Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Bloggery Home | Profile | Archives | Friends
Onderwerpen,die ik interessant vind.Afbeeldingen.Gedichten. Kunst,in allerlei vormen.Dagboeken.

POMPOEN RECEPTEN26/10/2005

Pompoenrecepten



 

POMPOENCOMPOTE MET GEDROOGDE VRUCHTEN
Nodig voor 4 personen: 500 gr pompoen, 300 gr gemengde gedroogde vruchten (bijv. pruimen, abrikozen, appels, peren, vijgen of rozijnen), 50 gr poedersuiker of honing.
            Doe in een goed afsluitbare pan de stukjes pompoen gemengd met de droge vruchten. Voeg 2 eetl. water toe. Sluit de pan en laat alles op een zacht vuur ca. 30 min. stoven totdat de vruchten gaar zijn en het vocht verdampt is. Als er te veel sap in de pan is het deksel openen. Even voor het einde van de kooktijd de suiker of honing toevoegen.

POMPOENBEIGNETS OP BOURGONDISCHE WIJZE
Nodig voor 4 personen: 500 gr pompoen, 150 gr bloem, 2 eetl. poedersuiker, 30 gr bakkersgist, 1/2 glas melk, 1 vanillestokje, 2 zakjes vanillesuiker.
            Breng de pompoen samen met 2 eetl. melk, de poedersuiker en het vanillestokje aan de kook. Gaar koken en pureren. Laat de puree wat afkoelen en voeg de bloem en de gist vermengd met de rest van de lauwwarm gemaakte melk toe. Meng alles tot een homogene massa. Het deeg afdekken en een uur laten rusten. Doe het deeg lepel voor lepel in de goed warme frituurpan. Als de beignets gaan drijven, omkeren en bakken tot ze mooi bruin, gerezen en krokant zijn. Laat ze op keukenpapier uitlekken en leg ze op een warme schotel en bestuif ze met vanille suiker.

KOEKJES VAN POMPOEN
Nodig: 250 gr geraspte pompoen, 5 eieren, 200 gr suiker, 125 gr gemalen hazelnoten, 100 gr gemalen amandelen, 60 gr paneermeel, 20 gr aardappelmeel, 1/2 zakje  gist, geraspte citroenschil van 1/2 citroen, 2 eetl. kirsch.
Voor de glazuur: 100 gr suiker, 4 eetl. citroensap.

            Scheid de eigelen van de eiwitten. Klop het eigeel met de suiker tot een schuimende massa ontstaat. Voeg alle overige ingrediŽnten al roerende toe met uitzondering van de eiwitten. Klop de eiwitten tot sneeuw. Voeg ook het geklopte eiwit voorzichtig toe. Doe alles in een beboterde springvorm. Bak de taart in de oven gaar (200 gr C gedurende ca. 50 min.). Laat de taart dan afkoelen en doe de glazuur gemaakt van de suiker en het citroensap op de taart.

GEGRATINEERDE POMPOEN
Nodig: 275 gr boter, 1 kg pompoen, 40 gr bloem, 1/2 l melk, zout, peper, nootmuskaat, 3 geklutste eieren, paneermeel.
            Fruit de 1 kg kleingesneden pompoen in 75 gr boter. Laten bakken tot alle vocht verdampt is en de pompoenstukjes glazig zijn, daarna pureren. Maak een witte saus met 50 gr boter, 40gr bloem verdund met de 1/2 l melk en voeg zout, peper en nootmuskaat toe. Laat het mengsel een tiental minuten koken tot de vloeistof begint te borrelen. Draai het vuur uit en voeg de geklutste eieren toe. Meng de saus door de pompoenpuree en vul hier een beboterde ovenschotel mee. Strooi er wat paneermeel over en giet wat gesmolten boter over de gratin en laat alles in een matig warme oven gratineren.

POMPOEN IN PAPRIKASAUS
Nodig: 30 gr boter, 1 fijngehakte ui, 800 gr pompoenblokjes, 3 eetl. paprikapoeder, 2 dl. groentebouillon, 2 dl zure room, kruidenzout, peper uit de molen, 1/2 bosje basilicum in reepjes gesneden.
            De uien in de boter fruiten, pompoen en paprikapoeder toevoegen en kort meefruiten. Met de bouillon blussen en afgedekt op laag vuur 20 min. laten garen. Een beetje vloeistof uit het mengsel halen en door de zure room roeren. Dit weer door de groente vermengen, kruiden en met de basilicum garneren.

MACARONI-POMPOEN SOUFFLE
Nodig: 400 gr kleine pompoenblokjes, kruidenzout, sap van 1/2 citroen, 100 gr in kleine blokjes gesneden tempeh (event. spekblokjes), 250 gr macaroni, 5 fijngesneden blaadjes salie, 100 gr verbrokkelde Gorgonzola, 3 dl room.
            De pompoenblokjes met het zout en citroensap kruiden en met de tempeh vermengen. De macaroni in zout water al dente gaarkoken en uit laten lekken. Macaroni, pompoen, salie, Gorgonzola en room vermengen en nog event. kruiden. Dit mengsel in een ovenschotel doen en in een voorverwarmde oven op 200 įC 40 min. bakken.

OMA'S POMPOENTAART
Nodig voor een springvorm van 24 cm diam.: 100 gr fijngemalen rietsuiker, 4 eieren, 1 eetl. citroensap, 1 theel. kaneel, 1 snufje zout, 125 gr geraspte hazelnoten, 100 gr verbrokkelde pure chocolade, 300 gr fijngeraspt pompoenvlees, 100 gr bloem, 1 theel. bakpoeder, 150 gr cranberrymarmelade, iets fijngemalen suiker.
            Suiker en eieren luchtig doorroeren. Citroensap, kruiden, hazelnoten en chocolade toevoegen. De fijngeraspte pompoen en de met de bakpoeder vermengde bloem om de beurt toevoegen en goed vermengen. Het deeg in de goed beboterde vorm doen en gladstrijken. De pompoentaart onder in de voorverwarmde oven bij 190 įC 40 min. bakken en laten afkoelen. De pompoentaart horizontaal halveren. De cranberrymarmelade tussen de 2 lagen verdelen. De bovenlaag er weer opleggen en met de fijngemalen suiker bestrooien. De taart smaakt 2 dagen oud nog beter!!

POMPOEN-ROOMSOEP
Nodig: 1 kg pompoen, 2 potjes zure room of Bulgaarse yoghurt, 2 eetl. bloem, 1 l bouillon, 1 bosje dille, 50 gr boter, zout en peper naar smaak en 2 eierdooiers.
Schil de pompoen, verwijder de pitten en snij het vruchtvlees in stukjes. Laat de pompoen met de 30gr boter en een beetje water op zacht vuur ong. 15 min. stoven tot hij gaar is. Wrijf het dan door een zeef of pureer met een staafmixer, meng de met de bloem opgeklopte zure room of yoghurt erdoor en doe ook de bouillon en de kruiden erbij. Breng het geheel goed roerend aan de kook, giet het in een terrine over de met eierdooiers opgeklopte boter en roer even door. Heet serveren, garneren met stukjes geknipte dille.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

auteur : Jan Arends22/10/2005

verhalengedichtendagboekkunst

In de commentaren op het verzameld werk Vrijgezel op kamers en de biografie Angst voor de winter door Nico Keuning, beide in maart bij De Bezige Bij verschenen, werd Jan Arends opnieuw neergezet als cultfiguur: iemand die een kleine en trouwe groep lezers aan zich heeft weten te binden, maar die toch nooit helemaal tot 'de' literatuur heeft weten door te dringen. Omdat zijn gedichten en verhalen werden uitgegeven en zelfs uitvoerig becommentarieerd, behoort hij naar objectieve maatstaven tot de naoorlogse literaire canon, maar in werkelijkheid is er teveel in zijn leven en werk dat zich tegen opname in welke kring dan ook verzet. Wie regels schrijft als: "Je gaat/ de straat op.// Je neemt/ een mes mee/ in je hand.// Je laat/ iedereen zien/ wie je bent" hoeft er nu eenmaal niet op te rekenen door de maatschappij te worden geaccepteerd; daar heeft die maatschappij gekkenhuizen voor klaar. Jan Arends bracht er lange periodes in door.

Toch kan Arends' werk niet zomaar terzijde worden geschoven. Niet alleen omdat het aan bepaalde vorm- en kwaliteitscriteria voldoet, maar vooral omdat Arends zelf het er niet levend af heeft gebracht: aan de vooravond van de uitgave van zijn Lunchpauzegedichten wierp hij zich van zijn woning aan het Amsterdamse Roelof Hartplein.
Juist de schrijvers die destijds in het centrum van de vaderlandse literatuur stonden, deden na zijn leven hun best voor hem: voormalige Vijftigers als Remco Campert en Rudy Kousbroek en een oude vriend als Heere Heeresma; schrijvers die ieder voor zich een waarachtige, oorspronkelijke literatuurbeoefening voorstonden. Hier daarentegen was een schrijver die echter was dan echt, en die, hoe was het mogelijk, juist daarom niet in die literatuur paste. Maar in poŽzie en literatuur zit nu eenmaal altijd een element van onoprechtheid, van illusie; de kunstenaar als type gaat tenslotte terug op figuren als de hansworst en de nar. Je zou kunnen zeggen dat wie zo eerlijk wil zijn als Arends misschien geen literatuur zou moeten maken. Alleen deed Arends dat wel en zadelde de literatuur daardoor op met een pijnlijk probleem. Mankeerde er wat aan de literatuur of aan deze schrijver? Omdat het vanzelfsprekend niet aan de literatuur kon liggen, trok Arends al vroeg zijn conclusies: "Ik heb mijn bord vol woorden/ en ik vreet kale plekken/ uit de taal. (...) Lui en langzaam/ vreet ik van de taal/ en alles wat mij niet bevalt/ dat slik ik in" - gevolgd door een lijstje aansprekende schrijversnamen.

Dat Arends de taal kaalvrat is aan zijn eigen gedichten goed te zien: ze zien er even dun, verloren en eenzaam uit als de mensfiguren van Giacometti, of als de kale boom op het omslag van de Lunchpauzegedichten. Maar die smalle vorm geeft ook uitdrukking aan zijn agressie en afwijzing. Het is alsof Arends na elke regel wil zeggen: wat men er ook van wil maken, ik sta geen verdere uitbreiding of interpretatie toe, hier breek ik af en zet ik de volgende stap naar beneden. Dat is weinig subtiel en al helemaal niet lyrisch, maar integendeel scherp en eenduidig; zijn boodschap wordt ons om zo te zeggen strofe na strofe door de strot geduwd. Dat zijn we van poŽzie niet gewend en dat is ongetwijfeld ook een van de redenen waarom Arends naast de literatuur staat. Maar Arends' poŽzie is ook niet poŽtisch in de betekenis die doorgaans aan dat woord wordt toegekend. Zijn gedichten doen veeleer aan als reeksen losse, prozaÔsche zinnetjes, die je - ook al krijg je daarbij dan klap na klap te verduren - eventueel achter elkaar uit kan lezen.
En toch gaat het wel degelijk om poŽzie. Want Arends' prozaÔsche zinnetjes hebben zich vanuit hun horizontale positie steil opgericht en staan als palen recht overeind, ontdaan van alle overtolligs, als om zijn wereld af te bakenen en te bewaken: "Ik lik mijn tanden schoon/ en er blijft bijna niets van over,/ enkel wat ik nodig heb,/ stoel en tafel/ bed en broek en brood."
Er is maar ťťn Nederlands gedicht dat nog smaller is dan de gedichten van Arends, en dat is Luceberts befaamde sonnet, waarin de woorden ik, mij en mijn afzonderlijk in veertien regels onder elkaar zijn gezet. Evenals de gedichten van Arends was dat gedicht een daad van agressie en verzet tegen de wereld en tegen de literatuur van dat moment. Maar het gedicht vormde voor Lucebert ook zijn entree in de literatuur: het staat als openingsgedicht van zijn debuutbundel aan het begin van zijn oeuvre. Jan Arends daarentegen hield zijn verzet tot het uiterste vol en versmalde alleen maar meer naarmate hij zich naar de nooduitgang van de literatuur begaf.

Een ander kenmerk van veel van Arends' gedichten is de rondeelachtige cirkelgang, waarvan het eerste hierboven geciteerde gedicht een voorbeeld is: de opening van het gedicht wordt in het slot herhaald. Psychologisch kan dat geduid worden als een uiting van de schizofrenie waaraan Arends leed: de onmogelijkheid om buiten de eigen wereld te treden en het besef dat het eenmaal 'verworven' inzicht onomkeerbaar is, waardoor ten behoeve van de desondanks gewenste dialoog een splitsing in het bewustzijn optreedt. PoŽtisch gezien draagt het bij aan het confronterende karakter van zijn poŽzie, die zich niet openstelt voor ingrepen van buitenaf, maar die zich met retorisch geweld in de wereld neerzet en geen tegenspraak duldt. Ook daarin kan een verklaring worden gevonden voor Arends' aparte positie in de literatuur: zijn gedichten maken geen contact en staan niet onder invloed van andere gedichten, behalve van die van hemzelf. Arends is even ver van de literatuur geplaatst als God in de moderne tijd van de wereld: onbereikbaar, onbeweeglijk, machteloos en eenzaam.

In verschillende gedichten, waaronder het tweede hier geciteerde gedicht, gaat Jan Arends ook in op zijn relatie tot God. Dat God als een stinkende, oude man de mensheid een bijl onder ogen zou houden is schokkend, maar Arends voelde dat een schouwend, objectief oordeel over de maatschappij bij uitstek diegene toekomt die buiten die maatschappij staat: God, maar ook de paria, de verschoppeling. In beiden projecteert de maatschappij haar verlangens en angsten. Daarbij hoeft de constructie zelf niet per se in morele zin te worden opgevat: God en de verstotene vallen juist samen doordat beiden buiten de maatschappij zijn geplaatst, ook al wordt de een aanbeden en de ander verguisd.
De ruimte waarin God en de verschoppeling met elkaar samenvallen is de taal: die biedt niet alleen de context waarin Arends' gedichten contact maken met de wereld, maar waarin ook gescheiden werelden over de grenzen van ruimte en tijd heen elkaar kunnen ontmoeten. Dat doet sterk denken aan het poŽtisch universum van Gerrit Achterberg, die andere gek in onze literatuur; alsof alleen deze zeer speciale vorm van schizofrenie in staat is om voor eeuwig gescheiden werelden met elkaar te doen samenvallen. Bij Achterberg gaat het om een gestorven geliefde die in de taal tot leven moet worden gewekt, bij Arends om een rechtstreekser verband tussen hemzelf en God, waarbij de taal eveneens als scharnier fungeert. In een nu voor het eerst gepubliceerd, 'overgebleven' gedicht staat het er op de voor Arends zo kenmerkend expliciete wijze zo:

Niet god
is god
maar ik
ben god.

ik ben
de schepper
van god.

Ik
heb hem gemaakt
van wat ik ben.

Ik heb hem
gemaakt van mijn taal
toen ik taal werd.

Hij is
het weten van mij.

Zo is god
van mij.

Ik heb
mij god gemaakt.

Deze theogonie, waarbij de schepper zelf wordt geschapen uit de taal van de dichter, en de dichter-paria dus aan de oorsprong van alle dingen komt te staan, mag megalomaan en blasfemisch worden genoemd, maar ze geeft aan hoezeer Arends de taal nodig had om zich een plaats, een onderdak in de wereld te veroveren. De taal was het wapen van Arends' autisme, maar kon dat alleen zijn door haar volledig aan zichzelf voor te behouden en te isoleren van de rest van de literatuur. Misschien kan Arends' poŽzie daarom nog het beste worden omschreven als anti-poŽzie: niet door een alternatief te bieden, maar juist door zelf, als poŽzie, een overwinning op de poŽzie te behalen door haar in zijn ogen volstrekte verwerpelijkheid te demonstreren. Het is op te vatten als Arends' wraakneming op de poŽzie, waarin hij geen emplooi kon vinden, en op de maatschappij waarin die poŽzie is ingebed, en die hem al evenmin lustte.

Wie zich rekenschap geeft van deze inzet en van het feit dat Arends zijn poŽzie met de dood heeft moeten bekopen, kan niet anders dan met de grootste omzichtigheid met deze gedichten omgaan. Maar het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat je als lezer Ė vooral wanneer je zijn gedichten voorleest Ė voortdurend in bulderend lachen moet uitbarsten. Nu was Arends niet gespeend van humor, maar die humor is niet wat dit lachen teweegbrengt. Dit is geen affirmerend, beamend lachen, maar veeleer een hysterische kramp, een lach die afwijst, een lach uit verlegenheid en zelfbehoud. Arends zelf wist dat maar al te goed: zijn derde gedicht geeft er het getuigenis van. Het huis waarvan hij in het gedicht spreekt, zou een van de gestichten kunnen zijn waar hij verbleef, of het huis van een of ander 'rijk wijf' waar hij om erotische redenen graag als huisknecht diende. Maar meer nog dan dat is het de taal die hij creŽerde en waarin hij zich opgesloten wist. Hij wist ook dat het niets uit zou halen: zijn taal, zijn poŽzie, kon er nu eenmaal niet voor zorgen dat hij ooit onder de mensen zou worden opgenomen, het tegendeel was eerder waar. Wij wijzen zijn taal af, niet omdat wij er niet van houden, want aan welwillendheid jegens Jan Arends heeft het nooit ontbroken, maar omdat wij er zelf niet kunnen leven. Vandaar die lach, en vandaar die sprong uit het raam aan het Roelof Hartplein.
Jan Arends was als onwettig kind vanaf zijn geboorte al een uitgestotene, en is dat meer dan dertig jaar na zijn dood nog steeds.


Rutger H. Cornets de Groot

.
 
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Bewaakte overweg22/10/2005

verhalengedichtendagboekkunst

 

Bewaakte overweg

De wit en rode zuurstangen van het verbodene
Kantelen, terwijl ze breder worden.
- Aldoor bellen die waanzinnig worden
Aangehitst door omgekochte seinen
Tot eerbetoon aan dolgeworden treinen.

Als ik op 't hek leun: plotseling bedaren.
Een overrompeld, in ontzetting, staren.
Palen houden eindeloze snaren
Omhoog in bundels die ertussen dalen.

Hun kandelabers kammen het geruis
Van hese en veeltonige elektronen.
Nergens een huis. Alleen de weg. Geen bomen.

Ik haat de snelheid die de mijne kruist
Tomeloos, als slaap de vaart der dromen.

De trein ijlt in een mantel van gefluit.
Zijn haar een witte, overzware stroom.
Zijn hart tikt haperend op de stalen sporen.
- Moeder! Ė Mijn woorden smoren in geluid.
Haar wuiven gaat verloren onder stoom.


W.F. Hermans (1921-1995)

Uit: Overgebleven gedichten, vierde vermeerderde druk (1982)
Uitgever: De Bezige Bij
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Sterfbed22/10/2005

verhalengedichtendagboekkunst

 

De aarde is niet uit haar baan gedreven
toen uw hartje stil bleef staan,
de sterren zijn niet uitgegaan
en 't huis is overeind gebleven.

Maar al 't geklaag en dof gesnik,
zelfs onder 't troostend koffiedrinken,
het kon uw stem niet op doen klinken,
noch licht ontsteken in uw blik.

Gij zult wel nimmermeer ontwaken,
want gij bleef roerloos toen de trap
zo kraakte bij de stille stap
des mans, die kwam om toe te maken.

Ziet, lieve mensen, 't is volbracht,
Wat gaan wij doen? Wij konden bidden,
dan blijf ik nog wat in uw midden,
gij krijgt toch wel geen slaap vannacht.

En heeft een uwer een ervaren
en hooggeleerd en vruchtbaar brein:
hij zegge mij of 't waar kan zijn
dat haar de wormen zullen sparen.

Willem Elschot


Uit: Verzen, Verzameld Werk (4e dr. 1960)
Uitgever: P.N. van Kampen en Zoon N.V
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Laatste gedicht en lieve lezer.22/10/2005

verhalengedichtendagboekkunst

 

Laatste gedicht

Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,
nu het met mijn leven bijna is gedaan,
de scheppingsdrift me ook wat is vergaan
met letterlijk de kanker in mijn lijf,

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,
ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,
maar ik praat liever tegen iemand aan
dan in de ruimte en zo is dit wel

de makkelijkste manier om wat te zeggen), -
hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht
van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in

het onverhoeds onnoemelijke begint?
Of is het dat jŪj me er een onverdicht
woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt?


Hans Andreus (1926-1977)

Uit: VERZAMELDE GEDICHTEN (ed. Gerrit Borgers, Jan van der Vegt en Pim de Vroomen) (1983)
Uitgever: Bert Bakker, Amsterdam
Voor de lieve lezer

De woorden der gemakkelijkheid,
woorden van rose sluimer,
kamer behangen met pastelkleurige dromen,
dat is de poŽzie die u lust.

VoliŤrevogeltjes wapperen er in rond
en de meisjes hebben er een zeer zoete hals
en de dichter staat nimmer voor u
dan gekleed in het bleekblauwe avond­costuum
van de maan.

Maar de poŽzie die wil zeggen
dat ons aller broeder de mens is
een ellendige broeder,
een koude zuster,
een slaande aarde -
en wellicht ook een verre zon van lief­de,
maar deze alleen te bezichtigen middels
een zwart glaasje in het oog geplant,

die poŽzie
eet u snel tegen, nietwaar?

En dat slechts een kiezel
de hemel parende met de aarde kan zien,
dat hoort u maar hoort u niet -

en vouwt de op elkaar verliefde handen
en denkt: ach ik, ach ja en amen.


Hans Andreus (1926-1977)

Uit: Luisteren met het lichaam (1960)
Uitgever: De Beuk, Amsterdam
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

O, die spelende katjes toch !2/10/2005

verhalengedichtendagboekkunst


(Posted in Diversen)
Permanent Link

EMAILADRES? ZOEK HET OP IN HET INTERNET-EMAILADRESBOEK.1/10/2005


(Posted in Diversen)
Permanent Link

DAVINDI KENNIS.net & BIBLIOTHEEK28/9/2005

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Hyroniemus van Alphen28/9/2005

verhalengedichtendagboekkunst

Eťn uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men weken schreit.


(Posted in CITATEN)
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Citaten26/9/2005

verhalengedichtendagboekkunst

De mate van beschaving wordt bepaald door de mate van beheersing.


(Posted in CITATEN)
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

26/9/2005

verhalengedichtendagboekkunst


(Posted in Gedachten)
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

De kunstschilder26/9/2005

 

 

De kunstschilder                                            

In de verte
Wijds aan de horizon
Blauw en gejaagd grijs
Dichtbij, door de natuur
Vormgegeven grillige rotsen

Een rijzige gestalte, jij
Loopt over de onbetreden paden
Langs met mos begroeide aarde

In een mist van onbehagen
Zocht je naar monumentale bomen
In de schaduw schilderde jij ze ijzig
Voor jou waren ze het verband
Op de wonde, wat leven heet

Jouw ziel lichtelijk verscheurd
Niemand overleeft in de hete
Vuurgloed zonder water
Land inwaarts drijvende
Wolken en uit mijn
Gezichtsveld vandaan een
Rood licht, de zon

 

AUTEUR: Bloggery


0 Comments | Post Comment | Permanent Link

De olifant en de muziek26/9/2005

De Olifant en de muziek
                                                    
Zeer geduldig
In de oneindige verte
Wacht heel waardig
Meneer de olifant
Met reuze flapperflap oren

Hij wacht
Voor de oranje, blanje, franje
Circustent aan de overkant

Weldra gaat hij weer
Zijn act opvoeren
Midden in de piste

Dwarrelen muzikale tonen
Uit z'n gerimpelde slurf
Weerkaatsend over de
Rode stenen vloer

 

AUTEUR:  Bloggery           


1 Comments | Post Comment | Permanent Link
Hosting door HQ ICT Systeembeheer