en dat ook al waren ze zwakker dan ik, toch moest ik ze niet onderschatten, omdat elite wezens sterker zijn dan normale wezens van dezelfde level.

Terwijl ik met veel moeite me een weg baande door de Dead Mines, stuitte ik uiteindelijk op een enorme troll. Deze troll kwam met stampende voeten op me af. Artashir rende naar hem toe en begon de troll te bewerken met zijn klauwen en slagtanden, terwijl ik het wezen op afstand beschoot met al mijn pijlen die ik had. Ondanks dat ik op papier sterker was dan deze troll, kregen Artashir en ik het niet voor elkaar om de troll neer te krijgen en moesten we ons avontuur bekopen met de dood. Nadat we weer vanuit de geestelijke wereld in de gewone wereld terugkwamen, besloot ik contact te zoeken met wat guildleden en te kijken hoe het toch kwam dat ik, ondanks mijn kracht, niet door de Dead Mines kon.

Al snel leerde ik dat de Dead Mines een dungeon is, waar je met meerdere personen in moet, wil je heelhuids er weer uit kunnen. Een aantal guildleden bood aan om samen met me door de Dead Mines te lopen en dat aanbod nam ik graag aan.

Op het afgesproken tijdstip kwamen de guildleden Dragonpala, Merunga en Oldtree me ophalen. Dragonpala is een menselijke paladin, iemand die vecht met het licht. Oldtree was een druide die regelmatig veranderde in een beer en Merunga was volgens mij een vechtersbaas, maar dat laatste weet ik niet meer zeker. Je moet namelijk begrijpen dat ik tijdens onze toch door de dungeon ontzettend veel nieuwe dingen zag en daarnaast goed moest opletten om ervoor te zorgen dat ik niet al te veel vijanden om me heen kreeg. De ervaring was zo intens, dat ik nu niet meer weet wat de juiste weg door de dungeon is en als ik er nu weer in zou gaan, zou ik hopeloos verdwalen.

De adrenaline bereikte een hoogtepunt toen we voor de troll stonden, dezelfde die mij en Artashir naar de geestenwereld had gestuurd. Terwijl Dragonpala lichtmagie gebruikte, viel Oldtree de troll in zijn berenvorm aan en bestookte Merunga ook de troll met zijn vechtkunsten. Voordat ik ook maar één pijl kon afvuren, lag de troll al dood voor hun voeten! Het drietal grijnsde naar me terwijl ik vol verbazing naar hen stond te kijken met open mond. "Maak je niet druk, Khaye. Over een tijdje als je wat sterker bent, lukt het jou ook", zei Oldtree. Nu ik deze drie om me heen had, maakte ik me geen zorgen meer om de grote baas van de Defias, Von Kleef. Die zat namelijk ook in deze dungeon.

Vol goede moed trokken we verder en al snel kwamen we in een ruimte waar schepen lagen aangemeerd bij een ondergrondse haven. We beklommen de vlonders en loopbruggen en werden van alle kanten aangevallen, maar sloegen de vijanden snel en bekwaam van ons af. Of nou ja, het drietal en Artashir deden dat, ik moest vooral mijn best doen om ze bij te houden, want ze renden snel.

Eenmaal bij de grootste boot aangekomen beklommen we het dek en in de stuurhut vonden we Von Kleef. Met een paar lichtvuurballen van Dragonpala was Von Kleef dood en mocht ik zijn onthoofde hoofd pakken, om deze in te leveren bij de kapitein van Westfall. We hoefden gelukkig niet helemaal terug te lopen naar de ingang, want er was een geheime uitgang vlakbij de boten. Deze namen we en Merunga en Oldtree namen afscheid van ons. Ik bedankte hen voor hun tijd en moeite. Dragonpala bood aan om me naar de kapitein te brengen en eenmaal daar vervulde ik mijn plicht aan de kapitein en bood hem het hoofd aan van Von Kleef. Voor deze daad werd ik flink beloond met een hele mooie en dure leren torsobeschermer die ik nu trots draag.

Dragonpala vroeg of ik mee wilde naar een andere dungeon in Stormwind, genaamd de Stockades. Nu ik de smaak van dungeons te pakken had, zei ik graag ja en sprong achterop zijn olifant. Samen reden we naar Stormwind en in een grote toren ontmoette ik een andere kapitein die me vertelde dat er in zijn gevangenis een rel was uitgebroken. Samen met Dragonpala ging ik de gevangenis in.

