Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Caro Woudstra

Elleknik en Kerstkuddes

13:40, 26/12/2016 .. 0 comments .. Link

‘Er is een plek op je lichaam waarvoor nog geen goede naam is bedacht’ zeg ik tegen een paar mensen. ‘Hoe heet dit?’ vraag ik terwijl ik naar de holte in mijn elleboog wijs. Degenen met een medische achtergrond roepen gelijk: ‘elleboogplooi’. De rest heeft allemaal andere namen variërend van elleboogholte, achterkant van je elleboog tot bloedprikplek. ‘Het is de elleknik’ zeg ik veelbetekenend. De groep twijfelt en niet onterecht. Het is namelijk een zelfbedacht woord. Om het woord te introduceren ga ik het gebruiken. ‘Ik ben vannacht door een mug geprikt. Precies in mijn elleknik!’ roep ik naar een vriendin die aan de andere kant van de tafel zit. Ze pakt het gelijk op door te zeggen dat zij ook altijd door muggen in haar elleknik geprikt wordt. De rest van het gezelschap kijkt alsof ze voor de gek worden gehouden maar niemand durft te zeggen dat ze nog nooit van dat woord gehoord hebben.

‘Moddermuilen’ vind ik ook een leuk woord. Het komt uit de middeleeuwen en ik las het eens op een tentoonstelling van Nederlandse schilders uit de 16e eeuw. Het betekent lang en klef zoenen. ‘Moddermuilen’ dekt precies de lading. Naast moddermuilen vind ik droeftoeters, teloorgang, huulbessem (stofzuiger), moltrein en heisbak (Zuid Afrikaans voor metro en lift) en ‘liefde’ de mooiste woorden die er bestaan.

Maar de allermooiste komt nog. Die heeft mijn zus bedacht. Binnenkort zie je ze weer op eerste en tweede kerstdag. Zo aan het eind van de ochtend gaan ze op visite bij familieleden en lopen ze langs je raam door de straat. Meestal in groepjes van vier, vijf, zes personen. Families geheel gekleed in het zwart en een beetje witjes in het gezicht door teveel drank en/of eten. Verveelde gezichten. De zwarte kleding wordt alleen gedragen met de kerst en voor de rest van het jaar zouden ze niet misstaan bij een teraardebestelling. Dit jaar zul je ze ongetwijfeld langs je raam zien lopen met de kerstdagen: ‘De Kerstkuddes’.

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               Caro



Luieren

07:17, 30/9/2016 .. 0 comments .. Link

De laatste tijd overkomt het me wel vaker. Als ik ’s avonds terugkom van mijn werk dan steek ik de werksleutel in het slot van mijn voordeur. Als mijn privé telefoon gaat, neem ik op met de naam van de organisatie waar ik werk en als iemand mijn telefoonnummer vraagt dan geef ik per ongeluk mijn werknummer. Ik ben iets teveel met mijn werk bezig.

In mijn privéleven vlieg ik letterlijk van hot naar her en ben druk met allerlei nevenactiviteiten. Allemaal even leuk maar soms word ik moe van mezelf.

Kort geleden hoorde ik iemand die een jaar vrij gaat nemen. Op de vraag wat hij allemaal ging doen in dat jaar antwoordde hij: ‘Helemaal niets’. Een eyeopener. Want waarom moet je altijd iets doen.

Op de maandagochtend vraagt men elkaar hoe het weekend was en wat je allemaal hebt gedaan. Ik hoor dan niets anders dan volgepropte weekenden. Verjaardagen, feestjes, sporten, kinderen naar de voetbal, huis schoonmaken en administratie wekwerken zijn zo’n beetje de activiteiten waarmee een weekend gevuld wordt. En daar zijn vrije dagen niet voor bedoeld. Maar zeg je bij de koffieautomaat dat je helemaal niets hebt gedaan, dan valt er een dodelijke stilte.

Harde werkers wordt het vaak niet in dank afgenomen dat ze zo hard werken. Ze zijn nooit thuis, zien de rest van de gezinsleden niet en zijn zelden aanwezig bij sociale activiteiten. Dat wordt hen vaak verweten. Hoe kan het dat er over topsporters vaak zo lovend wordt gepraat? Zij hebben hun sociale leven ook op een laag pitje staan, zijn zelden bij hun gezin en missen de eerste stapjes van hun kinderen. Maar daar wordt nooit over gesproken.

Maar over luie mensen wordt ook niet lovend gesproken. Mensen zonder baan zijn profiteurs en doen de hele dag waar ze maar zin in hebben. Dat beeld mag wel eens veranderen vind ik. Voor mij zijn het helden in deze drukke tijden en ik ben dan ook steeds meer voorstander van een basisinkomen voor iedereen.

Het lijkt me heerlijk om pas om half negen op te staan, een keer een boek uit te lezen en de hele dag in mijn pyjama rond te lopen.

Aankomend weekend ga ik er meteen mee beginnen. Dan maar een dodelijke stilte maandag bij de koffieautomaat.

 

 

 

                                                                                                                      Caro



Verkeerspsychologie

21:44, 1/9/2016 .. 0 comments .. Link

Met een groep mensen ben ik aan het wandelen en in de verte horen we hem al aankomen. Met veel kabaal en voluit accelererend alsof het een start van een rally is, komt hij ons rakelings voorbij scheuren in een goedkoop afdankertje. Daarna volgt een enorme windvlaag en als we als we een beetje beduusd staan bij te komen van al dat geweld roep ik naar de mensen achter me: 'wat sneu dat je dat nodig hebt hè' Een hoongelach volgt. En ja, dat is het natuurlijk ook. Als je niet zo erg mannelijk bent, heb je andere dingen nodig om dat te compenseren.

 Rijgedrag zegt veel over iemand. U kent ze vast wel: het 'gebleekte tanden sportschool type'. Snelle jongens met een hoogblonde, zonnebankbruine vrouw naast zich die omhangen is met veel glitters en glimmers. En ongeacht of ze hem nou wel of niet kunnen betalen: de patserbak is altijd veel te duur. Ze halen in waar het niet mag en rijden steevast te snel.

Of het type: 'sorry dat ik besta'. Onzekere muisjes in een piepklein autootje omdat ze zichzelf een grote auto niet waard vinden. Bij elke tegemoetkomende vrachtwagen wijken ze uiterst rechts uit en aarzelen om in te halen. Ze remmen bij het minste geringste en durven vaak de snelweg niet op. Doen ze dat wel, dan blijven ze vaak kilometers lang achter een vrachtwagen hangen.
Dan heb je nog de onhandige bestuurders. In het echte leven ook vaak klungels. Bij een bocht naar rechts maken ze een brede zwaai naar links om vervolgens rechtsaf te slaan. Rijden onnodig links en zien volledig over het hoofd als het verkeerslicht al een halve minuut op groen staat.
Ik heb er een hele studie van gemaakt. Zondagsrijders, ‘ik-zou-heel-graag-een-hippie-willen-zijn-maar-ik-ben-het-niet’ in hun volkswagenbusjes of de degelijke rijders met hun eeuwig gestofzuigde auto.

 Ook leuk om eens in plaats van een sollicitatiegesprek te voeren, gewoon een uur achter de sollicitant aanrijden. Dan weet je precies wat je in huis haalt.

Zelf hou ik van doorrijden, ik laat het merken dat ik het niet tolereer als iemand zijn knipperlicht vergeet bij het verlaten van de rotonde. Al kwebbelend met een vriendin zie ik dat mijn snelheid gezakt is naar 60 terwijl ik op een 80 kilometer weg rijd. Het is een puinhoop in mijn auto. Bananenschillen en lege waterflesjes slingeren de hele auto door.

Stiekem hou ik van patserbakken en ik kan beter achteruit parkeren dan menig man. Ik ben gewoon een mix van verschillende types. Dat kan ook nog. Een soort hybride bestuurder dus.

  

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          Caro

 



Hardlopen

21:00, 1/6/2016 .. 0 comments .. Link

‘Waarom ga je niet hardlopen?’ vraag ik aan een bekende die wil afvallen. Ze vind het maar niets. Geen tijd voor. ‘Dan sta je toch een uurtje eerder op?’ suggereer ik. Maar daar volgt keihard een heleboel excuses op om het vooral niet te gaan doen. Om het gesprek niet te laten ontaarden in een welles-nietes discussie besluit ik op een ander onderwerp over te stappen.

Zelf loop ik een aantal keer in de week een rondje hard. De eerste twee kilometers ben ik buiten adem, voel ik mijn spieren en vraag ik mij af of dit echt zo goed voor mij is. Daarna gaat het beter. Vogels fluiten volop in deze tijd van het jaar. Na een regenbui ruik ik het omgeploegde land en elke dag zie ik de bomen voller worden met lichtgroene blaadjes.

In de buurt ken ik de territoriums van de buizerds. Er zitten er twee met ieder hun eigen plekje. Soms vliegt er een vlak voor mij en landt op de tak van een boom. Op mijn looproute doorkruis ik tevens de territoriums van twee eekhoorns. De eerste zie ik meestal halverwege mijn route en te tweede op de terugweg. Zelfs in de woonwijk zit er nog een maar die zie ik niet altijd. Iedere keer weer een geluksmoment als ik er een tegenkom. Bij de vierde kilometer schiet er een fazant over het veld waar ik ook al eens een haas heb gezien. Op het vijfkilometer ijkpunt staan pony’s. Ze staren me aan maar en zeggen nooit iets. Niet dat pony’s kunnen praten maar ze zien er altijd uit alsof ze zo een gesprekje willen aanknopen met elke voorbijganger. Door hun pony die altijd voor hun ogen hangt krijg ik ook al geen oogcontact dus loop ik snel door.

Tussen de zeven en acht kilometer heb ik een zwaaicontact. Dan loop ik langs een boerderij waar vaak een jongeman aan het werk is. Toen ik er een keer langsliep terwijl het sneeuwde kreeg ik zelfs applaus van hem. Een gelukzalig gevoel overspoelt me als ik daar nog aan denk maar dat komt waarschijnlijk door de endorfine die ik aanmaak. Ik voel me even gelukzalig als hij er niet staat.

Dan komt de tien kilometer in beeld. Nog een kilometer en ik ben weer thuis. Even een sprintje. Mijn lichaam draagt me gewoon! Alsof ik er niets voor hoef te doen. Knetterhard loop ik door de woonwijk. Allemaal imponeergedrag.

Ondertussen blijkt de bekende gewoon doorgekwebbeld te hebben. ‘als ik na mijn werk ga hardlopen kan ik niet slapen. Ik kan nog geen kilometer rennen en dan moet ik echt stoppen. Je gaat er zo van zweten….Wat vind jij er eigenlijk leuk aan?’ vraagt ze. ‘Ach, laat maar.’ zeg ik en wuif haar woorden met mijn hand weg. Ze pakt nog een handvol chips en mompelt: ‘misschien is zwemmen wel wat voor me…Ach nee, dat aan- en uitgekleed…’

 

 

                                                                                                                      Caro



Inspiratie

10:20, 2/4/2016 .. 0 comments .. Link

‘Waar haal je toch elke keer weer de inspiratie vandaan?’ vragen sommige mensen wel eens als we het hebben over het schrijven van columns.

Die inspiratie heb ik niet altijd. Zoals nu bijvoorbeeld.

In mijn telefoon heb ik een digitaal notitieblokje waarin ik direct alles noteer wat me te binnen schiet. Als ik eens niet weet waar ik over moet schrijven, kijk ik daar gewoon in. Ook schrijf ik er mooie woorden of uitspraken in die ik hoor.

Als ik een biertje teveel op heb stroom ik over van inspiratie maar als ik de dag erna in mijn notitieblokje kijk slaat het nergens meer op. Dan lees ik: ‘dure spullen. Action, Wibra enz.’ en heb ik geen idee meer waarover ik wilde schrijven. Er staan nog veel meer dingen in mijn digitale opschrijfboekje maar die zijn echt niet voor publicatie geschikt.

Columns schrijven is altijd last minute werk bij mij. Als ik tijd zat heb lukt het me niet om ook maar een letter op papier te zetten. Hoewel, op papier? Alles doe ik digitaal. Op de laptop of telefoon.

Soms gebruik ik het orakel dat Google heet maar dat doe ik vooral om na te gaan of de feiten wel kloppen of om de klepel te vinden als ik de klok heb horen luiden.

En nu zit ik zuchtend achter mijn laptop omdat ik geen inspiratie heb. Ik leg mijn probleem dan bij anderen neer. ‘Weet jij nog iets?’ vraag ik dan. En heel behulpzaam krijg ik dan allerlei suggesties aangedragen waar ik niet zoveel mee kan. Of toch wel? ‘Dan schrijf je toch over vanmiddag’ zegt iemand tegen mij met wie ik deze middag naar een auto- en motorsportevenement ben geweest. Dat kan ik doen want ik heb veel inspiratie opgedaan wat vakjargon betreft. Op dit evenement hebben ze het over ‘in de ketting klimmen’ en ‘driften’. Ik hoor iets over een ‘monoshock’ en ik denk gelijk aan iets verschrikkelijks waar je stroom van krijgt. Het blijkt een veersysteem te zijn.

Verder struin ik rond bij de ‘paddock’ en verbaas me over de enorme ‘motorhome’s’.

Een compleet andere taal spreken ze hier en het is een nieuwe wereld voor mij. Maar genoeg inspiratie voor een volgende column.

Ik kijk naar de letters op het beeldscherm en ik zie dat er zomaar een nieuw verhaal is geboren.

Zo, weer een nieuwe column uit mijn mouw geschut. En de volgende staat ook al klaar op de plank.

 

 

                                                                                                                      Caro



Veranderen

17:10, 7/1/2016 .. 0 comments .. Link

Tijdens een glas-in-lood cursus verbaasde ik mij over het feit dat de techniek, het materiaal en de gereedschappen in honderden jaren niet of nauwelijks veranderd zijn. Het antwoord hierop was simpel: wat goed werkt moet je niet veranderen.

In mijn werk heb ik bijna dagelijks te maken met grote veranderingen. Bij navraag in mijn vriendenkring blijkt dat dit in andere sectoren en bedrijven niet veel anders is.

Er wordt teveel veranderd om het veranderen. Zodra er een nieuwe manager verschijnt, wil deze zijn of haar veranderingen doorvoeren. Niet omdat het nut heeft maar omdat het zo mooi staat op je CV. Na de nutteloze en vernietigende veranderingen verdwijnt de manager weer om ergens anders als een kater zijn stinkende geurvlaggen te verspreiden om zijn prestaties zichtbaar te maken.

De weerstand in veranderen zit hem dan zozeer niet in angst om te veranderen maar omdat het bij voorbaat al duidelijk is dat bepaalde veranderingen hooguit bijdragen in het verrottingsproces van de organisatie. Uiteraard zijn organisatieveranderingen nodig. Met het veranderen van de maatschappij moet je daar als bedrijf op inspelen. Maar niet elke dag.

Begrijp me goed, ik ben geen tegenstander van verandering. Integendeel: verandering van spijs doet eten. Eens in het jaar moet je wat nieuws leren om je hersenen lekker bezig te houden. Van een nieuwe uitdaging ben ik ook niet vies en wat is er nou leuker dan nieuwe landen, mensen en gerechten ontdekken? Het is gezond om wat afwisseling in je leven te hebben.

Maar niet elke dag.

Wat niet goed is moet je veranderen en wat goed is laat je zo. Iedereen kent de uitspraak wel: ‘Never change a winning team’. De wereld verandert razendsnel om mij heen. Facebook is uit en Instagram is in. De Samsung S5 is nog niet uit of de S6 ligt alweer in de winkel. Zodra ik met mijn nieuwe auto de garage uitrijd, is hij is alweer verouderd. Mijn zorgverzekering verandert en de regels van de belastingdienst ook. Zelfs de voedingsschijf is gewijzigd. En dan denk ik ook nog eens een keer aan een nieuw kapsel. Ik doe er graag aan mee.

Maar niet elke dag.

Oh ja, u heeft vast gezien dat ik een nieuwe foto bovenaan mijn column heb staan. Niet omdat ik zo nodig wil veranderen maar gewoon omdat de oude niet actueel meer is. Ik vind het leuk om af en toe een ander fotootje te zien boven mijn column.

Maar niet elke dag.

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Caro



Geloven

12:35, 4/12/2015 .. 0 comments .. Link

Vol ontzag kijkt mijn nichtje naar Sinterklaas en de zwarte pieten als ze binnenkomen. Ik kan me voorstellen dat het als vijfjarige een imponerend gezicht moet zijn als degenen die je altijd op het Sinterklaasjournaal ziet, zomaar je huiskamer binnen komen stappen. En dan ook nog eens van alles over je blijken te weten. Zelfs je verlanglijstje en dat je van dansen en zingen houdt.

Als klein kind vond ik het fascinerend dat de wortel uit mijn schoen was verdwenen en dat het waterbakje voor het paard leeg was gedronken. Dat het verlanglijstje uit mijn schoen foetsie was en wonderbaarlijk genoeg zo goed als beantwoord op Sinterklaasavond. Heilig geloofde ik in de goede Sint.

Desondanks was het geen grote schok toen ik erachter kwam dat Sinterklaas en zwarte Piet een enorme illusie bleken te zijn. Dat was met andere dingen waar ik in mijn verdere leven in geloofde wel anders.

Toen ik verliefd was op mijn eerste vriendje geloofde ik in eeuwige liefde maar toen er zich enige tijd later iemand anders aandiende stapte ik daar snel weer vanaf.

Geloven in de goede afloop. Dat kon ik een paar keer toepassen met examens totdat ik er niet meer mee wegkwam. Daar ging mijn geloof in de goede afloop.

In enge geesten geloven ging me veel te slecht af en een tijdje heb ik geloofd in UFO’s wat me ook niet verder hielp in mijn leven.

Meer ben ik overtuigd in het geloven in wonderen en het lot van mijn bestaan. Daar heb ik al vele voorbeelden van gezien in mijn leven maar als je me vraagt hoe ik dit feitelijk moet verklaren dan sta ik met mijn mond vol tanden. Daar kan ik dus ook van afstappen.

Waarom geloven mensen in dingen waar geen bewijs voor is? Ieder mens gelooft wel ergens in. De een in God, de ander in ‘dat er meer is tussen hemel en aarde’.

Volgens psychologen kan het houvast bieden in de wereld waarin alles onzeker is. Als je de informatie maar enthousiast genoeg brengt wordt het sneller voor waar aangenomen. En zeg nou zelf: geloven dat er een hemel is waar je je overleden dierbaren weer kunt ontmoeten is toch een veel prettigere gedachte dan dat er niets meer is als je dood gaat?

Laat mij dan maar ergens lekker in geloven. In beschermengelen, geluk, de liefde en in mezelf. Net zoals ik vroeger geloofde in Sinterklaas.

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          Caro



Vaak ben je te bang

14:10, 19/11/2015 .. 0 comments .. Link

‘Vake be’j te bange’ of te wel: ‘vaak ben je te bang’. Dat zegt een medepiloot altijd tegen mij om me moed in te spreken als ik weer gespannen klaar sta voor de start.

Hij heeft gelijk. Vaak ben je te bang voor dingen. Een bekende ergerde zich aan iemand die zomaar een blikje op straat weggooide. Ik vroeg waarom hij er niets van had gezegd. ‘Voor je het weet heb je een klap te pakken!’ zei hij. Voor het gemak vergat hij even dat van de tienduizend keer dat mensen wordt gewezen op het weggooien van afval, er ongeveer een keer iemand geïrriteerd kan reageren. En dan heeft degene die de ander erop wijst om geen afval op straat te gooien, het waarschijnlijk op zo’n onhandige manier gezegd dat dit minstens een agressieve aanval uit moet lokken. Er zijn altijd uitzonderingen.

Het is in mijn hele leven nog niet gebeurd dat ik ‘een klap op mijn bek’ kreeg omdat ik iemand heb gewezen op afval weggooien op straat, op het trottoir parkeren, het niet opruimen van hondenpoep of pestgedrag. Nee, bang zijn om klappen te krijgen is een uitermate handige manier om je achter te verschuilen als je te bang bent om je mond open te doen.

Ik ken iemand die niet gevoelig is voor groepsdruk. Al zegt de hele groep dat iets op een bepaalde manier moet gaan, als zij er niet mee eens is dan zegt ze dat. Op een goed onderbouwde manier. Dan krijgt ze warempel nog mensen mee ook nog. Ik weet niet of ik dat in elke situatie zou durven. Dan ben ik zo gezegd ‘vake te bange’. Mijn mond dichthouden scheelt ellenlange discussies en levert me geen giftige blikken op. Maar of de wereld daarvan verbetert? Niet echt. 

Zo zijn we allemaal wel ergens bang voor. De een voor spinnen en de ander voor ziektes. Maar volgens mij zijn we het meeste bang voor het onbekende. Wat komt er na de dood? Wat moet ik als ik mijn relatie verbreek? Ik zou wel een half jaar verlof willen maar hoe reageert mijn werkgever? Zal ik mijn baan opzeggen? En hoe moet dat financieel dan? Ik wil naar China maar ik ben nog nooit buiten Europa geweest. Hoe moet dat?

En zo zijn er nog wel tientallen voorbeelden te noemen. Allemaal sprongen in het diepe. Mensen die deze stappen toch durven te ondernemen zijn mijn helden en voorbeelden.

Soms moet je een ezel aan zijn staart trekken om vooruit te komen, de knuppel in het hoenderhok durven gooien om discussies uit te lokken of de vinger op de zere plek leggen om veranderingen teweeg te brengen. Of het nou op grote of kleine schaal is. Maar vake be’j te bange.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Caro



Allemaal één ding gemeen

10:00, 7/11/2015 .. 0 comments .. Link

Een vroegere buurman, de winkelier waar ik altijd citroenen en knoflook koop, twee collega’s,  een aangetrouwd familielid, een vriendin en zelfs mijn eigen man. Ze hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal als vluchteling naar Nederland gekomen.

Nu ik er zo over nadenk blijk ik meer vluchtelingen te kennen dan ik altijd heb gedacht.

Met een collega ben ik onderweg naar Rosmalen voor een slipcursus. Vlakbij de eindbestemming raak ik de weg kwijt en komen we op een terrein omheind met hekken en zwart plastic. Op het terrein staan feesttenten en er is een EHBO post. Toch klopt er iets niet. Ik hoor geen muziek en er lopen een paar mensen. Het is hier duidelijk geen feest. Even verderop zien we een bord met daarop ‘COA Rosmalen’. We blijken midden in een vluchtelingkamp terecht te zijn gekomen.

Dit is mijn kans om erachter te komen waar heel Nederland het nu de afgelopen tijd over gehad heeft. Wie zijn nou die mensen die verguisd worden op social media? Wie zijn die mensen waarvan men zegt dat ze onze banen inpikken en profiteren van ons geld? Wie zijn die mensen waartegen een heleboel mensen protesteren als de worden opgevangen in hun buurt?

‘We gaan een praatje maken’ zeg ik tegen mijn collega en ik loop naar drie mannen toe waarvan er één een filmpje zit te maken met zijn telefoon. ‘Even de familie laten weten hoe het met me is’ zegt hij in het Engels. We stellen ons voor en heten ze welkom in Nederland. Er verschijnt een warme glimlach

Ze zijn een week in Nederland. Huis en haard hebben ze achter moeten laten. Dat doe je niet voor niets. In hun ogen zie ik dat ze lichamelijk hier zijn maar in gedachten dichtbij hun vertrouwde huis en familie. Een dochtertje dat net is geboren maar die je achter hebt moeten laten bij je vrouw. Een zieke moeder die niet meekon. Een geliefde.

Een beetje beduusd en zwaar onder de indruk rijden we aan het eind van de dag naar huis.

Een week later ben ik aan het collecteren. Als de deur opengaat zegt de bewoner dreigend: ‘Als het maar niet voor de vluchtelingen is’. Het is voor een ander doel maar mijn mond valt open en ik sta werkelijk perplex.

Op een feestje blijkt een vrouw een uitgesproken mening te hebben over vluchtelingen. ‘Ik zag op tv dat ze zelfs een I-Phone bij zich hebben. Nou, dan begrijp ik niet dat ze het zo slecht hebben daar…’

‘Hááállóóó, wat zou jij doen als je moest vluchten voor oorlogsgeweld? Mijn telefoon is mijn enige middel om nog contact te houden met mijn familie. Dat is het eerste dat ik mee zou nemen!’ schreeuw ik haar bijna toe.

Al honderdduizenden vluchtelingen hebben zich hier de afgelopen jaren gevestigd. Niemand deed daar ooit moeilijk over.

De man van de collecte, de vrouw van de ‘telefoon-opmerking’, mensen die opruiende teksten op Facebook en andere social media zetten, verraders van Joodse schuilplaatsen in de tweede wereldoorlog, mensen die hun mond niet open durven te trekken om een tegenreactie te geven op provocerende types.

Ze hebben allemaal één ding gemeen. Drie keer raden wat.

 

 

                                                                                                                      Caro



Gezonde competitiedrang

18:56, 8/10/2015 .. 0 comments .. Link

Sinds kort zit ik op fitness. Met grote weerzin ga ik naar de proefles. Rennen op apparaten is niets voor mij. Als een hamster in een tredmolen voel ik me als ik op de loopband sta. Ik roei liever in de buitenlucht dan dat ik op een surrogaatroeiboot zit. Aan het eind van de les heb ik toch de smaak te pakken. Maar dat komt door Marjan. Marjan en ik hebben een gezonde competitiedrang. We proberen elkaar de loef af te steken, fietsen elkaar het snot voor de neus weg en laten elkaar hardop door het zaaltje weten hoeveel kilo aan gewicht we aan het buikspierapparaat hebben gehangen. Zij vijf kilo meer dan ik maar de volgende keer is het andersom. Bij een serie van vijftien keer een gewicht optillen, doe ik er op het laatst nog snel een extra bij. Tot groot ongenoegen van mijn fitnesspartner die daar net even niet op rekent.

Zij daarentegen heeft expres haar groene T-shirt aangedaan omdat ik daar beter in kan zien hoe hard zij zweet. Aan de vlekken te zien spant zij zich meer in dan ik. We proberen elkaar telkens net een stapje voor te zijn.

Over het algemeen heb ik altijd wel een beetje gezonde competitiedrang gehad. Spelletjes wil ik winnen en ik kan niet tegen mijn verlies. Maar het zou ongezond zijn om mijn verlies aan mijn tegenstander te laten merken.

Competitiedrang levert me heel veel op. Zonder deze drang had ik nooit het fantastische moment kunnen beleven toen ik de top van de hoogste berg van Afrika had bereikt. Samen met Marjan uiteraard. In mijn werk zou ik nooit verder zijn gekomen en ik zou nooit hebben leren vliegen. Zonder deze competitiedrang zou ik nog steeds een bakvis zijn.

Hoewel veel mensen het niet willen toegeven heeft iedereen hier in meer of mindere mate mee te maken. Je hebt het nodig om ergens goed in te worden. Steeds een stukje beter dan een ander. Net iets meer verstand van zaken hebben dan een ander. Maar het moet wel gezond blijven. Ongezonde situaties krijg je als je jaloers wordt op een ander, gaat huilen als je verliest of drastischere middelen gaat gebruiken om de strijd aan te gaan met een ander. Onsportief gedrag zeggen sommigen.

Met fitness is Marjan me net een stapje voor. Ik heb een les verzuimd en nu loop ik achter.

Volgende week ga ik een keer extra maar dat weet ze nog niet. Dat vertel ik haar de week daarna wel.

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           Caro



Motormuis

18:52, 8/10/2015 .. 0 comments .. Link

Met een paar mensen gaan we motorrijden. Het is een zonnige herfstdag en we rijden richting Duitsland. Het maïs is er nog niet overal afgehaald en de eerste gele blaadjes verschijnen al aan de bomen.

We rijden over de smalle asfaltweggetjes door kleine plaatsjes waar ik normaal gesproken nooit kom omdat ik er niets te zoeken heb. ‘Mooi bochtenwerk’ zeggen de mannen tegen elkaar.

Dan ineens, terwijl we al uren door het platteland rijden, staan er zomaar uit het niets, tientallen motoren geparkeerd.

Ik ben bij ‘Biker Treff’ in Ochtrup beland. Een groep motorrijders komt tegelijkertijd met ons aan op Harley Davidsons. De modekleur is zwart en een enkeling draagt een camouflagebroek. De gemiddelde leeftijd is vijftig plus. De eerste zet zijn helm af en schudt zijn hoofd met zijn grijze lange haar heen en weer. Van boven kort, van onder lang. Een mat zoals je die alleen maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw kon zien. Hij haalt een kam tevoorschijn en begint tot mijn grote verbazing zijn lange mat netjes te kammen. Zijn haar zit nu beter dan dat van mij realiseer ik me. Een matje is hier het modekapsel zie ik. Ik weet niet of ik het retro moet vinden of dat ze dertig jaar geleden zijn blijven steken in de tijd. Hoe dan ook, ik val hier buiten de boot.

Er lopen mannen rond met een buikomvang zo groot dat de gespen van hun hesjes wel drie keer verlengt zijn. Achterop hun hesjes staat de naam van hun motorclub. Hoewel het Duitsers en Nederlanders zijn, gebruiken ze altijd Engelse namen. Dat zal wel stoerder staan denk ik. ‘Flying Wheels’ klinkt toch een stuk respectabeler dan ‘Vliegende Wielen’.

Een vent met een lange baard heeft vanmorgen voor de spiegel zijn best gedaan om een ‘baardenstaart te maken. Hij heeft een elastiekje in zijn baard geknoopt.

De tatoeages zijn veelal vervaagd en groenig geworden. Ze bestaan voornamelijk uit afbeeldingen van kettingen, vuur, schedels, skeletten en duivels. Dood en verderf gecombineerd met een motortje. Wie geen tatoeages heeft versiert zich met een leuke ketting en ringen. Ook de sieraden bestaan voornamelijk uit afbeeldingen van skeletten en schedels. Het ziet er imponerend uit.

Naast mij zit een dikke ‘biker’. Hij draagt een zwarte zonnebril en heeft een lange baard en oorbellen. Daarnaast zit een man met om elke vinger een ring van een grote schedel. ‘Wat of de heren willen bestellen’ vraagt de serveerster. Dat wordt minstens twintig bier, en als het niet snel genoeg komt verbouwen ze hier de hele tent, schat ik zo in. ‘Kaffee und Kuchen’, zonder slagroom, zegt de dikke. De ringenman wil een ijsje.

Een schattig volkje die motormuizen. Ik heb mijn conclusie getrokken. Niet alles is wat het lijkt. Mannen in nette pakken, daar moet je pas echt voor oppassen.

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         Caro



Onbetaalbaar

18:30, 8/10/2015 .. 0 comments .. Link

Een jaar of twee geleden heb ik hem in dienst genomen. Nog niet zo lang geleden heb ik hem maar een 0-urencontract aangeboden. Je moet toch ergens beginnen en een vaste baan zit er nou eenmaal niet in. Tijdens vakantieperiodes is het druk en werkt hij elke dag en de rest van het jaar af en toe een weekend. Als ik het rustig heb, heeft hij het druk. Het gaat over mijn poezenoppas.

Toen ik drie maanden naar het buitenland vertrok, zocht ik een oppas. Niet zomaar een oppas. Nee, het moest een handige zijn omdat één van mijn katten diabetes heeft en twee keer per dag insuline nodig heeft. Verpleegkundige competenties zijn een vereiste. En naast een tal van andere capaciteiten moet de oppas ook nog kennis en kunde hebben van het omgaan met moeilijk gedrag. Sociale vaardigheden en inlevingsvermogen zijn een must. Ik heb een oproep in mijn directe vrienden- en kennissenkring gedaan. Al snel reageerde iemand die deze taak op zich wilde nemen. Een gouden greep.

Hij neemt zijn opdracht uiterst serieus. Vier A4’tjes had ik geschreven over de verzorging van de beestjes en instructies bij ‘wat te doen als het misgaat’. Na het document doorgeworsteld te hebben had hij toch nog wat scherpe vragen. Dit is niet zomaar een werknemer realiseerde ik me. Sterker nog: ik hoef hem zelfs niet meer te vragen als ik oppas nodig heb. Nog voor ik überhaupt heb nagedacht over dat ik nog oppas moet regelen als ik een weekend wegga, heeft hij zichzelf al gemeld. Naast de algehele verzorging probeert hij ook nog een sociale band op te bouwen met de beestjes. Dat is geen gemakkelijke taak als je weet dat Bommel de kat te vergelijken is met een wild dier. Toen mijn neefje nog klein was, las ik hem eens uit een dierenboekje voor. ‘Wat zegt de poes?’ vroeg ik hem. ‘Grrrrr’ antwoordde hij.

De band die Bommel en de oppas opgebouwd hebben tijdens mijn afwezigheid verdwijnt op slag als ik weer op de stoep sta. Dan staat ze te grommen en te blazen naar haar geweldige oppas. Plaatsvervangende schaamte krijg ik ervan. Al jaar en dag staat hij voor mij klaar en heeft hij allemaal nevenactiviteiten erbij gekregen. Als back-up is er in de loop van de tijd een heel ‘poezenprikteam’ verzameld. Allemaal invallers voor als de hoofdverzorger een keer niet zou kunnen. Dat is overigens nog nooit gebeurd.

 Mijn poezenoppas krijgt geen salaris van mij. Dat kan ik namelijk niet betalen. Alle goede zorgen zijn gewoonweg niet uit te drukken in geld. Hij is onbetaalbaar!

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 Caro



Vakantiegevoel

11:44, 14/8/2015 .. 0 comments .. Link

‘Ruim 60 procent van de Nederlandse vakantiegangers is na één dag werken het vakantiegevoel kwijt’ lees ik op een nieuwssite. Wat gaat er zo vreselijk mis dat je al na één dag werken je vakantiegevoel kwijt bent? Ligt dat aan je werk of aan jezelf? Of wellicht een combinatie van beide?

Bij die 60 procent behoor ik niet. Ik wil er een kunst van maken om het hele jaar een extreem vakantiegevoel te hebben ondanks dat ik net als iedereen, gewoon moet werken.

Zodra ik weekend heb laad ik mijn auto in en gaan we met mijn neefjes een nachtje kamperen. We komen op een camping waar veel gasten al wekenlang vertoeven en ik hoor niets anders dan vrolijke campingverhalen. Hoewel we maar één nachtje blijven kom ik maandag op mijn werk met een gevoel alsof ik twee weken weg ben geweest. En nog steeds is mijn vrijaf nog niet begonnen.

Vakantiegevoel is voor mij niets moeten, rust, genieten van de natuur en buitenlucht, nieuwe mensen ontmoeten en vooral leven in het moment en niet teveel bezig zijn met wat was of wat nog moet komen. En een lekker biertje op een terras hoort daar ook bij.

Rust creëren heb ik zelf in de hand. Ik hoef van mezelf niet op elke verjaardag op te komen draven of mijn dag extreem vol te plannen. Druk zijn zit vooral in je hoofd en heeft met je eigen planning en keuzes te maken.

Genieten van de natuur en buitenlucht doe ik ook buiten mijn vakantietijd door zoveel mogelijk op de fiets naar mijn werk te gaan. Alle binnendoor weggetjes ken ik inmiddels en vaak ben ik nog sneller ook op de fiets. Onderweg zie ik reeën en fazanten. Elke keer weer een verrassing als er in de ochtendmist in de naar bladeren en zandruikende omgeving plotseling een eekhoorntje oversteekt.

Reorganisaties op het werk, meer doen met minder mensen? Daar kan ik me niet druk om maken. Zolang ik er niet dood aan ga, valt het allemaal reuze mee.

Op dezelfde nieuwssite lees ik dat 70 procent van de Nederlanders ontevreden is over zijn/haar baan. Dat draagt in mijn ogen niet bij om je vakantiegevoel lang te behouden als je weer aan de bak moet. In Nederland heb je niet altijd de keuze over welke baan je gaat invullen maar wel hoe je ermee omgaat als deze niet bevalt.

Gewoon lekker doen waar ik zelf zin in heb. Als ik dat elke dag in mijn leven waar kan maken heb ik een eeuwig vakantiegevoel.

En dat biertje op het terras? Dat drink ik ook wel op een terras in Haaksbergen buiten de vakantie om. Echt vakantiegevoel krijg ik daarvan!

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Caro



Lekker simpel

12:52, 2/7/2015 .. 0 comments .. Link

Met een collega zit ik samen in de auto. We zijn onderweg naar een congres in Utrecht. Mijn collega is zeer hoog opgeleid en heeft een verantwoordelijke en complexe functie. ‘Zou jij niet eens een simpele baan willen hebben?’ vraagt ze aan mij. Daar hoef ik niet lang over na te denken. Dat lijkt me heerlijk. Mijn collega ook. Met een bedrijvig en soms ingewikkeld leven verlang ik wel eens naar eenvoud in mijn bestaan.

Heerlijk, een baan waarbij ik niet na hoef te denken. Gewoon op domme kracht en doorzettingsvermogen mijn werk doen. Samen lachen we hartelijk als we om de beurt een beroep opnoemen wat we ook wel uit zouden willen voeren. Ik zie het me niet direct doen maar ik verlang er best een beetje naar.

Waarom moeten dingen soms zo ingewikkeld zijn? Waarom kies ik voor de complexe weg? En moet het altijd moeilijk zijn? Als je wilt niet.

Vandaag is mijn nichtje van vijf bij me. Ineens bevind ik me in een wereld van Disney prinsessen, vrolijke kinderliedjes, legpuzzels die ik binnen een minuut in elkaar heb en kleurplaten. Hoe simpel kan het leven zijn? Wat een heerlijk bestaan is het toch als je je niet druk hoeft te maken om geld, wat je gaat eten vanavond of over veranderende wet- en regelgeving waar je nu direct op moet inspringen…

Kleine kinderen hebben weer andere zorgen. Maar of die nou groter of kleiner zijn dan die van mij? Ik denk het niet. Mijn vijfjarig nichtje kan zich net zo opwinden over dat ik een valsspeler ben met het spelletje Memory dan ik mij kan opwinden over het schone dekbed dat ze heeft gebruikt om een hut mee te bouwen in de tuin. Allebei evenveel zorgen dus maar waarom denk ik dat zij een eenvoudiger en dus makkelijker bestaan heeft dan ik?

Er komt iemand langs en het gesprek gaat over opleidingen en beroepen.

‘En wat wil jij dan later worden?’ wordt mijn nichtje gevraagd. Daar hoeft ze niet lang over na te denken en in volle overtuiging antwoord ze: ‘Elfje!’

Gewoon heel simpel. Een goede keuze vind ik. Maar of dat nou brood op de plank brengt?

 

 

                                                                                                                      Caro



Principekwestie

18:44, 17/6/2015 .. 0 comments .. Link

De McDonalds boycot ik al jaren. Die staat voor mij symbool voor de Amerikaanse overconsumptiemaatschappij. Daar wil ik niet aan meedoen. Ik koop Fairtrade bananen in de supermarkt, eet niet elke dag vlees en al helemaal geen plofkip. Voor al mijn boodschappen die ik binnen mijn woonplaats haal, pak ik de fiets. Autorijden is alleen maar milieuvervuiling voor zulke korte stukjes.

Dat doe ik allemaal uit principe. Althans dat denk ik. In het echte leven ben ik niet zo principieel als ik denk dat ik ben.

Toen ik jaren geleden eens op stap was met een collega en hij aanbood om bij de McDonalds een mcflurry te halen, zwichtte ik meteen. Hij trakteerde en ik vond het een leuke collega. Dan maar even geen principes.

Nog even een paar boodschappen halen. Buiten regent en waait het. Het is een half uur voor sluitingstijd. Ik ben verschrikkelijk moe omdat mijn dag al om half zes is begonnen. De hele dag in de auto gezeten omdat ik voor een cursus naar het westen van het land moest en daar gaan mijn gedachten: ‘dan kunnen die vijf minuten naar de winkel er ook nog wel bij…’ en floep, ik pak de auto. Als ik in de supermarkt een biologisch stukje kipfilet voor bijna zes euro in mijn handen heb, kijk ik snel om mij heen of niemand het ziet en pak ik vlug een bakje waar twee keer zoveel in zit voor twee keer zo weinig. Ietwat opgelaten loop ik naar de kassa omdat ik mijn principes heb geschonden.

Ik hou van gezond eten maar af en toe kan ik me oh zo te buiten gaan aan bier en vette worst. Soms moeten de principes even aan de kant.

Zo betrap ik mezelf wel vaker op het schenden van mijn eigen stelregels. Dan probeer ik het in eerste instantie goed te praten door te zeggen dat ik alleen maar nieuwsgierig was hoe de Mcdrive werkt en dat de Fairtrade koffie op was maar ik val genadeloos door de mand. Mijn omgeving trapt daar niet meer in.

‘Eerlijkheid duurt het langst!’ roep ik vol overtuiging. Maar af en toe een klein leugentje om bestwil ben ik ook niet vies van. Daar ben ik dan wel weer gewoon heel eerlijk in.

Wel de trap nemen en niet met de lift gaan. Daar hou ik me aan tenzij ik al voor de zevende keer die dag naar de vijfde verdieping moet lopen.

Hoe leuk ben je als mens als je te vasthoudend bent aan je principes? Waarschijnlijk net zo ‘leuk’ als dat je geen principes hebt en principieel tegen principes bent.

Af en toe moet ik even mijn principes laten varen. Heel gezond en daar moet je vooral niet te krampachtig mee omgaan. Dat is gewoon een principekwestie.

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                           Caro



Prinses

21:59, 13/6/2015 .. 0 comments .. Link

Welk meisje heeft het nou niet ooit door haar hoofd laten gaan: hoe zou het zijn om prinses te zijn? Prinses zijn lijkt me ook wel wat en enkele weken geleden kreeg ik zomaar de kans. In België staat een verlaten kasteel. Vroeger gebruikt als zomerverblijf en vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft het dienst gedaan als kindertehuis.

Op het laatste moment vind ik een gelijkgestemde die met me mee wil. Een dappere jongedame die het ook ziet zitten om prinses te worden. Als je één nacht in dit verlaten kasteel hebt geslapen mag je de titel prinses voeren vinden wij.

Het kasteel is van de buitenkant imposant. Dikke stenen muren en prachtige torentjes zoals je die alleen in illustraties van Doornroosje ziet.

Maar het prinsessenleven gaat niet over rozen. De klim naar het Château is niet gemakkelijk. Tot mijn grote blijdschap worden we het eerste stuk geholpen door een paar dappere mannen die onze spullen tot aan de ingang van het kasteel brengen. Daarna vertrekt ons ‘personeel’ en moeten we de klus zelf zien te klaren. Binnen waait en tocht het. Ergens klappert een deur. Alles staat op instorten en op sommige plekken kijken we wel drie verdiepingen naar beneden. We lopen door de kasteelkeuken en schijnen met onze zaklantaarns in de duistere gangen.

Ik moet plassen in de tuin waar ik mijn benen openhaal aan de bramenstruiken. Hoe doen sprookjesprinsessen dat? Die hoeven nooit te plassen blijkbaar. Als kind kon ik me ook nooit voorstellen dat de koningin ook wel eens naar de toilet moest.

We hebben bedacht dat we gaan slapen in de hoogste torenkamer. Daar slapen prinsessen immers. Volgens de sprookjesboeken slapen prinsessen in een roze hemelbed met zijdezachte lakens. Maar dat vooruitzicht is niet reëel. De torenkamer zit vol duivenpoep en nestelen spinnen.

Daar waar overdag de vogels nog vrolijk aan het fluiten waren in de tuin, begint het nu donker te worden. Zachtjes begint het te regenen en de wind trekt aan. Weer een desillusie over het prinsessenleven. Die staan altijd met wapperende haren in hun witte nachtjapon voor het raam met een kandelaar in hun hand. De wind blaast hun kaars niet uit en ze hebben het niet koud. Wij wel.

De volgende ochtend worden we als prinsessen wakker maar we verlangen enorm naar een warme douche en een goed bed.

In het dagelijks leven zie ik ook wel eens ‘prinsen en prinsessen’. Zij leven in grote huizen met fraai aangelegde tuinen. Een dikke auto voor de deur. Hun kinderen scoren goed op school en bij de sportclub. Manlief ziet er niet onknap uit en zijn echtgenote mag er ook zijn.

Net als in het echte prinsessenleven weet ik nu dat het niet zo leuk is als dat het lijkt. Het grote huis blijkt een tophypotheek te hebben die onbetaalbaar is geworden. De dikke auto is van de bank. De jongste zoon heeft een verborgen handicap waardoor hij later nooit zijn rijbewijs zal halen. Manlief blijkt niet de prins op het witte paard waardoor het huwelijk op knappen staat.

Laat mij maar lekker Caro zijn. Prinses zijn is leuk. Voor één nachtje.

 

 

                                                                                                                      Caro



Cadeautje

06:58, 23/4/2015 .. 0 comments .. Link

Zo blij als een klein kind ben ik als ik een cadeautje krijg. Nog steeds bonst mijn hart in mijn keel als ik ’s ochtends op mijn verjaardag wakker word. Niets kan me zo blij maken als een verrassing. Het leukste wat me kan overkomen is een cadeau waar een verrassingselement in zit zoals iets krijgen van iemand die je bijna niet kent of al heel lang niet gezien hebt. Iets wat ik helemaal niet verwacht. Dat vind ik het leukst. En soms gebeurt me dat wel eens.

Afgelopen vakantie besluiten we om de laatste week in Nederland door te brengen vanwege het mooie weer. We gaan naar een gebied dat we niet goed kennen. Ik heb, denk ik, een hele leuke camping uitgezocht in de buurt van een idyllisch jachthaventje. Daar aangekomen blijkt de hele penoze van Amsterdam daar te zitten. Dat gaat het dus niet worden en we maken rechtsomkeert. De camping waar we daarna terecht komen bestaat alleen uit woonwagens. Ook niet mijn stijl. Ik vlucht zo snel mogelijk weg om vervolgens maar weer wat anders te zoeken. Daar staan we dan. Midden in een polderlandschap, dertig graden boven nul en geen leuke plek om te kamperen. Mijn ervaring is in dit soort situaties dat het altijd goed komt en warempel daar kwam de oplossing zomaar uit de lucht vallen. In de trillende lucht zie ik dat er in de verte een landbouwer met een tractor aan het werk is. Hij rijdt met het gevaarte de weg op en komt ons tegemoet. Hij stopt op het moment dat hij ons passeert. ‘Alles in orde?’ vraagt hij naar mijn verdwaasde gezicht kijkend. ‘Eigenlijk niet’ zeg ik en vertel hem over mijn zoektocht. ‘Rij maar mee’ zegt hij zonder aarzelen. ‘Jullie mogen bij mij kamperen.’ U begrijpt, daar hoef ik niet lang over na te denken. Iemand die dat zomaar doet krijgt van mij tien punten erbij. Daar aangekomen blijkt hij een zorgboerderij te hebben. Weer tien punten. En als klap op de vuurpijl heeft hij biologische melkkoeien. Nogmaals tien punten erbij. De man blijkt een verwoed reiziger te zijn en hij maakt elk jaar wel een reis op zijn motor naar Afrika (mijn punten beginnen op te raken, ik heb nog nooit zo gestrooid). Hij is een bijzondere leuke gesprekspartner en heeft zich goed verdiept in de geschiedenis van veel Afrikaanse landen.

Uiteindelijk hebben we er de hele week gestaan. Toen we weggingen wilde hij er niets voor hebben. We gaan met een bijzondere herinnering naar huis en hebben kennis gemaakt met een buitengewone gastvrijheid.

Zeg nou zelf, de cadeautjes die het leven je geeft zijn het allerleukst!

                                                                                                                                                                                                                                                                                       Caro



De vrijdageters

20:51, 9/4/2015 .. 1 comments .. Link

We kennen in Nederland grote eters, probleemeters, mee-eters en de aardappeleters. Ik heb de vrijdageters. Het idee heb ik gepikt van kennissen die hun huis voor alles en iedereen openstellen. Elke vrijdag nodigen ze mensen uit voor het avondeten. Dit vind ik zo'n leuk idee dat ik het overgenomen heb. Sindsdien heb ik mijn vrienden- en kennissenkring op een leuke manier een stuk beter leren kennen. Samen met iemand eten vind ik net wat intiemer dan een bakkie doen hoewel ik soms de voorkeur geef voor het laatste uit praktische overwegingen. Uitgebreid koken en eten doe je nou eenmaal niet als je maar een half uurtje de tijd hebt.

Het zegt veel over iemand of diegene nou veel of weinig lust, schrokt of langzaam eet, met veel geluid eet, het bestek niet kan hanteren, husselt, prakt of ketchup bij het eten gebruikt. Andersom kan ook: wat zegt het over de kok of de gastvrouw als je iets niet lust, de servetjes niet op tafel staan, een paar stoelen tekort komt of het toetje vergeten bent? Kijk, en wát dat nou over iemand zegt, daar mag je je eigen conclusies uit trekken.

Ik sprak op een feestje iemand die niet tegen eetgeluiden van anderen kan. Dat heb ik soms ook. Bij reclames op televisie van mensen die luid chips eten ga ik over mijn nek en als er iemand naast mij luidruchtig een appel eet kan ik mij niet meer concentreren op het gesprek. Krokante chocolade afhappen moet je niet bij mij in de buurt doen. Hoewel ik niet uit een eetcultuur kom vind ik dat iemand altijd aan moet kunnen schuiven. Afgepast eten bestaat niet bij mij. Ik heb wel eens gehoord dat er mensen bestaan die de deur op slot doen tijdens het eten. Dan moet ik gelijk denken aan valse honden die hun bak met voer met opgetrokken lippen, ontblote tanden en luid gegrom verdedigen als je te dichtbij komt. Uit de buurt blijven dus.

In andere landen heb ik ervaren hoe fijn het is om ergens welkom te zijn. Wat een verrassing is het als je zomaar bij een vrijwel onbekende wordt uitgenodigd. Als ik duizenden kilometers van huis ben en bij vreemden aan tafel zit, verwonder ik me altijd hoe snel we geen vreemden meer zijn als we samen uit een pan eten. Aardige en goede dingen uit een andere cultuur neem ik graag over. Nieuwe plannen worden er bij een maaltijd gesmeed. Samen eten levert inspiratie en nieuwe inzichten op, geduvel wordt opgelost en nieuwe dingen worden geleerd.

Dat gebeurt meestal niet bij een bakkie koffie maar daar begint het wel vaak mee.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                      Caro



Nederlands?

07:34, 12/3/2015 .. 1 comments .. Link

Wanneer het is begonnen weet ik niet. Ook niet het moment dat mijn vrienden en bekenden de woorden zijn gaan gebruiken. Ik heb het over verengelsing van de Nederlandse taal. Zelf ontkom ik er ook niet aan maar probeer het zoveel mogelijk te beperken. Van sommige woorden word ik ronduit onpasselijk. Zo hoor ik wel eens vrouwen zeggen dat ze gaan ‘shoppen’ in Groningen of Kopenhagen. Wat is er mis met het woord winkelen? Shoppen associeer ik met rosé drinkende vrouwen die meer aandacht aan hun buitenkant dan aan hun binnenkant besteden. Die een ‘baantje’ hebben en rijden in een ‘autootje’. Die aan de buitenkant succesvol zijn maar van binnen een wrak omdat ze geen eigen mening hebben maar vooral de mening van hun man aanhangen. Waarom ik deze associatie leg weet ik ook niet maar degenen die ik ken en ook een hekel hebben aan dit woord, leggen op de een of andere manier hetzelfde verband. Deze vrouwen hebben ook geen kinderen maar ‘kids’. Beroerder kun je me niet maken. Kids zijn voor mij kinderen die heel populair zijn en in schone lichte merkkleding rondlopen die nooit vies wordt. Ze halen hoge cijfers op school en worden op heel veel kinderfeestjes uitgenodigd. Kids luisteren ook geen muziek en kijken geen tv met vrienden. Nee, ze gaan ‘chillen’, wat precies hetzelfde inhoudt maar populair klinkt omdat ze immers kids zijn. ‘Have fun!’ zeg je dan als populaire moeder als je kids ergens anders gaan chillen. Geef mij maar kinderen. Die zijn tenminste normaal.

Als er iemand doodgaat dan betuig je vooral je medeleven door ‘RIP’ (rest in peace) onder een condoleancebericht te zetten. Geen ‘rust zacht’ want dat begrijpen de kids niet. Als ze overstuur zijn zeg je dat ze maar wat ‘relaxed’ moeten doen. Begrijp me goed, ik ben echt geen taalpurist want mijn columns ontkomen ook niet aan taal- en grammaticale fouten. Ook begrijp ik heel goed dat de Nederlandse taal nou eenmaal aan evolutie onderhevig is. Waar ik moeite mee heb is dat men sommige woorden kritiekloos overneemt. En eerlijk is eerlijk; voor sommige woorden is gewoon geen goede Nederlandse vertaling mogelijk. Maar om nou af te sluiten met: ‘Yo, dudes! How’s life? Check mijn blog voor m’n nieuwste column! Greetzzz’. Dat gaat me echt te ver.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               Caro



Sterke vrouw gezocht

09:00, 26/2/2015 .. 0 comments .. Link

Tijdens een workshop krijgen we de opdracht om van de ene kant van het veld naar de andere kant te lopen. De docente die de workshop geeft zegt tegen ons: ‘Dat bankje moet ook mee. Is er een sterke man die dit mee kan nemen?’. Apathisch kijkt iedereen elkaar aan. We zijn allemaal vrouwen. Nog verbaasder ben ik als ik het bankje zie. Die til je met één vinger op. Wat mankeert haar om te denken dat wij dit niet kunnen? Blijkbaar ben ik de enige die zo denkt want een paar vrouwen roepen naar het groepje naast ons (waar wel mannen te vinden zijn) of er een man is die kan helpen. Mijn mond valt open.

Hoe vaak maak ik dit soort situaties op een dag mee? Als ik op mijn werk ben en mededeel dat mijn boterhammetjes door mijn man zijn gesmeerd en dat het eten klaar is als ik ’s avonds thuiskom, dan is het commentaar vaak: ‘Nou, nou, jij hebt het maar mooi makkelijk!’ Is het andersom, dus als mijn man mededeelt dat het eten klaarstaat als hij thuiskomt, dan hoort hij nooit van zijn collega’s: ‘Jij hebt het maar makkelijk’. Dat wordt als vanzelfsprekend aangenomen.

Iedereen kent de situatie wel dat er bij een lezing of een vergadering een apparaat niet werkt. De microfoon, beamer of dvd speler werken nooit op het moment suprême. Verbazingwekkend vind ik dat er altijd gevraagd wordt naar een ‘handige man’ om het apparaat weer te laten functioneren. Meestal weet ik exact waar het aan ligt want ik weet precies hoe die dingen werken. Dan zit ik met mijn armen over elkaar te grijnzen omdat de ‘handige’ man het niet voor elkaar krijgt en niet durft te vragen of er misschien ook een handige vrouw in de zaal zit. Even vrouwen onder elkaar: ‘Ooit wel eens aan een man gevraagd hoe hij zijn werk toch combineert met zijn gezin?’ Waarschijnlijk niet. In de regel wordt dit alleen aan vrouwen gevraagd. Ook wel eens op gelet wie er achter het stuur zit in de auto? Meestal een man. Het is niet eens een keuze maar een hardnekkige denkwijze van ons vrouwen om hierin mee te gaan en het heel normaal te vinden dat de man rijdt en de vrouw ernaast zit. Tenzij mijnheer bezopen is. Net zoals de man een auto heeft en de vrouw ‘een autootje voor erbij’. Emancipatie zit hem vooral in het denken en zover zijn wij vrouwen in Nederland nog lang niet allemaal. Zolang wij hulpeloos gaan doen als er een klusje in huis geklaard moet worden dan hebben we nog een hele weg te gaan.

En hoe het af is gelopen met dat bankje? Na vijftien minuten is het slachtoffer gevonden. Ik geef hem nog geen cent voor zijn kippenkracht.  Net voordat hij het bankje kan oppakken gris ik het voor zijn neus weg, til het met één hand boven mijn hoofd op (horeca-ervaring), draai me om en zeg: ‘Kom maar, dat doe ik wel even. Veel te zwaar voor jou’.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                          Caro



{ Last Page } { Page 1 of 3 } { Next Page }

About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

Links

Caro Woudstra

Categories


Recent Entries

Elleknik en Kerstkuddes
Luieren
Verkeerspsychologie
Hardlopen
Inspiratie

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer