Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Het leven na 50

Ernst

{ 23:09, 7.12.2010 } { Posted in Tjitske } { 0 comments } { Link }
Ik moet iets bekennen. Ik heb het steeds uitgesteld, maar toen ik vandaag het interview met Ernst Hirsch Ballin las in VN, vond ik het tijd worden voor deze bekentenis: Ernst Hirsch Ballin deugt, hij is helemaal ok. Die confessie klinkt heel simpel, maar daar gaat een verhaal aan vooraf. Vóór 2 oktober vond ik hem ietwat wereldvreemd en ook wel wat dubieus, eigenlijk een beetje eng. Hoe kwam ik daarbij? Het is vreselijk om toe te geven, maar het zal met zijn uiterlijk te maken hebben gehad en de manier waarop hij sprak. In de verte deed hij denken aan De Vieze Man van Kees van Kooten. Om het niet erger te maken, ga ik daar niet verder op in, maar misschien dat u zich daar wel iets bij voor kunt stellen. Nu ik erbij nadenk, moet ik toegeven dat het eigenlijk nooit over zijn standpunten of zijn werk ging. Maar sinds hij en zijn vrouw zich op 2 oktober van dit jaar tijdens het CDA-congres zo vol overgave uitspraken tegen samenwerking met de PVV ("Doe dit ons land niet aan!") zie ik hem met geheel andere ogen en is hij ineens de verpersoonlijking van de goede christen geworden. Zo'n goeddoend mens, waarvan ik dacht dat de CDA er vol mee zat. In VN zegt hij o.a. "Wat ik vreesde is dat de generalisaties van de PVV over moslims door de rest van Nederland steeds normaler worden gevonden. Dat zie je gebeuren." En: "Ik kom te veel partijgenoten tegen die het in de praktijk wel mee vinden vallen met Wilders." Hij heeft gelijk: hoe bont moet een partij het maken voordat haar kiezers afhaken? Me dunkt dat er de laatste weken genoeg schandalen geweest zijn in de PVV, maar de man in de straat vindt "het wel meevallen; overal gebeurt toch wel eens wat”. Wilders zelf spreekt tegen dat hij een one-issuepartij heeft (of is), maar juist met zijn ageren tegen moslims trekt hij volgens mij 90% van zijn kiezers.
 
Met ongeloof heb ik geregistreerd dat deze christelijke partij (het CDA) zijn ziel (met 68% van de stemmen) verkocht aan een partij die van mening is dat de islam geen godsdienst, maar een politieke ideologie is. Waarom in Godsnaam wil men zo graag met deze partij samenwerken? Er waren nog genoeg respectabele alternatieven te onderzoeken. Was de weerzin tegen de PvdA zo groot dat men zich inlaat met racisten en sjoemelaars? In het verkiezings­programma van de PVV wordt gewag gemaakt van dierenwelzijn, menswaardige zorg en een sprankelende democratie. Maar tot nu toe is het een partij van schreeuwers, geweldenaars en demagogen gebleken die het met de wet niet zo nauw nemen en deze week voltallig (min één) stemden tegen democratisering van de partij.
 
Toen men de onderhandelingen begon met de PVV dacht ik dat het voor de vorm was, opdat men later niet zou kunnen zeggen: jullie hebben de PVV-kiezers niet serieus genomen. Volgens mij heeft Ab Klink dat ook gedacht. Toen bleek dat het Verhagen menens was, is hij zich rot geschrokken en met hem Ernst Hirsch Ballin en nog 32% van de CDA-aanhang. Ik dacht dat het wel rechtgetrokken zou worden tijdens het congres. Dan zouden al die rechtschapen boeren opstaan en Den Haag laten weten dat zij kiezen voor sociale, humane politiek. En, het moet gezegd, de beelden van het congres waren mooi: wat was Hannie van Leeuwen lief: breekbaar en toch zo krachtig. Ik kreeg dus weer moed. Helaas vergiste ik me grandioos. De CDA-ers hadden meer vertrouwen in de rat Verhagen (die benaming bedenk ik niet, maar zo werd Verhagen in januari 2007 door de mede-onderhandelaars van Beetsterzwaag al genoemd; de formatie die tot het laatste kabinet geleid heeft) en de tranentrekker Eurlings.
 
Ik geef het toe: het was naïef, ik had beter moeten weten. Ik kom uit een ARP-gezin. Vroeger werd er op Biesheuvel gestemd - later op Lubbers en andere kopstukken van het CDA. En hoewel ik mij nooit bezondigd heb aan een CDA-stem, ben ik - tegen wil en dank - doordrenkt van het protestantse denken. Het beeld van hardwerkende mensen die iets voor de minderbedeelden in onze maatschappij en daarbuiten overhebben, zat nog in een hoekje van mijn geheugen opgeslagen. Ik had dat beeld al tien jaar geleden moeten bijstellen toen ik de dominee van mijn ouders voorafgaand aan de begrafenis van mijn vader, naar aanleiding van zijn reis door Israel, over die "onopgevoede stenengooiende Palestijnen" hoorde spreken "die het volk Gods probeerden uit te moorden" en ook toen ik vijf jaar geleden mijn moeder (streng Christelijk-Gereformeerd) hele nare dingen hoorde zeggen over moslims. Toen had ik toch ten diepste moeten weten dat godsdienst er niet toe doet. Integendeel, durf ik zelfs te zeggen: godsdienst leidt vaak tot volgzaamheid en domme conclusies. Wantrouw een gelovige; beoordeel hem op zijn daden en uitspraken. En dat zal ik van nu af aan ook doen. Ik zal het kabinet met argusogen volgen. In welke bochten zal het CDA zich moeten wringen, bijvoorbeeld om te tonen dat het christendom geen politieke ideologie is en dat er wel scholen met de bijbel mogen bestaan, maar geen scholen met de koran. Welke demagogische trucs zullen uit de kast gehaald worden? Het zal vele uren irritatie opleveren en - zo durf ik te voorspellen - minimaal een halvering van de partij, want die 32% stemt niet meer op het CDA.
 
Maar in een volgend kabinet mag Ernst Hirsch Ballin opnieuw Minister van Justitie worden. Hopelijk is hij dan lid van een partij waarin de C is vervangen door de H van humaan. Liefst onder Job Cohen of (ik weet, het is tegen beter weten in) Femke Halsema.


SMS-je

{ 17:20, 2.10.2010 } { 0 comments } { Link }

Ik had altijd twee mobiele telefoons bij me: één voor privé en een smartphone voor mijn werk. Maar dat is lastig. Soms gaan ze gelijktijdig af, dan weer vergis ik me en neem de verkeerde telefoon op, en één telefoon zoeken in mijn tas geeft al ergernis, laat staan twee. Ik ben dus maar overgegaan naar één en heb mijn privé nummers overgezet naar het bestand op mijn smartphone. Nu staan privé contacten tussen de werkcontacten, komen alle gesprekken op een toestel binnen, hoef ik ook maar één nummer te onthouden, kortom het werkt stukken efficiënter.

 

Maar soms gaat het mis.

Ik ben te ijdel om mijn brilletje op te zetten en denk vriend E geselecteerd te hebben. Ik sms:

“heb zin in je; laten we afspreken bij de waterpomp, Your Queen”. Homovriend E en ik communiceren op deze toon. Uitdagend en direct, flirtend en ondeugend spelen we een spel waar we zelf verschrikkelijk om moeten lachen. We zeggen vaak: "jammer dat we niet op elkaar vallen".

Ik druk op ‘send’ en hoop dat we elkaar die avond zullen ontmoeten. Ik zit in een lunchcafé en heb net een broodje en een glas jus d'orange gehaald als ik mijn smartphone hoor. Ik pak hem uit de tas en in het scherm zie ik de naam staan van collega E, de controller van mijn afdeling. Ik raak geïrriteerd. Hoe durft hij mij tijdens de lunch te storen; kan hij niet wachten tot ik terug ben? Maar toch open ik het bericht en langzaam krijg ik het benauwd. Ik lees: “ik kan vanavond niet, heb een tenniswedstrijd”. Ik scroll door het scherm en ja hoor, ik zie mijn eigen eerder verstuurde berichtje staan. Dan krijg ik de slappe lach en verslik me in mijn broodje. De mannen in strak pak naast mij, kijken verstoord. Waarschijnlijk denken ze dat ik gek ben en in m’n eentje zit te lachen om niets en tot overmaat van ramp ook nog niet netjes kan eten: weer zo'n allochtoon! Maar ik zit met reden te lachen. Controller E is een aardige maar bijzonder saaie man van in de vijftig. Hij sloft licht gebogen door de gangen van het kantoor en in vergaderingen spreekt hij zacht en lijzig. Ik heb helemaal geen zin in hém en wil hem zeker niet zien bij de waterpomp. Vele vragen komen in mij op: vindt hij het normaal dat ik zo'n intiem smsje naar hem stuur; ontvangt hij vaker soortgelijke berichtjes; moet ik hem bellen en mijn excuses aanbieden, moet ik hem bellen en vragen waarom hij zo reageert of moet ik hem bellen en informeren naar zijn tennisresultaten? Heeft die man een geheim leven wat ik helemaal niet van hem verwacht; wat denkt hij wel van mij, dat ik hem leuk vind soms? Stomkop!

