Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
MPM Home | Profile | Archives | Friends
Relevante info over het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet te Antwerpen

Tijdelijke tentoonstelling 'Rijk bestelmpeld en rijk verguld'28/11/2005

Tot 15 januari loopt in het museum nog de tentoonstelling 'Rijk bestempeld en rijk verguld';

Blind bestempeld en rijk verguld. Boekbanden uit zes eeuwen in het Museum Plantin-Moretus

15.10.2005-15.01.2006

 

 

Inleiding

Wat op deze tentoonstelling ligt is, op enkele spaarzame uitzonderingen na, eigen bezit: boeken verworven door de Officina Plantiniana, d.w.z. door Plantin en zijn opvolgers, de Moretussen. Sedert de drukkerij haar activiteit stopzette in 1876 en door de Stad Antwerpen verworven werd en als museum ingericht, zijn nog meer boeken aan de collectie toegevoegd. Uit beide verzamelingen, het oud of historisch bezit enerzijds, en de museale collectie anderzijds, zijn voorbeelden geselecteerd. Het geheel biedt echter géén complete geschiedenis van de boekband en is evenmin beperkt tot banden afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. Toch ligt voornamelijk voor de oude banden duidelijk de nadruk op de Zuidelijke Nederlanden. Een historisch overzicht van de boekband in de Zuidelijke Nederlanden / België is als inleiding in de catalogus opgenomen om toe te laten elke band die hier ligt een plaats te geven (zie Bijlage); daarin wordt geregeld naar catalogusnummers verwezen.

 Dat de ene periode al beter vertegenwoordigd is dan de andere heeft meer dan één verklaring: de belangstelling van de opeenvolgende Moretussen, later de beschikbare middelen.             

 

In 1906 publiceerde de pionier van het bandenonderzoek bij ons, Prosper Verheyden (Mechelen 1873-Antwerpen 1948), voor het eerst over boekbanden in het Museum Plantin-Moretus (in Tijdschrift voor boek- en bibliotheekwezen). Daarna zijn banden uit het museum alleen incidenteel besproken of tentoongesteld; stelselmatig is dit nooit eerder gebeurd. Deze tentoonstelling kan dan ook tegelijk als een late hommage aan Verheyden worden beschouwd; zijn talrijke publicaties zijn nu nog steeds het uitgangspunt voor wie banden uit de oude Nederlanden wil bestuderen.

 

Vooraf enkele begrippen!

Een (boek)band is het beschermend omhulsel van het boekblok, dat kan bestaan uit één of meer katernen die op een of andere wijze aan elkaar zijn gehecht (dat zal meestel genaaid zijn). In de Middeleeuwen, tot vroeg in de zestiende eeuw, bestond de platkern uit hout, daarna uit karton; die platkernen werden dan bekleed met een of andere leersoort (veelal kalfsleer) of met perkament of met nog iets anders: dit is de band met harde platten (te onderscheiden is voorplat en achterplat). Daarnaast kon  het boekblok ook beschermd worden door soepel leer of  perkament, ja zelfs papier (zónder platkern): de omslag. Het boek had / heeft een band of een omslag; spreek of schrijf dus NOOIT over de kaft (een in Vlaanderen veel voorkomend anglicisme) van het boek (in onze schooltijd hebben wij boeken gekaft!).

Niet alle banden werden versierd; dit betekent immers extra kosten. Het grootste gedeelte hier tentoongestelde banden zijn wel versierd. Eeuwenlang bestond die uit bestempeling. Bij blindstempeling op het bekeledingsmateriaal wordt geen goud of kleur gebruikt; bij goudstempeling wel. Mozaïek is de verzamelnaam voor leerinleg of –opleg in andere kleuren (komt voor vanaf de Renaissance). De stempels (de werktuigen) zijn drieërlei: 1. de losse stempel die met de hand op de bekleding wordt gedrukt; 2. de paneelstempel, met zijn plastisch reliëf (zoals de latere plaatstempel met zijn iets vlakker reliëf), die wegens te grote afmetingen met behulp van een pers moet worden gedrukt; 3. de rolstempel die weerom met de hand wordt bediend, is een metalen schijf met een smallere of bredere vlakke zijkant, waarop een figuratieve voorstelling of een puur decoratieve staat. De stempels (resultaat) op de band : het stempel. Al deze versieringstechnieken worden door hedendaagse boekbinders nog steeds toegepast.

De binnenzijde van het plat is het dekblad ; is dat van een edeler materiaal dan papier of perkament, bijv. zijde of leer, heet het doublure. Komt alleen bij latere en luxueuze banden voor.

 

Bij het beschrijven van de banden in de catalogus zijn deze en andere vaktermen gehanteerd, maar is in een glossarium voorzien waar definities gegeven zijn of verwezen wordt naar bepaalde passages in de verschillende inleidingen.

 

 

Plan van tentoonstelling en catalogus is als volgt opgevat: drie opeenvolgende hoofdstukken vallen samen met even zoveel perioden, beginnend met de vijftiende en eindigend in de achttiende eeuw; deze boeken zijn vaak afkomstig uit kloosters en abdijen, soms ook door particulieren verkocht of geschonken (kap. I, II en III). Daar sluiten twee hoofdstukken bij aan die niet zozeer chronologisch bepaald zijn dan wel een beeld geven van wat twee bibliofielen uit de twintigste eeuw hebben verzameld en aan het Museum Plantin hebben nagelaten: de bibliotheek Max Horn (kap.IV) en de collectie René Vandevoir (kap.V). Het uitgebreid kapittel VI schenkt aandacht aan materiële en technische aspecten van de boekband. Kapittel VII belicht aan de hand van archiefdocumenten en aantekeningen in boeken de kostprijs van banden in een bepaalde periode.

 

Kap. I Van een traditie kan pas gesproken worden in de tweede helft van de veertiende eeuw. De paneelstempel is uit de Nederlanden afkomstig en de omliggende gebieden. Het Wouter-van-Duffelpaneel, dat  slechts op twee banden voorkomt - waarvan één in het Musem Plantin – stamt allicht uit de tweede helft van de veertiende eeuw. Vermoedelijk is het ooit uit ons land naar Engeland geraakt, als origineel of als kopie. Want uit het simultaan gebruik van dit paneelstempel met een aantal losse stempels die op Engelse banden voorkomen, moet afgeleid worden dat de banden in Engeland zullen zijn gemaakt en pas in de tweede helft van de vijftiende eeuw. Paneelstempels zijn zeer geliefd als boekbandversiering tijdens de late Middeleeuwen en tot het midden van de zestiende eeuw.  Men onderscheidt gehistorieerde en decoratieve stempels. Dezelfde onderwerpen komen vaak voor: de Annunciatie bijvoorbeeld, of het dieren-in-rankenpaneel. Godsdienstige onderwerpen zijn legio en gaan vaak samen met een of ander Bijbelcitaat of vrome aanroeping: een uiting van de vroomheidsbeleving die zo karakteristiek was tot in de vroege zestiende eeuw toe. 

Dezelfde panelen zijn soms op verschillende plaatsen en door verschillende binders gebruikt. Deze vaststelling heeft destijds bij bandenonderzoekers enige voorzichtige aarzeling  doen rijzen ten aanzien van de gebruikte stempels; men is er namelijk tot voor kort stilzwijgend van uitgegaan dat alle panelen gegraveerd waren. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat er zeker ook panelen werden gegoten. Dat betekent dat binders zich dus (goedkopere) afgietsels konden aanschaffen; bovendien konden ze twee exemplaren van hetzelfde paneel simultaan drukken.

Behalve paneelstempels werden, al vroeger, losse stempels gebruikt. Ook hier zijn er gehistorieerde en decoratieve; de variatie is heel groot en de vormentaal grensoverschrijdend. Naamstempels kunnen betrekking hebben op de binder of de bezitter, een klooster bijvoorbeeld. De losse stempels zijn soms aaneengerijd tot een fries, allemaal dezelfde stempels naast elkaar, om het hele bandvlak te vullen, of als kader. Binnen dat kader kon dan met lijnen een ruitenpatroon gemaakt worden en de kleine stempels als veldvulling gebruikt. Dit patroon is in de late Middeleeuwen tot in de zestiende eeuw toe zeer geliefd.

Tijdens deze periode zijn vooral voor de grotere formaten platkernen van hout gebruikt die uiteraard meer stevigheid aan het boek verleenden. Daar ging dan doorgaans een sluiting mee samen: twee messing sloten langs de frontsnede, met een klamp op het achterplat die in een muiter op het voorplat grijpt. Soms kan de sluitrichting variëren.

 

Kap. II Centraal staat Christoffel Plantin en de renaissanceband. Plantin, alom bekend in binnen- en buitenland als de aartsdrukker en stichter van de Officina Plantiniana, heeft er, onbewust,  voor gezorgd dat deze plek het museum bij uitstek van de boekdrukkunst is geworden. Het mag dan verrassend klinken dat juist ook hij aan de grondslag ligt van de vernieuwing van de boekband in de Nederlanden. Rond 1549 in Antwerpen als boekbinder gevestigd – pas in 1555 begon hij met drukken – heeft Plantin als geboren en getogen Fransman bij ons goudstempeling en mozaïek als bandversiering geïntroduceerd. Deze `Franse’ stijl is geen voorbijgaand modeverschijnsel gebleken maar een blijvende verworvenheid. Voor zover nu bekend, zijn meer dan veertig banden aan hem toe te schrijven: rijk verguld en met kleurige wasverf of leerinleg in geometrische patronen van elkaar snijdende linten en ranken of mauresken. Deze banden waren bestemd voor de groten der aarde, vorsten en bibliofielen, als Keizer Karel, de hertog van Croy, en Spaanse edelen.

Gedrukte boeken werden destijds gewoonlijk ongebonden verkocht, zodat elke koper zich een band naar keuze kon laten maken. Plantin (en hij niet alleen) begreep echter dat het ook zo zijn voordeel had een gebonden boek aan de klant te kunnen laten zien. Daarom zorgde hij, naast de prachtbanden, voor eenvoudige banden waarop zijn Passermerk met het devies labore et constantia,  in goud, die hij in zijn winkel kon leggen..

Het symmetrische linten- en rankenpatroon, dat zijn oorsprong vindt in het Nabije Oosten, was erg geliefd in de toegepaste kunsten en ook bij de boekbinders; bestaande uit een een groot centraal plaatstempel en vier hoekstukken, met golvende contour, ging het lijken op een Perzisch tapijt (het zg. Perzisch-tapijtpatroon).

Gaandeweg is de middeleeuwse vormentaal verdrongen en de stempels, groot en klein, worden puur decoratief.

 

Kap. III Toch hebben in de Zuidelijke Nederlanden weinig of geen binders de hoogte van Plantin bereikt. Daarom hebben wij het over een naklank, die duurt tot 1800.

Sedert  de tweede helft van de zestiende eeuw wordt het steeds meer gebruikelijk leren banden met goud te bestempelen, aanvankelijk vrij vaak met blindstempeling gecombineerd. Rolstempels, in wezen uit Duitsland afkomstig en in de loop van de zestiende eeuw verschijnen, komen later meer en meer voor.  Ook die zijn figuratief én decoratief. Veel voorkomend zijn rollen met Bijbeltaferelen of –figuren, en met de voorstelling van deugden of figuren uit de mythologie, maar ook plantenmotieven zoals de palmettenrol, in talloze varianten bekend. In de achttiende eeuw komt het kantwerkpatroon op en als middenstuk zien we steeds vaker een wapenstempel (supra-libros) waarmee de bestemmeling zich aan ons kenbaar maakt.

Dat de keuze aan banden voornamelijk uit de achttiende eeuw zo beperkt is gebleven, ligt mede aan de omstandigheid dat in die tijd de Moretussen meer belangstelling aan de dag legden voor hun handelsactiviteiten (grensoverschrijdende vennootschappen) dan voor hun bibliotheek en wat wij nu bibliofilie zouden noemen. In de zeventiende eeuw lag dat met mannen als Balthasar II en III Moretus nog anders. Zij zijn het ook die de rug van de banden voorzagen van een papieren etiket met het monogram van Plantin.

 

Kap. IV is gewijd aan banden met dezelfde herkomst: in de loop van de eerste helft van de twintigste eeuw zijn ze door één man verzameld, Max Horn (1882-1953). Deze jurist / economist had een grenzenloze passie voor de Franse literatuur uit de zestiende en zeventiende eeuw, liefst in eerste editie en liefst in een fraaie band gestoken. De oudere banden, waaronder heel wat wapenbanden, zijn meestal Frans van herkomst (zonder dat de binder bij name bekend is), bijv. voor Jacques-Auguste de Thou, befaamd bibliofiel uit de vroege zeventiende eeuw, of markiezin van Pompadour uit de achttiende eeuw. Van deze laatste is bekend dat zij de boeken bij voorkeur las in een eenvoudig sierpapieren omslagje om de luxueuze met goud bestempelde leren band te ontzien. Van bibliofilie gesproken!

Behalve Franse banden zoals van Trautz-Bauzonnet, heeft Horn verder Belgische binders als Jacques Weckesser en Charles Desamblanx opdracht gegeven boeken te binden et te bestempelen, zoals het in die tijd – late negentiende, vroege twintigste eeuw – gebruikelijk was: versieringsstijlen die inspiratie zoeken bij de oude stijlen of ze imiteren. Zo zou de band rond een druk uit bijv. 1579 (cat. IV.22a) er uitzien als een laatmiddeleeuwse! Met een toespeling op zijn naam heeft Max Horn aan genoemde binders opdracht gegeven een klein jachthoornstempeltje te laten maken; op de platten of de doublures of de rug prijkt het stempeltje er als een vorm van ex-libris.

Max Horn heeft zijn hele bibliotheek, met inbegrip van de grote boekenkast, aan het Museum Plantin geschonken.

 

Kap. V is analoog van opzet maar anders georiënteerd. De belangstelling van de jurist René Vandevoir (1892-1966) ging vrijwel exclusief uit naar Émile Verhaeren. Edities, drukproeven, handschriften, autografen, brieven, foto’s, tekeningen en dergelijke meer, liet Vandevoir binden door enkele van de meest befaamde Franse boekbinders van het ogenblik, zoals Georges Mercier, Georges Huser en Georges Cretté. Vandevoir wilde sobere maar luxueuze banden en gaf in die zin opdracht aan binders. De onversierde platten (langs de buitenzijde) staan doorgaans in sterk contrast met de rijk vergulde of met leerinleg versierde doublures van leer  (de binnenzijde): de zogenaamde jansenistenband, steeds in kostbaar leer, zoals marokijn en boxcalf, uitgevoerd. Ook Vandevoir schonk zijn collectie aan de Scheldestad.

 

Dank zij deze twee particuliere bibliotheken was het Museum Plantin in staat een mooi geheel van `niet-historische’ banden te tonen. De voor deze gelegenheid uitgekozen stukken staan in de `vaste’ kamers van het huis, waar de hele collectie wordt bewaard, opgesteld: de Bibliotheek Max Horn en het Salon Émile Verhaeren – René Vandevoir.

 

 

Kap. VI  Op zoek naar geëigend materiaal voor deze tentoonstelling werden wij geconfronteerd met een grote waaier aan typische, soms unieke facetten, eigen aan band of omslag. Daaraan is een afzonderlijk hoofdstuk gewijd; bij de beschrijving stonden niet boek en band centraal, en evenmin het esthetisch aspect, maar wel de specifieke invalshoek betreffende een of ander technisch of materieel kenmerk van de band.

 

- Het Museum is de gelukkige bezitster van de oudste handleiding tot het binden: Anshelmus Faust schreef die in 1612 in het Duits. Voor de Nederlandse en Franse vertaling, duidelijk niet bestemd om verspreid te worden maar wel voor het gebruik van de monniken van de cisterciënzerabdij Sint-Bernards te Hemiksem aan de Schelde, steekt daarbij in een tweelingband (de tekst kop-aan-staart) die één gemeenschappelijk tussenplat en twee ruggen heeft. Dit bandtype is niet uniek maar wel heel zeldzaam.

- In  Veel gebruikte bindtechnieken wordt uiteengezet wat bindingen zijn: katernen tegen leren of perkamenten stroken of tegen touwen  genaaid die dan opliggende ribben op de rug vertonen. Later liggen de touwtjes verzonken in ondiepe zaagsneden waardoor een vlakke rug ontstaat.

- Verder illustreren voorbeelden enkele van de vele naaiwijzen en -structuren: zoals de slappe omslag met naaisel door de rug; de zogenaamde strengels (schuin opgerolde reepjes perkament) die de katernen direct aan de omslag verbindt, soms tegen een rugplaat.  Bij de splitselband zijn de uiteinden van de bindingen in de lengte in twee gesplitst die naast de rug door een gleuf naar buiten en enkele millimeter verder weer naar binnen is gestoken. De registerband, betrekkelijk soepel en meestal gevoerd, heeft doorgaans een overslag die als verlengstuk van het achterplat over de frontsnede tot op het voorplat wordt geslagen en daar op een of andere wijze wordt vastgemaakt (met sluitsnoeren, met sluitgesp, enz.). Dit soort band is vaak gekenmerkt, aan de buitenzijde van de rug en een deel van de platten,  door brede horizontale riemen bevestigd met grote witleren kruissteken – erg decoratief.

- Bescherming van de band werd gegeven door  sluitingen, beslag en leeshulpen . Gaandeweg kunnen ze ook een decoratieve functie krijgen. De meest gebruikelijke sluiting is de kantsluiting, die van de rand van het ene plat naar die van het andere gaat. Ook de striksluiting komt veel voor, vooral bij omslagen. Beslag heeft een beschermfuntie (hoekstukken, knoppen, kantbeschermers). Wij zien het in de meeste gevallen op grote zware boeken, bijv. liturgische werken met muzieknotatie, die bij de kerkdiensten werden gebruikt en bestemd waren om op het altaar of op grote lectrijnen te liggen, zoals een missaal, een graduale, een antiphonarium. De zogenaamde pootjes aan de onderkant van de band, moesten dienen om op de onderkant van een lectrijn te rusten. Sommige van deze grote formaten werden van een ketting voorzien om ze aan het lectrijn vast te klinken. Het kon diefstal vermijden.

Leeshulpen waren aanvankelijk de klavieren, uitstekend aan de frontsnede, om snel een passage in het boek terug te vinden. De kapittelstok bestaat uit losse leeslinten aan een `stok’ bevestigd zodat die op een andere plaats in het boek kon worden gelegd. Later verschijnen de vaste leeslinten.

- Bij de bekledingsmaterialen zijn er, behalve diverse soorten leer en perkament, te onderscheiden kostbare textilia en schildpad.  De stoffen bekeledingen zijn natuurlijk erg onderhevig aan slijtage en zijn daarom vandaag niet meer zo mooi als ze ooit waren.

- Het sierpapier kan meer dan één functie vervullen: als omslag, als bekledingsmateriaal van een halve band (met rug en eventueel hoeken in leer), als schutbladen langs de binnenzijde van het boek. De vele soorten sierpapier zijn lang niet alle vertegenwoordigd in de collectie van het Museum; in de negentiende eeuw heeft men er bovendien niet altijd de nodige aandacht aan besteed om het te bewaren; omslagjes in bijvoorbeeld kiezelmarmerpapier en stijfselverfpapier (en andere soorten) werden vaak als voorlopig beschouwd en er werd dus zeker geen extra aandacht aan besteed. Voor ons, vandaag, hebben die schaarse voorbeelden wél hun belang, omdat ze ons leren over het gebruik ervan hoe en waar en wanneer zowel van het papier als van de band.

 

Kap. VII  Het rijke archief van de Officina Plantiniana is tenslotte aangeboord, op zoek naar inlichtingen over bindwerk. Vroeger werden de boeken in de regel ongebonden verkocht. Particuliere klanten verkozen veeleer een gebonden boek. Nu blijkt dat het verschil in prijs tussen een ongebonden en gebonden exemplaar vrij belangrijk kon zijn. Drie boeken van de Officina, uit 1599, 1603 en 1606, alle door Jan Moretus gedrukt, zijn van naderbij onderzocht. Uit de journalen en de grootboeken kon worden opgemaakt hoeveel de drie genoemde boeken gekost hebben aan zetwerk, aan papier, aan druk én aan bindwerk, dit laatste in opdracht.

In elke boekenverzameling bevinden zich bovendien ook wel een paar exemplaren waarin de toenmalige bezitter heeft neergeschreven hoeveel hij voor het boek, of de band heeft betaald. Een en ander vormen de bronnen voor een prijzenevolutie van gebonden boeken.

 

Deze afdeling van de tentoonstelling sluit af met de reconstructie van een bindersatelier uit de twingste eeuw. De handelingen die nu verricht worden bij het handboekbinden, verschillen niet wezenlijk van die in vroeger tijd. Een DVD-montage vult dit op een levendige wijze aan.

 

De catalogus sluit af met een Literatuuropgave die breed is opgevat en belangstellenden kan aanzetten tot verdere lectuur. In het glossarium zijn de voornaamste vaktermen terug te vinden. Zes registers zijn even zoveel sleutels op de toegang tot de inhoud als onder meer geciteerde namen, auteurs, anonieme werken, boekbinders, drukkers.

 

 

 

26.09.05

 

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

26/11/2005

Dag iedereen,

 

Dit is het begin van een - hopelijk zinvolle - actie om zoveel mogelijk informatie over het Museum Plantin-Moretus en zijn Prentenkabinet te verstrekken aan alle belangstellenden.

 

F. Gyselinckx

1 Comments | Post Comment | Permanent Link
Hosting door HQ ICT Systeembeheer