Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Dissident 2.0

Sociaal en nationaal: een nationaal-revolutionaire kraakbeweging

Posted in Unspecified
Image Hosted by ImageShack.us

Casa Pound is een Romeins kraakpand dat deel uitmaakt van een bredere Italiaanse nationaal-revolutionaire kraakbeweging: de Occupazione Non Conforme [2] (ONC) en de Occupazione a Scopo Abitativo [3] (OSA). Casa Pound mag dan nu wel het uithangbord zijn van die beweging, maar het was niet het eerste kraakpand in Rome. Het werd gesticht in 2003 door de groep die een jaar eerder al Casa Montag [4] had gesticht. Casa Pound (Via Napoleone III) en Casa Italia (Via Lima) houden zich vooral bezig met sociale activiteiten, terwijl Casa Montag (Via Tiberina) en Foro 753 (Via Capo d’Africa) zich vooral bezig houden met culturele en sportieve activiteiten. De eerste twee zijn OSA. De laatste twee zijn ONC.


Con usura


Casa Pound is een gebouw van zes verdiepingen in het hart van Rome. Het gebouw behoort toe aan de staat en heeft vroeger nog onderwijskantoren gehuisvest. De gekozen benaming verwijst naar een van de grootste modernistische dichters van de 20ste eeuw, Ezra Pound, bijgenaamd “il poeta contro l’usura” of “de dichter tegen de woeker”. Casa Pound is al enkele jaren een doorn in het oog van zowel de communistische linkerzijde als de liberalistische rechterzijde. Het “gezicht” van Casa Pound is Gianluca Iannone alias Sinevox die daarnaast bekend is als zanger van de groep Zetazeroalfa. Casa Pound is allesbehalve een ideologisch getto, maar juist een vrijplaats en een ontmoetingsplaats voor militanten en sympathisanten uit verschillende organisaties, uit binnen- én buitenland. In de kelder van Casa Pound is de Bunker Noise Studio gevestigd. Italië heeft immers een van de oudste en beste alternatieve muziekscènes van Europa. Een der bekendste artiesten van de Musica Alternativa is de veel te vroeg gestorven Massimo Morsello, wiens portret in de kelder hangt.


Aan Ezra Pound wordt onder andere het idee ontleend dat vrijheid niets betekent als ze niet de vrijheid van schuld betekent. Daarnaast wordt aan Alessandro Pavolini onder andere het idee ontleend dat de eigendom van een huis een recht is. Punt 14 van het Manifest van Verona: “Wat het huis betreft, geldt niet alleen een eigendomsrecht, maar een recht op eigendom”[6]. Maar Pound beschrijft ook hoe het eigendomsrecht tot nu toe eigenlijk een rookgordijn is geweest. Het mag immers in theorie niet schadelijk zijn voor de veiligheid, de vrijheid, het bestaan of de eigendom van anderen. Het is dat in de praktijk maar al te dikwijls! Dat geldt voor Rome, Italië, Europa en de rest van de wereld. Pound schrijft in zijn economische essay “What is money for?” dat “de verdomde 19de eeuw weinig anders [toont] dan de schending van deze beginselen door de demoliberale usurocratie”. Het ene misbruik van het eigendomsrecht (kapitalistische diefstal) lokt volgens hem het andere misbruik (communistische diefstal) uit. Beide zijn voor hem antinationale en antisociale neigingen die krachtig moeten worden bestreden in een sociaal rechtvaardige staat. Pounds besluit luidt: “WOEKER is de kanker van de wereld. Alleen het chirurgische mes van het fascisme kan die kanker uit het leven van de naties snijden”.


Case popolari


Enkele jaren geleden werd beslist de case popolari[7] te privatiseren. Het vastgoedpatrimonium uit de Ventennio (het twintigjarige bewind van Mussolini) werd verkocht aan banken en multinationals. De bewoners werden op straat gezet met een schamele vergoeding. Daarbovenop kwamen nog eens de hoge huurprijzen waardoor velen onder hen zich gedwongen zagen om het groeiende leger daklozen te vervoegen. Terwijl het stadsbestuur ondertussen gratis openbare gebouwen ter beschikking van vreemdelingen stelde en honderden andere gebouwen liet verkommeren om hen nadien te verkwanselen, werden Italiaanse families aan hun lot overgelaten. De krakers beslisten toen dat hun armste volksgenoten moesten worden georganiseerd en verdedigd. Het aantal families dat aldus opgevangen wordt in de verschillende kraakpanden, schommelt in de loop der jaren. Vorige zomer waren het er negentien voor Casa Pound alleen, maar in december is er een nieuw Casa Pound Latina (Viale XVIII Dicembre) bijgekomen. De prioriteit van de krakers gaat uit naar lichamelijk gehandicapte daklozen.


Pound vond dat Mussolini inzake monetarisme en corporatisme op goede weg was, maar dat hij nog niet ver genoeg ging daarin. De strijd die Mussolini leverde vóór de nationale autarchie en tégen de internationale plutocratie – o.a. door de nationalisering van het bankwezen – wekte bij Pound een vurige bewondering op. De rampzalige Europese Broederoorlogen van de 20ste eeuw waren volgens de dichter niets anders dan een voortzetting van de eeuwenlange strijd tussen de woekeraar en de rest van de mensheid: de woekeraar tegen de boer, de woekeraar tegen de arbeider, enz. De oorsprong van die strijd gaat volgens hem op zijn minst terug tot de stichting van de Bank of England[8]. Dat was ook de boodschap die hij verkondigde in de uitzendingen van Radio Roma tijdens de oorlogsjaren en die hem later duur kwam te staan. Pound werd eerst wekenlang opgesloten in een stalen kooi en vervolgens als een geestelijk en lichamelijk gebroken man geïnterneerd. Toen hij in ’58 vrijkwam, keerde hij terug naar Italië en sprak hij de beroemde woorden: “America is a lunatic asylum”.


Repubblica Sociale Italiani


De kameraden in Italië zijn niet toevallig aanhangers van de Italiaanse Sociale Republiek (RSI) van ’43 die gebroken had met het “verburgerlijkte” en “verbureaucratiseerde” fascisme van de jaren ‘30. De RSI was in feite een terugkeer naar de “socialistische” essentie van het fascisme. Men kan daar smalend over doen, maar men kan niét om de figuur van Nicola Bombacci heen. Bombacci – bijgenaamd “il communista in camicia nera”[9] – was een van de stichters van de Italiaanse communistische partij en was in de jaren ‘30 geleidelijk aan een bewonderaar van Mussolini geworden. Pas in ‘43 – toen de oorlog voor Italië al een verloren zaak was – werd hij lid van de PFR (opvolger van de PNF). Hij wou zijn vaderland behoeden voor de invasie van het Anglo-Amerikaanse kapitalisme en vond dat het fascisme de enige kracht was die daartegen streed.


De landing op Sicilië en dus de “bevrijding” van Italië werden in New York voorbereid met de medewerking van de gevluchte maffiabaas Lucky Luciano. Als gevolg van de “bevrijding” werd de maffia – onder Mussolini gekortwiekt – in haar oude rol hersteld met alle verregaande gevolgen van dien. Ook werd de top van de naoorlogse communistische partij vooral bevolkt door ballingen en niet door partizanen. Tot op heden is er dus nog niet bijster veel veranderd in de werkwijze van de profeten van “democratie” en “vrije markt”. Ze steunen nog steeds op misdaadnetwerken en misdaadgeld. Een sterke maffia en een zwakke staat vormden aldus de voedingsbodem van de latere “strategie van de spanning” (zie: infra). Als hedendaagse casus van een dergelijke deep state wordt algemeen naar het leger in Turkije verwezen. Ongetwijfeld is het in het “Vrije Westen” allemaal véél doorzichtiger en véél democratischer…


Anni di piombo

Het zou te kort door de bocht zijn om de Ventennio als één monolithisch geheel te beschouwen. De “linkse” elementen uit het manifest van de Fasci di Combattimento werden in de jaren twintig overschaduwd door de vrees voor een burgeroorlog of een revolutie naar Russisch voorbeeld. Het fascisme genoot daarom sterke bijval bij de (niet-kapitalistische) middenklasse. In de tweede helft van de jaren twintig verwierven de fascisten echter de absolute meerderheid en zo kon het liberale beleid van het gemengde kabinet in meer sociale en nationale zin worden geheroriënteerd. In ‘43 drukte Mussolini nog zijn spijt uit voor de compromissen en concessies die hij voordien had moeten sluiten. Hij drukte de wens uit dat de RSI zou terugkeren naar het oorspronkelijke fascisme. De jongeren die in de nadagen van het fascisme vrijwillig de Brigate Nere[10] vervoegden, die de eer boven de schande verkozen en de weg en het offer van de RSI boven de capitulatie en de lafheid vormden niet alleen een generationele, maar ook een existentiële breuklijn binnen het fascisme. Zij hebben door hun zelfopoffering en doorzettingsvermogen het verraad van de legerleiding en de schande van haar nederlagen doen verbleken. Het is de vlam van dat “republikeinse” of “linkse” fascisme die tot op heden is blijven branden. Het “rechtse” fascisme van de MSI-AN was de eerste om kort na de Koude Oorlog zijn kazak te keren. De enige rol die de geallieerde bezetters in het naoorlogse Italië voor het (post)fascisme weggelegd zagen, was immers weggevallen: het anticommunisme.


De specifieke context van de “Bevrijding” en de Koude Oorlog lag aan de basis van een gewelddadige strijd en allerlei duistere machinaties om de controle over de binnen- en buitenlandse politiek. De “strategie van de spanning” en de “theorie van de tegengestelde extremen” moesten bij het brede publiek de valse indruk wekken dat het terrorisme louter een zaak van ontspoorde communisten en fascisten was. De werkelijkheid was anders, want het terrorisme werd gemanipuleerd van hogerhand. De “strategen van de spanningen” waren: oud-partizanen, maffiosi, vrijmetselaars[11], partijbonzen[12] en binnen- en buitenlandse inlichtingendiensten[13]. De inzet van de strijd waren: o.a. de ideologische nivellering en de verzoening van christen-democraten en communisten, de uitschakeling van de voorstanders van een presidentieel regime naar gaullistisch voorbeeld, evenals van de voorstanders van een pro-Arabische buitenlandse koers[14]. Sinds Operatie Schone Handen is het establishment grondig hervormd, maar de waarheid over de “loden jaren” zal waarschijnlijk nooit volledig gekend zijn. De geïnteresseerde lezer verwijs ik door naar het werk Nos belles années de plomb. La droite radicale dans l’orage de la lutte et de l’exil van Gabriele Adinolfi. Maar ondanks die bewogen halve eeuw brandt de (driekleurige) vlam onverminderd bij Forza Nuova en Fiamma Tricolore.


Resta sveglio


De uitvallen naar de dictatuur van de woeker en de winst zijn terecht radicaal. Internationale instellingen, multinationale ondernemingen, nationale regeringen, partijen, lobby’s, loges, banken vormen de belangrijkste pijlers van die dictatuur. Tegenover het tot planetaire en totalitaire proporties opgeblazen liberalisme en zijn atomaire consumptiemaatschappij stellen de hedendaagse squadristi een “communautaire” en “legionaire” levenswijze. Tegenover de opgedrongen valse rolmodellen van yuppie, burger, individu, enz. stellen zij de vergeten echte rolmodellen van arbeider, boer, soldaat, priester, enz. Vita est militia. Mussolini en Gentile stelden al dat de fascist het comfortabele leven hoorde te verachten. Codreanu bedoelde niets anders toen hij stelde dat zijn gardisten zich pas met de tekortkomingen van hun volk bezig mochten houden, als ze éérst met hun eigen tekortkomingen hadden afgerekend.


Pound wou via zijn poëzie en proza de wereld duidelijk maken hoe achter het rookgordijn van de “democratie” de kille werkelijkheid van de oligarchie, de plutocratie, de dictatuur schuilgaat die alle domeinen van ons leven corrumpeert en manipuleert. Naast de grote dichter zijn ook vele andere ogenschijnlijk zeer uiteenlopende persoonlijkheden prominent aanwezig in de metapolitieke strijd: o.a. Julius Evola, Eva Peron, Yukio Mishima, Geronimo, J.R.R. Tolkien en Tyler Durden. Films met een hoge cultstatus zijn: o.a. The Matrix, Fight Club en V for Vendetta. De boodschap van dat alles is: Resta sveglio, blijf wakker! “Naast de grote stromingen van deze wereld bestaan er nog mensen die verankerd zijn in de ‘onbeweegbare gronden’ […] Deze harde kern handelt niet: zijn taak beantwoordt aan de symboliek van het ‘eeuwige vuur’. […] Het zijn de ‘wakers’, de egrègoroi”[15].


Dux et Artifex


De aandacht voor kunst en cultuur is uiteraard niet toevallig, omdat het fascisme ontstaan is uit politieke en artistieke avant-gardestromingen. Mussolini verhief politiek tot kunst volgens Pound. De Duitse expressionistische dichter Gottfried Benn vatte het fascisme niet toevallig in drie vormen samen en dus niet in ethische, maar in esthetische categorieën: “Het zwarthemd in de kleur van de verschrikking van de dood, de strijdkreet a noi en het strijdlied Giovinezza”[16]. Net als diens grote voorbeeld, de futurist Marinetti, benadrukte hij het primaat van de stijl, de vorm en de staat in het fascisme. Dikwijls wordt daaruit verkeerdelijk het besluit getrokken dat het fascisme slechts een oppervlakkig esthetisch karakter heeft. Armin Mohler schrijft dat esthetiek “is afgeleid van het Griekse woord ‘aistanestai’ dat dicht bij het woord ‘waarnemen’ en ‘beschouwen’ staat. Een ‘esthetisch gedrag’ in een strenge woordzin bestaat dus in de weigering om van abstracties, om van een ‘systeem’ naar de werkelijkheid te gaan. Het wil dus de wereld niet in een vooraf bepaald schema duwen, maar wenst alleen maar waar te nemen wat er is”[17].


Mutuo Sociale


De eisen van de kraakbeweging hebben ondertussen vorm gekregen in een concreet politiek programma van Fiamma Tricolore dat Mutuo Sociale[18] heet. Mutuo Sociale wil via sociale leningen en sociaal krediet de eigendomsverwerving op een rechtvaardige manier tot stand brengen. Het ijvert voor de oprichting van een Regionaal Instituut voor de Sociale Lening (RISL) dat geen winstoogmerk heeft en moet voorzien in de bouw van nieuwe woonwijken op mensenmaat met betaalbare woningen. De woningen moeten volgens de traditionele “bio-architectuur” worden gebouwd met vernieuwende technologieën op het vlak van hernieuwbare energiebronnen. Om de bouwkosten te drukken zullen openbare terreinen, jonge architecten en universitaire instellingen voor architectuur en urbanisme aangesproken worden. Het RISL moet zo noch de terreinen, noch de belastingen, noch de concessies, noch de projecten betalen. In eerste instantie zal de financiering gebeuren door regionale en Europese fondsen en door publieke urbanistische programma’s. In tweede instantie zal ze gebeuren door de terugbetaalde sociale leningen en de verhuur van commerciële lokalen in de nieuwe woonwijken. Zo zou het mogelijk moeten worden degelijke woningen van 100 m2 te bouwen tegen een prijs van 100.000 euro. Maar het laat vooral toe de woningen te verkopen tegen hun werkelijke kostprijs, namelijk die van de grondstoffen en de arbeid.


De verworven eigendom van een woning heeft een permanent karakter. Het stelsel van sociale lening beschermt de woningen tegen alle mogelijke misbruiken. De woningen kunnen niet worden herverkocht, verhuurd, gehypothekeerd, geconfisqueerd, enz. Gezien het permanente karakter van de sociale lening komen alleen Italiaanse families die al vijf jaar in de regio van het betreffende bouwproject wonen ervoor in aanmerking. De anderen moeten zich behelpen met de bestaande sociale bijstand. Als een familie die van een sociale lening geniet volledig werkloos zou worden, dan wordt de afbetaling van de woning tijdelijk stopgezet. De familie zal dan worden bijgestaan door een maatschappelijke werker van het RISL. Alleen als zou blijken dat de familie een valse verklaring heeft afgelegd over haar werkeloosheid, verliest ze haar eigendomstitel en wordt de woning aan een andere familie toegekend. Het stelstel wordt zodanig georganiseerd dat het wordt onttrokken aan het bank- en vastgoedwezen. Van woeker en speculatie is dus geen sprake meer.


De mooie droom van de grote dichter leeft voort en begint stilaan vorm te krijgen. Al is de weg van plutocratie naar autarchie nog lang… Op 28 april zullen de gevallen helden in onze gedachten zijn!


Frederik Ranson
Commilito NSV!-Gent


Verwijzingen

http://www.casapound.org
http://www.crocemaestrale.org/casapoundlatina.htm
http://www2.demorgen.be/promoties/poezie.iframe/boek.html?nr=19
http://youtube.com/watch?v=_EnUmstbKv8
http://www.zetazeroalfa.org
http://www.zetazeroalfa.org/art12.html
http://www.myspace.com/zetazeroalfa
www.loradellaverita.org
http://www.mutuosociale.org
http://www.zentropa.info

——————————————————————————–

[1]Er zal geen onderscheid worden gemaakt tussen de termen “fascisme” en “revolutionair nationalisme”. Degenen die zich laten inspireren door het “linkse” of “republikeinse” fascisme laten zich dikwijls ook inspireren door het revolutionaire nationalisme en vice versa. Tevens moet benadrukt worden dat revolutionair nationalisme – hoewel het élk racisme en élk imperialisme resoluut verwerpt – een felle tegenstander is van de opgedrongen Melting Pot en American way of Life. Het beste bewijs ervan is overigens dat het géén exclusief Europees verschijnsel is. Om maar te verwijzen naar een van zijn belangrijkste theoretici: Jean Thiriart had goede contacten met o.a. Peron in Argentinië, Nasser in Egypte en zelfs Zhou-Enlai in China. Thiriarts invloed was ook groot in Italië, maar dan vooral in fascistische kringen buiten de MSI: Giovane Europa en Movimento Studentesco Europeo. Er is – voor wie het nog niet door zou hebben – niets dat verder van dit nationalisme staat dan het (micro)nationalisme, het (neo)conservatisme en het (neo)liberalisme van de (partijpolitieke) Vlaamse Beweging.
[2] Non-conformistische Bezettingen.
[3] Bezettingen met Huisvesting als Doel. Het letterwoord betekent ook “durf”.
[4] Genoemd naar Guy Montag, de held uit de SF-roman Fahrenheit 451 van Ray Bradbury.
[5] Het volledige eerste vers van Canto XLV luidt voluit: “Con usura nessuno ha una solida casa”. In het Engels: “With usura hath no man a house of good stone”.
[6] http://www.voxnr.com/cc/d_italie/EEVpFZAppycxkXMaqo.shtml (Manifest van Verona).
[7] Volkse huizen.
[8] In zijn werk steeds “Stank of England” genoemd.
[9] De communist in het zwarthemd.
[10] Zwarte Brigades.
[11] Propaganda Due (P2).
[12] Giorgio Almirante van de MSI gaat in dezen ook niet geheel vrijuit. Zo is het aan zijn manoeuvres te danken dat Romeinse fascisten de leiding hebben verloren over de studentopstand van ’68. Zij kwamen samen met socialisten op voor studentenvertegenwoordiging. In Rome werden auditoria bezet, waar teksten van o.a. Evola werden voorgelezen. De fascisten genoten onder hun medestudenten alom respect, omdat ze steeds de zwaarste gevechten met de politie leverden. Almirante zag echter zijn eigen jongerenorganisatie afkalven en stuurde zijn knokploeg uit om het “zwartrode” blok uit elkaar te slaan… Het gevolg was uiteraard dat de fascisten in de studentenbeweging die ze gecontroleerd hadden totaal gediscrediteerd en gemarginaliseerd werden.
[13] De voornaamste buitenlandse inlichtingendiensten terzake waren de Britse, de Amerikaanse en de Israëlische. Lapidair gesteld waren er volgens Adinolfi bij de “strategen van de spanning” twee rivaliserende facties met betrekking tot het communistische vraagstuk: enerzijds de Bilderberg Groep en de Amerikaanse diplomatie en anderzijds de Trilaterale Commissie en de CIA. De eerste was voor de autoritaire oplossing van een presidentieel regime. De laatste voor het compromis en de dialoog tussen de DC en de PCI. In ‘76 werd de sterke man van de Bilderberg Groep, prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld, echter verzwakt door het Lockheed-schandaal. Het evenwicht kantelde definitief in het voordeel van de laatste factie. De zionistische havik Michael Ledeen was de grote stokebrand van de CIA in Italië. Wat vroeger (vals) “anticommunisme” heette en nu (vals) “antiterrorisme” heet, is in werkelijkheid onvervalst amerikano-zionistisch imperialisme!
[14] Bekende politieke moorden waren die op Enrico Mattei en Aldo Moro. Beiden waren voorstanders van een pro-Arabische koers.
[15] EVOLA, J., Révolte contre le monde moderne. L’Age d’Homme, Lausanne, 1991, p. 426.
[16] MOHLER, A., De fascistische stijl. In: TeKoS, 2006, jg. 26, nr. 4, p. 7.
[17] Ibid.
[18] Sociale (renteloze) lening.

14:08 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


“De industriële samenleving en haar toekomst” door Theodor Kaczynski

Posted in Unspecified

Inleiding

1. De Industriële Revolutie en de gevolgen ervan zijn rampzalig geweest voor de mensheid. Ze hebben in ruime mate de levensverwachting verhoogd van degenen onder ons die in de ‘ontwikkelde’ landen leven, maar ze hebben de samenleving ontwricht, het leven zijn voldoening ontnomen, de mensen onderworpen aan vernederingen, alom tot geestelijk lijden geleid (in de Derde Wereld ook tot lichamelijk lijden) en grote schade aangericht aan de natuur. De voortschrijdende ontwikkeling van de technologie zal de toestand alleen maar erger maken: het is wel zeker dat de mensen onderworpen zullen worden aan nog grotere vernederingen en dat de natuur nog meer schade zal ondervinden; daarnaast is het waarschijnlijk dat maatschappelijke ontwrichting en geestelijk lijden verder zullen toenemen; bovendien zal wellicht ook het lichamelijk lijden verergeren, zelfs in de ‘ontwikkelde’ landen.

2. Het industrieel-technologisch systeem kan overleven of ten onder gaan. Als het overleeft, KAN het op den duur het fysiek en psychisch lijden verminderen, maar dan alleen na een pijnlijke periode van aanpassing, en alleen als mensen en vele andere levende organismen voorgoed worden gereduceerd tot stukjes techniek, tot niet meer dan radertjes in de sociale machine. Bovendien, als het systeem overleeft, zijn de gevolgen onvermijdelijk: het systeem kan niet worden verbeterd of aangepast om te voorkomen dat het mensen van hun waardigheid en autonomie berooft.

3. Ook als het systeem instort, zal dat bijzonder pijnlijke consequenties hebben. Maar naarmate het systeem groter wordt, zullen de gevolgen van een ineenstorting rampzaliger zijn. Als het instort, kan dat dus maar beter zo snel mogelijk gebeuren.

4. We pleiten dan ook voor een revolutie tegen het industriële systeem. Deze revolutie kan gewelddadig of geweldloos zijn, een uitbarsting of een geleidelijk proces van enkele decennia. Dat kunnen we niet voorspellen. Maar we geven wel in grote lijnen aan wat voor maatregelen degenen die walgen van het industriële systeem moeten treffen om de weg te bereiden voor een revolutie tegen dit type samenleving. Dit moet geen POLITIEKE revolutie worden. Het doel is niet om regeringen omver te werpen, maar om de economische en technologische basis van de huidige maatschappij te gronde te richten.

5. In dit artikel besteden we aandacht aan slechts enkele negatieve ontwikkelingen die voortkomen uit het industrieel-technologisch systeem. Andere ontwikkelingen stippen we alleen aan, of laten we geheel buiten beschouwing. Dat betekent niet dat we die ontwikkelingen onbelangrijk vinden. Om praktische redenen moeten we ons hier beperken tot gebieden die onvoldoende aandacht hebben gekregen, of waarover wij iets nieuws te melden hebben. Er zijn bijvoorbeeld goed georganiseerde bewegingen op het gebied van natuur en milieu. Daarom hebben we weinig geschreven over de afbraak van het milieu of de vernietiging van de ongerepte natuur, ook al vinden we dit zeer belangrijke onderwerpen.


Klik hier voor de volledige tekst:  

13:55 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


“Biotechnologie en biodiversiteit” door Marcel Rüter

Posted in Unspecified
Ons engagement is wezenlijk een inzet voor het behoud van de natuurlijke verschillen, zowel van verschillende soorten als van een zo groot mogelijke genetische gedifferentieerdheid binnen elke soort, maar ook van een zo groot mogelijke verscheidenheid van (inheemse) culturen en religies. Ondermeer vanwege het ontbreken van 100% (wetenschappelijk aangetoonde) zekerheid omtrent het niet ontstaan van ongewenste 'bijwerkingen' als gevolg van toegepaste biotechnologie, kunnen we niet anders dan deze voorlopig in zijn geheel afkeuren.


1 Biodiversiteit


Voor wat betreft de natuur gaat het ons dus om het behoud van een zo groot mogelijke biodiversiteit, niet om de kunstmatige schepping er van. Biodiversiteit wordt door Edward Wilson gedefinieerd als

,,De verscheidenheid van organismen die op alle niveaus wordt verondersteld, van genetische varianten behorend tot dezelfde soort via groepen van soorten tot groepen van geslachten, families en nog hogere taxonomische niveaus; ook inbegrepen is de variatie van ecosystemen. Deze omvat zowel de gemeenschappen van organismen binnen speciale habitats als de fysische omstandigheden waaronder zij leven."

De biodiversiteit verschaft de natuur de middelen om zichzelf optimaal te verrijken en om betere overlevingskansen voor meer levensvormen te scheppen. Soorten, bijvoorbeeld, met een bredere genetische variabiliteitsbandbreedte zijn nu eenmaal beter aangepast en zullen, bijvoorbeeld bij schommelingen van klimatologische waarden zoals de temperatuur, nu eenmaal makkelijker overleven. Biodiversiteit heeft een intrinsieke waarde voor de in stand houding, de rijkdom en de voortgang van het leven.
Dat de biodiversiteit in zekere zin door elke gastronomische daad of gewoonte van een afzonderlijke levensvorm wordt aangetast, is een natuurlijk en onontkoombaar gegeven. Dat dat ook voor de menselijke culinaire en consumentaire handelingen geldt, geeft ons nog geen vrijbrief tienduizenden plant- en diersoorten uit te roeien en tienduizenden andere duurzaam te bedreigen. De clou zit hem namelijk in de balans die over het algemeen aanwezig is. Eten en gegeten worden, maar ook leven en laten leven. Die balans ontbreekt bij de huidige menselijke handelingen volledig.
Uit de intrinsieke waarde die de biodiversiteit heeft voor de natuur volgt de intrinsieke waarde van het bestaan van alle levensvormen samen. Het verdwijnen van een levensvorm ten gunste van een nieuwe is eigen aan het leven. Het verdwijnen van een levensvorm zonder meer is onherroepelijk verschraling. Hieruit volgt dat elke afzonderlijke levensvorm een (andere) intrinsieke waarde heeft, aangezien het verdwijnen zonder meer van elke willekeurige levensvorm in dezelfde mate de biodiversiteit schaadt.
Dit laatste geldt echter niet in alle gevallen. Eén van de uitzonderingen op deze regel van de gelijke biodiversiteitswaarde is natuurlijk het geval van de twee levensvormen waarvan de één meer direct bedreigend is voor het voortbestaan van andere levensvormen dan de ander. Het moge duidelijk zijn dat Homo sapiens de laagste biodiversiteitswaarde op deze aarde heeft en dus, vanuit de optiek van de natuur, node gemist kan worden. Om een bekende spreuk aan te halen: De boom kan prima zonder de mens, maar de mens kan niet zonder de boom. Weinig mensen zijn zich hiervan bewust.
Ten overstaan van de biodiversiteit kunnen we ons als mensen op twee manieren opstellen. We tasten de biodiversiteit nog verder aan of we houden hier onmiddellijk mee op. In het geval we kiezen voor verdere verarming, sluiten we ons aan bij een lange rij oude en nieuwere tradities waaronder die van de volkeren van het boek, de liberaal-kapitalistische, de klassiek- en sociaaldarwinistische, de communistische, de militaristische en, jawel, de groene. Gemeenschappelijke trek in deze verschillende tradities en verantwoordelijke voor de grote kaalslag in de natuur is: het antropocentrisme.


2 Etnische, culturele en religieuse verscheidenheid


Daar de mens een biotisch wezen is, kunnen we zonder veel omhaal stellen dat etnische verscheidenheid een vorm van biodiversiteit is, en dus meedeelt in het hebben van de intrinsieke waarde die biodiversiteit heeft. Gewortelde stammen en volkeren, met hun met de ecosystemen vergroeide culturen, verdienen alle respect als het gaat om het behoud van de biodiversiteit.
De Westeuropese universalistische traditie heeft, in de vorm van kolonialisme en neo-kolonialisme, sinds eeuwen niet aflatend gepoogd alle ecosystemen om te vormen tot win- en delfgebied en hiertoe alle culturen omgevormd tot arbeidvoorzienings- en afzetgebied. Dat dit alleen mogelijk is bij een hoge mate van culturele gelijkschakeling is evident. Wereldwijd klinkt thans de roep van stammen, volkeren en/of hun intellectuelen om deze gelijkschakeling ongedaan te maken, politiek, sociaal, economisch, cultureel. Het is de morele plicht van het Westen deze volkeren hierin bij te staan, de veroorzaakte schade te (helpen) herstellen en de handen er verder van af te houden. Alleen volkeren met aan de ecosystemen aangepaste leefwijzen kunnen duurzaam leven en laten leven. Nog compacter gesteld: ,,You can't have biological diversity without cultural diversity."2
Waar het, ter overleving, in de kern dus om gaat is etnopluralisme en om het behoud van een zo groot mogelijke culturele diversiteit. Daarbij nemen we afstand van of een kritische houding aan ten opzichte van alle, religieus of niet, egaliserende en/of universaliserende proces-systemen en tendensen.


3 Biotechnologie


Ten aanzien van de biotechnologie brengen we verschillende soorten bezwaren naar voren. We zijn ons er van bewust dat de biotechnologie pas aan het begin van een lange en ingrijpende ontwikkeling staat. Bijgevolg staan onze standpunten dat in potentie ook.
Voor wat betreft de niet op mensen toegepaste biotechnologie:
- Genetisch gemanipuleerde organismen die zich ongewild buiten het laboratorium of de broeikas voortplanten zorgen ervoor dat gemanipuleerde genen in de natuur terecht komen die er niet meer uit de destilleren zijn. Bij onbekende 'bijverschijnselen' dus een zuiver waagstuk met grote verantwoordelijkheid.
- Er moet absolute wetenschappelijke zekerheid bestaan over het wel of niet optreden van 'bijverschijnselen', alvorens biotechnieken toe te mogen passen. Voorlopig bestaat dit nog allerminst.
- ...
Voor wat betreft de op mensen toegepaste biotechnologie:
- Het gevaar is reëel dat, na een eerste periode van biotechnologisch experimenteren, elke volgende biotechnologische ingreep noodzakelijk is om ongewenste en/of onvoorziene gevolgen van eerdere ingrepen ongedaan te maken of in minder ongewenste banen te leiden. Zo'n proces van gissen en missen waarbij we steeds meer achter de feiten aan zullen lopen, lijkt als proces voor gentechnici misschien erg interessant, voor de individuele slachtoffers is het de waanzinnigste vorm van gedupeerd worden: onongedaanmaakbaar geslachtofferd zijn door proces- of winstgeile eigenbelangenzoekers.
- Leven en dood, (on)geluk, (on)heil, (on)geduld, (on)tevredenheid, menselijke waardigheid, liefde, familiebanden, het lichaam, ziekte en gezondheid, verantwoordelijkheid, aanspreekbaarheid, ... zullen een andere betekenis krijgen dan de huidige. Het is nog maar de vraag of die nieuwe betekenissen ons gelukkiger of meer mens maken.
- ...
Zonder de lange lijst van argumenten hier neer te schrijven, komen we voorlopig tot een algehele afwijzing van de biotechnologie.


4 Streven: biopluralisme en etnopluralisme


Wanneer we een kritische houding aannemen ten opzichte van het antropocentrisme - deze daad zal de moeizaamste zijn -, en ten opzichte van alle universalistische tendensen en de biotechnologie, dan rest ons nog slechts het herschrijven van de geschiedenis, het herdefiniëren van onze (d.i. van alle levensvormen) huidige toestand en het nemen van de juiste maatregelen die ons (idem) en de Aarde in staat doen zijn te overleven. De mens aanwijzen als massa- en seriemoordenaar en vernietiger van zijn eigen omgeving zal hierin een prominente plaats krijgen. Toch moeten we niet vervallen in het andere uiterste, het biocentrisme. Echter, zonder een radicale herwaardering van de natuur en een relativering van de plaats van de mens daarin zal, om het veelgebruikte beeld nog maar weer eens op te roepen, terwijl we zelf de rails voor ons bezig zijn te vernietigen, de trein inderdaad steeds sneller en stuurlozer voortrazen. Er zijn er al enkelen afgesprongen. Wie volgt?
Hier volgen enkele concrete voorstellen waarbij we ons laten leiden door voordenkers uit de diepte-ecologie als Aldo Leopold, van wie de volgende uitspraak afkomstig is: ,,A thing is right when it tends to preserve the integrity, stability and beauty of the biotic community. It is wrong when it tends otherwise."3
Deze voorstellen houden dus ook een volledige en wellicht pijnlijke breuk in met het Europacentrisme en de mensenrechten- en vooruitgangsapologetiek.
- Intact laten van de biodiversiteit, zodat het leven zich verder natuurlijk ontwikkelt.
- Drastisch inkrimpen van de thans explosief stijgende (wereld)bevolking en vervoersgekte, zodat de natuurlijke wildernis weer plaats krijgt en daardoor natuurlijke ontwikkeling meer ruimte.
- Alle lokale culturen en (natuur)religies intact laten, als eerste door er geen toeristische bezienswaardigheden van te maken, massale 'antropologische' veldwerkstudies te verrichten en exotische buitenverblijven te bouwen.
- Stoppen met alle ontwikkelingshulp, zodat plaatselijke jacht-, veehouderij- en landbouwmethoden weer kans krijgen. Stoppen met het invoeren van monoculturen en bevorderen van de teelt en vervaardiging van streekeigen producten door de zelfstandige lokale bevolking, zodat de plaatselijke natuurlijke diversiteit weer wordt gewaardeerd en kan herleven.
- Omkeren van de migratiestromen, zodat de bevolking in de concentratiecentra weer afneemt en de gewortelde, homogene lokale gemeenschappen wereldwijd hun ecologische functie kunnen behouden of heropnemen.
- Het onmiddellijk ophouden met alle onomkeerbare kunstmatige ingrepen in de natuur, waaronder bioindustrie en (tot nader order) genetische manipulatie, zodat de natuurlijke genetische en soortelijke verscheidenheid intact blijft. Deze houding houdt tevens een afscheid in van het concept agrobusiness. Akkerbouw, tuinbouw en veeteelt moeten over alle sectoren en in al hun facetten ecologisch worden.
In deze geest zijn talrijke initiatieven en creatieve uitingen mogelijk en er schuilen tal van grote en kleinere uitdagingen in. Naar ons idee uitdagingen genoeg voor de hele 21ste eeuw.


- MARCEL RÜTER
_____________________

1 E.O. Wilson, Het veelvormige leven, Amsterdam / Antwerpen 1994 (vert. van The diversity of life, 1992), blz 409
2 www.enviroweb.org, november 2000
3 www.earthfirst.org, november 2000

13:51 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


Scriptie over de Nieuw Rechtse stroming

Posted in Unspecified
Nieuw Rechts in Vlaanderen

Het gedachtegoed van het Nieuw Rechtse tijdschrift ‘Teksten, Kommentaren en Studies’ - scriptie door Sofie DELPORTE

Klik hier
voor de tekst.
 

13:47 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


Europees Nieuwrechts Manifest

Posted in Unspecified
Metapolitiek is niet een andere manier van politiek bedrijven. Het heeft niets te maken met een "strategie" om een intellectueel overwicht op te leggen en het heeft al helemaal niet de pretentie om andere initiatieven of mogelijke gedragslijnen uit te sluiten. Het gaat louter uit van de constatering, dat ideeën een fundamentele rol spelen in het collectief bewustzijn en meer algemeen in de hele geschiedenis van de mensen. Herakleitos, Aristoteles, Augustinus, Thomas van Aquino, Ren‚ Descartes, lmmanuel Kant, Adam Smith of Karl Marx hebben ieder in hun tijd door hun werk als schrijver revoluties van beslissende betekenis uitgelokt met een complex verloop, maar waarvan de gevolgen zich heden ten dage nog laten voelen.

De geschiedenis is weliswaar resultante van de wil en de daad van de mens, maar in de praktijk doet hun invloed zich pas gelden binnen het kader van een zeker aantal overtuigingen, geloofsrichtingen en voorstellingen van zaken, waardoor zij een zingeving en richting krijgen. Wij hebben nu de ambitie om aan de hernieuwing van deze sociaal-historische voorstellingen het onze bij te dragen.
Het metapolitiek initiatief voelt zich thans nog versterkt door een beschouwing achteraf over het ontstaansproces van de Westerse samenlevingen aan de vooravond van de eenentwintigste eeuw. Men kan inderdaad aan de ene kant de toenemende onmacht van politieke partijen, vakbonden, regeringen en van het geheel van klassieke organen van machtsverovering en -uitoefening vaststellen, terwijl er aan de andere kant alom sprake is van versneld in vergetelheid geraakte breuklijnen die de moderniteit zo hebben gekenschetst, om te beginnen de traditionele breuk tussen links en rechts. Bovendien zijn we getuige van een ongekende uitbarsting van kennis die zich maar blijft vermenigvuldigen zonder dat men steeds de gevolgen ervan kan overzien. In een wereld waarin gesloten gezelschappen plaats geruimd hebben voor onderling verbonden netwerken, waarin ijkpunten hoe langer hoe vager worden, moet de metapolitiek proberen weer zin te geven aan het bestaan door nieuwe syntheses aan te dragen buiten het politieke steekspel om. Daarvoor moet ze een manier van denken ontwikkelen die vastberaden dwarsverbanden legt en door de studie van alle domeinen van wetenschap en kennis uiteindelijk komt met een voorstel tot een samenhangende en evenwichtige kijk op de wereld. Dat is al dertig jaar lang ons doelwit.
Het voorliggende manifest is er een uiting van. Het eerste deel Stand van Zaken biedt een kritische analyse van ons tijdperk. Het tweede deel Uitgangspunten geeft uitdrukking aan het voetstuk van onze kijk op de mens en onze wereldvisie. Beide vinden inspiratie in een multidisciplinaire benadering die zich niet conformeert aan het merendeel van de hedendaagse erkende intellectuele scheidslijnen.

Tribalisme versus mondialisme, jacobijns nationalisme versus internationalisme, liberalisme versus marxisme, individualisme versus collectivisme, progressivisme versus conservatisme staan inderdaad tegenover elkaar in een identieke zelfgenoegzame logica die geen enkele ruimte laat voor een derde optie. Al een eeuw lang gaat achter het masker van deze kunstmatige tegenstellingen het wezenlijke schuil: de omvang van een crisis die schreeuwt om een radicale vernieuwing van onze denkwijze, onze methode van besluitvorming en onze manier van ageren. Men zal dus op de volgende bladzijden tevergeefs zoeken naar een spoor van voorgangers, van wie we dan slechts de erfgenamen zouden zijn. Wij hebben de vruchten geplukt van allerlei - en zeer verschillende - theoretische verworvenheden uit het verleden. Bij het uitvoerig verkennen van de geschiedenis hebben we nooit geaarzeld die ideeën over te nemen die ons juist leken te zijn, om het even uit welke denkrichting ze afkomstig waren. Deze benadering via dwarsverbanden wekt overigens geregeld de woede op van de waakhonden van het "correcte" denken. Zij willen de ideologische orthodoxie bevriezen om zo nieuwe synthese, die hun intellectueel comfortabele positie bedreigt, lam te leggen.
Van het begin af brengt GRECE immers mannen en vrouwen bijeen die in de stad of het dorp waar ze wonen merkbaar aanwezig zijn en op een even concrete als doorleefde manier willen bijdragen aan de ontplooiing ervan. In Frankrijk en andere landen vormen ze een gemeenschap, waarin wordt gewerkt en gedacht niet alleen door intellectuelen, maar door iedereen die op welke grond ook geïnteresseerd is in de gedachtestrijd. Het derde deel van het manifest, Richtingbepalingen, brengt daarom onze stellingname tot uiting t.a.v. de grote debatten over actuele onderwerpen en onze eigen richtingbepaling m.b.t. de toekomst voor onze volkeren en onze beschaving.

Klik hier voor de volledige tekst 

13:45 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


Nationale crisis deel I, II en III door drs. Alfred Vierling, Marcel Rüter en drs. Mart Giessen in Heemland ‘98/’99

Posted in Unspecified
NATIONALE CRISIS deel I door Alfred VIERLING


Het lange stilzwijgen verbroken

Nu de centrumstroming door de verkiezingen voor de gemeenteraden en de Tweede Kamer in 1998 door de Nederlandse kiezer op een enkele zetel na naar huis is gestuurd, is er in de pers wat meer aandacht voor onderwerpen die voordien taboe waren zoals de volgende. Aandacht voor de knellende werking van recente jurisprudentie op het gebied van discriminatiebestrijding (Rosier proefschrift 1997), waardoor zelfs een politieke groepering zich niet meer mag uitlaten over de inrichting van de samenleving, aldus M. Fennema, aangehaald door Blokker (1998). Ontsporing van Marokkaanse jongeren (rellen in Amsterdam). De verbinding van bevrijdingsbewegingen en dier onderdrukkers met de heroïnehandel middels Turkse huisvaders in Nederland (Bovenkerk en Yesilgöz 1998). De bedreiging die uitgaat van de demografische opbouw in de Europa omringende islamitische landen, maar ook in bijvoorbeeld Kosovo (Huntington 1997). Aandacht voor het fundamentalisme van Milli Görüs (Braam en Ülgez 1997). En een recent aan de Tweede Kamer toegezonden BVD-rapport, waarblijkens "moslimorganisaties een hekel hebben aan de westerse samenleving en integratie in de weg staan". Kenmerkend voor de gesignaleerde problematiek is de reactie van de voorzitter van moskeeën in Nederland op de BVD, volgens wie "de BVD de weigering om te assimileren verwart met de onwil om te integreren. Wij investeren juist veel in (islamitisch/ av) onderwijs."

Het verzuilingsmodel

Hier raken we de quintessens van het minderhedenvraagstuk in Nederland. Anders dan in het omringende buitenland heeft men hier gemeend het aloude verzuilingsmodel, waarvolgens onderscheiden volksdelen in ons land in het verleden als groep werden geëmancipeerd, thans toe te passen op onder andere moslims. Deze 'imperia in imperio' (rijkjes in het rijk) zijn een ontoelaatbare aanslag op een nationale identiteit, een saamhorigheidsgevoel, dat onontbeerlijk is voor het functioneren van een samenleving. Slechts de bezetting door een vreemde mogendheid en de naoorlogse secularisering heeft een nieuwe godsdienstoorlog in Nederland voorkomen, zodat we nu baarlijk kunnen lachen over de moeilijkheden terzake van een oecumenisch Oranjehuwelijk, een familie die onze bevolking nochtans een oecumene met de islam door de strot wil duwen.
De liberalen (vrijzinnig christenen !), de sociaal-democraten (ook al niet ontkerstend) en de christen-democraten denken de nationale identiteit voldoende te kunnen waarborgen door het begrip 'natie' meer op het vlak van democratische en burgerschapsrechten te funderen, dan op dat van etnische of culturele overerving, vergelijk Wallace, professor aan de London School of Economics in het NRC-artikel "Op zoek naar een nieuw nationaal besef" (1998).

Burgerrechten voor wie ?

In ons land nestelen zich bevrijdingsbewegingen en religieuze fundamentalisten, die tot consternatie van nationale overheden en zelfs van enige islamitische landen (zie het BVD-rapport) hier hun acties voorbereiden en hier met heroïnehandel wapentuig verdienen. Maar onze staatkundigen menen deze mensen voldoende met ons te kunnen laten vereenzelvigen door burgerschapsrechten ! Welke eigenlijk ? Voor wie eigenlijk ? Nationalisten mogen in Nederland niet vergaderen, noch hun gedachtengoed uiten op straffe van verbod en celstraf. Milli Görüs mag wel met 40.000 man een militante bijeenkomst houden in de Arena, de Koerden mogen hun schaduwparlement houden, en de Albanezen mogen hier tegen Servië protesteren en wie wat van hun geboorte-explosie zegt, is 'racist'. Volgens het PvdA-rapport "Wisselwerking. Een visie op Interculturaliteit", geschreven door Van Thijn en Patijn, kan men "actief stimuleren dat mensen elkaars verscheidenheid leren begrijpen, aanvaarden en waarderen". Let op: elkaar beter leren kennen betekent hier verplicht beter waarderen ! Om dat af te dwingen wordt 'de ander' middels etnisch voorrangsbeleid voorgetrokken op maatschappelijke posities, iedere autochtone criticus met antidiscriminatie-geboden de mond gesnoerd en kwantitatief 'überfremdet' door een aanhoudend open gulle ontvangst voor nieuwkomers, het ruimhartig asielbeleid.
Volgens Wallace is het 'reactionaire nationalisme' een revanchistische reactie op de globalisering, waarvan immers iedereen die niet over de grenzen handelt, slachtoffer wordt in een toenemende economische tweedeling. Deze verdedigers van een open globalisering, kapitalisten én socialisten, gaan hier samen en miskennen de mogelijkheid, dat sommige culturele normen en waarden niet samengaan, zie ook Van der Zwan "Heeft het socialisme nog toekomst" in S&D (1996). Zij voeden daarmede de tendens dat de mensheid zich niet langer gelukkig voelend in haar eigenheid - zoals die soms cultureel, soms staatkundig tot uitdrukking komt, vervalt tot grenzenloos materialisme, hedonisme en sportocratie (sport als kapstok voor identiteit) als uitvluchten uit een ernstige identificatiecrisis.

De nationale stroming

Als gevolg van de verkiezingsnederlaag is binnen de nationale stroming hier en daar het besef doorgedrongen, dat deze niet alleen verklaard kan worden door externe factoren als de mediale en strafrechterlijke tegenwerking. Onbekwaam partijbestuur, het veelvoud van nationaalgezinde partijen dat aan de kiezer is aangeboden, funest nu juist voor de beeldvorming van een nationale beweging ! , en het gebrek aan een duidelijk uitgedragen ideologie zijn er tevens debet aan; zie artikel 'Partijpolitiek' in dit blad. Als antwoord op de hedendaagse problematiek zijn er binnen de nationaal gezinde stroming wel enige ideologisch verschillende accenten te vinden.
Er is een libertaire inbreng, die vooral oog heeft voor de financiële lastendruk ten gevolge van de migratie, er is een law-and-order benadering, een volksnationalistische en tenslotte een staats­nationalistische benadering. Je zou haast denken dat Nederlanders niet te verenigen zijn in één partij. Wie echter de partijliteratuur naast elkaar legt, wordt juist bevangen door de welhaast volstrekte eensgezindheid aangaande te nemen politieke maatregelen. De concretisering van de diverse ideologieën levert bijkans geen problemen op om te komen tot een gemeenschappelijk program van, zeg, tien punten.

De verschillen benadrukt

Laat ik nu toch eens inzoemen op de ideologische verschillen. Ten eerste worden deze gevoed door grote misverstanden over en weer; blijkbaar werkt de partite verkokering verblindend uit.
Met het staatsnationalisme (Vierling 1985) wordt geenszins gedoeld op een Jacobijnse traditie, maar op een gaullistische benadering, stoelend op een 'contrat social': een sterk centralistisch moreel gezag, dat een unificerend cultuurbeleid uitdraagt, samenvallend met een sterke uitvoerende macht, die evenwel periodiek door referenda naar huis kan worden gestuurd. Hierbij kan men denken aan het Rassemblement pour la République (RPR) in Frankrijk, waarvan de woordvoerders Balladur en Pasqua onlangs met een zeer strikt toelatingsbeleid en uitsluiting van buitenlanders uit de sociale zekerheid (la préférence nationale) een vergaande handreiking hebben gedaan aan Le Pen van het Front National. Het gaullisme staat een streng enkelzinnig assimilatiebeleid voor, iedere legale inwoner van een land moet er in beginsel de staatsburger van worden, maar pas nadat hij zich totaal met de nationale cultuur en de staatsrechtelijke structuur identificeert. Er is geen ruimte voor multiculturaliteit of dubbele nationaliteit. Cultuur en staatsburgerschap kunnen evenwel door ieder individu ongeacht etnische afkomst worden gedragen. Er is geen gevaar voor etnische zuiveringen, maar de staat stelt wel enge grenzen aan de organisatietitel van zijn burgers. Kemalisten (Turkije) gaan zover, dat elke organisatie op grond van godsdienst, etniciteit of sociale klasse wordt verboden of althans ondergeschikt wordt gemaakt aan de staat. De 'Diyanet', het staatsinstituut voor religieuze zaken, beheerst met een enorm budget alle moskeeën !
Met het volksnationalisme wordt volgens het beginselprogramma van de Volksnationalisten Nederland gedoeld op een 'organische' volkssamenleving, gekenmerkt door beweerdelijk eeuwenlang collectief onderbewuste, genetisch verankerde reactiepatronen. Deze 'organische' samenleving blijkt een 'standenmaatschapppij' op te leveren, een meritocratie, waarvan de daadwerkelijke ordening (bij ontstentenis van marktmechanisme ?/av) weliswaar op het subsidiariteitsbeginsel dient te berusten, maar wel zeer statisch is. Hoe voltrekt zich een opwaartse mobiliteit in een 'gildenmaatschappij' ? Bovendien houdt het volksnationalisme vast aan het 'eeuwenlang collectief onderbewuste' en is dus in wezen conservatief. Als een bevolking "eeuwenlang" in de ban is van bijvoorbeeld een theocratie zoals in Tibet, dan moet ze dat dus maar blijven ?
De 'law-and-order'-benadering van de OSL-Stichtingen met Stavast-hoofdredacteur Ego gaat uit van de maakbaarheid van de samenleving door juridisch repressieve middelen. 'Multae leges, mali mores' zeiden de Romeinen al. Als je veel wetten nodig hebt, is het met de zeden blijkbaar slecht gesteld. Ook bij overige nationale kringen zien we een neiging tot geloof in de heilzaamheid van hogere straffen (doodstraf !), een juridische aanpak van verslavingsproblemen, een veelwettelijkheid zonder 'glue of the nation'.
Tenslotte zien we bij de Janmaat-CD deze tendens merkwaardig genoeg gepaard gaan met een economisch libertarisme, een 'survival of the fittest'-ideologie, die deze partij sterk heeft vervreemd van haar achterban in de oude stadswijken, die dan ook vaak SP is gaan stemmen.

Krachten bij het ontstaan van de Nederlandse samenleving

Bovenstaande ideologieën waren niet de bouwstenen tot de vorming van de Nederlandse samenleving; dat zijn socialisme en liberalisme evenmin. De ontstaansgeschiedenis ervan wordt juist bepaald door een strijd tegen een centralistisch staatsgezag te weten de Spaanse Overheid, tegen een staatsdoctrine te weten het katholieke staatsgeloof, tegen een repressief strafrechtelijk instituut (inquisitie) en tegen volkseigen tradities zoals van christenbekeerders tegen germaanse mythologie. Wat overblijft is misschien de zorg over de afdracht van te veel belastingcenten: de tiende penning is inmiddels de zeventig-percentsheffing geworden, met allicht 100 miljard gulden voor de multicul op jaarbasis. Men leze hierover vooral het boek van Ernest Zahn (1989). De Nederlandse samenleving berust op verzuiling, een godsdienstige, later ook politieke souvereiniteit in eigen kring, het eigen gelijk veiliggesteld en beschut tegen anderen. De enige te betalen prijs is die ander zijn eigen tent te gunnen. Interreligieus of intercultureel debat wordt zodoende ontgaan.
De Nederlandse samenleving werd niet gevormd uit een volk, een natie, en was nooit onderhorig aan een eigen 'Obrigkeit'. De overheid mocht slechts uitvoeren wat de stadsregenten en kooplieden, later de zuilbestuurders onderling overeenkwamen. Dit samenlevingsmodel werkt nu fataal uit, omdat de nieuwgekomen culturen de structuur ervan beleven als een interne zwakte van onze samenleving, die zich dan ook niet weert tegen vreemde invloeden.

Nieuwe politieke theorievorming ?

Het is duidelijk dat een nieuwe ideologische theorievorming nodig is met betrekking tot de nieuwe vraagstukken van onze tijd. Hoe om te gaan met een internationaal werkende maffia zoals de Turkse en de Russische ? Hoe ons te redden in een geglobaliseerde economie ? Men kan niet én tegen de euro zijn én tegelijkertijd tegen de globalisering zijn, want Europa heeft hiertegen de euro juist hard nodig. Hoe om te gaan met een jeugd, die 'rootless' is opgevoed en opgeleid zonder geschiedenis of talenkennis, maar wel drugs consumeert ? Hoe om te gaan met virtuele globale communicatie ? Hoe om te gaan met internationale grondstoffen en energiemarkten en milieuvernietiging ? Deze problemen kun je niet oplossen met een regionalisme dat alleen nog maar bestaat in de hoofden van bestuurlijke theoretici.

drs Alfred Vierling


Geraadpleegde en aangehaalde literatuur:

Th. Rosier "Vrijheid van Meningsuiting en Discriminatie in Nederland en Amerika" proefschrift (1997)
B. Blokker "Voor de rechter ermee" in NRC Handelsblad 4 april 1998
F. Bovenkerk en Y. Yesilgöz "De Maffia van Turkije" (1998)
S. Huntington "The Clash of Civilizations" (1997)
S. Braam en M. Ülgez "De Grijze Wolven, een zoektocht naar extreem rechts" (1997)
W. Wallace "Op zoek naar een nieuw nationaal besef" in NRC handelsblad 20 juni 1998
E. van Thijn en S. Patijn "Wisselwerking. Een visie op Interculturaliteit" (1998)
A. van der Zwan "Heeft het socialisme nog toekomst" in S&D mei 1996
A. van der Zwan "Verlicht nationalisme als werkelijke uitdaging voor paars" in S&D januari 1997
A. Vierling "Centrumdemocratisch Beleid ter Bescherming van het Nederlands Staatsburgerschap" (1985)
Beginselprogramma der Volksnationalisten Nederland, juli 1997
E. Zahn "Rebellen, Regenten en Reformatoren" (1989)


NATIONALE CRISIS deel II door Marcel RÜTER

De Nationale Crisis; een reactie

Het deed mij deugd weer eens een artikel (Heemland 11 (1998)) van iemand van de oude garde te mogen lezen, die daarbij ook nog eens een verrassende visie inzake de nationaal-gezinde beweging neerschreef. Drs Alfred Vierling weet mijns inziens een groot aantal juiste snaren te raken voor wat betreft de verkiezingsnederlagen en de verdeeldheid binnen de nationale stroming, en zou hiermee de juiste aanzet kunnen geven tot interne discussies over welke weg men zou moeten bewandelen binnen de nationale stroming en over de wijze waarop. Toch zou ik hierbij ook enige opmerkingen willen plaatsen betreffende Vierlings artikel, daar waar naar mijn bescheiden mening een toch niet geheel juist oordeel dan wel juiste conclusies worden getrokken.

De nationale identiteit in gevaar

Onder de kop 'Het verzuilingsmodel' schrijft Vierling inzake de emancipering van onder andere moslims dat "Deze 'imperia in imperio' (rijkjes in het rijk) zijn een ontoelaatbare aanslag op een nationale identiteit, een saamhorigheidsgevoel, dat onontbeerlijk is voor het functioneren van een samenleving". Als ik het goed begrijp, staat hiertegenover een assimilatie ofwel verregaande integratie van onder andere moslims; maar als toch iets een 'ontoelaatbare aanslag' (Vierling/Heemland 11) op de nationale identiteit betekent, dan is dat wel assimilatie ofwel verregaande integratie van onder andere moslims. Tenzij Vierling, evenals zijn even verder genoemde liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten, de nationale identiteit voldoende denkt te kunnen waarborgen door het begrip 'natie' meer op het vlak van democratische en burgerschapsrechten te funderen dan op dat van etnische of culturele overerving. Daar waar onder andere moslims gaan assimileren in onze samenleving, zal elke vorm van saamhorigheidsgevoel of gemeenschap verdwijnen, daar er alsdan geen sprake meer kan zijn van etnische of culturele overerving en hiermee elke vorm van cohesie binnen zo'n samenleving verder wegkwijnt. De verwijzing verderop in zijn artikel naar de RPR in Frankrijk staaft mijn visie in deze dat ook de RPR een streng assimilatiebeleid voorstaat. Op welke wijze mogen wij ons voorstellen dat "onder andere moslims" (Vierling/Heemland 11) zich totaal met de nationale cultuur en de staatsrechtelijke structuur identificeren. Sterker nog, volgens Vierling, kunnen "Cultuur en staatsburgerschap ... evenwel door ieder individu ongeacht etnische afkomst worden gedragen". Alle Goden nog aan toe !!! Zien we hier niet één van de tendensen en doelstellingen van de globalisering. Cultuur, ongeacht etnische afkomst, zien we hier niet de homogenisering van de wereld, waar geen plaats meer is voor culturele eigenheid. De stelling dat door een ieder 'ongeacht etnische afkomst' eenzelfde cultuur met inbegrip van staatsburgerschap kan worden gedragen, is een ontkenning van culturele en nationale verschillen. Deze universalisatie van de cultuur betekent verlies van eigenheid en zal leiden tot sterven van die cultuur. Een verwijzing naar opkomst en verval van het Romeinse rijk (zie bijvoorbeeld Mommsen "The history of Rome") is hier op zijn plaats, tenzij Vierling ook de cyclische benadering van de historie afwijst en zich openbaart als aanhanger van het moderne Vooruitgangsgeloof en een lineaire visie voorstaat. 'De nivellerende invloed van het westers-liberale moderniseringsproces tast ook het eigen karakter van de natuurlijke en gebouwde omgeving aan' (Couwenberg/Civis Mundi, 4-98).

Ook Vierling's onderdeel betreffende de ' krachten bij het ontstaan van de Nederlandse samenleving' (Vierling/Heemland 11), behoeft naar mijn mening enig tegengas. Hoewel juist is te stellen dat nationalisme evenmin als socialisme of liberalisme, de bouwstenen van de Nederlandse samenleving zouden zijn geweest, kunnen we wel degelijk stellen dat de oorsprong van de Nederlandse samenleving; 'ligt in de premoderne culturen, in de vroeg-Europese culturen' (Couwenberg /Civis Mundi,4-98), in het voorchristelijke Europa. En ondanks het feit dat deze periode - en latere perioden - ook vormen van multiculturaliteit kende, werd deze periode gekenmerkt door een ontwikkelingsgeschiedenis van stadstaten en rijken welke, 'hoewel multi-etnisch, toch wel degelijk etnisch-hiërachisch waren' (Friedman "Transnationalization, Socio-political Disorder and Ethnification as Expression of Declining Global Hegemony") en 'dat zich ook manifesteerde in een pluralisme van rechtsbronnen. Voor verschillende bevolkingsgroepen golden verschillende rechtsstelsels' (Couwenberg/Civis Mundi, 4-98). De ontwikkelingsgeschiedenis van de premoderne, vroeg-Europese, voorchristelijke culturen tot de vorming van de Nederlandse samenleving is een organische ontwikkeling geweest; via het vroegmoderne Europa, waar de eenheid van de staat belichaamd werd in de vorst en de heersende religie waarop ook de legitimiteit van de macht steunde, tot de intrede van de natie-staat in de politieke geschiedenis. De bouwstenen liggen in het geheel van deze ontwikkelingsgeschiedenis en zeker niet speciaal door een strijd 'tegen volkseigen tradities zoals van christenbekeerders tegen germaanse mythologie' (Vierling/Heemland 11, Nationale crisis (1)).

Naar een nieuwe politiek vanuit het gemeenschapsdenken

In de huidige tijd waarin we geconfronteerd worden met de globalisering, onderdeel van het 'Verlichtingsdenken' en gesteund door liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten, is er naar mijn visie maar één antwoord mogelijk: 'gemeenschap'. Gelijk aan de gemeenschap staat de culturele verworteling, geen wortels zonder land, geen cultuur zonder wortels. Hetgeen ook betekent dat de identiteitsbeleving voor elk volk, voor elke cultuur geldt. Ook voor de moslims.
Het mondiale spel van de Vooruitgang heeft geleid tot postmodernisme, politiek correct denken, cultuurrelativisme, ondermijning van traditionele vormen van culturele transmissie, decadentie, enzovoort. Onze opdracht is niet het spel met de ons voorgehouden kaarten mee te spelen, maar de opzet van een nieuw kaartspel, daar het oude ineengestort is. Het betekent dat elke vorm van nationaal denken, identiteitsbeleving, cultuurbehoud, nationalisme, natuurbehoud, milieubescherming, biodiversiteit en herstel van het leefmilieu begint bij het gemeenschapsdenken en het gemeenschapsleven gebaseerd op culturele verworteling.
Het is dan ook van hieruit waar de nieuwe politieke theorievorming begint, en sinds het neerschrijven van zijn artikel heeft Vierling inmiddels persoonlijk en actief mogen meemaken dat die nieuwe politieke theorievorming al reeds in beweging is.

Een nieuwe politieke theorievorming:

die niet pessimistisch mag zijn, geen psychologisch funeste gedachte dat we machteloos zouden zijn;
die de vrijheid van meningsuiting maximaal moet benutten, voor het doorbreken van de zwijgspiraal die doorlopend tegen ons ingezet wordt;
die de dingen bij hun naam noemt, zich niet laat leiden door de ideologie van politieke correctheid;
die zich inzet voor het herstel van de politieke cultuur, voor cultuurherstel in het bijzonder;
die zich inzet voor de verdediging van ons gemeenschapsleven;
waarin diegenen zich organiseren die deze gedachten delen.
Bewust ben ik hier niet in details getreden daar dit - zoals Vierling's artikel ook bedoeld moet zijn - de ruimte laat voor verdere discussie en tevens een intensivering van een nieuwe politieke theorievorming moet opleveren.

J.P.M.Rüter



Korte tussenbalans in de discussie

Nadrukkelijk hebben wij als redactie naar aanleiding van het uitdagende artikel van Vierling in de vorige Heemland de lezers opgeroepen mee te discussiëren, waarvan bovenstaande reactie van Rüter de eerste is. We hopen dat anderen ook hun inbreng gaan leveren. Op Vierling met zijn onverbloemde voorliefde voor staatsnationaal politiek-juridisch denken is mede op ons verzoek bovenstaand weerwoord van de redacteur van SOS (Studie, Opbouw en Strijd) verschenen. Rüter staat in de traditie van de conservatieve stroming die hecht aan een politiek geënt op de cultureel gevormde gemeenschap in een ontwikkelingsproces van eeuwen met inbegrip van de etnische bepaaldheid die daar deel vanuit maakt. Ondanks hun verschillende uitgangspunten maken beiden zich zorgen om onze toekomst en willen ze werken aan een nieuwe politieke theorie, waarbij Vierling vraagstukken aanreikt en Rüter voorwaarden stelt.
Duidelijk is dat om nader tot elkaar te komen ten aanzien van de doelstellingen van een nationaalgezinde beweging in Nederland grondig overleg vereist is. Van de zijde van de redactie beklemtonen wij dat voor een ernstig antwoord op de hedendaagse maatschappelijke problemen aan het adres van het politieke establishment eveneens een sociaal-economische visie zeer gewenst wordt.

De redactie Heemland

NATIONALE CRISIS deel III door drs. Mart GIESSEN

De Nationale Crisis; Beschouwing der Discussie

Zoals U bekend is, wil het tijdschrift Heemland een partij-onafhankelijk forum bieden voor allen die de nederlandse identiteit, solidariteit en autonomie willen behouden en ontwikkelen. Ook U als lezer wordt uitgenodigd tot deelname aan dispuut en overleg. Uw schriftelijke inbreng of reactie wordt op prijs gesteld. Voor discussie stelt Heemland, als gespreksforum van nationaal-gezinden, ruimte in het tijdschrift ter beschikking.
Met name vraagt de redactie om bijdragen van lezerszijde in de discussie "Nationale crisis"; een discussie die bedoeld is om richting te geven aan een nieuwe politieke beweging in Nederland.

Verschillen in politieke theorie

In deze discussie is het voortouw genomen door Alfred Vierling, die een sterke nadruk legt op een morele aansturing door de Staat of een cultureel-pedagogische autoriteit zoals bij voorbeeld de Académie Française dat doet in lijn met rechtse Franse politieke opvattingen omtrent verregaande culturele assimilatie van immigranten, waarbij hij etnische afkomst slechts van secundair belang acht of zelfs irrelevant. Hij stelt dat door zo'n rigoreus beleid van unificatie aan de overheersende cultuur vanzelf de Europese waarden en normen ingeprent worden zodat ze gelijkgezinde loyale staatsburgers met eenendezelfde cultuur worden.
Marcel Rüter, op zijn beurt, is bevreesd voor dit politieke denken met sturing van bovenaf en wijst erop dat zo'n assimilatiepolitiek leidt tot het verlies van de nationaal-culturele verscheidenheid der europese volkeren en van hun interne saamhorigheidsgevoel op grond van gemeenschappelijk 'organisch' gegroeid etnisch erfgoed. Zo'n besef van gemeenschap op grond van collectieve identiteit zou erdoor verdwijnen, en juist dat besef is essentieel voor het gestalte geven aan een nieuwe politieke beweging die zich wil weren tegen vervlakking, ontworteling en globalisering.

De Staat als ijkpunt is onbruikbaar

Beide auteurs hebben gemeen dat ze hun politiek filosofische verkenningen impliciet of expliciet in de Europese context plaatsen, beseffend dat de mogelijkheden van nationale staten tot het voeren van een volledig zelfstandige politiek door sterke onderlinge economische, militaire en technische afhankelijkheid beperkt geworden zijn. Vanwege deze Europese context is het beroep op én de afkeer van de zelfstandige staat, vooral de Nederlandse Staat, wellicht niet zo zinnig.
Van de concrete Nederlandse Staat valt weinig positiefs te verwachten, noch voor Vierling noch voor Rüter; deze is namelijk buitengewoon verzuild, partijdig, burocratisch, verdoezelend en hautain onvaderlandslievend en atlantisch op een anglo-americanofiele wijze. Maar zelfs de Franse Staat met z'n sterke jacobijnse, cultuur-centralistische traditie heeft niet kunnen voorkomen dat de massa der Noord-Afrikanen in de banlieue van Parijs en andere grote steden allerminst verfranst is en thans in een soort permanente schemeroorlog verkeert met het Franse gezag, niks geen assimilatie, (de toestanden zijn er ernstiger dan in Amsterdam). En van de (supra)statelijke Europese Unie kennen we voornamelijk verkwisting, corruptie en burocratie vanuit haar instellingen.
Om de politieke filosofie voor een nieuwe beweging dannog grotendeels te baseren op theorievorming vanuit een sterke Staat, is - als we dit al zouden willen - onrealistisch. Het zal contraproductief zijn omdat uitgerekend de Staat van een andere intrinsieke mentaliteit en taakopvatting vervuld moet worden, wil het volk, de burgerij weer enig vertrouwen in de overheid kunnen terugkrijgen. Slechts een krachtige politieke verzetsbeweging kan verandering brengen in het denken van de elite over de Staat en tenslotte in het functioneren van de Staat en de elite zelf.

Hoe het verzet te mobiliseren ?

Om veranderingen in het bestel te bereiken is langdurige actiebereidheid vanuit de bevolking nodig; op z'n minst is een permanente verzetshouding noodzakelijkheid tegenover de schijndemocratische dictatuur die ons dagelijks leven thans zozeer bepaalt, terwijl de burger er geen wezenlijke invloed op kan uitoefenen. Te denken valt aan vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid zoals weigeren om rekening te rijden, om huurverhogingen, gemeentelijke belastingverhogingen en dergelijke te betalen. Tot nu toe is zulk spontaan verzet evenwel gestrand op onvoldoende massaliteit en organisatiekracht en bovenal solidariteit. Elke groep staat er steeds weer alleen voor; echte volksgemeenschapszin, waar nationalisten het graag over hebben, is ver te zoeken, als het nog bestaat.
Bij oplopende conflicten en toenemend verzet is de gevestigde orde bovendien uitstekend in staat gebleken de zaak te sussen door de leiders op te nemen in het eigen establishment of te breken door de groep te isoleren, weg te honen of te verdelen.
Ook van onderop, vanuit het 'volk' is er vooralsnog geen perspectief op veranderingen die vanzelf kunnen leiden tot een nieuwe nationaalgezinde politieke beweging die korte metten kan maken met het jarenlang veronachtzamen van de gemeenschapsbelangen. Vierling heeft wellicht gelijk met zijn scepsis terzake.

Is er dan niets mogelijk om ons volk wakker te schudden, het zich bewust te laten worden van de crisissituatie waarin het verkeert, het te doen beseffen dat het nog immer zelf over eigen omstandigheden mag beschikken, eigenwaarde en identiteit mag hebben, eigen baas in eigen land mag zijn en geen willoze speelbal hoeft te zijn van transnationale en buitenlandse machten, het samen te binden in de strijd voor bepaalde gemeenschappelijke doelen en idealen ? Om zodoende een nationaalgezinde, solidairdere inrichting van de samenleving tot stand te brengen ?
Persoonlijk denk ik dat deze opwekking kans van slagen heeft omdat zelfs de nederlandse gemeenschap uiteindelijk niet ontdaan is van gevoel voor eigenheid en saamhorigheid mits ze daar maar op geschikte wijze op aangesproken wordt.

Geen politieke theorie is alleenzaligmakend

Natuurlijk is daartoe een passende politieke filosofie, ideologie of zo men wil theorie als referentiekader buitengewoon wenselijk; vanuit zo'n filosofie kan men zich goed weren tegenover geheide politieke tegenstanders door houvast aan de eigen beginselen en een bruikbaar begrippenapparaat. Telkens weer heb ik er in gesprekken Alfred Vierling op gewezen dat het etnisch-culturele 'volks'nationalisme dit biedt en dat hij de aanhangers ervan hun leer niet steeds maar moet ontzeggen; het kwalijkste is dat hij hun dan tegelijk hun verweer tegen de aanvallen van politieke tegenstanders zou ontnemen, en dat doet de politieke correctuur van overheid en justitie ook al, zodat hij die daarmee in de kaart speelt. Terecht merkt Rüter op dat met dat kaartspel niet meegespeeld moet worden.
Vierling heeft daarop in "Lessen van de Balkan" zijn uniculturele samenlevingsmodel bijgesteld vooral ook vanwege praktische problemen voor zijn cultuurpolitiek door de massaliteit en culturele vasthoudendheid van de immigrantenpopulaties die assimilatie verhinderen, en tot de balkanisering in onze steden langs culturele en materiële lijnen leiden. Tegelijk erkent hij dat het Christendom toch voor velen van ons verweven is met onze cultuur, en wijst juist daarom de kerkelijke leiders tevens op hun schatplichtigheid jegens ons volk.

Het door Vierling bekritiseerde moderne etnisch-culturele nationalisme lijkt mij eerder te typeren als een erfnationalisme dan als een strikt genetisch of organisch bepaald nationalisme, dus met inbegrip van zekere staatse, economische factoren die de horigheid en ten leste de wil van onderdanen kunnen wijzigen.
Deze laatste factoren kunnen ook leiden tot het verdwijnen van hele volken met hun cultuur. Als voorbeeld is het oude nederlandse cultuurgebied aanzienlijk ingekrompen door verfransing en verduitsing; een verblijf in het verduitste graafschap Bentheim van enige weken kan ontnuchterend werken. Men leze de literatuur over nationalisme, met name de studies van Anthony Smith.

Niet iedereen zal een bepaalde politieke leer volledig verstaan en onderschrijven, maar dat behoeft geen beletsel te zijn om toch deel te nemen aan ons nationale overleg om te komen tot een nieuwe politieke beweging die de nationale crisis beschrijft, die onze nederlandse erfgemeenschap bedreigt en splijt, en die oplossingsmogelijkheden in kaart brengt.

Het bereiken van overeenstemming binnen de politieke praktijk

Die crisis is zo ernstig van aard en omvang dat daarbij politiek-theoretische scherpslijperij uit den boze is. Maar het politiek-filosofische dispuut is wel degelijk nodig om tot zekere eenstemmigheid te komen ten aanzien van de doelstellingen, zodat misverstanden beperkt blijven en later niet tot grote geschillen zullen leiden. Het gaat uiteindelijk om de politieke praktijk. De verschijnselen moeten daartoe helder beschreven worden. Ik zal hierna een paar punten noemen die veel aandacht vragen, zonder volledig te willen zijn. Zulke punten zouden in een werkprogramma of manifest opgenomen kunnen worden.
Niet alleen de schadelijke gevolgen van de crisis dienen bestreden te worden maar vooral ook de oorzaken dienen aangepakt te worden. Het kan niet zo zijn dat verkeerde voldongen feiten, omdat ze nu eenmaal gepasseerd zijn - nu tot de status quo behoren - , blijvend aanvaard behoeven te worden. Gevolgen én oorzaken vragen correctie.

Lang niet iedereen lijdt onder alle crisisverschijnselen in dezelfde mate, maar bezien moet worden in hoeverre er een grootste gemene deler is bij oplossingen hiervoor. Problemem voor deelgroepen kunnen zo ernstig zijn dat verregaande wederkerige inleving en solidariteit vereist is; te denken valt aan de criminaliteitsexplosie voor de een en de woonlastensexplosie voor de ander. Het programmatisch aanbieden van aantrekkelijke algemene veranderingen die voordelig uitpakken voor gedupeerde lagen van de bevolking: het wederzijds solidariseren van hen, zal kunnen leiden tot steun aan onze beweging.

Enkele aandachtspunten bij een politiek manifest

De overheid zal zodanig geherstructureerd moeten worden dat zij geen willig werktuig meer is voor persoonlijk eigenbelang en partijdig zuilenbelang, veel doorzichtiger wordt voor democratische controle voor geïnteresseerde burgers (ook voor leken op financieel gebied) en dat zij geen beslissingen meer kan nemen die grote groepen van de volksgemeenschap direct of indirect aanzienlijke schade toebrengen.
Referenda of volksraadplegingen moeten besluiten van de representatieve democratie welke immers een particratie of oligarchie geworden is, kunnen corrigeren.
De rechterlijke macht dient gedepolitiseerd te worden en jurisprudentie ter bevestiging van politieke correctheid dient uitgebannen. Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht worden weer strikt gescheiden, waarbij de wetgever zich van zijn verantwoordelijkheid voor uitvoering en rechtspraak bewust moet zijn en daarvoor aansprakelijk gesteld moet kunnen worden bij deraillerende wet- en regelgeving.
De economische afhankelijkheid van de kapitalistische krachten zal door een nieuwe orde zodanig beheerbaar gemaakt moeten worden dat de gehele bevolking hierover door middel van politiek bestuur zeggenschap en mogelijkheden van bijsturing verkrijgt.
Samenwerking binnen Europa in economisch, militair en technisch opzicht zijn randvoorwaarden bij wat mogelijk is, zeker voor een klein land als Nederland. Deze context mag niet veronachtzaamd worden op straffe van het maken van plannen buiten de werkelijkheid om. Wederkerige actieve steun van gelijkgezinde bewegingen in de landen van Europa is hierbij onontbeerlijk.
Van de bovenstaande aandachtspunten ben ik mij bewust dat die slechts verwoord en uitgedragen kunnen worden door de nationaalgezinde beweging zelf, of dat nu gebeurt vanuit een persburoo of een politieke partij, of vanuit welk orgaan dan ook is minder belangrijk. Voortdurend nationaal overleg is hiervoor noodzakelijk; parlementair kan misschien middels een wervende politieke groepering het beleid in de gewenste richting omgebogen worden. Van de gevestigde politiek hoeft op voorhand bar weinig medewerking verwacht te worden.

Samengevat staan we voor de opgave om een verbindende politiek-filosofische leidraad te formuleren, een politieke strategie of werkwijze te volgen en een programma van noodzakelijke veranderingen op te stellen.

www.heemland.nl

13:44 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


“11 Clichés rondom immigratie” door Guillame Faye

Posted in Unspecified
Nota: de onderstaande tekst is een vertaling van een fragment uit een werk van de Franse filosoof Guillaume Faye. De tekst is dan ook in belangrijke mate gericht op de Franse situatie, maar deze verschilt weinig of niets met de situatie in Vlaanderen, Nederland en de rest van West-Europa.


In 'De Kolonisatie van Europa' schrijft Guillaume Faye dat men niet meer kan spreken van immigratie, maar eerder van kolonisatie door grote bevolkingsgroepen uit Afrika, Noord-Afrika en Azië; dat de Islam een verovering van Frankrijk en Europa onderneemt; dat de 'criminaliteit der jonge allochtonen' het begin is van een burgeroorlog; dat wij overweldigd worden door een allochtone bevolkingsexplosie en dat om demografische redenen een islamitische macht zich zal vestigen in Frankrijk, allereerst op lokaal stedelijk niveau en vervolgens wellicht op landelijk niveau.


De 11 clichés en foutieve ideeën omtrent immigratie en Islam

Cliché nr. 1:
"Wij zijn het die de immigranten lieten komen, want ze waren economisch onontbeerlijk. Zij waren en bleven de motor van de economische groei."

Thierry Desjardin vernietigt in zijn essay "Brief aan de president naar aanleiding van de immigratie" dit cliché dat hij als volgt formuleerde: "Wij lieten hen komen, wij hadden hen nodig". In feite rekruteerden de werkgevers vanaf 1960 tot 1973 in Noord-Afrika volgzame en goedkope arbeidskrachten met de medeplichtigheid van de vakbonden, terwijl Europese arbeidskrachten niet ontbraken! We hadden hen dus niet 'nodig', maar het uitbuitende kapitalisme had hen nodig. Dat was een economische vergissing, een kortzichtige berekening; want deze immigratie beperkte het beroep op investeringen; de Europese landen die geen beroep hebben gedaan op Noord-Afrikaanse arbeidskrachten hebben een krachtiger economische groei gekend dan Frankrijk.

Sedert 1973 vindt de aankomst van migranten plaats onder 'druk', dat wil zeggen dat ze komen doordat ze zich opdringen. Het is hun belang om te emigreren, niet het onze. Een allochtone werkloze of bijstandstrekker leeft hier beter dan al werkend in zijn thuisland. Met de massale komst van illegalen sedert het midden van de jaren 70, ziet men dat het niet Europa is dat een beroep doet op de allochtonen uit economische behoefte, maar dat zij zichzelf opdringen. De aanwezigheid van immigranten (genaturaliseerd of niet) is een rem op de economische groei door hun enorme kosten, hun lage niveau van deskundige vakbekwaamheid, ondanks alle opleidingen die men hen aanbiedt, en het is ook de reden van een algemene verslechtering van de kwaliteit van het leven en de sociale samenhang.

Contra-slogan: "De overgrote meerderheid der allochtonen is hier op vrijwillige basis en is een rem op de economische groei, de werkgelegenheid, het niveau en de kwaliteit van het leven."

Cliché nr. 2:
"Zij doen het werk dat de Fransen niet willen doen."

Zoals Alain Griotteray beschreef, is de immigrant-arbeider reeds lang vervangen door de immigrant als werkloze en uitkeringtrekker. Deze mythe van de immigrant als slaaf leidt een hardnekkig leven. Bovendien probeert de partij die hen laat binnenkomen momenteel quota op te leggen voor het in dienst nemen van de allochtonen door voor hen werkgelegenheid te reserveren waarvoor de Europese Fransen zijn uitgesloten.

Veel banen die mensen van Franse origine graag zouden willen hebben, zijn heden ten dage gereserveerd voor deze allochtonen, gemeentes van zeer grote omvang, onder anderen door ambtenarenapparaten, die een verborgen voorkeurspolitiek uitvoeren van positieve discriminatie. We spreken niet, dat is duidelijk, over banen voor jongeren en banen in het kader van solidariteitscontracten.

Contra-slogan: "Zij beperken de omvang van de werkgelegenheid van de autochtone Fransen."

Cliché nr. 3:
"De Noord-Afrikanen en de Afrikanen zijn de Italianen en de Polen van gisteren. Frankrijk is altijd een immigratieland geweest. Er is niets veranderd."

Dit is te gek voor woorden aangezien zij geen Europeanen zijn en hun gewoontes en mentaliteit uitermate ver hier van af staan. De intra-Europese immigraties, die nooit voor problemen op het gebied van integratie gezorgd hebben, vergelijken met de massale komst van Afro-Aziatische bevolkingsgroepen staat gelijk aan het verborgen houden van de etnische realiteit van de menselijke samenlevingen. Men mag zich niet blindstaren op de notie van 'nationaliteit', een begrip zo dierbaar voor de republikeinse ideologie. Een Vlaming met de Belgische nationaliteit, een Toscaan met de Italiaanse nationaliteit, een Provençaal met de Franse nationaliteit staan veel nader tot elkaar dan, bijvoorbeeld, een Antilliaan en iemand uit de Savoye. Echter, de laatstgenoemden zijn al langer "Fransen" dan de eerstgenoemden.

Contra-slogan: "Frankrijk is nooit een land geweest met immigratiestromen van buiten Europa afkomstig. Het is een dergelijk land geworden."

Cliché nr. 4:
"Immigranten zijn slachtoffers, verstoten door racisme en economische armoede."

Het tegendeel is waar. De immigranten profiteren van veel meer hulp en sociale opleidingen dan de Fransen van origine. De jonge immigranten zijn het voorwerp van dure maatregelen om hen aan werk te helpen, bij opleidingen en scholing alsmede voor wat betreft hun vrijetijdsbestedingen. In de voorsteden leven de allochtonen op een zeer redelijk niveau, dankzij de uitkeringen en de parallelle economie. Hen voorstellen als een lompenproletariaat is bedrog. Personen zonder vaste verblijfplaats en daklozen van Afro-Aziatische origine zijn overigens zeldzaam in tegenstelling tot wat er beweerd wordt.

Veel immigranten voelen zich geenszins uitgesloten, maar sluiten zich vrijwillig uit etnische haat af van een maatschappij die zij bevechten. Hun anti-Europees racisme (de fameuze 'haat') is overigens sterker dan het vermeende racisme der autochtonen. Overigens, de vreemdelingenhaat die in Frankrijk altijd een minuscuul fenomeen geweest is (hetgeen voor de allochtonen een wonderbaarlijke mazzel is), wordt uitgelokt door de wandaden van jonge kinderen van immigranten en lijkt niet op een intrinsiek racisme tegenover Arabieren of Afrikanen.

Contra-slogan: "Immigranten worden economisch en sociaal begunstigd, ondanks de afwijzing door velen van het land van ontvangst."

Cliché nr. 5:
"De bovenmatige criminaliteit van de jonge Noord-Afrikanen komt doordat ze ontworteld zijn of (variant) omdat ze in getto's leven."

Het is deze slogan die de overheid ertoe aanzet om de allochtonen te willen spreiden over haar territorium: dit veroorzaakt dat de autochtonen opnieuw moeten vluchten (niet uit racisme, maar omdat het etnische samenwonen fysiek ondraaglijk is) en het leidt tot nieuwe getto's. Leven in getto's, of beter gezegd, vanuit hun standpunt, leven in gebieden bevrijd van de Europese wetten en welke gebieden ook nog eens onophoudelijk worden uitgebreid, dat is hun strategie.

Van de andere kant, de betrokkenen voelen zich helemaal niet ontworteld: zij nestelen zich tegelijkertijd in de islam, het arabisme en in de etnisch zwarte Amerikaanse cultuur. De gezamenlijke fenomenen van de "culturen" rap en rai (1) bevestigen dit. De salonintellectuelen, die het sociaal afwijkende gedrag van de jonge Noord-Afrikanen verklaren middels een "identiteitsverlies", een "veramerikanisering" of een in de steek laten van de Arabisch-Afrikaanse wortels ten gunste van een hallucinaties opwekkende Amerikaanse subcultuur, profileren jammerlijke onwaarheden die slechts te verklaren zijn door hun onkunde op dit gebied.

De Arabieren zijn niet veramerikaniseerd in de zin waarin de jonge Europeanen dat zijn. Deze laatsten zijn daadwerkelijk losgeraakt van hun cultuur en ontworteld, niet de eerstgenoemden. Zij behouden van de Amerikaanse cultuur slechts de component "zwarte rap", die in zijn protest antiblank is en die, als vergelding (fenomeen rai), doortrokken wordt met een beslist arabisme tot uitermate grote vreugde van de imams der voorsteden.

In tegenstelling tot de hersenschimmen van de rechtse gemeenschap die zich inbeeldt dat het islamo-arabisme van de voorsteden een uiting is van de strijd tegen het amerikanisme, moet men zeggen: de jonge immigranten hebben een tegencultuur geschapen (die tegelijkertijd een subcultuur is) welke het zwart-amerikanisme verbindt met het arabisch-islamisme.

De jonge immigranten zitten zeer goed in hun vel, maakt u zich om hen geen zorgen; zij zien zich als binnengedrongen strijders, zij vernietigen de cultuur ,maar het is niet zo dat zij zonder cultuur zijn. Ten bewijze: de houding van de jonge blanken die contact met hen hebben en die, door nadoen, hun aparte manier van spreken aannemen, hun manieren, hun muziek, zich volledig onderwerpen aan hun invloed en een verontrustende culturele achteruitgang ondergaan. We kunnen aannemen dat, om de (relatieve) vrede te bewaren en vooral als blijk van onderdanigheid, een zeker aantal jonge Europeanen zich bekeert tot de islam en zijn ondergeschiktheid aanvaardt.

Contra-slogan: Jonge immigranten nestelen zich in een nieuwe neoprimitieve cultuur en in zich uitbreidende getto's, naar hun volle tevredenheid.

Cliché nr. 6:
"De jeugdcriminaliteit onder immigranten is, evenals het geweld onder jongeren, het gevolg van werkloosheid, neoliberalisme en verharding van de economische verhoudingen."

Dit is een variant op cliché nr. 5 hierboven. Dit cliché is erop gericht de klassenstrijd te verwarren met de etnische strijd. De actuele criminaliteit komt niet voort uit de strijd der klassen.

Ik ben de eerste om de wandaden van het neoliberalisme aan de kaak te stellen, zoals de ongebreidelde vrijhandel, de autonomie van de financiële en speculatieve economie, kortom, de dictatuur van de handelsactiviteiten die de sociale verhoudingen platwalst, de onderlinge solidariteit verbrijzelt en de armoede aanwakkert. Maar toch, dit cliché snijdt geen hout.

Waarom?

1. De gemeenschapssolidariteit (in etnische zin) van de immigranten is geenszins gebroken door het neoliberalisme. Integendeel. De ontmanteling van de solidariteit betreft de Europeanen en niet de anderen.
2. Gedurende de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw, toen de werkloosheid en de armoede in Europa veel groter waren dan nu waarbij het aandeel van de jonge generaties 10 procent hoger lag en de verharding in de industrie die van tegenwoordig overtrof, werd geen enkel fenomeen van massale criminaliteit waargenomen. De Italiaanse, Spaanse, Portugese en Poolse migranten van de periode 1890 - 1960, veel armoediger dan de allochtonen van tegenwoordig van buiten de Europese Unie, veroorzaakten geen problemen de openbare orde betreffende.
3. Het geweld en de criminaliteit hebben voornamelijk betrekking op jonge Noord-Afrikanen en zeer weinig op de Aziaten (Chinezen, Pakistanen, enz.).

Het economische argument gaat dus niet op.

Contra-slogan: "De reden voor de criminaliteit en het geweld van jongeren, afkomstig uit immigratie, is endogeen (van binnenuit) en etnisch. Zij komt voort uit een etnische, haast mechanische schok, die in principe onvermijdbaar is en derhalve niet te verklaren met behulp van de gebruikelijke misdaadanalyses."

Cliché nr. 7:
"De multiraciale, multiculturele en multireligieuze maatschappij is een cultuurverrijking. De inbreng van immigranten is aanzienlijk, cultureel zowel als economisch. Leve het veelkleurige en multiraciale Europa!"

Men kent de slogan van SOS Racisme, een volgeling van Black-Blanc-Beur (2): "Frankrijk is als een mobylette, het loopt op de goede mix en smering van zijn motor."

In de geschiedenis zijn alle multiculturele en pluri-etnische maatschappijen altijd conflictueus van aard geweest en nooit creatief. Het tegenvoorbeeld daarvan is Japan, een mono-etnische samenleving. De economische impact van de immigratie qua kosten en ook sociaal gezien is enorm; het is een echte kanonskogel, veroorzaker van sociale conflicten en algemene incompetentie. De culturele en economische inbreng van immigranten is verwaarloosbaar. Noch in wetenschappelijke research, noch in het oprichten van ondernemingen, noch in de kunsten, wetenschappen, enz, hebben zij enige inbreng. Hun aandeel in de creatieve elites is heel klein in vergelijking tot hun aandeel in de bevolking, uitgezonderd de Aziaten van het verre Oosten. En dit feit is niet verklaarbaar met het argument van racisme of verstoting. Dit cliché vindt zijn oorsprong in het sociaal romantisme. Zij die het uitventen, geven als voorbeeld de Verenigde Staten: kijk, zeggen ze, hoe deze multiraciale en multiculturele maatschappij presteert! Maar het probleem, zowel van de voor- als tegenstanders van Amerika is, dat zij de USA niet kennen, waar zij nooit gewoond hebben. De Amerikaanse situatie is niet vergelijkbaar met die van Europa.

Contra-slogan: Iedere multiraciale maatschappij is multiracistisch, geen enkele multiculturele of multi-etnische maatschappij is creatief (scheppend van aard).

Cliché nr. 8:
"Er zijn in Frankrijk nu evenveel vreemdelingen als in 1936."

Dit is een van de mooiste drogredenen van tegenwoordig waarop we geregeld attent gemaakt worden door de linkse media, teneinde ons gerust te stellen, en het berust ook nog eens op statistische grondslagen die ongeveer waar zijn.

Heel eenvoudig gezegd, de notie van "Fransman" verliest langzamerhand zijn betekenis vanwege de massale naturalisaties (ongeveer 200 duizend per jaar) en het bodemrecht (een automatisme wat betreft nationaliteit in het geval van geboorte op Frans grondgebied). Vroeger was de Republiek, die duidelijk het raciale element verwierp, er trots op dat alleen diegenen de Franse nationaliteit kregen die cultureel en qua taal onderdanig de integratie aanvaardden binnen de Franse gemeenschap. Maar dat is niet meer het geval. De nieuwe Fransen voelen zich niet Frans en herkennen zich niet in de Europese cultuur. Zij voelen zich altijd solidair met hun afkomst van origine.

De notie van "Franse nationalieit", beroofd van zijn etnisch-culturele grondslagen, feitelijk zelfs van republikeins kosmopolitisme, heeft niet meer veel te betekenen. Er zijn steeds meer allochtone migranten, juridisch gezien Fransman, die de befaamde nationale taal verkrachten, het nog slechter spreken dan de Franssprekende vreemdelingen uit zwart Afrika of uit Quebec. De notie zelf van 'Fransman" verliest langzamerhand zijn betekenis. Iedere definitie van nationaliteit die niet berust op een etnische basis, maar die strikt juridisch is, stuurt aan op zelfmoord zoals het Romeinse Rijk ooit ervaren heeft. Deze notie van "juridische nationaliteit", een erfenis van de Europese oorlogen van de 19e eeuw, zou niet meer in zwang mogen zijn in Europa. De notie "vreemdeling" moet dus eigenlijk herzien worden.

Contra-slogan: Er zijn tien maal zo veel niet-Europese allochtonen in Frankrijk dan in 1936, dat wil zeggen, vreemdelingen in etnische zin.

Cliché nr. 9:
"Er bestaat een islam, die vreedzaam, wereldlijk en gematigd is, en perfect in staat om te integreren binnen de normen en waarden van de Republiek (3)."

Diepgaande miskenning van de islam en de koran, alsmede historische onkunde liggen ten grondslag aan dit vooroordeel, waarvan de nietigheid is aangetoond in een vorig hoofdstuk. De islam is een blok. Iedere gematigde mohammedaan kan morgen een terrorist of een islamitische strijder worden, zoals men het ontzettend duidelijk heeft kunnen zien gedurende de oorlog in Algerije.

Contra-slogan: de islam is een oorlogszuchtige, intolerante en theocratische religie, in wezen onverenigbaar met alle politieke Europese waarden.

Cliché nr. 10:
“Het geweld op scholen is te wijten aan een slechte verstedelijkte omgeving, een gebrek aan middelen en aan armoede.”

De school van de 3e en de 4e Republiek (4) profiteerde voor minstens 80 procent van algemene middelen, wist uitstekend tot integratie te leiden en verzekerde zelfs voor de allerarmsten het bestijgen van de sociale ladder. Ook werden analfabetisme en onkunde uitgebannen, vanaf het begin van de 1e Republiek. Tegenwoordig wankelt het nationale onderwijs, aanzienlijke middelen ten spijt, op zijn basis en is de overdracht van kennis en sociale vaardigheden niet meer gegarandeerd in de helft van alle instituten, ten prooi aan anarchie en geweld.

Contra-slogan: "Het geweld op scholen kan verklaard worden met het pedagogische, antiautoritaire dogma, maar vooral door de massale aanwezigheid van Noord-Afrikanen, die zich voor het overgrote deel niet aanpassen."

Cliché nr. 11:
"Voor een neger (4) of een Noord-Afrikaan is het veel moeilijker om woningen of werk te vinden dan voor een Fransman van origine."

Dit cliché verwijst naar de legendarische 'discriminatie' waarvan de Afrikanen het slachtoffer zouden zijn. Allereerst is het waar dat sommige huisbazen ervoor terugschrikken om te verhuren aan immigranten. De reden is niet raciaal maar heeft te maken met problemen als burenruzies, die door deze bevolkingsgroepen veroorzaakt worden, evenals met vaak optredende betalingsproblemen.

De weigering om iemand voor werk aan te nemen heeft in de meeste gevallen te maken met een gebrek aan vakbekwaamheid bij de kandidaten. Calixte Beyala en zijn 'Collectief van Gelijkwaardigheden' (Collectif Egalites) - die niets gelijkwaardigs heeft aangezien hij ernaar streeft middels dwang raciale quota bij sollicitaties aan te leggen met name binnen de audiovisuele media - deze organisaties hebben zich nooit afgevraagd waarom er zo weinig negers bij de televisie werken. Discriminatie van de kant van de omroepen? Zeker niet. Heel eenvoudig, de kandidaten - het is eenvoudig, dus voor een intellectueel te moeilijk om te begrijpen - zijn niet op de hoogte. De extreemlinkse (6) organisatie "Droit au Logement" (recht op woning), beweert dat de meerderheid van de krakers en uit kraakpanden verdreven personen bestaat uit Afrikaanse en Noord-Afrikaanse gezinnen. Zij vergeet om nader aan te geven dat deze personen clandestiene illegalen zijn die zich opdringen, dat zij zelden verdreven zijn zoals de wet dat voorziet en dat zij in het algemeen van een nieuw onderkomen voorzien en geholpen worden. Deze gezinnen profiteren van het officiële medelijden en komen zelden terecht bij de daklozen zoals de Fransen van origine, in hun ellende waarmee de politiek en de media de spot drijven.

In werkelijkheid profiteren de allochtone bevolkingsgroepen van toegangsfaciliteiten tot sociale woningen, van sollicitatieprivileges (met name wat betreft jongerenbanen), van privileges voor hulp en meervoudige uitkeringen waarvan de oorspronkelijke Fransen en vreemdelingen van Europese origine zijn uitgesloten.

Contra-slogan: "Voor een neger of een Noord-Afrikaan is het makkelijker om toegang te hebben tot werk, onderdak en uitkeringen dan voor een armoedzaaier van Europese origine."

- - - - -

In Frankrijk is 8 procent van de volwassen bevolking afkomstig van buiten Europa en voor kinderen onder de 5 jaar is dat een percentage van 34 procent.

Voetnoten van de vertaler en aanvullende opmerkingen:

(1) rai: Arabische muziekstijl.

(2) "Black-Blanc-Beur": "Zwart-Wit-Arabisch". Soort van slogan, gebruikt door SOS Racisme, waarmee aangeduid wordt dat iedereen gelijk is.

(3) Met de "Republiek" wordt in feite bedoeld: Frankrijk.

(4) Het woord 'neger' heeft in Nederland inmiddels een beladen betekenis. Het is niet meer 'politiek correct' om het te gebruiken. Echter, om het onderscheid tussen Noord-Afrikanen (Maghrebiens) en overige Afrikanen (les Noirs) beter te kunnen aangeven, is consequent de letterlijke vertaling van het woord 'un Noir', zijnde 'neger' gebruikt.

(5) De 3e en 4e Republiek: Hiermee worden tijdvakken aangegeven, die voor een Fransman vanzelfsprekend associaties oproepen met bepaalde tijdsperiodes. Voor ons, Nederlanders, zijn het doorgaans onbekende begrippen. Net zoals bijvoorbeeld voor een Nederlander 'De Gouden Eeuw' een vanzelfsprekendheid is, zo is de 'zoveelste' Republiek dat voor een Fransman. 2e Republiek: 1848 - 1852; 3e Republiek: 1870 - 1914; 4e Republiek: 1945 - 1958

(6) extreemlinkse: letterlijk stond er: 'paratrotskistische'. Ook dit begrip is in Frankrijk veel bekender dan in Nederland. Veel Nederlanders zullen niet weten, wat ermee bedoeld wordt. Vandaar de vrijheid in de vertaling, om dit weer te geven met 'extreemlinks'. Frankrijk heeft een geschiedenis gekend van communistische partijen, heel anders dan wat zich op dat gebied in Nederland heeft afgespeeld.

13:43 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


“68’ers” door Tomislav Sunic

Posted in Unspecified
Van Italië tot Frankrijk, van Duitsland tot Engeland, overal maakt de post-WO2 generatie het goede weer uit. In hun jeans en gymschoenen stoomden ze op naar de macht. Meer dan dertig jaar geleden zetten ze Berkeley, Parijs, Berlijn,… op hun kop; marcheerden ze tegen het Amerikaanse imperialisme in Vietnam, en steunden de Joegoslavische dictator, Josip Broz Tito, en zijn “socialisme met een menselijk gelaat”. Ze maakten pelgrimstochten naar Hanoi, Havana en Belgrado, velen van hen gekleed in Vietcong gewaden of in kledij van Mao’s stijl. Een zekere Jane Fonda bracht zelfs een beleefdheidsbezoekje aan Noord-Vietnam, waar ze poseerde gezeten op een communistische howitzer. Deze generatie protesteerde tegen hun welvarende ouders, en ze gebruikten het geld van hun ouders om hun eigen welvaartstaat te vernietigen. Een brandende joint ging van hand tot hand, terwijl Bob Dylan de woorden uitbraakte die een generatie definieerde: “Everybody must get stoned.” 

Dit was een tijd die door de jeugd in communistische landen verschillend werd ervaren. Gevangenkampen waren er nog bij overvloed, deportaties waren aan de orde van de dag, van het Balticum tot de Balkan; en de communistische geheime politie –Joegoslavische UDBA, Roemeense Securitate, Oost-Duitse Stasi, en de Sovjet-KGB – handen hun handen vol. Europese mei’68ers wisten hoegenaamd niks van die benarde toestanden, en ze negeerden eenvoudigweg de communistische horror-topografie.

Toen hadden de mei’68’ers de culturele macht in hun handen, ze controleerden de beste universiteiten en verspreidden hun permissieve gevoeligheden. Studenten werden gedwongen zich te buigen over de onzalige drievuldigheid Marx, Freud en Sartre. En de menswetenschappen vertoonden hun eerste trekken van anti-Europeanisme. Conservatieven concentreerden ondertussen al hun aandacht op economische groei, naïef gelovend dat indien armoede zou verdwijnen en de middenklasse versterkt, dit een wedergeboorte van het conservatisme met zich mee zou brengen.

Vandaag zijn de 68’ers (van neoliberalen tot sociaal-democraten) volwassen geworden, en hebben ze niet enkel hun naam veranderd, maar ook hun habitat en hun discours. Hun tijd is gekomen: ze hebben nu zowel culturele als politieke macht. Van Buenos Aires tot de Quai d’Orsay, van 1600 Pennsylvania tot Downingstreet 10, zitten ze in ruime kantoren met airconditioning of in ministeriële kabinetten, en ze gedragen zich alsof niks veranderd is. Perfect gerecycleerd in stijlvolle Gucci-maatpakken, de duurste schoenen en de fijnste mascara dragend, orakelen ze over de globale vrije markt. Ze zijn hun oude vijand, het kapitalisme, gaan omarmen en voegden er een valse humanistische façade van socialistische filantropie aan toe.

Ze hebben een internationale “hitlist” opgesteld, gevuld met namen van (meestal bejaarde, seniele) individuen die ze van “oorlogsmisdaden” beschuldigen en die moeten worden uitgeleverd aan strafhoven. Zelden of nooit komen echter de miljoenen slachtoffers van het communisme aan bod, zoals weergegeven in Le livre noire du communisme van Stéphane Courtois. Al evenmin wensen ze geconfronteerd te worden met hun eigen rol in de communistische genocide. En waarom zouden ze? Hun decennialange burgerlijke ongehoorzaamheid resulteerde in het minimaliseren of onder de mat vegen van de communistische horror en het legitimizeren van de Goelags. Terwijl de 68’ers geen directe rol speelden in de etnische zuiveringen van Beria, Yagoda of Tito, ze waren zeker wel nuttige idioten. Indien kaviaar-links vandaag de doos van Pandora, zijnde het dossier van de Goelags, zou openen, zou Augusto Pinochet nog slechts een stout schooljongetje zijn. De beste manier om hun moorddadig verleden te verbergen, is het liedje van de mensenrechten zingen of belerend wijzen op de permanente economische vooruitgang.  

De 68’ers en hun verborgen vriendjes zijn vandaag de financiële insiders, speculerend met aandelen, nooit aarzelend om fortuinen via de Kaaiman-eilanden in Luxemburg te krijgen. Ze spuien niet langer onzin over gelijkheid en sociale rechtvaardigheid voor de Vietcong, de Congolezen of de Tibetanen, en al evenmin leven ze zich nog uit in academische redevoeringen over socialistische utopia. En waarom zouden ze? Vandaag is het moment voor hun massale corrumpering, gehuld in retoriek van het multiculturalisme. De 68’ers hebben gewonnen: de wereld behoort aan hen.

Maar voor hoe lang? De 68’ers hebben een omvangrijke financiële last geërfd, veelal het resultaat van overheidsuitgaven voor diverse zaken die ze destijds op straat eisten. Terzelfdertijd verbleekt hun arbeidsethiek vergeleken met hun hardwerkende voorgangers. Van Duitsland tot Frankrijk, van Italië tot Engeland, kunnen ze uitblinken in een liberale mimicry van kapitalisme, die zich in de praktijk vertaalt in het ontstaan van een handvol superrijken en een steeds groter wordende massa van werkende armen. Maar wie zal het gelag betalen? Geen enkel land kan bestuurd worden door humanitaire besluiten. Als het er op aan komt, betekenen de goede linkse intenties niks: de kiezers kunnen de 68’ers even snel weer eruit gooien als ze hen binnen brachten.   

Veel conservatieven in Europa begrijpen de ware aard van het moderne links en haar socialistische aftakkingen niet. Deze conservatieven veronderstellen naïef dat de culturele oorlog zal gewonnen worden via politieke verkiezingen. Ze denken dat politieke macht (en leger, politie, diplomatie) het land zal bijeenhouden en de linkse invloeden zal kunnen ondervangen. Dit is een gevaarlijke en mogelijks fatale fout, niet enkel voor de conservatieve zaak, maar ook voor de Europese beschaving. De politieke macht van de 68’ers wordt vandaag geïnstitutionaliseerd via wettelijke inperkingen op vrije meningsuiting, denken en onderzoek. Duitsland, België, Frankrijk en andere Europese landen hebben al strenge wetten goedgekeurd die onderwijzend personeel en studenten verbieden om open en eerlijk onderzoek te doen in bepaalde “gevoelige” gebieden van de moderne geschiedenis. Bepaalde passages in de Duitse strafwet doen denken aan Sovjet-kameraad Vishinsky: ze zijn niet wat we verwachten van een vrij en democratisch land.

Vele conservatieven konden en kunnen zich niet realiseren dat politieke macht altijd moet voorafgegaan worden door culturele macht, en nadien moet versterkt worden met een ongenadige media-oorlog. In ons tijdperk van audiovisuele macht, is diegene die zich het snelste aanpast aan de veranderende wereld, ook diegene die wint. De 68’ers realiseerden zich reeds lang geleden dat men universiteiten, uitgeverijen, scholen,… moet infiltreren alvorens naar het Witte Huis te stappen. Al meer dan drie decennia worden lichtgelovige studenten zorgvuldig marxistische dogma’s ingelepeld. Hun schepping is nu volgroeid en staat klaar om te volgen.

Indien conservatieven ooit weer wensen te regeren, moeten ze zich absoluut wijden aan de strijd van een culturele revolutie door het voortbrengen van hoogwaardige, intelligente journalisten, lesgevers,…, door het coachen van jonge mensen die het Europese erfgoed willen verdedigen. Conservatieve politieke leiders moeten beseffen dat de cultuur de enige strijdplaats is waarop culturele en politieke macht kan worden gebouwd. Conservatieven beschikken nog over een aantal eminente politieke leiders, maar de universiteiten, scholen en de media staan onder linkse controle.

Conservatieve intellectuelen in Europa zijn te verschillend en vaak lijden ze aan een pathologische ijdelheid en een obsessief individualisme. Hoewel ze soms verkeerdelijk beschuldigd worden populisten te zijn, zijn ze niet in staat om een jonge massa te begeesteren, of nieuwe militanten te creëren om de barricades te bemannen. De meeste conservatieven weten zelfs niet hoe ze hun eigen boodschap moeten verkondigen. Het is onmogelijk om drie conservatieven te laten samenwerken: elk zal onmiddellijk willen bewijzen de beste te zijn. Culturele conservatieven herkennen hun tegenstander nog steeds niet, en weten nog veel minder hoe hem te verslaan. Veelal ruziën ze onder elkaar over hun nationalistische victimologie of drijven hun tribale dogma’s tot het extreme, tot jolijt en voordeel van de internationale linkerzijde. Conservatief zijn betekent niet dat je bang moet zijn van de postmoderniteit of genieten van iemands provincialistische eigenheid, een dikglazige nerd-bril dragen of de zondagsmis volgen. Enkele grote conservatieven waren agnostici, of heidenen, of modernisten, of revolutionaire denkers. In contrast daarmee, zijn de hedendaagse conservatieven er niet in geslaagd de sociale kwesties van werknemers ter harte te nemen, ze hebben zich de kaas van het brood laten nemen door de oud-68’ers  die meer rijmen met een veelbelovende schitterende toekomst.

Wat moet er gebeuren? Jonge conservatieven, vooral diegenen met een solide achtergrond in menswetenschappen, moeten starten met het demystifiëren van de links-liberale mythologie. Ze mogen hun lesgevers in de corrupte academiën niet lichtgelovig na-apen. Tenslotte zijn heel wat lesgevers vaak halfzachten met weinig levenservaring en kennis, en kunnen ze vrij gemakkelijk op eigen terrein verslagen worden. Om de links-liberale politieke klasse en haar pseudo-intellectuele acolieten te kunnen verwijderen, moeten jonge conservatieven dezelfde strategie toepassen als de linkerzijde destijds: de culturele barricades veroveren, maar dan wel om de Europese beschaving te beschermen in plaats van ze ten gronde te richten. En conservatieven zouden de oude wijsheid niet mogen vergeten: versla jouw linkse buur met z’n eigen wapen. Waar dit het meeste pijn doet.  

Tomislav Sunic

www.vjwestland.be 

13:35 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


De geschiedenis van de Bilderberg groep

Posted in Unspecified

1954 - Oprichting van de geheime Bilderberg groep

Door de Socialist (en vrijmetselaar) Joseph Retinger, met Prins Bernhard, voormalig spion van NW-7 - de geheime dienst van het Duitse (Rothschild/Warburg) chemie-bedrijf IG-Farben (de industriële motor achter het NS-Duitsland van Adolf Hitler) - als voorzitter. Deze groep werd naast Retinger, neergezet onder leiding van Alastair Buchan (RIIA), waarbij de leidende raad bestond uit Robert Ellsworth (Lazard Freres = Rothschild), John Loudon (N.M. Rothschild) Paul Nitze (Schroeder Bank), C.L. Sulzberger (New York Times), Stansfield Turner (hij werd later directeur van de CIA), Peter Calvocoressi, Daniel Ellsberg, Andrew Schoenberg (RIIA) en Henry Kissinger. De eerste geheime conferentie van de Bilderbergers vond plaats van 29 t/m 31 Mei 1954 in het Bilderberg hotel te Oosterbeek, waaraan de groep haar naam heeft te danken. Tot de leden behoort de elite uit de zakenwereld, het bankwezen, de regeringen en de intellectuelen. Invloedrijke wereldleiders zijn in veel gevallen ook lid van de Trilaterale commissie en de Council on Foreign Relations. Prins Bernhard (de wederhelft van Koningin Juliana - waarvan gezegd wordt dat zij de rijkste vrouw van de wereld was, mede door haar partnerschap met Baron Victor Rothschild in Royal Dutch Shell), is een lange tijd voorzitter geweest van de Bilderberggroep (1954 - 1976), totdat de groep gereconstrueerd werd. In die tijd kenden we natuurlijk ook de Lockheed affaire. Zo zijn als voorzitter Walter Scheelman de revue gepasseerd en zo ook Lord Carrington. Zoals gewoonlijk is het gebied waar de Bilderbergers elkaar ontmoeten zwaar beveiligd door de geheime dienst, soldaten en politie. Elke kamer en elke ruimte waar de vergaderingen plaats vinden worden volledig gescreend op afluisterapparatuur alvorens de vergaderingen plaats vinden.


De Bilderberg conferenties kunnen worden ingedeeld naar drie groepen;


-De Bilderberg adviesgroep


-De Bilderberg stuurgroep


-Het Bilderberg lidmaatschap


Het Bilderberg beleid wordt uitgevoerd door een stuurgroep van 35 man inclusief een binnenste cirkel als adviesgroep (Adviesgroepen zijn heel vaak binnenste cirkels, net als 'adviseurs' zichzelf waar dan ook als een dominerende kracht opstellen). Deze adviesgroep - zo men beweerd - bestaat uit Giovanni Agnelli (Italië/Club of Rome), David Rockefeller (VS), Eric Roll (Groot Brittannië), en Otto Wolff von Amerongen. Een aantal stuurgroepleden zijn Henry Kissinger, Jessica T. Matthews (President van de Carnegie Endowment for International Peace), James D. Wolfensohn (president van de Wereldbank), Marie Josee Kravis (Hudson Institute) en Jorma Ollilia (Nokia Corp.). Daarbij zijn alle Amerikanen van de Bilderberg-stuurgroep lid van de CFR. Daarnaast kent men het Bilderberg lidmaatschap, waarbij men dus kan deelnemen dmv een uitnodiging. De 28e conferentie werd gehouden in 1980 in Duitsland. De leiding berustte zoals altijd bij de Internationale commissie, maar nu maakte de oudere garde plaats voor de jongere garde. Het is een hele tijd erg moeilijk geweest om iets te weten te komen over de Bilderbergers, zo dicht was echter hun geheimhouding. Eén ieder wie men ernaar vroeg, verklaarde onbekend te zijn met een groep welke zich "Bilderbergers" zou noemen. Heden ten dage is de groep een stuk minder onbekend geworden. De Bilderberggroep is nauw verwant aan de Council on Foreign Relations en de hieruit voortgekomen Trilaterale Commissies. De Bilderbergers beperken hun cirkel tot zo'n 100 tot 120 man. Deze 100 tot 120 man worden met veel zorgvuldigheid gekozen, en de uitverkorenen worden ieder jaar uitgenodigd voor een ontmoeting op een onbekende plaats waar geconfereerd wordt over de te volgen strategie. De vergaderingen zijn zoals gebruikelijk niet toegankelijk voor het brede publiek, en de pers. Naast de indrukwekkende namen binnen het ledental, zijn ook hier weer de leiders van de wereldpers als leden aanwezig. George Soros (een zeer grote op de beurs en een Rothschild pion) is lid van de Bilderberg groep. Ook Alan Greenspan (Federal Reserve, CFR-lid, en lid van de Trilaterale Commissie) evenals zijn voorgangers, is lid van de Bilderberg groep. Tevens is Henry Kissinger naast lid van de Bilderberggroep, een lid van The Club of Rome, de Trilaterale Commissie en de Royal Institute of International Affairs (RIIA). Henry Kissinger is ook lid van de Grand Alpine Freemasonry Loge welke de wel zeer bekende Italiaanse P2 Loge onder diens controle had), en het was Henry Kissinger welke herhaaldelijk opriep tot de vorming van een Nieuwe Wereld Orde. Naast deze bekendheden was ook Prins Claus aanwezig en is h.m. Koningin Beatrix lid van de Bilderberggroep namens Royal Dutch Shell. De secretaris generaal van de groep is de professor Victor Rosenboom welke in dienst is gesteld door Beatrix om Maxima Zorreguieta de 'kleinere details van de Nederlandse maatschappij te leren'. Ook Jaap de Hoop Scheffer en Wim Duisenberg (onlangs dood terug gevonden op zijn vakantie adres, wederhelft van Gretta Duisenberg - Links/Communistisch activiste - zij hing de Palestijnse vlag uit het raam) van de Europese Centrale Bank zijn lid. In een biografie over Prins Bernhard, geschreven door Alden Hatch staat te lezen dat de Bilderberggroep de geboorte gaf aan de Europese gemeenschap wat nu de Europese Unie is. De Bilderbergers hielden (en houden nog) op vele verschillende locaties over de wereld hun vergaderingen. Bij de topvergaderingen voor Europa waren de Rothschild's zelf als gastheer verschillende malen aanwezig. De vele bekende namen zien we keer op keer terug bij zovelen instanties en de zogeheten Rondetafelgroepen.


De diepere geschiedenis van de groep begint natuurlijk bij deze namen, en één daarvan is Joseph Retinger. Retinger was een 'Amerikaan' (van Poolse afkomst) die door zijn enorm grote carriëre in nauw contact stond met hoog geplaatste militaire en politieke leiders. Retinger stond tevens in nauw verband met Paul Rijkens, president van het multinationalconcern Unilever. Unilever is één van de meest machtige en grootste multinationals ter wereld, en één van de topbedrijven binnen de Europees kapitalistische economische sector. In de 50er jaren had Unilever haar topmensen al rondlopen met hoge functies binnen de Rotterdamse Bank en Phillips. Maar ook binnen het ministerie van economische zaken. Unilever had een eenheidsstructuur welke zichzelf kon opsplitsen omdat het een bedrijf is die haar herkomst kent vanuit zowel Britse als Nederlandse samenwerking. Het bedrijf kon zichzelf op die manier volledig in tweeën delen, en tijdens de oorlog vervolgens volledig naar Engeland verhuizen (wat het bedrijf dan ook deed). Unilever's hoofdadviseur voor Internationale zaken was David Mithrany, die verwees naar de 'strategie van Supernationale integratie' doormiddel van een aantal processen van Internationalisering, ontworpen om een autonome logica in werking te stellen, welke verdere invoeging van landen onvermijdelijk maakte en Nationalistische onafhankelijkheid deden 'verouderen'. Phillips kende een zelfde soort organisering als Unilever, waarbij ze zichzelf onmiddelijk - wanneer nodig - in tweeën konden opsplitsen. Dit deden ze dan ook toen de oorlog begon. Eén hoofdkwartier zat in Duitsland, en de ander in Amerika. Als één opgesplitst bedrijf hadden ze aan beide kanten enorme militaire contracten gedurende de oorlog. De financiële adviseur van Unilever is overigens de Amerikaanse investerings bank Lazard Freres (onder het beheer van Rothschild) welke de financiële privézaken van de rijkste families in de wereld regelt.


Bilderberg cencuur binnen de media


Dat de Bilderbergers gezorgd hebben voor de vorming van de Europese Unie waarbij alle landen binnen Europa naar de pijpen van één raad dansen, en dat de Bilderbergconferenties gefinanciërd worden vanuit o.a. Rothschild/Rockefeller gelden, mag daarbij natuurlijk geen naam hebben.... gewoon puur toeval, niets om ons zorgen over te maken.... Wanneer het echter om een groep zou gaan welke 'oprecht' streeft naar een 'betere wereld van vrede', waarom werden deze conferenties dan voor het grote publiek onthouden? Waarom werd zelfs het bestaan van de conferenties ontkend? En waarom mag er helemaal niets naar buiten worden gebracht over wat deze groep van extreem invloedrijke mensen met elkaar bespreken? En waarom kleven er zoveel connecties en gelden aan vast welke direct aan oorlogvoering hebben gedient en nog dienen? Dat het bestaan van de conferenties absoluut werd ontkend, kan ondermeer opgemaakt worden uit het feit dat men er ten eerste nu wel over heeft gesproken middels het programma 'Andere Tijden' (het eerste programma waarin het bestaan van de Bilderberggroep openbaar werd gemaakt - 6-7-2004), maar ook uit verschillende voorgaande artikelen. Bij de Kranten-bazen was het bestaan van de Bilderbergconferenties absoluut bekend. In 1967 deed Cecil King van de International Publishing Corporation - in die tijd de Britse persgroep met de meeste macht - en tevens van The Newspapers Proprietors Association (groep van kranten-bazen), een verzoek aan zijn mede 'eigenaren' om "erop toe te zien dat onder geen enkele voorwaarde een rapport of speculering zou worden gepubliceerd over de Bilderberg conferenties". Dit censuur werd dus door samenwerking van verschillende kranten bewerkstelligt van bovenuit. Toch is er wel het één en ander door de mazen van dit strakke censuur gegleden. Het was weinig maar toch iets. In de 'Lombard' column in The Financial Times van 6 Mei 1975, schreef de columnist C. Gordon Tether; 'Indien de Bilderberggroep niet één of andere samenzwering betreft, dan doet het zichzelf voor als een hele goede imitatie hiervan'. Tether schreef voor dezelfde krant op 3 Mei 1976 nog een stukje over de Bilderberg groep waarin hij duidelijk naar voren liet komen dat de Bilderbergers er altijd alles aan hebben gedaan om de conferenties voor het aanzicht van de publieke opinie zo geheim mogelijk te houden, waarbij hij het stukje afsloot met de duidelijke redenering;

'Een complottheoreticus die de Bilderbergers in het aanzicht heeft, zal zichzelf de vraag stellen, dat wanneer er zo weinig te verbergen is, waarom de Bilderbergers zoveel inspanningen wijden aan het 'verbergen' hiervan'.

Deze column is overigens nooit verschenen, daar deze voor de druk al werd gecensureerd door de editor Mark Fisher (zelf lid van de Trilaterale Commissie). Vervolgens werd Tether ontslagen uit zijn functie voor de Lombard column in augustus 1976.


Bilderberg onder de loep


Senator Javits schreef in zijn Congresrapport; "In 1952 benaderde Retinger z.k.h. Prins Bernhard met de suggestie om informele en onofficiële bijeenkomsten te houden om de 'problemen' te bediscussiëren omtrent de Atlantische gemeenschap. Andere dergelijke heerschappen binnen Europa steunden dit idee van harte, waarbij vervolgens de voorstellen werden voorgelegd aan Amerikaanse vrienden. Een aantal Amerikanen waaronder C.D. Jackson, Walter Bedell Smith en John Coleman gingen akkoord met de medewerking".


C.D. Jackson was een prominent lid van de Council on Foreign Relations, een andere geheime denktank wiens leden de elite vertegenwoordigen uit de Amerikaanse politiek en economie. Net als de Bilderberg groep, organiseerd de CFR ook geheime bijeenkomsten, en vele journalisten in functie vullen de rangen van de CFR op. Op dit moment is de CFR aardig bekend in de VS, en de ledenlijsten zouden dan ook zo op te vragen zijn (onder voorbehoud van het wegfilteren van namen). Maar ook bij deze groep worden de echte onderwerpen van overlegging en documentatie voor het publiek geheim gehouden. Ook de CFR is net als de Bilderberg groep een werktuig met een geheime agenda. Binnen de hoogste rangen van de CFR bevinden zich Skull&Bones leden. In het jaar dat de Bilderberggroep gesticht werd, was Walter Bedell Smith de directeur van de CIA. John Coleman was lid van de 'Commissie voor Nationaal Handelsbeleid' in de VS. Dat het hier echter over een geheime groep gaat (nu officieel bevestigd, maar de besprekingen zijn vooralsnog geheim) dat een werktuig is om naar één wereldstaat te streven, bleek al door de woorden van Retinger in 1946 waarin hij het duidelijk had over een plan voor één Federaal Europa waarbij de landen een groot deel van hun souvereiniteit zouden afstaan. Verder kunnen we de conclusies trekken uit de uitspraken en speeches van James Warburg (van de Nazi bankiers familie / CFR), Zbignew Brzezinski (CFR-Bilderberg), Henry Kissinger (een bekend oorlogsmisdadiger en vooraanstaand lid van CFR-Bilderberg) en Richard Gardner (CFR), welke allen oproepen naar een New World Order of ernaar verwijzen.


''The New World Order will have to be built from the bottom up rather than from the top down...but in the end run around national sovereignty, eroding it piece by piece will accomplish much more than the old fashioned frontal assault."


- CFR member Richard Gardner, writing in the April l974 issue of the CFR's journal, Foreign Affairs.


"So we say to all peoples and governments, "Let us fashion together a NEW WORLD ORDER".


--Henry Kissinger, 1975 address to the UNITED NATIONS



Joseph Retinger ILEC en de 'Raad van Europa'


Op dat moment was Joseph Retinger Secretaris Generaal van de 'Onafhankelijke Bond voor Europese Coöperatie' (ILEC). De ILEC werd op dat moment geleidt door de eerste minister van België, Paul van Zeeland. In de oorlog werkte Retinger nauw samen met Paul van Zeeland en andere figuren welke zeer vooraanstaande figuren werden binnen de Bilderberggroep. Retinger werd ook uitgenodigd door Averell Harriman (lid van Skull&Bones + financierder voor het derde rijk en tevens van het Communisme) welke Amerikaanse steun betuigde ten opzichte van ILEC. Veel machtige en bekende bedrijven, zakenmensen, politici inclusief banken stemden toe in deze steun. Namen zoals Alfred Sloan (General Motors), David en Nelson Rockefeller, Charles Hook (American Rolling Mills Company), Sir William Wiseman (SIS en partner van Kuhn Loeb, New York Investments Bank) en onder andere Adolf Berle (CFR) welke de Amerikaanse vestiging van ILEC ging leiden waren hier onder andere bij betrokken. De Europese connectie was gevormd, welke haar eerste congres hield in 1948 in Den Haag die op haar beurt weer de wortel vormde voor de 'Raad van Europa'. Deze 'Raad van Europa' ontving flinke contributies vanuit geheime Amerikaanse overheidsfondsen, maar ook enorme privé investeringen tellen hierin mee via de 'American Committee for a United Europe' (ACUE). Voor de eerste Bilderbergconferentie werd er een selectie van gegadigden gemaakt om hier aan deel te mogen nemen. Hieraan deelden ondermeer de eerste ministers van België en Italië (Paul van Zeeland en Alcide de Gasperi) mee, vanuit Frankrijk de leider der Socialisten Guy Mollet en Antoine Pinay (eerste minister van de rechtse politieke vleugel. Dit is tevens de man waar de Franse geheime Pinay Cirkel naar werd vernoemd, of beter bekend als Le Cercle). Ook diplomaten als Pietro Quaroni uit Italië, Panavotis Pipinelis uit Griekenland en de Industrieel Otto Wolff von Amerongen deelden mee. Ole Bjorn Kraft (vroegere Deense minister en uitgever van het grootste dagblad van Denemarken) was ook van de partij, evenals Denis Healey en Hugh Gaitskell van de Engelse Arbeiderspartij, Robert Boothby van de conservatieve partij, en Sir Oliver Franks van de Britse staat.


De Bilderberg groep:

-Manipuleert de globale financiën en vestigt onbuigzame en bindende monetaire tarieven rond de wereld.


- Selecteert politieke figuren welke Bilderberg vaststeld om te mogen heersen, en neemt degenen in het vizier welke van macht ontdaan moeten worden.


- In plaats van het nastreven van een agenda die werkt aan globale gezondheidszorg, en energie, millieu en landbouwproblemen oplost, streeft de groep een agenda na welke de uitbreiding van macht en de verrijking van haar leden garandeert ten koste van mensenrechten en millieu-degradatie wereldwijd.

Prominente leden uit het verleden en uit het heden van de Bilderberg conferenties zijn ondermeer Gerhard Schröder, Zbigniew Brzezinski, Prins Bernhard, George H. Bush, Lord Carrington, Henry Kissinger, David Rockefeller, Edmond de Rothschild, C.D. Jackson en James D. Wolfensohn. Tijdens deze conferenties wordt er aardig wat ondernomen. Dergelijke zaken zijn geen toeval meer te noemen. Toen bijvoorbeeld Bill Clinton in 1991 de Bilderberg conferenties bezocht, was hij gouverneur van Arkansas, en een jaar later werd hij president van de VS. Hetzelfde geval met Tony Blair die na de Bilderberg conferentie van 1993 in één keer met zijn carriëre door begon te schieten tot eerste minister van Engeland in 1994. Ook Romano Prodi werd na de Bilderberg conferentie van 1999 hetzelfde jaar nog president van de Europese Commissie. George Robertson was secretaris van defensie in Engeland en werd na het bezoeken van de Bilderberg conferentie in 1998 een jaar later secretaris generaal van de NATO.



Nonsens


Tegenwoordig worden er een hele hoop nonsens uitgezonden op de Europese TV-zenders in de vorm van documentaires etc. waarbij men enigszins 'linkt' naar ondermeer de Bilderberg groep. Zo werd er al in een Nederlandse documentaire over Beatrix zelf, gezegd dat Koningin Beatrix een internationaal netwerk heeft kunnen aanleggen, waarmee men absoluut doelde op de geheime Bilderberg groep. Dit is absolute nonsens. Zij heeft meegewerkt aan beslissingen en is absoluut aanwezig geweest voor Royal Dutch Shell. Dit doet ze al jaren. Maar zij is niet degene die dit internationale netwerk heeft aangelegd. Geloof het niet want het is niet waar.


Nederlandse deelnemers aan de Bilderbergconferentie 3-6 juni 2004 in Stresa (Italië):

Bolkestein, Frits, Eurocommissaris
Burgmans, Antony,
Bestuursvoorzitter Unilever
Halberstadt, Victor, Hoogleraar Economie, Universiteit Leiden
Koenders, Bert, Tweede Kamerlid PvdA
Koningin Beatrix
Veer, Jeroen van der,
Betsuursvoorzitter Shell
Vries, Gijs de, Europees coördinator terreurbestrijding
Wijers, Hans, Bestuursvoorzitter Akzo Nobel
Nederlandse deelnemers aan de Bilderbergconferentie 15-18 mei 2003, Versailles (Frankrijk):
Bolkestein, Frits,
Eurocommissaris
Halberstadt, Victor,
Hoogleraar Economie, Universiteit Leiden
Hoop Scheffer, Jaap de, NAVO-secretaris-generaal (in 2003 Minister van Buitenlandse Zaken)
Kok, Wim, Oud-premier
Koningin Beatrix
Ruys, Anthony,
Bestuursvoorzitter Heineken
Veer, Jeroen van der, Bestuursvoorzitter Shell
Vries, Klaas de, Tweede Kamerlid PvdA

Nederlandse deelnemers aan de Bilderbergconferentie 30 mei-2 juni 2002, Chantilly (VS):

Bolkestein, Frits, Eurocommissaris

Nederlandse deelnemers aan de Bilderbergconferenties 1954-2001
(Bron: Officiële alfabetische lijst van deelnemers 1954-2001)


Aukes, Albert G. - 1959
Batenburg, André voorm.* bestuursvoorzitter ABN N.V. - 1978
Beek, A.L. ter commissaris van de koningin Provincie Drenthe - 1989
Benschop, Dick A. staatssecr. Europese Zaken - 2000
Benthem van den Bergh, Godfried van hoogleraar int. betrekkingen Inst. of Soc. Studies - 1969
Beugel, Ernst H. van der em. hooglr. int. betrekkingen RU Leiden - 1959-75, 77-84, 1988-98
Beyen, Willem J. voorm. minister van Buit. Zaken - 1960
Biesheuvel, Barend voorm. premier 1968
Blaisse, Pieter A. em hoogleraar int. recht TU Delft - 1958, 60-63,65
Bolkestein, Frits fractievoorzitter VVD VVD - 1996
Boon, Hendrik N. voormalig ambassadeur - 1957-2**
Brands, Maarten C. hooglr. moderne en theor. geschiedenis Univ. V. Amsterdam - 1992
Brinkhorst, Laurens Jan alg.dir. milieu, nucleaire veiligheid en burgerbescherming Europese Comm. - 1970, 74, 81
Brinkman, L.C. (Elco) voorzitter AVB - 1993
Broek, Hans van den EU-commissaris Europese Unie - 1986, 88, 95
Brouwer, L.E. voorm. directeur Kon. Shell - 1970
Brugsma, Willem L. publicist - 1970
Burgmans, Anthony bestuursvoorzitter Unilever - 2001
Dankert, Piet lid Europees Parlement - 1967
Dekker, Wisse bestuursvoorzitter Philips - 1982, 84
Dijkgraaf, Anton F.J. lid Raad van Bestuur ABN - 1972
Duisenberg, Willem F. president Nederlandse Bank. - 1977-83, 86, penningm: 1980-83
Eekelen, Willem F. voorm. secretaris-generaal West Europ. Unie - 1978
Geldens, Max sen. partner en directeur McKinsey & Comp. - 1984
Goudswaard, Johan M. vice-voorzitter Raad van Bestuur Unilever - 1975
Grave, Frank H.G. de minister van Defensie - 1999
Halberstadt, Victor hoogleraar economie RU Leiden - 1975, 1977-01
Heldring, Jerome L. voormalig hoofdredacteur NRC-Handelsblad - 1969
Herkströter, Cor A.J. bestuursvoorzitter Kon. Shell - 1994
Hirschfeld, H. M. - 1954
Hoeven, Cees van der bestuursvoorzitter Kon. Ahold - 1998, 2001
Hooft, Maria J. 't em. hoogl. economie Erasmus Univ. Rott. - 1972
Hoven, H. Frans van den bestuursvoorzitter Unilever - 1980
Idenburg, Peter J.A. em. hoogl. int. betrekkingen Vrije Universiteit - 1971
Justman Jacob, Paul L. voorm. bestuursvoorzitter Hoogovens - 1974
Kapteyn, Paul J. voorm. senator - 1955-2**
Karsten, C. Frits voorm. bestuursvoorzitter AMRO-bank - 1968-72, 73, 75, 77, 78, 80, penningm: 1972-80
Kleffens, Eelco N. van minister van Staat - 1955-1**, 55-2**, 56, 57-2**, 58-62, 64
Klugt, Cor J. van der voorm. bestuursvoorzitter Philips - 1987
Knapen, H. P. M. hoofdredakteur NRC-Handelsblad - 1991
Kohnstamm, Max voorm. secretaris-generaal Actiecom. v. Europa - 1961-64, 67, 69-75, 77, 79-84, 86-89, 91-92, 94, 95-96, 98
Kok, Wim premier - 1993
Koningsberger, V. J. - 1954
Korteweg, Pieter bestuursvoorzitter Robeco - 1991-95, 97-98, penningm: 1991-98
Koster, Henry J. de staatsraad - 1964-65, 72
Kraijenhoff, Gualtherus voorm. voorzitter Raad v. C. Akzo - 1971
Kuin, Pieter bgw. hoogl. Bedrijfseconomie Erasmus Univ. Rott. - 1968
Kymmell, Jaap voormalig partner Pierson, Heldr. & P. - 1967
Lamping, Arnold Th. ass. secr.-gen. Europa Bilderbergconfer. - 1960-68
Lede, Cees J. A. van voorzitter Raad van Best. Akzo Nobel - 1989
Lennep, Emile van minister van staat - 1963-65, 70, 72-75, 77-85, 87
Lieftinck, Pieter voorm. minister van Financiën - 1957-1**
Liemt, Hans B. van voorm. bestuursvoorzitter DSM - 1985
Loudon, Aarnout A. voorzitter Raad van Commiss.
Akzo Nobel - 1984
Loudon, John H. Int. Advice Committee Chase Manh. Bank - 1962, 65, 72
Lubbers, Ruud F.M. hoogl. Globalisering Kath. Univ. Tilburg - 1983, 91-92, 94
Luns, Joseph M.A.H. voorm. secretaris-generaal NAVO - 1964, 65-75, 77-84
Maljers, Floris A. voorm.
Besturrsvoorzitter Unilever - 1988, 93
Mansholt, Sicco voorzitter Europese Comm. - 1963-64
Melkert, Ad P.W. fractievoorzitter PvdA PvdA - 1996, 2001
Meynen, Johannes voorm. vice-voorzitter AKZO - 1963-67, 69, 70, 72
Mierlo, Hans A.F.M.O. van minister van Buitenl. Zaken - 1882
Nelissen, Roelof J. voorm. minister van Financiën - 1979
Nederlanden, Pr. Bernhard der - 1954-1975, voorzitter 1954-75
Nederlanden, Koningin der - 1962-65, 68-69, 71-72, 74, 84, 86-01
Nederlanden, Pr. Claus der - 1967-69, 71-72, 81-82, 84, 86-89
Oldenbroek, J. H. - 1955-2*
Oort, Conrad J. hoogl. geld en bankieren Univ. van Limburg - 1983, 84, 87, 88-91, penningm: 1983-91
Oosterhuis, H. - 1954
Oranje, Prins van - 1990, 91, 96, 01
Otten, P.F.S. - 1958
Oyevaar, J.J. lid Raad van Bestuur Phs. Van Ommeren - 1956
Patijn, Schelto burgemeester van Amsterdam - 1972
Philips, Frits J. voorm. president Philips - 1973
Rijkens, Paul voorm. president Unilever - 1954-64
Royen, J. Herman van voorm. ambassadeur - 1957-1**, 61
Rozemond, Samuel adjunct-directeur Clingendael - 1973
Ruding, H. Onno C. R. vice-voorzitter Citicorp - 1985, 89, 90
Samkalden, Ivo voorm. hoogl. International recht RU Leiden - 1961-63, 65
Sandberg, Herman W. voorm. hoofdredakteur Het Parool - 1968
Scheepbouwer, Ad J. bestuursvoorzitter TNT Post Groep - 1999
Scherpenhuijsen Rom, W.E. voorm. voorzitter ING - 1983
Schmelzer, W.K.N. voorm. fractievoorz. KVP - 1969
Sickinge, Feyo O. J. voorm. Bestuursvoorzitter Stork - 1977
Sint, Marjanne gemeenteambtenaar - 1990
Spoor, André S. voorm. Hoofdredacteur NRC-Handelsblad - 1971, 82
Steenberghe, M. voorm. minister van EZ - 1954
Stikker, Dirk U. voorm. secretaris-generaal NAVO - 1964
Stoel, Max van der staatsraad - 1980
Tabaksblat, Morris bestuursvoorzitter Unilever - 1996
Tinbergen, Jan em. hoogl. Economie Erasmus Univ. Rott. - 1966
Udink, Berend J. voorm. Bestuursvoorzitter OGEM - 1967, 73
Uyl, Joop M. den voorm. fractievoorz. PvdA - 1985
Veer, Jeroen van der bestuursvoorzitter Kon. Shell - 2000
Vermeer, Evert A. - 1958
Verrijn Stuart, G. M. - 1955-1*
Visser 't Hooft, Willem A. erevoorzitter Wereldr. van Kerken - 1968
Voorhoeve, Joris J. C. minister van Defensie - 1987
Vries, Egbert de hoogleraar Economie Univ. v. Pittsburgh - 1959
Vries, Gijs M. de voorzitter liberalen Europ. Parlement - 1997-98
Vuursteen, Karel bestuursvoorzitter Heineken - 1995-96
Waal, Lodewijk J. de voorzitter FNV - 1999
Wachem, L.C. bestuursvoorzitter Kon. Shell - 1987
Wagner, Gerrit A. voorm. voorzitter Kon Shell - 1969, 72-73
Wallage, Jacques fractievoorzitter PvdA - 1995
Walsem, H.F. van - 1954
Wolferen, Karel van publicist - 1990
Wijffels, Herman H. F. Bestuursvoorzitter Rabobank - 1997
Zijlstra, Jelle voormalig president Nederlandse Bank - 1966, 72, 75

* De functieomschrijving is die zoals die in 2001 door de Bilderberg werd beschreven.

** In 1955 en 1957 zijn er twee bijeenkomsten geweest. Het laatste cijfer verwijst de conferentie (s) waaraan in dat jaar aan deel genomen werd.

13:33 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


Voorbereiden op WO3

Posted in Unspecified

Voorbereiden op WO3


Door Michael O'Meara


Recensie / Opinie

Lezers van deze boekrecensie zijn waarschijnlijk niet bekend met het werk
van Guillaume Faye, maar zijn ideeën zijn steeds meer die van Europa's
nationalistische voorhoede.

Als vroege medewerker van Alain de Benoist en een van de architecten van het
Europese Nieuw Rechts verruilde Faye eind jaren 1980 de politiek voor een
carrière in de media. In 1998 keerde hij terug en vestigde zich onmiddellijk
als de intellectuele kracht van nationalistisch rechts.

Sindsdien publiceerde hij vijf boeken. Elk daarvan heeft een enorme impact
gehad op de strijd tegen multiculturalisme, Derde Wereldimmigratie en
globalisering. (noot #1) In tegenstelling tot Benoist en andere Nieuw
Rechtse theoretici, wiens verdediging van Europa vrijwel uitsluitend gevoerd
wordt op het culturele vlak, en anders dan Le Pen's Front National dat de
voorkeur geeft aan de assimilatie van vreemdelingen en niet de gedwongen
terugkeer, gelooft Faye dat etniciteit niet alleen aan de basis ligt van een
culturele identiteit, maar ook dat een volk en zijn cultuur onlosmakelijk
met elkaar verbonden zijn. Daarom beargumenteert hij dat de strijd om het
behoud van Europa's culturele erfgoed niets anders is dan een strijd voor de
verdediging van het genetische erfgoed en de etnische integriteit van
Europa. (noot #2)

Zijn laatste werk - Avant-Guerre: Chronique d'un cataclysme annoncé (Vóór de
oorlog: Verslag van een ophanden zijnd cataclysme) - doet denken aan
Spengler's Hour of Decision. Net als Spengler kijkt Faye naar de
onweerswolken aan de horizon en voorspelt dat er binnen tien jaar een
tijdperk van wereldveranderende stormen zal neerdalen op de Westerse
volkeren, die zullen bepalen of wij nog een toekomst hebben of niet.

Volgens hem zullen deze cataclysmen noch ideologisch noch economisch van
karakter zijn, maar (à la Huntington) biologisch en cultureel. De
cataclysmen zullen botsende beschavingen en oorlogvoerende etnische
groeperingen betekenen. Zij zullen dus hoogstwaarschijnlijk met ongeëvenaard
veel geweld en vernietiging gepaard gaan en de Westerse volkeren met een
schok wakker schudden uit de dwaasheid die hen tot uitsterven leidt. Ook al
is men tegenwoordig totaal onvoorbereid op een dergelijke te voeren oorlog
en is men vervreemdt van alles wat typisch is aan hun volk en hun culturele
erfgoed, gelooft Faye dat de gevechten van de 20ste eeuw Europeanen aan
beide zijden van de Atlantische oceaan een ultieme kans bieden de krachten
die hen meer dan een halve eeuw lang debiel gemaakt en ontworteld hebben,
omver te werpen.

Europa en Amerika
Als zovele "nationalisten" die in naam van Europa vechten is Faye extreem
kritisch jegens de Amerikaanse regering en de rol die zij speelde in het
onderdrukken van de wereldwijde Westerse solidariteit. Maar anders dan vele
andere rechtse anti-Amerikanen gelooft Faye niet dat de Verenigde Staten de
principiële vijand van Europa zijn. Een vijand, zo beweert Faye, corrumpeert
en intimideert niet alleen, maar bedreigd ook iemands fysieke bestaan. Faye
neemt de hint van Carl Schmidt over en denkt dat men de VS beter als een
"tegenstander" van Europa moet beschouwen. Een strijd op leven en dood is
namelijk allerminst onvermijdelijk.

De ware vijand die de Westerse landen bedreigt, zo beweert hij, komt van de
Derde Wereld. De terreuraanslagen van "11 september" suggereren één van de
vormen die zijn voorspelde cataclysmen zullen aannemen. Maar terwijl de
Islam Europa's voornaamste vijand is, is het - hoe tegenstrijdig het ook
lijkt - niet die van Amerika. Naar aanleiding van het werk van General
Gallois, Alexandre Del Valle en een nieuwe generatie Europese geopolitici
beargumenteert Faye dat de Islam lange tijd hand- en spandiensten heeft
verricht voor de VS bij de expansie van haar hegemonie over de wereld,
oftewel haar "global village" - in het bijzonder door Europa te verdelen en
Rusland te verzwakken. Dat het rekruteren en bewapenen van Islamitische
fanatici om in Afghanistan, Tsjetsjenië en in Bosnië en Kosovo te gaan
vechten uiteindelijk een slag in het eigen gezicht was, mag niet wegnemen
dat de Verenigde Staten om strategische redenen herhaaldelijk Islamitische
opstanden hebben aangestoken.

Volgens Faye komen de voornaamste vijanden van Amerika niet uit het
Midden-Oosten (zelfs als militante Islamieten Amerika als doelwit blijven
beschouwen), maar van een zich snel ontwikkelend en technologisch bewapend
China, bereid de strijd aan te gaan om de dominantie in de regio. In dit
potentiële Sino-Amerikaanse conflict ligt volgens Faye de toekomst geheel in
Chinese handen. In tegenstelling tot China heeft de chaotische mix van
verschillende volkeren en culturen (de smeltkroes) Amerika tot een instabiel
geheel gemaakt. Dit maakt van Amerika geen natie in de Europese zin van het
woord, maar slechts een symbiose étatico-entrepeneuriale. Een dergelijke
entiteit zal uiteenspatten wanneer een vastberaden vijand haar aanvalt.
Daarom zal tijdens de grote ophanden zijnde cataclysmen Europa - en niet de
VS - temidden van de strijd om het voortbestaan van het Westen staan
tegenover een vijandige niet-Westerse wereld.

De Islam
Terwijl voor Amerika een interstatelijke oorlog met China in het
vooruitschiet ligt, gelooft Faye dat Europa geconfronteerd zal worden met
een innerlijke oorlog tegen een opstandige Islam - een oorlog, om het woord
te herhalen, die meer op de aanslagen van 11 september zal lijken dan op een
conventioneel militair conflict zoals de VS dat kunnen verwachten.

In de vier decennia sinds 1962, toen Afrika de zuidelijke grenzen van Europa
doorbrak, is het continent overstroomd met herhaaldelijke vloedgolven
immigranten uit de Derde Wereld. De kracht van deze immigratie, waar massa's
en niet individuen mee gemoeid zijn, is zo groot dat niet het kleinste
aantal demografen beargumenteert dat het beter te omschrijven is met de term
"kolonisatie". Vanwege een buitenproportionele geboorteratio leidt de
onstuitbare instroom van niet-Westerse en grotendeels islamitische
immigranten al tot de "de-Europeanisatie" van Europa. Bijvoorbeeld, vrijwel
overal waar zij zich hebben gevestigd in Frankrijk, zijn ze erin geslaagd de
wijken "etnisch te zuiveren". Zij stichten vervolgens geen getto's, maar
veroverde gebieden die als basis dienen voor de voorbereiding van
toekomstige veroveringen. Met hun zeven tot acht miljoen inwoners zijn deze
gebieden feitelijk vijandige Afrikaanse/Middenoosterse legerkampen geworden
binnen een steeds meer belegerd Frankrijk. (noot #3)

Deze immigratie schept een extreem instabiele situatie, want Europa kent
niet het immense politieapparaat en de uitgestrekte geografische vlakten die
etnische spanningen in de VS 'in bedwang' weten te houden. In veel gevallen,
wanneer stedelijke gebieden verloren zijn aan de Islamitische cultuur,
ervaren Europeanen niet alleen toenemend geweld en onveiligheid, maar ook
het verlies van hun wetten en instellingen. Er zij nu meer dan 1400 "zones
de non-droit" in Frankrijk (daarbij inbegrepen elf steden) en in bijna
honderd ervan heeft de jurisdictie van de Franse republiek plaatsgemaakt
voor de Shari'a, de Islamitische wetgeving. (noot #4)

Binnen zulke zones, waarvan de in verval geraakte leefbaarheid door politiek
correcte ambtenaren hardnekkig omschreven wordt met sociaal-economische
termen in plaats van biologisch-culturele, is het voor een Fransman bijna
onmogelijk normaal te verblijven in een speciaal voor de Franse
arbeidersklasse gebouwde woning (HLM), een café te vinden waar nog wijn of
ham wordt geserveerd of dat zijn vrouw zich in het openbaar kan kleden en
gedragen zoals Europese vrouwen dat doen. In contrast met de Little Italies
en de Germantowns die in de vorige eeuw in vele Amerikaanse steden
ontstonden, zijn deze niet-Europese enclaves geenszins van plan te
assimileren in de dar-al-Harab (de onglovige niet-Islamitische wereld, die
door moslims gezien wordt als de "wereld van oorlog") en in feite zijn
begonnen hun autonomie te claimen. De afgelopen jaren ging er nauwelijks een
week voorbij zonder een krantenartikel over een opstand of een bloedig
incident als gevolg van conflicten tussen de politie en moslimbendes.

Sinds 1990 nam geweld op straat jaarlijks met vijf procent toe - sinds 2000
met tien procent - terwijl het geweld en de disintegratie vaak geassocieerd
met Amerika's binnensteden geleidelijk aan steeds meer een Europese
werkelijkheid wordt. Sterker nog, in 2000 overtrof Franse criminaliteit voor
het eerst in de geschiedenis die van de VS; en Parijs, ooit de Lichtstad,
werd de minst veilige van alle grote Europese steden.

Met deze demografische en culturele bedreigingen in het vooruitzicht
proberen de media, de academie en de gevestigde 'anti-racistische'
organisaties iedere burger die zich tegen zulke veranderingen verzet het
zwijgen op te leggen, terwijl ze de term "multicultuur" tot embleem van de
progressieve samenleving en het wereldburgerschap hebben gemaakt. En in
plaats van het Christelijke Westen te mobiliseren tegen zulke dreigingen,
preekt de Linkse Kerk lafheid, opgave, vluchtgedrag en een zelfvernietigende
medemenslievendheid.

Zo'n masochistische reactie heeft natuurlijk de meer militante leden van
Frankrijk's moslimgemeenschap alleen maar aangemoedigd. Zij roepen nu op tot
de jihad tegen de "witte kaaskoppen". Overheidsinstanties houden echter
hardnekkig vast aan het onderscheid tussen gewelddadige fundamentalisten
(waarvan wellicht circa 40.000 rondlopen in Frankrijk) en de "vredelievende"
moslimgemeenschap, welke de inherente vijandigheid van de Islam jegens de
seculiere maatschappij van Europa niet kan of niet wil erkennen. Faye
beweert daarentegen dat het verschil tussen de orthodoxe en de
fundamentalistische Islam slechts een gradueel verschil in temperament is.
En zelfs dit verschil is moeilijk vol te houden na de veelvuldige
fundamentalistische agressie. Jaren vóór de aanslagen van 11 september op de
symbolen van Amerikaanse hegemonie vond al het derde grote offensief tegen
de dar-al-Harb plaats waarbij Europa als toekomstig thuisland voor moslims
werd aangewezen. (noot #5) De Amerikaanse steun in zuidoost Europa (Albanië,
Bosnië, Kosovo), de druk van de VS om Islamitisch Turkije tot de EU te laten
toetreden en de grote hoeveelheden ter beschikking gestelde geavanceerde
wapens hebben Islamisten ertoe gebracht hun nieuwe verovering voor te
bereiden.

Het is dus niet zo verassend dat Faye de groei van de Europese Islam
interpreteert als het openingssalvo van een grotere strijd om de toekomst
van het continent. (noot #6) Faye's militante oppositie van de Islam is een
strijd om Europa te verdedigen tegen een bedreiging van haar bestaan.

Wat de oorlog ons zal brengen
Tijdens de op komst zijnde cataclysmen - die zich waarschijnlijk zullen
uiten in straatgevechten tussen rivaliserende etnische groeperingen, evenals
guerrillaschermutselingen, megaterrorisme en misschien zelfs kleinschalige
nucleaire uitwisselingen met "dirty bombs" naast conventionele invasies van
aangrenzende Islamitische legers - gelooft Faye dat Europa hetzij ten onder
zal gaan hetzij een wedergeboorte zal meemaken. Hoe dan ook, de
confrontaties die in het verschiet liggen zullen een situatie creëren waarin
de politiek correcte waanbeelden onmogelijk gehandhaafd kunnen worden.

Net als iedere grote strijd die de natuurlijke selectie van de mens
beïnvloedt, kent oorlog privileges toe aan het elementaire en het vitale. De
subtiele afleidingen die sofisten en huichelaars gebruikt hebben om
Europeanen te misleiden, zullen niet anders dan verdwijnen, net als de
kleinigheden die hen in het verleden verdeeld hebben. Vervolgens zullen
alleen de tradities en de manier van leven die de identiteit van het volk
bepalen nog terzake doen.

De situatie waarin de Westerse volkeren zich vandaag de dag bevinden is
uiterst zwak, maar in dat laatste uur wanneer alles op het spel staat, zal
zich, aldus Faye, de kans op een wedergeboorte voordoen.

In zijn ijdelheid voorspelt Faye dat het dominante muzikale thema van Europa
noch dat van een orkestrale ode aan het genot noch van het gestamp van een
stadswilde zal zijn, maar eerder dat van een militaire mars gebaseerd op
oude hymnen. Europeanen aan beide zijden van de Atlantische oceaan zouden
zijn advies moeten opvolgen en er goed aan doen de pas te houden met het
sterke ritme.

Michael O'Meara is een geleerde en verblijft en doceert aan de westkust van
van de Verenigde Staten. Hij is auteur van talloze artikelen en
boekrecensies.

Vertaald uit het Engels door M. Koenraadt.

Noten:

1. L'archeofuturisme (1998); Nouveau discours à la nation européenne, 2de
ed. (1999); La colonisation de l'Europe (2000); Pourquoi nous combattons
(2001). Deze werken zijn gepubliceerd door L'Æncre en kunnen worden
aangeschaft via de Librairie Nationale, 12 rue de la Sourdière, 75001 Paris,
of op het internet via www.librairienationale.com

2. Zie Michael Torigian, Nieuw Rechts, Nieuwe Cultuur: Anti-Liberalism in
Postmodern Europe (Lanham, MD: University Press of America, 2003).

3. Er is geen officieel cijfer van het aantal niet-Europeanen in Frankrijk.
Het geciteerde getal is een schatting van een der voornaamste demografen van
het land. Zie L'avenir démografique: Entretien avec Jacques Dupâquier in
Krisis 20-21 (November 1997). Een andere academicus (J.P. Gourevich) beweert
dat het dichter bij 9 miljoen ligt. Sommigen denken zelfs 14 miljoen,
terwijl de media gebruikelijk 4, 5, of 6 miljoen noemen. Het meest
alarmerende is misschien wel het feit dat eenderde van de bevolking jonger
dan 30 jaar nu van niet-Europese afkomst is en dat zij een geboorteratio
hebben die vier à vijf maal hoger ligt dan het Europese.

4. Jeremy Rennher, L'Occident ligoté par l'imposture antiraciste in Écrit de
Paris 640 (Februari 2002). Zelfs de politiek correcte redacteur van
Violences en France (Paris: Seuil, 1999), Michael Wieviorka, erkent dat de
explosieve toename van geweld en criminaliteit sinds 1990 een uitwas is van
Islamitische macht. Omdat de Franse overheid de meeste gegevens over misdaad
door immigranten in de doofpot houdt, is het weinige bekende uitgelekt door
gefrustreerde ambtenaren. De publicatie met de beste toegang tot deze lekken
is het maandelijkse J'ai tout compris! Lettre de désintoxification, niet
toevallig uitgegeven door Guillaume Faye.

5. De eerste Arabische golf van de zevende eeuw bracht Moslims tot aan
Poitiers. De tweede Turkse golf van de twaalfde tot de zeventiende eeuw
leidde tot de afbraak van het Christelijke Byzantium en de bezetting van
Wenen. De derde golf komt in de vorm van de hedendaagse kolonisatie en is
zeer traag en subtiel, maar potentieel des te meer catastrofaal.

6. De meer militante Europeanisten roepen nu om de behoefte aan een nieuwe
reconquista. Dit is bijzonder duidelijk in een boek van Philippe Randa
Poitiers demain (Paris: Denoël, 2000) en het album Reconquista van de groep
Fraction (Heretic Records).

13:31 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


Nieuwe discussiecultuur

Posted in Unspecified
Opzet voor een discussieclub

Allereerst is het van belang om een soort kerngroep te hebben van drie personen, die voldoende onderlegd zijn, dat wil zeggen reeds veel gelezen hebben, ervaring met discussies voeren hebben en organisatietalent beschikken. Deze kerngroep komt dan ook met enige regelmaat bijeen om de voortgang van de discussieclub te bespreken.

Het is namelijk zaak, dat deze groep gaat toezien op het inrichten van de discussiebijeenkomsten. Zij bepalen de agenda, de locatie en de uitnodigingen bij des voorbereiding. Zij dragen eveneens zorg voor de onderwerpen, de sprekers en de leiding van de discussie bij de uitvoering. Tevens bepalen zij wie er worden uitgenodigd of uitgesloten van de discussieclub als stok achter de deur.

De opzet is dat er besloten discussieavonden plaatsvinden met interessante onderwerpen, geschikte sprekers en een gehandhaafd niveau. Het onderwerp wordt tevoren bekend gemaakt, waarbij er bij voorkeur ook een inleidend artikeltje of literatuur wordt opgegeven om de genodigden de kans te geven zich in te lezen.

De beslotenheid van het debat is belangrijk om de discretie en het niveau van de discussie te handhaven. Mensen dienen met een gerust hart te komen, waarbij ze in alle rust vrijelijk hun standpunten kunnen innemen. Bovendien zijn prominente en gerespecteerde sprekers en gasten hierdoor veel meer geneigd om te komen.

De formele kant van de zaak is dat genodigden worden geacht bij te dragen in de kosten van de huur van het zaaltje en de kosten van de drankjes. Bovendien dienen de discussieclubs niet als fora van één bepaalde groep/partij, maar is het podium voor eenieder, die het voortbestaan van de Europese beschaving een warm hart toedraagt. Diversiteit van meningen vormen -mits binnen bepaalde marges- geen probleem.

Het onmiddellijke doel van de discussieclub is om mensen te vormen in het voeren van een discussie, elkaar te verrijken met nieuwe inzichten en kennis te laten maken met verscheidene standpunten van een bepaalde zaak. Op lange termijn is het bedoeling is dat er rond de discussieclubs zich een rechtse intelligentsia kristalliseert, die ook in staat en bereid is om in het publieke debat een bijdrage te kunnen leveren.

Olaf Goedhart

metapo-sos@groups.msn.com

13:29 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


Omgaan met de media

Posted in Unspecified

Tips voor mediatrips

Omgaan met de media is een vak apart. Een aantal door de wol geverfde activisten en persvoorlichters waren bereid leerzame ervaringen met ons te delen.

We sturen eerst een persbericht naar de landelijke media, ANP en omroepen'' legt Jeroen Bosch van Anti Fascistische Actie (AFA) uit. ,,Als ook de plaats van actie bekend is, krijgen alle lokale media, inclusief huis‑aan‑huis krantjes een speciaal bericht. Geïnteresseerden worden altijd nagebeld. Dat werkt vaak heel goed. Juist bij anti‑fascistische acties is het contact met de lokale gemeenschap belangrijk. Bovendien worden lokale bladen vaak beter gelezen dan de landelijke. Voor geïnteresseerden ligt meestal een persmap met achtergrondinfo klaar.

,,AFA heeft een uitgebreide perslijst, aangevuld met een selectie van journalisten waarmee goed contact bestaat. De Telegraaf en het Algemeen Dagblad staan er niet op, de rest wel. Ook SBS 6, Net 5 en andere commerciëlen. Bij hen werken we uitsluitend met een beperkt aantal contacten, vaak free‑lancers die hun werk aan deze zenders aanbieden. Serieuze mensen, geen sensatiebeluste hielenlikkers. Als de plaats van actie niet tevoren bekend kan worden gemaakt benaderen we individuele journalisten waarmee goede afspraken bestaan, die zorgvuldig omgaan met namen en foto's. Soms versturen we een 'gesloten' persbericht. Alleen aan degenen die reageren wordt meer informatie verstrekt.

,,We brengen altijd de onafhankelijke media op de hoogte, daar is veel respons. Ook maken we altijd ons eigen verslag van de gebeurtenissen, alleen al om je te verantwoorden tegenover de mensen die je oproept om deel te nemen. Ons verslag sturen we (met eigen beeldmateriaal) ook weer op naar de pers. Dan heb je alvast een weerwoord op hun verslaggeving. Ook hoeven ze niet opnieuw contact met je op te nemen ‑ voorzover ze daar de moeite voor nemen.

Meningen

Ed Hollants Werkt bij het Autonoom Centrum (AC) in Amsterdam. Het AC houdt zich bezig met migratie, vluchtelingen, Palestina, maar  bijvoorbeeld ook woonwerkvereniging De Vrije Ruimte. Enkele langlopende projecten zijn vooral op de pers gericht, zowel de alternatieve als de 'gewone'. Rondom de Eurotop‑arrestaties in 1996 en het politieoptreden had het Autonoom Centrum veel met de media te maken.

Ed: ,,Ondanks alle kritiek is de 'gewone' pers een bepalend meningvormend instituut. Je kunt daar best inbreken, ook al kost het moeite. Het AC wordt nu vaak door de pers om commentaar gevraagd. Meestal gaan we daar op in. Het ligt eraan hoeveel tijd het kost. Ik denk dat het altijd goed is voor actiegroepen om naambekendheid te krijgen. Zolang een journalist je woorden niet volstrekt verdraaid of je alleen maar iets vraagt om je de grond in te schrijven, doen we mee, en ach of het nou precies overkomt... daar zijn we flexibel in. Met sommige journalisten willen we niet meer samenwerken, maar zwarte lijst is een groot woord. Veel actiegroepjes zijn daarmee te makkelijk ‑ die hebben al snel een aversie tegen de media omdat iemand niet precies schreef wat zij wilden of bedoelden.

,,Als de pers ons belt voor een artikel willen ze liefst onthullingen, sensatie of vaak 'het menselijke verhaal er achter'. Terwijl wij juist de politieke kant rond bijvoorbeeld migratie willen aankaarten. Dan kun je kiezen niet meer mee te doen ‑ het zoveelste zielige verhaal over een vluchteling in de krant vinden we niet meer zinvol. Waar we veel gebruik van maken is de meningen en ingezonden stukken pagina's in de landelijke kranten.

Benaderen wij de pers dan doen we dat zo breed mogelijk ‑  behalve de Telegraaf dan. Naast het ANP ook de Gemeenschappelijke Persdienst (GPD) van de provinciale kranten. De provinciale kranten hebben bij elkaar opgeteld zeker zoveel lezers als de gezamenlijke landelijke dagbladen. Soms benaderen we een provinciaal blad direct. Ze hebben meer ruimte voor zaken die in hun regio gebeuren. Op onze perslijst staan ook alle landelijke en alle regionale radiozenders.

,,De onafhankelijke media zijn voor ons heel belangrijk omdat we daar ons verhaal kwijt kunnen zonder dat er van alles wordt geschrapt of censuur wordt toegepast. Daar kun je zelf de inhoud en je eigen discussie bepalen. Dat zal in de Volkskrant moeilijk gaan.''

De Amsterdamse kraakbeweging beschikte een aantal jaar over een eigen Hoofdstedelijke Persgroep Kraaknieuws (HPK). Jeroen Verbrugge was er van begin tot eind bij: ,,De berichtgeving in de media liet veel te wensen over. Enerzijds omdat de media pas belangstelling toont op het moment dat ergens de ME voor de deur staat, anderzijds omdat de informatievoorziening vanuit de kraakbeweging niet al te best was. Het was al een stap vooruit dat er een vast aanspreekpunt, adres en telefoonnummer was voor de pers. Het persbeleid heeft bij de kraakbeweging vaak de laagste prioriteit. Bij een grote kraak maken mensen zich eerder druk over of er genoeg eten (bier) is dan over wie het woord gaat voeren.

,,Elke week hielden we adviesspreekuur. We hadden een uitgebreide lokale en nationale perslijst en we voorzagen iedereen op die lijst van ons periodiek, het Hoofdstedelijk Kraaknieuws, om meer van onze eigen informatie en achtergronden naar voren te brengen. Het blijft wel schipperen met principes als je met pers bezig bent ‑ Telegraaf, Nieuwe Revu of Panorama kregen ook onze persberichten maar deden er nooit iets mee.

Persvoorlichters

Rene Damen is behalve raadslid voor Amsterdam Anders/de Groenen ook woordvoerder voor Milieudefensie. ,,Als we actie voeren brengen we zo breed mogelijk een persbericht uit. We willen dat er zoveel mogelijk pers aanwezig is en verslag doet. Gaat het om een geheime actie, dan benaderen we soms één journalist apart met de belofte van een primeur. Dan krijgt je verhaal veel meer aandacht. Zoek je het breder dan wordt het verhaal meestal minder prominent. We selecteren ook op doelgroep ‑ gaat het om een actie tegen Shell, dan zorgen we dat er iemand bij is van het Financieel Dagblad, om veel aandeelhouders te bereiken.

,,Milieudefensie heeft twee of drie full‑time persvoorlichters, die alle perscontacten bijhouden en vijf gespecialiseerde woordvoerders. De alternatieve media worden altijd meegenomen, vooral omdat we via die bladen de actieve mensen bereiken. Verder ligt het aan het onderwerp: naast de algemene perslijst met iets van honderd adressen hebben we ook een specialistische perslijst waarop alternatieve bladen en vakbladen op onderwerp gerangschikt zijn. Ja, ook bladen als de Kampioen van de ANWB. Die heeft een oplage van 1,2 miljoen.''

Amnesty International heeft niet te klagen over media‑aandacht en wordt vaak door de pers benaderd. Regelmatig worden zij voor langere artikelen en reportages over een land geraadpleegd en om achtergrond-informatie gevraagd. Van het audiovisuele materiaal waarover Amnesty zelf beschikt wordt veelvuldig door de pers gebruik gemaakt. Amnesty beschikt over een aparte PR-afdeling die zich bezig houdt met adverteren en fondsen- en ledenwerving.

Persvoorlichter Ruud Bosgraaf: ,,Amnesty probeert zich te beperken tot thema's als doodstraf en verdwijningen. De taak van de persvoorlichters is dit terrein af te bakenen en andere vragen door te verwijzen. Niet zelden bedankt Amnesty voor verzoeken om snel commentaar voor korte nieuwsitems te leveren. Recente voorbeelden daarvan zijn de kwestie Zorreguieta of de Nederlandse boeren die wegens de MKZ maatregelen hun terrein niet meer af kunnen en vinden dat hun mensenrechten worden geschonden. Je moet onderscheid blijven maken tussen feiten en meningen.

,,Amnesty schakelt zelf de pers in als bijvoorbeeld een nieuw rapport wordt gepresenteerd of wanneer een buitenlandse gast ‑ vrouwelijke arts uit Afghanistan of mensenrechtenactivist ‑ ons land bezoekt. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan doelgroepenbladen. Gaat het om vrouwenmishandeling wereldwijd dan krijgt een breed scala aan dames‑ en vrouwenbladen een persbericht, van de Viva tot Zij aan Zij. Betreft het homo‑vervolging dan komen weer bladen als de Gay‑krant aan bod.

,,Journalisten willen het liefst hapklare berichten, kort en makkelijk. Wat wij doen is 'kort en breed' afwisselen met journalistiek met meer diepgang.''

Connecties

Iedereen onderschrijft het belang van persoonlijke connecties met individuele journalisten. Ed (AC): ,,Je moet er tijd aan besteden om goede contacten op te bouwen. Na verloop van tijd merk je dat men jou gaat bellen. Dat heeft er alles mee te maken of de pers je serieus neemt. De feiten die je vermeld moeten altijd kloppen, anders verspeel je je geloofwaardigheid.

,,Het kan de moeite waard zijn om bepaalde journalisten in te lichten al publiceren ze niet. Iemand die zich heeft verdiept in een onderwerp, of jouw mening deelt, daar moet je tijd in stoppen. Met mensen die we van veel info hebben voorzien hebben we nooit slechte ervaringen, die gaan er dan niet alsnog een potje van maken.

,,Stel je hebt een interessante ontdekking gedaan, maar je kunt niets bewijzen. Dan heeft het zin om een journalist in te lichten, die kan vaak meer boven water krijgen dan wij. Daar kan een groot artikel in de krant uit voortkomen, zonder dat wij daarin genoemd worden.''

Rene (MD): ,,Van tijd tot tijd organiseren we een info‑middag waar journalisten kunnen worden bijgepraat over specialistische onderwerpen als bijvoorbeeld de wetgeving rond Schiphol of andere complexe materie zoals patentrecht en genetische modificatie. Wij hebben in totaal vijf woordvoerders met elk hun eigen specialisme.''

Ruud (AI): ,,Het netwerk van individuele contacten met de journalistiek is van groot belang voor de langere artikelen en reportages, voor serieuze journalistiek met iets meer diepgang.''

Jeroen (HPK): ,,Van netwerken was nauwelijks sprake. Het Parool en AT5 zijn allebei een duiventil. Zodra je iemand een beetje goed op de hoogte had gebracht van het kraakgebeuren was ie alweer vertrokken en kwam onnozele stagiaire no. zoveel aanzetten. Kraken was duidelijk een onderwerp voor het voetvolk, niet voor journalisten van naam.''

Woordvoerder

Als je gaat praten met de pers is goed geïnformeerd zijn alleen niet voldoende, hebben de meeste betrokkenen inmiddels ondervonden. De HPK uitgezonderd werken alle groepjes met woordvoerders, die zich goed hebben voorbereid op contact met de media en goed in het onderwerp zijn ingevoerd.

Jeroen (AFA): ,,Natuurlijk weerhoudt niemand de pers ervan om met een willekeurige demonstrant te praten. Maar onze perspersoon is aldoor bereikbaar en heeft ook zin om vragen te beantwoorden en heeft feiten en gegevens steeds binnen handbereik. Het is overigens belangrijk om als je iets wilt uitleggen geen gebruik te maken van 'scene'jargon.

Jeroen (HKP): ,,Nee, liever geen 'Klaas Wilting van de krakers'. Wie kan beter verwoorden wat er aan de hand is dan de betrokken bewoners van een kraakpand. Helaas was het animo voor die taak onder krakers niet groot, waardoor meer dan eens iemand uit de persgroep het maar weer opknapte. De kraakscene is nogal naar binnen gericht, uitgezonderd het Entrepotdok, daar waren drie, vier mensen die goed in een paar zinnen het verhaal uit de doeken konden doen, dat werkte.''

Rene (MD): ,,Op zich maakt het niet uit of verschillende personen woordvoerder zijn, maar het is stom om geen woordvoerder te hebben. Anonimiteit maakt kwetsbaar, een gezicht is altijd beter. Beter dan een bivakmuts.''

Cameratips

De pers zoekt voor haar nieuwsuitzending meestal alleen die ene korte soundbite ze kunnen gebruiken. Wordt er vantevoren rekening gehouden met wat ze wegknippen?

Jeroen (AFA): ,,Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik voor de microfoon of camera woorden gebruik met een grote lading, waarvan je weet: dat knippen ze er niet uit. Je hebt maar 10, 11 seconden, dan kun je wel alles willen uitleggen maar het moet meteen knallen. Maar om het voor de media interessant te maken moet de boodschap zo ongenuanceerd en gekleurd mogelijk gebracht worden. Het interesseert ze niet of je lessen geeft op scholen of wat voor blad je uitbrengt. Ze horen liever dat je ergens een zaal blokkeert of een fascist op z'n bek gaat timmeren. Ze hebben een beeld van je als radicaal, dus moet je iets radicaals zeggen, ook al denk je er niet zo over. Ik geef daar niet aan toe. Is er geen ruimte voor een genuanceerde mening dan vraag ik of ze mijn commentaar kunnen weglaten.''

Zijn cameratip: ,,Trek je niets aan van de vragen die gesteld worden en vertel heel bondig wie je bent, waarom je er bent en wat je doet. Soms krijg je vantevoren vragen toegestuurd die de journalist vervolgens niet stelt. Trek je niets aan van het spektakel. Altijd handig is materiaal meenemen om te laten zien, een foute sticker, of materiaal dat je op scholen gebruikt, daar wordt altijd op ingegaan. Dan komt het gesprek meer jouw richting op.''

Rene (MD): ,,We hebben geen speciale opleiding of training gevolgd, bij Greenpeace doen ze dat wel. Voordat je live op tv bent: bedenk van tevoren de boodschap van het verhaal in één zin en gebruik die zin, ongeacht de vraag. Je hebt maar 10, 20 seconden en de meeste journalisten zijn gemakzuchtig en kritiekloos, dus oefen zelf op de kern van je verhaal. Aan live uitzendingen moet je altijd meedoen, daar kunnen ze niet in knippen. Laat je alleen niet verleiden tot te radicale uitspraken, herhaal jezelf desnoods.''

Jeroen (HPK): "Al heb je nog zo'n prettig gesprek met een journalist, het is uiteindelijk de eindredactie en de montage die bepalen wat er wel en niet in komt, daar heb je toch geen vat op. Iedereen heeft zich natuurlijk bont en blauw geërgerd aan AT5. Je propt ze vol met informatie, en uiteindelijk krijg je alleen politievoorlichter Wilting te zien die effe uitlegt hoe het echt zit. Na elke uitzending was er wel weer iemand die tot een boycot uitriep. Maar ze zenden toch wel uit dus kan je beter zorgen dat iets van je eigen verhaal doorkomt.''

Ed (AC): ,,Je moet je kunnen beperken. Je kunt na een tijdje vrij goed voorspellen wat voor soort uitspraken ze er uit lichten. Ongezouten kritiek is bijvoorbeeld interessant. Je moet zorgen dat er steeds een paar knallende uitspraken in zitten. Ook bij persberichten is dat nuttig. Zorg dat je dat thema niet loslaat. Als iemand de andere kant op vraagt, meteen weer terugbouwen naar wat je te zeggen hebt. Je moet voorkomen dat je te veel uitweidt, want dan kunnen ze dingen eruit lichten die jij niet belangrijk vindt en het belangrijkste weglaten. Dan is het beter om kort te zijn en op hetzelfde terug te komen.''

Schade en schande

Niet alle journalisten gaan even respectvol te werk waar het mensen betreft met een afwijkende mening.

Jeroen (HKP): ,,De slechte reputatie van krakers is van alle tijden. Artikelen zoals onlangs in de Volkskrant over toeristenkrakers in de Pijp waren er ook al ten tijde van de Nieuwmarkt-krakers. Buitenlandse krakers zijn er ook altijd al geweest. Nu zijn het ineens allemaal profiteurs, het riekt naar xenofobie. Dat artikel was een duidelijk voorbeeld van iemand die al van tevoren een verhaal heeft en er dan alleen nog wat mensen bijzoekt die iets zeggen om het iets meer geloofwaardigheid te geven.''

Rene (MD): ,,Achteraf ageren tegen slechte berichtgeving heeft weinig zin, het is al te laat. In 90 procent van de gevallen gaat het goed en zijn ze redelijk accuraat. Ik heb een kort lijstje van journalisten bij wie ik extra oppas geen dingen te zeggen die ze kunnen verdraaien. We reageren wel als er pertinente onjuistheden staan in een artikel. Meestal gaat het echter om overdrijvingen of weglaten van informatie en daar walt weinig tegen te beginnen. Soms is er sprake van bewuste manipulatie.

,,Als je laat zien dat je genoeg steun hebt, zoals met het comité van aanbeveling van het Entrepotdok, kunnen ze je moeilijk marginaliseren. Zorg dat je serieus overkomt, laat je niet verleiden tot het soort radicale uitspraken dat ze graag willen horen.''

Jeroen (AFA): ,,In Zeeland werd een keer anoniem, vermoedelijk door een CD-er, melding gedaan bij de Zeeuwsche Courant dat wij een folder-actie van CD-ers van straat zouden gaan slaan. Vervolgens werd er een hoofdartikel van gemaakt. AFA zou met helmen, knuppels en kettingen in aantocht waren. Ze hebben ons niet eens gebeld, terwijl ze een abonnement op ons blad hebben. Het heeft ons heel veel moeite gekost om het artikel gerectificeerd te krijgen. Tot we een klacht indienden bij de Raad voor Journalistiek die gehonoreerd werd omdat onzorgvuldige journalistiek was bedreven. Ze hebben hun excuus moeten plaatsen in de krant.

We werden in het artikel echt totaal gecriminaliseerd, dat wil de CD ook. Dat de pers daar intrapt. Maar staat zo'n kop eenmaal in de krant dan kan je er niks meer aan doen. Eigenlijk is de rectificatie al te laat... Het was wel de moeite waard. We kregen wel alle betrokkenen direct te spreken, ook de hoofdredacteur. Sindsdien is er een goed contact met die krant.

Ed; ,,Je moet niet onzeker zijn, of je afhankelijk opstellen. Wel direct reageren als iets verkeerd is overgebracht: journalist bellen, rectificatie eisen. Je moet je opstellen als Duisenberg, die pikt het ook niet als ie verkeerd overkomt. Omdat jij toevallig in een actiegroep zit, moet je dat maar pikken, nee, je wil serieus genomen worden. Je moet staan voor wat je vindt.''  

Tips voor succes

Rene (MD): ,,Wat niet werkt is persberichten sturen en dan iedereen ongevraagd nabellen, dat wekt veel irritatie. Laat ze maar zelf reageren. Ik heb ook geleerd om nooit meer te zeggen "we zijn het er mee eens maar op voorwaarde dat...." Dan komt er in de krant een artikel met als kop dat Milieudefensie het ermee eens is. Beter is: "we zijn er tegen omdat..." Vooral de schrijvende pers wil nog wel eens een maar of mits weglaten. 

Verder zou ik niet meedoen aan infotainment-showprogramma's. Het is de moeite niet waard. Een actie doen uitsluitend voor media-aandacht heeft ook geen zin, dat pikken ze niet. De acties van Groen Front tegen de Betuwelijn kregen wel veel aandacht, die waren authentiek. Die mensen verstopten zich onder de grond waar ze niet gefilmd of geïnterviewd konden worden. Ze waren authentieke obstructie, dat kwam heel goed over.

Ed (AC): ,,De publiciteit rondom het Eurotop-politieoptreden was een succes. Het klachtenboek was heel geloofwaardig. De timing was goed, juist voor de behandeling van het onderzoek in de gemeenteraad. We hielden een persconferentie. Het tijdstip van een persconferentie is ook belangrijk. 's Middags haal je het 8 uur journaal van die avond. Hou je 's avonds een persconferentie dan zijn de ochtendkranten de eerste met het nieuws. We hebben ook wel eens een bepaald blad de primeur beloofd met een soort sneak preview van de persverklaring, dit had het beoogde effect.

Ruud (AI): ,,De grootste fout is veel te veel zeggen aan de telefoon terwijl je niet weet dat er een bandje meedraait. Alles wat je zegt kan in de krant komen. Als je om inzage voor publicatie vraagt maak je jezelf ook niet geliefd bij de journalist.''

Jeroen (HPK): ,,De kraakbeweging is nogal naar binnen gericht. Het Entrepotdok voerde juist een open-deur beleid, en sloot zich niet op achter staal. Die rel konden veel mensen begrijpen. Ik mis het Dok ontzettend, maar ze hebben met opgeheven hoofd afscheid genomen.''

 

Elly

 

www.ravagedigitaal.org

13:16 - 24/4/2007 - comments {0} - post comment


Description

Home
User Profile
Archives
Friends
Recent Entries
- Sociaal en nationaal: een nationaal-revolutionaire kraakbeweging
- “De industriële samenleving en haar toekomst” door Theodor Kaczynski
- “Biotechnologie en biodiversiteit” door Marcel Rüter
- Scriptie over de Nieuw Rechtse stroming
- Europees Nieuwrechts Manifest
Hosting door HQ ICT Systeembeheer