 

Ook na deze affaire zie ik hem natuurlijk dagelijks: hij is mijn collega, we werken op dezelfde afdeling. Niet weten wat hij weet voelt ongemakkelijk. Als ik hem tegen kom in de gang, kan ik nog wegduiken maar wanneer hij tegenover me zit in een vergadering moet ik hem wel aankijken. En laatst toen hij mij vroeg om een kopie van een notitie, keek hij me brutaal aan. Kan het zijn dat hij in zichzelf ontzettend veel lol heeft om de hele situatie en met plezier zit te kijken naar mijn ongemak!

                                                        



Het is wat het is

{ 13:58, 1.10.2010 } { 0 comments } { Link }

Abstract USA is een kleine tentoonstelling die te zien is in het Rijksmuseum in Enschede. De kunstenaars van de 'koele abstractie', een naoorlogse Amerikaanse kunststroming en opvolger van het abstract expressionisme, gaan uit van ´what you see is what you see´. Alles wat een schilderij vertegenwoordigt of betekent is te zien; kijken is genoeg. Het is niet symbolisch, niet gevoelig, het vertelt geen verhaal, de strepen op het schilderij zijn niets anders dan de streken van de kwast op het doek.

 

What you see is what you see, het is wat het is. Ik mijmer wat over deze theorie en trek het door naar het dagelijks leven. Liefde, vriendschap, een wandeling, een ontmoeting. Geen verborgen boodschap, geen diepere betekenis, interpretaties of verwachtingen. Waarom moet ik afspreken of iets voor eeuwig is, waarom vraag ik  me af of het een cynische ondertoon is die ik hoor, betekent die blik dit óf dat, wanneer krijgt die ontmoeting een vervolg, moet het een vervolg krijgen, waarom raakt dat gesprek me zo, houdt hij net zoveel van mij als ik van hem?

 

Mijn gedachten keren terug naar de tentoonstelling en ik vraag me af hoe mijn beleving van de ‘koele abstracten’ zich verhoudt tot de kenmerken van deze stroming. Ik zie er zoveel in, voor mij hebben de vormen, de kleuren, het materiaal, meer betekenis!

Ik heb net de werken bekeken van Frank Stella en Larry Poons. Prachtig! Ik slenter verder door de grote zaal en mijn aandacht wordt getrokken naar een groot kleurrijk doek. Ik sta stil voor ´Joy ride´ van Gene Davis en voel een vlaag van ontroering binnen stromen. Verticale strepen, verschillend in lengte, dikte en kleur lopen in elkaar over. Lijnen gaan van smal naar breed en zo ontstaat een constante beweging. Zwart, oranje, geel, lila, paars, blauw, roze, geen stukje van het doek is kleurloos. Kleurlijnen smelten samen en veranderen mijn beleving gedurende de tijd dat ik sta te kijken. Gedachten worden emoties, of is het andersom, en stromen via lijnen, signalen en elektrische draden van mijn hersens naar mijn hart en terug. In mijn binnen wereld is het een komen en gaan van oordelen, ideeën, verliefdheden, twijfels. Het schilderij weerspiegelt wat zich in mij afspeelt; exact zoals ik het voel in hoofd en hart. De pieken zijn geel, de dalen zijn zwart. Paars is afgunst, lila is verliefdheid, roze is de twijfel etc. Maar nooit is er wit, nooit rust, nooit tevredenheid. Die onrust voelt niet goed. Ik werk er ook hard aan om meer Zen te worden. Maar het is moeilijk. Het vraagt geduld en dat is wat ik niet heb. Ik kan niet wachten, ik wil het nú. Anders geloof ik er niet in en verlies ik de moed. Ik werk er aan mijn ´Joy ride´ rustiger te maken, met minder kleuren, minder beweging en meer ordening in de lijnen.

 

Is het leven niet eenvoudiger wanneer ik kan accepteren dat ‘het is zoals het is’. Of wordt het leven dan saaier, platter, leger en oppervlakkiger?

 



Nuance

{ 16:40, 25.9.2010 } { Posted in Tjitske } { 0 comments } { Link }

Ik zit met mijn geliefde in ons vertrouwde huis in Zuid-Limburg, we hebben net een prachtige wandeling gemaakt door de heuvels, waar de herfst al waar te nemen is in de kleuren, maar nog niet in de temperatuur: de zon scheen en ik liep in mijn T-shirt. Ik ben diep tevreden en ook intens melancholisch. Ik houd van Nederland. Ik ben hier geboren, ik spreek de taal en weet hoe het werkt. Ik ken het land topografisch en ik dacht dat ik ook de mensen kende en dat alle nuances tussen Noord en Zuid, tussen katholiek en protestant, tussen stad en platteland, tussen autochtoon en allochtoon, tussen homo en hetero mij bekend waren. De verschillen kunnen je soms frustreren, maar ook verrijken, ze maken het leven grootser, kleurrijker, smaakvoller en dieper. Voor mij is Nederland het land waar - behalve het milieu - alles goed geregeld is: de gezondheidszorg, de woningmarkt, de oude-dag-voorziening, het verkeer, enz. Menig onderzoeker laat weten dat Nederlanders tot de gelukkigste mensen van deze aardbol behoren. En ik snap dat: er zijn weinig landen waar je het - als simpele ziel - beter hebt.

Vanwaar dan die melancholie? Het heeft te maken met een artikel over het milieu dat ik net in de krant las. De laatste jaren heb ik daarover nog geen vrolijk artikel gelezen. En het is de muziek die T. net heeft opgezet: een geweldig gitaarnummer van B.B. King en Eric Clapton: "Three O'Clock Blues" (van de cd "Riding with the King"). Muziek maakt me gevoeliger voor mijn omgeving. Mijn natuurlijke weerstand verdwijnt. De politiek is bezig een rechts minderheidskabinet samen te stellen. Ik moet toegeven dat ik dat als zeer bedreigend ervaar. Tot nu toe had ik gedacht dat de rechtschapen CDA-ers (het klinkt inderdaad naief) het nooit zouden doen met Wilders. De realiteit blijkt anders. Het CDA wil zijn kiezers die PVV gestemd hebben tegemoet komen en collaboreert daarom met de antichrist. Een andere uitdrukking heb ik er niet voor.

Al die gelukkige Nederlanders blijken een enorme angst te hebben. Niet zoals ik voor Wilders en zijn volgelingen die blind en stom zijn, maar voor mensen die op zoek zijn naar basiselementen als veiligheid, een dak boven hun hoofd, eten en een opleiding voor hun kinderen. Vaak mensen met een ander geloof, inderdaad, en ook vaak uit oorlogsgebieden, getraumatiseerde mensen. Oog voor hun situatie is er niet, men heeft angst voor hen omdat zij een stukje van onze welvaart zouden kunnen afpakken. "Het is ónze welvaart. Wij hebben er zo hard voor gewerkt..", zeggen ze en dat geloven ze echt. Het lijkt mij onmogelijk dat mensen met zo'n beperkte blik zo'n onbeperkte welvaart voor zichzelf hebben kunnen creëren. Als de nuance ontbreekt is er weinig hoop voor de toekomst.



Een liedje

{ 16:57, 19.9.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Ik noem mezelf niet een echte Stef Bos fan. Al heb ik wel veel muziek van hem. Ik houd van zijn warme stem. Vind ook dat hij altijd iets te vertellen heeft in interviews en zeker in zijn liedjes. Op het toneel ontroert hij achter de piano met gevoelige teksten maar ook met up-tempo liedjes gezongen in het Zuid-afrikaans.

 

Toch draai ik zijn muziek niet vaak. Zijn liedjes hebben nl altijd betekenis, je zet niet zomaar Stef Bos op tijdens het koken of bij het afstoffen. Je moet in de stemming zijn, er voor gaan zitten, rust in je hoofd hebben. Ik vind het daarom het leukst om naar een concert te gaan waar je met mede liefhebbers gewoon zit en luistert naar zijn prachtige nummers.

 

In het theater in Groningen hoorde ik voor het eerst 'gelukkig'  en ik voelde me aangesproken door de woorden:

Ik ben soms te blind
Om te zien wat ik heb
Verdwaal soms nog steeds
Ook al ken ik de weg

Vrij als een vogel
Die de storm heeft overleefd
De wind in de rug
En ik klaag soms nog steeds

Maar ik ben gelukkig
Ook al zie ik het niet
Teveel ontevreden met alles
Te weinig tevreden met niets

Ik voel me steeds lichter
Ik dans met verdriet
En ik ken zes akkoorden 
Maar ik gebruik er maar drie

Ik word langzaam onzichtbaar
Verdwijn in de mist
Verwissel mijn vroeger
Met dat wat nu is
Zo loop ik verloren
Gelukkig verdwaald
Wordt altijd weer ergens
Met liefde onthaalt

Dit gaat over mij. Stef Bos zingt voor mij! Ik ken die ondankbaarheid, dat alles maar 'gewoon' vinden. Achteloos gaan mijn gedachten en wensen altijd naar dat wat ik niet heb en bij anderen wel meen aan te treffen. Dat maakt me ontevreden. Het is goed dit lied nu te horen, op maximale geluidssterkte, live en omringd door mensen die de woorden ook tot zich door laten dringen. Na de laatste tonen van de piano, kijkt mijn onbekende buurman me aan en zegt 'mooi hé'.

 



Taarten bakken

{ 16:53, 19.9.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Soms lijkt het leven gecompliceerd. Hoe krijg ik die rapportage af vóór maandag, hoe maak ik mijn vriendin duidelijk dat ik even een time-out wil, ik wil mijn huis verkopen en in een klein appartement wonen, maar voorlopig wil niemand een huis kopen; wat doe ik daaraan?

 

Herkennen jullie dit soort vragen? Loop je ook zuchtend door het huis? Neem je dan maar weer een gevulde koek? Ik heb iets beters ontdekt: ik kijk op zondag naar ´de taarten van Abel ´ waarin bakker Siemon de Jong een bijzonder kind opzoekt om samen een taart te bakken.

 

´k heb een paar puntjes die ik met je wil bespreken

dat wil ik doen in jouw mobiele bakkerij

´k loop ermee rond al minstens zeven weken

kom alsjeblieft met je bakspullen bij mij

 

Met dit liedje begint dit VPRO programma. Telkens is de aanleiding voor zo´n ontmoeting het bakken van een taart voor iemand die het verdient. Dahran wil een taart bakken voor de buurtkinderen die hij uitnodigt om zo vriendjes te worden. Hij is spastisch maar heel wijs en snapt dat kinderen die hem niet kennen over een drempel  geholpen moeten worden. En Luna wil een taart bakken voor haar broertje en zusje die ze al een half jaar niet heeft gezien. Haar vader is plotseling overleden en sindsdien hebben haar moeder en stiefmoeder ruzie. Ze mist haar broertje en zusje heel erg en ze wil hen verrassen met een vrolijk-huisje-taart en een dikke knuffel ´ik hoop dat ik gauw weer naar hen toe mag, want ze zijn zo lief´. Dan is er nog Bram die Abel heeft gevraagd samen een taart te bakken voor zijn vader die drie jaar in de gevangenis heeft gezeten. Hij vindt het onterecht dat zijn opa niets meer wil weten van zijn zoon, want vindt hij ´hij is tenslotte wel je kind en die moet je beschermen en vergeven´.

 

De kinderen vertellen ontroerende en vaak aangrijpende verhalen die voor volwassenen wijze lessen zouden moeten zijn. De manier waarop ze vertellen is altijd ontwapenend en onbevangen; ze laten zich echt kennen. Dat komt ook door Abel die de kinderen benadert als volwassenen. Niet door de knieën: kinderen zijn mensen. Aan het eind van het programma zegt hij: 'mag ik je hartelijk danken voor dit werkelijk openhartige gesprek'. Ik word er blij en opgewekt van. Van die kinderen leer ik over de eenvoud van accepteren, loyaliteit, dat naast verdriet er altijd humor is en dat je dagelijkse zaken niet moeilijker moet maken dan ze zijn.  

 

 



Antwoorden

{ 16:47, 19.9.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Het Paradijs, een levend natuurkunstwerk, is de ideale omgeving voor de lezing over het Tibetaans Boeddhisme. De ruimte straalt rust uit, is groen en het enige wat je hoort is zacht stromend water. Geshe, vriendelijk glimlachend in oranje bruin gewaad, zit in kleermakerszit omringd door groene planten en een klein groepje toehoorders zit stil vóór hem in afwachting van zijn wijze lessen.

 

Ik vind het leven mysterieus en ik houd van die geheimzinnigheid. Achter de schermen wordt gestuurd en gemanipuleerd, door wie, door wat? Soms word ík gestuurd en begeleid naar een omstandigheid die verrassend goed blijkt te passen bij mijn gemoedstemming. En zo nu en dan, wanneer er geen antwoorden lijken te bestaan op mijn levensvragen, is dit het leven wat ik wil, wie ben ik echt, hoe leer ik beter omgaan met ongemak, word ik gestuurd naar een plek, naar een persoon die mij op weg helpt naar een antwoord.

 

Zo leg ik de uitnodiging uit die ik ontvang om de lezing van Geshe bij te wonen. Deze Boeddhistische monnik vertelt over de filosofie van het boeddhisme. Over hoe om te gaan met verstorende emoties die geluk in de weg staan. Ik begrijp dat vriendelijkheid en mededogen belangrijke peilers zijn, die helpen op de reis naar een gelukkig leven. Hoewel zijn woorden eenvoudig zijn, begrijp ik ze niet onmiddellijk. De bezoekers om mij heen stellen me gerust: het begrip komt later!

 

Deze kennismaking krijgt een vervolg. De volgende dag vind ik een boekje in mijn brievenbus. Gestuurd door één van de toehoorders van Geshe. Het is een boek van de Dalai Lama (De kunst van het geluk, Howard Cutler & De Dalai Lama). Ik word meteen gegrepen door de eerste zin: ´ik geloof dat de werkelijke zin van het leven het zoeken naar geluk is´. Ik kan het boek niet wegleggen omdat ik voel dat hier de basis voor mijn antwoorden ligt. Ik neem aan dat iedereen gevoelig is of sympathie heeft voor bepaalde woorden, zienswijzen, mensen die iets verkondigen. Ik ben gevoelig voor de toon en filosofie van de Dalai Lama ´..…daarom moet je je best doen geen haat te koesteren jegens je vijand, maar de confrontatie meer zien als een gelegenheid je te oefenen in geduld en tolerantie…..´

Vriendelijkheid, zachtheid, niet provoceren maar mensen in hun waarde laten, daar probeer ik zelf ook naar te leven maar ik associeer het vaak met: sloom, grijs en laf. Nu ik erover lees, begrijp ik dat het een manier van leven is die blijkbaar voor mij werkt maar niet de keuze voor anderen hoeft te zijn.

 

Even moet ik het lezen onderbreken voor iets non-prozaïsch als de was ophangen, maar daarna nestel ik me weer lekker in het hoekje van de bank op zoek naar antwoorden.

 



Eigenaardigheden

{ 16:29, 29.8.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Hoeveel natte en grijze dagen, kan een mens verdragen. Ík word er in elk geval flauw en ontevreden van. Ik sta voor het raam te kijken naar de regen die al uren naar beneden plenst en me dwingt binnen te blijven. Thuis, waar de ruimte beperkt is, de wind mijn hersenspinsels niet kan wegblazen en waar ik de luchtige sfeer van het café mis, richt mijn aandacht zich, door gebrek aan afleiding, op mezelf. Mijn haar zit niet goed (te krullerig), mijn huid straalt niet (net zo grijs als het weer), ik voel me dik, ik weet niet wat ik aan moet doen (is het nu warm of koud), ik heb zin in eten maar weet niet wat en ik wil wijn maar niet dat wat ik in huis heb. Kortom: ik heb last van mezelf.

In het raam zie ik de vage contouren van mezelf: een vrouw met gebruiksaanwijzing en, toegegeven, als ik zo door deze gebruiksaanwijzing blader, ontdek ik heel wat merkwaardige regels en het lijkt of er steeds meer bijkomen.

Ik ga er vanuit dat iedereen eigenaardige trekjes heeft. Meestal sta ik er niet bij stil en het is zelden onderwerp van gesprek met de vriendinnen. Ik ben benieuwd of singles, eigenaardiger zijn dan mensen die samenleven. Immers, wanneer er sprake is van huisgenoten, word je gedwongen ál te dwingende eigenschappen op te geven. Anderen hebben er last van en je wilt niet lastig zijn. Maar wat zijn eigenaardigheden.

Thuis eet ik meestal alleen. Ik heb één lievelingskommetje dat ik altijd gebruik. Soep, stampot, bami of yoghurt, het smaakt het lekkerst uit dit ene schaaltje. Soms is het per ongeluk in gebruik omdat ik er een restje in bewaard heb. In plaats van een andere te nemen (ik heb er wel tien), lepel ik het restje in een ander en schep vervolgens het net klaar gemaakte gerecht in mijn lievelingskommetje. Erger is het, wanneer een logé argeloos mijn schaaltje gebruikt. Dat mag natuurlijk niet: ´nee, neem jij maar een ander kommetje, hier zit een barst in´ of ´voor de gasten heb ik echt mooie schaaltjes, geef mij deze lelijke maar´. Jezus wat ben ik kinderachtig.

Een andere hebbelijkheid/onhebbelijkheid: mijn huis heeft een houten vloer. Veel onderhoud heeft deze niet nodig; af en toe stofzuigen vind ik voldoende. Maar de vuile handdoeken die ik wekelijks naar beneden breng om te wassen, gooi ik eerst op de grond, vervolgens ga ik erop staan en via een soort schaatsbewegingen, glijd ik het hele huis door. Zo wordt de vloer glanzend gewreven. Ik stel me voor dat de wandelaars die naar binnen kijken en me zo door de kamers zien schaatsen, denken dat ik getikt ben.

En deze, snappen jullie dit? Je geeft bakken geld uit aan lekker eten, trendy kleren, uitgaan, de kapper en schoonheidsspecialiste, maar het licht van de slaapkamer doe je nooit aan omdat dat verspilling (vooral van geld) is. In mijn geval is het gevolg dat ik soms verschillende oorbellen in heb, in plaats van rode lipstick die zo mooi past bij mijn truitje, paarse blijk te hebben gebruikt, op mijn werk duidelijk wordt dat ik blauwe panty´s aan heb in plaats van zwarte en deodorant in mijn haar heb gespoten in plaats van haarlak.

Nu ik alles zo op een rijtje zet, ontdek ik ineens een enorme hoeveelheid belachelijke trekjes: ik laat nooit knijpers aan een lege waslijn hangen. Het argument? Ik denk dat ze het koud krijgen en dat vind ik zielig; ik wil ook niet in mijn eentje buiten hangen. En nog een onzinnigheid schiet me te binnen: een enkele keer ga ik koffie halen voor mijn collega´s. Nooit stel ik de vraag 'willen jullie koffie?'. Ik haat nl het antwoord 'ja lekker'. Ik weet niet waarom. Om irritatie te voorkomen, zeg ik 'ik ga koffie halen' en dan krijg ik meestal terug 'wil je voor mij ook…' of 'daar heb ik ook wel zin in'. Met die antwoorden kan ik leven.

