Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

carries wegen

Verraad

{ 19:46, 20/11/2011 } { 0 comments } { Link }
Ik was te emotioneel instabiel voor de job die me die zomer zou toekomen. Wat?! Het bleek dat de zo leuke coachingwandelingetjes helemaal niet voor F. haar opleiding waren. Ze had alles wat ze vond met de grote baas overlegd en gezamenlijk waren ze tot deze conclusie gekomen. Toe maar, sla me maar. Nog een klap in mijn gezicht. Na een mislukt onderwijsavontuur, een burn-out, een verhuizing en kanker moest ik op dat moment omgaan met het verraad van mijn 'vriendin' F. Ik was eigenlijk juist zo trots op mezelf, dat ik me ondanks de gekte van de baas, de kanker en de verhuizing dagelijks naar mijn werk had weten te slepen, dat ik me honderd procent had ingezet, dat het me was gelukt niét in te storten terwijl mijn wereld om me heen dat wel deed. Er kwam een vuur in me los, dat ik niet kende en met een superieure argumentatie en motivatie wist ik het gesprek zo te draaien dat F. met trillend onderlipje naar de tafel staarde en gekke baas langzaam op zijn schreden terugkeerde. F. had het misschien inderdaad niet zo goed aangepakt. Ik heb je mijn hart gegeven als vriendin, mijn angsten en onzekerheden met je gedeeld, als vriendin! Wat naïef was ik geweest! Baas begreep dat hier misschien grenzen waren overschreden en ik zag hem van binnen worstelen. Maar het verraad was te groot en de spiegel was gebroken. Bam! Met een smak gooide ik de deur achter me dicht. Met anderhalve minuut was ik thuis. Liefje, zei ik. Ik ben werkloos. Vol ongeloof staarde hij me aan en met horten en stoten vertelde ik hoe F. me had verraden. Een uur later stond F. huilend voor de deur. Opnieuw was ik de meerdere in het gesprek. Ik liet haar haar verhaal doen en verblikt of verbloosde niet. Ze kwam zelf met de conclusie dat ze misschien nog niet rijp was voor een job als coach. Goh. Ik wens je een fijn leven, ajus. En gooide daarna de deur achter haar dicht. Maar daar zat ik weer. Scriptie duurde eindeloos, onderwijsavontuur mislukt, nieuwste job waarin ik al mijn hoop had gelegd mislukt. Al snel vond ik een administratieve baan met een stel andere jonge starters. Het was ontzettend leuk! Fluitend naar het werk en fluitend weer naar huis. Het werk was niet altijd even uitdagend, maar toch. Het was gezellig, duidelijk, ik werd goed opgeleid en excelleerde in mijn taken. Klantenservice lag me, mensen belden met een probleem en hoe groot was de kick als ik ze na drie kwartier alles zo helder had uitgelegd dat ze blij weer ophingen! Na een tijdje klantenservice kwam het administratieve gedeelte van de job. Saaier, maar evenzo gezellig met de collega's. Ondertussen bleef ik solliciteren. Ik vond een geweldige en wel wat hoog gegrepen baan, maar ik zwoegde en zwoegde op de brief en verzond. Ze ontvingen een enorme stapel, maar mijn brief sprong eruit. Ik werd aangenomen! Huh? Ehm, daar had ik even zo snel niet op gerekend. Ik had het net zo naar mijn zin bij de tijdelijke administratieve baan...Maar een uitdaging laat je natuurlijk niet glippen en eind juni begon ik.

lente

{ 10:19, 24/3/2011 } { 0 comments } { Link }

Iedereen heeft het erover, de lente. Heerlijk, de zon!
Ik heb er even helemaal geen zin in. Het vroeg opstaan, de hond uitlaten in de kilte, maar met de bleke ochtendzon als decor herinnert me op elke manier aan mijn werk dat niet meer is.

Vorig jaar lente stond ik namelijk aan zee met de kinderen. Liet ik die hond uit in dezelfde kilte. De belofte van een mooie dag lag aan mijn voeten. Kon de handige broek al afgeritst worden of zou ik dat pas later die dag doen? De lente, de kinderen, de zon, de zilte lucht van het wad. Dit jaar niet.

Alweer afscheid nemen van iets waaraan ik zo gehecht was. Ik verbind mijn hart meteen aan hetgeen waarvan ik houd. Daarom doet het nu even pijn. Ik sla me er wel weer doorheen.



de ziekte, het huis, de baan

{ 23:41, 21/3/2011 } { 0 comments } { Link }

Na 17 dagen werd papa ontslagen uit het ziekenhuis. In zijn bed had hij al weer zijn eerste happen genomen. Het voelde als een soort geboorte, want met kerst hadden we ons galgenmaal gegeten. Allemaal kleine hapjes met papa's favoriete smaken en gerechten. We wisten immers niet of hij ooit nog wel zou gaan eten en wat dat dan zou kunnen zijn.

Het eerste diner was niet slecht en werd ook nog met zorg gepresenteerd. Gemalen wortelen, gemalen rundvlees en gemalen aardappeltjes, opgediend in kleine bolletjes die je kan maken met zo'n mangoschepper. Tien bolletjes in de kleuren orantje, bruin en geel.

Daar waar ik in de eerste week heel vaak langs was gekomen (slopend om op 1 dag heen-en-weer te gaan van Groningen naar Deventer), werd dat na de eerste week wat minder.  Lief en ik hadden namelijk een nieuw huis toegewezen van de woningbouw. Heel fijn, maar - uiteraard - er moest ontzettend veel aan gebeuren. Alles moest geschuurd, gegrond, geschilderd en dan wel of gelakt worden. Een vreselijk karwei, mét deadline. Half februari moesten we immers uiterlijk over, want twee volledige maanden huur in één maand betalen werd te duur.

Papa overzag de onmogelijke opgave waarvoor ik stond (hoe regel je uitgeslapen, geconcentreerd en ontspannen op je werk te zitten als je én fulltime werkt én fulltime klust in het huis dan wel op en neer reist naar Deventer?!) en verbood me zo'n beetje langs te komen. Tijdens mijn werk ging ik stiekem elke dag een minuut of tien op facebook en lichtte mijn andere familie in over het reilen en zeilen in mijn leventje en papa's toestand. Ook stuurde ik hem elke dag een kaart via de e-card service van het ziekenhuis. In de avonduren gingen lief en ik dus aan de klus, of eigenlijk ging mijn lief in de klus en zorgde ik dat de hond uitging en dat er eten was. Een paar avonden heb ik helpen schuren en afplakken en ik heb de kleinste kwamer twee keer in de latex gezet. Maar fulltime klussen naast fulltime werken werd me echt te veel. Dus ik zorgde voor de beide semihuishoudens, pakte het andere huis in zestig verhuisdozen en tien vuilniszakken in en lief zorgde dat het andere huis bewoonbaar werd in een razend tempo.

Hoewel wij voor andere vrienden altijd klaarstaan om te helpen klussen, hadden onze vrienden nu geen tijd. Ik neem het ze niet kwalijk, ze wonen immers niet meer hier.Toen ik de moed had opgegeven dat we nog versterking zouden krijgen was Vriends beste vriend eindelijk klaar met zijn tentamens en hij en zijn vriendin kwamen gelukkig nog wat helpen. De vriend van mijn Lief molde meer dan hij daadwerkelijk maakte, maar toch, het voelt fijn dat er mensen zijn die ook aan jou denken. Mijn vriendin en lieve collega F. bereidde voor ons wel af en toe een bakje eten. Lief bedoeld, maar we hebben geen magnetron en ook heeft ze geen idee hoeveel eten er in mijn vriends maag gaat, maar toch. Zij dacht op haar manier ook aan ons, zo lief! Achteraf bezien blijkt nu dat ik het galgenmaal van onze vriendschap en tijd als collega verspreid over drie weken naar binnen heb gewerkt. Het werd opgediend in tupperware.

We gaven geld uit als water en bijna al het geld dat op onze spaarrekeningen stond ging in het huis zitten. Het was gespaard voor een echte auto, maar die gaat er voorlopig niet meer komen. Gelukkig hadden we allebei werk, een inkomen, dus met een beetje zuinig aan doen kwam het wel weer in orde met die auto. Er zijn belangrijkere dingen in het leven, zoals een vader die herstellende is van maagkanker bijvoorbeeld.

Tijdens het klussen zaten we nog steeds in spanning over papa. De operatie was dan wel geslaagd, maar de biopten waren nog niet terug. Wie weet wat ze in de buikstreek nog meer hadden aangetroffen. Terwijl de rommel die mijn leven is in dozen verdween, bleef ik kaarsen en wierook branden. Laat papa leven alsjeblieft, alsjeblieft. Niets is belangrijker dan dat. Ontneem me alles, god, godin, moeder aarde, of wie er dan ook aan de touwtjes moge trekken daarboven, maar laat mijn vader leven. Alsjeblieft.

