Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Media en omgeving

Sociale vergelijkingstheorie

Posted in Unspecified

Vandaag zullen wij in deze blog jullie meer vertellen over de sociale vergelijkingstheorie, hierbij zullen er ook wat voorbeelden worden gegeven.

De sociale vergelijkingstheorie is ooit ontwikkelt door Festinger in 1954. Bij deze theorie wordt er vanuit gegaan dat mensen zich vergelijken met andere mensen.

Sociale vergelijking gebeurt doordat mensen naar de mening van anderen luisteren. Ze willen graag hetzelfde denken of doen als de hele groep en erbij horen. Ook het gedrag wordt overgenomen. Zo zie je dat mensen dezelfde dingen kopen en anderen na-apen om erbij te horen. Mensen zijn ook voornamelijk op zoek naar zichzelf Ďgoed voelení, wanneer hun zelfbeeld past bij dat van anderen, zullen mensen zich ook beter voelen en meer op hun plek.

Volgens Festinger zijn er twee soorten vergelijkingen, namelijk de neerwaartse vergelijking en de opwaartse vergelijking. Bij allebei kan het positief en negatief uitpakken. Wanneer neerwaartse vergelijking positief uitpakt vergelijk je jezelf met een vergelijkbaar persoon, maar diegene heeft minder of geen succes en jij dus wel, voor jou pakt de vergelijking voor je gevoel goed uit. Dit kan negatief uitpakken als bijvoorbeeld die persoon waarmee vergeleken wordt ziek is, dan zal dit ook lastig zijn voor jou omdat je gaat denken dat jij ook zo bent of kunt zijn.

De opwaartse vergelijking kan ook positief en negatief uitpakken. Wanneer het positief uitpakt vergelijk jij jezelf met iemand die het nu beter doet dan jijzelf maar waarvan je weet dat het nog wel kunt bereiken. Diegene die op dat moment beter is dan jij, voor je gevoel, kan een voorbeeld voor je zijn. Het pakt negatief uit als iemand het beter doet dan jij maar je weet van jezelf dat je het niet meer kunt bereiken. Het is dan met geen mogelijkheid te realiseren. Bijvoorbeeld wanneer je een model wilt zijn maar je bent 1.60 meter lang.

Dit was onze blog van deze week, tot volgende week! Dan hebben we weer een nieuw onderwerp.

Marilyn(2013)††Sociale vergelijkingstheorie van Festinger.Geraadpleegd op 9 oktober 2014,†http://mens-en-samenleving.infonu.nl/psychologie/116474-sociale-vergelijkingstheorie-van-festinger.html

16:24 - 10/10/2014 - comments {0} - post comment


Issues

Posted in Unspecified

Issues is een thema waarover veel onenigheid bestaat. Een issue is een brandende kwestie met voor- en tegenstanders die wacht op beslechting via de media onderwerp van gesprek wordt bij brede publieksgroepen (Körver, 2014)

 

Vanuit de organisatie kan een issue ontstaat door:

-       Een maatschappelijk geschilpunt, de meningen botsen waardoor dominante opvattingen ontstaan

-       Onderwerpen waarbij een kloof in de verwachtingen ontstaat. De organisatie doet A, maar het publiek verwacht B, C of D

-       Meningsverschillen

 

Het woord issue en trend wordt vaak door elkaar gehaald, maar er is wel zeker een verschil. Een trend is een herkenbare ontwikkeling in de tijd, deze wordt gevormd door grote sociale, economische of politieke omstandigheden. Er ontstaat veranderingen en ethische opvattingen in de samenleving. Een issue speelt zich af binnen de context van een trend.

 

Voor de duidelijkheid hier enkele trends met de issues die daaraan verbonden zijn:

Sociaal: ongelijkheid is een trend, de issue die daaraan verbonden is discriminatie, denk bijvoorbeeld aan het issue over zwarte piet.

Economisch: duurzaamheid is een trend, de issue daarbij is dat men graag meer windmolens wilt.

