Iets waar je mijn moeder midden in de nacht voor mocht wakker maken was Apfelstrudel. De Oostenrijkse variant op appelgebak. Als je geen zin of tijd hebt om het deeg zelf te maken kun je ook heel goed plakjes kant en klaar bladerdeeg gebruiken. Laat die dan even 'rusten' zodat ze extra knapperig kunnen worden
Deeg:
- 300 gr bloem
- 1 ei
- olie
- poedersuiker
- snufje zout
Vulling:
- 80 gr rozijnen
- 80 gr paneermeel
- 1,5 kg zure appels
- 80 gr gehakte noten
- 2 el rum
- 100 gr suiker
- kaneel
- citroensap
Maak een zacht deeg door bloem, zout, ei en een el olie met 1,2 dl handwarm water te mengen. Laat het een half uur rusten.
Neem een schone theedoek en bestuif die met bloem. Leg het deeg hierop en rol het uit tot een lange langwerpige lap. Trek het deeg voorzichtig zo lang mogelijk uit tot het heel dun is. Dikke deegranden afsnijden en bewaren.
Voor de vulling was je de rozijnen, dep ze droog en laat ze even wellen in de rum.
Strooi wat paneermeel op de lap deeg. Dit moet straks overtollig vocht opvangen zodat de strudel knapperig kan worden.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen, snij in dunne plakjes en verdeel ze over de lap deeg. Verdeel de noten, suiker, kaneel en citroensap erover. Strudel samenrollen, uiteinden naar binnen slaan en vastdrukken. De oppervlakte versieren met de deegresten en met een vork hier en daar inprikken.
Oven voorverwarmen 180°C. Boter langzaam smelten. Leg de strudel op een ingevette bakplaat, smeer de gesmolten boter erover en bak 30 tot 45 min. in de oven. Tijdens het bakken af en toe besmeren met boter.
Serveer de strudel in plakken met wat poedersuiker. |