Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

De zin of onzin van OORLOGEN / WAR ON TERROR

De werkelijke achtergrond van oorlog en de uiteindelijke afloop van oorlog en deze wereld die doorspekt is van HEBZUCHT en ZELFZUCHT.

[ Home ] [ Profile ] [ Archives ] [ Friends ]

De betekenis

De orde van Skull and Bones

 

 

   Het begin.


In 1830 vertrekt de Amerikaan William Huntington Russell naar Duitsland om er te gaan studeren. In deze periode bouwde hij een vriendenkring op, waarvan onderzoekers vermeldden dat sommigen van hen waren aangesloten bij Vrijmetselaars Orden. Enkele Duitsers schenen hoge posities in te nemen en gaven William H. Russell toestemming om een afdeling in Amerika op te zetten.

Russell, die later tot Generaal zou promoveren, zocht in de Verenigde Staten zijn vriend Alphonso Taft op om hem over de plannen in te lichten en hij ging ermee akkoord. In 1832 werd de Amerikaanse afdeling opgericht waarbij ze het universiteitscomplex van Yale, New Haven in de Staat Connecticut verkozen als uitvalsbasis. Russell en Taft maakten deel uit van een grote groep vooraanstaanden die lid waren van de Britse partij. Veel van hen waren betrokken bij de slavenhandel, die vanuit Afrika naar Noord-Amerika en verder in het Caribisch gebied plaatsvond. Het was de reden waarom de universiteit van Yale in deze dagen de voorkeur genoot bij zuidelijke slaveneigenaren boven dat van andere noordelijke universiteiten.

Toen in 1861 Amerika verwikkeld raakte in de secessie oorlog, die tot en met 1865 in de Zuidelijke Staten zou voortduren, werd duidelijk dat het genootschap goed verdiende aan de slavenhandel. De oorlog had ervoor gezorgd dat de slavenij werd afgeschaft, waarbij allerlei wetten werden opgesteld die de Afro-Amerikanen enig bestaansrecht gaven. Deze keerzijde in de Amerikaanse geschiedenis werd niet geheel in dank afgenomen door leden die waren aangesloten bij het genootschap van Russell en Taft. Een van hen, Ordelid William M. Evarts, verdiende op Wall Street zijn fortuin als advocaat waar hij Ordegenoten en andere families vertegenwoordigde die zich verrijkten aan de katoenplantages.

 

 

 

 

 


 

Yale's Slavery & Abolition

www.yaleslavery.org

 


 

 

 

 

 

Een afbeelding van de biddende slaaf op medallion, voor het eerst gepubliceerd door Josiah Wedgewood (1730-1795). De afbeelding werd geadopteerd als zegel die symbool stond voor de anti-slaven beweging in London.

 

 

 

Morris Remick Waite. 1816-1888.

Waite was sinds 1837 lid van de Orde en was tussen 1874-1888. 'Chief Justice of the U.S. Supreme Court.

 

 

 

 

 

De Orde zette een tegenaanval in, waarbij ze rechtsgeleerde Morris R. Waite naar voren schoven, die op 4 Maart 1874 werd ingezworen tot Opperrechter van het U.S Supreme court. In deze functie zorgde Waite dat veel wetten die ten gunste van de Afro-Amerikaanse samenleving waren opgesteld, werden ontbonden waardoor ze over weinig of geen leefruimte meer beschikte. Daarnaast voerde Waite een wetsontwerp in, dat er voor zorgde, dat de troepen die in de Zuidelijke Staten toezicht hielden op naleving van de mensenrechten, werden teruggetrokken.[7A]

Naast de slavenhandel lag voor veel families hun werkterrein in China, waar ze zich enorm verrijkten met de handel in thee, zijde, porselein en het smokkelen van opium. Met name de familie Perkins, Forbes en Russell deden er goede zaken, waarbij de stiefbroer van William, Samuel Russell, sinds 1823 het grootste opiumcartel ter wereld leidde 'Russell & Co.' en bekendheid verwierf als de opiumgangster van Azie. Zeven jaar later werd Russell & Company samengevoegd met het Perkins syndicaat, waardoor het grootste smokkelnetwerk van Amerika was geboren dat het opium van Turkije naar China exporteerde. [3/6A]

Warren Delano II

Op de foto zien we Warren Delano de II, roepnaam junior. Warren Jr. was de directeur van het bedrijf Sturgis & Company in Canton, China, onderdeel van het opiumnetwerk Russell en Co. Delano Jr. was de grootvader van President Franklin Delano Roosevelt.

 

De onderzoekers Webster G. Tarpley & Anton Chaitkin vermelden dat de Russells veel anglo-saksische vrienden kenden die als partners betrokken waren bij de slavenhandel en opiumsmokkel. Enkele onder hen was John Cleve Green, die later een fortuin uit zijn opiumhandel aan het Princenton University schonk; John Murray Forbes, wiens zoon de eerste president van Bell Telephone Company werd; Russell Sturgis wiens kleinzoon de voorzitter werd van de Britse Barings Bank en vanuit zijn positie de opiumhandel in het Verre Oosten financierde en Abiel Abbott Low, die met zijn opiumgeld de Columbia University van de grond trok en vele jaren structureel financierde.

De auteurs voegden eraan toe: dergelijke personen als Green en Abiel Abbot Low, wiens namen diverse gebouwen van universiteiten versieren, ondernamen weinig pogingen om hun criminele verleden en hun invloedrijke geld te verbergen. Zo verging het ook met de Cabots, Higginsons en de Welds van Harvard University, die allemaal verbonden waren aan een geheim genootschap.

Veel Anglo-Amerikaanse genootschappen, waarvan de meesten zich hebben gevestigd op Amerikaanse universiteiten, zijn verwant aan het geheime genootschap van Russell en Taft. Harvard University kent het ultra elitaire 'Porcelian' ook wel bekend als de 'Porc en Pig club'. Voormalig President Roosevelt was hier lid van, Franklin D. Roosevelt was lid van de iets lagere 'Fly Club'. Princenton University heeft zijn eetclubs, 'The Ivy Club' en 'Cottage Club', en kent een rijk verleden van invloedrijke personen als Aaron Burr, de broers John Foster en Allen Welsh Dulles, die later nog veel met de familie Rockefeller in verband zouden worden gebracht. John Foster werd ondermeer U.S State Secretary en Allen zou in 1953 door President Eisenhower tot directeur van de CIA worden benoemd. Een ander lid was Jonathan Edwards wiens kleinzoon nog een belangrijke rol zou gaan spelen voor het geheime genootschap van Russell en Taft.

 

 

Het gezicht van de Orde


De onderzoeker Antony C. Sutton vermeldt in zijn boek America Secret establishment dat Timothy Dwight, Daniel C. Gilman en Andrew Dickson White, die respectievelijk in 1849, 1852, 1853 zich aan de Orde van Russell en Taft hadden verbonden, naar Duitsland afreisden, waar ze tussen 1854 en 1858 op de universiteit van Bonn en Berlijn filosofie studeerden. Daniel C. Gilman studeerde er vanaf 1854 rechts Hegelisme onder Karl Von Ritter en Friedrich Trendelenberg. Het Hegelisme was op de universiteit van Berlijn bijzonder populair, mede omdat George Wilhelm F. Hegel er zelf vanaf 1818 als professor werkzaam was tot hij op 14 November 1831 stierf, ten gevolge van een cholera epidemie.

Toen Russell en Taft in 1932 hun geheime genootschap stichtten, hadden ze nog geen Loge ter beschikking, en compenseerden dit door zalen af te huren. Later in 1856, toen het prive-onderkomen van de Orde op het terrein van de Universiteit van Yale werd opgeleverd, keerde Daniel C. Gilman vannuit Berlijn terug naar Amerika. Sutton kwam bij een bezoek aan Yale's Sterling Bibliotheek erachter, dat Gilman de Orde had samengevoegd met de 'Russell Trust Association' en waaronder hij het officeel had laten inschrijven. Gilman had zichzelf laten registreren als de penningmeester en een van de mede-oprichters van de Orde, William H. Russell als de eerste President.



'In wake of Antony Sutton's first ground-breaking exposes of the Order,

the Sterling Library at Yale has refused to allow any other researchers access to the Russell Trust papers.'

 

De nieuwe Tempel van de Orde had de uitstraling van een mausoleum en werd gedoopt onder de naam 'The Tomb'. Het zou sindsdien de thuishaven worden waar de belangrijkste bijeenkomsten, initiaties en rituelen zouden gaan plaatsvinden. Het universiteitscomplex van Yale - New Haven herbergt in totaal zeven geheime genootschappen waarvan Scroll and Key, Wolfs's Head, Belzelius, Eliahu en Book & Snake belangrijke zijn, maar de Orde van Russell en Taft overklast alle andere.

De onderzoekers Tarpley en Chaitkin vermelden dat Generaal William Russell zeer waarschijnlijk het symbool van de vlag, waaronder hun familieschepen voerden, gebruikt had om als logo voor de Orde te dienen, namelijk een doodshoofd met gekruiste botten, een symbool die eerder in de geschiedenis door de Tempeliers en piraten was gebruikt. Het gevolg was dat Yale-studenten het naamloze genootschap 'Scull and Bones' noemden en hun leden 'Bonesman'. Later werd de naam vermoderniseerd tot Skull and Bones, hoewel het ook wel als Skull and Crossbones of gewoon als Bones wordt beschreven.

Russell en Taft vonden dat het overgrote deel van hun anglo-Amerikaanse vrienden en partijgenoten geschikt waren om tot de Orde toe te treden. Van de eerste families die zij verkozen waren, net als hen zelf in de zeventiende eeuw de nieuwe wereld binnengetrokken. De meeste families kwamen uit het Boston district zoals de Perkins, Pierpont, Edwards, Phelps, Griswold, Alsop, Allen, Adams, Wadsworth, Lord, Whitney, Stimson, Delano, Forbes en Bundy. Enkele rijke families die zich halverwege de 19e eeuw tot de Orde verbonden, waren Payne, Vanderbilt, Harriman, Weyerhauser, Davison, Rockefeller, Bissel, low, Bush en Goodyear.[4/6]

Er zijn vanaf de oprichtingsdatum naar schatting 2400 tot de Orde toegetreden waarvan 600 nog in leven. De eerste keer dat de naam Bush op de ledenlijst verschijnt is 1917, het is het jaar dat Prescot Bush toetrad. Zijn zoon en voormalig President George Herbert Walker Bush werd in 1948 lid, gevolgd door zijn zoon George Walker Bush, waardoor de huidige President de derde generatie van de familie is die lid werd van de Orde.

Skull and Bones members

Klik op de afbeelding voor een overzicht van de Bones ledenlijst.

 

 

 

'Any group that wanted to control the future of American society had first to control education i.e.,

the population of the futureit all began at Yale'

Anthony C. Sutton, America Secret establishment.

 

 

Bonesman Daniel C. Gilman zou zich de komende veertien jaar inzetten om de machtspositie van de Orde van Skull and Bones op Yale te verstevigen. Halverwege 1856 werkte hij op het universiteitencomplex als assistent-bibliothecaris en twee jaar later als hoofd van de bibliotheek. In deze periode had hij zijn ogen laten vallen op de Scientific School, een wetenschappelijke afdeling die door de universiteit werd achtergesteld. Een kennis van Gilman, Charles J. Sheffield spendeerde een flink bedrag om de school nieuw leven in te blazen, waardoor het in 1861 onder de naam Sheffield Scientific School (SSS) verder ging.[4A]

Patriarch Daniel C. Gilman

Daniel Coit Gilman.

 

In deze periode was Ordelid en broer van Daniel Gilman met de dochter van professor Benjamin Silliman getrouwd, die van 1806 tot 1864 aan Yale scheikunde had gedoceerd. Professor Silliman was lid van de Orde en besprak met Daniel het plan om de Sheffield Scientific School verder uit te breiden. Nadat de Orde hun plannen had goedgekeurd, oefenden tal van Bonesleden in de Staat Connecticut en Washington DC druk uit. Dit resulteerde er in, dat een eerder verworpen wetsvoorstel alsnog werd ondertekend door President Abraham Lincoln. Hierdoor maakte de Orde als eerste aansprak op staats-subsidies, bekend als het 'Land Grant College Act', waarmee zowel de capaciteit als het aantal studierichtingen van het SSS werden verdubbeld.

Nadat het project in 1871 was gerealiseerd, werden er zes commissarissen geinstalleerd. Onder hen bevonden zich twee vrienden van Gilman, Professor G. J. Brush en Charles J. Sheffield, wiens broer George-St. John zich in 1863 had verbonden aan de Orde en drie Bonesleden John S. Beach, William W. Phelps en Professor Daniel Gilman zelf. De komende jaren zou de Orde zijn controle over de Sheffield Scientific School verstevigen en zijn machtspositie op Yale uitbreiden. De oom van Gilman, Bonesman Henry Coit Kingsley was vanaf 1862 een kwart eeuw penningmeester van Yale en zijn broer en Ordegenoot William L. Kingsley wist zich in 1843 op te werken tot uitgever van het kwartaalblad van de Universiteit 'The New Englander', dat later werd omgedoopt tot de Yale Review.

The New Englander

 

William Kingsley was naast uitgever ook de editor van het universiteitsblad samen met Ordegenoot Timothy Dwight. Kingsley zou beide functies een halve eeuw lang, tot aan het einde van 1892 blijven uitoefenen. Door deze situatie voerde de Orde een wezenlijke mate van macht uit op het sprekersorgaan van de universiteit. Die invloed bleek in zoverre benauwend, dat een aantal professoren van Yale zich organiseerden en besloten om in Oktober 1873 eenmalig een protestblad te publiceren, genaamd 'Iconoclast' en wat letterlijk betekent 'Afbreker van heilige huisjes'. In Volume 1, Numer 1 schreven ze;

 

"We speak through a new publication. because the college press is closed to those who dare to openly mention 'Bones'.... "

Out of every class Skull and Bones takes its men. They have gone out into the world and have become, in many instances, leaders in society. They have obtained control of Yale. Its business is performed by them. Money paid to the college must pass into their hands, and be subject to their will.

No doubt they are worthy men in themselves, but the many, whom they looked down upon while in college, cannot so far forget as to give money freely into their hands. Men in Wall Street complain that the college comes straight to them for help, instead of asking each graduate for his share. The reason is found in a remark made by one of Yale's and America's first men: 'Few will give but Bones men and they care far more for their society than they do for the college....'

Year by year the deadly evil is growing. The society was never as obnoxious to the college as it is today, and it is just this ill-feeling that shuts the pockets of non-members. Never before has it shown such arrogance and self-fancied superiority. It grasps the College Press and endeavors to rule it all. It does not deign to show its credentials, but clutches at power with the silence of conscious guilt.

To tell the good which Yale College has done would be well nigh impossible. To tell the good she might do would be yet more difficult. The question, then, is reduced to this -- on the one hand lies a source of incalculable good -- on the other a society guilty of serious and far-reaching crimes. It is Yale College against Skull and Bones!! We ask all men, as a question of right, which should be allowed to live? [8A]

 

De Orde werkte aan nieuwe plannen waarbij het drietal van Berlijn voor Amerika een revolutionaire rol zouden spelen door de American Chemical Society en de American Historical Association op te richten. Een aantal jaren later, in 1885, voegden ze daar de American Economic Association en in 1892 de American Psychological Association aan toe.

 

Richard T. ELy 1854-1943

Patriarch Richard T. Ely was de eerste Bones-secretaris van de American Economic Association.

De AEA zou vanaf 1923 verder gaan als de Washington DC 501-3 organisatie. In 2001 stonden er 22.000 economisten ingeschreven en 5500 instituten. 50% van de leden is verbonden aan academische instituten, 35% zakelijk en industrieel, de rest is werkzaam voor de overheid.

 

 

 

'In the 1880s, Skull and Bones created the American Historical, Psychological and the Economic Association,

so that the society could ensure that history would be written under its terms and promote its objectives.

The society then installed its own members as the presidents of these associations.'

journaliste Alexandra Robbins, oud studente van Yale en auteur van 'Secrets of the Tomb'.

 

Professor Ezra Stiles werd in 1778 de President van de Universiteit van Yale. Het is zo goed als zeker dat hij lid was van de Orde en zou in 1795 vervangen worden door Bonesman Timothy Dwight, die na zij periode in Berlijn een aantal jaren op de Yale Divinity School had gedoceerd. Toen Timothy Dwight in 1817 kwam te overlijden, zou Bonesgenoot Jeremiah Day — wiens kleinzoon later het advocatenkantoor Simson Thacher & Bartlett zou oprichten —de opvolger worden.

 

Timothy Dwight 1752-1817

Op de afbeelding staat de 2e man van Berlijn Timothy Dwight. Hij was de kleinzoon van een Minister uit Massachusetts, Jonathan Edwards. (1703 -1758)

 

Professor Jeremiah Day bleef tot 1846 op de troon zitten, waarna hij de scepter doorgaf aan Ordegenoot Theodore Woolsey. Professor Woolsey had als assistent-president Bonesman Reuben A. Holden naast zich en zou in 1871 opgevolgd worden door Ordelid Noah Porter, die in 1886 afzwaaide en vervangen werd door Bonesman Winthrop Edwards Dwight. Dwight, een kleinzoon van Timothy, was de twaalfde President van Yale en toen hij in 1899 kwam te overlijden werd Ordegenoot Arthur Twining Hadley naar voren geschoven, die tot 1921 aan het roer bleef zitten.

Hadley werd vervangen door James Rowland Angel. Hoewel Angel geen lid was, waren familieleden dat wel. Angel werd opgevolgd door de adviseur van President Woodrow Wilson, Bonesman Charles Seymour, die nog betrokken was geweest bij de ondertekening van het verdrag van Versailles en bleef tot 1951 de president van Yale. Alfred Whitney Griswold werd van '51 tot 1963 de nieuwe president. Alfred was geen lid van de Orde, maar veel familieleden van zowel de Griswold als Whitney kant waren lid en dat zelfde gold voor zijn opvolger, Kingman Brewster, die tot '77 Yale's president bleef.

De Orde begon vanaf het beginstadium ook buiten Yale zijn invloeden uit te oefenen. De derde man van Berlijn, Patriarch Andrew Dickson White zou de eerste President van de universiteit van Cornell worden, breidde het complex met dezelfde staatssubsidies uit als de Sheffield Scientific School en zetelde zich als de eerste President van de American Historical Association.

 

 

 

Andrew Dickson White

Links het standbeeld van de derde man van Berlijn Andrew Dickson White, prijkend voor het Goldwin Smithhouse op het terrein van Cornell University. White was in 1866 de eerste President van de universiteit en zou dit tot 1885 blijven.

White werd op latere leeftijd nog U.S Minister van Rusland, U.S Ambassadeur van Berlijn en nam deel als voorzitter van een Amerikaanse delegatie op het eerste vredescongres van 1899 in Den Haag.

Bones Education

Klik op de afbeelding voor een overzicht van Bonesleden die hun toekomst zochten in het onderwijs.

 

 

 

 

Twee jaar nadat Percy Rockefeller zich in 1900 tot de Orde van Skull and Bones had verbonden, zou zijn neef en legende, John Davison Rockefeller Sr. met een bedrag van 129 miljoen US dollar het General Education Board oprichten om de kwaliteit van het onderwijs in de Verenigde Staten te verbeteren en te promoten. In 1923 gaven de Rockefellers 20 miljoen dollar uit, waarmee het International Education Board werd opgezet, die dezelfde doelstellingen buiten de landsgrenzen nastreefde.

De architect van Bones, Professor Daniel Coit Gilman raakte verder nog betrokken bij de oprichting van het John Hopkins University waar hij de eerste president van werd. Later werd hij nog de eerste president van de Universiteit van Californie en de eerste president van het Carnegie-instituut op Long Island, New York en met hem zouden nog veel leden volgen. Gilman werd uiteindelijk voor zijn verdiensten door de Orde op Yale gehuldigd.

De Kapel op het terrein van het Rockefeller University. De universiteit werd in 1892 voor maar liefst 80 miljoen dollar in Chicago gebouwd. Eerder stichtten de Rockefellers een gelijknamige universiteit in New York en in 1917, de Lincoln School.

Rockefeller university Chicago

 

 

 

bonesvlag

 

 

Het gezicht van de Orde, Hoofdstuk 322.


De Orde van Skull and Bones is een zeer geheim genootschap die absoluut geen pottekijkers wenst. Toch kan er dankzij een aantal gebeurtenissen een redelijk beeld worden geschetst hoe de tempel er van binnen uit moet zien. De enigste buitenstaander die zich op legale wijze in het complex had begeven, was Marina Moscovici. Ze kreeg van een Bonesman de opdracht vijftien schilderijen die in de Tombe hangen te herstellen. Ze verklaarde dat het er spookachtig uitzag, maar tegelijkertijd ook wel weer grappig, een soort Addams Family gevoel.

Een eerdere happening vond plaats op 29 September 1876 toen een groep fanatiekelingen, genaamd, de Order of File and Claw bij de Tombe inbrak. Het drietal beschreef dat het gebouw zowel onder– als bovengronds een verdieping telde en dat alle ruimtes totaal van elkaar verschilden. Beneden stonden ze in een kleine ruimte, waar ze de restanten van een skelet op de grond aantroffen, met daarnaast een lamp die dag en nacht scheen te branden. Op de bovenverdieping liepen ze een paars aangeklede ruimte binnen die als kamer 324 was genummerd. Daar zag de bende in een glazen kast een grafsteen die toebehoorde aan Mr. Elihu Yale. De steen was jaren daarvoor in het plaatsje Wrexham in Wales ontvreemd.

De grootste ruimte bereikte de bende door een ijzeren deur te openen waarop het getal 322 stond vermeld. Dit getal kom je overal bij de Orde tegen en wordt hoog vereerd, wist kennelijk ook een student van Yale die in 1967 het symbolische bedrag van $322.000 op de rekening van een Boneslid stortte. Sommigen menen dat de betekenis van het getal verband houdt met de laatste twee letters van de oprichtingsdatum 1832 en waarbij het laatste cijfer 2 toegevoegd kan worden omdat het de tweede afdeling betreft, maar volgens onderzoeksjournaliste Alexandra Robbins, revareert het getal aan een Griekse politicoloog Demosthenes, die in het Pantheon, een tempel ter verering van alle Goden een patriotische Orde stichtte. Hij overleed in 322 v.Christus.

Skull and Crossbone

Het Skull & Crossbones symbool.

In de vrijmetselarij bekend als de 3e Meestergraad.

 

Onderzoeksjournalist Ron Rosenbaum schrijft, dat deurnummer 322 leidt naar een tempel die de Bonesman eren als het Sanctum Sanctorium, het heilige der heilige. De bende van File and Claw omschreef de ruimte als volgt,

Kamer 322 heeft een oppervlakte van ruim 15 vierkante meter en is geheel in het rood beschilderd. Naast de opgezette elandkoppen en geweien bevindt zich een altaar met daarboven aan de muur een groot pentagram. Enkele voorwerpen die ze er vonden waren manuscripten, oude boeken uitgestald op leestafels, middeleeuwse wapens en diverse soorten pantseruitrustingen, een koninklijke kroon, standbeelden van de griekse politicoloog Demosthenes en verscheidene maskers, waaronder die van doodskoppen en andere vreemde aangezichten

Verder vonden ze een doodskist met menselijke overblijfselen, die volgens de plaquette toebehoorde aan Madame Pompadour en waarvan op haar restanten de ingewijde documenten lagen, waarin de geheime eed en de huisregels van de Orde in stonden beschreven. Bij de westelijke muur zagen ze een geopende grafkuil met er in een gedenksteen waar vier schedels op rustten en waarvan één volgens de geruchten afkomstig is van Apache opperhoofd Geronimo. De Orde zou zonder zijn afstammelingen hierover ingelicht te hebben, in 1918 de schedel uit zijn graf op de legerbasis van Fort Sill Oklahoma hebben opgegraven. Boven het grafgewelf hing een plaat aan de muur waarboven met romeinse tekens in het Duits stond geschreven,

 

'Wer War Der Thor … Wer Weiser ... Wer Bettler ... Oder Kaiser'

en onder de plaat,

'Ob Arm, Ob Reich, im Tode gleich'

ofwel:

'Wie was de dwaas ... wie de wijze ... De bedelaar of keizer - Arm of rijk, in de dood zijn we allemaal gelijk'

Op een bijbehorend kaartje stond vermeld,

'Van de Duitse afdeling' [2/8]

 

De Orde van Skull and Bones is altijd zorgvuldig te werk gegaan met het selecteren van nieuwe kandidaten. Lid worden kan dan ook alleen maar op uitnodiging. De Orde schijnt te selecteren op de bloedlijn, het vermogen, en mogelijke genetische– en of erfelijke afwijkingen binnen de familie en onderzoekt dat nauwkeurig op veel generaties terug. [3] De genen die zich er hebben doorgeslagen, kunnen verwachten dat hun kinderen in de toekomst, al mochten ze de capaciteiten er voor bezitten, verzekerd zijn van een uitnodiging van Yale en zullen in hun laatste studiejaar worden toegelaten tot de Orde. Traditioneel krijgen nazaten van de oudste families de voorkeur, maar kan nog geheel afhangen van hun prestatie's en/of talent. Verder hanteerd de Orde sinds zijn oprichting een systeem door elk jaar vijftien en alleen maar vijftien, uitverkorenen te selecteren.[6/12]

Op een donderdagavond in April ontmoetten de vijftien nieuwelingen elkaar voor het eerst tijdens de initiatie of inwijdingsritueel die bij de Orde bekend staat als Tapnight. De nieuwe lichting wordt door vijftien Bonesman, die het jaar er voor waren ingewijdt als Knights aangesproken en werd in het verleden ook verkozen door oudere genootschappen, waaronder de Jakobijnen, Tempeliers en de Maltezer ridders.[3] De Knights worden na ruimte 322 geloodst, waar ze allerlei rituelen ondergaan zoals het plaatsnemen in een doodskist die wordt afgesloten. Het is een ritueel die binnen de vrijmetselarij bekend staat als het opnieuw geboren worden; in de kist sterven ze een symbolische dood, zodra ze er uitkomen zijn ze herboren in de Orde en moeten ze de oude wereld achter zich laten.[2/6]

Uiteindelijk zweren ze eeuwige trouw aan de Orde van Skull and Bones. Veel onderzoekers geloven dat ze dit gedeelte zeer serieus nemen. Onderzoeker en voormalig officier van de Amerikaanse inlichtingendienst van de Marine, William Cooper, schrijft in zijn boek Behold a Pale Horse, dat de eed die George W. Bush moest afleggen voor zijn presidentschap geheel niets voor hem betekende. Journaliste Alexandra Robbins, die als eerste toestemming kreeg om voor haar boek een aantal Bonesleden te interviewen, schreef naderhand: de Knights leren al snel dat vriendschappelijke contacten, familie, naties, koningen en God ondergeschikt zijn aan de eed die ze in de Tombe hebben gezworen. [1B/2/12]

De Knights krijgen na verloop van tijd een schuilnaam toegewezen, meestal van bijbelse of mythologische oorsprong zoals Baal, Nimrod, Thor of Odin. De langste van de groep wordt grote duivel genoemd en de kleinste van de vijftien heet elk jaar traditioneel Beelzebub. Ron Rosenbaum die Tapnight in het geheim als eerste met verborgen nachtcamera's wist vast te leggen, vertelt dat de bijeenkomsten voor de rest van het jaar op donderdag en zondag plaatsvinden. Door de weeks discussieren de Knights over hun slechtste ervaringen en diepste schaamtes en in het weekend gewoonlijk over hun sexuele fantasieen, die regelmatig leiden tot orgieen, waarbij het lid met de minste sexuele ervaring uiteindelijk als Gog door het leven zal gaan en hij met de meeste als Magog. Nadat de Knigths aan het einde van het jaar het leerproces hebben doorstaan, worden ze de rest van hun leven als Patriarch aangesproken. Op hun beurt noemen zij buitenstaanders voortaan Gentiles, ongelovigen of vandalen. [1/12]

The Tomb

Klik op de afbeelding om foto's van de Tomb te bekijken.

 

Skull and Bones bouwde zijn tempel aan de High Street, Wolf's Head aan de York Street, de Loge van Book and Snake ligt aan de Grove Street, Berzelius aan de Whitney and Temple Street en Scroll and Key bij het zogenoemde College and Wall.

De samenwerking tussen deze genootschappen verliep vanaf het begin af aan moeizaam. Onderzoekers vermelden dat de Orden wel samenwerken, maar elkaars geheimen niet of nauwelijks kennen. Bonesleden hebben nooit in het openbaar over hun doelen gesproken. Veel informatie die over hen verkregen werd, is eigenlijk per ongeluk bij de mensen terecht gekomen. Enkele oorzaken die daar garant voor stonden waren; de inbraak van 29 September 1876, die door de Orde of File and Claw in de Bonestempel werd uitgevoerd en de vuile was die de rivaliserende Orden over elkaar naar buiten gooiden, omdat de onderlinge spanningen op het universiteitscomplex hoog opliepen.

Journaliste Alexandra Robbins vermeldt dat ze voor haar Bones-artikel in de Atlantic Monthly door de Orde was benaderd. Ze wilde weten wie haar bronnen waren geweest. Toen zij verklaarde deze niet prijs te geven, kreeg ze te horen dat de Orde veel macht uitoefende binnen het journalistieke circuit. Veel plezier nog met je carriere... schreeuwde ze haar op sarcastische wijze door de telefoon en gooide vervolgens de haak erop. Verder vertelt Robbins; midden jaren tachtig waren ze erachter gekomen dat een onderzoeker een aantal werken over de Orde aan het afronden was. Enkele weken later werd er bij hem thuis ingebroken waarbij al zijn onderzoeksresultaten werden meegenomen. Daarna voerde ze een aantal bedreigingen uit, waarvan de onderzoeker zo was geschrokken dat hij voorgoed onderdook.[1B]

Sommige boeken van Antony Sutton werden in Australië gedrukt omdat hij er in de Verenigde Staten geen kans voor kreeg. In een interview zegt hij er het volgende over; Veel van mijn vrienden namen me het niet in dank af. Eerst noteerden ze me, vervolgens werd ik bijna nergens meer uitgenodigd en maakten ze mij tot een vijand. Ze probeerden me op vele manieren, zelfs op academisch niveau te beschadigen. George H. Bush zorgde er persoonlijk voor dat ik op een zwarte lijst werd geplaatst nadat ik over zijn Orde had geschreven, waardoor mijn boek razendsnel uit de schappen van de bekende boekenwinkels verdween, uitgeverijen sloten hun deuren. Ik zag de macht waar ik al die jaren over geschreven had, maar ze hebben mij nooit het zwijgen kunnen opleggen. Het is bovendien opvallend dat ze mijn uitspraken nooit in het openbaar durfden te ontkennen. Bonesman William Buckley noemde mij een stommeling en Glen Campbell, voormalig president van het Hoover Instituut noemde me onlangs een probleem. Ik denk dat mijn werken succesvol zijn geweest.

 

'I was thrown out of the Hoover Institution by the CIA types...

I am definitely persona non-grata.

Director Glenn Campbell actually threatened me: "you will not survive".'

— Onderzoeker Antony C. Sutton in het Kris Millegan interview, 1 Juli 1999.

 

Onderzoeksjournalist Ron Rosenbaum vermeldt soortgelijke ervaringen. Halverwege jaren zeventig, toen hij zijn informatie over de Orde verzamelde, raakte hij op het terrein voor de Bones-tombe met enkele leden in discussie, waarbij ze hem lieten weten, de Orde niet al te dicht te benaderen. In zijn artikel schrijft Rosenbaum; één van hen vertelde me, met wat leek op dodelijke ernst, dat er anders represailles tegen me zouden kunnen worden ondernomen, ja represailles. Hij vroeg mij; bij welke bank lopen uw rekeningen. Toen ik de naam van de Bank noemde, antwoordden zij; aha...daar zitten drie van onze leden in de raad van bestuur, en verder;

'The alumni still care. Don't laugh. They don't like people tampering and prying. The power of Bones is incredible. They've got their hands on every level of power in the country. You'll see - it's like trying to look into the Mafia. Remember, they're a secret society, too.' — Ron Rosenbaum, Esquire Magazine - September, 1977.[2/12]

George Walker Bush

President George W. Bush toont tijdens een reünie op Yale het handgebaar dat bekend staat als het eren van de gehoornde God.

- Reuters Press, 2001 -

'My senior year I joined Skull and Bones, a secret society, so secret I can't say anything more.'

— George W. Bush, bevestigd in zijn 1999 campagne-autobiografie, 'A Charge to Keep', met één enkele regel voor het eerst zijn lidmaatschap.

 

 

 

De Bonesmachine


De Orde heeft altijd een belangrijke positie binnen de Amerikaanse gerechtelijke macht weten te dienen, met name de familie's Lord, Taft, Davies en Bundy wisten door de eeuwen heen bijzonder veel rechters en advocaten af te leveren. De eerste in de rij was de mede-oprichter van de Orde, Alphonso Taft, hij werd later Minister van Oorlog en Justitie en was de zoon van William Howard Taft, de enigste Amerikaan die zowel President als Opperrechter is geweest.

De onderzoekers P. Goldstein en J. Steinberg vermelden, dat de Orde in totaal acht advocatenkantoren heeft opgezet in Washington DC en nogmaals acht in het financiële district van New York op Wall Street, waarbij ze het goed schijnt af te gaan gezien ze al lange tijd hoog staan genoteerd op de 'Fortune 500' lijst van beste advocatuur in de States, waaronder,

Debevoise Plinpton Lyons & Gates - Simpson Thacher & Bartlett - Gravath Swain & Moore - Covington & Burling - Dewey Ballantine Palmer & Woods - Lord Day Lord - Milbank Tweed Hadley & McCloy - Davis Polk Wardwell.[11A]

 

Thomas Thacher   

Thomas Thacher

  Simson Thacher & Bartlett

 Simson Thacher & Bartlett

 

William M. Barnum

William M. Barnum

Bonesman Thomas Thacher, een kleinzoon van de President van Yale, Jeremiah Day, zou samen met John Woodruff Simpson en Ordegenoot William Milo Barnum het advocatenkantoor Simson Thacher & Bartlett oprichten. Het Bureau is naast Lord Day Lord en Covington & Burling, die meer dan 500 rechtsgeleerden in dienst heeft, een van de grootste internationale advocatenkantoren ter wereld en heeft vestigingen in New York, Los Angeles, Palo Alto, London, Hong Kong, Singapore en Tokyo.

 

Patriarchen komen na hun studie opvallend vaak voor bedrijven te werken waarvan de eigenaar een Boneslid is, of anderzijds houdt de werkgever er bij de Orde wel bijzondere contacten op na. Bonesfamilies steunen elkaar in een gebroedelijke sfeer. Eind 18e verleende ondermeer de Rockefellers financiële steun aan de familie Harriman die daarmee de Amerikaanse spoorweggigant Union Pacific onder hun hoede kregen. De Harrimans schreven vervolgens de gemaakte winsten over op rekening van de City Bank die weer in handen was van de Rockefellers.

Wat jaren later ontstond uit een fusie het bankiersbedrijf Brown Brothers Harriman. De bank waarvan het pand eigendom is van de Rockefellers, heeft zijn naam te danken aan de familieschepen die vroeger het slavenkatoen naar Engeland vervoerden. Bij Brown Brothers waren de belangrijkste functies in handen van Bonesleden, waaronder Harvey Hollister Bundy, die er voor de 2e wereldoorlog als assistent-secretaris werkte onder directeur en Ordegenoot Robert S. Lovett en Prescot Bush die er als managing-partner fungeerde.

De vader van Robert Lovett was in deze periode de president van de Union Pacific en gaf rechterlijke adviezen aan de vader van de oprichter van Brown Brothers, Bonesman Edward R. Harriman. Robert Lovett trad samen met zijn zoon in de voetsporen van zijn vader, gaf eveneens leiding bij de Union Pacific, waarna hij de politiek in dook en werd Secretary of Defence onder President Harry Truman. Daar ontmoette Lovett opnieuw Harvey H. Bundy die als Special Assistant of Defense onder Ordegenoot Henry L. Stimson diende. Het vierde Boneslid in het kabinet van Truman was Artemus Gates. Hij was door Prescot Bush getapt en vervulde tijdens de 2e wereldoorlog de rol van Assistant Secretary of the Navy for Air en deed dat eerder onder president Franklin D. Roosenvelt.

Bones and the White House

 

Bones Business

 

Klik op de afbeelding voor een politiek overzicht.

 

Klik op de afbeelding voor een zakelijk overzicht.

 

 

 

 

 

 

 

bonesvlag

 

Ordelid Irving Fisher (1867-1947) wordt beschouwd als een van de grootste economen van de Verenigde Staten. Fisher stichtte destijds met financiële hulp van de familie Harriman het 'American Eugenics Society' waar hij zichzelf als de eerste president installeerde. Daniel C. Gilman haalde als eerste president van het John Hopkins University, Ordegenoot William H. Welch binnen, een top-pathaloog-anatoom die in 1884 aldaar de 'School of Hygiene and Public Health' oprichtte en vervolgens het 'Institute of the History of Medicine'. Welch werd van beide instituten de eerste directeur. Van 1910 tot 1934 was William Welch de president van het Rockefeller Institute for Medical Research, die vanaf 1965 bekend zou worden als het Rockefeller University Hospital.

 

 

 

 

 

The Rockefeller

University Hospital

www.rucares.org

- Sinds 1901 -

 

William H. Welch

Patriarch William H. Welch.

Bonesman William H. Welch appointed by Bonesman Daniel Coit Gilman

The Rockefeller Chronicle - William H. Welch

 

 

 

CR-CFAR

Columbia-Rockefeller Center

for AIDS research

cpmcnet.columbia.edu/dept/CRCFA

 

 

Rockefeller American Red Cross

www.redcross.org

Rockefeller

 

 

 

Generaal Draper Jr. was voor George Bush Sr. een goeroe omtrent het depopulariseringsbeleid. Tijdens zijn jaren op Fort Detrick wist de generaal President Lyndon B. Johnson er van te overtuigen het US Agency for International Development (US-AID) op te richten, een onafhankelijke organisatie, die voornamelijk in Derde Wereldlanden zowel economisch als humanitaire hulp verleent en waarbij het streeft voor het oplossen van conflicten.

In 1952 stichtte John D. Rockefeller de III onder supervisie van het USAID en met fondsen van het Rockefeller Foundation, het Population Council.[7C] George H. Bush zou als Ambassadeur van de Verenigde Naties samen met John D. Rockefeller Jr. en de zoon van generaal Draper Jr., William H. Draper de III, bijzonder veel moeite doen om de activiteiten van het Population Coucel uit te breiden.

In 1966 stichtte Draper Jr. samen met Robert McNamera en Bonesman McGeorge Bundy het Population Crisis Committee. De organisatie zou zich gaan richten op het beperken van de bevolkingsgroei, waarbij de familie Dupont en Rockefeller een belangrijke rol speelden. Op advies van Draper Jr. zou de administratie van President Lyndon B. Johnson, onder regie van USAID, zich gaan bezighouden met geboortebeperking in de tropische landen en het controleren op naleving daarvan. [7C] Bonesman William Draper de III, zou halverwege jaren tachtig als vice-voorzitter fondsen werven voor de presidentscampagne van George H. Bush en leiding geven aan de World Eugenics Movement. Toen George H. Bush in het Witte Huis werd geinstalleerd, werkte Draper de III voor de Verenigde Naties waar hij zich bezighield met depopulariserings-activiteiten.[7C]

Vandaag de dag financieren de foundations van Rockefeller en Ford alle top-projecten op het gebied van de eugenetica. Het Rockefeller Foundation is de hoofdsponsor 'Public Relations' voor de Verenigde Naties Drastic Depopulation Program. De auteurs Steven Ransom en Phillip Day constateerden dat van de vijftien hoofdsponsors die in Juni 2000 de AIDS conferentie van Durban financierden, elf van hen afkomstig waren uit de pharmaceutische industrie en andere organisaties waaronder het Ford Foundation, die bekend staan om hun directe betrokkenheid omtrent het depopulariserings-beleid.[12B]

 

 

 

De Foundation network


Patriarch Daniel C. Gilman incorpereerde het General Education Board waarna het verder ging als het Rockefeller Foundation. Gilman was eerder ook de incorporator van de Russel Trust en het Carnegie Institute, waar ook Ordegenoten Andrew
Dickson White en Frederic A. Delano bij betrokken waren. Delano was een oom van voormalig president Franklin Delano Roosevelt en de incoporator van het Brookings Instituut en het Carnegie Endowment for International Peace. Hij maakte verder deel uit van de Board of Governors van de Federal Reserve in New York. Zijn zwager was de oprichter van het invloedrijke advocatenkantoor Covington and Burling in Washington DC.
[12A]

Gilman was destijds ook betrokken bij de oprichting van het Slater, Peabody en het Russell Sage foundation, waarvan de laatste zich met name heeft gespecialiseerd in het ontwikkelen van sociale programma's. Het Russel Sage was door Gilman samengevoegd met de Cleveland H. Dodge, destijds onderdeel van de Rockefeller City Bank. Zo juist vermelden staan nauw in verbinding met de Federal Reserve System en de CIA. [12A]

Veel foundations zijn naar invloedrijke Bonesleden vernoemd en/of door henzelf opgericht. Je komt hun namen in de Verenigde Staten en daarbuiten tegen bij openbare gelegenheden, instellingen en instituten zoals het George Bush Presidential library and Musseum, het Whitney's Museum of American Art, het Boyce Thompson Southwest Arboretum, de Phelps Memorial Hospital Center, de Perkins University, de W. Averell Harriman Institute for the Advance Study of the Soviet Union enz...

 

 

 

Draper Richards Foundation

www.draperrichards.com/history


[ 10:50 ] [ 28/9/2005 ] [ 51 Comments ] [ Post Comment ] [ Link ]


Hosting door HQ ICT Systeembeheer