Eindelijk weer eens tijd gehad om de kranten van de afgelopen weken door te nemen. Kwam onderstaand artikel in de Volkskrant tegen. Dit stuk sluit aan hoe ik denk over inrichting van de gemeente en voed de discussie die gevoerd werd op het gesloten gemeente forum. Machtig stuk ga het boek zeker kopen van mijn boekenbon op de rentepunten van de Postbank verkregen.
Verbouw gemeentelijk apparaat snel
Burgers formeren zich niet in politieke partijen maar in netwerken om hun wensen gerealiseerd te krijgen. Om nieuwkomers te behouden, moet de gemeente daarop inspelen, zegt Piet van Mourik.
Politicoloog Kees Aarts van de Universiteit Twente denkt dat de belangstelling voor politiek aantrekt
(Voorpagina, 15 februari). Volgens premier Balkenende is de kloof met de burger klein.
Waar of niet, de burger is in elk geval op zoek naar nieuwe wegen om zijn maatschappelijke betrokkenheid vorm te geven.
Ik denk dat de vaak gesignaleerde desinteresse in de samenleving te maken heeft met de kloof tussen de dagelijkse manier van leven en de manier waarop de overheid is georganiseerd. De politiek-bestuurlijke werkelijkheid kan de snelle, maatschappelijke veranderingen van dit moment niet bijbenen. Jongeren, en trouwens ook steeds meer ouderen, volgen de hiërarchische paden van de oude politieke partijen van bet ambtelijk apparaat niet meer.
De keuze voor een netwerk komt voort uit zijn individualiteit. Kenmerkend voor een netwerk is dat er snel voor een belangrijk geacht thema iets kan worden bereikt, dat een netwerk eigen waarden en normen kent, dat netwerken zich met elkaar kunnen verbinden en elkaar kunnen uitsluiten, en dat ze zich snel kunnen wijzigen of verdwijnen.
Uit het voor mijn boek De Regisserende Gemeente uitgevoerde onderzoek blijkt dat inwoners weinig hebben met hun gemeente. Ze werken, recreëren en winkelen overal, niet alleen in hun eigen gemeente.
Wel lopen ze warm voor hun kern, wijk, buurt of soms alleen maar de eigen straat. Zo maken inwoners zich druk om veiligheid en vuiligheid op straat, om het feit dat er bepaalde voorzieningen in de buurt moeten zijn en maken ze zich druk om de lasten die ze moeten opbrengen. Vandaar dat wensen rond (jongeren)huisvesting, parkeren of de school in de buurt zo hoog scoren en de storm die is opgestoken na de OZB-uitspraak van minister Zalm.
Deze lokale interesse van de burger is een belangrijke verklaring voor de legitimiteit van lokale partijen.
Niet voor niks beroepen deze partijen zich op de Amerikaanse filosoof Wendell Berry en zijn visie op het zogenaamde subsidiariteitsbeginsel: 'het nemen van besluiten zo dicht mogelijk bij de burger'.
De verkiezingsprogramma's van lokale partijen sluiten beter aan bij de wensen van inwoners dan die van de traditionele grote partijen. Door samen te werken met andere op directe belangen gerichte lokale partijen kunnen ze grote successen behalen. Daartegenover staat dat hun gebrek aan een nationaal belangennetwerk ertoe kan leiden dat hun successen worden overgenomen, waardoor het lokale netwerk ook weer snel opdroogt. Het is dus niet gezegd dat er een relatie bestaat tussen het recente aantrekken van de belangstelling van jongeren voor de politiek of de verdere opkomst vanlokale partijen enerzijds en het democratisch functioneren van de samenleving anderzijds. Ondanks de krachten die willen moderniseren, zijn de gevestigde instituties taai en hun kortetermijnbelangen groot. Ze houden zich in stand door loyaliteit te belonen en kritiek of te straffen. Vooral de jongeren zullen in het politieke systeem tegen de gevestigde hiërarchische structuren aanlopen. Al snel ontdekken ze dat ze niet echt aan de touwtjes trekken in de vergaderingen van de politieke partij waarbij ze zich hebben aangemeld. Voor de lokale partijen komt erbij dat ze nog een forse periode nodig hebben voor ze zich als eenheid in verscheidenheid' hebben georganiseerd. De belangrijkste innovaties bij gemeenten die leiden tot een beter democratisch functioneren, draaien volgens de stichting De Regisserende Gemeente om drie manieren van denken en werken. De gemeente beperkt zich allereerst tot haar kerntaak 'sturen en beslissen'. Veruit het belangrijkste daarbij is het terugdringen van de bureaucratie. Daar is de grootste winst te halen. Intern houden vele koninkrijkjes zich bezig met hun eigen deelbelang waardoor de besluitvorming bestaat uit het sluiten van extreem dure compromissen. Vele beleidsmedewerkers, projectleiders, coördinatoren, afdelingsmanagers, directeuren en wethouders hebben hierover langdurig moeten onderhandelen. Met als gevolg dat de uitkomst zich slecht verhoudt tot oplossingen waarop inwoners zitten te wachten. Oorzaak nummer een waardoor kiezers afhaken.De tweede manier van denken en werken, heeft te maken met het `samen met de burger' oplossen van problemen. Regisseren vraagt om een substantieel andere benadering. Gemeenten moeten immers samen met belanghebbendenbij een probleem een andere omgeving kunnen creëren. Tot op heden is het zo dat de bureaucratie zogenaamde 'reguleringen' leidt door 'voor' de burger te denken. Meestal leidt dat tot weer een extra regel, die de bureaucratie versterkt. Oorzaak nummer twee voor het afhaken van de kiezer. De derde manier van denken draait om de manier waarop de gemeentelijke dienstverlening kan worden georganiseerd. Gemeenten doen op dit moment vrijwel alle dienstverlening zelf. Onbegrijpelijk, omdat dit via uitbesteding bijna altijd beter en goedkoper kan. En bet is belangrijk omdat de explosieve groei van de lokale lasten de inwoner boos maakt en ook weghoudt van de stembus. Het consequent doorvoeren van deze denkwijzen leidt tot een kleine, hoogwaardige gemeente waarin de bureaucratie teruggedrongen is, de productiviteit stijgt en de motivatie van de medewerkers groeit. Tot een gemeente waarin bestuurskracht en nauw samenwerken met de inwoners hand in hand gaan. Kortom: De Regisserende Gemeente wordt een 'marktplaats' waar van onderop allerlei organisaties ontstaan die een probleem willen oplossen. Om te voorkomen dat de komende jaren weer vele vernieuwers gedesillusioneerd afscheid nemen van de politiek, kunnen we met de ombouw van bet gemeentelijke apparaat niet snel genoeg beginners. De gemeente neemt als regisseur het script opnieuw ter hand en dient zich op dit punt professionaliseren. Door aldus to investeren, ontstaat een herkenbaar lokaal bestuur waardoor het functioneren van de democratie een forse injectie krijgt.
Piet van Mourik is organisatieadviseur en secretaris van de Stichting 'De Regisserende Gemeente', alsmede auteur van het gelijknamige boek.