Toen kwam de uitslag. Snijranden van het hele pakketje schoon, verwijderde klieren wel verkankerd. Het ziet er goed uit meneer, maar zeker weten doen we het nooit. De overlevingskans van maagkankerpatiënten zoals u is 1 op 5 na vijf jaar.

Kedeng! Hoewel het het eennabeste nieuws was dat we hadden kunnen krijgen - het beste nieuws nieuw was dat er in de klieren rondom de maag geen kanker was aangetroffen, dan was de kans dat het écht écht écht alleen in zijn maag was gebleven vrij groot) realiseerde ik me toen pas ten volle dat de kans dat mijn vader over vijf jaar niet meer leeft 80% is. Een klap in mijn gezicht. Later heb ik er 50% van gemaakt. Het komt wel of het komt niet terug. Ik heb niet voor niets letteren gestudeerd, cijfers doen mij niet zoveel en leg ik eenvoudig naast me neer.

Het huisje begon inmiddels echt op een plek te wonen die ons toebehoorde en niet de autistische man die er voor ons in gehuisd had. Vrienden uit het westen belden. Wanneer verhuizen jullie? Oke, dan zijn wij erbij, tot dan! Wat een fijn gevoel was dat, en daar waar ik nog dacht dat ze het natuurlijk slim met familiebezoeken konden combineren, kwamen ze speciaal voor ons op en neer. Ontzettend lief. Ook mijn schoonouders bewezen hun trouw en bleven vier dagen. Uiteraard kon ik mijn schoonmoeder na drie dagen wel de hersenen inslaan, maar toch. Ze vouwde al onze kleding opnieuw op (en dat is veel, geloof me) en richtte onze kasten in. Ze deed de catering tijdens de verhuizing en maakte schoon. Het meest schattige was toch wel dat ze op de verhuisdag een lading bolletjes smeerde met de filet americain die ik had gekocht. Ik had drie bakjes en 36 bolletjes gehaald. Mijn schoonmoeder, burgerlijk en culinair nogal beperkt, wist met één zesde van een bakje maar liefst 12 bolletjes te besmeren. En iedereen maar roepen, 'hé hier zit al weer niets op!...'

De aanwezigheid van mijn schoonvader confronteerde me in alles met de afwezigheid van mijn eigen vader. Daar waar de laatste altijd een plan maakt, continu alles opruimt en zorgt dat nieuwe spullen heel blijven, rost mijn schoonvader door het huis om klusjes op te knappen in redelijk onlogische volgorde. Wat moet gebeuren, moet gebeuren en als het op het oog netjes is, is het goed. Lief en ik denken daar heel anders over, maar uiteraard waren we verschrikkelijk blij met de hulp. Het grappige is dat ik zelf nog nooit een zaag heb vastgehouden, maar dat de opmerkingen van mijn vader voor altijd in mijn hoofd verankerd zitten.

'Leg daar eens wat onder'
'Haal daar eens een doekje over'
'Áltijd stofzuigen terwijl je boort, dat stof, dat vind je jaren later nog terug op je kozijnen!'
'Niét met schoenen over het beton lopen nadat je het hebt schoongemaakt, het kleinste korreltje komt nog dor dat goedkope vinyl heen!'

Bovendien hield papa op afstand de controle door mij regelmatig te bellen om me opmerkingen van gelijke strekking toe te vertrouwen.

'Als je dat plakplastich op de ramen doet, maak ze dan van tevoren goed vetvrij!'
'Als Richard straks de deuren weer terugplaats, hang ze dan iets uit het lood, dan vallen ze vanzelf dicht'

....Ja pap, het komt allemaal goed zei ik dan geërgerd. Toen puntje eenmaal bij paaltje kwam rende ik totaal overspannen achter mijn schoonvader aan, terwijl hij ijzer aan het zagen was boven ons door hem gelegde laminaat:

Oh ehh wacht. ik leg daar wel even wat onder! Die korrels loop je er anders in, dat maakt straks allemaal krassen, dat zou zonde zijn van de vloer!

...of terwijl hij aan het boren was:

Zal ik even erbij stofzuigen, anders vinden we dat stof over een jaar nog op de kozijnen!

Oh mijn God, wat ben ik ook een verschrikkelijk ondankbaar zeikwijf. Zo ver strekt een opvoeding, die je niet eens altijd verblijdde. Dat ik acher iemand, die het net anders bekijikt, aanloop als een ondankbaar wicht. Vreselijk. Maar het is nu wel netjes en onbeschadigd, hoor ik papa zeggen in mijn hoofd.

Op Valentijnsdag zwaaiden we mijn schoonouders uit en aten we als liefdesmaal van pure vermoeidheid pizza. Voor mijn lief haalde ik wel de pizza dell amore. We moesten nog duizend klussen, maar schoven die op de lange baan. Eerst maar even bijkomen. We sliepen als ossen. Even focussen op het werk en op rust.

Op mijn werk begon de spanning te stijgen en de frustratie in de samenwerking met mijn werkgever op te lopen. Gelukkig had ik mijn vriendin en collega F. die hem zo goed kende, dat ze mij in ieder geval altijd snapte en hielp met praktische tips. Door haar coachingsopleiding liepen we ook af en toe een rondje. Ik moest aan een speerpunt werken, dat was het traject zoals zij het had bedacht. Alle collega's een speerpunt. Nou prima, mijn speerpunt was dat ik niet meer te perfectionistisch in mijn werk zou staan en ook met minder genoegen kon nemen en met tegenslagen zou kunnen omgaan.

Mijn werkgever had me in eerste instantie aangenomen voor een project. Zijn grote droom. Een droom die qua inhoud en vorm wel wekelijks aan verandering onderhevig was en dat het bijzonder moeilijk maakte sponsorgelden op te halen. Projecten duren bij normale bedrijven niet voor niets altijd twee jaar. Het eerste jaar voor de sponsorgelden en het overleg, het tweede jaar voor de uitvoering en marketing. Nu moest alles echter in zes maanden.

Het resultaat; geen sponsorgeld en de deadlines naderden. Ik wilde overleg, werkgever geen tijd, ik wilde afspraken maken, werkgever ziek. Ik had heel wat tegenslagen te verwerken en zag de droom zich reduceren tot een flard. Ik werkte echter braaf aan mijn speerpunt en nam het wispelturige karakter en mijn bijgestelde project echter voor lief. Ik werkte gestaag door en aangezien mijnheer de werkgever niet op mijn e-mails reageerde, maakte ik een actielijst van een pagina of tien, keurig onderverdeeld in subcategoriën. Iedere leek had de flard nog kunnen waarmaken met een portemonnee in de ene en mijn actielijst in de andere hand.

Mijn verbazing was dan ook groot toen mij op dinsdag 2 maart werd verteld dat ik de dag erop 's ochtends een functioneringsgepsrek zou hebben. Ik wilde namelijk net een functioneringsgesprek met mijn werkgever houden, aangezien ik niet tevreden over hém was. Oh nee, zo werkt het niet in de grotemensenwereld.

Toen ik de telefoon oplegde nadat F. mij had gebeld wist ik meteen hoe de vork in de steel zat. Ik had al meer collegae op zien stappen na een plotseling ingelast functioneringsgesprek. 's Nachts sliep ik niet en buik vertelde me dat mijn eerste ingeving juist was, dit ging niet goed aflopen.

Om half tien gingen F., werkgever en ik zitten. Ik haalde diep adem en luisterde...



God en de veldfles

{ 23:17, 19/3/2011 } { 0 comments } { Link }

God bestaat,

De interveniërende man met de baard op zijn wolk. Hij zit daar, oude gerimpelde benen bungelend over de rand, met birkenstocks. Ik stel me voor met een soort superverrekijker, dan weer inzoomend op de een, dan weer de ander. Systematisch over de hele wereld, maar van lieverlee, om de echte teringzooi even te vergeten, zoomt hij soms in op een probleem van overzichtelijke aard.

Toen papa namelijk op de OK lag, schreeuwde ik God in stilte toe - terwijl we toe waren aan het vijfendertigste potje galgje - ALS JE BESTAAT - en ja, sorry dat ik je alleen op momenten van pure wanhoop zoek, excuses voor de hypocrisie -  Nou ja, als je dus bestaat, ontneem me alles wat ik lief heb, ontneem me mijn baan waar ik zo verschrikkelijk trots op ben, maar laat mijn vader leven.