Ik kan me voorstellen dat de gevangenen in opstand zijn gekomen, want het leven daar zag er erbarmelijk uit. De gevangenis had meer weg van een kerker door de grote hoeveelheid ratten, los stro dat diende als matras, overal spinnenwebben en koude, stenen muren die geen bescherming boden tegen weer en wind. Maar, de gevangenen zaten hier natuurlijk niet voor niets en al gauw ontdekte ik dat de meeste gevangenen leden waren van Defias. Vanwege mijn ervaringen met hen in Westfall, kregen ze hier hun verdiende loon en al snel verdween daardoor mijn medelijden met hen.

Dragonpala ging als een wervelwind door de gevangenis heen, overal lijken achterlatend. Ik liep een eindje achter hem, zodat ik geen gevangenen zou aantrekken die ik niet aankon. Al snel kwamen we bij een leider die geen weerstand kon bieden. Nadat hij neer was, gingen we verder en kwamen we uiteindelijk bij degene die de opstand veroorzaakt had. Dragonpala viel hem aan en ik stuurde Artashir op de leider af terwijl ik pijlen op hem afvuurde. Al snel was ook hij overwonnen en lag hij stuiptrekkend aan onze voeten. Weer een hele ervaring rijker bracht Dragonpala me terug naar de ingang zodat ik tegen de kapitein kon vertellen dat de opstand was neergesabeld en dat de overgebleven gevangenen zich voortaan zouden gedragen. De kapitein was hier erg blij mee en beloonde me. Hierdoor heb ik bij Stormwind een goede reputatie opgebouwd, ook al is het de stad van de mensen en ben ik een Night Elf.

Al met al was deze tijd dus erg enerverend voor me. Ik heb veel geweldige dingen gezien en hoop in korte tijd net zo sterk te worden als Dragonpala, Oldtree en Merunga. Maar ik weet dat dit niet zo gemakkelijk zal zijn en dat ik beter rustig aan m'n krachten moet vergroten, omdat ik daardoor het meeste leer. Maar samen met guildleden zijn en door het land trekken vind ik nu helemaal geweldig. Hopelijk zal ik het nog veel vaker doen!


4. Wintertijd

Posted at 08:29, 10/1/2010 in Dagboek

Vlak voordat de feestdagen van start gingen, begon het al gezellig te gonzen in het land. Mijn guildies spraken over de gezellige tijden van vroeger en van onze guildleader kregen we vijf kerstkoekjes en een glas melk. Deze hadden we nodig voor Father Winter, de kerstman van Wow.

Ik hoorde dat ik Father Winter kon vinden in Ironforge. Hier was ik nog nooit geweest en wat ik erover hoorde van anderen, was Ironforge het gebied van de dwergen en de gnomes. Een bar en wit winterland met veel bergen maar ook overheerlijk bier, waar de dwergen uiteraard erg goed in zijn om het te maken en zelf op te drinken. Ik kreeg het dringende advies om niet teveel van hun bruine vloeistof te drinken, omdat een Night Elf niet zo goed tegen alcohol kan dan een dwerg. Op zoek naar Ironforge, vernam ik dat ik het beste de ondergrondse tram kon nemen die vanaf Stormwind naar Ironforge reed. Dus eerst op naar Stormwind.

Met de boot vertrok ik vanuit Auberdine naar Stormwind. De reis was goed te doen en toen de boot aanmeerde in Stormwind keek ik mijn ogen uit. Stormwind is een enorme stad met grote stenen muren, hoge torens en brede kantelen. Overal liepen soldaten die de stad moeten beschermen tegen de aanvallen van de Horde. De stad is onderverdeeld in verschillende wijken. Zo is er een wijk waar de magiërs wonen, een handelswijk met veel winkels en een veilingshuis, het oude stadsgedeelte waar met name de dwergen wonen en een kathedraal. Uren heb ik door de stad rondgelopen en telkens ontdekte ik nieuwe bezienswaardigheden. Zo heb ik heerlijk gevist in één van de vele grachten en heb ik een bezoekje gebracht aan een handelaar die verschillende overheerlijke recepten te koop aanbood.

