Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Culicolumn Guido Lewis

6/12/2016 - Barack 1

Het was aan het begin van een zomermiddag ergens halverwege het eerste decennium van het nieuwe millennium. Ik ging zoals elke dag de afgelopen tijden naar het reïntegratiebureau op zoek naar vacatures en voor gratis koffie. Het was dan wel een soort sleur geworden, maar de hele dag alleen thuis met niets om handen en zonder geld was vele malen verschrikkelijker. De intakemedewerker van het bureau, hij ruste in vrede, verwoordde het zeer puntig. ‘De bijstand is net genoeg om niet te sterven, maar te weinig om te leven.’ Al helemaal als we een ‘goede’ zomer hadden. De ramen van mijn huisje openden alleen nog de allerlaatste keer. Sluiten was onmogelijk, en openen dus ook, waardoor het ’s nachts boven de dertig graden bleef. Ik sliep die nachten onder een vochtige handdoek met een ventilator op vol vermogen naast mijn bed. De hel in het klein op driehoog achter in Amsterdam Oud-West.

 

Behalve internet was er professionele begeleiding die hielp met CV’s sollicitatiebrieven en trainingen. Die traingen waren voor een gymnasiast een ware hellekwelling.

De eerste keren bestond het klasje bijna uitsluitend uit mensen die vanwege een verdwaalde ambtelijke blunder waren opgeroepen. Waarachtige analfabeten, 55+ers zonder enig diploma, alleenstaande moeders met gezondheidsklachten en een (te) groot gezin en een enkele eeuwige hippie.

De eerste ‘les’ begon met het op tafel leggen van je sleutelbos en aan de hand daarvan vertellen hoe je dagen verliepen. Aan de mijne had een scrotum moeten hangen. Ik had twee huissleutels en een fietssleutel. De gozer met de meeste sleutels vroeg meteen of ‘ie had gewonnen. Ik heb ze gezien die aankwamen met een veel te grote auto die informeerden naar ‘de’ parkeervergoeding. Straks krijg je als werkzoekende nog reiskostenvergoeding en ziektewetuitkering.

 

Het goede van die periode is dat ik weer dingen moest doen die ik uit mezelf misschien wel nooit meer zou hebben gedaan. Het logische effect is dat je naar verloop van tijd weer begint met kleine onderneminkjes. Met ’s ochtends opstaan als beste voorbeeld. Regelmatiger scheren levert wel goodwill op, maar het enige wat ik wilde was een beetje een leuk baantje. De overbekende cirkel en spiraal. Ik had er kennis gekregen aan een lotgenoot van mijn leeftijd. VWO en dan toch mislukt. Wiet. We aten zo vaak mogelijk samen; koken voor twee met een dubbel budget is efficiënter. Zo konden we van wat we overhielden samen joints roken. De zwarte franje van een blower. Dit werd ook niets. Hij wilde samen in het Vondelpark met gitaar en zang terug op de rails komen. Ik vond het juist het definitieve vaarwel van de weg terug. En ook van hem trouwens.

Ik heb via deze club ook een psychologische training gehad van een bloedmooie psychologe. Dat hadden ze dan weer slim aangepakt. Jammer genoeg kon ze weinig met me aan; ik ook met haar trouwens, helaas.

 

Het reddende vrijwiggersbaantje kwam uiteindelijk uit een totaal onvermoede hoek: de kroeg. Ik kwam in contact met de baas van het groen van Artis. Ik heb daar een tijdje drie dagen per week planten water gegeven, gewied en meer van dat soort therapeutische arbeid. De kassen waar ik werkte bestaan nu niet meer. Er hebben nog wel een paar apen over me heen gelopen.

Toen dat afliep heb ik het reïntegratiebureau gepolst of ik misschien vrijwillig computer ondersteuning kon geven aan mijn collega-werkzoekenden. Dat kon volgens het bureau. Ikzelf heb de sociale dienst (SD mag ook) een keurige brief gestuurd over mijn stap van Artis naar het bureau. Ik deed dit werk een maand toen de SD belde. Volgens de SD is alleen dergelijk werk mogelijk bij een non-profit organisatie. Blijkbaar was men daar van mening dat Artis een charitatieve instelling was zonder winstoogmerk (een kaartje kostte meer dan 15 euro). Ik was zwaar in overtreding. Ik moest ogenblikkelijk stoppen met mijn nieuwe vrijwilligersbaantje. Niet gedaan natuurlijk, ik moest en zou weer werken en eventuele aanstaande werkgevers houden niet zo van al te grote gaten in CV’s. Zonder mijn vrijwilligerswerk zou het nooit lukken, met dank aan de SD. De schatten waren zo gesteld geraakt op me, dat ze me niet wilden laten gaan. Ik kan er soms nog steeds zachtjes om huilen.

 

Bij binnenkomst viel me op dat het erg rustig was. Ik zag mijn consulente, ze leek ietwat gespannen. Bij de koffieautomaat viel het me op dat het leslokaaltje was ontruimd. De tafels en stoelen stonden in een hoek gestapeld. Mijn consulente kwam ook koffie halen. Gaan we verhuizen ofzo?

‘Guido, schrik alsjeblieft niet, maar er is bezoek voor je.’

‘Toch niet de sociale dienst?’ schrok ik terug.

‘Nee, die mogen hier niet naar binnen, stel je voor zeg. Dan komt er niemand meer opdagen. Nee, ze zitten in het zaaltje, ze zijn met zijn tweeën; een blonde dame en een donkere, lange meneer.’

Ik keek door het glas naast de gesloten deur, en zag ze zitten. De ruimte was leeg op twee bezette en één onbezette stoel na.

‘Zijn het bekenden van je Guido?’ Ze was echt zenuwachtig volgens mij.

‘Ik heb beiden nog nooit gezien.’

‘Weet je dat echt zeker? Kijk nog eens goed.’

Ik keek nomaals, nu iets aandachtiger. Een keurige donkere meneer in een onberispelijk pak boven dure schoenen. Een dame in een overzees pakje met bijkleurende pumps. Ze had een tas naast zich staan en papieren in haar handen.

 

‘Liesbeth, spreken ze Nederlands?’ Haar antwoord zou doorslaggevend blijken.

‘Alleen die mevrouw heeft iets gezegd, ze spreekt vloeiend Nederlands. Volgens mij is zij de baas, hebben ze misschien werk voor je? ’

‘Lijkt me sterk, ik ken ze niet.’

‘Heeft iemand anders ze dan misschien hierheen gestuurd voor jou?’

Uiteraard waren ze dat, anders zouden ze mijn naam niet kennen. Blijkbaar dacht Liesbeth dat een of andere headhunter op zoek was naar mij. Mijn gehele geheugen stond op springen. In één van de diepste spelonken van mijn brein bevond zich inderdaad een lange, donkere man die ik moest spreken. Het begon langzaam te dagen. Deze meneer is hier voor mij, maar wat doet die blonde vrouw in zijn gezelschap. Hoe kwam ik van haar af?

‘Ik neem aan van wel, ze weten blijkbaar wie ik ben.’

Ik koos blind voor alles of niets, ik had immers alles te winnen.

‘Okay Liesbeth, dit is heel belangrijk voor mij. Ik wil je vragen me volkomen te vertrouwen. Kun je dat?’ vroeg ik botweg.

‘Hoe bedoel je?’ vroeg ze nerveus.

Wat zou die vrouw hebben gezegd tegen Liesbeth? Ze was er duidelijk aangeslagen onder.

‘Dat je moet doen wat ik zeg en geen vragen stelt. Kun je dat?’

‘Guido, ik ben hier de consulent, jij de cliënt.’ Ze werd nu ongedurig.

‘Deze mensen hebben daar volstrekt niets mee te maken. Volgens hen zijn zij hier zelf de baas.’

‘Hoe weet je dat?’

‘Ik kan me die meneer toch wel herinneren, ik wil hem graag spreken. Ik denk dat ik weet waar het goed voor is, en stel je voor dat ze me kunnen helpen. Je hebt me zelf geleerd dat ik in mijn situatie iedere uitdaging moet uitproberen. Alles beter dan een uitkering’

Helemaal waar was het dan wel niet. Ik kende deze man niet als persoon, maar ik vond mijn oude herinnering doorslaggevend. Ik verwachtte dat Liesbeth dit zou kunnen accepteren.

‘Ik zal je later alles uitleggen. Het komt goed.’

‘Wat wil je dat ik doe?’

Ze was om.

‘Twee heel simpele dingen. Ten eerste wil ik dat je een taxi belt voor die dame. Hij moet binnen vijf minuten voor de deur staan. Lukt dat?’

‘Dat is makkelijk, Guido.’

‘Het tweede is ietsje lastiger. Je mag niets zeggen tegen haar. Hooguit dat die taxi voor haar bedoeld is. Dat is essentieel. Zeg haar niets. Al dreigt ze met wat dan ook. Zeg haar onder geen beding dat ik je dat heb gevraagd. Lukt dat?’

‘Ik doe mijn best.’

‘Dat is niet voldoende Liesbeth, het moet lukken.’

Ze zocht tevergeefs oogcontact met een collega. Ze zuchtte. We keken elkaar kort en indringend aan.

‘Consider it done.’

‘Dank je wel Liesbeth. Je bent top.’

Haar gezicht klaarde op met kleur.

‘Hoe zie ik er uit?’

‘Goed Guido, goed.’

‘Bel een taxi, ze komt zo naar buiten.’

Ze liep naar een telefoon. Ik liep naar de deur, vermande me, en stapte gedecideerd naar binnen.

 

‘Goedemorgen!’ zette ik mijn klaarste stem op.

Met uitgestoken hand liep ik op de vrouw af. Beiden stonden op. De vrouw stak haar hand uit.

‘Ben jij Guido?’ vroeg ze terwijl we handen schudden.

‘Ja, dat ben ik. Ik heb begrepen dat U hier voor mij bent gekomen?’

De man schudde ook mijn hand, maar zei verder niets. Hij glimlachte vriendelijk en boog enigszins om ons verschil in lengte te compenseren. Ze wisselden een blik van verstandhouding.

‘Om daar achter te komen wil ik je een paar vragen stellen, Guido.’

‘Dat is goed. Wat wilt U weten?’

‘Wat is je volledige naam?’

‘Mijn volledige naam luidt: Gabriël Guido Lewis, geboren te Amsterdam op 5 januari 1973.’

Ik verwachtte haar volgende vraag al. De rest nu ook trouwens. Dat bleek: namen en geboorteplaatsen van mijn ouders (bij die van mijn vader keek de man me kort aangenaam verrast aan.) Onze studies, zelfs de naam van mijn eerste vriendinnetje. Binnen korte tijd was ze overtuigd van mijn identiteit.

‘Guido, ken je deze man?’

‘Nee, ik ontmoet hem vandaag voor de eerste keer.’

‘Ook niet van iets anders misschien?’

‘Iets anders dan wat bedoelt U?’

‘Iets anders dan ontmoeten, bedoel ik.’

‘Nee, ik heb werkelijk geen idee wie hij is.’

‘Goed, ik geloof je. Hij is hier voor een gesprek met jou.’

‘Waarover, als ik vragen mag?’

‘Dat zal je zo wel merken, Guido. Ik wil je vragen even de kamer te verlaten, ik moet even kort met hem overleggen.Onder vier ogen; ik roep je zo weer binnen.’

‘Als deze meneer hier is gekomen om met mij te praten, denk ik dat het beter is dat U nu deze kamer verlaat. Of U overlegt onder zes ogen.’

Hierop had ze absoluut niet gerekend. Ze keek enigszins verontrust naar de man en toen weer naar mij. De man bleef volkomen naturel, hij verstond ons niet.

‘Ditis niet hoe het gaat Guido, je moet even wachten, en achter de ruit gaan staan waar ik je kan zien.’

‘De keuze is makkelijk. Of ik spreek met deze meneer en U verlaat nu dit vertrek. Of ik ga nu naar huis.’

‘Dat is inderdaad een makkelijke keuze; je kunt gaan.’

Zonder een woord draaide ik me om en liep naar de deur.

‘Stop Guido. Dit kan niet.’

Ik was bij de deur, klaar om hem te openen.

‘Jij wint Guido, ik zal gaan. Maar ik blijf hier op hem wachten, achter de deur.’

‘Nee, dat kan niet. U verlaat zonder verdere inmenging of commentaar het pand.’

Ze keken elkaar zwijgend kort aan. Hierop stond ze op en pakte haar tas. De man stond ook op, pogend te verklaren wat hier aan de hand was, maar verder volkomen rustig. Ze liep langs me naar de deur en verliet de kamer. Ik had mijn lange donkere man voor mezelf. Een curieuze situatie: een keurig gekleede meneer en een werkzoekende die elkaar moesten spreken, maar elkaar niet kenden. Laat staan dat ik wist waarover we moesten praten. En mijn gast zweeg nog steeds in alle talen.

De onbekende man in ik keken elkaar kort aan. Met één been in een vorig leven stond ik tegenover hem. Hij zag er zeer verzorgd uit, had een intelligente, bijna wijze oogopslag. Zijn handen en schoenen verraadden een beschermd leven zonder gebreken. Hij leek me niet op zijn ongemak, ik kon hem vertrouwen. Ik gebaarde hem te gaan zitten, wat we deden. De derde, lege stoel ergerde me ogenblikkelijk, maar ik liet hem staan. Wat moest ik zeggen? De onverbroken stilte hield me verwachtingsvol alert, en mijn gast leek hetzelfde te denken. Wachtte hij tot de blonde vrouw terug zou komen?

‘You’re American?’ vroeg ik ten overvloede.

De man schrok niet, maar gebaarde resoluut stil te zijn. Hij hield zijn hand achter zijn oor en maakte een gebaar voor zijn mond, wijzend naar buiten en het plafond.

These walls hold no ears, sir.’

Hij hield een gestrekte wijsvinger voor zijn lippen, ik wist wat hij bedoelde. Ik stond op en liep naar de deur en keek door de ruit. Liesbeth werd zichtbaar een beetje betrapt door mijn blik en kwam na een kleine wenk.

‘Waar ben je mee bezig Guido?’ was ze streng en bezorgd.

‘Met mijn toekomst, Liesbeth, gaat allemaal goed.

‘Weet je het echt zeker? Wie zijn die mensen?’

‘Vrienden van lang geleden.’

‘Komen ze je helpen?´

‘Zoiets ja.’

‘Ik heb beloofd je te vertouwen, dus dat doe ik. Maar je moet me wel wat meer vertellen wat je doet. Weet je zeker dat het goed met je gaat?’ Ze had recht op meer informatie, maar ik had zelf nog te weinig, behalve een halve herinnering aan een verre ervaring en een rotsvast vertrouwen in de situatie.

‘Geef me wat meer tijd en een schrijfblok met twee pennen alsjebieft. Ik heb het allebei nodig.’

‘Komt het dan goed?’ Ze keek met een veelzeggende blik naar mijn zwijgende gast.

‘Ja.’

Ze haalde wat ik vroeg en ik trok mij terug in het lokaaltje met de statige, zwarte man. De derde stoel deed nu mooi dienst als tafeltje. Ik legde het schrijfblok en pennen op de stoel en opende de eerste, verse pagina. Ik schreef alleen een vraagteken, leunde achterover en wachtte af.

Hij schudde glimlachend zijn hoofd en keek eerst naar de grond en vervolgens naar boven. Een korte, ingehouden lach ontsnapte zijn stilzwijgen.

‘Yes.’ Het stond er als een opgelucht antwoord.

 

Hij keek me vragend aan. Een man van antwoorden zonder tekst. De situatie leek hem te bevallen, te plezieren zelfs, alsof hij dacht getest te worden voor een soort geheime waarheid. Ik had een idee omtrent deze waarheid, maar moest eerst volkomen zeker zijn. Was dit degene die ik in een ver, oud visioen had bedacht? Op dat eilandje in een meer, toen ik ten einde raad was en werd getroffen door…?

 

 

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

21/11/2016 - Christina

Mijn deurbel rinkelde halverwege de middag. Ik verwachtte niemand en aangezien ik driehoog achter woonde kon ik niet kijken wie er buiten voor de deur stond. Lopend naar het trappenhuis waar ik met het touw de beneden deur opende, probeerde ik me een vergeten afspraak te herinneren. Vruchteloos als meestal.

‘Hello?’ klonk van beneden een damesstem.

‘Hi!’riep ik terug.

Was ze een bekende? Ik herkende de stem vagelijk, zonder herinnering waarvan. En was ze Engelstalig? Voetstappen klonken op de oude houten trap. Duidelijk vrouwenpassen, hoge hakken.

Ze liep hoorbaar ongewend de smalle drie trappen naar boven en halverwege de laatste keek ik van de overloop omlaag in een paar blauwe ogen.

‘I’m looking for someone who’s called Gabriël.’

Ik snelde door mijn geheugen. Ik kende die ogen, maar waarvan ook alweer?

I’m sorry, I don’t know anyone with that name. You must be mistaken,’ moest ik bekennen.

‘Oh, excuse me, then I must have rung the wrong bell. You’re sure you don’t know him?’

‘I’m quite certain I don’t.’

Ze leek kortstondig uit ‘t veld geslagen, maar ook een beetje opgelucht. Met een vriendelijk woord draaide ze zich om en begon behoedzaam de steile trappen af te dalen.

Ineens schoten twee gedachten door mijn hoofd. Ik heet zelf Gabriël! Maar zo noemt niemand me, mijn roepnaam is mijn tweede naam, Gabriël de eerste. Bovendien zei ze het in het engels, wat me al helemaal nooit overkomt. En haar gezicht! Ik kende haar, maar was vergeten waarvan. Ze leek zelfs een goede bekende.

‘Hold on a sec!’ riep ik naar beneden. ‘That’s my own name, but nobody calls me that way.’

Haar voetstappen stopten op de tweede trap en ze begon weer naar boven te lopen.

 

We keken alkaar nu voor de tweede keer aan. Ze was mooi, bijzonder zelfs, en ongeveer van mijn leeftijd. Een slanke blondine in een Amerikaans ogend mantelpakje. Ook haar accent verraadde haar afkomst.

People call me Guido; my full name is Gabriël Guido Lewis. That’s why I didn’t understand you right away. Why have you come here?’

‘Let’s just get inside and I’ll tell you.’

We liepen naar binnen, ik sloot achter ons de deur en draaide hem in het slot.

‘Did you just lock the door?’ vroeg ze, duidelijk niet op haar gemak, maar niet angstig.

‘You seem to know my first name, don’t you trust me? The keys are in the door and otherwise it won’t close properly.’

‘Please, unlock it for me.’

Ik deed de deur van het slot en gaf haar de sleutels.

Only slamming it can really close it now, but I’ll promise you it won’t be locked.’ Ik smeet de deur dicht; het half defecte mechaniek werkte dan wel. In mijn kleine, eenvoudige kamer vormde haar aanwezigheid een schril contrast met mijn alledaagse werkelijkheid van moeizaam gesappel, als een superster op liefdadigheidsbezoek.

Eenmaal gezeten op de bank begon het langzaam te dagen. Ik kende haar maar wist haar echte naam niet. Dit was niet zomaar iemand, dit was een persoonlijkheid.

‘My name is Christina. You should know me,’ zei ze wijzend naar mijn TV-toestel. Ze gaf me mijn sleutels terug, die ik in op tafel legde.

‘I trust you now, Guido.’

 

‘Can’t you guess? I’m here just for you,’ glimlachte ze met rood gestifte lippen.

‘For me? You? Why? Shouldn’t you be in a rich man’s house?’ probeerde ik voorzichtig.

‘You’re a rich man yourself, don’t you know? I think you’re the richest man ever. Money doesn’t make you rich, trust me, I’ve got more than enough of it myself,’ lachte ze spontaan.

Ik begreep er weinig van. Wat komt zij met me doen, hier in Amsterdam?

‘I’ve come to chear you up a bit, would you like that?’

Daarover hoefde ik geen moment na te denken, je krijgt niet iedere dag dergelijk speciaal bezoek. Ik kreeg überhaupt nauwelijks bezoek in die tijd, en blijkbaar vertrouwde ze me, ze leek me zelfs te kennen. Het gaf me een vreemd gevoel van zekerheid en gepaste intimiteit. Bovendien had ikniets te verliezen en zij alles.

‘Sure I’d like that, but what did you have in mind? Go out? Stay in? Do you know Amsterdam?’

‘Let’s first get to know eachother a little better. Won’t you offer me a drink?’

Ze keek rond in mijn éénkamerwoning. Bed niet opgemaakt, hier en daar een kledingstuk, een klein afwasje op het aanrecht, een tamelijk volle asbak. Ik had thee, koffie en bier in huis, verder zo goed als niets. ’t Werd dus bier.

‘I wasn’t expecting visitors, I hope you’ll excuse me my messy, tiny place?’

‘I love your place. I hardly ever see what you’d call ordinary people’s houses, and it’s no continious party in my own world, you know.’

Ik was nogal in de war geraakt nu. Zat ik hier bier te drinken met haar?

‘Pinch me, I must be dreaming.’Ik wachtte af en gaf me over aan het toeval.

‘Ouch! Not that hard,’ lachte ik een beetje verlegen maar gerustgesteld. Ze schrok een ogenblik en lachte toen, volwassen giechelend.

‘Is this real Dutch beer? I don’t know this brand, Amstel. Heineken is Dutch, right?’

‘Yes it is, and Amstel is owned by Heineken, as are many more brands. Do you like it?’

Do I like it? It’s Dutch, and you gave it to me, off course I like it. They don’t make this back home.’

Door de eigenaardige combinatie van haar mantelpak en mijn bier voelde ik me lichtelijk ongemakkelijk worden. Ze had geen tas bij zich of iets, alleen een klein accessoire-tasje, andere kleding dan wat ze droeg dus ook niet. Ze liep naar de CD’s en verbaasde zich over zoveel Amerikaans. Haar hakken prikten bijkans in mijn kale houten vloertje.

‘Won’t you kick off your shoes? I do have neighbours, you know? Here, try these.’Ik gaf haar mijn sloffen. Ze twijfelde, misschien waren haar voeten verzekerd? Je weet ’t niet.

‘You mean wear yours, with my outfit? I don’t think so.’

‘I feel a little uncomfortable drinking beer with a lady dressed like you, and I don’t have champagne to offer. I’ve got lots of cloths, there must be something in there that’ll fit,’ wees ik naar mijn kledingkast.’

‘Hmm,’twijfelde ze.

‘Off course,’ begreep ik nu. ‘I’ve got a bathroom you can lock while you change cloths. Meanwhile I’ll do some cleaning.’

‘I’ll help you.’

Ze opende de deuren van de kast en vond al snel een spijkerbroek en een T-shirt die pastten. Een zwarte Levi’s 501 en een shirt met het logo van Lego, maar dan zonder de L.

‘Cool, Ego! What does it mean?’

Ik legde haar de grap uit, ze had duidelijk nooit als kind met Lego gespeeld.

Ik opende de badkamerdeur en toen schrok ze toch even; een zitbadje en een niet al te schone plee.

‘It’ll do for now, we’ll clean it later,’ verborg ze haar vrouwelijke ontzetting.

 

Het voelde meteen stukken prettiger nadat ze mijn kleren had aangetrokken en de hare in de kast had geborgen. Ik vond haar zo eigenlijk ook nog knapper en vooral veel leuker, gewoner. Van lady tot meisje in minder dan een minuut.

‘How do I look?’

‘Terribly stunning,’ overdreef ik allesbehalve.

‘Why are you on your own? You should have a stunning girlfriend.’

‘A terribly stunning one?’ probeerde ik schaamteloos. Ze lachte voluit.

‘You’re so charmingly spontanious. People usually react very differently in my presence, you’re so cute.’

We schonken bij en proostten op ons. Ze vond dit het juiste moment voor een paar huisregels. Geen lastige vragen over haar privéleven, alleen aanraken als ze dat vroeg, zo min mogelijk roken, uit het open raam en dan meteen tandenpoetsen. Van dat werk.

‘I hope you understand I’m quite a different person than my character.’

‘Characters usually don’t exist for real, I know that. Besides, I knew you were allright from the first moment I saw your face on my stairs. It’s in your eyes, they’re good when you’re real, not at all like when you’re acting. Are you completely sure I’m not an actor myself? I only said my name in Dutch, I might have learned some lines myself.’

‘Please, don’t say that. I’m not acting, and neither are you. You’re for real, I’ve got my eyes to see that in yours too. But let’s not talk about my work, I’m here for you, not for make believe. Can I play a CD? I don’t understand your language on the radio and I’d like to hear something familiar.’

‘Be my guest! Surprise me.’

Ik hoefde haar niets te vertellen over mijn stereo, en al snel hoorde ik de intro van ‘Welcome to the jungle’ van Guns ’n Roses.

‘Okay, I know you’re in my jungle now, but I hardly ever play this CD anymore. So eighties. I assume you haven’t really got an appetite for destruction? I keep it for sentimental reasons. Ellen, my first girlfriend gave it to me for my eightteenth birthday.’

‘So what would you like to hear?’.

Ze leek me eigenlijk wel opgelucht. Appetite for Destruction was ook niet wat ik bij haar vond passen. Ze kende het album blijkbaar nog van vroeger.

‘Steely Dan would seem a lot better, more relaxed, real music.’

Ze keek me verbaasd aan. Zou ze denken dat ik niet weet wat dat is? Of Juist wel?

‘I know it’s American slang for a dildo, but I mean the band, silly you!’

‘I know, I’m just curious how you know that. Have you ever been to my country?’

‘No. I’ve shared an appartment with a Canadian, Hank, for a couple of years, here in Amsterdam. His parents are originally Dutch. He told me’

‘Did he teach you your English? I’ve never met anyone abroad without any accent at all.’

‘Funny you say that. First time anyone told me so, I was seventeen, in England, in a train from Cornwall to London with my best friend. We were talking in English without us being aware, ‘cause we’d gotten used to do so in public. It’s less rude, and the Dutch are probably the rudest people on the planet anyway.’

 

Hier moest ze, licht hoofdschuddend, erg om lachen.

Don’t you underestimate my people, we may seem very interested in someone’s feelings, but it’s just a habit, you know. Most of us are really only concerned about themselves, you see. But right now I’m really curious about you. What do you think of us? Americans I mean,’ voegde ze snel toe, met een haast betrapt gezicht.

Nu was het mij beurt om te lachen; wat een eerlijk meisje was ze, bijna gevaarlijk naïef.

I think we agree, but you’ve never met a group of Dutchmen. We’re just as ignorant, but lack more basic social skills than your peopleis Hi

, and service level in my little country isn’t way near what you’re used to,’ bekende ik helaas maar zonder tegenzin.

‘It can easily happen a supermarket is out of certain products, because the guys in charge of refilling earn a steady salary anyway. Welcome to Sovjet service. When we finish our beers, it could easily be sold out when I’m shopping for new this evening.’

‘Can I go with you? I’d like to see a supermarket, especially one in Amsterdam.’

Ze keek er serieus bij, alsof ze een doodnormale vraag stelde, en dat was het ook eigenlijk wel.

‘Hmm,’twijfelde ik nu. Kon ik met haar zomaar over straat? Ik was niet echt bang dat ze herkend zou worden, who cares, maar bedoelde ze dat ze voorlopig even zou blijven? Ik had ’t haar nog niet durven vragen, ik leefde nu even voor het moment en zolang ze niets zei over vertrekken, was ze hier bij mij, en dat beviel eerlijk gezegd bijzonder. Ze was echt leuk, niet de bimbo die je zou verwachten. In tegendeel. En als ik ‘t haar zou vragen, of hoe ze mijn eerste naam kende, werd de betovering zeker verbroken. Ik wilde veel liever het nu bewaren en beleven dan me zorgen maken over later.

How do you actually know my first name, and when will you be leaving?’ Ik moest ‘t gewoon weten, alsof iemand anders in mij heel even de vraagsteller was geworden, alsof ik naar een onbereikbare zekerheid verlangde en die nog zou kunnen krijgen ook. Ik vergat mijn angst en bovendien: ze was hier, in mijn huisje, in mijn kleren zelfs.

‘I know more about you than your first name, but I didn’t know your second one, now did I? Trust me, and I’ll trust you. Don’t worry about the rest. You won’t even know I’m leaving, you’ll be asleep, and I doubt you’ll remember I was ever here. Well, for the nearest future anyway. Do you like me at all? Be honoust, girls can tell, you know.’

‘I Like you as you are right now, but is this the real Christina?’

‘I told you, I’m not working right now, I’m here only for you. Do you believe me? Please say yes.’

Ik kon niet anders dan haar te geloven, al wist ik dat ze soms afschuwelijk gemeen kunnen zijn; dit meisje was echt en oprecht.

‘I rely on your words, I believe you’re really here, and I trust you completely,’ overdreef ik grootsprakelijk.

Haar blik was een mengeling van blije verassing en volle verwachting, al begreep ik niet precies waarom. In ieder geval bleek haar antwoord niet pijnlijk of oneerlijk voor mij. Boodschappen doen met haar leek me trouwens ook een prachtavontuur, en wie weet wat ze nog meer wilde.

‘Do you keep the beer in the fridge?’

‘Yes, I’ll get some.’

‘No, let me get it, I want to do things like these for you. I’ve seen your fridge underneath your cooking thing, right?’

Dat is misschien ‘t enige voordeel van driehoog achter wonen: alles lekker onder handbereik. Voor ik iets kon antwoorden stonden er twee verse Amstelblikjes op tafel. De laatste, bekende ik Christina.

‘Terrific! Where’s the shopping-mall?’ glunderde ze grijnzend.Dit ging leuk worden, terrific zelfs.

 

‘You know you’ll be recognized, don’t you? People know your pretty face pretty well.’

I’m with you, what could happen? And who’ll believe it anyway? I couldn’t possibly be her, here in Amsterdam; people wouldn’t buy it, no one would expect me here. You said you trust me. Please, I want to.’

Weiger dat maar eens.

We don’t have shopping-malls like you’re used to. Actually, Amsterdam is for a large part one complete shopping area, not to say a total funfair, at least seen through the eyes of tourists. Hardly any laws compared to your place, just some basic rules. Don’t smoke marihuana in a normal café or a restaurant. Don’t cycle on the sidewalk. Don’t piss against trees when there’s police around. Welcome to Amsterdam, honey.’

‘Wow,’was alles wat ze zei.

Is that make-up you have in your tiny bag?’ vroeg ik vertwijfeld. Hoe ze met zo weinig op stap kon zijn hier was moeilijk te begrijpen.

‘Some, and some remover. And a credit card, an ID and some cash, Dollars and Guilders. You’re money looks like pieces of art compared to mine, is it real?’

‘Try it,’ glimlachte ik een beetje trots.

 

Met beduidend minder rode lippen liep ze naast me over de Kinkerstraat. Haar haar verstopt onder een van mijn hoeden, die haar natuurlijk veel beter stond dan ‘ie mij ooit zal staan. Als mensen onderweg naar ons keken was ’t meer vanwege de iets te korte, zwarte jeans en de kanariegele lage nep-allstars in combinatie met die zwarte hoed. Ze kreeg inderdaad gelijk, er gebeurde niets raars of vervelends; ik zag ook geen bekenden op straat. So far, so good; op naar AH.

‘Will we be cooking tonight?’

We’ll have to, if we’re going to eat.’ What would you like?’

‘What can you make?’ vroeg ze een tikkeltje onzeker omtrent mijn keukentalenten.

‘Something Dutch, is it good?’

‘If you want to run half a marathon, it is. If you’d like something else, please tell me.’

‘You decide, honey,’ grinnikte ze me toe van onder haar brede hoedenrand . Wat een schatje.

‘Something simple. Spaghetti Bolognese?’

‘I love Italian, cool. You can make a good one?’

‘It’s my best dish, and it’s my favourite. And it’s quite simple and healthy too. With a simple green salad.’

‘I’ll make the salad, I’m pretty good at that.’

 

‘t Is maar vijf minuten naar de super, maar onderweg wilde ze alles weten. Hoe oud is je straat, wat is een coffeeshop, waarom fietst iedereen? Dat werk. Veel ‘incredibles’ en ‘unbelievables’. Ze was onder de indruk. Vooral van de mensen. Ze leken haar gezonder, gelukkiger en beter gekleed dan wat ze gewend was. Bovendien was ze het niet eens met me dat men niet vriendelijk zou zijn. Ze genoot juist van de Nederlandse, schijnbaar onbezorgde eerlijkheid. En natuurlijk de voor haar volkomen onbegrijpelijke vrijheid. En geen politie te zien! Geeneens een verre sirene.

 

‘All these small shops! I love Europe,’ zei ze toen we bijAlbert Heijn kwamen. Een drietje.

‘You call this a supermarket? Back home home this is nearly a drugstore.’

Here we’ve got other drugstores, called coffeeshops. They sell real drugs.’

Ze wist van het bestaan van ons drugssysteem, maar om het te zien werken, begreep ze met geen mogelijkheid. Ze was er trouwens ook niet helemaal happy mee dat ik zelf ook dutchies rookte. Ach, zij drinkt bier dacht ik.

Ik pakte een mandje en wilde naar binnenlopen toen ze vroeg waarom alle karretjes met een kettinkje aan elkaar zaten.

‘People actually steal these things?’

Ze pakte ook een mandje en samen liepen we door de automatische hekjes. Onze schappen betekenden een ware cultuurshock voor haar; bijna alleen miniporties. Nauwelijks diepvries. Onwaarschijnlijk veel vers en bijna niets wat ze kende van thuis. En bijna geen reclame! Geen promotieteams, geen enorme TV-schermen en geen tekst op de vloer.

I know I have a basket myself, but could you put some things in it for me? For the salad.’ Ze was een soort gemiddelde van euforisch en met stomheid geslagen. Alles ging goed tot bij de de kassa. Zij wilde persé betalen, en wel met haar credit-card. Gelukkig keek de caissière niet eens op haar pasje. ‘Cash please?’ Leve Amsterdam.

 

Op de terugweg haakte ze haar arm in de mijne en gaf me een kus; ik zwijmelde tot bij de voordeur. Daar maakte ze me bruusk wakker; we stonden voor de coffeeshop twee deuren naast de mijne.

‘Is this the place where you get yours?’ vroeg ze nieuwsgierig maar ongelovig. Haar blik stond op ondeugend.

‘Yes, it is, actually. Why?’

I wanna score some for you, it’s my only chance in life. Is it expensive? How do you order? What do they sell?’

Ik kon haar hier onmogelijk ongelijk in geven. Waarom ook niet.

You’re right, you only live once. Let’s do it,’ hoorde ik mezelf zeggen.

Ik legde haar uit wat een tientje White Widow is en dat je dat gewoon in het Engels kunt bestellen. De meeste wiet in Amsterdam wordt verkocht aan toeristen en dagjesmensen die er speciaal voor uit plaatsen als Waddinxveen of Deventer komen, al is de voertaal daar geen Engels.

We gingen naar binnen.

‘Hey, man,’ begroette de grote gozer achter de toonbank me.

‘You know the drill,´ zei ik tegen Christina.

´Okay, here goes nothing.´

Ze bestelde een tientje wiet, maar durfde het niet aan te pakken.

Achter haar rug zong ik zachtjes ´One day in your life´ van Michael Jackson.

Ze pakte het zakje en eenmaal buiten omhelsde ze me.

´Never again,´ huiverde ze lichtjes.

Wat een dag. Wakker zonder illusies en dromend van nooit meer slapen.

 

Christina liep nu blootsvoets door onze kamer. We praatten over alles, behalve over haar.

Check those stupid glossy’s, but never believe even half of it. It’s all about the money, northing else.’

Voordat we konden koken noest er eerst worden afgewassen. Ze verdeelde de taken: zij de afwas, ik de badkamer (‘A toilet with a shower above it.’) Alsof ik haar ooit een WC zou willen zien schoonmaken, afwassen ging nog net.

Ik had nog een paar keukenhandschoenen waar ze erg blij mee was. We draaiden Sgt. Pepper’s en gingen aan de slag. We zongen ‘When I’m sixty-four’ en ‘With a little help from friends.’ Ze wist zich niet te herinneren wanneer ze voor ‘t laatst zoiets simpels als een handafwas had gedaan. Haar glimlach leek wel gelukzalig, ze genoot ervan eventjes anoniem te kunnen zijn. Ze veroorzaakte bij mij een soort tegenovergesteld gevoel; met haar hier bij mij was ik plotseling de ster. Als een omhoog gevallen prins zonder verantwoordelijkheid, met geen andere macht dan mezelf te zijn.

Ik onderdrukte de drang om te willen weten waar ze mij van kende, als ze het zou willen zeggen had ze ’t nu wel gedaan. Ik joeg de duiveltjes in mijn gehavende geheugen met gemak uit ’t zicht. Ze waren er wel maar konden weinig konden aanrichtten. Dit moest het langste moment van mijn leven worden, totdat ze weer weg was, terug naar haar werkelijkheid en uit mijn dromen.

 

Op het schone aanrecht legde ik de ingrediënten klaar voor de pasta. Tomaten, uien, knoflook en gehakt. Laurier, oregano, peper en zout. Passata en tomatenpuree. Spaghetti no.5 van Barilla; de enige goede, van het Italiaanse winkeltje Smeraglia in de Kinkerstraat. Daar hadden we nog geluk gehad trouwens; ik legde de eigenares uit dat Christina niet Christina was, maar Shirley uit Ierland. Ze geloofde ’t van een vaste klant.

‘Why Shirley? Do you know a Shirley?’ vroeg ze eenmaal thuis.

Just one; you,’ knipoogde ik. Het oog van de naald.

Gelukkig kende ze heel wat stemmetjes en accentjes. Kon iemand de tijd stilzetten?

‘So you’re able to transform this into a Bolognese?’ vroeg ze hoopvol verbaasd.

‘I’ll prove it to you, it’ll be the best you’ve ever had. My Bolognese is ranked four Michelin-stars, I’m out of their league.’

‘My salad is a five-star feast. Do you have something like a dressing for it?’

Ik zette de olijfolie, balsamico en Dijon voor haar op het aanrecht (dat nu echt helemaal vol was).

‘Erm?’ vroegen twee hoge wenkbrauwen boven grote ogen. ‘Now what?’

‘Three tablespoons oil, a teaspoon mustard and a dash of vinigar darling, you can do it. Just taste if it’s allright and add some more of what you’d like.’

Zo gezegd, zo gedaan. We stonden naast elkaar achter mijn mini-aanrechtje; ’t paste precies. Ze scheurde de sla (met de handschoentjes aan), het snijden van de rest deed ik. Ze vertelde over haar beste eetherinneringen, over fantastische feestmaaltijden waarvan niet altijd helemaal duidelijk was wat ze precies had gegeten, maar lekker vond ze het ’t in verre landen bijna altijd. Ik vertelde over de Nederlandse keuken. Een haring zou ze in nog geen duizend reïncarnaties van zichzelf eten.

‘Diner’s ready!’ ik zette de borden op tafel en wilde de televisie aanzetten.

No no, please no television. I’m here for you, not there,’ greep ze kordaat in. De afsandbediening ging bij haar kleding in de kast.

‘I should have made it a houserule.’

Excuse me, I didn’t realize, you’re completely right. There’s nothing good on anyway and you probably know all programs in English already.’ Ze vond dat er best aardige programma’s waren maar dat ze zo goed als nooit kijkt. Volkomen begrijpelijk. Ik zou ook niet bij haar langs gaan om zo goed als niets te doen, dat deed ik thuis al. Alsof ik haar trouwens ooit terug zou kunnen vinden.

 

‘It’s just because I’ve seen you preparing this with my own eyes, or I couldn’t possibly believe it. This is the best pasta ever. The night’s sky doesn’t count enough stars to reward you for this! You really are a cook, I knew it.’

‘I can merely guess how you knew that.’

‘I think you’ll find out in the very end, be strong but be patient,’ ze gaf me een kleine kus.

‘Let’s eat!’

 

De fles Chianti Classico die ik in Christina’s AH-mandje had gelegd smaakte oneindig. Het eten was snel op. Na de koffie (‘amazing!’) pimpelden we de wijn weg bij het heldhaftige, barmhartige, standvastige zonlicht, het tweede voordeel van mijn kleine stulp: ik keek uit op het oosten. Het was het goede seizoen, dus het zou nog wel even duren voor het donker werd. Nu had ik afwascorfee, zij neusde ondertussen door de CD’s, boeken en kleren. Zou ze misschien iets willen controleren?

We hadden genoeg in huis gehaald voor een onvergetelijke avond, het ontbrak aan weinig, behalve tijdloosheid. Ik had nu wel zin gekregen in een klein stikkie, ze had ’t zelf voor me gekocht dus ik veronderstelde dat ze geen bezwaar had, en begon met draaien.

‘What do you think you’re doing?’ vroeg ze ferm toen ze terugkwam uit de schoongemaakte badkamer (‘You see, cleaning isn’t so hard’).

‘Do you mind if I smoke a little reefer? I’ll do it in the opened window, like you’ve asked. It doesn’t smell that bad, really.’

‘I know the smell, I’m an all-American girl, you know.’

‘That’s exactly what I mean. I thought Americans were very opposed to anything having to do with any form of drugs at all.’

You have a lot to learn about my homecountry, Guido. Americans are explorers in anything. Like anywhere in the world, young people experiment with whatever they can lay their hands on. So go ahead’

 

Ze kwam naast me zitten en keek gebiologeerd naar mijn ervaren draaikunsten.

Is that all you need for one reefer? Even I could smoke several of those! That’s for whimps!’

Ik dacht alleen maar: bingo! Dat zullen we dan wel zien, maar alleen op haar eigen initiatief. Een essentiële regel naar mijn mening.

‘This is Dutch weed. It’s been developed on a agricultural university. The average amount of what you want is at least five times what you’re used to anywhere else. Many tourists in Amsterdam make that same mistake. They arrive at the airport and if they’re lucky they reach the city within the hour. Within another hour some of them don’t leave their hotelbed the rest of the day. Stoned.’

‘Wow! So they hardly see or do anything?’

‘Nothing else than smoke, smoke, smoke. They’re in Amsterdam and they’ll know it. Especially those who visit Amsterdam for the first time; finally, I’m allowed!’

‘So the museums and architecture and culture aren’t important at all to them? That’s so stupid.’

‘Yes, it is. I’ve seen so many of ‘m waiting in line in front of me in the best coffeeshop around. They sell between fourty and fifty variaties alltogether, marihuana and hashish.’

I don’t believe you, your kidding me.’ Ze keek er net zo bij als daarstraks bij mij beneden.

‘I’m not lying. See for yourself. Anyway, they want info on most of those species and that can take quite a while. And it keeps me waiting. They leave the shop with as many goodies as possible and the only thing they can remeber once back home is “I did it”.’

Ze begon luid te lachen.

‘We’re out of wine, are you into beer with your tiny reefer?’

‘Always! I’m experienced.’

‘I’ll be the judge of that, Jimi.’

Ze zette glazen en blikjes neer. Er was zoveel dat ik wilde weten van haar, al wist ik dat het voor ons beiden beter was van niet.. We hadden elkaar betoverd met een klein sprookjesavontuur; dat wilden we allebei zolang mogelijk koesteren.

Ik deed het raam wagenwijd open, ging op de vensterbak zitten en ontstak het stikkie.

‘Am I a tourist, Guido?’ Weer die blik.

No Christina, you have a different mission. Me.’

 

We praatten over wereldleed en kindergeluk. Over dromen en angsten. Langzaam leek de hemel alle tinten rose, rood, paars en oranje. De tijd is medogenloos voor de gelukzaligen van het ogenblik. Maar we zaten voorlopig goed. Een gevulde koelkast en Jimi Hendrix’ Voodoo Chile uit de speakers. Ik speelde air-guitar en zij danste door mijn kleine kamertje. Mijn Eigen Flowerchild From Heaven.

 

What’s the best thing that ever happened to you? What’s your most precious memory?’ vroeg ze toen we waren bijgekomen van de muziek. We luisterden nu naar Sade, Smooth Operator.

Zou ze ook weten van mijn rommelige geheugen? Van de afschuwelijke voorbije jaren die voor mij slechts gedeeltelijk zichtbaar waren? Ik ging ervanuit van wel. Tot nu toe waren we om dat ondoordringbare moeras in mijn hoofd heen gelopen.

‘Who sent you here, Christina?’ probeerde ik haar te misleiden.

‘I asked you first.’

‘You are, Christina.’

‘I’m not a memory yet, and keep in mind what I‘ve said earlier. I may become one in future time. It’ll all work out fine, I promise you.’

Alles bleef zo vaag. Ik had geen andere keus dan er in mee te gaan. Met haar meegaan naar mij.

‘You remember playing Appetite for Destruction earlier on?’

‘The one Ellen gave you? Yes, sure.’

‘We made a trip through Europe right after we’d finished school. We were eightteen and in love.’

‘Sounds like a thrilling adventure. I love that, go on.’

 

In de vijfde klas van het gymnasium werd Ellen mijn eerste vriendinnetje. We hadden geweldige tijden samen. We doorkruisten heel Noord-Holland op mijn Peugeot 103SP’tje, om beurten rijdend. Haar thuissituatie was een klassieke: ruzies met haar ouders over alles. Daarvan was zo dwars geworden dat ze vast van plan was na het halen van het diploma ver, ver weg te gaan. Weg van haar ouders, minimaal een jaar.

Dit confronteerde mij met de nare realiteit dat onze liefde vanaf het prilste begin al een duidelijke finish-lijn kende. Ik kon twee dingen doen: genieten van het numet haar en gaan studeren daarna, of met haar mee gaan. Samen op reis. Ik koos voor het laatste, hetgeen uiteraard alleen maarvoor meer onenigheid zorgde in haar familie.

We gingen samen wilde plannen maken: van Australië tot een kibboets. Op weg te voet of per spoor door Europa. Gaandeweg kreeg ons aanstande avontuur steeds meer vaste vorm en zelfs een naam: “Volgend Jaar”.

Uiteindelijk was ons plan geworden om per 1 1à 2 Interrails doorheel Europa te kruisen en te overwinteren in Portugal. We hadden toen nog het idee om vanaf de lente helemaal terug te lopen naar huis.

‘You were planning what?’ keek Christina me ontzet aan.

‘You heard me correctly: walk 1500 miles!’

‘Were you insame? Walking back such a distance to a place you left for a good reason? Did you succeed?’ Haar ogen twinkelden.

‘No we didn’t, we changed plans in Rome, on the Spanish Stairs, in a good conversation with our former Dutch teacher. He and several other teachers and the fifth grade were on a schooltrip to Rome at exactly the same time. We planned it like that: her eldest brother was in fifth grade that year. Our teacher advised to stay in Greece over winter and see what happened from there.’

‘So you stayed in Greece that winter? Cool!’

‘I could tell so many stories about that journey.’

‘I can picture it now, alone, in love and far away together. I’ve known people who did similar things, but never as a couple, and never that young. Eightteen! What a thrill!’

‘It wasn’t just a trip or holiday, it was an incredible adventure with extreme ups and downs. A coming of age journey in seven months.’

What’s your best memory thusfar, Christina?’

‘Remember the houserules, Guido.’

‘I don’t.’

‘You don't have to, Guido.’ Haar ogen sloten

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

8/6/2015 - Rust

 

Over alle duinen

Heerst rust

In alle kruinen

Verspied je

Haast ademloos;

Je vogeltjes maken geen geluid

Wacht maar een poos

Ook jij rust uit

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

21/2/2015 - Elementen

 

Aarde voelt planten

Water proeft vissen

Lucht hoort vogels

Vuur ruikt ons

Liefde is blind

 

 

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

12/12/2014 - Taste

 

Bitter wouldn't try

Sour shouldn't cry

Salty wonders why

Sweet dreams couldn't lie

 

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

18/8/2014 -

Trust your friends

Rely on family

Have faith in God

Believe in yourself

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

23/7/2014 - Kwijt

Droge zeen van tijd

Eiland vol haat en nijd

De grijze regenboog bewijst

Ik ben je kwijt

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/7/2014 - Amsterdam

Een aai over je bol

Een veeg uit de pan

Zo is Amsterdam

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

28/6/2014 - Motto

 

Eet vers

Beweeg goed

Slaap veel

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/10/2013 - Menu de l'Amour

Menu de l’Amour

 

Voor: Drunk Fish

 

½ maat gin

½ maat vodka

1 oester

Paar druppels citroensap

Snufje witte peper

 

Doe de drank in een whiskyglas. Open voorzichtig een oester en doe hem inclusief vocht bij de drank. Besprenkel met wat citroen en peper.

 

 

Hoofd: Pièce de Résistance

 

cocquille

foie-gras

zwezerik

calvados

 

Bak de ingrediënten kortin een klontje boter en flambeer in calvados.

 

 

Toe: Each Other

 

2 glazen

2 kakelverse eidooiers

Vermouth

Grenadinesiroop

Tequila

Citroensap

Snufje zout

 

Voor haar:

Doe een eidooier in een glas. Voeg wat vermouth en grenadinesiroop toe.

 

Voor hem:

Doe een eidooier in een glas. Voeg wat tequila, citroensap en een snufje zout toe.

 

Bottoms up and kiss!

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

14/5/2013 - Draadjesvlees


Goed eten kan troosten. Een hete kop soep in kleumende handen. Chocolade in alle soorten in tijden van hartezeer. Zoute patat met vette mayo na het het chloorzwemmen. Warme appelgebak en chocomel met clotted cream na een motregenachtige strandwaaidag. Er gaat niets boven een hartverwarmend culinair besluit. Het biedt houvast, lucht op en geeft hoop.


 De beste troostgerechten zijn de nostalgische heimweegevallen. Oma’s groente- en moeders erwtensoep. De eerste met veel balletjes, de tweede met zwoerd, rookworst en karbonade. De van vakantie uit Frankrijk  meegebrachte grote blikken cassoulet. Een grote pan mosselen met heftige knoflooksaus en stokbrood. Ook hoog op de verlangranglijst: vette jus, worsten, olijven en kaasjes. Maar op nummer één: draadjesvlees. Niets lekkerders dan een huis gevuld met hartige geuren en de spannende afwachting van het rubuuste avondmaal. Tijd voor een troostrijk stuk sappig, botermals suddervlees doordrongen van de heerlijkste specerijen.


Iedereen heeft zijn eigen recept. Qua soort vlees, soort vet, kruiderij, bereidingstijd enzoverder. Ikzelf vind sucadelapjes de lekkerste (want vetste). Dat vet komt in de saus, dus dat eet je niet allemaal op, maar het maakt het vlees zo lekker mals. Maar rib-, borst- en runderlappen doen het ook prima. Verder is het een ratjetoe van verschillende smaakmakers. Een zuurtje zus, een zoetje zo. Beetje pittigheid, knoflookje erbij of niet, eventueel gehannes met ontbijtkoek, appelstroop en mosterd.


Mijn simpele lijstje: een vol pond sucadelappen, peper & zout, 4 à 5 eetlepels roomboter, 2 laurierblaadjes, 3 jeneverbessen, 3 kruidnagels, 3 eetlepels appelazijn,  theelepel dijon mosterd, theelepel suiker en wijn of bier.Peper en zout het vlees. Gebruik een zware braadpan, ’t liefst zo’n gietijzeren geval uit jaartje kruik. Smelt hierin op halfhoog vuur de boter tot die kleurt en het schuim oplost. Bak de stukken vlees aan beide kanten bruin. Zet het vuur lager. Voeg de rest van de ingrediënten toe. Het geheel moet net tot net niet onderstaan.

Vanaf hier is het een kwestie van 3 uurtjes geduld en zonodig een slokje vocht aanvullen om alles sappig te houden. En misschien even omdraaien; is niet strikt noodzakelijk.

Serveren met een loeiwarme stamppot naar keuze. Lepel de jus naar hartelust over het geheel. Zucht zachtjes.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

24/4/2013 - Soto Ajam

Als Indo-kindeke is de sambal mij met de paplepel ingegoten. Met name feestlijkheden werden thuis opgeluisterd met rustieke rijsttafels, plezierige pisang goreng en knapperige kroepoek. Het ultieme hoera-recept was (en is): Soto Ajam. Indonesische maaltijd-kippensoep, door eenieder naar eigen smaak op te leuken.

Altijd een lieflijk fuifnummer was mijn Groningse grootvader zaliger. Wars van alle bescheidenheid en vol trots roerde de beste man een eetlepel sambal door z’n eten. En vervolgens met paarsrood aangelopen hoofd en betraande ogen volhouden dat het prima ging. Mag ik er nog wat zout bij, knipoogde hij dan hardop.


Maar dan mijn eigen schaamgeval. In plaats van de kruidenpasta (boemboe) helemaal zelf maken, doe ik lui. Die koop ik prefab bij een goed gesorteerde super of de toko. Het is niet alle dagen feest dus veel Indo-ingrediënten liggen bij mij niet op de dagelijkse plank. Verse laos, sereh, gember, salamblad… Culipuriteinen: men schaffe zich de Beb Vuyk aan en ga maar lekker tjobekken. Zo’n zakkie kost 89 cent.


Eerst de soep: neem een hele kip van een kilo ofzo of vier bouten met dij. Verder een zakje boemboe (vaak ook verkrijgbaar als (Javaans-)Surinaamse Saoto, is gewoon hetzelfde). 1 liter water. Doe alles in een ruime pan en breng aan de kook, pruttel een uur op laag vuur en klaar. Haal de kip eruit en ontbeen, doe het vlees terug bij de soto en gooi botten en velletjes weg.

 

Zolang de soto geurig trekt is er tijd zat om de rest te maken. Daar gaan we dan. Een paar licht kruimige gekookte aardappels, in blokjes. Het wit van een preitje, in ringetjes. Knapperige taugé. Gekookte rijst (of beter: Laksa, glasnoedels, toko). Hardgekookte eieren, in kwarten. Fijngesneden bladselderie. Krokant gebakken uitjes (uit zak). Atjar tjampoer (gemeng zuur). Seroendeng (gebakken kokos en pinda). Sambal Badjak/Trassi/Ebi/Etc. naar keuze. Kroepoek. Honger.

 

Serveer ieder diep bord met wat aardappel, een pluk taugé, iets rijst/laksa en partjes ei. Doe er een schep kip bovenop en een soeplepel bouillon overheen. Geef de smaakmakers op een apart bordje per persoon. Eten met lepel, vork en glimlach.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

23/4/2013 - Kip-Tomaat-Olijf met Tagliatelle

Ergens diep in mijn groezelige studentenverleden was ik bij een dinner-movie-party, excusez les mots modieus. Lekker eten, aangenaam gezelschap en een leuke film. Dacht ik. Eigenlijk was ik er domweg omdat zij er ook was, en natuurlijk de drank die rijkelijk zou klateren. De rest van het kliekje kon er ook niks aan doen dat het een kliekje was. En dat de wijn dan wel alcoholisch was, maar meer iets voor een marinade of desnoods sangria, ach we waren jong. Maar dan de film; überhaupt niet mijn meest favoriete kunstgenre (stil zitten, mond houden, niks doen). The Deerhunter. Het zal u langzaamaan duidelijk worden; deze vreedzame culinist had niet bepaald de tijd van zijn leven, en zij werkte trouwens ook niet echt mee. No dearhunting tonight, honey…

 

Maar dan: het eten.De ‘Signature Dish’ van de heer des huizes. Analfabeet. Met een kruisje als handtekening zeker! Spaghetti carbonara waaraan alles verkeerd was wat maar mogelijk verkeerd had kunnen zijn. Veel te vet, te zout, te dik, klonterig met slierterige bacon. Evenals de spaghetti, die de bite had van een vermoeide spons en de smaak van oud zout water.

 

Troost-eten van de bovenste plank: tagliatelle met kip, zwarte olijfringetjes en tomaat. Dit lukt niet met kipfilet, die is te droog. (Bovendien ongezond volgens mij. Diep in de jaren ’90 kocht ik het voor ’t laatst). Nee, hele poten, dus met dijbeen en al moeten we hebben. Het rauw ontbenen ervan is best leuk als je ’t niet alleen hoeft te doen. Kook de pasta volgens de aanwijzingen. Giet een scheut olijfolie in een grote koekenpan op halfhoog vuur en voeg laurier, oregano en uien toe. Roer geurig en glazig en voeg knoflook en kip toe. Roer tot de kip aan alle kanten licht kleurt. Nu de zongedroogde tomaatjes, olijfringetjes en paddestoelen erbij. Het vuur kan nu wat lager, laat een paar minuten op smaak komen (peper en zout?) en giet passata erbij. Roer goed. Mix een  eidooier met een flinke slok room en voeg toe aan de saus. Goed blijven roeren, op een laag pitje. Giet de tagliatelle af en meng saus en pasta in de pastapan en dien op met geraspte Parmakaas. Kies per persoon iets lekker groens erbij. Verse basilicum, koriander of rucola. Of heeft u het nu alweer schoon op?

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

22/4/2013 - Visbolognese


Als gebruikelijk was ook ik geen al te brede student, financieel. Met de nodige bijbaan- en bedelpaktijken wist ik jarenlang de maand even lang als mijn budget te krijgen. Voedingstechnisch kwam dit neer op regelmatig een boterham-met-pindakaas-dag, opgeleukt met spotgoedkope kropsla, tomaat en een zalvig gekookt eitje in een lekker zelfgemaakt dressinkje. Of merkloze diepvriesspinazie à la crème met gejatte piepers en superfoute anonieme vissticks.


Tijdens buitenlands veldwerk woonde ik ooit met zijn zessen in een bungalowtje. Zelf koken, godzijdank. Aangezien ik niet de enige smulpaap aan boord was, liep mijn toch al sjoemele bestedingspatroon ernstige averij op. Gevolg: papa, help!

Eigenaardigerwijs bood de rijkste van ons gezelschap, een culinaire corpsknaap, de reddende hand. Niet met harde valuta, maar met recepten. Hypergoedkope kip-uit-het-pannetje met bij de buren uit de tuin gerauste rozemarijn. Zelf een barbecue knutselen van een stapeltje stenen en een stuk kippengaas (mijn idee), en daarop goedkope varkensbraadworsten grillen (zijn idee), overgoten met zelfgemaakte knoflooksaus en lekker brood (ons idee). Inderdaad waren onze collega-studenten in de andere huisjes tamelijk afgunstig over onze eetuitspattingen, om over de drank nog maar te zwijgen: ons huisje werd gaandeweg omsingeld door dead-soldiers van twee liter wijnflessen.


Maar ons favoriete habbekratsrecept was een soort visbolognesesaus met pasta. Ik maak het nog steeds, kost nauwelijks 1 euri per dag per persoon per portie.

Bak in de (olijf)olie van de blikvis op tamelijk hoog vuur twee blaadjes laurier en een greep rozemarijn uit een grootverpakking van de Turkse groenteboer (goed en zeer voordelig, wel even zoeken soms). Wacht even op de geur en voeg twee gesnipperde uien, wat later twee tenen fijngesneden knoflook en naar smaak ansjovisfiletjes toe; ik doe drie à vier. Zet het vuur een stuk lager en laat even garen. Zodra de ansjovis onzichtbaar is het blik tonijn of zalm erbij. Voeg na enig los roeren de tomateningrediënten toe: eerst een pak passata en eventueel een paar verse kleingesneden tomaten, dan een blikje  tomatenpuree en een  theeschepje suiker. Nu het vuur flink hoog en flink doorroeren, een goeie vork werkt prima. Proef op peper en zout en laat nog eventjes pruttelen. Dien op - absoluut zonder kaas - met prestigieus authentieke Italiaanse spaghetti van een veel te dure yuppenwinkel, te vinden in elke studentenstad met een corporale traditie. Of neem de echte armeluispastasnot van een slechte anonieme voedselgigant.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

21/4/2013 - Koksexamen (Gehaktballetjes/Piepers/Peen)


Ik heb hem doorstaan: de ultieme proeve van bekwaamheid als kok. Het gebeurde natuurlijk op een onbewaakt moment, plotseling als onheil. ’s Avonds als je denkt dat de onschuld slaapt, schelde de bel. De man die mij had verwrongen tot smaakridder, een trotse Kretenzer met papillen in zijn ogen en pupillen op zijn tong, kwam voor mijn allerlaatste tentamen. Met een plastic tasje met inhoud: mijn eindopdracht, direct te bereiden. Hierna zou ik voor immer behoren tot het gilde der smaakvolle naamlozen, de hoeders der goede gerechten, dienders der lekkernijen, kortom: zij die weten wat ze eten.

 

Ik begreep ogenblikkelijk wat de ongesproken gevolgen zouden zijn van mijn mislukken: de dood, sterven of voor altijd gemarteld met water en brood. Bevend van eergevoel, angst en ongeloof haalde ik één voor één de ingrediënten uit de tas. Een half pondje halfomhalf-gehakt, wat piepers en een bosje peentjes. Red daar maar eens je leven mee!

 

Zoals iedere meesterkok wist mijn examinator dat elke goede keuken voorzien is van een aantal basics, zo ook de mijne. En ik kan het navertellen, dus ’t was lekker…

Maak het gehakt aan met een flinke eidooier, een beschuit of anderhalf, peper, zout, 2 geperste knoflooktenen, een koffielepel tomatenpuree, twee ruime theelepels djintan (gemalen komijn) en een theelepel ketoembar (gemalen korianderzaad). Draai balletjes ter grootte van een ping-pongbal. Braad ze rondom aan in hete boter en laat sudderen met een scheut pils, 20 minuten.

Schil de aardappelen en kook in stukken gaar met zout. Schrap zonodig de peentjes en laat het groene kapseltje eraan zitten. Kook in ongezouten water met 2 theelepeltjes suiker en 1 theelepeltje djahé (gemalen gemberwortel) beetgeaar.

Haal de gare balletjes uit de pan, houd warm in folie, en schraap de ziel van de bodem van de braadpan met een scheut pils. Roer goed en giet in een schaaltje. Zet aardappelen, peentjes, balletjes en saus op tafel. Houd uw adem in tot tegen verstikking aan en haal opgelucht adem bij de woorden: cum laude…

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

21/4/2013 - Kabeljauw Zonder Gedoe


Je hebt carnivore planten, omnivore vissen, pescivore insecten en zelfs herbivore mensen. Voor allemaal geldt: meedoen is niet belangrijker dan winnen. Winnen is belangrijker dan verliezen. Zowel in de fauna als de flora is het ieder voor zich en gezamenlijk voor onszelf. Dat heet natuur. Giftige planten willen gewoon niet worden opgegeten. Kwestie van principes. Dus prikken ze, maken je ziek of veroorzaken nare bultjes. Er zijn vissen die hun heerlijke verse visvlees in steriel blik verstoppen, gewoon om ons te pesten. Het is niet voor niets dat alles op vier poten of met vleugels voor ons wegvlucht. Maar goed; wij hebben koïkarpers, bonzaïboompjes en antibiotica-resistente kweekzalm. Om maar te zwijgen over onze biotech massaindustrie.

De moderne voedselonbenul is gewend geraakt aan pakjes, zakjes en vooral de bijgeünileverde heilige gebruiksaanwijzing. Niet uit gemak, maar uit pure kookangst. Dus moet de dagelijkse maaltijd onherkenbaar zijn, klaar in een handomdraai en afgestemd op de zoetekouwsmaak van volwassen kinderen. Men wil of kan geen groente meer schoonmaken en snijden, vis of vlees fileren, saus monteren, kruiden zonder bijgeleverd zakje. Ik ken bijna-dertigers die hun hele leven nog nooit een aardappel geschild hebben of zelf een knoflooksausje durven te maken. Is dat erg? Dat is catastrofaal. Kijk maar naar het gemiddelde straatbeeld of kijk rond in een dokterswachtkamer.

Vandaag maken we dan maar vis zonder oogjes, kop noch staart. Kabeljauw uit de diepvries. Zo’n fijn, hanteerbaar éénpersoons blok van de supermarkt.

Nodig: per persoon 1 blok niet(!)ontdooide kabeljauwfilet + passend ovenschaaltje. Olijfolie, laurier, schijfjes citroen, geschaafde venkelknol, cherrytrostomaatjes, en droge witte wijn. Zet de oven aan op 180-200 graden. Peper en zout de filets. Maak een mengsel van 1 à 2 glazen witte wijn met een plonsje olijfolie. Leg in ieder schaaltje een filet, een blaadje laurier, een paar tomaatjes en een pluk venkelschaafsel. Overgiet met de wijn; de vis moet halfonder staan (of beter: liggen). Zet ongeveer drie kwartier in de oven.

Voor erbij: gepofte aardappelen, kunnen tegelijk met de vis de oven in. Verpak (geen vastkokende) ruime ongeschilde schone aardappelen ieder apart met een snuf zout in alufolie. Leg ook in de oven en prik na 40 minuten met een vork (gewoon dwars door de folie) om de gaarheid te controleren. Maak voor bij de aardappelen een simpele knoflook-kruidenboter (kan ’t best van tevoren): meng een half pakje boter (nee, nooit margarine!) met 2 teentjes knoflook (1 is vaak ook genoeg) en een greep Provencaalse kruiden. Garneer de vis met een plak citroen en dien alles kokendheet op. Hmmm…

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

21/4/2013 - Griekse Boerensoep


Met onze gym-diploma’s op zak hebben mijn eerste  lief en ik de klassieke Grand Tour gemaakt. Kris-kras  door Europa, met uiteindelijke overwintering in Griekenland. Piepjong achttien toen we vertrokken, gepokt en gemazeld negentien bij terugkomst. Om ons financiële keurslijf zo lang mogelijk in leven te kunnen houden moesten we aan het werk. Hoe vraag je een Griekse boer naar je arbeidsperspectief? Na wat gesoebat met handen en voeten wisten we wat te vragen. We hadden helaas verzuimd te informeren wat ja en nee is in het Grieks. De eerste drie boeren die ik mijn fonetische vraag formuleerde, reageerden met iets dat klonk als ‘nee’. De hilariteit in die kroeg toen we erachter kwamen dat het Griekse woord voor ja wordt uitgesproken als nee! Werk zat dus. Voor zessen in de ochtend kleumden we samen met de plaatselijke Albanese gastarbeiders op het kerkpleintje, waar een rij boeren in pick-ups langs kwam rijden om de beste legale slaven te ronselen. Aardappelen rapen, sinaasappels plukken, olijven oogsten en courgettes grabbelen voor vijf zwarte guldens per uur. En een door de boerin in elkaar getoverde lunch van nectar en ambrozijn. Maar soms ook niet meer dan een homp brood met feta, tomaten en een blikje sardientjes. En heel veel krasi, Griekse harswijn, in een plastic vijfliter nepmandfles.

 

Boerensoep met lam, bonen, groenten en brood. Zet drie liter water op met 3 à 4 schapenbouillonblokjes (Turkse groentenboer). Voeg de lamsworstjes –en poulet toe. Bak de bleekselderij, geroosterde paprika, uien, knoflook, prei, tomaten en uitgelekte bonen met een paar takjes oregano en flink molenpeper aan in olijfolie, een paar minuten op halve hitte. Doe bij de soep en roer goed door. Laat pruttelen tot het vlees gaar is, 20 à 30 minuten. Draai het vuur uit en roer er drie eieren doorheen. Doe de deksel op de pan en zet deze op twee flinke theedoeken waarvan de tegenoverliggende punten worden samengeknoopt op de deksel. Loop over het veld met voldoende brood en de wijn richting manlief en zijn roedel. Dien op in de schaduw van een boom, en laat iedereen zijn soep verfraaien met stukjes brood erin. Na de maaltijd zoeke men een lommerrijk plekje en doene een tukje. Na een uurtje als herboren weer aan de slag. Voor vijf gulden per uur. Zwart.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

21/4/2013 - Schol met voetbal


Het is een drukke boel in de onderwaterwereld die wij zee noemen. Er wonen heel veel vissen uiteraard, en plenty  schelpen, kreeften en garnalen. Maar er leven ook een heleboel minder gangbare zeebeesten: zeeëgels, zeesterren, zeekomkommers, zeepokken, zeepaardjes en zee zo maar door. Al die diertjes worden ook massaal gegeten, al was het maar door elkaar. En wat zelfs zij niet mogen of durven eten, belandt uiteindelijk in Japanse mensenmagen. Rare jongens, die Japanners.

Maar ook onze inheemse kuststreken worden tegenwoordig overspoeld met allerhande exoten en vreemdgangers. Enge, grote Aziatische krabben hebben het op onze pootjebadende tenen voorzien. Heerszuchtige roofvissen verjagen onze lieve kleine visjes, of eten ze op. Terwijl wij dat veel beter zelf kunnen doen. Dus geen tilapia, wilde zalm of zo goed als uitgeroeide blauwvintonijn. Geen sushi of sashimi. Geen ingewikkelde octopussalade of gebarbecuede sardientjes. Vandaag eten we een goudeerlijk home-made visje: gebakken schol. In zijn geheel, dus ongefileerd. Doet het goed tijdens de voetbalgekte: ze hebben van die kekke, oranje stippen op hun rug. Over die-hard fans gesproken.

Vraag uw visboer de scholletjes schoon te maken: kop eraf, rommel eruit, beetje bijsnijden. We gaan ze simultaan bakken in twee koekenpannen. Als dat niet op het fornuis past, als u met meer dan twee eet, of als bakken met twee pannen u te ingewikkeld lijkt: zet een grote tafel in de tuin en vraag burenassistentie voor zowel het bakken als het eten. Televisie erbij, oranje toeters paraat en winnen maar!

Peper en zout de vissen en bestuif licht met wat bloem. Smelt in beide koekenpannen een klont boter op halfhoog vuur. Vlei de scholletjes in hun pannen met de onderkant onder en de stippen boven. Bak ongeveer drie à vier minuten en draai ze om. Bak nog een minuut of twee. Serveer op goed warme borden met het oranje boven, overgoten met de bakboter en  gegarneerd met wat citroen. Doet ’t goed met een frisse grasgroene salade, een gezondbruine homp brood en veel goudblond bier. En knaloranje doelpunten.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

About Me

Versjes & Culinaire Columns

Links

Home
View my profile
Archives
Friends
Email Me

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer