Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Spiritualiteit; competentie, zintuig of tool? Welkom bij dit netwerk van vrienden.

Description

Inzichten en ervaringen, gedachten en wensen. Om te delen, te leren en te groeien. Spiritualiteit en zelferkenning zijn momenteel belangrijke thema's in mijn leven. De relaties met anderen, maar zeker ook die met jezelf, zijn bronnen van potentie. De invulling is voor een ieder verschillend. Ik merk dat in deze tijd steeds meer mensen op zoek zijn andere waarden als die de meer technische benadering van de laatste jaren ons hebben gebracht. De periode van economische opbouw op basis van bewezen technieken ligt achter ons. Er ontstaat meer ruimte voor authenticiteit. Ook in organisaties wordt authenticiteit bij leiderschap meer en meer verkozen boven een 'getrainde' benadering van mens en bedrijf. Gaat dit over de volgende hype in management? Is dit een gevolg op de technocratie die ons tientallen jaren 'welvaart' heeft gebracht in de vorm van hoge produktie en consumptie, maar waar de have-nots niet echt gelukkiger van zijn geworden? Of gaan we weer waarden ontdekken die vele honderden jaren geleden gewoon waren? Is de aandacht voor spiritualiteit een stap voorwaarts of gaan we terug naar de oorsprong? Of is hiermee aangetoond dat de toekomst in het verleden uitkomt en omgekeerd? Filosofen kunnen dit gebruiken om de tijd te ontkennen en anderen om de reincarnatie te onderbouwen. Ofwel, stof om over na te denken, om met elkaar over te praten, om elkaar te ontmoeten. Ik vind het leuk om gedachten over deze zaken met vrienden te delen en reacties te ontvangen. Misschien is er ruimte voor een discussie en ontstaan nieuwe inzichten. Je kunt de item's en reacties lezen en erop reageren. Anderen kunnen weer op jou reageren. Zo kom je in contact met andere vrienden. Het zou mooi zijn als deze digi-speelplaats leidt tot nieuwe relaties en contacten, of zelfs tot een netwerk van vrienden die gedachten uitwisselen en een levensvisie delen. Ik hoop dat dat is wat het netwerk zal binden. Het zoeken en vinden van goede en positieve energie, voor jezelf en voor je omgeving. Ik nodig je uit ervaringen met ons te delen. Ervaringen en/of gedachten die te maken hebben met je eigen identiteit en met je relatie met anderen. Als je een nieuw item wil opvoeren, mail die dan naar mij, dan zet ik die op de Blog. Laten we met elkaar maar kijken of we de rode draad erin kunnen houden, wat die ook is of waar die ook heen mag lopen.


My Links

Ľ Home
Ľ My Profile
Ľ Weblog Archives
Ľ Friends
Ľ My Photo Album

geluk, een mooi thema voor de start van dit nieuwe jaar.

 N.L.  schreef mij de volgende tekst na de lancering van de weblog: spannend en boeiend, benieuwd wat die artikelen persoonlijk met je doen, wat betekent gelukkig en blij zijn (of worden) in jouw leven en doe je daar moeite voor? helpt het om er over te lezen? en hoe wordt je eigenlijk gelukkig? het zijn vragen die ik mezelf en anderen regelmatig stel en ik wil graag horen hoe jij er over denkt, en ook over hoe de relatie dan ligt tussen spiritualiteit en geluk..

 

Nou ja, ik zal dit duwtje maar gebruiken om wat neer te zetten over mijn idee over spiritualiteit of welk woord jullie voor jezelf willen gebruiken.

Als ik de artikelen zo lees, denk ik al snel; ik hoef niets meer te schrijven, want alles wordt al in zoveel talen gezegd. Aan de andere kant wil je soms een eenvoudige (lijkt het) inzicht opschrijven en je merkt hoe integraal alles zich verhoud. Je blijft dan schrijven omdat je steeds weer Ďbelangrijkeí zijpaadjes passeert.  Ik ga een poging doen en heb het gevoel dat ik met wat uitleg over hoe ik het zie moet beginnen. Vergeef mij de soms uitvoerigheid, geef maar aan wat korter en wat dieper moet. Ik lees de reacties graag.

Mijn uitgangspunt is dit; stel jezelf de menselijke ontwikkeling voor in laagjes. Je komt met een eerste laag op aarde, daarna doe je ervaringen op, je leert en ontwikkelt en de laagjes nemen toe bij het ouder worden, net als de ringen in de boom. Ervaringen worden inzichten en leerpunten en Ďzakkení als het ware richting kern en blijven op verschillende niveaus hangen. Je kern, daar waar ook in de boom de sappen het meest stromen, kent geen laag meer eronder. Daarom is het de kern, hier zit je ware ik, degene die geboren is, verrijkt met ervaringen in dit leven. De truc is nu dat we, slim als we zijn, alleen bepaalde ervaringen, kennis, inzichten toelaten tot de kern zodat de kern kan verrijken. Die inzichten vormen dus de kern en vormen je eigen innerlijk, je ziel, het ik, het ego. Andere ervaringen slaan we een verdiepinkje hoger op. Bijvoorbeeld afspraken die we in een sociaal maatschappelijke context met elkaar maken. Die afspraken zijn onderdeel van ons leven, maar behoren niet tot onze kern. Zo hebben we honderden regels en afspraken geadopteerd, die weinig van doen hebben met hoe we er werkelijk over denken. Of het nu gaat over het streven naar welvaart door rijkdom (goed leren, altijd je best doen en presteren) of zorgen dat je er Ďnetjesí uitziet als je de deur uitgaat. Deze regels worden aangereikt door de maatschappij, dus overheid, leraren, ouders en buurtgenoten. Ze zijn vaak tijd en plaatsgebonden.  Wanneer een man Ďrijpí is om te trouwen en met hoeveel dames dat mag blijkt door de eeuwen heen nogal te verschillen en op hetzelfde moment in de tijd scheelt het nogal op welke plek op aarde (of binnen welk geloof) je deze vraag stelt. Wat is dus aangereikt en welke principes horen dus bij ons zelf.

Het probleem is nu dat door de jaren heen de laagjes wat vervagen en we niet goed meer kunnen achterhalen of iets nu geprogrammeerd gedrag is of dat het gedrag vanuit je eigen kern wordt aangedragen. We kunnen steeds blijven doen en gedrag vertonen zoals het in ons opkomt en het idee bestaat dan dat dit ons wezen is, dat we gewoon zo zijn. Maar een persoon die steeds heeft ervaren dat promoties naar de collegaís gaan kan zichzelf gaan vertellen dat hij nergens goed voor is. Het mechanisme van overleving zorgt ervoor dat de oorzaak niet bij hem ligt, maar dat die anderen een betere opleiding hebben, jonger zijn, of beter kunnen netwerken (de slijmjurken). Een negatief beeld van de wereld ontstaat snel en we ontmoeten een moedeloos of cynisch persoon. Is deze man nu zo of ziet hij niet meer dat hij zelf de oorzaak is van een programmatie die hij zelf jarenlang op zich zelf heeft laten inwerken. Als we het vragen ontstaat een tirade over de onrechtvaardigheid in deze wereld, dat talent niet meer herkend wordt en dat . . . . . enz..

Terug nu naar de vraag. Wat is geluk voor mij? Geluksbeleving ontstaat wanneer je doen en laten, je ervaringen en je denken zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met je kern. Simpel? Tja, dat lijkt wel zo, maar dan moet je a) weten wat je kern is en b) je leven zo inrichten dat je volgens die kern kan leven. Dat is best een hele klus, maar er is hoop. Het gaat namelijk over een proces dat nooit een eind kan bereiken. Gaandeweg ervaar en leer je, verander je steeds van pad, en ontwikkeld ook je kern zich. Een soort verdwijnpunt in stereometrie. Je kunt het steeds blijven benaderen, maar het nooit bereiken. Is dat erg? Nee, want het pad zelf is hetgeen de geluksbeleving teweeg brengt. Net als een sporter die zichzelf steeds wat weet te verbeteren en daar heel blij mee is, ook al is hij nog niet aan de top. Het key-woord is verbetering (of beter ontwikkeling) en niet het bereiken van het doel.

Hoe doe je dat nu? Geen idee. Blijkbaar zijn er vele wegen naar Rome want de een mediteert elke dag, een ander raakt tijdens het joggen in een trance, een derde praat doorlopend met zijn/haar god. Veel mensen zoeken momenten van uitlaat en reflectie en komen zo tot nieuwe inzichten en besluiten. Ik denk dat onze denkkant wat erg dominant is geworden de laatste decennia en dat we even wat meer balans moeten zoeken met die andere vaardigheden die we hebben. Uit gesprekken met vrienden en anderen maak ik op dat het voelen bij jezelf, dus zonder tekst, zonder oorzaak gevolg, maar gewoon voelen en de emotie naar het bewuste halen, erg lastig is. We hebben teksten en redenaties nodig om iets goed te vinden. De programmatie heeft dan de overhand. Als ik zeg; dat hemd is mooi want dat past mooi bij die broekĒ, dan praat heb ik het over een tijdsbeeld, een mode, een programmatie. Maar iets gewoon als mooi ervaren omdat je dat zo voelt, blijkt moeilijk.  Is geen halszaak, maar ik geef het aan om de herkenning te zoeken dat het luisteren naar jezelf lastig is.  Ook daar kun je mee aan de slag. Er zijn cursussen spirituele ontwikkeling waar je o.a. leert naar het wezen van anderen te luisteren. De informatie komt gevoelsmatig binnen en je moet dus ook naar jezelf luisteren om het te kunnen vertalen naar woorden. Ik ken mensen die dit doen en zie met grote bewondering hoe zij, middels een reading, de kern en belevingswereld van volstrekt vreemden kunnen Ďziení en vertolken. Tijdens een reading kan ook een healing worden gegeven waardoor blokkades worden opgeheven en erkenning wordt gegeven aan delen van jezelf die toch een beetje in de knel zitten.

Ikzelf ben daar nog niet uit. Aan de ene kant is deze aanpak zeker een weg naar je eigen wezen, aan de andere kant is het een instrument, een vorm van een protocol. Mijn mening is dat het volgen van een protocol gelijk staat aan het niet doen wat van dat protocol afwijkt. Klinkt filosofisch, maar betekent  eigenlijk dat elk protocol beperkend is, daarom is het een protocol, een set van afspraken over vorm en proces. Ik ben overtuigd dat net zo als dat we ineens een scherp kunnen luisteren, het hoofd schuin, stil en met het oor naar de geluidsbron, of dat we even scherp kunnen zien, dat we ook ons gevoel kunnen gebruiken. Een zelfde manier van focussen gaat ook op voor dit 6de zintuig. Je moet dus voor jezelf ontdekken hoe dat werkt. Mijn ervaring is dat het veel te maken heeft trachten je hoofd vrij te maken van eigen gedachten (dus echt luisteren naar de ander), met geloof in signalen die zich aandoen. Laat maar komen, niet oordelen en gewoon voelen of het goed is (of het signaal eerlijk is en niet vertroebeld). Door als het ware afstand te nemen van jezelf kun je naast het beluisteren van de tekst gaan voelen in welke emotie de ander zit. Je treedt als het ware een beetje in zijn /haar beleving. Je kunt naar iemand luisteren die van een probleem vertelt en Ďinvoelení of ze alleen gehoord willen worden of dat ze raad komen halen. Vaak weet de persoon zelf niet wat de eigenlijke reden is. Op ďmag ik je dit gewoon eens vertellenĒ zit nog een groter taboe (en soms angst) dan Ďmag ik jou eens om raad vragen?Ē. Maar ik denk dat wij allen in staat zijn om onze gedachten vrij te maken, onze eigen drang (programmatie) om het beter te weten, om raad te geven, om te scoren met een oplossing op zij te zetten en dat we in staat zijn om te voelen waar de ander behoefte aan heeft. En inderdaad dat betekent dat het belang van de ander voor dat van je eigen belang moet gaan. Het zgn. ďonbaatzuchtig liefhebbenĒ komt hier bij kijken. Hoe meer je in staat bent totaal geen rekening te houden met een eigen belang, hoe beter je zult kunnen voelen waar de ander in zit. De beloning, ook al is die niet beoogd, is echter groot. De beloning zit in het feit dat je een ander geholpen hebt en dat beter voelen van de ander is een positieve stroom naar jezelf.

Ok, ik heb dit nu in een run opgeschreven en zit dus nu met de valkuil dat ik het wil hebben over het loslaten, het mooie van het niets doen, ruimte bieden, maar ook over de verandering van de technocratische benadering van management en leiderschap naar een soort leiderschap dat meer met spiritualiteit en authenticiteit te maken heeft. Wat mij gelukkig maakt? Hier mee bezig zijn, fijne relaties ontwikkelen die alleen maar opbloeien in plaat van uitbloeien, dit kunnen opschrijven voor vrienden die willen meedenken. Het is allemaal goed. Volgende keer meer.

 

Groet en liefs,

Rob  

              

 

 


Posted: 19:10, 5/1/2006
Comments (0) | Add Comment | Link

opgewekte stemming stimuleert vakmatige creativiteit

Zo gaat dat dan als je ergens attent op wordt gemaakt: je krijgt oog voor wat er nog meer gepubliceerd wordt op dit gebied!

In de AD Haagsche Courant van zaterdag 31 december 2005 was een artikel opgenomen van Helen Philips met de titel  "Op zoek naar Inspiratie".

In dit artikel wordt melding gemaakt van een binnenkort te publiceren onderzoek van Teresa Amabile van de Harvard Business School.

Teresa constateert dat er samenhang bestaat tussen een positieve en opgewekte stemming en de mate van vakmatige creativiteit. Het proces is overigens circulair want een creatieve manier van denken werkt ook een betere stemming in de hand, zo ontdekte zij.Tijdsdruk, bonussystemen en financiele druk zijn daarentegen niet bevorderlijk voor vakmatige creativiteit. De eigen motivatie brengt het beste in mensen naar boven, niet de externe druk.

Vera John-Steiner van de Universiteit van New Mexico in Albuquerque stelt dat je om echt creatief te kunnen zijn niet alleen moet beschikken over actieve neurale netwerken, maar ook over sterke sociale netwerken en op vertrouwen gebaseerd relaties.

Een wezenlijk kenmerk van een creatief mens is volgens haar dat hij of zij een relatie heeft met tenminste ťťn andere persoon die niet vindt dat hij of zij volkomen geschift is!

 

Groet, Elly Koene


Posted: 23:51, 4/1/2006
Comments (0) | Add Comment | Link

Brons is beter voor je levensgeluk

 

Is je liefdesleven een mislukking? En je baan? En hoe zit het eigenlijk met die gammele roestbak die je je auto durft te noemen? Waarschijnlijk heb je geen psycholoog nodig om je te laten vertellen dat wat iemand voelt, wordt bepaald door wat hij of zij denkt. Maar het is waar. Dit is het uitgangspunt van wat we cognitieve therapie noemen.

 

Lincoln vatte het ooit heel goed samen: ,,De meeste mensen zijn zo gelukkig als ze zelf willen zijn.'' Neem bijvoorbeeld de Olympische spelen, iets wat drie onderzoekspsychologen hebben gedaan in een studie die in 1995 werd gepubliceerd in The Journal of Personality and Social Psychology. Hierin werden de winnaars van zilver en brons bestudeerd terwijl ze op het podium stonden om hun medailles in ontvangst te nemen. De onderzoekers probeerden de mate van hun geluk in te schatten.

 

Wie denk je, voelde zich gelukkiger? De winnaar van het zilver of van het brons? Het antwoord zal je verassen. Het waren de winnaars van het brons, ook al presteerden zij minder goed dan de winnaars van de zilveren medaille. Waarom? Omdat degenen die zilver hadden gewonnen zichzelf vergeleken met de persoon boven hen: ,,Als ik toch een paar seconden sneller was geweest, was ik de beste ter wereld geweest. Nu sta ik hier: een verliezer.'' Maar de winnaars van het brons vergeleken zichzelf met de personen onder hen. Ze waren uitgelaten over het feit dat ze op het podium mochten staan en niet bij de rest hoorden.

 

Een schoolvoorbeeld van deze studieresultaten was, afgelopen dinsdag, de reactie van de winnaars van het vrouwenturnen. Toen de resultaten bekend werden genaakt, zat het Amerikaanse team - dat rekende op goud in plaats van zilver - er neerslachtig en uitgeblust bij. Maar het Russische team leek enorm blij en dankbaar met het winnen van een bronzen medaille.

 

De moraal van dit verhaal is dat hoe je je voelt, afhankelijk is van wat je tegen jezelf zegt en met wie je jezelf vergelijkt. Vanuit een spiritueel oogpunt zou je kunnen zeggen dat dit de reden is waarom de Dalai Lama mensen aanspoort om dankbaar te zijn voor elektriciteit, loodgieterswerk en andere basisvoorzieningen - zaken die veel mensen nog steeds niet hebben. Dus de volgende keer dat je je druk maakt over geldgebrek of over het feit dat je seksleven niet hetzelfde is als wat je op de televisie ziet, think bronze en wees dankbaar voor wat je hebt. Volgens het onderzoek is dit goede psychologie!

