22 November 2008 - Principes (van: www.edwinvisser.com)
Ik geef het toe: een jaar geleden was ik nog grenzeloos naïef in mijn ideeën over humanitair werk: dankbare volksstammen die ons komen bedanken voor de levensreddende hulp; spectaculaire voedseldroppings uit vliegtuigen voor een verstervende bevolking; overheden die ons smeken om langer te blijven en meer te doen, omdat ze zo blij zijn met onze inspanningen. De realiteit is heel wat weerbarstiger.
De bevolking geeft ons de schuld van de tekortkomingen van de overheid. De overheid projecteert haar eigen fouten op de humanitaire organisaties en de VN. Bovendien is de overheid hopeloos intern verdeeld en regelmatig belanden we middenin figuurlijke gevechten tussen verschillende departementen. Het resultaat is een kakofonie van klaagzangen van de bevolking en scheldkannonades van de overheid.
Het was dus erg naïef om te denken dat we blije en dankbare mensen zouden tegenkomen. Maar het was ook naïef om te denken dat humanitair werk vooral het distribueren van gratis eten, medicijnen en andere levensbenodigdheden is. In een gebied waar sprake is van wederopbouw, is het essentieel om na te denken over hoe de bevolking en overheid zelf betrokken kunnen worden bij humanitair werk. Het moet erop gericht zijn dat na verloop van tijd de overheid of bevolking een project kan overnemen en voortzetten. In het jargon heet dat „sustainability“. We bouwen niet zomaar een nieuwe waterput, maar vragen de gemeenschap om mee te helpen in de installatie ervan – „community participation“ heet dat. En het is niet aan ons om te besluiten waar hulp het hardst nodig is, maar doen dat door met de bevolking en overheid te overleggen en hen richting te laten geven. Ook daar is een term voor: „beneficiary accountability“. En er zijn er nog veel meer, zoals: neutraliteit (we mengen ons niet in politieke zaken) impartiality (we bieden hulp waar het nodig is, ongeacht achtergrond, ras of religie), transparantie (we zeggen wat we doen en doen wat we zeggen.) Deze en vele andere termen gaan samen onder de noemer „humanitaire principes“.
M’n naïviteit is veranderd in realiteit en dromen zijn veranderd in principes.
Het valt niet mee al deze principes in de praktijk toe te passen. Projecten zouden veel sneller lopen als we ons niet druk zouden maken over een principe als „community participation“. Want dit houdt in dat je veel, heel veel tijd moet doorbrengen in dorpen, met dorpsleiders, gemeenschapsgroepen, om projecten te bespreken, ze enthousiast te maken en ze te mobiliseren om hun bijdrage te leveren. Maar we staan voor onze principes en blijven erop hameren dat we hier niet zijn om cadeaus uit te delen. De donors zijn daar blij mee, prijzen ons om onze rapportages en wij zijn trots op onze handhaving van de principes.
In een van onze projecten produceren we waterfilters voor dorpsbewoners. Hun water komt uit een put en is erg vervuild Het filter is gevuld met een combinatie van stenen, grind en zand en maakt van smerig bruin grondwater helder schoon drinkwater. Het maken van zo’n filter kost niet zo veel geld, maar we geven het niet gratis weg. Wie zo’n filter wil krijgen, moet zelf voor grind en zand zorgen. Bovendien moet hij of zij vijf pond (2 euro betalen) aan de filter maker. De filter maker is een dorpsbewoner die we hebben getraind in de productie van de filters. In sommige dorpen werkt dit project best aardig. Het doel is om er dit jaar in totaal zo’n 150 te maken en dat gaat waarschijnlijk wel lukken. Schoon water is belangrijk, want het voorkomt veel ziekten. En door al onze principes hoog te houden, leren we een dorpsgemeenschap om samen te werken in het draaien van projecten.
Vorige week was ik in een van de dorpen om de kwaliteit van water te testen. Hier zijn dit jaar zo’n twintig filters gemaakt en dat aantal moet nog wel wat omhoog. Maar de bevolking is enthousiast en ziet de noodzaak in van schoon drinkwater. Halverwege ons bezoek werd ik aangesproken door een oude vrouw. Ze vertelde me dat ze weduwe is en veel kinderen heeft. „Mijn kinderen zijn vaak ziek en ik wil ze graag schoon water geven. Dat filter van jullie is heel goed en ik wil er ook graag een. Maar waarom vragen jullie vijf pond? Ik heb geen vijf pond. Ik weet dat jullie ook willen dat ik zelf grind en zand breng. Ik ben naar de rivier gegaan en heb het allemaal op mijn hoofd gedragen en bij de filter maker gebracht. Maar hij zei dat ik eerst vijf pond moest betalen. Dat had ik niet. Ik heb het zand en de stenen bij mijn huis gelegd, hopend dat ik later misschien een filter zou kunnen betalen. Maar toen ik een paar dagen weg was uit het dorp, was het gestolen.“
De Humanitaire Realist, met een hoofd vol principes, stond met een mond vol tanden.
Meer blogs op: www.edwinvisser.com
|