Het duurde en het duurde, er was nog geen arts geweest. De operatie kon worden uitgevoerd! Om 12 uur belde de dokter. Ik moest opnemen, niemand anders durfde. Het was goed gegaan. De maag was succesvol verwijderd en zag eruit als een veldfles. 

Met de veldfles moesten we héél blij zijn, ja ik begreep het ook niet. Later hoorde ik dat het betekende dat de maag eruit zag als een maag - die dus op een veldfles lijkt - en niet als een of andere verkleefte kankerspons. Toch kan ik het woord veldfles niet meer horen. Gatver. Ik zie elke keer voor me hoe de chirurg een roestvrijstalen veldfles, mét schroefdop, uit mijn vaders maag sloopt, 'm eens uitgebreid bekijkt en zegt. Nou, mooi werk mensen, tied veur een bakkie pleur.

Papa was zo high op de morfine- en de bubificaïnepomp, dat hij alleen maar grapjes maakte op de IC. Door de spanning moesten we allemaal veel te hard lachen, tenenkrommend en onbedaarlijk. De spanning van het vagevuur, het galgje spelen op het moment van leven en hoop, kwam eruit. Hoe ironisch dat we galgje speelden, het was ook nog mijn idee. Het was het enige wat lukte. Want we konden niet praten, niet nadenken, wel eten en drinken (wij behoren tot het soort mensen dat bij voorkeur eet en drinkt op dit soort momenten). En op een gegeven moment ben je toch uitgegeten. Daarom galgje. Je zit in het luchtledige en je roept gewoon wat letters. Uiteindelijk gaan je hersenen vanzelf hun werk doen. Mijn tante versloeg mijn alleen met het woord aqua. Ook alleen maar omdat ik dacht dat ik de u al had gehad en de  q niet had geraden.

Er kwamen zeven slangen uit zijn lichaam. Geen eten, geen drinken, alleen sondevoeding, een drain, een catheter, nog een drain, een pomp met medicatie en dan nog wat dingen. Na anderhalve dag mocht hij van IC naar de verpleegafdeling. En toen begon het gedonder, vanaf nu was mijn vader PATIENT. Hijzelf wilde dat niet per se. Het overkwam hem gewoon. Het is zo raar om je altijd sterke vader ineens te horen kreunen, te veel pijn om te praten, om er na een paar minuten achter te komen dat hij wil dat je zijn kussen omhoog doet. Dat kussen opschudden is spontaan een medische handeling. Want uit zijn rug kwamen twee slangen. Dus mijn lief aan de ene kant en ik aan de andere, onder de koude oksels, hup een stukje omhoog, kussen omhoog - gauw! - en papa weer laten zaken. Zo ja, zo is het fijn. En dan bedenk je ineens dat je vader minus 1 orgaan in een ziekenhuisbed ligt. Een ritssluiting in zijn buik. En oh ja, shit, dan bedenk je je ineens weer die ene scène van die operatie die je een keer keek op tv waarbij iemands darmen weer werden teruggepropt in het lichaam. Dat gaat niet zachtzinnig.

En toen raakte papa allergisch voor morfine. De bonuspijnstiller, zoals de anesthesist het laatste sprankje morfinehoop eufemistisch noemde en de bijwerking voor de bijwerking van de bijwerkingmedicatie konden het proces niet meer afremmen. Dus morfine eraf, bubificaïne op de maximale dosis en duimen maar. In ieder geval deed papa nu weer iets normaler, want van morfine ga je je raar gedragen. Met vlagen leek hij op een dreinend kind dat zijn zin niet kreeg.

Een maag en morfinedosis ardmerof niet, papa zou papa niet zijn als hij niet de regie in handen wilden houden. Dus als ik naar de zusterspost stiefelde om de zuster nog éven toe te fluisteren dat ze 's nachts echt een paar keer moest kijken bij papa, in verband met zijn heimwee, of als ik er even naartoe ging om te vragen of ze nog van die citroenmeuk voor op zijn mond hadden, omdat hij niet mocht drinken en daarmee iets de dorst kon stillen, dan kreeg ik dat bij terugkomst te horen. En dus niet met een dank je wel:

Verdomme! Ik regel mijn eigen zaken wel! Doe normaal, ik wil geen gedoe. Maar papa, ik wil ook alleen maar een beetje voor je z...Niets mee te maken! Nu is het afgelopen!

Verdomme inderdaad, met het relativeringsvermogen van een volwassen vrouw sprak ik mezelf toe. Hij doet het niet expres, hij wil gewoon niet dat de aandacht op hem gericht is, hij houdt het liever in eigen hand. Het kind in kromp weer eens ineen. Ik deed het ook nooit goed.

En ineens ging het slechter in plaats van beter. Zo moe, zo moe, zo moe, kon hij nog net uitbrengen. Maar door de pijn niet kunnen slapen (en te calvinistisch voor het slaaptablet, zucht). Er werd bloed afgomen voor een test. Een dag later, nog meer verzwakt werd er vastgesteld dat het kaliumgehalte te laag was. Een infuus met kalium en een half uur verder had papa weer wat kleur op zijn wangen.

 



dat dit werkelijk gebeurt

{ 10:17, 3/1/2011 } { 0 comments } { Link }

Een paar dagen vakantie, het was zo fijn. Totale ontkenning, Geen werk, geen zieke vader, geen verhuizing. Niets. Nu is het maandagochtend. Mijn heilige vrije maandagochtend. Over een paar uur sta ik in de kledingwinkel. Morgen, overmorgen en de dag erna werk ik voor de stichting. Donderdag heb ik allemaal afspraken. Daarna zo snel mogelijk naar Deventer. Daar ligt mijn vader dan, in het ziekenhuis, in een nieuwe pyjama, met knopen, dat is handig straks na de operatie.

Hoe is mijn realiteit over een paar weken? Heb ik dan een opgegeven vader, of is er dan nog hoop? En hoe de fuck moet ik doorgaan. Ik heb continu het gevoel dat ik moet kotsen. Ik doe het niet. Ik eet juist nog maar wat. Ik ben een emotie-eter. Thanks mom.

Ik kan er niet omheen. Ik heb verantwoordelijkheden.

Ik moet een centrum opzetten.
Ik moet dingen coördineren
Ik moet verhuizen
Gordijnen uitzoeken.
Ik moet ermee omgaan dat mijn vader ziek is
En misschien wel doodgaat
Mijn andere vader zag hem roken
Misschien begint hij daar inderdaad wel weer mee
When all hope 's gone
Of niet
Ik weet het niet
Je weet niets
Niets
Tot vrijdag

Als de arts rond half elf terugkomt uit de OK
Dan is het klaar
Over
Zo lang hij niet terugkomt is er hoop

De dagen tot vrijdag
Ze zullen gewoon voorbijgaan

Eten, werken, hond uitlaten, slapen

FUCK

 




niet nadenken, gewoon typen

{ 01:26, 27/12/2010 } { 0 comments } { Link }

Het is half twee 's nachts en ik kan niet slapen. Ik ben klaarwakker omdat ik zo dom was om koffie te drinken na de overdadige kerstmaaltijd. Ik ben bovendien kotsmisselijk; van het overeten, omdat ik nu eenmaal met niets kan doseren, van de spanning onderweg naar huis in een oldtimer terwijl het ijzelde en kotsmisselijk van het feit dat mijn vader maagkanker heeft. Er ligt continu een baksteen op mijn maag, die een aantal zaken bijna ondraaglijk maakt. Bijvoorbeeld mensen die over iets onbenulligs praten; want dat is het gekke, als je nieuws krijgt dat je leven en je geluk op hun grondvesten doen trillen, dan draait die wereld gewoon maar door.

Toen ik net begon met studeren, hadden wij een introductie met de nieuwe studenten. We zaten op een dakterras te eten, toen plotseling een wat oudere student te horen kreeg dat haar man was overleden. De kermisattractie draaide langs het terras en gooide mensen de lucht in, al draaiend in karretjes. Haar wereld stortte in en die kermis draaide gewoon door. Inclusief stomme zielloze muziek. Het was een belachelijk tafareel.

