Bijverdienen? Zinngeld (tip!)
Surfrace (tip!)
MoneyMiljonair Euroclix
Gratis Korting
Zorgpremie goedkoper?

Curacao Emergency

Sunday, December 14, 2008 - STATUS APARTE voor Curaçao

Met  de Toetsing Ronde Tafel Conferentie (T-RTC) die op 14 en 15 december 2008 zijn gehouden op Curaçao laait weer de discussie op over staatkundige veranderingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Enkele kritische vragen betreffen: wat moeten deze beoogde staatkundige veranderingen uiteindelijk als resultaat opleveren? Wat is het uiteindelijke doel? Wie moet allemaal beter van worden? Wie niet? Als je de discussies volgt, weet je op een gegeven moment niet meer waar het om gaat en wat het uiteindelijke doel en beoogde resultaat van deze staatkundige veranderingen is. Ik zou zeggen: komen tot een betere en beheersbare bestuursvorm,  die een optimale sociaal-economische ontwikkeling faciliteert en het welzijn garandeert van ieder burger op alle vijf eilanden. 


Het is allemaal begonnen met het referendum in 1993 met de verwijzing naar het probleem van 'twee bestuurslagen'; twee bestuurslagen die bijna even machtig zijn en aan elkaar gewaagd zijn en die niet aan elkaar onder doen. Een uit Nederland afgeleide bestuurlijke constructie die totaal niet voldoet aan de analoge vergelijking van een bovenliggende provinciale bestuurslaag (het Land) en vijf onderliggende gemeentelijke besturen (Eilandgebieden). Als het gaat om de sociaal-economische ontwikkeling is de bijdrage van Eilandgebied Curaçao in het BNP van de Nederlandse Antillen 85%. Dit duidt op een zeer grote onevenwichtigheid in de bijdragen van de vijf eilandgebieden in het sociaal-economische voortbestaan van het Land Nederland Antillen. Ter vergelijking, de gemeente Tilburg draagt hoogstens 5% bij aan de sociaal-economische ontwikkeling van de provincie Noord-Brabant.

 

Er zijn ook andere indicatoren te bedenken die gehanteerd kunnen worden om de zeer zwakke kenmerken van het Nederlands Antilliaans bestuur en de wankelheid van dit 'bestuurlijke monument' met een verouderde 'bestuurlijke inrichting' aan het licht te doen komen. Ook door constante politieke onenigheid wordt het besturen van het Land tesamen met de Eilandsbesturen bedreigd of ronduit gesaboteerd. Bij de geringste onenigheid tussen coalitiegenoten wordt gedreigd met 'de val' van de regering. Sterker nog het blijft vaak niet bij een dreigement, de politieke partijen laten de regering gewoon vallen. Ook in dit opzicht lijkt het bestuur van de Nederlandse Antillen op 'Italiaanse toestanden'; een vergelijking met de "Mafia" of vermeende corruptiepraktijken vallen buiten dit artikel. De twee bestuurslagen zijn een eeuwig obstakel die de stabiliteit van bestuur en vooral goed bestuur in de weg staat; er zijn meer factoren te benoemen, maar die laat ik gemakshalve achterwege. Niet iedereen is het er over eens of ervan overtuigd dat het voortbestaan van de 'twee bestuurslagen' het echte probleem is. "The question is: what is the real problem?"


Bij het referendum van 1993 vindt de meerderheid van de kiezers, dat een hernieuwde poging moest  worden gedaan om beide twee bestuurslagen handhaven door middel van herstructurering, met als vervolg motto: "let's make it work".  13 jaar na dato, in het referendum van 2005, verandert dit meerderheidstandpunt alsnog naar "Korsou outonomo den Reino" . Het volk geeft 'groen licht' voor het ontmantelen van het Land Nederlandse Antillen (N.A), waardoor 1 bestuurslaag overblijft met een directe bestuurlijke band met het moederland; de tussenlaag N.A. wordt geëlimineerd. Bij het referendum van 2005 is het  startsein gegeven om de voorbereiding van sloop en nieuwbouw uit te voeren. De voorbereiding betreft de afbouw en sloop van de N.A., de nieuwbouw van twee nieuwe landen Curaçao, Sint Maarten en de instelling van 3 pseudo-gemeenten als nieuwe openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, als onderdeel van het land Nederland. De kans biedt zich aan dat de wettelijke grondslag van bestaande verouderde overheidsinstituten, diensten, departementen e.a. instellingen en de zwakke bestuurskracht (o.a. eilandsraden, parlement, gezaghebbers) vernieuwd en/of gerevitaliseerd kunnen worden, op basis van nieuw te accorderen Rijkswetten en Landsverordeningen voor de 2 nieuwe landen en 3 openbare lichamen.  Er ligt een kans om betere en solide voorwaarden te verankeren in de nieuw op te stellen wettelijke basis (o.a. rijkswetten en landsverordeningen), ter waarborging van de bestuurlijke integriteit en goed bestuur.


De uitvoering van 'sloop' en 'nieuwbouw' mag formeel echter pas beginnen, als bij het referendum van april 2009 een positieve uitslag uit de bus komt. De cruciale vraag is: wat is een positieve uitslag? Velen zullen zeggen als je minimaal 51% aan geldige stemmen krijgt. Maar een solide basis voor een succesvolle opstart van het nieuw land Curaçao ligt niet op een smalle basis van kiezers in het JA- of de NEE-kamp. Het percentage JA of NEE stemmers is maar één van de indicatoren die een duiding geeft van wat daadwerkelijk leeft en speelt binnen de Curaçaose gemeenschap. Vergeet NIET het "% non-voters" mee te wegen, wat normaliter bij referenda altijd hoog ligt  -tussen 30% a 50%" - in vergelijking tot de verkiezingen. Een te groot % van mensen die niet gaan stemmen maakt de representativiteit en de legitimiteit van elke uitslag weinig waardevol! Daar komt nog bij als extra zwakte, dat het resultaat van het referendum consultatief is, niet-bindend voor het bestuur. Het bestuur heeft de vrijheid om het resultaat van het referendum naast zich te leggen, door geen gehoor te geven aan het resultaat. Het risico is bepaald niet klein, dat het referendum van april 2009 voor de stemmers op een lachertje uitloopt. Veel bombarie voor niets! 


Het is meer de mate van eendracht, samenwerking, ondersteuning van het te bereiken doel en draagvlak onder de inwoners van Curaçao, die bepalend zijn voor de succesvolle stichting van een nieuw land Curaçao. Maar het wil nog niet baten. De polarisatie binnen de Curaçaose gemeenschap is groter dan ooit. Er is weinig eenheid te bespeuren. Er zijn manifestaties gehouden ter voorbereiding van het referendum in april 2009. De belangrijkste uitdaging blijft: het zoeken naar meer eenheid en een zo breed mogelijk draagvlak creëren onder de bevolking van Curacao. De voor- en tegenstanders moeten in deze begrijpen, dat het creëren van een "WIN-WIN" situatie "A MUST DO SITUATION" is. Er is gewoonweg geen andere optie. In een "WIN-LOSE" situatie mag de overwinnaar de overwinning uitroepen, maar daarna zal dit een 'Pyrrusoverwinning' blijken te zijn voor het volk. Door gebrek aan eenheid en een niet, vanuit alle lagen van de bevolking, breed verworven draagvlak, blijven wij allemaal (het volk) "THE LOSERS". Zonder breed draagvlak is geen goed bestuur mogelijk en is er ook onvoldoende politieke stabiliteit aanwezig om de gestelde doelen te bereiken.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

Sunday, December 7, 2008 - Verankering INTEGRITEIT in het lokaal OPENBAAR BESTUUR

De titel van het nieuwste boek van Brede Kristensen zegt: "Integriteit is een kwestie van grenzen". De kern van dit 'modewoord' behelst dat je trouw bent aan jezelf, aan de medemens waarmee je te maken hebt, aan de organisatie waarvoor je werkt en "last but not least", aan de natuur van wie we allemaal afhankelijk zijn. Een belangrijke vraag die zich aandient is: wie stelt deze grenzen? En een tweede belangrijke vraag is: hoe worden deze grenzen vastgesteld?

Analyse in historisch en actueel perspectief
Het integriteitsprobleem dat in het lokaal openbaar bestuur en andere grote organisaties (zoals de bekende overheids-NV's, o.a. CUROIL NV is in the picture) voor komt,  is niet een geïsoleerd probleem. Het is een mondiaal en universeel probleem, dat tegenwoordig sterkere globale invloeden kent. Voor Curaçao is het niet zo eenvoudig om twijfelachtige gewoontes af te wijzen, die met name vanuit naburige landen o.a. Venezuela (corruptie), Colombia (drugstransport) en de Dominicaanse Republiek (prostitutie) komen overwaaien. Maar ook binnen het eigen Antilliaanse verband, vanuit bv. Sint Maarten (zwak functionerende criminaliteitbestrijdingsorganen) en vanuit het Koninkrijk. Bij de laatste categorie valt te denken aan de bouwfraude affaire in Nederland die tot Curaçao toe wortel heeft geschoten, was een lokale aannemer betrokken. Ook de val van het Romeinse Rijk was te danken aan buitensporige corruptie en morele waarden die tot een minimum daalden.

Democratie is geen wondermiddel. Het werkt in combinatie met kwalitatief goed onderwijs in een omgeving die relatief rustig en veilig is. Dat moreel besef inderdaad wordt gestimuleerd door onderwijs, opvoeding en niet te vergeten godsdienst, blijkt in tijden van sociaal-economische crisis en gevaar (o.a. 'de financiële crisis). Zodra onzekerheden toenemen, begint de ethische horizon zich te vernauwen en blijkt het morele besef zich snel te focussen op de eigen kring (o.a. 'politieke benoemingen'). Loopt het uit de hand en is chaos ernstig, dan groeit de intolerantie en wordt gemakkelijk voor een bepaald type leider gekozen (Bouterse, Geert Wilders, Hero Brinkman of Rita Verdonk), meestal de belichaming van blikvernauwing. Conclusie: er zijn voldoende redenen aanwezig, om bezorgd te zijn over de integriteit van het lokale bestuur. Het besef van gezamenlijke verantwoordelijkheid is cruciaal. De vraag is: wat motiveert en inspireert mensen tot moreel handelen?

Integriteit is niet alleen een juridisch technisch verhaal vanuit de richtlijnen van het concept "corporate governance", zoals velen ons de laatste tijden willen doen geloven. Integriteit is vooral een moreel vraagstuk. Als de morele waarden scheef zitten, dan kom je ook niet ver met regels. De 'creativiteit' om de dans te ontspringen en regels te ontduiken is groter en mobiliseert zich veel sneller dan de ambtelijke molen en het bestuur die deze regels moeten introduceren en vastleggen. Het tijdperk van moderniteit waar we in leven leidt er toe, dat er andere definities opduiken, bijvoorbeeld wat een subgroep onder integriteit verstaat. De grenzen van definities vervagen en er worden ruimere definities gehanteerd. Vooral in de wereld van "business as usual" wordt toch anders omgegaan met definities, die juristen, sociologen en politicologen bedenken. Het is bekend, dat 'multinationals' een apart budget reserveren op een specifieke begrotingspost, om traag lopende opdrachten los te kunnen trekken. De bekende 'Lockheed-affaire' is een voorbeeld hier van. Is dit smeerolie? Van smeerolie worden je handen vuil. Wil je desintegriteit  aanpakken dan moet je tenminste beschikken over een door alle gelederen van de maatschappij geaccepteerde en gedeelde definitie van integriteit. Die staat niet los van de fundamentele morele waarden (o.a. mensenrechten) die binnen een gemeenschap voortleven en ook gehanteerd worden. 

Naar een gedeelde definitie van integriteit
Het thema integriteit is een vraagstuk dat zich leent voor een maatschappelijk debat en welk debat vervolgens kan worden uitgemaakt in een 'referendum', een volksraadpleging, waarbij de Curacaose gemeenschap zich buigt over de vraag: wat is onze definitie van integriteit en hoe sluit die aan op de definitie van daarbuiten?  Op grond van het draagvlak dat tijdens de campagne en uitslag van zo'n referendum is opgebouwd, kom je tot een definitie die gedeeld is in alle gelederen en die gestoeld is op het moreel besef dat binnen de huidige Curaçaose maatschappij leeft. Hierdoor krijg je geen paternalistisch theoretisch opgelegde definitie, maar een levende vorm van integriteit "met vlees en bloed" die gebaseerd is op een eigen morele besef en verantwoordelijkheidsgevoel.

Zo'n exercitie is vergelijkbaar met een 'strategic retreat', waarbij een groep mensen met elkaar samen tot de formulering van een 'vision' en 'mision statement' van een organisatie komen. Een ander voorbeeld is "Vishon Korsou" (1999), waarbij is geprobeerd om tot een gemeenschappelijke gedeelde visie te komen. Toen zijn de volgende 'kernwaarden' geformuleerd: 1) verantwoordelijkheid, 2) integriteit, 3) vertrouwen in God, 4) positieve houding, 5) productiviteit, 5) familiewaarden, 6) leiderschap, 7) volharding. 'Vishon Korsou' is mislukt, omdat de ontwikkelde visies niet door de betreffende bestuurders en politici zijn overgenomen. Een interview met Brede  Kristensen in de Amigoe (Napa 15 november 2008) heeft als titel: 'Bestuurders niet thuis'. Na 9 jaar "Vishon Korsou" is er niks veranderd, voor wat betreft het gedrag van bestuurders en politici. Integriteit is niet iets van een klein groepje, maar is iets wat ons allen aangaat. Daarom is de vaststelling via een referendum een beter middel, zodat er minder vrijblijvendheid achter zit en er eerder een vastgelegd 'commitment' vanuit gaat, die door iedereen gerespecteerd wordt. Anders blijft het allemaal verzanden in loze woorden en goede intenties.

Voorwaarden voor 'change'
Openbaar bestuur is gebaat bij mensen die zich willen en kunnen inzetten voor de publieke zaak. Dat motief dient voorop te staan. Daarom is het ontwikkelen van een hoog 'moreel besef' bij het volk en bij iedereen de beste remedie om 'integriteit' goed op zijn plaats te krijgen. Grote inkomensverschillen kunnen ertoe leiden, dat financiële motieven gaan domineren, waardoor de verkeerde mensen op de verkeerde posities terechtkomen.

Met versterking van het competitie-element (via o.a. de marktwerking te bevorderen) mag dit risico niet uit het oog worden verloren.  In 'Reinventing Government' werd  het allemaal mooi uitgewerkt. Ondernemerschap binnen het openbaar bestuur. 'Aan de slag' werd het motto waarmee ambtenaren het beleidsveld in werden gestuurd. Ook op Curaçao en de Landsoverheid werd in 1995 'Reinventing Government' geïntroduceerd door de toenmalige staatsecretaris van Algemene Zaken, Harold Arends. Het project moest het ambtenarenapparaat van de Nederlandse Antillen via een fundamentele reorganisatie moderniseren, om het het toe te rusten om de ministers naar behoren te ondersteunen volgens de zienswijze van toen (Kompas nr. 6, jaargang 1 nov/ dec 1995). Ook de overheid moest gedwongen door snelle technologische ontwikkelingen en veranderingen op de arbeidsmarkt, haar werkwijze herzien en de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren. Het concept 'Reinventing Government vindt haar oorsprong in de Amerikaanse bestseller uit 1993 "Reinventing Government; how the entreeneurial spirit is transfoming the public sector". Volgens de auteurs Osborne en Gaebler hoeft de overheid geen inefficiënt, bureaucratisch apparaat te zijn.

De uitwerking van 'Reinventing Government' heeft geleid tot de uitlevering van de overheid aan de private sector. Brede Kristensen trekt de conclusie: "Een door competitie gedomineerde organisatiecultuur heeft problemen met informatie en openheid. Onderdeel van de competitiecultuur is vaak een relatief grote inkomensongelijkheid, die niet alleen interne spanningen oproept, maar ook met het openbaar bestuur disharmoniërende motivatie stimuleert met daarbij horende integriteitsrisico's. Onderdeel van deze cultuur kan ook de toepassing van het marktprincipe zijn, met als gevolg nieuwe integriteitsrisico's, variërend van omkooppraktijken, imperialistische netwerken tot draaidefinities van de werkelijkheid.

Eerder in 1992 is een interessant boek 'Reinventing Politics; Eastern Europe from Stalin to Havel' op de markt verschenen van de auteur Vladimir Tismaneau. Het boek behelst de veranderingen in Oost-Europa na de val van het Berlijnse Muur. Vladimir schrijft de volgende belangrijke ontwikkelingen toe aan dit concept:
1) Het opkomen van de Civil Society (Polen's Solidariteit vakbeweging, Tsjechoslowakije's Charter 77 en de Hongaarse Democratische oppositie) tegen bestaande totalitaire regimes in Oost-Europa. Dit zijn allemaal voorbeelden van populaire onafhankelijke bewegingen die "bottom-up" zijn ontstaan, die een omwenteling hebben gebracht in de bestaande politieke cultuur in de betreffende landen. De opkomst van onafhankelijke bewegingen is de primaire stap tot 'Reinventing Politics'.
2) Door toedoen van internationale invloeden: de buitenlandse pers en media, de impact van het proces van Helsinki, groeiende samenwerkingsverbanden tussen onafhankelijke bewegingen in Oost-Europa en organisaties in het Westen (o.a pacifisten en milieu-bewegingen) en de instorting van de centraal geleide plan-economieën in Oost-Europa hebben geleid tot radicale veranderingen in het bestuur en in de politieke cultuur van die landen.
3) Vooral in Polen heeft de Katholieke kerk een belangrijke rol gespeeld in  de omwenteling naar een meer democratische politieke cultuur, als de enige onafhankelijk 'bron van morele autoriteit' op dat moment in een samenleving die het referentiekader van integriteit helemaal kwijt was, door toepassing van verdwaalde of andersdenkende ideologieën.

Moreel besef als fundament voor integriteit
De val van het Romeinse Rijk circa 300 jaar na de wederopstanding van Jezus Christus vormt hierin  een synoniem voorbeeld. Christus heeft in zijn leven op aarde de heersende misstanden tegen mens en god aan de kaak gesteld, zowel bij Romeinen als bij het Joodse volk.  De stelling luidt: "Wanneer de hoofd morele bron verdwijnt (in dit geval het Romeinse Imperium) wordt het dan ontstane morele vacuum opgevuld door een nieuw fundament, een nieuw morele autoriteit ". De Romeinen worden in de ogen van christenen gezien als barbaren en heidenen. Door het moreel verval in het Romeinse Rijk is Ceasar Augustinus, een Romeinse keizer, op een bepaald moment genoodzaakt overgegaan om 'het Christendom' tot staatsgodsdienst  uit te roepen en het heidendom te verlaten. Dit onderstreept de stelling: "als de grondvesten, waarop het moreel besef van het volk niet functioneert wordt het bestaande integriteitsgehalte ook aangetast, waardoor een vacuum ontstaat, een zoektocht naar nieuwe morele waarden en normen, die door een andere bron opgevuld zullen worden. Uiteindelijk zal hieruit een nieuwe morele autoriteit worden geaccepteerd vanwaaruit weer gesproken kan worden van  normalisering van integriteit'.

Het verval van waarden en normen ten aanzien van integriteit op Curaçao moet ook gezocht worden in het moreel verval en vervaging van waarden en normen bij bestaande maatschappelijke instituties en organisaties met voornamelijk een religieuze grondslag (o.a. de katholieke kerk, katholiek onderwijs, volksgezondheid (SEHOS), het vertrek van de Fraters van Tilburg en de Zusters van Schijndel en Rozendaal, traditionele familie waarden en opvoeding). Zij hebben heel lang het predicaat gehad 'de monopolisten van de morele bronnen voor de Curaçaose maatschappij te zijn. Anderzijds is door de intrede van de moderniteit (o.a. 'Reinventing Government', internet, globalisering e.d) doet een nieuwe manier van denken zijn intrede. Daardoor is verwarring ontstaan in de te hanteren morele definities, welke soms in draaidefinities zijn vervallen met alle negatieve neveneffect van dien. Er is een vacuum, dat op den duur door een gemeenschappelijk nieuw te erkennen morele autoriteit opgevuld moet worden. Wil men de mate van integriteit binnen de landsgrenzen van Curaçao herstellen of een nieuwe balans geven die door de meerderheid van het volk als zodanig wordt erkend.

Nieuw gemeenschappelijk erkende morele autoriteit, in transitie
In de huidige discussie over de ontmanteling van de Landsoverheid wordt die nieuwe morele autoriteit gezocht in een sterkere invloed van de Rijksoverheid in Den Haag in de op dit moment nog autonome aangelegenheden van de eilandgebieden. Op het gebied van financieel beheer, rechtshandhaving en zelfs op het gebied van onderwijs wordt gesproken dat Den Haag een veel sterker invloed moet hebben op het instellen van eisen en de feitelijke organisatorische inrichting van het lokaal onderwijs. Voor de autonome landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba, inclusief de BES-eilanden betekent de voorgestelde wijziging, dat zij gezamenlijk onder 1 procureur generaal komen te staan, die ook onder directe invloed komt te staan van de Nederlandse minister van Justitie. In de nieuwe structuur heeft deze PG verantwoording af te leggen aan 4 bazen, dus de 4 ministers van Justitie van de 4 nieuwe landen in het Koninkrijk. Een en ander heeft consequenties op het functioneren van de rechtelijke macht, die als een zeer belangrijk, misschien wel als de meest belangrijkste 'morele autoriteit'  wordt gezien door de inwoners van Curaçao, tegenwoordig meer dan de Katholieke kerk, die door het komen van nieuwe godsdiensten en religies haar monopoliepositie als 'de meest vooraanstaande morele autoriteit' op het eiland heeft verloren. De belangrijkste 'morele component' uit deze staatkundige veranderingen is het feit dat deze entiteiten (op den duur) geen  financiële tekorten meer mogen hebben op hun respectievelijke begrotingen. Dit komt de integriteitszin zeker ten goede!
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

Saturday, April 5, 2008 - NEW WILLEMSTAD

The everyday question for government is: which choices should be made on short, middle and longterm? Planning is an instrument which can be enhanced to analize the future in different periods of time. Not only financially and economically, but also urban planning should keep a close eye on international and global developments, which can effect economies on a local level by influencing spatial changes in a country. It can be done by analyzing the impact of the international financial development on the local economy and especially the inner development effects on the local housing and construction markets. The added value of urban planning in this context is primary on the strategic level of thinking of the goverment. The main question is: how do these developments correlate with the aim for sustainable development on Curacao?

 

Sustainable development and sustainability are concepts in the planning industry, with the recognition that present ways of consumption and living have led to problems like the overuse of natural resources, ecosystem destruction, urban heat islands, pollution, growing inequality in cities, the degradation of human living conditions and human-induced climate change. Planners have, as a result, taken to advocating for the development of sustainable cities. However, the notion of sustainable development can be considered as rather recent and evolving, with many questions surrounding this concept. That said, it is often not difficult to recognise what are 'unsustainable' forms of lifestyles, and urban planning is recognised to play a crucial position in the development of sustainable cities. Stephen Wheeler, in his 1998 article, suggests a definition for sustainable urban development to be as "development that improves the long-term social and ecological health of cities and towns." He goes on to suggest a framework that might help all to better understand what a 'sustainable' city might look like. These include compact, efficient land use; less automobile use yet with better access; efficient resource use, less pollution and waste; the restoration of natural systems; good housing and living environments; a healthy social ecology; sustainable economics; community participation and involvement; and preservation of local culture and wisdom. The difficult challenge facing planners comes with the implementation of sustainability visions, policy and programmes, and in the midst of doing so, the need to modify institutions to achieve these goals. This is still being worked out by urban planners.

 

Curacao is experiencing a great growth in its tourism industry.  3 new hotels are being buildt and much more hotelrooms are being planned to be build in the near future. On short and middle term this development wil go on. The biggest problem is the mismatch on the labor market to fullfill the vacancie on jobs, which gone be available. An outcome of current developments on the financial markets is the weak position of the dollar, therefore becoming a threat in attracting more American tourists to the Island. At the otherhand, the rising Euro brings greater opportunities in attracting more European tourists to the Island. These are shortterm developments. More static is becoming the rising prices on the oil-market, which overcharge "the costs for doing business". This has an impact on the tourist industry, hopefully it will not slow down the growth in the tourist industry. The builders and contractors of new hotels and of others kind of construction projects will also keep a close eyes on these developments. Their main concern are the higher oil prices. This may slow down the construction industry and especially the construction of the new hotels and dwellings on the island and therefore it can negatively effect the development of tourism for the island.

 

Related to the international problem of the higher oil prices, Curacao has its own local oil problem with the Isla refinary. The pollution, waste, sickness of the people in surrounding neighborghoods cause by the Isla refinary effects negatively the sustainable development of the island. Severe measures should be taken, but this will also cause an increase in "the cost of doing business" for the Isla refinary itself. Easy options are not available, but creativity should have a greater role to obtain sustainable solutions, which also are economicaly and environmently compatible. This big threat can be transformed into a great opportunity to be capitalize into the building of new refinary elsewhere on the island. In this case they should explore the opportunity to build a new and cleaner refinary at "Bullenbaai". There is already an infrastructure laydown and there is less surrounding areas and neighborghoods which will be effected by pollution and waste. Therefore by moving out and elminating the current instalations of the isla Refinary around "Schottegat" this whole area become available for new urban developments, for example for tourism and housing. It's the responsibilty of the urban planning to rethink new urban functions and a strategy for the redevelopment of this polluted area. It give also opportunity to renew the whole area of Marchena, Habaai and Santa Helena with better infrastructure and create a new mix of dwellings for different income groups of the housing market. This big operation will also demand a lot of investments for cleaning out the area, after 90 years environmental pollution of the "Isla" Refinary.

 

Question: how should these problems be managed? Government should have the capability, manpower, knowhow and financial means to make the necessary turn around. These means are very scarse available. The prospects are not very good. The situation for the island seems to be closer to a catastrophe, than being able to make the necessary turn around. The clock is tikking and time is running out. Charles Darwin said: "the species that  survived were not the most intelligent ones, but they were the most adaptable to change". Change is the key word. Question: what is the current ability of the island to make the necessary change needed in time? Some will say that firm leadership with a vision and decisive action are needed. This leadership should be backed up by a lean and mean organization, which has the manpower, knowhow and the means to do the turn around. Other ones would say: "Pray to God". In this case both exstreems are needed. Good luck, but also the sense of urgency should be there, otherwise changes don't come thrue. And not to forget a visionary leader who stand up to the challenge is needed.

  

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

Saturday, February 2, 2008 - PREVENTION of GREAT PLANNING DISASTERS

"Great planning disasters" is de titel van een oud boek van de Engelse auteur Peter Hall, gepubliceerd in 1980, waarin een aantal blunders op het gebied van ruimtelijke planning zijn beschreven. Dit boek is een klassieker op het gebied van ruimtelijke planning en is de inspiratiebron voor het schrijven van dit artikel. "Great planning disasters" kunnen in het meest extreme geval leiden tot rampzalige sociaal-maatschappelijke situaties, die financieel veel investeringen vragen om deze te kunnen herstellen. Een voorbeeld waar geenzins rekening is gehouden met  bouw- en algemene veiligheidsprincipes betreft de ramp in  "Estado Vargas" in Venezuela. Door constante regenval in 1999 / 2000 zijn hele dorpen en wijken  ondergestroomd. Hier zijn destijds ca. 40.000 mensen omgekomen. Door de wijze van stedenbouw in "Estado Vargas" zijn er meer doden gevallen, dan wanneer er op een andere wijze zou zijn gebouwd. Orkaan Katrina is een ander geval, waar de dijken die de hele stad New Orleans beschermen zijn doorgebroken. Er  zijn studies gedaan die aantonen dat er diverse gebieden, steden en dorpen zijn in de wereld, waar op zo'n manier is gebouwd, dat bij het optreden van "by nature made  disasters"  (o.a. aardbevingen, orkanen, vulkaanuitbarstingen), veel meer doden zullen vallen als gevolg van de bouwwijze. Ook speelt mee dat er op onveilige plekken is gebouwd waar feitelijk helemaal niet gebouwd had mogen worden. Voor wat betreft studies wil ik in het bijzonder noemen het boek getiteld: "Crucibles of hazard: mega-cities and disasters in transition", dat geredacteerd is door de co-auteur James K. Mitchell. Het boek is gepubliceerd in 1999 in opdracht van "The United Nations University".

 

"Problem-statement"; gebaseerd op een heroriëntatie in plaats op weg naar een hervonden zingeving van de planologie

Wat is de rol en taak van de planologie bij het anticiperen op rampzalige situaties of bij het minimaliseren van hun impact op de gebouwde omgeving en op de mens? Een effectieve planologie zal niet alleen naar de toekomst moeten kijken, maar dient zich ook meer te oriënteren in de tijd: door terugkijken te combineren met vooruitblikken in ruimtelijke veranderingsprocessen met een lange looptijd. Nostalgie (o.a behoud van monumenten) en conservering zijn bindmiddelen, die tegenwoordige worden ingezet om plannen weer samenhang, meerwaarde en draagvlak te bezorgen. De combinaties van oud (aangeduid met de term 'cultureel erfgoed') en nieuw kunnen worden geëxploiteerd volgens de wetmatigheden van "experience economy" op Curaçao. Maar in de verte klinkt steeds de terugkerende vraag: zijn planologen wel nodig? Verdampt de planologie nog verder en gaat ze 'kameleontisch' op in allerlei vormen van bestuurskunde en 'verpretparking' of zal er een nieuw elan en een eigentijdse zingeving worden gevonden?

 

"Objective"

De vergeten zingeving is verbonden aan preventie van rampen. In andere woorden door op potentiele calamiteiten te anticiperen en door het kunnen minimaliseren van de impact door goed en doordacht ruimtelijke planning ook serieus te nemen. Het uiteindelijke doel is het voorkomen van onnodige ongevallen. Een gedachtengang die eveneens terug te vinden is in een ander tak van planning, de verkeersplanning als onderdeel van de ruimtelijke planning.

Bestaande en potentiële situaties die kunnen uitgroeien tot rampzalige situaties dienen als studie-object vanuit de praktijk van ruimtelijk onderzoek blijvend te worden bestudeerd. Ik pleit ervoor, dat zowel de planologie als synthese-wetenschap als de praktijk van de ruimtelijke planning  zich bezig blijven houden met de verantwoordelijkheid "to save lives", hoe klein de kans ook is op een echte ramp. Het op tijd ontdekken en voorkomen van "man made disasters" blijft een humane en noodzakelijke onderneming. 

Bijvoorbeeld het wijzigen van de bouw- en woningverordening door het instellen van strengere eisen ten aanzien van het bouwen en het verkavelen is een van de eerste stappen, die hierin concreet kan worden genomen. Het is een groot geheim onder de grote massa mensen, dat onze gebouwen niet bestendig zijn tegen orkanen van categorie 2 of groter. Ter vergelijking is Sint Maarten in 1994/1995 getroffen door orkaan Luis, welke een categorie 5 orkaan betrof.  Als hierin "The Inconvinient Truth" van Al Gore - het probleem van "Global Warming" -  in ogenschouw wordt genomen dan zijn de vooruitzichten voor het zich voordoen van rampzalige situaties op Curaçao voor de toekomst niet meer te verwaarlozen.


"Preventing casualities by better land use planning and changing lifestyle"

Niet alle rampsoorten kennen een fatale afloop. Je kunt ook spreken van rampzalige situaties als er sprake is van ongecontroleerd gecreëerde chaostische urbane situaties, waarbij de leef- en woonomstandigheden slecht zijn gemaakt. Het kost generaties de tijd en kapitale investeringen om zowel het sociale (o.a. armoede, criminaliteit en vandalisme), als fysieke infrastructuur te kunnen herstellen.  Deze "man made disasters", die als gevolg van slechte ruimtelijke planning zijn gecreëerd, faciliteren ook in negatieve zin bij het optreden van "by nature made disasters" (o.a. een orkaan, vulkaanuitbarsting, modder opschuivingen) extra ongevallen, indien er geen sprake is van een goed doordachte ruimtelijke planning. Deze twee hoofdtypen staan niet altijd los van elkaar, maar zijn in bepaalde gevallen zelfs heel sterk aan elkaar verweven. Het verschil is dat "man made disasters" vaak een lange looptijd hebben, voordat de ramp in zijn echte omvang kan worden herkend door de verantwoordelijke autoriteiten. In de praktijk valt het niet eens op, dat er sprake is van een rampsituatie in wording; het treedt zo sluimerend op, dat de situatie in wording vaak nooit de status van een ramp als betiteling zal krijgen. Maar als men de totale sociaal-economische schade, die ook financieel moet worden opgelost, in één keer zou opnemen over het gehele tijdsverloop, dan wordt de werkelijke omvang zichtbaar. Bij een "by nature made disaster" is er vaak sprake van een kortstondig opeens ontstane acute situatie - "a wild card", denk aan 9/11- die voor een zeer korte tijdsperiode enorme financiële inspanningen vraagt om tot basisherstel van de ontstane situatie te komen.


"Minor problem will become a big problem in the future"

Vooraanstaande buitenlandse auteurs op het gebied van ruimtelijke planning hebben reeds lange tijd geleden onderzoek gedaan naar de beleving van de gebouwde omgeving, ontwikkeling van steden en urbane gebieden en zij hebben beschreven wat allemaal mis is met de ontwikkeling van steden en de gebouwde omgeving in het bijzonder. Deze zijn in zekere mate ook toepasbaar voor Curaçao, ook als een veel kleinere gemeenschap. Hierbij kunnen worden genoemd bekende schrijvers als Jane Jacob, Lewis Mumford, Peter Hall en Patrick Geddes.

Als een interessant te bestuderen alternatief ben ik het eens met Juliaan van Acker 's artikel op zijn weblog: "How to be ready for coming disasters". De oplossingen die hij aanreikt zijn wel ideaal-typisch van aard. Zijn idee, het vormen van "small communities of people who adopt alternative lifestyle", zou op Curaçao - een eiland met een kleine gemeenschap van 130.000 inwoners - toepasbaar kunnen zijn. Dit is een interessante "case", ook in relatie tot de heersende sociaal-ruimtelijke problemen op het eiland: grote milieu- en volksgezondheidsproblemen die veroorzaakt worden door de Isla-raffinaderij.


Ook de bouw van nieuwe en grote hotelketens op het eiland kan een problematische uitwerking hebben voor de (middel-)langere termijn. Denk voor Curaçao bijvoorbeeld aan het geval Jan Thiel, een hotelproject in ontwikkeling. En ook de bestaande "cases", zoals 'Blauwbaai',  Renaissance op het Rifgbied en Hotel Hyatt op Santa Barbara. Hoe goed de hotelbouw ook mag zijn voor de economische ontwikkeling van het eiland, vaak is zij medeverantwoordelijk voor de territoriale inneming van stranden en omringende gebieden. Gevolg is dat deze stranden minder toegankelijk zijn geworden voor de lokale bewoners, wat leidt tot sociale scheiding en/of segregatie omdat deze stranden slechts door een selecte groep kunnen worden gebruikt. Helaas beschouwt de lokale overheid dit vaak niet als een probleem.

Vanuit een andere oorsprong bekeken is de bouw van particuliere "real estate"-woonbuurten op Curaçao, met slagbomen bij de in- en uitgang, maar een klein ('micro-milieu') voorbeeld van het creëeren of ontstaan van sociaal-ruimtelijke scheidingen. In het buitenland wordt het fenomeen van sociaal-ruimtelijke scheiding op veel grotere schaal en nog veel exstremer toegepast. Curaçao dient ervoor te waken om dit soort voorbeelden over te nemen ten einde een evenwichtige balans tussen natuur en economische ontwikkeling te behouden. Internationaal gaat men hier en daar door met de bouw van nieuwe luxueuze utopias (denk aan Dubai) gebaseerd op visies van sommige architecten en stedenbouwers, die met hun ontwerpen inspelen op het heersende neo-liberale gedachtengoed die de globalisering domineert, zonder daarbij voldoende rekening te houden met vraagstukken over sociale scheiding of segregatie. De opdrachtgevers in die landen, vaak regeringen, zijn bereid om miljoenen te investeren en zijn daarmee natuurlijk zelf debet aan het ontstaan van deze "utopias". Voorbeelden zijn: Dubai ("an imaginary California"), Kish ("like a little Dubai") een Iraans eiland in de Persische Golf, Arg-e Jadid een "special economic zone" in Iran en megaprojecten gerealiseerd in China naar aanleiding van de Olympische Spelen die in 2008 in Beijing zijn gehouden.

 

Mike Davis noemt deze ontwikkelingen "Dreamworlds of Neoliberalism" in zijn nieuwe boek "Evil Paradises".  In vergelijking hiermee zijn onze lokale voorbeelden "peanuts" te noemen. Wel wordt hiermee het belang onderstreept om een ecologisch gebalanseerde ontwikkeling voor het eiland na te streven en daarbij ook vast te houden aan het principe om onze ongerepte natuur te beschermen tegen ongewenste sociaal-ruimtelijke ontwikkelingen. Een tweede motief om hieraan vast te houden is gebaseerd op de toepassing van economische wetten:  ongerepte natuur is een schaars goed aan het worden, waardoor, over een langere periode gezien, de economische waarde elke dag toeneemt. De inneming van onze stranden en herontwikkeling van de binnenstad van Willemstad, waaronder Otrobanda, zijn een duidelijk voorbeeld. Investeerders en speculanten ontdekken steeds meer de onschatbare waarden van deze gronden! Op ons zustereiland Bonaire is op dit moment sprake van een ware explosie, gronden aan de kuststrook worden opgekocht. Sint Maarten heeft eerder al zo'n ontwikkeling doorgemaakt, waarbij ook de heuvelruggen zijn bebouwd en opgekocht. Dit eiland heeft zich zeer toeristisch ontwikkeld en is veel van zijn oorspronkelijk charme kwijtgeraakt. De parel is verkocht. Maar die parel kun je maar één keer puur en ongerept uit het water vissen. Eenmaal bewerkt kun je de parel niet of nauwelijks in zijn oorspronkelijke natuurlijke staat terugbrengen. Het eiland Curaçao heeft nog tijd, maar men moet wel attent blijven voor een gezonde ecologisch gebalanseerde ontwikkeling.

 

"Spiritual & intelectual poverty"

Curaçao is tot nu redelijk gevrijwaard gebleven voor "by nature made disasters", maar voor "man made disasters" moet men constant blijven waken. De mogelijke sociaal-psychische gevaren van het blijven creëeren van sociale scheidingen, mede op basis van gebiedsgewijze interventies wordt tot nu niet als een probleem ervaren, maar meer als een oplossing gezien tegen criminaliteit en vandalisme. Ieder sociale groep wil zijn eigen "environment", leefwereld creëeren in een aparte buurt of woonomgeving los van de andere sociale groep, met zijn eigen sociale status. Dit is niet nieuw, ook niet uniek. Maar geconstateerd moet worden, dat het fysiek scheiden, isoleren en stimuleren van een liberale, marktgerichte en egoistische samenleving onafgebroken zijn eigen gang blijft gaan. Er wordt liever voor gekozen om de hoeveelheid celruimte in de gevangenis "Bon Futuro" uit te breiden, dan de sociale achterstanden in probleembuurten en de problemen in het onderwijs effectief aan te pakken.

 

Waar leidt het allemaal toe in de verdere toekomst? Die is waarschijnlijk niet altijd even rooskleurig te noemen. Er zijn diverse sociaal-economische factoren die ten grondslag liggen aan de voorgenoemde ontwikkelingen. Desondanks moet er geconstateerd worden, dat dit geen gezonde situatie betreft. Zelfs tijdens de optochten in de carnavalperiode is het zeer normaal geworden dat er tegenwoordig "dranghekken" geplaatst moeten worden en dat men voor elke meter staanplaats langs de weg moet betalen. De ironie is dat de dranghekken begin 2008 voor onderhoud een kwastje witte verf hebben gekregen van gedetineerden in "Bon Futuro" als onderdeel van een resocialisatieproject. Het is op zich ook een zeer goede zaak te noemen.  Maar de ironie zit erin, dat het  juist diegenen betreft die door de maatschappij als sociale "outcast" worden gezien en die inderdaad ook de fout in zijn gegaan - mede veroorzaakt door het  niet effectief aanpakken van situaties in probleembuurten en het falen van het onderwijs door die zelfde maatschappij. Zo leveren de gedetineerden een bijdrage aan een geordend en beveiligd plezier van de carnavalist. De carnavalist zit op het moment van feestvieren tijdens de optochten niet bepaald  te denken aan de sociale zwakkeren en "outcast" die  ook een product zijn van deze samenleving. Niemand staat er bij stil, maar het typeert wel de maatschappij waarin wij als 'liberale-markgerichte-egoistische' burgers (samen?) leven: ieder voor zich en god voor ons allen.


"Conclusion"

Wat kan de toevoegde waarde zijn van de ruimtelijke planning in de praktijk? De praktijk van de ruimtelijke planning is gebaseerd op de planologie als synthese-wetenschap die zijn theoretische bijdragen ontleend vanuit diverse andere wetenschappen, zoals sociologie, stedenbouwkunde, verkeer, milieu, psychologie etc. Op basis van verrichte studies in met name Nederland valt op dat er een moeilijke relatie bestaat tussen ruimtelijk onderzoek en (steden-)bouwkunde. In het algemeen is te zien dat er in de praktijk geen lessen getrokken worden uit de resultaten van gedane onderzoeken, studies,  analyses en ervaringen van ruimtelijke onderzoekers.


De geschetste problemen zijn te omvangrijk om uitsluitend en  alleen vanuit een planologische invalshoek te benaderen. Ik spreek hier expliciet over 'een bijdrage' "to save lives" vanuit de praktijk van de ruimtelijke planning, gebaseerd op de planologie (waar onder het doen van ruimtelijk onderzoek) om het mogelijk aantal "casualities" zoveel mogelijk te beperken door een verantwoorde wijze van ruimtelijke planning en bouwwijze  toe te passen, die veel meer rekening houdt met het mogelijk voorkomen van "man made disasters". Vanuit het voorkómen van "man made disasters" pleit ik ervoor om  de geschetste strategie van een gebalanseerde ecologische ontwikkeling voor Curaçao te volgen.  Ik spreek niet de pretentie uit dat de symptomen en gevolgen van de zogeheten 'liberaal-marktgericht-egoistisch maatschappij' alleen vanuit de ruimtelijke planning kunnen worden bestreden en opgelost. Ik wil met dit artikel benadrukken dat ik vind, dat ook de ruimtelijke planning hierin meer een richtinggevende rol moet spelen en zich niet afzijdig moet opstellen, als het gaat om het oplossen van bepaalde ruimtelijke vraagstukken die het gevolg zijn van genoemde maatschappelijke ontwikkelingen. 

 


Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

Sunday, January 20, 2008 - Wel of geen toekomst voor de Isla-raffinaderij op Curacao?

Het eiland Curacao staat aan de voorbode van een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in zijn ontwikkeling. De 'issue' is het al dan niet laten voortbestaan van de Isla olieraffinaderij. Begin vorige eeuw heeft de toenmalige Shell NV een olieraffinaderij gevestigd op Curacao. Curacao was een zeer gunstige locatie, rekening houdend met de opening van het Panamakanaal en het ondiepe vaarwater in de Golf van Maracaibo van Venezuela. De strategische ligging van Curacao gecombineerd met de voordelen van een natuurlijke haven met diep vaarwater voor olietankschepen zijn zegeningen geweest voor een piep klein (ei)land van niet meer dan 62 km lang. Tijdens de periode van de Tweede Wereldoorlog is Curacao uitgegroeid tot het eiland met de grootste olieraffinaderij op het westelijke halfrond! Met de levering van olieproducten aan de geallieerde strijdkrachten die oorlog voerden tegen Hitler in Europa, speelde Curacao een markante rol en leverde een wezenlijke bijdrage aan de internationale ontwikkelingen in die tijd. In 1984 is de Isla-raffinaderij overgenomen door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. 

 

Nu, ongeveer 90 jaar na oprichting, staat de situatie van de Isla-raffinaderij er heel anders voor. De raffinaderij wordt als zwaar milieubelastend ervaren, met zelfs dodelijke consequenties voor naburige bewoners en anderen op het eiland. Er bestaan rapporten met berekeningen en inschattingen over aantallen. In het rapport Ecorys-NEI  wordt als vaststaand feit aangehaald, dat minimaal achttien voortijdige sterfgevallen per jaar voorkomen, wegens de negatieve effecten van de rook en uitstoot van de Isla-raffinderij. Ook is een TNO-onderzoek uitgevoerd, waarin de negative effecten van de raffinaderij zijn vastgesteld. Er zal geinvesteerd moeten worden om de negatieve gevolgen te verminderen. Op dit moment vinden onderhandelingen plaats tussen De Curacaose en Antilliaanse overheid met de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. Deze onderhandelingen duren inmiddels al behoorlijk lang, terwijl internationale ontwikkelingen niet stil staan. In de Verenigde Staten en in het Midden-Oosten zijn projecten ontwikkeld of is men begonnen met de bouw van nieuwe en moderne olieraffinaderijen, die veel efficienter tegen relatief minder kosten kunnen produceren. Deze modernere raffinaderijen zijn in staat veel lichtere olieproducten te raffineren in tegenstelling tot de Isla-raffinaderij. Bovendien heeft de president van Venezuela, Hugo Chavez, afgelopen week een akkoord getekend met de regering van Dominica (een naburige eiland in het Caribisch gebied) om een olieraffinaderij aldaar te bouwen.

 

Aan de ene kant neemt dus de wereld- en regionale concurentie alleen maar toe, terwijl aan de andere kant de technische toestand van de Isla-raffinaderij op Curacao elke dag verder achteruit gaat. Ter indicatie, eind vorig jaar werden, om een bijna rampsituatie te voorkomen, hals over kop een aantal scholen geevacueerd omdat een onbekende reukgas over de omgeving van de raffinaderij neerdaalde. Gaan de onderhandelingen tot een uitkomst leiden? Of wordt deze uitkomst achterhaald door internationale ontwikkelingen?    

 

 

 

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

About Me

Beste weblogger, "Curaçao Emergency" is een weblog van Sharnon Isenia met standplaats Curaçao. Waarom een weblog? Een weblog is een praktisch medium om kennis te maken met collega vakgenoten, beroep beoefenaars, mensen die deel uitmaken van "community of practices (cop's) groups & knowledge groups"/ kennisgroepen en anderen. De weblog is voor mij een instrument voor netwerken, informatie en ervaring uit te wisselen met anderen. Ik richt me op maatschappelijke 'issues' die zich vooral afspelen binnen het dagelijks leven van het Caribisch eiland Curaçao. Deze 'issues' zijn ook gerelateerd aan zowel lokale en internationale thema's. Te noemen: bestuurlijke vernieuwing, sociaal-economische ontwikkeling, ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, milieu, economie, stadsvernieuwing, planning "manmade disasters" & "natural disasters", technologische ontwikkelingen (waar onder internet) en hun impact op maatschappelijke ontwikkelingen & "last but least" globalisering en zijn effecten. Indien je tot een van de voorgaande doelgroepen geroepen voelt stuur mij jouw commentaar of recensie in op mijn persoonlijke e-mailadres: sharnonisenia@yahoo.com. Alvast vriendelijk dank voor jouw input.

Links

• Home
• View my profile
• Archives
• Friends
• Email Me

Friends

Geld verdienen met je website ? - Meer bezoekers via Autosurf - Zelf ook een weblog maken? - Cursus verhalen schrijven - Statistieken gratis proberen