Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

la carbonara

21/11/2007 - Haagse Bluf

De begroting van Jeugd en Gezin zou worden behandeld in de Tweede Kamer en ik mocht er naartoe. Voor de algemene journalistieke educatie, voor het idee dat ik ook eens echt daar was geweest waar ik al drie maanden vanuit het raam op uitkijk, maar ook omdat iemand het debat nu eenmaal moest volgen.


De dag ervoor zou het CDA nog even snel met een nieuw plan komen. Als je het plan wil zien, moet je bij Justitie zijn, vertelde een Kamerlid me de week ervoor. Toch nog even dubbel checken, dacht ik. Je weet het maar nooit. Een telefoontje naar de fractie. Weer vertelde iemand: je moet bij Justitie zijn.

    Zo spoedde ik me op aanwijzingen van mijn redactie 's middags naar Justitie, ofwel het ministerie van Justitie, nog geen tien minuten van de GPD vandaan. Even later keken twee vriendelijke bewakers me vragend aan. ,,Weet je zeker dat je hier moet zijn? We hebben ook nog een ander gebouw hoor.'' Hoezo ander gebouw? Heeft Justitie die dan?

    Een telefoontje of acht later, bleek dat ik ook niet in het andere gebouw moest zijn. Waar dan wel? Tien minuten later rende ik hijgend de zij-ingang van de Tweede Kamer binnen. Weer tien minuten later stond aan een andere kant van de Kamer. Na vijf minuten wachten werd ik opgehaald zodat ik vijfentwintig minuten te laat in een kamertje bovenin het gebouw arriveerde.

    Ik had een zaal verwacht vol met journalisten. Het zou vast niet opvallen als ik te laat binnen zou komen, stelde ik mezelf gerust. Ook het CDA had een zaal vol journalisten verwacht, zag ik aan de stapel mapjes met CDA-plannen. In plaats daarvan stapte ik een oude, holle zaal binnen met aan één lange tafel een stuk of vijf CDA'ers en welgeteld één andere journalist. De voltallige CDA-groep keek me half grijnzend, half geïrriteerd aan.

    ,,Sorry, sorry, duizend maal excuses'', stamelde ik met een rood hoofd van schaamte. ,,Ik dacht dat ik bij Justitie moest zijn, vandaar dat ik zo laat ben. Een lach ging door de holle zaal. Alle pretogen waren op mij gericht.,,Justitie?'' grijnsde een van de hoofden aan tafel. ,,Je bent nu in de oude JUSTITIEafdeling in de Tweede Kamer.''

    Of ik nog vragen had over het plan. Vragen? Ik was welgeteld drie minuten in de kamer en had amper de kans gehad om het plan in te kijken. Ik zag maar één oplossing. Naast een genante binnenkomst kon ik het me niet meer permitteren om geen intelligente vragen te stellen.

    En dus deed ik alsof ik alles wist van het plan. Wierp me op als volleerd kenner van het onderwerp 'pleegzorg'. Door te bluffen redde ik me uit mijn onplezierige situatie. Het leek alsof niemand me doorhad. In ogenschouw genomen dat ik hoogstwaarschijnlijk niet de enige in de kamer was met een beetje Haagse bluf.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/11/2007 - Mosterd-na-de-maaltijd-serveerster

Een kort weekje. Woensdag zou al de laatste werkdag van de week zijn. Donderdag was immers stageterugkomdag in Groningen. Ik had gevraagd of ik vrijdag thuis mocht werken, maar de chef zei dat ik ook best een dagje vrij mocht.

 

Bijna was het weekje nog korter geweest. Ik ben nooit ziek, maar dinsdag bleek die zekerheid voor de tweede keer deze stageperiode niet op te gaan. De ochtend begon goed, maar een portie kibbeling, een oliebol en een peer later veranderden mijn middag in eentje waarin ik steeds van bureau naar wc sjeesde, om uiteindelijk kronkelend van kramp en misselijkheid in mijn bed te belanden.

Woensdag toch maar aan het werk. Woensdagavond een ellendige reis naar Groningen; zelfs de borrel in de Pintelier overgeslagen en wie het afgelopen journalistieke jaar heeft meegemaakt, weet dat dat niet niks is.

Donderdag bleek dat mijn weekje toch niet zo kort ging zijn als ik had gedacht. Mijn oorspronkelijke intentie om thuis te werken werd door de chef in ere hersteld en dus zat ik vrijdag in de bus voor een reportage over branden in 't Zandt.

Ik had geen flauw idee dat ongeveer heel Nederland al in 't Zandt was geweest. Had één uitgebreid verhaal gelezen in de Telegraaf maar dat was het wel. Vol goede moed belde ik aan bij verschillende bewoners van het dorp. Even later zat ik op de bank bij een vrouw en haar dochter die uitgebreid mijn vragen beantwoordden. Na een kwartier kwam haar man binnen. ,,Ben jij nu aan de beurt?'', grijnsde hij. ,,Gister was SBS er nog.''

Idem dito bij mijn volgende bewoner. Ook hij was de dag ervoor al geïnterviewd door andere media. Mij bekroop steeds meer het gevoel dat 't Zandt mij zag als de serveerster van de mosterd na de maaltijd.

Maar het viel mee. Als het al mosterd was, dan was het in ieder geval een goede Doesburgsche mosterd. Mijn verhaal kreeg een hele andere insteek dan 'die van de rest' en er daarom prima mee door. Bijna een week later kwam er een verhaal van een van de GPD-kranten bij ons binnen. Een feature over de branden in 't Zandt. Gelukkig hoefde ik me helemáál geen zorgen meer te maken.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

17/10/2007 - Joop en de homohaters

 Wat ik wel niet dacht, brieste ene Joop maandag aan de andere kant van de telefoon. Joop was één van de homo's die bij de zelfverdedigingscursus van de week ervoor was geweest, op de foto was gezet en vervolgens in schop-pose boven het artikel in Het Parool was geplaatst. ,,Walgelijk'', piepte hij op zijn homo's. ,,Je hebt weer alle stereotypen bevestigd.''


    In het artikel over de zelfverdediging had ik het gedrag van een aantal sportende mannen beschreven. De homo-voorzitter van de sportvereniging wees me tijdens de lessen steeds op alle maniertjes van de cursisten. Enkele maniertjes die ik daar zag, haalde ik ook aan in de reportage. Tussendoor liet ik de trainer aan het woord die vertelde over de noodzaak van de cursus. ,,De agressie tegen homo's neemt toe en met deze cursus hoop ik dat ze weerbaarder worden'', vertelde hij.

    Een stukje beeld van de homo's, afgewisseld met quotes. Het was een prima stuk. Ook de homo bij ons op redactie had er niks op aan te merken. Alleen Joop wel. Joop was op zijn teentjes getrapt, sterker nog, Joop zijn 'mannelijkheid' was gekrenkt. Toen ik later de foto bij het stuk terug zag en Joop me vanaf het krantenpapier toegrijnsde, begreep ik het. Joop was iemand op wie alle vooroordelen precies van toepassing waren en hij kon er niet tegen dat dat steeds bevestigd werd.

    Het is net als met racisme. Ik geloof best dat sommige mensen racistisch benaderd worden, maar het gebeurt ook vaak genoeg dat de persoon in kwestie overal iets achter zoekt. In alles iets ziet dat er niet is. Met homo's als Joop is het net zo. Joop is waarschijnlijk gewend dat hij negatief wordt benaderd en als iemand dan in een pro-homo artikel – want zo zag ik het - een klein stukje schrijft over het gedrag van een typische homo homo, dan is dat 'walgelijk'.

   Arme Joop. Joop gaat het nog moeilijk krijgen als hij zo blijft doorgaan. In je eentje vechten tegen mensen die heus niet altijd tegen je zijn, is niet makkelijk, dat begrijp ik best. Ja, Joop moet gewoon nog even verder trainen. Een beetje spierballen kweken, want in zijn eentje tegen de rest van de wereld wordt het nog een zware strijd.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

17/10/2007 - Als de chef van huis is...

Of ik een artikeltje wilde schrijven over alcoholverkoop in avondwinkels. De chef vertelde dat zijn minderjarige dochter regelmatig sterke drank koopt in een nachtsuper. Hartstikke fout van zo'n zaak. Dubbel verkeerd zelfs want sterke drank verkopen mogen ze niet en aan minderjarigen al helemaal niet.


Mijn eerste taak als undercover-journalist. Om half negen op donderdagavond stapte ik op mijn fiets om de avondwinkels hoogstpersoonlijk aan een onderzoek te onderwerpen. Ik had een hele route uitgestippeld en gewapend met de kaart van Den Haag – ik had er niet bij nagedacht dat zo'n plattegrond in het donker niet heel goed meer te lezen is - ging ik op pad.

    Dat ik grandioos de weg kwijt raakte deed er niet toe. Op de bonnefooi fietste ik door donkere straten en steegjes en stapte af als ik weer een avondwinkel in het vizier kreeg. Bij winkel één was het raak. Stoer ging ik voor de schappen wijn staan. (Alle avondwinkels verkopen wijn, bier en port, maar dat mag.) Op de fiets had ik de scène al gerepeteerd: Een vriend van me heeft opeens besloten toch een verjaardagsfeest te geven. Ja, ik heb hem in de kroeg leren kennen toen we allebei ontzettend dronken waren geworden van de wodka. Eigenlijk zou ik hem dus graag een fles sterke drank geven. Heeft u dat wel?

    Maar deze uitleg was nergens voor nodig. In plaats daarvan liep ik op de baas van de winkel af en vroeg of hij niet 'iets sterkers had dan alleen maar wijn'. Met een grote grijns keek de dikbuikige man me aan. ''Wat wil je hebben?'' ''Kijk maar even op deze lijst'', zei hij terwijl hij me een lange lijst met zowel bekende als onbekende dranken overhandigde. ''Ik heb het wel, maar wel uit de toverdoos he?!''

    Ik moest mijn best doen om niet meteen een gat in de lucht te springen. Ik had niet verwacht dat het zo makkelijk zou gaan. Bij vijf andere winkels die ik bezocht was het net zo makkelijk. Een ervan was 'helaas uitverkocht', een andere kon het wel doen, maar alleen op bestelling. Dat deed hij ook maar eigenlijk alleen 'voor die meisjes van hierachter'.

    Het liefst had ik nog een minderjarige op pad gestuurd of het voor haar net zo makkelijk was om aan sterke drank te komen, maar bij gebrek aan beschikbare zestienjarige vriendinnetjes of hanggroepjongeren op straat, viel dat element weg. Maar hij was er: mijn eerste scoop. Kamerleden waren ontzet, de Voedsel en Warenautoriteit geschokt dat het überhaupt gebeurde. Dinsdag was de politiek zelfs zover om er Kamervragen over te stellen. Tijd voor een follow-up.

    Het ging zo goed, maar na vijf weken lof was het tijd voor kritiek. Het werd een week van pieken en dalen.

    Zodra de chef er niet is, gaat het mis is inmiddels de ervaring. Niet dat hij de hele tijd mijn handje vasthoudt om mij door m'n stage te slepen, maar zodra de chef van huis is, dansen de verschillende meningen op tafel, kan je wel zeggen. Deze week gebeurde dat al twee keer.

    Van alle kanten krijg ik verschillende dingen te horen. Collega x vertelt me hoe ik mijn stuk moet aanpakken. Dat is meestal anders dan hoe de chef het wil, maar afijn, ik pas me aan. Bij gebrek aan collega x kijkt collega y het na. Die vindt het wel prima, of niet, en dan verandert hij her en der nog een zinnetje. Vervolgens gaat het naar de eindredactie die dan vindt dat ik het het onderwerp precies verkeerd heb aangepakt.

    Mijn follow-up van een onderzoek naar de belabberde leesvaardigheden van mbo'ers, werd compleet omgebouwd. Eind aan het begin. Begin naar het midden en het midden naar het eind. Want ja, zo leek het nog te veel op dat wat de Volkskrant ook al had geschreven. Dat was precies de reden waarom ik die ochtend nog had gevraagd of dat wat de krant had geschreven nog steeds de nieuwsaanleiding was en dus in de eerste alinea moest staan.

    Een analyse over Plasterk en de seksualisering van de samenleving ketste af bij de eindredactie terwijl de chef het stuk had goedgekeurd. Mijn reportage over een zelfverdedigingscursus werd juist weer geweldig gevonden. ''Het was zo grappig'', zei de eindredactie. Ik had hun hele dag goedgemaakt.

    De maandag erna kwam de chef met een eindredacteur naar me toe met de vraag waarom ik in het nieuwsbericht van vrijdag niet was begonnen met de reactie van een hoogleraar die ik had geïnterviewd. Helaas was het een van de andere eindredacteuren geweest die me juist die vrijdag had verteld dat ik vooral níet met de hoogleraar moest beginnen. Dat was namelijk saai.

Een kritisch weekje, maar tegelijk ook heel leerzaam. De grootste les die ik die week had geleerd, les vijf van de journalistiek: je eigen ideeën zijn soms zo gek nog niet.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

4/10/2007 - Domme-uitspraken-behoeder

 In een statig huis aan de Amsterdamse gracht zat Jacob Gelt Dekker met gekruiste benen op zijn met fluweel bedekte stoel. Alsof ik in Paleis het Loo rondliep, zo zag het huis eruit. Alleen de rode kabel die bezoekers ervan moet weerhouden een kamer binnen te stappen, ontbrak.

 

Zijn manager of assistent vervulde de rol van stylist en domme-uitspraakbehoeder. Gelt Dekker verscheen in eerste instantie in een kakikleurige broek, blouse en jas. Hij moest maar even iets anders aan gaan trekken meende de manager. Zo was het iets te veel 'safari'.

    Even later verscheen de weldoener weer. Zijn kaki-outfit had hij ingeruild voor een rafelige spijkerbroek met witte bloes. De stylist probeerde uit alle macht krullende punten in het kraagje van de blouse te kneden. Haar goed, kraag goed? Klaar voor de foto. Alleen het middelste knoopje werd over het hoofd gezien.

    Meneer de manager werd wat nerveus. Het hele interview was soepeltjes verlopen, alleen nu kwam opeens Rita Verdonk ter sprake. Verdonk, oei, leek hij te denken. Plotseling stoof hij uit zijn stoel. Gelt Dekker had zojuist een uitspraak van Rutte als fascistisch bestempeld? ,,Ho ho, dat kan je toch niet zomaar zeggen? Daar moeten we het zo maar even over hebben'', knikte hij verschrikt in de richting van de twee interviewers. Gelt Dekker keek hem aan alsof zijn manager alias stylist alias domme-uitspraak-behoeder compleet geschift was. ,,Hoezo dat kan ik niet zeggen? Ik zeg niet dat hij een fascist is, maar dat wat hij zegt.''

     Ik werkte het interview uit volgens de regels van de journalistiek. De eerste keer dat je een persoon aanhaalt in je artikel noem je zijn volledige naam. Vervolgens volstaat het alleen de achternaam te gebruiken. Jacob Gelt Dekker werd dus in de rest van het stuk Gelt Dekker genoemd. De volgende dag, toen het stuk door de eindredactie was nagekeken en was doorgestuurd naar de kranten, was Gelt verdwenen. Gelt Dekker heette nu slechts Dekker.

    ,,Vraag maar aan de eindredactie'', zei mijn chef. ,,Het lijkt mij raar dat je iemands achternaam mag halveren.'' Dat leek mij ook nogal vreemd. Ik ken twee voorbeelden van mensen met een dubbele of driedubbele achternaam. Als zij hun naam al afkorten, dan laten ze het laatste gedeelte weg en niet het eerste. Dus ik confronteerde de eindredacteur in kwestie met mijn vraag. Mag dat zomaar? Vijf minuten later zat ik overrompeld weer op mijn stoel. Meneer de eindredacteur stelde mijn vraag niet op prijs. Daar had hij het gisteren uitgebreid met mijn co-auteur over gehad. En dat gesprek had ik aan de andere kant van de redactiezaal toch makkelijk moeten kunnen horen. Een domme-uitsprakenbehoeder op de redactie zou geen slechte investering zijn.

    Het hoofd van de stukken-verbouw-redactie gaf me even later groot gelijk. Net als mijn chef die enigszins verontwaardigd om opheldering ging vragen bij de eindredacteur. Maar er was niks meer aan te doen. Ik was vastberaden om de man om de oren te slaan met geschreven regels als: laat de naam van een persoon zoals deze is. Waag het niet om iemand zijn naam in te korten, anders zwaait er wat. Ik doorzocht alle mogelijke schrijf-en stijlboeken, maar tevergeefs. Er bestaan geen regels voor, dus wie had er uiteindelijk gelijk? Enig voordeel was dat er nu tenminste discussie over was. Les vier van de journalistiek: Accepteer niet alles van de eindredactie, dan doen ze ook niet van jou.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

27/9/2007 - Luyendijk op de werkvloer

BN/De Stem eindigde een van mijn stukken met: 'Manegehouder Bönnen maakt soms ook één van zijn paarden af. “Ik sla ze liever zelf een pin door het hoofd.”' Ooit was de laatste zin van dat artikel anders. Toen stond daar nóg een klein zinnetje: “Dat is een rot klus, maar daar kan ik tenminste mee leven.”

Door dat ene zinnetje, of liever, door het weglaten van dat ene zinnetje was Bönnen in één klap getransformeerd van aardige paardeneigenaar tot dierenbeul. Nog een voorbeeld: Ik schreef een artikel over een nieuwe trend van computerspelletjes voor baby's. Daar moest een foto bij. Liefst een schattig klein kaal koppetje met van die rozige knuistjes achter een pc waarop het spel te zien was.

    Het eerste was vrij makkelijk te regelen. Even zoeken op sites met auteursrechtvrije foto's en de baby met laptop was binnen. Ook het spelletje had ik al enkele malen voorbij zien komen en zelfs al uitgebreid aan een test onderworpen dus beeldmateriaal daarvan was ook niet lastig te verkrijgen. Maar dan?

    Bij gebrek aan baby's besloot de beeldredactie zelf wat te gaan 'klussen'. In mum van tijd verscheen er de schattige baby mét roze knuistjes én voor een beeldscherm met daarop kleurrijke visjes van het nieuwe spelletje. Netjes hadden ze erbij gezet: van de GPD én van site x. In de krant stond de volgende dag: foto: GPD.

    Het gebeurt voordat je er erg in hebt. Een collega leest je stuk, vindt dat het op een andere manier net ietsje beter loopt. Verandert her en der wat zinnetjes, hier en daar een quoteje en stuurt het door naar de eindredactie. Deze, op haar beurt, vindt dat er nog iets aan schort, past weer een beetje aan en mailt het dan naar de kranten die zelf ook weer wat kunnen aanpassen. Tja, als ze maar ruimte hebben voor tien regels en het stuk heeft er vijftien, dan moeten er toch echt vijf af óf tien dusdanig ingekort dat het ongeveer, bijna op hetzelfde neerkomt als dat wat er in eerste instantie stond.

    Voordat je stuk dus uiteindelijk in de krant staat, zijn er al minstens vier paar ogen en handen overheen gegaan om te kijken of dat wat je hebt opgeschreven wel goed is. Daarmee is de kans dat er iets aan je nauwkeurig opgeschreven tekst veranderd is, ook minstens met factor vier gegroeid. En dan kan je zelf nog zo zorgvuldig zijn geweest met citeren.

    In Het zijn net mensen beschreef Joris Luyendijk al hoe buitenlandverslaggeving nooit objectief kan zijn. Hoe je als buitenstaander een totaal ander beeld krijgt van de werkelijkheid dan hoe deze echt is, en hoe een groot gedeelte van het verslaggeven puur toneelspel is.

    In werkelijkheid is het hier in Nederland zelf niet anders gesteld met de waarheid. Luyendijk waart rond op de werkvloer van de eigen redactie en op de redactie van alle andere media. Samen vormen zij de hand van de vervorming, van de werkelijkheid, want hoe zíj het willen, zo ís het ook.

    Toegegeven: Het begint al bij jezelf, want zo leren we, pure objectiviteit bestaat niet omdat de verslaggever zelf al bepaalt wat hij wel en niet vertelt. Het blijft alleen jammer wanneer ook het ethisch streven van de journalist om wel de waarheid te benaderen, wordt ondermijnd door de macht van het journalistieke proces die alles naar zijn hand kan zetten.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

18/9/2007 - Monday Monday

Maandag. De dag waarop er een stuk werd gepubliceerd waar ik een minieme bijdrage aan had geleverd. Het verhaal van de dag. Welgeteld één quoteje kon op mijn conto geschreven worden. Desalniettemin, mijn naam stond boven het artikel. “Dat hoeft toch niet”, zei ik die vrijdag ervoor al tegen de hoofdauteur. “Het is jouw stuk.” Maar hij wilde er niks van weten. “Jij hebt hier toch ook aan bijgedragen.”


Maandag. De dag waarop de telefoon roodgloeiend stond. Iemand was boos. Heel boos en eiste een rectificatie naar aanleiding van 'ons' stuk. Die kwam er ook. Niet door het ene quoteje. Dat moest er nog eens bijkomen. Het was al een redelijke prestatie om in week twee van een stage al een rectificatie nodig te hebben, vond ikzelf. En hoewel ik theoretisch gezien niks met de fout te maken had, onder de titel van het stuk stond toch echt mijn naam gedrukt.

    Maandag. De dag waarop ik besloot koffie te halen voor enkele collega's. 4 kopjes op een dienblad. Twintig meter naar de koffieautomaat. Twintig terug en weer twintig om het dienblad terug te brengen. Bij meter 5 ging het mis. Een raar huppeltje, een broekspijp die onder mijn hak bleef steken en een klap. Ik lag op de grond. De hele redactie stopte enkele minuten met werken. Ik had alle aandacht en niet omdat ik een goed stuk had geschreven. 

    Ik kon moeilijk zeggen dat ik een paperclip zocht of de vloer graag van wat dichterbij wilde bekijken. Vanuit een foetuspositie en met één uitgestrekt been op de grond was dat niet geloofwaardig overgekomen. Bovendien, een voor de hand liggende reactie vanaf de werkvloer zou zijn geweest: nog dichterbij? Dat ben je toch al? En nee, daar had ik ook geen zin in.
    Of het pijn doet? Neu hoor, helemaal niet, zei ik stoer. Op je gezicht gaan voor de ogen van een gevulde redactiezaal is één ding. Toegeven dat je pijn hebt, nee, onmogelijk. In werkelijkheid: flink geschaafde knie en halve gekneusde rib. De hockeytraining van twee dagen later kon ik gedeeltelijk op mijn buik schrijven. 

    De belabberde start was gelukkig geen prognose voor de verdere dagen. Resultaat: enkele nieuwsberichten, bijdragen aan twee verhalen van de dag, en een reportage van een geurendisco voor doofblinden. Een indrukwekkende ervaring van begin tot eind. Een zaal met 75 doofblinden en 75 begeleiders. Op de leiding na, niemand die opkijkt dat er een vreemde rondloopt. Daar zijn ze immers blind voor.

    Dol enthousiast was het bestuur van de Nederlandse Stichting voor Doofblinden omdat ik er was. Ieder beetje aandacht was natuurlijk mooi meegenomen en dus werd ik van doofblinde naar doofblinde geloodst zodat zíj er zeker van waren dat ík voldoende informatie zou verzamelen.

    Ik had interessante gesprekken met begeleiders en doofblinden, via hun begeleiders, want zelf beschikte ik niet over de gave te vingerspellen, te handgebaren of te liplezen. Een extra uitdaging, maar wel een bijzondere.

    Dat ik er maar even bij moest schrijven dat ze sponsoren nodig hebben, zei een van de geldschieters van het evenement. “Ik zal wel zien”, mompelde ik terwijl ik dacht: Bekijk het maar. Zo werkt dat niet. Maar dat zeg je natuurlijk niet tegen iemand van wie je nog informatie moet krijgen. Les twee van de journalistiek: Glimlachen en braaf knikken werkt vaak een stuk beter.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

7/9/2007 - Met suiker en melk graag

In mijn dromen had ik het al vaak voor me gezien. Een eerste stageweek. Koffie halen voor de andere redactie, achter je bureau zitten en nog meer koffie halen. Ik moest er even zin voor maken. Nog geen halve week ervoor was ik terug gekomen van een lange vakantie en ik zat met mijn hoofd dus nog bij hele andere zaken dan bij een stage. Bovendien lust ik geeneens koffie, dacht ik nog.

Kom maar op met die persberichten, mompelde ik tegen mezelf toen ik begin deze week een eerste voet over de drempel zette bij de GPD. De dagen ervoor had ik zoveel mogelijk nieuwsbronnen bijgehouden en het internet afgestruind om ideeën op te doen voor mogelijke stukken. Geen idee wat ik met een hoofd vol plannen moest als ik toch alleen maar persberichten zou gaan 'samenvatten'. Maar, was me in Groningen al meerdere malen verteld, eigen ideeën zijn heel belangrijk.

    Nog geen uur na de ochtendvergadering van 9.00 uur zat ik achter mijn eigen bureau, met mijn eigen pc en pleegde ik mijn eerste telefoontje met mijn eigen telefoon. “Met Annemieke Kooper van de'', ik moest even nadenken. Niks student, niks Annemieke van de universiteit. “Met Annemieke van de GPD”. “De wát?” zei de stem aan de andere kant van de lijn.

    Ik mocht verslag doen van een kort geding. Het Bronovo ziekenhuis had vier met MRSA-besmette patiënten tijdelijk in een gewoon particulier appartement verpleegd. De andere bewoners van het wooncomplex waren daar niet zo blij mee en hadden aangestuurd op een kort geding. Dat was wel iets 'voor de stagiair'. “Ja”, knikte die braaf. “En ik heb zelf ook nog een idee: een reportage maken op een kindertopschool.” “Doe maar!'' antwoordde de chef. Doe maar? Koffie halen moet toch anders?

    De zitting was teruggetrokken. Weg insteek van het verhaal, maar er rees een nieuwe journalistieke vraag: Waarom? Ik vertrok naar de rechtbank om de dagvaarding in te zien, (lees: over te schrijven) en besteedde de rest van de dag aan het plegen van telefoontjes. Er zat wel een stukje in. De chef enthousiast: “Eigen nieuws op je eerste dag. Helemaal mooi!” Maar dat viel tegen.

    Het artikeltje zat in de eindfase toen ik besloot het ook maar even op te slaan. Is wel zo handig, dacht ik nog, Je weet maar nooit of je iets kwijtraakt en dat zou toch zonde zijn. Even vragen hoe dat moet, een stukje opslaan. Op die rode knop daar drukken? Gaat gegarandeerd goed? Ik herhaalde voor mezelf: rode knop, rode knop. En weg was het stukje.

    Of het noodzakelijk was dat het vandaag nog af kwam of dat het morgen ook kon, vroegen mijn collega's. De chef was inmiddels naar huis dus zij moesten zich maar ontfermen over de domme stagiair die op haar eerste dag al haar artikel kwijtraakte. “Ik denk dat het morgen ook wel kan”, zei ik om zeven uur 's avonds, terwijl ik uitlegde wat er ongeveer had ingestaan. “Of het hoeft niet meer”, antwoordde een collega. “Zoiets heb ik net vorige week geschreven.”

    De productiviteit op de andere dagen lag gelukkig iets hoger. Ik schreef een stukje over sap uit groente-afval en maakte een coproductie over het lot van paarden: de salamiworst. Ik mocht op reportage, eropuit om informatie te verzamelen, maar was ook uren aan het bellen. Het waren lange dagen. Ik ging naar huis als de meeste collega's die gelijk met mij om 9 uur waren begonnen, al lang weg waren, vooral omdat ik nog niet zo snel ben in het schrijven van stukken. Maar dat wist ik van tevoren, en ik vond het niet erg. Ik had er plezier in.

    Donderdag was lastiger. Ik had nog niet heel veel tijd gehad om de jetlag van de week ervoor de kop in te drukken. Bovendien merkte ik dat ik moe was van alle nieuwe indrukken en de redelijk lange dagen. Gecombineerd met mijn toch al niet zo snelle schrijven, zat ik aan het eind van de middag volledig in de knoop met mijn artikel. Het liep niet. Ik had heel veel interessante informatie maar kon geen goede bruggen slaan tussen het ene en het andere stuk. Ik wist niet hoe ik moest beginnen, wat ik waar in het verhaal moest zetten. Kortom: ik zat muurvast en na de hulp van collega's kon ik om kwart voor 9 eindelijk naar huis.

    Blijkbaar gebeurt er in het buitenland weinig nieuws op vrijdag. Slechts de helft van de GPD zat op haar vaste plek die dag. Mijn zelfbedachte onderwerpen liepen op niks uit dus kon ik iemand anders helpen met het verzamelen van informatie. Een welkome taak aan het eind van de week. Geen druk om op tijd een stuk af te hebben zodat ik niet pas om 12 uur 's avonds in Groningen zou aankomen.

    Terwijl ik druk bezig was met bellen, begon in het midden van de redactiezaal opeens een blauwe sirenelamp te flikkeren. “Wat dat betekent? Stagiair, koffie halen! Met suiker en melk graag.”

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

7/9/2007 - Gele Rakkers

Hemelsbreed is het van Groningen naar Den Haag slechts honderdvijftig kilometer. Theoretisch gezien een peulenschilletje, in de praktijk een ellendige afstand. Vier uur van deur tot deur, in het positieve geval dat ook bij de NS alles volgens het boekje gaat.

 

 

    En daar zat ik dan. Voor de derde keer in anderhalve week op een oranje stoeltje, op weg naar die stad achter de duinen, of voor de duinen als je het vanuit het Groningse perspectief bekijkt. Metro en Spits gleden door mijn handen. Niet de beste nieuwsbronnen voor een toekomstig journalist die op weg was naar haar stagegesprek bij de Geassocieerde Pers Diensten. Ik besloot les één van de journalistiek meteen in te zetten: Geef uw bronnen niet zomaar prijs.

    Ik had het allemaal toch aardig geregeld, vond ik zelf. Een interessante stageplaats en een nieuwe kamer. Had de week ervoor ijverig briefjes opgehangen op de Haagse hogescholen: 'Nette student zoekt kamer' hing ik op de prikborden naast, maar vooral bovenop briefjes met 'Kamer gezocht voor nette student'. En nu maar wachten tot ik gebeld word, dacht ik in allerijl. Er gebeurde weinig. Helemaal niks. Er zou toch niet een één of andere idioot zijn oproepje over die van mij hebben gehangen?

    Mijn stage belde. Of ik alvast langs wilde komen. Tuurlijk. Terwijl heel studerend Nederland zich op de eerste echte zomerdag tegoed deed aan ijs, zwembad en bier, tufte ik in een gele rakker weer naar de andere kant van Nederland, bladerend door enkele verfrommelde krantjes. “Zo”, sprak de hoofdredacteur even later. “Zo, laten we maar eens kijken of dit wat wordt.”

    Het zweet stond me in de schoenen. Hoezo, we gaan kijken of ik bij de GPD pas? Dat was toch allemaal al geregeld? Dit was toch een kennismakingsgesprek en geen sollicitatie? Met een trillend stemmetje begon ik te vertellen. “Ik ben heel erg geïnteresseerd in wat er in de wereld om me heen gebeurt”, piepte ik, terwijl ik steeds meer ging hopen dat ze me niets gingen vragen over het nieuws van de dag. Het duiveltje op mijn schouder grijnsde breed: “Spits, Metro, Spits, Metro.”

 

 

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

About Me

Links

Home
View my profile
Archives
Friends
Email Me
My Blog's RSS

Friends

Page 1 of 1
Last Page | Next Page
Hosting door HQ ICT Systeembeheer