En nu was het ineens kerst en had mijn vader ineens maagkanker. En zaten we daar maar te eten. En zat ik maar wezenloos voor me uit te staren. We weten immers nog niets. Niet of hij dood gaat, niet of hij leeft, niet of hij in godsnaam nog een beetje kwaliteit van leven heeft na de operatie. Ik tel de dagen af en ik begrijp plotseling pas de lading, betekenis en gevoelswaarde van de zin 'tussen hoop en vrees'. Een cliché, dus een waarheid als een koe. Ik at, staarde voor me uit, rookte sigaretten en probeerde nieuw soort zijn uit. En papa bekeek me. Hij vertelde hoe hij de verzekeringsagent had gebeld en dat hij er in ieder geval voor had gezorgd dat, mócht hij toch gauw of toch binnen een jaar of vijf overlijden, mama zeker nog vijftien jaar in ons huis kon wonen. Holadiee. Hij vertelde dat 'ie toch wel in zijn handjes zou knijpen als 'ie nog een jaar of tien zou leven, dat dat toch echt wel mazzel zou zijn en dat de chirurg hem van alles had verteld over de mogelijke kwaliteit van leven. En dat die kwaliteit toch wel behoorlijk zou verdwijnen als zijn slokdarm er ook uit zou moeten. Een jaar of vijf was realistischer of eigenlijk nog iets minder dan dat. Hij vertelde dat 'ie zich toch wel behoorlijk genaaid voelde dat 'ie van alle kankersoorten nu net die had getroffen die het slechtst te behandelen is.  En ik bleef stug staren en denken, maar we weten nog niets, we weten nog niets. Het kan maar zo goed aflopen.

Maar papa wilde met mij over zijn eventuele dood praten. Nuchter, oprecht, open, eerlijk. En ik niet. We weten nog niets, we weten nog niets.

Zit jij nou je kop in het zand te steken godverredomme? IK KAN DOODGAAN HOOR! Míjn lichaam laat me gewoon in de steek! Dat lichaam waarvan iedereen altijd zegt 'wat een atletisch lichaam' godverdomme! Gewoon verkankerd aan de binnenkant!

ja pap, dat weet ik en als dat zo is dan kan ik daar na zeven januari nog wel een tijdje over nadenken, aangezien de kans dat je dan heel snel dood bent gelukkig niet zo groot is. Mag ik dat niet nog even uitstellen, alsjeblief?

Sorry lieverd, sorry lieverd...huilen huilen ik hou van je...ik ook van jou toch.

Ik zei papa ik kan je troosten, daarin ben ik ervaren. Papa ik kan aan je bed zitten als je ziek bent, daarin ben ik ervaren. Ik zei papa we kunnen ruziemaken, daarin ben ik ervaren. Papa ik kan je omhelzen, daarin ben ik ervaren. Maar papa ik kan niet broodnuchter over je eventuele dood praten. Ik kan het niet en ik wil het niet. Want je mag namelijk niet dood, want dat zou écht de naaistreek van de eeuw zijn! Wie verzint dit toch allemaal? De rek is door de kanker uit je maag, maar ik ben ik zo bang dat de rek ook uit mij verdwijnt als jij dit niet overleeft.

En dan ineens lukt het weer om over onbenullige dingen te praten en te lachen. De mens is een vreemd wezen. Heb je gewoon weer een paar leuke uren.

Een nieuwe ervaring is wel dat alle steunende berichtjes van vrienden en familie me echt goed doen. Hoe anders is het als je depressief bent, het kon me geen reet schelen toentertijd wat mensen zeiden, troostten of dachten. Het ging allemaal langs me heen. Maar nu, het helpt me echt. Het idee dat mensen aan je denken en voor je bidden, kaarsjes aansteken en zich een ongeluk wierroken. Smsjes, mailtjes, kaartjes en telefoontjes. Het is echt fijn.

Ik word doodmoe van mezelf. Emoties schieten alle kanten op. Het ene moment zit ik IKEA laminaatvloeren te bekijken, het andere moment krijg ik een paniekaanval omdat ik op de fucking kerstuitzending van all you need is love een man zie die zijn pasgeboren kleindochter vasthoudt...ontroostbaar lag ik in Vriends armen te krijsen terwijl mijn tranen werkelijk met sloten uit kop brandden; het verdriet dat uit je tenen komt, is het verdriet dat niet te beteugelen is. Dat komt gewoon naar buiten. En het doet zo'n pijn, je ervaart in één seconde de kern van de emotie en de gedachte and it hits you like hell.

Hoe bijzonder is het, dat het gevoel van die pijn op geen enkele manier is op te roepen. Dat je je werkelijk niet kan voorstellen hoe het voelt totdat je het weer voelt.

En mijn lief, waar sleep ik hem nu weer in mee. Hij had me al jaren geleden moeten verlaten roep ik toe als ik overstuur ben. Wat heb je aan zo'n vrouw? Ik ben geboren voor het ongeluk, zie je dat nu nog niet? Wat nou zeven vette jaren, ik ken ze niet! En dat kan hij allemaal nog hebben ook. hij nuanceert, kijkt me aan en zegt me dat de kanker van papa me nou toch juist zo moeten leren dat elke dag het leven waard is, dat je moet genieten zo lang het nog kan. Want alles kan zo maar afgelopen zijn. Dat we gewoon keihard en ongegeneerd gaan genieten al is mijn vader ziek of straks misschien wel langzaam stervende. Dat wij toch van elkaar genieten en van de zon en van restaurants en van de hond die uit zijn dak gaat aan het water en van de kerstboom en van alle godvergeten onbenullige dingen en van de liefde van de liefde van de liefde. En dan vraag ik me weer af hoe het komt dat hij het leven zo veel beter begrijpt dan ik.

Het mooie is wel dat het werkt en dat ik stiekem en voorzichtig merk dat ik sterk ben, dat er nog wel rek in zit, in die kop van mij. Dat ik het gewoon best een beetje aan kan. Dat ik niet eens héél destructief aan het zwart/wit denken ben (onder het motto 'dan stop ik met werken/wat maakt het dan nog uit/dan wil ik gewoon meteen kinderen, dat is toch het enige dat telt/dan ga ik wel achter de kassa...nee het valt allemaal aardig mee in de categorie destructieve gedachtenpatronen).... ik zal blijven werken, ik zal genieten, ik zal verhuizen, boodschappen doen en uien snijden. Ik zal stappen en afspreken met vriendinnen. Heel raar. Ik zal me niet eens afsluiten en mijn verdriet verstoppen. Ik weet dat ik het aan kan. De woede die ik voel dat dit ons treft is met geen pen te beschrijven, ik zou me als carice van houten in zwartbok theatraal op de grond willen werpen en willen roepen 'houdt het dan nooit op?!', maar ik doe het niet. Het lukt me gewoon om, met een tussentijdse hysterische huilbui daargelaten, gewoon door te gaan. Ik val mezelf behoorlijk mee.

 



het stille dorp

{ 01:29, 15/2/2010 } { 0 comments } { Link }

Als ik ’s ochtends uit de trein stapte en met mijn vouwfiets naar mijn werkplek ging, was het stil. Ik fietste elke dag langs dezelfde huizen. Welgelegen, vlakbij het station, was een imposante villa met serres zo klassiek dat het eenieder die het zou passeren weinig moeite zou kosten om de theepartijen, die er in vroeger tijden onherroepelijk hadden plaatsgevonden, voor te stellen. Dan kwam de bocht en passeerde ik het café met de klassieke nam Spoorzicht, waar ik in zeven weken nooit iemand in of uit heb zien gaan. Vervolgens het straatje met de schattige huisjes. De juiste accessoires, manden met eenjarige bloemen bij de voorkeur, soms nog met een bordje erboven waar ‘Welkom’ of ‘Welcome’ op stond. Een perfecte straat, waar ik op een oud mannetje  na, dat zijn tuintje aanharkte, nooit iets heb zien gebeuren. Dan kwam het intens mooie huisje, op het eerste gezicht, maar na zeven weken doorzag ik de nep. Het huisje was een namaak oud huisje, met ongetwijfeld namaak gelukkige mensen erin, die een hoofdrol spelen in hun eigen toneelstuk. Dan kwam er weer een bocht, met op de hoek een lelijke eend, lichtblauw. Potsierlijk neergezet, zonder ruiten, overgroeid met rode geraniums die uiteraard welig tierden. Dan kwam het laatste mooie maar zo stille straatje. Een huisje fungeerde als boetiek. Ook de vrouwen in dit dorp hadden zo af en toe toch een nieuwe bodywarmer nodig.

Het spannendste dat me in het dorp zelf is overkomen, is dat de visser, die een aakscheepje aan de kleine kade bewoond – en die kade daarmee volledig vulde, maar dat terzijde – een vis ving, en die met een halfslachtige grijns in een ton gooide. Zijn pijp in een mondhoek, een pet op zijn hoofd.

Het leek wel of het dorp in een compleet vacuüm verkeerde, en het alleen de docenten en leerlingen waren die het vulden. Het vacuüm versterkte mijn eigen isolement. In stilte fietste ik naar die school en het dorp leek aan mijn schouders te kleven, vermaalden mijn knieën tot stroop. Zelfs mijn stem had eronder te lijden. Daar waar ik normaal gesproken iemand ben die graag gehoord wil worden en ook over dergelijke verbale capaciteiten beschikt om dit af te dwingen, verstomden de woorden in mijn mond in de ruimte die te boek staat als lerarenkamer.