In het midden van de stad ligt het bruisende hart. Rondom een fontein is een bank en een café en iets verderop stond een standje met daarvoor een gnoom die me de weg wees naar de ondergrondse tram richting Ironforge. Onderweg naar de tram kwam ik nog een ander klein groen wezen tegen dat een soort van veranderingsmachine bij zich had. Ik mocht er in staan en voor een uur lang veranderde mijn uiterlijk van een Night Elf in een kleine, beweeglijke gnoom met een kerstoutfit. Het stond me erg leuk, al vond ik het topje dat ik aan had nauwelijks verhullend. Ik snap niet hoe gnoomvrouwen dit kunnen dragen wanneer het hartje winter is en ze naar buiten moeten. Om mezelf alvast voor te bereiden, sloeg ik de bijgeleverde rode cape met witte bontrand stevig om m'n schouders.

Ik vond de ingang naar de ondergrondse tram en even later kwam ik op het perron. Deze plaats was niet zo aantrekkelijk als de rest van de stad, want er bevonden zich hier veel ratten. Artashir had de tijd van z'n leven. Nadat we even gewacht hadden, kwam de tram en stapten we in. De tram reed vervolgens richting Ironforge door donkere tunnels. Af en toe zagen we een blauw licht. Na enige tijd stopte de tram op zijn eindpunt en in afwachting van hoe Ironforge eruit zou zien, stapten we uit.

Mijn eerste indruk van Ironforge is dat de stad er 'zwaar' uitziet. Het is er bruinig, niet in de zin van smerig, maar het is duidelijk dat het zich ondergronds bevindt binnenin een enorme berg. De zware stenen zijn vakkundig door de dwergen bewerkt, overal zie je details boven de ingangen van de huizen.

Kennelijk was ik niet de enige die op bezoek ging bij Father Time, want hoe verder in de stad inliep, hoe meer mensen zich bij me aansloten. Samen liepen we naar het centrum, waar ik Father Time voor het eerst zag zitten. Een grote kerstman in zijn traditionele kleding zat vlak naast de bank van Ironforge op een enorme stoel. Om hem heen stonden allerlei rassen van het land in een rij te wachten tussen de gouden paaltjes met rode slingers. Achter Father Time stond een reusachtige kerstboom met daaronder allerlei cadeautjes. Daarnaast stond een vrolijk gekleurd kraampje waar een gnoom en een groen wezentje diverse kerstboodschappen te verkopen. Van heerlijke etenswaren tot en met sneeuwballen en kerstpapier. Ik schoof aan in de rij en toen het mijn beurt was mocht ik van Father Time in zijn stoel zitten. Ik voelde me weer een klein kind. Nadat ik even gepraat had met Father Time, kreeg ik van hem een cadeau. Ik gaf ook de koekjes en het glas melk aan hem, dat hij accepteerde en opnieuw beloonde hij me. Dit keer met wat kruiden, speciaal voor mij omdat ik een kruidenverzamelaar ben. Toen was het tijd om weg te gaan.

Terwijl ik nog druk bezig was alle indrukken te verwerken, kwam een dwerg op me af die snauwerig aan me vroeg of ik wel wist hoe de feestdagen ontstaan waren. Ik stamelde bedeesd van niet en de dwerg spoorde me aan om naar een professor te gaan die zich in de bieb van Ironforge bevond. Ik volgde de aanwijzingen van de dwerg op en ontmoette de professor die me een oud boek overhandigde. Nadat ik deze gelezen had, vroeg de professor of ik misschien kennis wilde maken met de koning van de stad. Dat wilde ik zeker en dus ging ik op pad, maar pas nadat de professor me verteld had dat ook de koning niet wist over het onstaan van de feestdagen, dus of ik de informatie wilde doorgeven. Geen probleem natuurlijk.

Op weg naar de koning kwam ik in een enorme ruimte terecht waar verschillende dwergen bezig waren te smeden. Geïntrigeerd staarde ik naar hen. Dwergen zijn echt meesters in het bewerken van metalen bij hoge temperaturen. De hitte golde me tegemoet terwijl ik dichterbij liep naar één van de smeedovens. Het lijkt haast wel drakenvuur, zo heet zijn de vlammen die daaruit komen!

Eenmaal verder kwam ik uiteindelijk bij de koning. Ik bedankte hem voor zijn gastvrijheid en vertelde hem over de geschiedenis van de feestdagen, waarvoor ik een kleine beloning kreeg. Bij het afscheid merkte ik dat iemand een sneeuwbal naar de koning gooide. Ik was zwaar geschokt en dacht even dat de dwergenkoning zijn enorme bijl zou trekken, maar na een paar seconden barstte de koning in een daverende lachsalvo uit. Opgelucht keek ik om me heen. Kennelijk was deze dwergenkoning de slechtste niet - voor een dwerg dan - en dus greep ik ook een handvol sneeuw en gooide het richting de koning. Met een brede grijns ontweek hij de sneeuwbal. De feestdagen brengen altijd weer het beste in wezens naar boven.

Toen het kerst was, ben ik nogmaals op bezoek gegaan naar Ironforge. Ditmaal vond ik onder de kerstboom een drietal cadeautjes waarop mijn naam stond. In twee ervan zat overheerlijk eten en een paar flessen wijn en bier. In de derde trof ik een huisdierkerstgnoompje aan. Een geweldig leuk ding, dat overal waar ik heenga achter me aan waggeld op haar kleine beentjes en met een schattig kerstmutsje op dat alle kanten opwiebeld.

Al met al snap ik nu waarom de feestdagen in Wow zo'n buzz veroorzaken. Ik kan niet wachten totdat het weer feest is!

 


3. De tunnels van Zoram's beach

Posted at 08:09, 6/1/2010 in Dagboek

Ondertussen heb ik het grauwe land van Auberdine verlaten. Nadat ik eindelijk de visachtige monsters had verslagen en een gestrande engineer geholpen had met het vinden en vernietigen van zijn robot, kreeg ik de opdracht om naar Astranaar te gaan. Ik was blij om de donkere wereld van Auberdine te mogen verlaten, maar vroeg me af of Astranaar misschien nog duisterder zou zijn. Bij de grens viel de depressie van me af toen ik de sombere, grijze wereld van Auberdine mocht verlaten en voor het eerst Astranaar kon zien. Astranaar doet me erg aan mijn thuisland denken. Groen gras dat zachtjes meebeweegt op de wind omringd door hoge, statige bomen, veel bloemen en ook veel dieren. Helaas merk ik dat het kwaad zich ook in Astranaar bevindt. Zoram's strand dat in het noordwesten van Astranaar ligt is overwoekerd met dezelfde visachtige wezens die ik ook in Auberdine aantrof. Deze zijn behoorlijk sterk en ik had veel moeite om stand te houden, maar gelukkig lukte het me en kon ik geïnfecteerde stukjes weefsel meenemen van deze monsters. Iemand in Auberdine zou ze onderzoeken. Nadat ik deze samples verzameld had, ontdekte ik een trap naar beneden in een tempel van de viswezens. Ik daalde de trap af en ontdekte dat de tempel onder water stond, maar dat er een tunnel was waar ik naar toe kon zwemmen. Even twijfelde ik, maar ik besloot door te gaan en zwom naar de tunnel. Gelukkig kon ik mezelf daar weer op het droge trekken en ik ontdekte een ondergronds tunnelsysteem. De haren van Artashir stonden recht overeind, terwijl hij zachtjes gromde. Geen goed teken, dus ik trok mijn zwaard en voorzichtig betraden we de tunnels. Cirkelende sterren zorgden voor voldoende licht, waardoor ik een satyr spotte die beschikt over de mogelijkheid om zichzelf bijna onzichtbaar te maken. Artashir viel de satyr aan, terwijl ik vanaf een afstand hem bestookte met mijn pijl en boog.

Ook in deze tunnels zaten de viswezens. Deze waren nog sterker dan die bovengronds bij de zee leven. Nadat Artashir en ik ze allemaal hadden uitgeschakeld kwamen we in een tunnel waar een soort van glimmende waas over de hele tunnelingang lag. Ik besloot eerst wat op kracht te komen en gaf Artashir een gebakken vis, zodat ook hij weer wat van zijn kracht terugkreeg. Nadat we voldoende gerust hadden, betraden we voorzichtig de doorzichtige laag. Ik merkte al gauw dat dit de ingang was naar een dungeon. Een rilling gleed over mijn rug toen ik murlocs tegenkwam die vele malen sterker waren dan die in Auberdine. Met veel moeite kregen we er twee neer. Toen kwam er een enorme, blauwgroene slak op ons af. Eigenlijk wilde ik me omdraaien, maar Artashir rende al op hem af. Soms heb ik hem niet goed onder controle en stormt hij onbesuisd op een tegenstander af, ook al is die groter en sterker dan hem. Toch kregen we hem met z'n tweetjes neer. Hijgend plofte ik in het zand, veegde mijn natte haarlokken uit mijn ogen en waste het zweet van m'n gezicht. Artashir gaf ik de opdracht bij me te blijven en gelukkig gehoorzaamde hij me deze keer, ondanks dat er een murloc op enige afstand van ons bevond. Ik doorzocht het lijk van de slak, hij had flink wat zilver bij zich. Het maakte het gevecht waard, maar ik besloot dat het beter was om terug te gaan, voordat we in een situatie kwamen waarin we niet meer levend vandaan zouden komen. Met de heartstone gingen we terug naar Auberdine en brachten de samples bij de opdrachtgever.

 

Door al dat vechten ben ik level 20 geworden en toen ik bij het postkantoor kwam, lag er een brief voor me klaar. Ik mocht trainen bij iemand die me kan leren hoe ik kan rijden op diverse dieren. Met de brief in mijn hand gingen we naar Darnassus waar de trainer woonde en voor een paar gold leerde ik de basis van rijden. Daarna gingen we naar iemand die verschillende rijdieren heeft. Ik koos voor de white striped saber vrouwtje. Haar vacht is glimmend zilverwit met zwarte en grijze strepen en ze heeft enorme blinkende tanden. Ik moet nog een passende naam voor haar verzinnen, maar dat komt vanzelf wel. Ze is in ieder geval behoorlijk snel en ik ben erg blij met haar, want het scheelt me flink wat tijd qua lopen.

 

Ik ben nu al een tijdje bezig in Astranaar en heb ook de feestdagen meegemaakt in de stad Stormwind. Dit was erg gezellig, maar ik ben nu moe van al het vechten en ontdekken. Morgen zal ik meer vertellen over de feestdagen in Stormwind en over mijn avonturen in Astranaar.

 

 


1. De eerste stappen

Posted at 11:24, 14/12/2009 in Dagboek

Het begon allemaal een ruime week geleden. Ik werd geboren in Shadowglen, Teldrassil, in de wereld van Kalimdor. Met mijn bleke, getattoëerde jukbenen, paarse, wapperende lange manen en felle, lichtschijnende ogen ben ik een typische Night Elf . Omdat Night Elven per definitie goed zijn, behoor ik tot de Alliance.

In deze voor mij totaal nieuwe omgeving maakte ik kennis met verschillende personen, waaronder de Hunter trainer, die me les gaf in het opsporen van dieren en mijn beheersing van pijl en boog verbeterde. Al gauw leerde ik ook dat niet alles in deze wereld goed is. Door machtmisbruik, arrogantie, egoïsme en jaloezie was ook het prille Teldrassil getroffen. Niet alleen bij de inwoners. Ook sommige dieren waren goed, maar andere waren in de ban van het kwaad en vielen me meteen aan zodra ik in de buurt kwam. Dit was een goede les voor me om niet direct op elk lief uitziend beestje af te stappen.

Nadat ik klaar was en level 6 had bereikt, mocht ik Teldrassil verlaten en ging ik onderweg naar Dolanaar. Ik maakte de fout om een Satyr te helpen bij het vergaren van veren, tanden en spinnenwebben door daarvoor een aantal dieren in de omgeving te doden. Gelukkig kreeg ik later van één van de bewakende Sentynels de kans om het weer goed te maken. De Satyr mocht ik veranderen in een kikker, iets waar ik erg om gelachen heb toen het lukte. Mijn leerproces in dit deel van Kalimdor ging goed. Toen ik level 10 gehaald had, kreeg ik van de hunter trainer les in het temmen van dieren. Toen ik zijn lessen onder de knie had en ook naar de stad Darnassus gegaan was voor extra training, beheersde ik het beest temmen helemaal en ging ik opzoek naar een geschikte compagnon. Deze vond ik in Artashir, een Dusksaber Stalker, die me vanaf dat ogenblik geen moment meer in de steek laat.

 

 

Om Artashir en mezelf in onderhoud te voorzien heb ik een aantal professions op me genomen. Naast de basis: koken, ehbo en vissen - dat laatste vindt Artashir erg leuk, want hij lust wel een visje - ben ik me ook gaan beziggen met skinnen en het opsporen van kruiden. Hierdoor verdien ik op dit moment genoeg om van rond te komen.

Ondertussen ben ik nu level 18 en heb ik Dolanaar en Darnassus verruilt voor de zwaarmoedige, grauwe omgeving van Auberdine, Darkshore. De dieren zijn hier minder vreedzaam dan in Kalimdor en ook ben ik nu vaker corrupte wezens en mensen tegengekomen die kwaad in de zin hebben. Om me hier beter tegen te kunnen weren en om extra hulp en informatie te krijgen, heb ik me aangesloten bij de gilde Low-Landers. Deze gilde heeft veel actieve leden en ik heb het er erg naar m'n zin.

Voor morgen heb ik een aantal quests nog op het programma staan, waarvan er ééntje behoorlijk moeilijk is. Vandaag ondervond ik dat het vinden van paddestoelen voor een opdrachtgever in Auberdine flink gevaarlijk kan zijn. Zowel Artashir als ik kwamen tegenover een overmacht van visachtige wezens te staan bij de Cliffspring Falls en konden ter nauwernood ontsnappen. Bijna hadden we het niet meer kunnen navertellen, maar het lot was ons gelukkig goed gezind. Hopelijk lukt het ons morgen wel die paddestoelen te vinden, zonder al te veel schade en fysieke wonden op te lopen.

Ik hou je op de hoogte!

x

Khaye


2. Overleven

Posted at 08:44, 14/12/2009 in Dagboek

Lief dagboek,

Vandaag was het echt een overleefdag. Gisteren schreef ik al over de moeite met de visachtige wezens bij Cliffspring River. Vandaag moest ik er nogmaals naar toe omdat ik vergeten was één soort paddestoel mee te nemen. Bij de ingang kon ik me nog redelijk staande houden en eenmaal binnen leek alles goed te gaan. Zeker toen er ook nog een hogere level collega ineens naast me stond. De visachtige wezens vielen bij bosjes. Helaas was deze collega in een mum van tijd weer weg en stond ik er weer alleen voor, gedwongen om dieper de ondergrondse grotten binnen te gaan. Ik at wat speciale wortels waardoor ik sterker werd. Toen ik bijna binnen handbereik was van de paddestoel, stond ik echter tegen een overmacht van twee viswezens en twee kale dwergachtige types met houten mokers. Artashir deelde rake klappen uit terwijl ik van afstand het viertal beschoot met pijl en boog en ook vlak voor me een vuurtrap had gelegd. Helaas, was de groep te sterk voor ons. We kregen er drie om, toen Artashir niet langer door kon vechten en levensloos op de grond lag. Dit brak m'n hart en ik stortte een woeste schreeuw uit tegen de enige overgebleven kale dwerg. Met al mijn woede sloeg ik met mijn dolk van me af en net toen de dwerg om genade wilde smeken en ik de doodsteek wilde toedienen, dook er naast mij opnieuw een viswezen op. Met twee klappen van zijn knuppel werd het zwart voor mijn ogen...

 

Ik ontwaakte in het midden van een stenen kring. Een engelachtig wezen lokte me naar haar toe, maar mijn geest wilde terug naar mijn lichaam. Dus legde ik de afstand naar mijn lichaam af, vond het vlakbij de zo zwaarbevochten paddestoel en werden mijn lichaam en geest weer één. Ik besloot om eerst weer op krachten te komen, voordat ik de overgebleven dwerg en viswezen opnieuw zou aanvallen. Ik verstopte me in de schaduwen van de tunnel en kreeg mijn sterkte terug. Met pijn in mijn hart besloot ik dat het beter was om Artashir op een andere plek weer tot me te roepen, want op deze plek was het te gevaarlijk en had ik niet de tijd om hem te verzorgen voordat we konden vechten.

 

Toen ik eenmaal weer mijn kracht terughad, vocht ik met een intensheid die ik tot nu toe nog niet eerder gevoeld heb. Het viswezen legde het snel af tegen me en ook de dwerg spaarde ik niet en al mijn woede en verdriet om Artashir uitte ik op hem. Hij is geen genadige dood gestorven.

Nu iedereen uit de weg was, kon ik eindelijk bij de paddestoel. Snel sneed ik deze los en teleporte ik mezelf weg uit deze gevaarlijke omgeving. In Auberdine kwam ik weer bij mijn positieven en deze keer kon ik de paddestoel inleveren. Het gaf me genoeg ervaring om weer een level te stijgen. Ik ben nu level 19. Artashir en ik werden weer herenigd en liefdevol verzorgde ik zijn wonden. Onze band is nu sterker geworden.

De rest van de dag besloot ik ons niet nog eens in een gevaarlijke situatie te brengen. Alleen de makkelijke opdrachten deden we en daarmee haalden we net niet genoeg punten om nog een level te stijgen. Maar morgen is er weer een nieuwe dag. Hopelijk dat die wat beter wordt dan vandaag!

 

Tot morgen!

Khaye



{ Last Page } { Next Page }
Geld verdienen met je website ? - Meer bezoekers via Autosurf - Zelf ook een weblog maken? - Cursus verhalen schrijven - Statistieken gratis proberen