 

Steve Brody is psycholoog en auteur van de roman `The New Commandmentsí. © LAT/WP

 

BRON NRC 10-12-2005


Posted: 22:16, 28/12/2005
Comments (0) | Add Comment | Link

Blij is beter

door Ellen de Bruin

 

Vrolijkheid leidt tot maatschappelijk succes en betere gezondheid

 

Gelukkige mensen hebben meer succes in het leven. Als ze hun blijdschap een beetje in toom kunnen houden tenminste.

 

Blij zijn kampt met een imagoprobleem. Op blije mensen wordt vaak een beetje neergekeken. Ze zouden oppervlakkig en dom zijn, kritiekloos ook,en tevreden en daardoor lui. Blijheid mag dan goed voelen, maar dat is een nogal egoÔstische toestand. Vrolijk zijn helpt de maatschappij niet vooruit; het wordt hooguit gezellig. Maar de wereld is slecht - en depressieve mensen zijn degenen die dat helder zien, want die zouden de roze bril missen die de gemiddelde mens in staat stelt tot oppervlakkig leven, vanuit een onterecht, onrealistisch optimisme.

 

Het goede nieuws is dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat deze visie wetenschappelijk gezien onhoudbaar is. Positieve gevoelens - blij envrolijk zijn - blijken juist samen te hangen met behulpzaamheid, creativiteit en ondernemingslust, met maatschappelijk succes op persoonlijken zakelijk gebied, met geestelijke zowel als lichamelijke gezondheid. En die samenhang bestaat niet alleen doordat mensen blij worden van hun succes op allerlei gebied; het omgekeerde is ook het geval: blijheid, positieve gevoelens, geluk mŠken mensen ook succesvoller en gezonder. Dat hebben de Amerikaanse psychologen Sonja Lyubomirsky, Laura King en Ed Diener aangetoond in een meta-analyse van enkele honderden onderzoeken op dit gebied, die deze maand gepubliceerd wordt in Psychological Bulletin.

 

Er is een overweldigende hoeveelheid onderzoek die een verband aantoont tussen positieve gevoelens en alles wat er verder maar goed kan gaan in het leven. Vrolijke, gelukkige mensen hebben betere banen (afwisselend, betekenisvol werk, met veel autonomie en ontplooiingsmogelijkheden), verdienen meer, doen hun werk objectief gezien beter en krijgen ook betere evaluaties van leidinggevenden dan hun minder vrolijke collega's. Ze zijn minder vaak ziek of om andere redenen afwezig en trouwer aan hun baas, hun collega's en het bedrijf. Blije mensen hebben ook meer vrienden, ondernemen meer leuke dingen samen en zijn daar tevredener over dan minder gelukkige mensen. Verder zijn vrolijke mensen vaker getrouwd of hebben een andere bevredigende intieme relatie, met iemand van wie ze vaker vinden dat het hun grote liefde' is. Die partners zijn zelf trouwens ook gelukkiger dan partners van minder vrolijke mensen. Blije mensen kampen ten slotte minder vaak met allerlei angsten, gebruiken minder vaak drugs, bewegen meer, leven gezonder, hebben een betere afweer en als ze toch eens ziek zijn, hebben ze minder pijn. Volgens sommige onderzoeken gaan ze wel iets vaker naar de huisarts, maar dat wordt verklaard door hun actieve, het kan maar weer gebeurd zijn'-instelling, want ze zijn op zich gezonder. Psychologen in dit deelgebied verzuchten dan ook regelmatig dat al die positieve toestanden maar met elkaar correleren en hoe moeilijk het is om in zo'n brij van positieve verbanden nog betekenisvollle patronen te ontdekken.

 

Dat er een verband is tussen positieve gevoelens en geluk enerzijds en gezondheid en succes anderzijds was al langer bekend. Hoe komt het dan dat er op blij zijn vaak wordt neergekeken, terwijl het toch met succes geassocieerd is? Er zijn wel wetenschappelijke aanwijzingen voor het idee dat mensen in een goed humeur wat oppervlakkiger nadenken, dat hun aandacht wat globaler gericht is en dat ze meer gebruik maken van in het verleden beproefde strategieŽn, maar die wegen niet op tegen de hoeveelheid verbanden met zaken als efficiŽntie, effectiviteit en succes.

 

Dat blijheid van oudsher met domheid (luiheid, kritiekloosheid, enzovoort) geassocieerd wordt, komt ten eerste door de manier waarop mensen in het algemeen over anderen nadenken. Clichťbeelden over personen en stereotypen over groepen mensen zijn meestal ambivalent: ze hebben iets negatiefs, maar dat wordt gecompenseerd door positieve eigenschappen, als een soort rechtvaardiging dat degene die het gebruikt, heus wel genuanceerd is. Zo blijkt uit onderzoek dat de meest seksistische mannen ook degenen zijn die sommige vrouwen juist op een voetstuk plaatsen. En er zijn relatief veel stereotypen van groepen mensen die slim en onaardig zijn, of juist dom en vriendelijk - negers' zijn lui en dom maar ook vrolijk en gezellig, joden' zijn handig en slim, maar bedriegen je waar je bij staat. Het idee van de blije sukkel (en tevens het tegenovergestelde idee van de alles begrijpende cynicus naar wie niemand luistert) past precies in ditstereotiepe denken: mensen zien vrolijkheid graag als dom, om het positieve een beetje te nuanceren.

 

Daarnaast hebben mensen de neiging om positieve gevoelens, blijheid en geluk te zien als product van dingen die goed gaan, en niet als oorzaak. Als er een verband bestaat tussen vrolijkheid en succes, zijn we eerder geneigd te denken dat mensen vrolijk worden van succes, dan dat ze succes krijgen omdat ze vrolijk waren. Het viel Lyubomirsky en haar collega's opdat de meeste wetenschappers, inclusief zijzelf, de conclusies van hun onderzoek ook op die manier formuleren. Zo schreef Diener zes jaar geleden, in een eerder overzicht van onderzoek naar welzijn en geluk in Psychological Bulletin: het huwelijk heeft sterkere voordelen voor mannen dan voor vrouwen', en bij zeer rijke mensen zijn de effecten van inkomen [op geluk] klein', terwijl er in feite alleen correlationele verbanden waren gevonden, die op zich niets zeggen over de richting van de causaliteit. Kennelijk ligt het zo voor de hand om te denken dat mensen blij en gelukkig worden van succes in het werk, een fijne relatie en een goede gezondheid, dat zelfs de onderzoekers niet meer op het idee kwamen dat het daarnaast ook weleens andersom kon zijn - dat gelukkige mensen meer kans hebben op succes en dat blije en vrolijke gevoelens dus niet alleen voortkomen uit, maar ook leiden tot succes.

 

Lyubomirsky, King en Diener verzamelden in hun meta-analyse overigens niet alleen correlationele onderzoeken, dus studies die een verband aantonen tussen blijheid en succes zonder dat de causale richting van dat verband duidelijk is. Ze keken om te beginnen ook naar onderzoek waarin de metingen van positieve gevoelens enige tijd vooraf gingen aan metingen van succes op wat voor gebied dan ook. Er bestaat veel minder van zulk onderzoek, maar wat ze vinden, toont aan dat positieve gevoelens inderdaad vooraf kunnen gaan aan succes. Zo bleek uit een studie uit 2003 dat mensen die op 18-jarige leeftijd gelukkiger waren, op hun 26ste betere banen meteen hoger inkomen hadden; een in 2002 gepubliceerd onderzoek toonde aan dat de vrolijkste eerstejaars studenten zestien jaar later het meest verdienden. Verder zijn er studies waaruit blijkt dat vrolijke, gelukkigemensen de meeste kans hebben om te trouwen, bijvoorbeeld een relatief bekend onderzoek waarbij psychologen de jaarboekfoto's van 21-jarigevrouwelijke studenten analyseerden (Journal of Personality and SocialPsychology, 2001). De vrouwen die op die foto's oprecht vrolijk keken, trouwden vaker en hadden ook dertig jaar later nog de beste huwelijken.

 

dagboekfragmenten

 

Tenslotte worden vrolijke mensen ouder. Nu gaan blijheid en geluk perdefinitie vooraf aan overlijden, maar uit de eveneens bekende Nun Study' (een ook in Alzheimer-onderzoek veel gebruikte verzameling dagboeken, tussen 1931 en 1943 geschreven door 180 rooms-katholieke nonnen) blijkt datuit de vrolijkheid van dagboekfragmenten van een gemiddeld 22-jarige te voorspellen valt of de schrijfster zestig jaar later nog leefde. Om precieste zijn: elke procent extra positief geladen zinnen vergrootte die kans met 1,4 procent (eveneens in 2001 gepubliceerd in Journal of Personality andSocial Psychology).

 

Deze onderzoeken suggereren dat vrolijkheid tot succes kan leiden, vooral omdat het er meerdere zijn met verschillende typen metingen, maar op zich hoeft er geen causaal verband te bestaan tussen vrolijkheid op tijdstip ťťn en succes op tijdstip twee. Nog sterker bewijs voor hun stelling vonden Lyubomirsky en haar collega's in experimenten waarin proefpersonen tot bepaald gedrag werden verlokt doordat er positievege voelens bij hen werden opgewekt - daar bleken mensen bijvoorbeeld ondernemend, sociaal en stressbestendig van te worden. Het liefst hadden de psychologen natuurlijk ook onderzoek verzameld waarin een deel van de proefpersonen voor langere tijd gelukkig werd gemaakt, schrijven ze, om te zien of dat vervolgens zou leiden tot goed werk, goede relaties en goede gezondheid, maar zulk onderzoek is jammer genoeg nog nooit gedaan. Het is nu eenmaal niet zo gemakkelijk om proefpersonen in een laboratoriumsituatieeven snel duurzaam gelukkig te maken, nog afgezien van de ethische problemen die het geeft om een controlegroep duurzaam ongelukkig te krijgen. Maar positieve gevoelens bij mensen opwekken is vrij eenvoudig.

 

De drie psychologen maken in hun meta-analyse overigens met opzet geen sterk onderscheid tussen positieve gevoelens (momenten van blijheid,vrolijkheid) en geluk (algemene, duurzame tevredenheid met het leven). Dat heeft met hun definitie van geluk te maken: het frequent ervaren van positieve gevoelens. Deze definitie is gebaseerd op eerder onderzoek van Diener, die aantoonde dat mensen die meestal meer positieve dan negatievegevoelens ervaren, het gelukkigst zijn. De intensiteit van de positievegevoelens hing niet samen met geluk. Piek-ervaringen zijn zeldzaam, zei Diener, maar ze kunnen zelfs geluksondermijnend zijn, want in vergelijkingmet intense extase voelt een beetje blijheid al niet zo goed meer. Echt geluk is dus kalm, gelijkmatig geluk: je vaak, niet extreem maar gewoonlekker, goed voelen.

 

Er zijn talloze manieren om mensen zich in een experiment eventjes goed(of slecht) te laten voelen. Muziek wordt vaak gebruikt, iets opgewekts van Mozart bijvoorbeeld, terwijl de slecht-humeurcontrolegroep moet luisteren naar Mahler of Tsjaikovski. Grappige tekenfilms werken ook goed - de controlegroep kijkt dan naar het moment dat Bambi net zijn moeder kwijt is, of naar Sophie's Choice - evenals gefingeerde feedback op allerlei testjes(u heeft deze intelligentietest opvallend goed/slecht gemaakt!'). Soms laten psychologen mensen zich prettige gebeurtenissen herinneren, geven ze hun een compliment, snoep of een klein cadeautje, laten ze hen een muntstukvinden, of doen ze iets met geur, licht of warmte wat mensen tijdelijk blijmaakt.

 

Die positieve gevoelens hebben gevolgen voor de manier waarop mensen zich gedragen, aldus Lyubomirsky en haar collega's. Mensen worden er socialer van, ze praten gemakkelijker met vreemden. Die vinden hen ook aardiger dan mensen in een neutrale' bui; het idee dat vrolijkheid irritant is, blijkt dus ook niet te kloppen. Mensen die in een positief humeur gebracht zijn, worden ook constructiever in ruzies en situaties met belangenverschillen: niet alleen zijn ze minder agressief en meer geneigd tot samenwerken, ze zijn ook minder geneigd om conflicten te vermijden. Ze zijn behulpzamer, geven meer geld aan bedelaars en goede doelen, en zijn bijvoorbeeld meer geneigd om zich als bloeddonor op te geven. Allemaal eigenschappen, aldus de psychologen, die promoten dat iemand goed is in relaties, zowel privť als op het werk. Verder kunnen vrolijke mensen meer pijn hebben (psychologen meten dat bijvoorbeeld graag door proefpersonen hun hand in een bak ijswater te laten hangen en te zien hoe lang die dat volhouden), en hun bloeddruk stijgt minder snel in stresssituaties.

 

meer overzicht

Denken blije mensen nu oppervlakkiger en kritieklozer na? Dat is volgensde psychologen niet helemaal waar. Vrolijke mensen blijken met originelere oplossingen voor problemen te komen en flexibeler te zijn dan mensen in een neutrale of negatieve bui. Mensen in een goede stemming denken sneller na en nemen sneller beslissingen. Weliswaar vertrouwen ze daarbij meer op stereotiepe ideeŽn en op kennis die ze al hadden, maar als ze beseffen dat ze iets belangrijks aan het doen zijn, worden ze meteen zorgvuldiger. Het idee dat depressieve mensen de wereld realistischer waarnemen, wordt in sommige onderzoeken ondersteund. Sombere mensen werken trager en letten meer op details, dus als in een onderzoek onverwacht naar details wordt gevraagd, presteren sombere types beter dan vrolijke mensen. Maar vrolijke mensen hebben meer overzicht en meer inzicht in verbanden, dus die nemende wereld-als-geheel realistischer waar.

 

Deze verschillen in denkpatronen raken aan de kern van het nut van positieve en negatieve emoties. Dat zijn, volgens de meest recente inzichten, kwalitatief verschillende verschijnselen. Het is niet zo dat je goed voelen gelijk staat aan het ontbreken van negatieve gevoelens of omgekeerd. Positieve en negatieve gevoelens worden in verschillende gebieden van de hersenen verwerkt. Volgens Lyubomirsky en collega's hebben positieve en negatieve gevoelens verschillende signaalfuncties. Negatieve gevoelens zijn het psychische equivalent van pijn: ze geven aan dat er iets mis is. Daarom vertrouwen mensen in een slechte bui ook niet op stereotypeen oude manieren van probleemoplossen, aldus de psychologen: kennelijk is er iets fout, dat speciale aandacht behoeft.

 

Positieve gevoelens daarentegen geven aan: alles gaat goed. Dat geeft mensen in een goede bui de gelegenheid om zich vanuit die veilige positiete ontwikkelen, creatief te zijn, nieuwe vaardigheden te leren, nieuwe sociale relaties aan te gaan, of juist uit te rusten en nieuwe krachten op te doen. Dat is niet lui, maar functioneel. Barbara Fredrickson van deUniversiteit van Michigan noemde dat (in American Psychologist, 2001) het broaden-and-build'-model: positieve emoties helpen het gedragsrepertoirevan mensen uit te breiden. Mensen die zich vaak goed voelen - die gelukkigzijn, dus - bouwen op die manier meer psychische weerstand' op. Ze kunnen meer, hebben meer vrienden, zijn gezonder en kunnen hun opgebouwde reserves allemaal inzetten zodra dat nodig is. Gelukkige mensen kunnen namelijk ook snel switchen naar een meer waakzame modus.

 

Daarom leidt blij zijn ook tot succes en gezondheid, aldus Lyubomirskyen haar collega's, en is vrolijkheid niet alleen een gevolg ervan. Ze plaatsen wel een paar kanttekeningen bij deze happy-go-lucky'-theorie. Blij zijn is niet de enige manier om succes te krijgen, het helpt ook als je intelligent bent en uit een zowel in sociaal als materieel opzicht goede omgeving komt. En er zijn beroepen waarin licht sombere mensen beter presteren - de psychologen noemen het bewaken van de veiligheid in een kerncentrale. Maar over het algemeen kun je je niet vaak genoeg goedvoelen, zo lijkt het.

 

Hoewel? Mensen moeten veel vaker positieve dan negatieve emoties ervaren om gelukkig te zijn. Dat heeft te maken met de alarmfunctie van negatieve gevoelens in een wereld waarin de meeste alledaagse dingen gewoon goedgaan. Zo schreef Fredrickson in het oktobernummer van American Psychologistdat mensen pas tot bloei komen als ze ongeveer drie keer zoveel positieve als negatieve gevoelens hebben en toonde relatiepsycholoog John Gottman aandat er in een goed huwelijk minstens vijf keer zoveel positieve alsnegatieve interacties tussen de partners plaatsvinden.

 

Maar er lijkt een bovengrens te zijn aan al dat geluk. Extreem blije mensen lijken soms net wat minder goed te presteren dan gematigd gelukkigemensen, en juist op die extreem blije mensen wordt ook vaak neergekeken door hun omgeving. Zelfs gelukkig zijn is dus iets waarbij je maat moet weten te houden.

 


zet jezelf op een positief dieet
Blij en gelukkig zijn mag dan goed zijn voor de gezondheid, tot succesleiden, je kans op een goede relatie vergoten en een gunstige invloedhebben op relaties met vrienden, collega's en mensen in het algemeen, maar hoe wordt je gelukkig als je het niet bent?
Voor ongeveer vijftig procent ligt het individuele geluksniveau van de mens vast, schreef Sonja Lyubomirsky eerder dit jaar in Review of GeneralPsychology. Uit tweelingonderzoek blijkt dat dit persoonlijke geluks-setpoint' grotendeels genetisch is bepaald.
Omstandigheden, zoals het werk dat je hebt, in wat voor huis je woont of het geld dat je op de bank hebt, dragen voor ongeveer tien procent bij aan het geluk. Voor veertig procent wordt geluk bepaald door wat iemand er zelf aan doet.
Daarbij gaat het volgens Lyubomirsky niet om het najagen van zaken als beter werk, betere woonomstandigheden, meer bezittingen, want daar wennen mensen toch weer snel aan zodra ze die bereikt hebben. Geluk is wel tevinden in doelbewuste activiteit', lichamelijk of geestelijk: sporten, andere mensen helpen, haalbare doelen stellen die je belangrijk vindt voorjezelf en niet omdat het moet', en jezelf een wbril opzetten. Onder dat laatste vallen soft'-ogende zelfhulpinterventies als jezelf leren vergevingsgezind en dankbaar te zijn, je zegeningen tellen, en bewust genieten van de dingen die je goed kunt en van de prettige dingen die je overkomen.
Ironisch genoeg doen gelukkige mensen die dingen van nature al. Mensen bij wie het persoonlijke geluksniveau niet zo hoog is afgesteld, of bij wie de omstandigheden tegen zitten, zullen meer hun best moeten doen om vrolijkte worden of te blijven. Lyubomirsky vergelijkt de neiging tot somberheid met de neiging tot dik worden: wie er aanleg voor heeft, moet zichzelf opeen positief dieet' leren zetten.

 

Bron: NRC 24 december 2005


Posted: 21:31, 28/12/2005
Comments (1) | Add Comment | Link

Pijn kan worden weggedacht

ROTTERDAM, 13 DEC.  PatiŽnten die al jaren last hebben van pijn, kunnen die pijn wegdenken. Als ze in een MRI-scanner liggen en ze zelf direct zien hoe het gesteld is met een hersengebied dat betrokken is bij pijnwaarneming, kunnen ze de activiteit in dat gebied beÔnvloeden. Na enkele trainingssessies vermindert de pijn met ruim zestig procent.

 

Het onderzoek van hersenonderzoekers van de universiteiten van Stanford (CaliforniŽ) en Cambridge is het eerste waarin de nieuwe MRI-techniek is uitgeprobeerd bij patiŽnten. Met slechts enkele seconden vertraging konden zij zien wat de activiteit is van een hersengebied. Het experiment werd gisteren gepubliceerd op de website van het Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

 

Het idee dat ziektes aangepakt kunnen worden door gedachtekracht, zogenaamde neurofeedback, bestaat al sinds de jaren zeventig. Bij die therapieŽn zien patiŽnten (met bijvoorbeeld migraine of ADHD) hun algemene hersenactiviteit via een hersenfilmpje (EEG), zodat ze die activiteit kunnen beÔnvloeden. Aan het nut ervan wordt getwijfeld; onderzoekers vinden de kwaliteit van de studies vaak onvoldoende.

 

De PNAS-studie was zodanig opgezet dat de vermindering van de pijn direct in verband kon worden gebracht met het waarnemen van de eigen hersenactiviteit. Bij proefpersonen die andermans hersenactiviteit kregen voorgeschoteld, werkte de techniek niet. Ook het tonen van een ander hersengebied in de eigen hersenen, dat niet met pijn te maken had, was zinloos. De patiŽnten hadden allen al minstens drieŽnhalf jaar last van pijn.

 

Het hersengebied dat de patiŽnten te zien kregen, de `rostrale anteriore cingulate cortex', is eerder in verband gebracht met het placebo-effect. Met de MRI-techniek kunnen patiŽnten dat effect mogelijk trainen, menen de hersenonderzoekers.

 

Bron: NRC 13 december 2005


Posted: 21:21, 28/12/2005
Comments (0) | Add Comment | Link

Spiritualiteit welkom op werk

Werk en spiritualiteit gaan niet samen. Althans, dat was lange tijd de heersende opvatting. Nu de babyboomers op leeftijd raken en zich zorgen maken over zingevingsvraagstukken is spiritualiteitniet langer een ongenode gast.

 

Een van de grootste conferenties over 'bedrijfsspiritualiteit' die jaarlijks in Mexico wordt gehouden, zag de afgelopen drie jaar het aantal deelnemers vervijfvoudigen. Opvallend is ook dat de conferentiegangers niet langer meer alleen uit de Verenigde staten komen. Ook Canada en Europa, met name Groot-BrittanniŽ, zijn goed vertegenwoordigd.

Eťn van de sprekers Ed Quinn van consultancybureau InnerWork, een bureau dat vanuit een spirituele gedachte werkt, meent dat veranderingen en prestatieverbeteringen niet kunnen worden gerealiseerd zonder eerst te kijken naar het lichaam, de geest en emoties van het individu. Quinn stelde bij een Frans chemieconcern high-performance teams samen. Het bedrijf had vijf jaar lang alleen maar marktaandeel verloren en er was sprake van een slechte werksfeer, beschuldigingen over een weer, alleen maar interesse in de eigen werkzaamheden, angst en gebrek aan eerlijkheid. Het product was net zo goed als dat van de concurrentie, de prijs vergelijkbaar. De oplossing was een human-potential oplossing. Je kunt het spiritueel noemen, of goed zaken doen. De nieuwe aanpak van de teams moest uiteindelijk leiden tot vergroting van het marktaandeel. De teams werkten aan verbetering van de samenwerking en vergroting van het vertrouwen in elkaar. De communicatie was open en men was niet bang verantwoordelijkheden te nemen. De teams toonden deze houding later ook naar de klanten. Binnen negen maanden noteerde het concern een onverwachte winststijging van twintig procent.

 


Posted: 22:21, 13/12/2005
Comments (0) | Add Comment | Link

Van A naar ergens

Titus Brandsma Lezing over spiritualiteit en leiderschap

(Erasmusplein 14(2003), nr. 3)


Op 27 juni hield prof.drs. J. Wessel Ganzevoort de elfde Titus Brandsma Lezing. Wessel Ganzevoort is hoogleraar Organisatiedynamiek en -innovatie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn werkterreinen zijn strategie, leiderschap, topstructuur en organisatieontwerp vanuit een humaan perspectief. Het thema van zijn lezing was: 'een verkenning van de betekenis van spiritualiteit voor leiderschap in organisaties'.

Wessel Ganzevoort begon zijn lezing met de waarneming dat, ondanks de teloorgang van de grote verhalen, niet alleen de belangstelling voor spiritualiteit is toegenomen, maar ook die voor leiderschap. Zijn beschrijving van de vele verschijningsvormen van spiritualiteit kenmerkte zich door een grote mate van 'oordeelloosheid'. In de aandacht voor leiderschap is een verschuiving constateerbaar van management naar leiderschap. Er is een grotere aandacht gekomen voor het 'onbestuurbare' in organisaties, voor het sociale netwerk dat een organisatie is en voor de menselijke aspecten in een organisatie. Voor de benadering die Wessel Ganzevoort voorstaat is het werk van A.H. Almaas een grote inspiratiebron. A.H. Almaas, pseudoniem voor A. Hameed Ali, groeide op in een traditionele moslimfamilie in Koeweit, kwam naar Amerika voor een academische studie fysica, stapte over op psychologie en verdiepte zich in diverse spirituele tradities. Fundamenteel in zijn werk is het onderscheid tussen essentie en vorm. Op het niveau van individuele personen is essentie datgene wat de mens echt is, de mens zoals hij aan zichzelf geschonken is en zoals hij zich mag ontvouwen. Vorm is de manifestatie hiervan in gedrag.
Ook organisaties hebben essentie en vorm. Dit onderscheid is vooral van belang als het gaat om veranderingsprocessen in organisaties. De meeste veranderingen betreffen de vorm. Deze veranderingen zijn toekomstgericht; ze gaan van a naar b, waarbij b de gewenste situatie is die als een helder en haalbaar doel kan worden omschreven. Veranderingen in de essentie van een organisatie hebben een ander karakter. Ze gaan van A naar ergens. Deze processen zijn minder stuurbaar omdat ze samenhangen met de 'ziel' van een organisatie en daarmee ook met de geschiedenis ervan en met de bestemming of roeping. Het gaat nu om de functie van een organisatie in haar omgeving en niet om veranderingen op het niveau van producten en diensten. In onze westerse samenleving zijn we niet gewend te letten op de essentiŽle kenmerken van een organisatie. Doelmatigheid, efficiŽntie en beheersbaarheid zijn de vormaspecten die meestal meer aandacht krijgen.

Levend organisme

Als alternatief voor het industriŽle model stelt Wessel Ganzevoort een lerende en levende organisatie voor. Hierin is er niet alleen aandacht voor de doelen die gehaald moeten worden, maar ook aandacht voor de bestemming en de roeping van de organisatie. Een organisatie moet niet opgevat worden als een gesloten systeem, maar als een levend organisme, waarvan de grenzen vloeiend zijn. Belangrijk is dat er ruimte is voor individuele en collectieve reĢectie op de essentiŽle aspecten. Duidelijk wordt waar de organisatie voor staat en wat de afzonderlijke bijdragen van de deelnemers kunnen zijn.
Leiders van een dergelijke organisatie geven aandacht aan deze 'ziel'. Ze geven aandacht aan de waarden die een organisatie uitdraagt, meer dan aan de normen die gehaald moeten worden. Er is ruimte voor vrijheid en voor autonomie van de medewerkers. De leiders organiseren het leerproces van de organisatie door adequate feedback. Ze hebben eerbied en respect voor wie iemand in essentie is, en ze letten daarbij niet alleen op de vormaspecten van de organisatie. De veiligheid die daardoor gecreŽerd wordt, is een conditie voor een lerende organisatie.
Om op deze manier leiding te kunnen geven is het nodig om zelf een persoonlijk ontwikkelingsproces te hebben doorgemaakt. Leiderschap is daarbij niet voorbehouden aan een bepaald type van mensen. Belangrijk is dat mensen hebben geleerd te accepteren wat is en te vertrouwen dat het anders kan worden. Deze aandacht voor de essentie leidt vaak tot verandering van de vorm.
De lezing van Wessel Ganzevoort is in boekvorm uitgegeven en verkrijgbaar in de boekhandel.

TBI/hw


Posted: 16:34, 13/12/2005
Comments (1) | Add Comment | Link

Startlog

Welkom op mijn weblog. Even een paar regels over deze Weblog. Ik heb eerder ervaringen gehad waar ik heel blij mee was (en nog ben) en het idee kwam op om iets te starten op internet om ervaringen te kunnen delen met vrienden. Het doel is om te delen, te steunen en ook om een netwerk op te zetten. Nou, vandaag dus de eerste stap gezet en de log geopend. Ik ga met regelmaat items plaatsen en kijk welke reacties er komen. Mogelijk komen er aanvullingen, ervaringen van jullie bij. Misschien wel discussie, graag zelfs, want groei ontstaat door tegenstellingen en spanning. Ik ben benieuwd en sta natuurlijk open voor jullie suggesties. 

 

Groet,

Rob

  

 


Posted: 02:00, 5/12/2005
Comments (6) | Add Comment | Link

Hosting door HQ ICT Systeembeheer