Niet veel later ging ik weg uit het stille dorp, om er nooit meer terug te keren. Een carrière en een illusie armer, mijn vrijheid rijker.



de herinnering

{ 01:20, 15/2/2010 } { 1 comments } { Link }

Tijd heelt alle wonden

Niet helemaal waar, maar de cliché is er niet voor niets. Want wat heb ik veel gewonnen, nadat ik zoveel mensen was verloren. Bijna een jaar geleden ontmoette ik, na een maand van intensief mailen, mijn oudere zus uit het eerste huwelijk van mijn vader. Een Grote Kleine Zus! Zij brengt mij zo veel dan al die anderen ooit hebben gedaan. De ruimte die leeg was komen te staan in mijn hart, de onverhuurde kamer, met zeven voormalige bewoners, is volledig opgevuld door mijn zus. Ik zocht een bewoner voor de kamer en vond. Wat een heerlijk gevoel om weer zo vol liefde te leven.

Na al die jaren zijn de herinneringen aan mijn stiefzussen vervaagd. Ik zie ze nu als mensen van een andere wereld en dat zijn ze ook. Het zijn mensen met wie ik, als ik niet tot ze veroordeeld was geweest, nooit contact zou zoeken uit vrije wil. Het zijn voetballers, bierdrinkers, volkse feestgangers en ze lijken in niets hun vader. Mensen die leven met de dag. Cultureel ongeïnteresseerd. Spiritueel dood. Emotioneel onderontwikkeld. Wat een bevrijding dat er nooit meer gezeik is om niets. Om telefoontjes die maar niet gepleegd werden, bezoekjes die werden afgezegd, hatelijke blikken die werden ontkend. Wat een heerlijkheid.

Wie ik wel mis zijn de kinderen. Onschuldig. Lief. Kind. Gevoed door hun omgeving zullen ze nu opgroeien tot mensen die ik ook voorbij zal lopen. Besmet met het karma van hun ouders. Tijd heelt veel wonden, ik huil niet meer als ik ze zie op een foto op hyves. Ik droom nog maar een keer in de twee maanden over ze, en die dromen zijn gewoon fijn en niet pijnlijk.

Er is echter één herinnering, die me nog steeds aan het janken krijgt. Ik had 'm verstopt, maar al schrijvende aan dit blog komt hij weer boven.

De situatie is als volgt. Ik ben bij mijn neefje en zijn moeder, Stiefzus Marionet. Het contact dat we na De Grote Ruzie nog sporadisch onderhielden liep op zijn eind, omdat er niets meer over was om over te praten. Enkel dagelijkse rompslomp hield onze conversatie gaande. Het verzuurde waar we bij stonden en beide deden we geen moeite om dit te veranderen. Contact verbreken was immers voor ons allebei gemakkelijker. Kon zij weer volledig bij haar team worden opgesteld en ik bij het mijne.

Neefje en ik gaan boven spelen. Zoals het een kind betaamt, komt, terwijl hij een autootje over mijn been rijdt, uit het niets die vraag: 'Wanneer mag ik denk je alleen fietsen?', ik zeg: 'Nou nog lang niet lieverd'. Hij kroelt tegen me aan en zegt ineens vastbesloten: 'Als ik twaalf ben fiets ik naar Opa Boot!' Ik knuffel hem, opdat hij mijn gezicht niet ziet. Iets te veel pijn voor zo'n jochie. Ik antwoord hem, dat dat goed is, dat we op hem zullen wachten, wetende dat hij over vier jaar zo'n stap nooit meer zal zetten. Dat het dan al zo lang geleden is, helemaal voor hem.

Inderdaad zijn de jaren verstreken en geen spoor van het lieve ventje. Hij is inmiddels opgegroeid tot een standaard stadsventje. Haar op standje twee tondeuse, oorbel door zijn rechteroor. Dik. Vadsig. Voetbal t-shirt. Gelukkig past hij perfect in het plaatje dat zijn ouders voor hem hebben geschapen. Hij lijkt nu al op zijn nietszeggende vader.

Dit schrijvende, weet ik meteen hoeveel hij tekort is gekomen. Stiefzus Marionet leeft immers een leven dat niet het hare is, verwekte kinderen bij een man van wie ze niet hield. Ze had zoveel meer te bieden, er ging in haar zoveel meer om dan ze kon uitdrukken of waar ze naar kon leven. Haar moeder en Stiefzus Furie boden de ruimte er niet voor. Plaveiden haar weg van middelmatigheid. Ze beloopt het pad nog steeds, maar ik zal nooit vergeten hoe ze naar óns huis kwam om haar kind verdieping te bieden. Met Oma naar het kindertheater. Fantastietochten door het bos. Toneelspelen.

Nu staat ze langs de zijlijn, terwijl haar kleine volkse kereltje, in een te krap shirt, zijn dikke lijfje in de hoek werpt om de bal van de tegenstander te stoppen. 

God wat is het allemaal al weer lang geleden. Ik deed hem in bad, ik verschoonde zijn luier gaf hem de fles en las hem voor. Ik was een meisje van twaalf en ik werd tante. Toen ik hem uit mijn leven bande, ik hem feitelijk de rug toekeerde uit zelfbescherming en de rationele overweging dat hij nog flexibel was als kind en de voedingsbodem van mijn verdriet feitelijk egoïsme - hij groeide immers toch ook wel zonder mij op? - was hij zeven jaar oud.

En nu, in de volle kamer van mijn hart is er ook nog een uitbouw gekomen. Nieuwe Grote Kleine Zus kwam namelijk met een zoontje. Een prachtig jongetje, dat in veel new ageboeken een Nieuwetijdskind zou worden genoemd. Een sjamaan in de dop. Een empaat, een telepaath, maar vooral een heerlijk kind. En ik ben zijn tante. Na al die jaren, precies twaalf jaar nadat ik voor het eerst tante werd, liep een jongentje mijn hart binnen met dezelfde leeftijd als waarmee mijn andere neefje mijn leven uit wandelde..Wat een bizar karma. En het mooie is; een bloedband werkt! Ha! Daar kan geen bataljon stieffamilie tegenop! Want vanaf seconde één na onze ontmoeting was ik weer Tante Carrie, maar nu voor het echie. Hij maakt mijn zinnen af, leest mijn gedachten als ik een zelfverzonnen verhaal op een spannend moment afbreek....mijn nieuwe neefje hoort bij mij. Een heks in de dop net zoals ik. Mijn zus en vader al lang uit die dop gekropen. Wij zijn heksen. We begrijpen elkaar op een niveau waar niemand bij kan.

Want wij zijn namelijk familie.

 

 



mist gist

{ 00:58, 26/5/2009 } { 0 comments } { Link }

Je zou denken dat als de mist optrekt, dat alles dan beter wordt. Dat je de dingen helder ziet. Maar soms is de waarheid als die je voor ogen staat gewoon te veel. Dan ga je malen en peinzen en denken...over alles, over niets, over het begin en het einde. Want wie was ik nou in het hele gebeuren? Wat was mijn rol? En de steeds maar terugkerende vraag; wie ben ik? Ben ik mijn familie? Ben ik de optelsom van hun gedeeld verleden?

Het optrekken van de mist had slechts een tijdelijk effect. Soms kon ik het leven zien in al zijn schoonheid, en soms alleen het zwarte gezicht dat het mij bij tijd en wijle leek toe te keren. Wat in ieder geval weer verbeterde waren de vriendschappen. Er was weer plezier, zelfs alcohol, maar een luisterend oor ben ik voor die meiden nooit meer geworden. Daarvoor was er te veel gebeurd.

Ik zocht mijn heil vaak ik mijn verslaving; me verliezen in drama's van fictieve anderen. Serie na serie kijken en het denken stoppen. Ik ben er nog steeds niet helemaal van af. Gebruik het als geestelijke standbyknop, wanneer mijn hoofd weer eens overuren draait.

Ik worstelde met mijn studie, die nu eenmaal een concentratie als vereiste had. En die leek ik ergens na De Grote Ruzie te zijn kwijt geraakt. Nooit langer dan een half uur kon ik mijn gedachten ergens bijhouden. Altijd maar denken en denken en...

En steeds vaker bedacht ik me...ik heb nog een zus. Een oudere zus. Een echte zus.

Wie is zij?

 

 

 



de mist

{ 10:36, 21/5/2009 } { 1 comments } { Link }

Het heeft twee jaar geduurd voordat ik me realiseerde dat het vorige voorval mijn leven ingrijpend had veranderd. Het heeft twee jaar geduurd voordat ik voor het eerst mijn ogen open deed. Twee jaar, voordat ik door had dat ik in een ernstige depressie zat. Van die twee jaar kan ik me dan ook maar weinig herinneren. Het is echt een grote mistbank. Van vriendinnen hoorde ik jaren later dat ze geprobeerd hadden me te bereiken, maar dat het net leek of ik niet thuis was. Dat ze bij me kwamen eten en zo gauw mogelijk weer weggingen, omdat ze het masker dat ik droeg niet konden doorbreken. Mijn glimlach zo nep niet meer konden verdragen. Twee jaar waarin ik het emotionele verraad dat mijn stiefzus had gepleegd - zo veel ouder, maar jammer genoeg niet zo veel wijzer - niet had kunnen verwerken. Dat iemand je zo'n pijn kon doen, terwijl je moederziel alleen bent in een stad die je nog maar net kent.

In die twee jaar heb ik rare dingen gedaan. Zo zwoor ik voor mij om geheel onbegrijpelijke redenen de drank af. Ik zette geen voet meer in een kroeg. Ik verachtte mijn vrienden die er zo veel plezier in schenen te hebben. Bovendien was ik zo met mezelf bezig dat het me volledig ontging dat een van mijn beste vriendinnen ook door een moeilijke tijd ging. Ik hoor mezelf nog zeggen 'dat is toch niet zo erg als waar ik nu doorheen ga'...het totale egoisme van de depressicus!

Vriend deed wat hij kon. Hing de clown uit, troostte, enthousiasmeerde me om toch mijn vriendinnen op te zoeken. Maar niets hielp. Het leek of ik mezelf op die stoep daar had achtergelaten. Ik wist niet meer wie ik was, ik had geen idee.

Met de breuk met stiefzus had ik namelijk niet een, maar in een klap vier mensen verloren. Haar man, haar kinderen. Ik was al jaren tante Carrie geweest. Ook de andere stiefzus die in het conflict verder geen noemenswaardige rol speelt, maar slechts als marionet functioneerde, had ik de rug toegekeerd uit zelfbescherming. En daarmee ook haar kinderen - over het verliezen van haar man als zwager heb ik overigens geen traan gelaten, wat een zak, altijd al gevonden - . Ik was geen tante Carrie meer. Ik was geen jonger stiefzusje meer. Ik was alleen mezelf nog maar, maar wie dat was wist ik echt niet meer.

Twee jaar mist.

Op een dag werd ik wakker. Werkelijk wakker, ik ontwaakte uit een droom die het gesprek met de kwade stiefzus weer opnieuw had afgespeeld in mijn hoofd en ik snapte ineens dat dat het breekpunt was geweest. Dat het dus die stoep was waarop ik twee jaar had gelegen. Ongelooflijk wat een verdriet kwam er ineens uit mij. Maar dacht ik voor het eerst in twee jaar; ik moet hier uitkomen, dit ben ik niet.

Ik ging naar de psycholoog, en naar 5 sessies, waarin zij niets zij en ik vertelde en huilde, kwam ze met één woord; rouw.

Meisje, je bent in rouw over het verlies van zeven mensen uit je familie. Zo veel woorden had ik nodig gehad om haar uit te leggen wat ik voelde, zij kon het duiden met één simpel woord.

Bovendien zei ze dat er in mijn leven te veel gebeurd was om realistisch te kunnen verbeelden in een soap, dat er gewoon te veel fucking drama was.  Om die uitspraak heb ik evenveel gelachen als gehuild.

 



de hel

{ 10:11, 21/5/2009 } { 0 comments } { Link }

Ik was alleen, maar ik accepteerde het niet. Kort na De Grote Ruzie, trok ik met Vriend naar de bewuste stiefzus. Ik wilde praten, ik wilde horen wat ze dacht. Op zoek naar harmonie, datgene wat ik altijd nastreef, was ik bereid te luisteren naar al het gal dat ze wilde spuwen. Maar zes uur later en minstens zo veel pakjes sigaretten, wist ik genoeg. Zo veel haat, woede, onverwerkt verdriet, maar ook indoctrinatie van haar moeders zijde, daar kon ik - hoe goed ik ook ben in mijn rol van advocaat van de duivel - niets aan veranderen. Vriend hakte de knoop door. Ik weet nog al te goed hoe hij me op een gegeven moment aankeek en me met zijn ogen vertelde 'lieve schat laten we gaan, dit is niet meer te terug te draaien'. Zijn intuitieve kracht, zijn telepathisch vermogen, het redde me op dat moment. Was hij er niet geweest, dan was er absoluut nog Een Grote Ruzie gekomen. We gingen.

Terug in de stad waar ik studeerde, met Vriend aan de andere kant van het land, trok mijn leven verder aan mij voort. Tien dagen van drinken volgde, iets wat helemaal niet bij mij past, maar wat ik toen zo nodig had. God wat was ik blij dat ik toen op mezelf woonde, want de emoties die in mijn ouderlijk de overhand hadden, ik had ze nooit overleefd. Aan de andere kant was ik meer dan ooit alleen.

Zes maanden na de grote ruzie praatte ik voor het laatst met stiefzus. Het was zo'n gesprek dat zo veel indruk maakte, dat ik nog precies weet hoe laat het was, waar ik liep en wat ik aan had. We belden terwijl ik op weg was naar de bibliotheek. Het zonnetje scheen, het was begin juni. Ineens belandden we in een discussie waarbij de inzet de loyaliteit van mijn moeder was, en aangezien die op geen enkele manier in twijfel kan worden getrokken, leek ik de discussie te winnen. Stiefzus gaf zich echter niet zo gauw gewonnen. Ze had nog een paar troefkaarten in haar hand, waarvan ik het bestaan niet eens wist. Ze had ze nodig om haar verbale incapiciteit ten opzichte van mij te compenseren. De enige manier waarop ze kon winnen van mij, was met een totale knock-out. Ze bouwde de spanning op en begon vooreerst weer met wat herinneringen te strooien van vóór haar geboorte - en dus minstens twee decennia voor die van mij -. En ik weet nog hoe het vuur dat ze spuwde mijn oor verbrandde, terwijl ik luisterde naar verhalen. Tot slot kwam ze met de door haar moeder ingefluisterde grote troefkaarten.

Hij was een verkrachter.

Hij was een mishandelaar.

En dat alles omkleed met de pijn die een kind kan voelen als dat is wat ze van haar vader denkt. Ik weet nog dat ik inmiddels gestopt was met lopen en voor een grote etalage van een woonwinkel stond. Ik weet nog hoe ik bijna stikte van de pijn. En voordat ik het me goed en wel had kunnen realiseren, trof ik mezelf daar in een positie, waarvan ik nooit had gedacht dat ik me zou bevinden. Ik zakte met mijn rug tegen de ruit midden op straat ineen. Ik huilde en de wereld was gehuld in mist.  Op nog geen tien meter van mij af begonnen de terrassen, waarop de studenten zaten met hun witbiertjes in de hand. De mensen voor wie alles vanzelf leek te gaan en die ik later nog zo zou vervloeken.

Ik was iemand geworden om wie de mensen op straat met een grote boog heenliepen. Ik leek verdomme wel een psychiatrisch patient. Ik was gebroken.

En plots - ik denk dat er wel een uur was verstreken - kwam daar een jongen voorbij van mijn studie. Een jongen die ik nog nooit een blik waardig had gegund en waarom ik zelfs een beetje had gelachen. Een pretentieuze nerd, zo iemand die altijd alles had gelezen en geen vragen stelde tijdens college, maar graag de beurt wilde om te laten zien wat hij nog méér wist dan de docent.

Hij zag me en raapte me op van de stoeptegels. Zette me neer op dat zelfde terras en gaf me een glas water. Ik deed niet eens of het beter ging, want op dat moment was er geen plaats meer voor schaamte, maar slechts voor een allesoverheersende emotie.

Verdriet.



ik mis mezelf

{ 10:38, 4/5/2009 } { 0 comments } { Link }

ik mis de manier waarop

je vrij in de ruimte kan bewegen

als er nog niets is

behalve een verwachting

 



exodus in retrospect

{ 22:53, 19/4/2009 } { 0 comments } { Link }

Momenten van een vroeger nu

Op die momenten
Wanneer de bladeren kleuren
Of juist groeien
Wanneer de wereld wit wordt
Of juist groen
Denk ik aan jou

Momenten van een vroeger nu
Verstillen als tableau vivant
Op plaatsen waar je nooit bent geweest
En de wereld staat even stil
Mijn tranen vallen
Herfstbladeren in de vijver

Om wie je was en hoe ik toen was
En om hoe we samen waren
En om de wetenschap
Dat ik nooit meer
Zal weten wie je bent geworden
Nooit meer zal strijken door je haren

Dat ik nu aan je denk op een plek
Waar jij nooit bent geweest
En je toch mis in een vroeger nu
Omdat je anders had geweten
Waar ik was



exodus

{ 22:18, 19/4/2009 } { 0 comments } { Link }

De uittocht was begonnen.

Een voor een gingen de zussen er vandoor en lieten het kind achter bij haar stiefvader en moeder. Ze gingen met ruzie, maar gelukkig werden de meeste boven haar hoofd uitgevochten en leefde het kind nog een tijdje in een fijne werkelijkheid, die nooit heeft bestaan.

Ze mocht wel bij ze logeren en daaraan vooral goede herinneringen. Gezelligheid, gekheid. Meidendingen doen. Later bezien was een deel van die gekheid ingegeven door drinkgelagen die zijn weerga niet kende, maar die het kind nog niet kon begrijpen.

Een tijdje leek alles goed te gaan, maar de komst van hún kinderen en hún huwelijken zette alles op scherp. ''Oeps degene die afgeknipt is van de foto op de trappen van het gemeentehuis is mijn vader, wist u dat niet?''

En toen ging het kind er vandoor. Een vlucht naar het noorden. Direct op kamers 'ze was er echt aan toe'. Ze genoot van de vrijheid, maar miste nu ook de goede kanten van het thuiswonen. Ze kon zoveel nog niet.

Na een half jaar bleek dat wat zij voor exodus had gehouden, nog niet eens een volwaardige tocht was geweest, maar meer een ommetje. Haar moeder belde en lichtte haar in van een ruzie die zich nog steeds niet goed in woorden laat vatten, maar waarvan ze de beelden stuk voor stuk in haar hoofd heeft.

De moeder en de stiefvader van het kind gingen langs bij een van de zussen. Ze wilde praten over vroeger. De liefdevolle opening van het gesprek was misleidend, misschien meer een afscheid dan een nieuw begin. In het werkelijke gesprek, sprak de vader niet met zijn dochter, maar met zijn ex. Die haar kinderen jarenlang had geindoctrineerd met een werkelijkheid die begon als slechts de hare, maar eindigde als die van haar kinderen.

De ex had goed haar best gedaan, daar kon je niets van zeggen. Herinneringen van ver voor de geboorte van de zus, waren nu toch de hare geworden. Ze reproduceerde ze alsof ze vanaf haar positie als ongeborene alles had geregistreerd, maar dan wel vanuit haar moeders perspectief.

Ze ging door. En door. En door. En alle ruzies die de stiefvader had gehad met zijn ex trokken nu opnieuw aan hem voorbij. Dezelfde verwijten. Dezelfde gedachten. Maar ook dezelfde uitwerking; machteloosheid.

'Ik heb hier geen zin meer in', zei hij, en wilde de kamer voorgoed uitlopen. 'Ik kan dit niet meer!' Ze liet hem niet gaan, jaagde hem op, dreef hem in het nauw en in een poging zich te bevrijden uit de tentakels van zijn ex die zich manifesteerden in zijn krijsende dochter. Hij moest weg. Weg. Weg. De daad die volgde bepaalde zijn lot en zijn zelfbeeld. Was hij toch nog geworden wat zij altijd al had gezegd. Het zout beet in zijn wonden. Hij was nergens meer welkom. De andere zus bleek nu bij alleen het horen van zijn naam al te beven als een rietje. Zie je wel...

De ex wreef nog eens goed in haar handen. Eindelijk had ze zich voor zichzelf. Haar man als nieuwe vader. Niemand die nog van de foto hoefde worden afgeknipt.

Het kind hoorde dit alles ver van huis en het moment dat zij zich intuitief realiseerde welke impact dit op haar leven, op haar werkelijkheid tot nu toe, zou hebben, staat nog steeds gebeiteld in haar hoofd. De kleur van haar mobiel, de positie in haar kamer,de huisgenoten met vragende ogen in de deuropening, terwijl zij als in een bijbels tafereel op haar knieën op de grond lag. Aan haar haren trok. En huilde. Tranden huilde waarvan ze niet wist dat ze bestonden, pijn voelde waarvan ze niet wist dat je die kon hebben, op plaatsen waar ze ook nog nooit pijn had gevoeld. 

De vriend was lief voor haar en zij alle juiste dingen. Toch was ze vanaf nu alleen.

 

 



in den beginne IV

{ 19:43, 5/4/2009 } { 0 comments } { Link }

En opnieuw was er een begin.

Ze kwam met oud en nieuw bij gezamenlijke vrienden. "Zo'n leuke man is vast getrouwd", dacht ze en liet het er verder bij. Hij daarentegen informeerde naar haar adres. Wat zoeken in de computer van de gymvereniging wierp zijn vruchten af en hij verstuurde een bos bloemen. Hij belde haar na een paar dagen op, kon niet meer wachten. Het kind nam op en wist direct wie ze aan de lijn had."U bent zeker die meneer van de bloemen, mama zit op de wc, blijft u even aan de lijn?" Zo dat was nog eens een ijsbreker, contact was snel gelegd. De verhalen van hun leven werden over en weer verteld.

Ik ben al eerder getrouwd geweest. Ik ook. Mijn man ging vreemd. Mijn vrouw. Ik had een post-natale depressie. Ik ben gewoon verdrietig. Ik heb nog een scharrel gehad. Ik nog een keer samengewoond. Ik heb nog zo veel liefde te geven. Ik heb het nodig.

Een jaar later waren ze getrouwd. Zijn dochters waren blij en verscheurd tegelijk. Hertrouwen in de puberteit van je kinderen is geen aanbeveling. Hun moeder voerde ze met laster, hun vader met liefde. Toch konden ze niet kiezen.

Het kind genoot. Wat was ze blij dat ze twee grote zussen had. Ze speelden spelletjes met haar en vlochten haar blonde haren.

Toch kon het geluk niet al te lang duren en haar moeder werd ziek. Kanker. Jaren gevuld met operaties, de geur van ziekenhuis en drukverband ook voor eeuwig om háár aangezicht gewikkeld.

Zij bleef sterk, ze had al meer bergen bedwongen. In haar geval; afgronden. Toen haar leven weer in veiligheid was, kwam de humor direct terug."Ik lijk net een gedregd lijk", was één van haar favoriete grappen.

Hij verliet haar niet en vocht als de leeuw. Zijn dochters hielpen nu ook mee. Vechten konden ze immers als de beste. Wat nu als er een tijd van vrede aanbrak?



in den beginne III

{ 21:01, 23/3/2009 } { 1 comments } { Link }

Ze was herstelt en we betrokken een huurwoning die in de volksmond De Scheidingshof werd genoemd in plaats van De Schapenhof. Niets dan gescheiden vrouwen met kinderen. Dit was tegelijkertijd ons geluk want het toeval wil dat Mensje, een vrouw die mijn moeder al eerder in de stad was tegengekomen, twee huizen verderop kwam wonen. Ook zij was gescheiden, had een post-natale depressie gehad en een dochter, die niet Carrie, maar Marrie heette.

Mijn moeder bleef moeder en Mensje werd onze vader. We aten samen, gingen samen op vakantie en brachten samen de feestdagen door. Ook mijn opa en oma speelden nog steeds een grote rol in mijn dagelijks leven. Zij ondersteunden mijn moeder pasten vaak op mij, als mijn moeder clandestien aan het poetsen was.

Het goede contact met Mensje en Marrie kon desalniettemin niet verhinderen dat mijn moeder en ik in een symbiotische relatie terechtkwamen die ik nog altijd niet heb losgelaten. We veranderden immers samen het huis, we pootten samen planten in de tuin, we deden samen boodschappen en we gingen samen de stad in. Ik was de belangrijkste gesprekspartner in mijn moeders leven, al was ik nog maar vier.

Af en toe kwam mijn vader langs. Elke keer mat hij mijn lengte op en zette een streepje op het behang met de datum erbij. Onze deurpost werd daarmee niet alleen mijn groeimeter, maar ook zijn bezoekmeter. Hij was lief en gezellig en hij leerde me fietsen, we gingen naar de dierentuin en met kerst kwam hij eten. Toch was ik zo veel mannelijke aanwezigheid niet gewend en na een paar uur van zijn aanwezigheid kroop ik meestal onder om te vragen of hij al wegging. Dit deed hij dan ook.

Nooit heb ik van mijn moeders kant iets van de spanning gevoeld die ze ongetwijfeld moet hebben gehad in zijn aanwezigheid. Resten van liefde en haat. Herinneringen die ook de rode wijn niet weg kon spoelen.

Mijn vader daarentegen viel eenmaal uit zijn rol. Pas zeventien jaar na het voorval kon ik mijn volgende herinnering daadwerkelijk begrijpen:

Het was zomer en mijn vader zou me komen ophalen van school, omdat mijn moeder moest werken. Ze zou ietsje later arriveren en aangezien hij geen sleutel had zouden we even buiten wachten. Het wachten duurde echter langer dan hij had ingeschat en hoewel ik me als klein meisje totaal geen zorgen maakte - mijn moeder had me voorzover ik me toen kon herinneren nog nooit alleen gelaten -, werd mijn vader nerveus.

Plotseling klonk een sirene en ik weet nog dat hij opsprong. Hoe klein ik ook was, ik snapte zijn associatie en begon zachtjes te huilen. Er zou toch niets met mijn moeder zijn gebeurd? En hoezo? Wat kon er gebeuren?

Hoe logisch komt die angst met terugwerkende kracht aan mij voor nu ik weet wat mijn moeder wat hij toen dacht...

Toch weet ik ook nog haar gevoel van irritatie op te roepen, toen ze - nog geen vijf minuten later - vrolijk kwam aangefietst, mijn betraande gezicht zag en zijn nervositeit oppikte. Nu nog kan ze dat exacte gevoel tonen; verbolgen, gekwetst en teleurgesteld op hetzelfde moment.

 



zo zus zo zus

{ 20:18, 20/3/2009 } { 0 comments } { Link }

zus

Je bent er echt, zo maar, opeens

Altijd gedacht dat je zo anders zou zijn

Andere kleuren, geuren en herinneringen

Wat blijkt

 

Je schrijft mijn eigen zinnen

Je spreekt met mijn woorden

Je denkt in mijn kleuren

Je luistert naar mijn muziek

 

Lieve zus ik ben zo blij

Dat we elkaar hebben

gevonden. Het lijkt

Alsof het nooit anders is geweest

 



gedicht 2006

{ 15:04, 20/3/2009 } { 1 comments } { Link }

Papa

Weinig samen, toch altijd verbonden

Met de rode wijn, kwamen ook de zonden

Zo logisch en pijnlijk aan mij voor

We hebben elkaar volledig door

 

Ik heb je gemist in mijn zijn

In mijn wezen en eeuwige pijn

Bijna alles is nu besproken

We hebben samen de weg belopen

 

We lagen daar naast elkaar op weg naar

de slaap en toen waren ze daar,

die vier woorden, nooit eerder gezegd

en terwijl ik er altijd tegen vecht

 

Werd ik nu bevangen door warmte en kou

Want ik zei terug, ik ook van jou.

 



in den beginne II

{ 14:21, 20/3/2009 } { 0 comments } { Link }

Het was een beslissing die mijn leven veranderde en tot de dag van vandaag invloed heeft.

Ik kreeg een nieuwe start en groeide op bij mijn grootouders, die mij geweldig opvoedden. Niets dan warme herinneringen. Poepen op de stoeprand, gesmolten waskrijt in de zon. Een pad die altijd verstopt zat onder een bloempot, die zo zwaar was dat we ons tot op de dag van vandaag afvragen hoe hij eronder kwam.

Met oma naar de markt en iedereen die zich voorover boog om naar mij te kijken kon het zien, ik was echt een kind naar mijn oma. Opa was een verhalenverteller, de enige strategie die hij zich eigen had gemaakt in het leven was die van het vertellen. En ik genoot ervan. Op zijn knie, met de grote Duitse Herder naast me keek ik neer op de kinderschare uit de buurt die aan zijn lippen hing terwijl hij vertelde over Tarzan en Jane en Mowgli. Over Sato en Jagoen spraken we alleen op zolder. Het waren een olifant en een vleermuis die altijd nét weg waren als ik boven kwam. Ik heb ze heel vaak gezocht.

Ook aan mijn babytijd daar heb ik nog veel herinneringen. En nee, niet omdat mijn moeder, opa of oma erover vertelde, maar omdat ik nueenmaal veel heb meegemaakt op jonge leeftijd. Allerlei flarden staan er in mijn geheugen gegrift. Zo weet ik nog hoe groot mijn ledikantje was en dat ik altijd sabbelde op een konijn van badstof. De pluisjes die daarbij loslieten gooide ik met een akelige preciezie tussen de spijlen door. Stel je voor dat ik vies werd.

Ik weet nog hoe ik de box zat met een kartonnen doos op mijn hoofd, omdat ik het leuk vond om met karton te spelen. En dat ik altijd Sesamstraat keek en opa dan riep: 'wat een ROTvogel!'. Onze humor.

Ik weet nog het muziekdoosje, dat later in mijn peuterbedje nét te hoog hing om zelf aan het koord te trekken. Het behang eronder krabde ik volledig van de muren. Het was een bruin behang met een wit en oranje bloemetje, en een groen takje. Ja ik ben nog met de erfenis van de jaren zeventig geboren.

Veel heb ik verdrongen. Het duurde 21 jaar voordat ik de waarheid hoorde. Niet van mijn moeder overigens, ook al neem ik haar dat totaal niet kwalijk.

Ik woonde namelijk niet bij mijn opa en oma, omdat mijn moeder een motorongeluk had gehad met Anja en moest revalideren. Ik woonde daar, omdat mijn moeder revalideerde van een post-natale depressie met meerdere zelfmoordpogingen, sommige bizar - alleen een persoon die aan gekte lijdt kan ze verzinnen -, sommige uit het boekje. De bekende noodkreten. Heleen van Rooyen was er niets bij.

De bezoekjes die mijn moeder erbovenop hebben geholpen kan ik me niet herinneren. Geen idee hoe het eruit zag op de kliniek. Haar verblijf daar verklaart wel het hoge gehalte borderliners in mijn moeders vriendenkring, die ze overigens één voor één uit haar leven bande.

 



zout en hout

{ 20:46, 19/3/2009 } { 0 comments } { Link }

Ik kwam ter wereld op een schip. Jan en Geertje voeren op hun spits over de Nederlandse en Duitse rivieren en vervoerden met name zout en hout. Zout voor in de wonden en hout om op te bijten. Aan boord bouwde ik schepen van lego. Soms ontdeed ik een vlieg van zijn vleugels en zette die op het schip. Een schippershond.

Ik sliep in het vooronder en de ijspegels aan het plafond kropen gevaarlijk dicht richting mijn gezicht. Toch was het een rustgevend gezicht die pegels. De toevoeging ‘ijs’ slaat eigenlijk nergens op. Ik ken geen andere soorten pegels. Pas als de dooi inzette en de pegels begonnen te smelten brak ik ze af. Ik groeide dus op en onder het water. Soms mocht ik van mijn vader aan het roer staan. Het wiel was zo groot dat ik er met mijn volle gewicht aan moest hangen om het in beweging te kregen. Hij stuurde met een arm.

Mijn moeder was net als het schip altijd in beweging. Ze gingen altijd door. Met mijn jongste broertje op de arm of aan de borst bestierde ze het schip. Koken, wassen, strijken, poetsen, wecken, aanmeren, maar ook het schip besturen was voor haar geen probleem. Ik was vooral vervelend. Ik viel tussen wal en schip. Veel ouder dan mijn jongste broer en veel jonger dan mijn oudere broer en zus, die buiten ons moederschip al een leven voor zichzelf hadden. Ik speelde dus met mijn lego en mijn schippershond en beleefde avonturen op een vierkante meter. Onder de tafel, die ’s avonds een bed werd. Als ik ook daar in de weg zat, moest ik naar de kast. Met de dichte deur en zonder een streep van licht, speelde ik met het schip in het donker. Soms plette ik per ongeluk mijn boordhond.

 

Mijn fantasie reikte dus niet verder dan de wanden van mijn bestaan. Een gekooide omgeving, maar altijd in beweging. Pas als we gingen laden of lossen veranderde het beeld en liep ik over de wal. Ik wandelde als klein kereltje over de zandafgravingen en bouwde geen schepen maar kastelen. Om mij heen waren de bonken uit de haven in beweging. Met de nieuwste machines vulden zij het schip met zand. De ratten die onderin het ruim leefden vochten een oneerlijke strijd tegen het zand dat hen bedolf. Het krassen van hun nagels tegen de wanden van het ruim was een geluid dat net zo bij mijn leven hoorde als het geluid van de schroef in een sterke stroming. Wanneer het zand het ruim steeds maar sneller begon te vullen hield het krassen op. Ze vochten zich een weg door de lading naar boven. Op het gangboord stond mijn vader klaar om ze met het jachtgeweer af te schieten, al hun gekras en geklim ten spijt.

 

 

 



{ Last Page } { Page 1 of 2 } { Next Page }

About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

«  October 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031 

Links


Categories


Recent Entries

Verraad
lente
de ziekte, het huis, de baan
God en de veldfles
dat dit werkelijk gebeurt

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer