Mierzoete gerechten met veel honing en suiker eten de Grieken liever niet als nagerecht; daar gebruiken ze het verse fruit voor dat in overvloed aanwezig is in dit zonnige land. Een typisch Grieks zoet gebak is baklava, of zoals de Grieken zeggen: Baklawás
- 1 pak kant en klaar filodeeg uit de vriezer van de supermarkt
- 500 gr walnoten
- 60 gr suiker
- 1 tl kaneel
- 230 gr basterdsuiker
- 3 dl water
- 2 kaneelstokjes
- 2 tl citroensap
- wat citroenrasp
- 2 el honing
Meng walnoten met suiker en tl kaneel.
Vet een bakvorm in en bekleed deze ruim met filodeeg. Bewaar de vellen filo onder een vochtige theedoek anders is er niet mee te werken. Smeer de vellen met behulp van een boterkwastje in met gesmolten boter.
Leg 5 beboterde vellen in de bakvorm. Verdeel er een laag notenmengsel over en leg hier weer 3 lagen deeg overheen. Weer een laag noten en daarop weer 2 vellen. Verdeel de rest van de noten erover en dek dit af met 7 tot 8 laagjes filodeeg. Wel steeds de vellen in blijven smeren met boter. Zorg dat het deeg goed naar binnen gevouwen is in de bakvorm en smeer de toplaag ruim in met gesmolten boter.
Snij de bovenste lagen in een ruitpatroon zodat het portioneren na het bakken gemakkelijker gaat.
Verwarm de oven voor op 190°C .Sprenkel wat water over de baklava en zet de schaal in de oven. Bak een kwartier op 190°C en daarna nog 20 minuten op 180°C.
Maak in de tussentijd de siroop. Meng basterduiker met water, citroensap en citroenrasp in een steelpan. Voeg de kaneelstokjes toe en laat de suiker op een laag vuur onder voortdurend roeren smelten. Laat het 6 tot 8 minuten zacht pruttelen en voeg dan de honing toe. Nog 5 min. zacht in laten koken.
Neem de baklava uit de oven en giet er de hete siroop door een zeef overheen. Laat de siroop volledig intrekken. |