Politiek: globalisering is een trend, de issue terrorisme hoort hierbij.

Technisch: robotisering is een trend, het issue is hier dat er veel banen geschrapt moeten worden hierdoor.

 

De publieke opinie speelt ook een grote rol bij een issue. De publieke opinie is de algemeen heersende mening van de meerderheid van het volk, over iets of iemand of een groep mensen. Bij de publieke opinie hoort het zandlopermodel van diabolo, dit heeft weer hoe feiten worden geselecteerd om een mening en daarmee een publieke opinie te vormen (Schoonman, 1996)

 

Een issue kent verschillende fases, hier op een rijtje:

  1. Voorfase: dit zijn de eerste signalen
  2. Geboorte van issue: hier krijgt het issiue media-aandacht (framing en labeling)
  3. Uitbreiding/verscherping: er ontstaan voor- en tegenstanders
  4. Consolidatie: aspraken/wetgeving

Een issue is NOOIT dood, maar latent en kan ieder moment weer de kop op steken.

 

Een issue kun je in kaart brengen door middel van een stakeholderanalyse. Je deelt dan de publiek in op basis van belang. Personen kunnen deel uit maken van meerdere publieken.

 

Er zijn 7 type stakeholders:

  1. Slapende stakeholders: oefent macht niet uit omdat zijn eis onvoldoende legitimiteit en urgentie bezit -> wel de potentie aan urgentie en legitimiteit te winnen (invloed via media)
  2. Zwakke of indirecte stakeholders: stakeholders heeft geen urgentie maar wel legitimiteit. Door gebrek aan macht weinig tot geen invloed op organisatie.
  3. Veeleisende stakeholder: stakeholders legt een urgente claim neer maar heeft onvoldoende legitimiteit. -> (nog) geen macht
  4. Dominante stakeholder: beschikt over macht EN legitimiteit -> eis of claim is echter niet urgent. Krijgt veel aandacht
  5. Gevaarlijke stakeholder: bezit macht, heeft urgente claim of eis, maar onvoldoende legitimiteit. Kan dwingend en/of gevaarlijk zijn
  6. Afhankelijke stakeholder: stakeholder heeft urgente en legitieme eis, maar het ontbreekt aan macht. Afhankelijk van andere stakeholders – zoals dominante stakeholder die wel macht heeft.
  7. Ultieme stakeholder: bezitten zowel macht, als urgentie EN legitimiteit

 

Bedankt voor het lezen en de volgende keer komt er weer een ander onderwerp aan bot!

 

 

 

S. Rayboud (23 juli 2009) Stakeholder Ananlysis. Geraadpleegd op 5 oktober 2014. Van:

http://www.slideshare.net/SteveRaybould/stakeholder-analysis

 

 

 

Encyclo (n.d.) Publieke opinie. Geraadpleegd op 5 oktober 2014. Van:

http://www.encyclo.nl/begrip/publieke%20opinie

10:38 - 5/10/2014 - comments {0} - post comment


Fear appeals

Posted in Unspecified

Deze week zullen we in de blog jullie meer vertellen over fear appeals, wat het is en hoe het werkt.

Omdat de term 'fear appeal' als een vakterm kan worden
beschouwd is er voor gekozen om deze (Engelstalige) term te gebruiken. Bij het gebruik van
fear appeal gaat het om een vorm van persuasieve communicatie waarbij letterlijk een
beroep wordt gedaan op de angst van mensen. Deze vorm van communicatie heeft als doel
angst op te roepen om zo een †actie en motivatie te promoten.(Rogers,1975)
Perloff(2003) zegt het volgende over fear appeals: 'Een vorm van persuasieve communicatie
dat probeert om mensen bang te maken en zo†
hun attitude te veranderen door het oproepen
van negatieve consequenties die plaats zullen†vinden als ze geen gehoor geven aan de
aanbevelingen in de boodschap.' Zo zijn er ook nog heel veel andere definities, deze hebben†
we gegeven om een beeld te schetsen van wat 'fear appeal' betekent.†

De projectie-motivatie theorie hoort bij fear appeal. Dit model is ontwikkeld omdat men
geÔnteresseerd was met welke mate van angst mensen het meest
geneigd zijn tot preventieve actie. In deze theorie gaat men er van uit dat er twee processen
zijn, die aanleiding kunnen zijn tot verandering van gedrag. Die twee processen zijn het inschatten
van de dreiging en de mogelijkheden van de persoon zelf om hiermee om te gaan. Bij die laatste
zijn er weer 2 aspecten van belang. De eerst is de verwachting van de individu dat de aanbevolen
respons leidt tot een vermindering van dreiging, wordt ook wel responseffectiviteit genoemd. De†
tweede is de verwachting van het individu dat hij in staat is de aanbevolen respons uit te voeren,
dit wordt ook wel eigen-effectiviteitsverwachting genoemd.†

Ook het Extended Parallel Process Model(EPPM) hoort bij fear appeals, deze lijkt voor een deel op het
vorige model†maar er komt hier nog iets meer bij kijken.Het EPPM concludeert dat er drie uitkomsten
mogelijk zijn na een confrontatie†met fear appeal: de boodschap wordt niet verwerkt omdat de fear appeal niet als†
bedreigend geŽvalueerd wordt en daardoor geen motivatie tot gedragsverandering†ontstaat, de
boodschap wordt wel verwerkt en het aanbevolen gedrag wordt†overgenomen omdat de dreiging als
zodanig is geŽvalueerd en de effectiviteit als positief†is geŽvalueerd. de boodschap wordt wel verwerkt,
maar het aanbevolen gedrag wordt†niet overgenomen. De ontvanger heeft de dreiging wel als zodanig
geŽvalueerd, maar†heeft het aanbevolen gedrag niet als effectief geŽvalueerd. De ontvanger moet nu op een†
andere manier zijn angst verminderen. In het EPPM is het belangrijk dat de waargenomen effectiviteit (respons effectiviteit†
en eigen effectiviteit) bepalend is of het proces van danger control of het proces van fear†control in werking
wordt gezet. De waargenomen dreiging (ernst en kwetsbaarheid)†bepaald de intensiteit van de reactie. Om een beter
beeld te krijgen volgt hier een afbeelding van het EPPM:

Volgende week komt er weer een nieuwe blog en een nieuw onderwerp! 

Rogers, R. W. (1975). A protection motivation theory of fear appeals and attitude change.
Journal of Psychology, 91, 93-114.

Perloff, R. M. (2003). The dynamics of persuasion; communication and attitudes in
the 21ste century. London: Lawrence Erlbaum associates publishers

Witte, K. (1994). Fear Control and Danger Control: A Test of the Extended Parallel
Process Model (EPPM). Communication Monographs 61, 113-34

09:23 - 26/9/2014 - comments {0} - post comment


Attitude vorming en gedrag voorspellen

Posted in Unspecified

Vandaag zullen we het gaan hebben over de 3 modellen die de attitude vorming en gedrag helpen.

Het eerste model dat besproken wordt is het Elaboration Likelihood Model (ELM). In het ELM-model wordt een inschatting gedaan van de mate van verwerken van de informatie door de ontvanger.

Het model maakt onderscheidt in twee wegen, namelijk de centrale route en de perifere route. We beginnen bij de centrale route. De centrale route is gericht op diepe verwerking van informatie en is gefocust op kwaliteit van de argumenten. De centrale route is de pijl naar beneden. De boodschap is bedoeld om invloed uit te voeren op je houding en je houding vervolgens weer op je gedrag. De centrale route begint bij de vraag: 'Gemotiveerd om te verwerken?'. Dit hangt af van de mate van betrokkenheid. De volgende vraag is 'In staat om te verwerken?' Dit hangt af of je dat kan, of je omgeving dit toelaat. Als je alle rust krijgt dan ben je in staat dit te verwerken. Vervolgens komt de aard van de cognitieve verwerking. Hier heb je drie opties: positieve gedachten prominent, negatieve gedachten prominent, neutrale gedachten prominent. Als iemand erg positief over een onderwerp is krijg je een positieve gedachten prominent, als iemand negatief over iets is krijg je een negatieve gedachten prominent etc.

De centrale route komt nauwelijks voor. Dit komt omdat je vaak niet in staat bent om het te verwerken omdat je een sociaal leven hebt dat veel van je vraagt. Je hebt dus vaak geen rust om het te verwerken.

Daar tegenover zit de perifere route (ook wel de indirecte route). Dit is vaak een oppervlakkige verwerking en is gefocust op kenmerken zoals aantrekkelijkheid van de boodschapper en aantal gepresenteerde argumenten. De vraag is daar 'Zijn er indirecte of perifere triggers aanwezig?' Een perifere trigger is bijvoorbeeld een mooie meid bij een auto reclame. Je ziet dan dat de attitude van mensen helemaal niet geneigd is om te veranderen, dit komt omdat je er niet bij betrokken bent.

Het volgende model dat behandeld wordt is de Theorie van gepland gedrag, ook wel de Theory of Planned Behaviour (TPB). Dit gaat over het gedrag dat vooraf gepland en beredeneerd wordt. De beste voorspeller van gedrag is de intentie die mensen hebben.

Volgens de Theorie van gepland gedrag zijn er 3 factoren die intentie geeft om gedrag te vertonen:

-†Attitude: het afwegen van voor- en nadelen. Je gaat kijken wat de consequenties de keuze heeft en je gaat kijken naar de waarde die je toekent aan die consequenties.
-†Subjectieve norm: stimulerende of remmende werking van de sociale omgeving. Trek je je iets aan van de waarde die anderen eraan hechten? Dus je familie of vrienden.
-†Waargenomen gedragscontrole: de mate waarin men denkt dat men in staat is het gedrag te vertonen.

De attitude is de belangrijkste factor. Of de attitude omgezet wordt in intentie hangt af van de omgeving, de subjectieve norm.

Het laatste model dat we gaan bespreken is het Reasoned Action Model (RAM). Het volgende schema hoort bij het RAM-model:
Het begint bij de achtergrond factoren. Hier wordt onderscheid gemaakt in indivudeel, sociaal en informatie. Onder individueel valt de persoonlijkheid, stemming, emoties, waarden etc. Onder sociaal valt de leeftijd, opleiding, geslacht en inkomen en onder informatie valt de media, kennis en interventies.
Ook wordt er gekeken naar de attitude t.o.v. gedrag. Hier gaat het erover hoe je naar het gedrag kijkt, welke negatieve of positieve consequenties het heeft en welke negatieve en positieve ervaringen je hebt.

Verder wordt de injuctieve en descriptieve norm besproken. De injuctieve norm is zoals mensen zich zouden moeten gedragen. De descriptieve norm is zoals men zich werkelijk gedraagt.
Bij perceived behavioral control wordt de vraag gesteld: 'Kan ik het en ben ik er toe in staat?'

In de volgende blog wordt weer een ander onderwerp belicht!

Hayona, Elaboration Likelihood model. Geraadpleegd op 18-09-14. Van: 
https://www.marketingportaal.nl/modellen-strategieen/elaboration-likelihood-model

University of Twente, Theory of Planned Behavior/ Reasoned Action. Geraadpleegd op 18-09-14. Van: 
http://www.utwente.nl/cw/theorieenoverzicht/theory%20clusters/health%20communication/theory_planned_behavior/¬

13:05 - 18/9/2014 - comments {0} - post comment


Enorme massa aan media effecten

Posted in Unspecified

Het onderwerp media is erg breed, daarom zullen we in deze blog vooral het onderwerp media effecten aan bod brengen. Er zijn erg veel verschillende theorie√ęn die bestaan rondom media effecten. Daarvan zullen de belangrijkste in deze blog worden uitgelicht.

Er wordt in de loop der tijd anders gedacht over het effect van de media. Het loopt uiteen van almachtige media tot aan onmachtige media. Rond 1920 werd de media vooral als almachtig gezien, daarmee wordt bedoel dat de media de ontvangers kan laten doen en denken wat de media wilt. Hier hoort onder andere de injectienaald-theorie bij, dit gaat alleen van de zender naar de ontvanger. De ontvanger is in dit proces geheel passief. Een andere theorie die hierbij hoort is de two-step-flow, bij deze theorie gebruikt de zender iets of iemand anders om het bij de ontvanger terecht te laten komen. Dit is meestal een opinieleider, deze hebben meestal een grote invloed op het publiek.

Later is men anders naar de effecten media gaan kijken en zijn er theorieŽn onstaan waarbij de ontvanger actief is. Het gaat hierbij niet meer om het perspectief van de zender, maar juist die van de ontvanger. De uses and gratification theorie is hier van toepassing. Hierbij is vooral belangrijk dat er wordt beweerd dat mensen de vrijheid hebben om eigen keuzes te maken. Dus mensen zullen ook zelf kiezen welke mediakanalen hen wel of niet bereiken. Een mens heeft eigen wensen en behoeften, omdat er zo veel keus is tegenwoordig aan mediakanalen, kunnen mensen zelf kiezen voor welke zij open zullen staan.

De zwijgspiraal theorie wijst uit dat mensen irrationeel zijn en men voortdurend leeft met de angst voor isolatie. Hierbij geldt ook dat de invloed van de media verwerpelijk is. De macht van de media is groot, dit geldt vooral voor de televisie omdat het hierbij moeilijk is dit selectief te gebruiken. Mensen willen graag erbij horen, ze willen overal over mee kunnen praten en alles weten wat iedereen weet.

Uit de agenda setting theorie blijkt ook dat de media een grote invloed heeft op de grote massa. Zodra er in de media veel over een onderwerp wordt gepraat, zal dit doorwerken bij de grote massa. De massa zal over dit onderwerp dan voortdurend praten. De belangrijkheid van kwesties, personen en gebeurtenissen wordt dus met name bepaald door de media. Hoe meer de media een onderwerp aandacht geeft, hoe belangrijker het wordt voor de massa en hoe meer er over gepraat wordt.†

Dit zijn een aantal theorieŽn over welke invloed de media kan hebben. In de volgende blog zal er een ander thema worden uitgelicht.

Bronnen:

Klandermans, B(N.G).†Overtuigen en activeren.†Geraadpleegd op 12-9-2014.¬†http://books.google.nl/books?id=vJusmx7VrB0C&pg=PA24&lpg=PA24&dq=almachtige+media&source=bl&ots=Pu_Nxtqho5&sig=cE4X7kYXCSKtAO_FzvKJocJKLaA&hl=en&sa=X&ei=JtoUVOrABunm7AayzoCwDw&ved=0CDQQ6AEwAg#v=onepage&q=almachtige%20media&f=false

Weimann, G (1982)¬†American Sociological Review.†Vol. 47, No. 6, pp. 764-773

Dainton, M., E.D. Zelley, (2011). Applying Communication Theory for Professional Life. ‚Äė‚ÄôA Practical Introduction‚Äô‚Äô 2: 162-168.

Boer de, C(2014) Media en publiek†

Hayona, (N.G.)†Agenda Setting.†Geraadpleegd op 13-9-2014. Van: http://marketingportaal.nl/modellen-strategieen/agenda-setting

14:48 - 13/9/2014 - comments {0} - post comment


Description

Home
User Profile
Archives
Friends
Recent Entries
- Sociale vergelijkingstheorie
- Issues
- Fear appeals
- Attitude vorming en gedrag voorspellen
- Enorme massa aan media effecten
Hosting door HQ ICT Systeembeheer