In vrijwel iedere keuken is een variant op pannekoeken te vinden. In Oostenrijk noemen ze die Kaiserschmarren. Als je er dan ook nog pruimencompôte bijgeeft dan krijg je Kaiserschmarren mit Zwetschkenröster. Sommige pruimensoorten noemt men geen pruimen maar 'kwetsen', vandaar zwetschken. Zo maak je de Kaiserschmarren mit zwetschkenröster:
- 160 gr bloem
- 2,5 dl melk
- 4 eieren
- 40 gr suiker
- 70 gr rozijnen
- 50 gr boter
- 1 el rum
- 2 el poedersuiker
- snufje zout
Was de rozijnen in heet water, dep ze droog en druppel de rum erover. Splits de eieren. Meng de melk met de suiker en de eidooiers en vorm er met de bloem een glad, dun vloeibaar beslag van. Klop de eiwitten met wat zout stijf en spatel ze door het beslag.
Verhit de boter in een grote pan. Schenk het beslag in de pan en laat even bakken. Strooi er de rozijnen over. Keer de pannenkoek, zodra de onderkant stevig is en bak hem op matig vuur gaar. Trek hem daarbij met 2 vorken in kleine stukjes. Draai het vuur dan uit en laat de Kaiserschmarren korte tijd uitdampen.
Maak nu de zwetschkenröster.
- 1 kg pruimen of kwetsen
- 200 gr suiker
- 1 citroen
- 5 kruidnagels
- 1 kaneelstokje, ca. 2 cm lang
Was de pruimen, halveer ze en haal de pitten eruit. Was de citroen grondig met heet water, snijd er de schil heel dun af en pers hem uit. Breng in een grote pan 1/8 liter water met de suiker, de kruidnagels, het kaneelstokje, de citroenschil en het citroensap aan de kook. Neem, als de pruimen erg zuur zijn, wat meer suiker. Laat het water ca. 3 minuten koken. Verwijder dan de kruidnagels, het kaneelstokje en de citroenschil. Voeg de pruimen toe en laat ze op laag vuur zo lang koken tot de schilletjes ingerold zijn en de vruchten bijna uit elkaar vallen. Dit duurt ca. 1 uur. Roer de pruimen regelmatig door, omdat ze gauw aanbranden. Laat de compôte dan afkoelen.
Doe de Kaiserschmarren over op een voorverwarmde schaal, strooi er poedersuiker over en dien de zwetschkenröster apart op. |