Mijn meest wonderlijke trekje? Ik zeg altijd één jaar ouder te zijn dan de werkelijkheid. Ik ben 55 maar zeg dat ik 56 ben. Waarom toch? De bedoeling is dat men reageert met: 'o je ziet er veel jonger uit'. Maar ja, om dat effect te bereiken zou ik op z'n minst moeten zeggen dat ik 60 ben. Eén jaar verschil ziet natuurlijk geen mens en ik hoor dan ook nooit de zo gewenste woorden. En toch ga ik ermee door. Ik word zo moe van mezelf.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van mijn eigenaardigheden; ik kan er nog vele kantjes mee vullen. Volgens mij is het niet van psychiatrisch niveau; ik kan er wel om lachen. De ervaring leert echter, dat niet iedereen het om te lachen vindt, nee sommigen vinden me zelfs irritant en zijn niet van plan om rekening te houden met mijn gebruiksaanwijzing.



Sportief

{ 16:20, 19.8.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Ik ben niet bepaald een sportief type. Ik kijk wel graag naar sport, naar schaatsen bijvoorbeeld, maar dan gaat het me eigenlijk om de gespierde, aanlokkelijke lichamen van de mannen die in prachtige cadans over het ijs vliegen. En wanneer ik naar voetbal kijk, gaat mijn aandacht vooral naar aantrekkelijke trainers als José Morinho en Bert van Marwijk, die stoer langs het veld hun aanwijzingen schreeuwen. Zelf sporten is er niet bij; daarvoor ben ik te lui. Ik fiets omdat dit het enige vervoermiddel is dat ik heb en ik wandel met vriendinnen voor de gezelligheid en dat is voldoende.

Ik heb nu vakantie en ben met vrienden in Frankrijk. Zij zijn sportief: zwemmen, badminton, kanoën, ze kunnen er niet genoeg van krijgen. Tot mijn eigen verbazing word ik aangestoken door hun sportieve inspanningen en voor het eerst in mijn leven stap ik in een kano. Een kano is een uiterst smal bootje; hiermee is het handig zo min mogelijk onverwachte, bruuske bewegingen te maken. Met veel geduld zoekt vriend P een plek waar het water rustig en diep genoeg is. Ik leer de kano tussen mijn benen te plaatsen, dan eerst mijn billen en snel beide benen binnen boord te trekken. Dit alles lukt in één keer en via de de trek-duw-slag, peddel ik rustig weg. Geweldig, waarom heb ik dit niet eerder ontdekt. Kanoën is heerlijk relaxt en het kabbelende water brengt me op Zen-niveau. Met weinig lichamelijke inspanning, glijd ik over het water, af en toe uitrustend en genietend van de zon. Ook het uitstappen heb ik snel onder de knie: zo dicht mogelijk tot aan de rand van het water varen, dan eerst beide benen over de rand, één links en één rechts, opstaan en natuurlijk zorg ik ervoor dat de kano niet onder me weg drijft.

Ik blijk dus dol op kanoën en wil opnieuw naar een mooie plas of rustige kreek. We vinden een wondermooie plek: midden in een bos, rustig water met een paar kleine zeilbootjes, wat vissersbootjes en langs de oever pittoreske huisjes. Samen met vriend P, peddel ik over de plas. Overmoedig vaar ik naar de andere kant, in de veronderstelling dat P wel zal volgen. Lichte paniek komt op als ik om me heen kijk en hij er niet blijkt te zijn. Ik ben geen held op en in het water en nog maar een amateur in de kano. Even om de rots varen, wellicht is ie daar, helaas geen kano te zien. Tot mijn grote schrik, komt er wél een grote passagiersboot mijn richting uit. Shit, wat te doen? Maken dat ik wegkom, maar ja zo snel ben ik niet. Gelukkig komt de boot niet al te dicht bij mij maar de boeggolven wel, en mijn bootje deint vervaarlijk op en neer: ‘rustig ademhalen Margie, niet verkrampen’; even geloof ik weer in een god en word kalm. Dan maar alleen terug naar onze startplek. Rechtuit varen lukt niet, mijn kano wijkt steeds af naar links en ik kan niet sturen met de peddels. In stilte P vervloekend, hij heeft me immers in de steek gelaten, vaar ik uiterst traag terug. En ineens komt P weer langszij, zich van geen kwaad bewust. Hij dacht dat ik wel achter hem aan zou varen! Hij is zo aardig mij op sleeptouw te nemen; en het is nogal een opgave mij kilometers mee te slepen. Hij doet het toch maar.

Eindelijk, we zijn terug bij de plek waar we onze spullen hebben achtergelaten. ‘Lukt het je vanaf hier alleen?’ vraagt P buiten adem. Ik vaar zo dicht mogelijk naar de kant en wil net zoals de eerste dag uitstappen: linker been aan een kant, rechter been aan de andere kant en opstaan. Maar stik, ik zak met mijn rechter been tot aan mijn knie in de modder, verlies mijn evenwicht, val in het water en realiseer me tegelijk dat ik snel moet opstaan en omdraaien om de kano te pakken. Vloekend en scheldend draai ik me om maar nu zakt mijn linker been helemaal weg in de zwarte modder; toch lukt het, het touw van de kano beet te pakken zodat de ellende, van een kano onbemand midden op het water, me bespaard blijft. Maar wat een ramp: ik zit onder de vieze, zwarte, stinkende blubber. Nu ik erover schrijf, ruik ik het weer. Het helpt niet bepaald wanneer P (te laat) komt aangerend met de woorden: ‘je bent het wel helemaal kwijt hé vandaag?’. Ik begin onbedaarlijk te huilen. Het is ook zo goor allemaal, het lijkt wel poep. In de verte hoor ik de andere vrienden onbedaarlijk lachen, zij hebben het hele spektakel vanaf de brug gadegeslagen. Ook dat nog. Ik hoop dat ze het hebben gefilmd zodat ik er later ook om kan lachen.......als het drama verwerkt is.



Eigenwijs

{ 17:18, 12.8.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Ja, ja, ik weet heus wel dat er vele manieren zijn om het verdriet van een onbeantwoorde liefde te verwerken. Maar mag ik alsjeblieft op mijn eigen manier proberen er weer bovenop te komen, lieve vriendinnen!

Volgens Yvonne moet ik vooral 'wat gaan doen' en Beth adviseert 'op vakantie te gaan en me onder de mensen te begeven', de suggestie van Alice is ook niet mis 'ga een tijdje lekker ongecompliceerd daten'. Maar ik wíl niets doen en zeker geen mensen zien en waar zit in godsnaam dan een knopje om 'ongecompliceerd' te zijn? Nee, ik volg mijn eigen methode die zijn effectiviteit meerdere keren bewezen heeft: cold turkey.

Het trieste van een onbeantwoorde liefde is, dat je niemand iets kwalijk kunt nemen, niemand kan dwingen maar ook geen genoegen kunt nemen met deze ongelijkwaardige situatie. Hij vindt mij leuk en ik houd van hem; ik wil bij hem horen en hij wil slechts af en toe iets samen doen; ik ga voor 'wij' en hij voor 'ik en zij'. Het is niet de eerste keer dat ik liefdesverdriet heb, maar de wetenschap dat het voorbij gaat, helpt nu niet. Ik haat verdriet, verschrikkelijk ongemak. Ik wil dat het voorbij is, liefst snel, dus hup: werk aan de winkel!

Ik neem een weekje vrij. De gordijnen gaan dicht, de telefoon uit. De boodschappen zijn gedaan: chardonnay, zalm, ruccola en stokbrood en nog wat heerlijkheden. De komende tijd is dit het dieet en mijn comfortabele bank dé place to be, inclusief kussen en dekbed. Rondom de bank parkeer ik mijn troostattributen: IPod, boeken, tijdschriften, wijn en hapjes, laptop, toilettas met nagelvijl en nagellak, pincet, olie en crème (al voel ik me van binnen kut, dat hoef je aan de buitenkant niet te zien) en tenslotte houd ik de afstandsbediening onder handbereik.

Het is ongelooflijk hoeveel ik slaap deze dagen. En ik slaap vast, zonder te dromen; woelen en draaien van slapeloosheid ken ik niet. Mijn verklaring is dat slapen het natuurlijke hulpmiddel is om de pijnlijke realiteit aan te kunnen. Als ik wakker ben, luister ik naar Wende Snijders' 'break my heart': mij kan het ook niet schelen waar hij heen gaat, als ik maar mee mag en ik voel de wanhoop in haar stem als ze zingt dat ze niet meer alleen wil zijn. Ik zap langs alle tv kanalen, op zoek naar romantische films waar veel gezoend wordt en waar, na veel moeilijk gedoe, uiteindelijk de liefde overwint. 'Something new' leert mij vooral, dat loslaten ruimte creëert om nieuwe dingen in het leven toe te laten. Ik identificeer me met Kenya, voel haar pijn, haar geworstel met de liefde en ik stik bijna van afgunst wanneer ze uiteindelijk haar geluk vindt bij Brian. Om weer een beetje in balans te komen, kijk ik ook naar domme comedies. 'King of Queens' bijvoorbeeld en 'I love Raymond'. Ik zit in mijn eentje te lachen op de bank. In de ene serie denkt de dikke hoofdrolspeler alleen maar aan veel vet eten waaraan hij zich te buiten gaat (zou ik ook wel willen). Hij is makkelijk te paaien met om het even welk eten. Geef hem een pizza en hij knapt zonder mopperen alle klusjes op, zet hem een bord spareribs voor en hij gaat met plezier naar een balletvoorstelling met zijn vrouw. Wat een heerlijke simpele voorstelling van het leven. In de andere serie is de hoofdrolspeler een sukkel met een sterke echtgenote en een bemoeizuchtige moeder. Hij laat zich schaamteloos verwennen door beide vrouwen en het familiegekibbel doet me denken aan vroeger; de herinnering aan mijn zorgeloze jeugd, geeft een warm en veilig gevoel.

Lekker eten is een belangrijk onderdeel in mijn leven en in deze periode staat het in het teken van verdriet verwerken. Ik moet mezelf verwennen, troosten en wat is dan heerlijker dan gegrilde zalm op een bedje van ruccola en niet te vergeten een glaasje koude witte wijn. Voor mij geen chocola of andere zoetigheid. Half liggend op de bank als de Griekse Kalista, mijn bord bijna tegen me aan gedrukt, geniet ik met kleine hapjes en nip ik aan mijn glaasje.

Inderdaad, ik sluit mezelf op en sluit me af van anderen. Ik dompel me onder in vlagen van wanhoop en angst om alleen te blijven. Ik richt me op de pijn, voel de spieren in mijn buik samentrekken en mijn gevoel stroomt altijd, het komt op, golft door me heen en ebt vroeg of laat weer weg. Ik probeer mijn denken uit te schakelen en er verandert iets, langzaam word ik rustiger. Pijn? ik ga er helemaal in op, intensiveer het zelfs, voel precies waar het zit en accepteer het volkomen, alsof een wond helemaal openstaat; en langzaam begint het vanzelf te genezen. De eerder genoemde vlagen van wanhoop en angst om alleen te blijven zijn er nog steeds maar minder en minder heftig.

Het is niet dat ik anderen aanraad, verdriet op deze manier te lijf te gaan. Er zijn vast andere, betere wegen? Maar dit is wat ik ken en waarvan ik weet dat het werkt. Voor mij.



Dertien jaar

{ 09:36, 10.8.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Ik ben in de bijzondere gelegenheid, een weekje door te brengen met meisjes van 13 en lang geleden vierde ik vakantie met twee jongetjes van 13. Beide keren kwam ik energiek en als herboren terug. Ik raad alle argeloze vijftigers aan, af en toe te chillen met deze pre-pubers, je krijgt er een vrolijker kijk op de wereld van en het houdt je jong; al was het alleen maar door de hele dag te luisteren naar gangsta-rap, waarop je lichaam automatisch op de beat blijft bewegen!

Mijn 13-jarige reisgenoten zijn twee spontane meiden die alles in zich hebben voor een veelbelovende toekomst: ze zijn mooi, intelligent, sociaal vaardig, verbaal scherp en dit alles gecombineerd met veel humor.

Ze staan laat op, nemen ruim de tijd voor het ontbijt, parkeren vervolgens alles op het aanrecht en zijn zich er totaal niet van bewust dat ze daarmee anderen opzadelen met hun rommel en dat er weinig tijd overblijft om leuke vakantiedingen te doen. Overdag zijn het nog echte ‘meisjes’ die niet genoeg krijgen van spelen in het zwembad, overal de slappe lach van krijgen, eindeloos foto’s van elkaar maken, het liefst in komische poses. Maar ’s avonds tijdens het eten in het restaurant, zijn het ‘meiden’ in hippe kleren, met elke dag ander haar en die honderduit kletsen. En wat een genot: ze eten alles wat ze lekker vinden, pizza, frites, mayonaise, ijs, milkshakes, geen haar op hun hoofd dat denkt aan gezond of minder eten. Waarom zouden ze ook: ze zijn superslank.

De gesprekken aan tafel, die gaan ongeveer als volgt: ‘je kent A toch, hij is echt een nerd, maar in werkelijkheid is hij heel dom’ en ‘X heeft stom haar, dat ie niet ziet dat dit echt niet kan’, ‘je wilt niet weten hoe lelijk R is; nee echt, hij heeft overal vet en draagt stomme kleren, het staat hem niet en dan die eeuwige Allstars en Vans, belachelijk’, ‘hij vindt mij leuk maar ik moet hem niet’. Docent Y is niet normaal, als je hem iets vraagt dan heeft ie gewoon geen antwoord’ en ‘ik haat mijn naam; waarom hebben ze mij zo genoemd en heet ik niet Angela of Aiisha of Tess, ik vind mijn  naam helemaal niet bij mij passen’. Overtuigd en vol overgave presenteren ze hun mening. Ze ontroeren door hun eerlijkheid: ‘vind je mij niet stom dat ik zo hard ben over iedereen?’ en bij het afscheid: ‘ik vond het leuk je ontmoet te hebben’. Zo onverwacht lief en attent.

Hoe anders was de vakantie met de jongetjes. Goed voorbereid op een avontuurlijke vakantie hadden ze allebei een pocket multitool van Victorinox mee genomen, evenals zaklantaarns met voldoende batterijen en een Yukon nachtkijker night spy NVMT. Met name dit laatste attribuut hadden ze voor mij meegenomen, gezien mijn voorkeur me ’s nachts buiten te begeven! Een boek mee? Wat moesten ze in godsnaam met een boek?

De gesprekken aan tafel gingen vooral over de activiteiten van de volgende dag en de vraag welke klusjes ik voor ze had; ze zouden het licht in de kelder (waar ik nooit kwam) wel voor mij repareren. Gespreksonderwerpen die ik probeerde te sturen naar school of vriendjes en vriendinnetjes, werden kort beantwoord met: ‘leuk’, ‘ja’, ‘nee’, ‘gaat wel’ en slim stuurden zíj het gesprek naar het vangen van krabben of naar het konijnenhol dat ze in de duinen hadden ontdekt. Ze waren vooral samen op pad; af en toe kwamen ze even naar het huisje om een boterham op te halen en mij en passent te vragen of ik het naar mijn zin had waarbij het duidelijk was dat ze geen tijd hadden voor een lange verhandeling van mijn kant. Altijd stonden ze vroeger op dan ik en vond ik briefjes in de keuken: ‘we gaan vissen’ of ‘we hebben de huurfietsen vast opgehaald; betaal jij?’ en ‘veel plezier met lezen vandaag, je ziet ons straks wel, mogen we dan patat?’

Dertienjarigen: hun wegen zijn ondoorgrondelijk; ze zijn volop bezig het leven te ontdekken om hiermee de basis te leggen voor de eigen identiteit. De baby-achtige lichaamsrondingen worden hoekiger en scherper de ledematen langer, hun stem verandert. Hoe ongenuanceerd en hard hun kritiek ook is op de omgeving en hoe zeer ze ook vooral met zichzelf bezig zijn, hun onbevangenheid en spontaniteit is ontwapenend, hun levenslust is aanstekelijk. Pre-pubers, pubers, jong volwassenen: pre-bejaarden  blijf hen volgen,  laat je verrassen en geniet van hun zorgeloze kijk op het leven.



Mijn zwarte boekje

{ 16:41, 6.6.2010 } { Posted in Margie } { 1 comments } { Link }
Ik heb een klein zwart boekje, met gebroken witte bladzijden. Er zit een zwart elastiekje omheen zodat het niet kan openvallen. Binnenin zit een vakje voor losse papiertjes. De hoeken zijn mooi afgerond en het geheel is afgewerkt met zwart imitatieleer: moleskine. Mijn moleskine boekje is een fijn bezit: de combinatie van formaat, eenvoud, het elastiekje dat alles bij elkaar houdt en de sobere kleur, geeft een gerust gevoel; mijn krabbels zullen hierin eeuwig bewaard blijven.

Niet dat die krabbels van literair niveau zijn. Alles noteer ik in mijn moleskine: boodschappenlijstjes, things-to-do, mooie dichtregels of bijzondere uitspraken, CD’s die ik nog wil kopen, een omschrijving van een mooie man die ik op een terras heb gezien, hoeveel kilo ik nog moet afvallen. Maar ook notulen van een vergadering en gespreksimpressies. En niet te vergeten de zeer persoonlijke ontboezemingen die ik acuut móest uiten en, door afwezigheid van een goede vriend of vriendin, maar noteerde in mijn moleskine.

Het boekje gaat altijd mee in mijn tas. Ik heb heel veel tassen dus ik ben eeuwig bezig met in- en uitpakken, maar zelden vergeet ik mijn moleskine.

Laatst moest ik voor een vergadering naar een ander gebouw. Daarvoor leende ik een dienstfiets. Gehaast stak ik de noodzakelijke spullen bij me: mobiele telefoon, toegangspasje, sleutels, pen en ........ mijn moleskine. Helaas heeft mijn jas niet genoeg zakken om alles in op te bergen en het zwarte boekje belandde dan ook onder het elastiek van de bagagedrager. Zo’n minuscuul zwart boekje op een zwarte fiets: onopvallend en daardoor gedoemd tot vergeten. En zo geschiedde. Aangekomen in het gebouw van bestemming, haastte ik me naar de vergadering en dacht niet aan het boekje en na de vergadering, leverde ik de fiets weer in: inclusief het zwarte boekje.

Dagen gingen voorbij. Soms dacht ik even aan mijn moleskine, keek in de tas, kon het niet vinden en ging er vanuit dat het wel ergens op tafel zou liggen, of op mijn bureau of in mijn bureaulade, ergens. Na vier weken zonder boekje, voelde ik me wat ongemakkelijk want ik ben erg gehecht aan mijn moleskine. De mooie teksten die ik her en der bij elkaar heb gesprokkeld, lees ik regelmatig omdat ze me inspireren, de ontroerende dichtregels haal ik vaak te voorschijn omdat ze me hoop geven. En bij het herlezen van mijn intieme ontboezemingen, herinner ik me weer de prachtige momenten en trekt er een gloed door mijn lichaam. Zo’n soort boekje is het; kennen jullie dat ook?

Dan komt de dag dat mijn lieve collega met een ondeugende blik in zijn ogen voor mijn bureau staat. Met de handen op de rug zegt hij: ‘wat heb je over voor iets dat je al een tijdje kwijt bent’ en langzaam tovert hij mijn moleskine tevoorschijn. Gemengde gevoelens komen in mij op: opluchting, de verloren schat is terug maar ook angst: help, waar is het gevonden en wie heeft het gelezen en staan er erge dingen in? Ik krijg het warm en trek het boekje uit zijn handen. Ik blader er wat in en krijg het nog warmer. Ik lees: ‘ik voel niets voor een eerste ontmoeting rond bedtijd' en ‘is een spannende vrijpartij wat ik wil’ en ‘ik zie (..) zo en ben opgewonden ’ en ‘vragen hoe lang nog spiraaltje’. Stik. koortsachtig zoek ik naar aanwijzingen die naar mijn identiteit leiden maar gelukkig zijn die nergens te vinden. Blijkbaar heeft op intranet gestaan dat een klein zwart boekje gevonden is en af te halen bij de receptie. Maar na vier weken lag het er nog. De dame van de receptie heeft vluchtig in het boekje gebladerd op zoek naar de naam van de eigenaar, maar kon er geen touw aan vast knopen. Er stonden ‘hele rare dingen ’ in. Uiteindelijk kwam de vraag wat te doen, bij mijn collega. Ook hij bladerde vluchtig door het boekje (echt vluchtig, zo verzekerde hij mij) en goddank, hij herkende de naam van mijn lieveling. De combinatie van die naam, genoteerd in een dergelijk boekje en het handschrift, deden hem vermoeden dat ik de eigenaar moest zijn.

Mijn collega, is een lieve collega omdat hij zonder zijn vermoeden kenbaar te maken, het boekje mee heeft genomen met de woorden: ‘ik weet denk ik wel van wie het is’. Zo ben ik weer in het bezit van mijn geschreven schat, hebben anderen ‘rare dingen’ gelezen maar geen idee wie deze heeft opgeschreven en loop ik met binnenpret langs de dames van de receptie die vier weken lang mijn pikante moleskine bewaard hebben; niemand weet, niemand weet dat ik.....



Warmte

{ 19:53, 17.5.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Ik heb een lieve vriendin, al zevenendertig jaar. Op een enkele kwestie na, zijn we altijd dikke vriendinnen gebleven. We zijn heel verschillend; niet alleen in uiterlijk maar ook ons levensritme, onze drijfveren en loopbanen verschillen flink. Ik vind het  bijzonder dat onze band zo hecht is en we elkaars overtuigingen waarderen. Zij betekent meer voor mij dan mijn zusjes. Ik houd van haar. Of ze van mij houdt weet ik niet maar ik denk het wel.

Wanneer ik met vrienden of collega’s praat over vriendschap dan is de band met mijn lieve vriendin mijn referentie. Wat ik bij haar vind is onder andere herkenning en verrassing. Als ik kom logeren dan is het bed al klaar en liggen de schone handdoeken op het bed; zo doe ik dat ook. Zij houdt van mensen met een passie; ik ook. Zij deelt haar kennis en bezittingen met anderen; dat probeer ik ook. Zij houdt van simpel en eerlijk en ik ook: herkenning. Maar ook laat ze steeds vaker haar stoere masker vallen en toont ze haar kwetsbare kant. En volgt ze modetrends: ze draagt haar laarzen over de broek. Kleurt regelmatig haar haren terwijl ik weet dat ze veel te ongeduldig is om bezig te zijn met haar uiterlijk. En die nuchtere en praktische vriendin blijkt toch ook de pijn van somberheid te kennen: verrassing.

Het allerleukste aan haar vind ik, en hiermee erken ik mijn egoïsme, dat ze mij laat groeien. Bij haar en door haar, word ik mooier, intelligenter, blijer, zorgvuldiger en meer bewust van het leven. Zij is mijn voorbeeld en nooit dringt ze mij iets op. Zij scheidt het afval en ondertussen vertelt ze waarom zij daarin gelooft. Zij deelt haar leven al bijna dertien jaar met haar man en accepteert dat hij dingen anders doet en en passent legt ze me uit wat dit betekent voor hun liefdevolle band. Hier leer ik van.

Laatst zei ze iets dat me trof. Ze zei: ‘wat ben je toch een warm mens; kon ik daar maar een beetje van overnemen’. Natuurlijk accepteer ik met genoegen dit compliment. Maar ik zou ook zo graag willen dat ze zich realiseert dat warmte meerdere uitingsvormen kent. Ik ben ik en mijn warmte uit zich in mijn onbevangen omgang met mensen,  ik raak mensen aan tijdens het praten en luister oprecht geïnteresseerd naar hun verhalen. Haar warmte bestaat uit: mij een ontbijtje op bed brengen, haar gulheid mij de sleutel van haar huis te geven, mij direct opbellen toen ik over eenzaamheid schreef en bezorgd vragen of het wel gaat. Haar warmte bestaat ook uit het meeleven met mijn geluk met de liefste man uit mijn leven. Het direct opsturen van de foto’s die ze van mijn geliefde heeft gemaakt omdat ze weet hoeveel ik van hem houd en van zijn beeltenis wil genieten. Haar warmte is tegen mij zeggen dat ze uit een depri-bui is gekomen door mijn aanwezigheid, terwijl zij het mij zo gemakkelijk maakt mezelf te zijn. Hoezo ‘....een beetje van mij overnemen...’ ze heeft al zoveel warmte!

Al zevenendertig jaar vriendinnen en er volgen vast nog vele jaren. Ik geloof dat 'warmte'de basis van onze vriendschap is. Slechts de uitingsvorm van die warmte verschilt.



Esthetische ervaring

{ 16:42, 7.5.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }
 

Hé wat leuk, ik word verrast door een bijzondere vraag: wat is mijn laatste esthetische ervaring? Ik hoef niet lang te denken; tot mijn verbazing kan ik zo een rijtje mooie ervaringen oplepelen. Soms zijn ze groots, vaker ogenschijnlijk onbeduidend: een schilderij van Lou Loeber fascineert en ontroert door de strakke strepen die een onverwacht gevoelig tafereel blootleggen. Het kijken naar dit schilderij geeft rust en de eenvoud van de gekleurde lijnen inspireert tot meer structuur in mijn eigen woelige leven. En die ene tulp in mijn vaas bloemen, die uit de ordening stapt en boven de anderen uitsteekt in tegengestelde richting, straalt trots en fierheid uit. Ik voel me verwant en ben gelukkig met deze fase van mijn leven waarin ik zijn meer waardeer dan hebben.

 

Esthetische ervaringen vertonen zich vooral wanneer ik met aandacht leef. In de periodes waarin ik ziel en zaligheid in mijn werk leg en alle energie steek in urgente en belangrijke zakelijkheden, heb ik geen aandacht voor het 'echte' leven. En ik kan me herinneren dat in de tijd dat mijn kind opgroeide en alles in het werk stelde mijn grenzen te beproeven, ik al mijn energie nodig had om dat het hoofd te bieden. Ik had toen onvoldoende aandacht voor de rest van het leven. En niet te vergeten de jaren van beroerde liefdesrelaties die werkelijk alle levenskracht opslurpten. Met aandacht leven, was toen ver te zoeken. Ik probeerde juist met zo min mogelijk aandacht te leven en te vluchten in oppervlakkigheid want dat maakte het leven aangenamer.

 

Ik merk dat ik tegenwoordig met meer opmerkzaamheid leef. Heb ik hiermee zowaar een voordeel van het ouder worden ontdekt? Ik weet nu bijvoorbeeld hoe helend 'met aandacht leven' is en hoe rijk ik ben door het zien en beleven van esthetische ervaringen.

 

Mijn laatste, mijn mooiste.

Op mijn vrije dag slenter ik door de stad. Drink een glaasje wijn in een café, koop een CD om straks op de bank te beluisteren en in een boekenwinkel ga ik op zoek naar een mooi boek dat ik mezelf cadeau wil geven (aandacht voor mezelf!) Dit keer geen non-fictie maar ook geen roman, misschien een kookboek? Ik loop langs de plank met gedichtenbundels en blader in een boek van Bart Moeyaerts. Ik sla het open op een willekeurige pagina en lees Zo heel jij mij. Mijn adem stokt en de letters worden wazig door tranen.

 

Ik steel van je, niet veel van je, of zal ik zeggen dat ik leen. Je mist het niet.

Jij plukt de dag daar waar jij ligt. Je wijst de weg met kruim.

Je maakt het huis blij bij de deur, omhelst haast het adres. Je veegt de aarde uit ons bed, zoekt mij onder het laken, ziet wie ik ben. Voorspelt geluk, baadt mij in rust.

Zo heel jij mij al jaren, geneest mij door te zijn. Jij spreekt de taal die ik versta, hoort de seizoenen in mijn stem, aan mijn adem wat ik denk.

Jij kent de kunst van nu en hier. Vandaar dat ik je leen, nee spaar of beter nog: bewaar.

Deze woorden zo warm en teer, zo zacht en troostend en waar, komen binnen en raken diep. Ik dagdroom weg naar een leven met zoveel poëtische glans. Ik wil geloven dat ik het op een keer zal ervaren. In net zo'n huis waar ik met vanzelfsprekende warmte verwelkomd word. Met een bed dat op mij wacht en iemand voor wie het goed is zoals ik ben. En ooit zal ik hebben geleerd te genieten van het nu en hier. Ja, ik weet zeker dat ik eens zo in schoonheid met iemand het leven zal leven.



Onderweg

{ 16:54, 24.4.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }
Na een jaar van voorbereidingen is het zover: onze collega gaat trouwen. Bruidsjurk, trouwlocatie, band, diner, huwelijksreis; alles is geregeld en alle collega’s zijn uitgenodigd voor het huwelijksfeest dat even buiten de stad zal plaatsvinden. Om alle hapjes en drankjes uit het lijf te zweten en de conditie bij te houden, besluiten we naar het feest te fietsen. Maar ‘even buiten de stad’ blijkt: 18 km heen én 18 km terug en iedereen haakt af. Het is toch te ver, te koud, je raakt bezweet, van je kapsel blijft niets over; zelden zulke slappe smoesjes gehoord. Mijn beste vrienden M2 en M3 en ik zijn gelukkig stevig en stoer; wij houden ons aan de afspraak.

M2(controlfreak) heeft de kaart uitvoerig bestudeerd en de kortste fietsroute in kleur geprint. We krijgen alle drie ons eigen exemplaar, mochten we elkaar kwijtraken, dan nog kunnen we niet verdwalen.

We zitten nog niet op de fiets en het eerste conflict barst los. M3(natuurfreak) wil van route veranderen. De zon schijnt en wat is mooier dan over landweggetjes en door prachtige bossen fietsen. Volgens hem zal het ons eeuwig spijten als we nu niet genieten van de mooie natuur en hij verzekert dat de tocht zeker niet langer zal duren dan de met zorg door M2 uitgestippelde route! M2 blijft ijzig kalm maar in zijn trillende stem, hoor ik de irritatie. M3 hoort het ook maar stelt hem gerust: ja hij kent de weg en ja hij weet dat we om acht uur op het feest moeten zijn en nee hij is geen eigenwijze Fries die weer eens op eigen houtje iets verzint. Hij heeft een goede fietsknooppunten kaart meegenomen én een zaklantaarn. M2 zucht.

Zo ken ik mijn mannen: al bekvechtend fietsen we de natuur in. Bij iedere aarzeling van M3 volgt hetzelfde commentaar: ‘weet je zeker dat .....’ en ‘eigenwijze kerel, zijn we weer fout gereden .......?’ De tocht is geweldig, we genieten van de rododendrons in knop, we ruiken het verse land, we horen de koolmeesjes fluiten en afgezien van drie foute afslagen zijn we toch redelijk op tijd op het feestje (een kwartiertje te laat). We bedanken M3 voor dit onverwachte voorprogramma. En inderdaad bezweet en met verwaaide haren komen we de feestzaal binnenlopen, waar onze collega’s braaf en opgetut al aan de koffie met gebak zitten.

Over het feest kan ik kort zijn: de bruid is prachtig, de sketches vooral grappig voor intimi, de band swingt en laat ons de hele avond dansen. Als de krentenwegge met koffie op tafel wordt gezet, kijken we elkaar veelbetekenend aan: het is inmiddels half een ’s nachts, het vriest en het is pikkedonker. Aan handschoenen hebben we niet gedacht noch aan een warme shawl. Toch blijven we onverstoorbaar bij de smalende opmerkingen van de collega’s: ‘watjes zonder ballen, dat zijn ze’, en we beginnen aan de terugtocht.

Net als op kantoor delegeert M2 moeilijke zaken aan M3. En helaas trapt hij in de val. Hij krijgt de fietsroute in de hand gedrukt en moet ons, met veel drank op,  oververmoeid van het dansen, door het pikkedonker naar huis leiden. De eerste kilometers gaan goed. De mannen doen het kopwerk, rijden iets schuin voor mij en houden mij daarmee uit de wind. Maar dan: blijkbaar hebben we een afslag gemist. Ineens heet de straat anders en daagt het ons dat we in de verkeerde richting fietsen. Niemand heeft zin de kaart te pakken; onze handen zijn steenkoud en het is akelig donker. Dan maar ons gevoel én de paddenstoelen volgen. Lonneker 10 km maar even later: Lonneker 14 km! Er volgt een scheldkanonnade: ‘zie je wel, je hebt weer niet opgelet, potverdomme ik ben duizelig en wil naar huis’. Alsof wij wat anders willen. Gelukkig blijft M3 kalm: ‘volg mij, we hebben een bordje gemist, maar het komt goed’. ‘Nee eigenwijze Fries; iedereen denkt dat je zo lief en meegaand bent, maar ze kennen je niet’. Wat dit te maken heeft met onze fietstocht ontgaat me, maar ik houd me stil in de hoop dat de stress beperkt blijft. Ik smeek de mannen op te houden met ruziën en zich op de weg naar huis te focussen. M3 en ik fietsen nu op kop en in stilte volgen we de donkere weg door het bos. Het is inmiddels twee uur in de nacht en mijn huis is nog lang niet in zicht.

Dan passeren we Losser. Niet op een stille bosweg of langs een donker weggetje aan het water, maar uitgerekend midden in het dorp, waar op dit uur van de nacht de Lossenaren nog met hun hondje wandelen, moet M2 plassen. Hij gaat achter een klein bosje staan zodat de wandelaars hem goed kunnen zien. Zij schudden hun hoofd en M3 en ik krijgen de slappe lach. We vervolgen onze weg richting Zuid. Het is duidelijk dat M3 de beste conditie heeft. Hij babbelt honderduit over het leuke feest en wie wat aan had. Totdat M2 hem toeblaft: ‘nu even niet M, we hebben onze energie hard nodig om te fietsen’. En inderdaad, voor mij is het afzien. Weliswaar checken de jongens geregeld of ik nog volg en wordt er gevraagd of ik het volhoud, maar we fietsen gewoon in hún tempo verder.

Er laait nog één klein ruzietje op: volgens de mannen hebben we een enorme omweg gemaakt omdat ík via de NER wilde rijden. Krengen! Nooit wordt er naar mij geluisterd, altijd wordt er over mij heen gewalst; maar nu we doodmoe zijn en 30 km om zijn gereden, is het mijn schuld! Ik zwijg en lijd in stilte.

Op karakter kom ik mijn straat binnen rijden. Om drie uur in de nacht ben ík thuis maar moeten de mannen nog naar Noord fietsen. Nog steeds zonder kaart gaan zij verder. Zal er nog een afsluitende ruzie opvlammen?



Beter kijken

{ 16:48, 12.4.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }
Vanaf mijn twaalfde ga ik al naar musea. Destijds was dat vooral het Rijksmuseum Twenthe, bijna bij ons om de hoek. Als ik de drukte en de chaos van ons gezin wilde ontvluchten, ging ik daar naar toe. Ik hield van de stilte, het stijlvolle interieur, de ordening en eigenlijk waren de kunstwerken maar bijzaak. Later bezocht ik vele andere musea, niet om te vluchten, maar om te genieten van de schoone kunsten. Gek genoeg ben ik altijd een naïeve leek gebleven. Ik loop voornamelijk met groot ontzag en bewondering langs schilderijen en beelden. Mijn ogen registreren vorm en kleur en mijn gevoelige ziel vindt iets mooi of niet mooi, wordt ontroerd, voelt inspiratie of voelt helemaal niets, maar waarom…..? Enkel op die manier keek ik altijd naar kunst.

Tot twee maanden geleden, toen ik op een tentoonstelling was met een leuke man die heel simpel vertelde waarom hij een object mooi vond en van kunst hield. Niet een technisch of diepgaand college maar met fijnzinnige woorden en aansprekende voorbeelden, werd ik geprikkeld om beter te kijken. Eerst alleen naar dat ene object, maar tegenwoordig bevind ik me vaker in de ‘beter kijken’ modus.

Zondagmiddag was ik weer in het Rijksmuseum Twenthe. Ik maakte inwendig een sprongetje toen ik door de zaal met moderne kunst liep en zowaar de namen van kunstenaars herkende uit de gesprekken met mijn leuke man. Ik werd nieuwsgierig en keek beter naar hun werk. Twee schilderijen van Bart van der Leck deden me glimlachen. De suppoost  voelde zich aangesproken en knipoogde! Maar ik glimlachte om ‘Lelies’ en ‘Moeder en kind’. Ik houd van die minimalistische kleuren en vormen. Hoe langer ik keek, hoe meer de figuren tot leven kwamen. Fantastisch wat er gebeurt door aandachtig  kijken. Nog mooier en in dezelfde stijl, vond ik Lou Loeber’s ‘dorp in de sneeuw’. Soberder dan van der Leck, tekent zij met slechts diagonale, horizontale en verticale strepen een verhaal. ‘Dorp in de sneeuw’ deed me in eerste instantie denken aan de plattegrond van de metro in Barcelona. Maar toen ik beter keek zag ik daken, trapjes, lantaarnpalen en auto’s bedolven onder een sneeuwlaag die niet getekend was maar die ik wel zag. Fascinerend.

Nog vol van de nieuwe indrukken kwam ik bij de tentoonstelling die ik eigenlijk wilde zien: ‘Gedroomd Papier’ met tekeningen en prenten van 1850-1935. Jammer dat deze grote zaal zo schemerig was. De tekeningen in zwart/wit of sepia, getekend met fijne lijnen en delicate schaduwen, in een vaak dromerige sfeer, hadden meer licht nodig. Ik  stond bijna met mijn neus op de tekeningen gedrukt. Of benadrukte het diffuse licht juist het delicate van de werken? Minder dan schilderijen, moeten tekeningen en prenten het hebben van de ruimte op een muur. Om de verfijnde details te bekijken zou je bijna door de tekeningen willen bladeren. Veel schetsen straalden tederheid uit. Niet zozeer vanwege de onderwerpen maar de fijne lijnen getuigen van een soort zachtheid en bedachtzaamheid. Ik genoot van dit museumbezoek.

Vanochtend heb ik mijn collega’s toegesproken en aangeraden af en toe hart en ziel te verwennen met de schoonheid van kunst: ‘verrijk je op zondagmiddag met esthetische en verleidelijke kunstuitingen, wedden dat je op maandagochtend geïnspireerd bent om jouw meest prachtige beleidsnotitie te schrijven’.

 



Slank

{ 16:33, 8.4.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Heel irritant dat sommige mensen ongestraft veel kunnen eten, genieten van ruim wijn en bier en toch slank blijven. Zij vinden lijnen overdreven drukte en het eiwitdieet van dr. Frank een absurde hype. Hun simpele gedachte is: als je jezelf te dik vindt, eet ‘gewoon’ minder en beweeg ‘gewoon’ meer. Jezus, wat een visie, dank voor het advies. Ik heb er 'gewoon' niets aan!

In mijn herinnering ben ik altijd wat mollig geweest. Mollig is mijn natuurlijke staat. Er waren wel slanke periodes maar slechts van tijdelijke aard door stress, liefdesverdriet of juist intense verliefdheid. Als de rust weer terugkeerde, werd ik weer mollig. Ik oog ook al gauw te dik. Ik ben klein, heb grote borsten, korte hals, korte benen, dat maakt propperig. Ik eet net zoveel als mijn lange vriendinnen maar zij hebben meer lichaam waar het eten zich over kan verdelen. Hoe oneerlijk!

Mollig is zo treurig. Als je teveel weegt dan kun je maar beter echt dik zijn. Dat is tenminste duidelijk en niemand zegt ‘het valt wel mee, neem nog een hapje’. Ook heb ik niks aan: ‘maar jij bent zo gezellig en altijd goed gehumeurd’. Mijn hemel ja, maar wat heeft dat met mijn figuur te maken?

Wanneer je echt dik bent, ja dan kan niemand daar omheen. Dan zeggen ze: ‘heel goed dat je wat aan je gewicht doet’ en ‘wat sterk dat je alleen komkommer eet’ of ‘ ik benijd jouw doorzettingsvermogen’. Dat stimuleert tenminste om die bitterballen te laten staan.

Ruim een jaar geleden besloot ik ‘meer te leven' en het eerste punt op mijn actielijst was: afvallen. Uitgaan, feesten op de dansvloer tussen mensen die altijd jonger zijn dan ik, spannende dates, trendy kleren kopen, dat alles is leuker wanneer je slank bent. De van nature slanken, fronsen nu waarschijnlijk hun wenkbrauwen maar alle dikkerds zijn het met me eens. Je wilt op een feestje niet aangestaard worden bij elk toastje dat je in je mond stopt en je wilt zeker niet dat je nieuwe minnaar op het moment supreme, je bobbelige maag/buikstreek voelt.

Ik blijk niet de enige die last heeft van teveel kilo’s en met een paar leuke collega’s hebben we een weegclubje gevormd. Wekelijks komen we bij elkaar om op de weegschaal te staan en in een geheim notitieboekje de resultaten te noteren. Ik weeg me enkel gekleed in bh en onderbroek: alleen zuiver vlees mag gewogen worden. Daarna mogen we heerlijk vijf minuten zeuren wanneer we toch weer zijn aangekomen: over die stomme menstruatie, dat piepkleine toastje met camembert, dat extra glas wijn tegen de depressie of dat andere glas wijn om het weekend te vieren. Maar het is ook fijn om in die vijf minuten de complimenten te incasseren zelfs wanneer je slechts een half onsje bent afgevallen: ‘wat ben je toch een doorzetter, je bent afgevallen en niet aangekomen, dat is al heel goed van je!!!!!’ Wanneer het mee zit dan is het weegmoment een energieke start van de week en wanneer het tegenzit zijn de opbeurende woorden van het clubje een stimulans om de hoop op een slanker leven te behouden.

Langzaam maar zeker krijgt mijn lijf (een slanke) vorm. Nog steeds neem ik royaal eten en drinken tot me, maar ........ ik loop elke dag van en naar mijn werk. Drie kwartier heen, drie kwartier terug. En misschien wel het allerbelangrijkste: de liefde is zo vullend en bevredigend dat mijn maag altijd vol lijkt; slechts kleine hapjes kunnen er nog bij.

Onverwacht kent het afvallen ook neveneffecten. Kleren zitten lekkerder of moeten zelfs ingenomen worden. Het kopen van kleren is wel ingewikkelder want de keuze is ruimer: ineens staat alles mij!

Toch knaagt het: slank maakt zelfverzekerd; tevreden zelfs maar het kan toch niet zo zijn dat de buitenkant zoveel doet voor mijn binnenkant? Ik heb therapieën en trainingen gevolgd om van mijn onzekerheid af te komen. Mijn vriendinnen hebben me altijd overladen met complimenten over hoe leuk ik ben en hoe fijn het is om met mij bevriend te zijn. Toch heeft dat niet wezenlijk geholpen blij te zijn met mezelf. Pas nu ik kilo’s heb verloren, kijk ik bijna met plezier in de spiegel en vind ik Margie aardig en leuk.  

 

 

 

 



Het leven is mooi

{ 17:31, 24.3.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }
Als je verliefd bent en de ander is verliefd op jou, dan is de liefde mooi. Je straalt, bent blij en je zweeft positief door het leven. Wanneer jij verliefd bent maar hij niet op jou, dan maakt de liefde je ineens tot een geheel ander mens. Je wordt grauw en het leven lijkt grauw. Verliefd zijn, iemand lief vinden, houden van iemand; wat is het verschil. Het is moeilijk liefde te definiëren en dat maakt de liefde ook zo verwarrend.

Er zijn vele boeken geschreven over dit onderwerp, over de betekenis ervan, de definitie. Het enige dat ík kan beschrijven is hoe ik de liefde ervaar.

Ik straal en lach de hele dag. Rondom mijn hart voelt het rozig, zacht en gevoelig. Alle prikkels van het leven gaan door dit filter. Iets lager, in de maagstreek, voel ik gerommel en onrust. Ik eet minder, heb minder behoefte en toch lijkt mijn maag constant gevuld. Als ik loop, wieg ik met mijn heupen; ik ben zelfverzekerd en trots op mijn vrouwelijkheid. Ik voel me mooi, mijn lippen zijn rood en vol en mijn ogen glanzen en lijken aldoor vochtig. Het voelt ook alsof ik elk ogenblik in tranen kan uitbarsten van teveel geluk!

De hele dag denk ik aan slechts één persoon. Hij is zo lief. Zijn rommelige bos krullen zo zacht. Zijn verhalen zo meeslepend en vol humor. We praten honderduit en nooit vervelen onze woorden. We zeggen lieve woordjes en kunnen niet anders dan glimlachen wanneer we elkaar aankijken. Als we door straten en parken lopen, dienen nieuwe gespreksonderwerpen zich aan en krijgen we de slappe lach van het verkeersbord waarvan we denken dat deze alleen in Enschede bestaat! In het café sluit hij tijdens het eten zijn hand om de mijne en we genieten van elkaars warmte. Ik geef hem een hapje van mijn taartje en hij lepelt voorzichtig een stukje van zijn taart in mijn mond. Hij legt mij de humor van een kunstwerk uit en ik laat hem de mooie plekjes van de stad zien. We spreken over onze onmacht, om te gaan met druk en verwachtingen van anderen. Ik voel ontroering wanneer hij weer mijn hand zoekt en ik hem zielsgraag vastpak. Zo ervaar ik de liefde wanneer deze wederkerig is.

Ik kan me niet herinneren ooit zoveel verbondenheid met een man gevoeld te hebben en zelden kon ik zo eerlijk en onbevangen over mijn persoonlijk leven vertellen. Sinds onze eerste ontmoeting vertrouw ik hem en heb ik het gevoel dat we elkaar begrijpen. Ik kan geen woorden vinden om uit te drukken hoe lief ik hem vind en hij zegt zacht ‘je hoeft niets te zeggen, ik voel dat toch wel’.  Mijn adem stokt.

Ik ben onbeschrijflijk gelukkig. Overbodig te zeggen dat ik verliefd ben op deze bijzondere man. Voor mij is de liefde mooi  want hij vindt mij ook superlief.



Niet slapen

{ 17:38, 14.3.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Ik ga vroeg naar bed. Niet omdat ik moe ben maar ik heb zin om lekker in mijn holletje naar de radio te luisteren. Er gaat niets boven dit warme nestje van zachte kussens, luchtig dekbed en warme kruik. Naast mijn bed, een pot thee, een reep chocola en natuurlijk de onvermijdelijke smartphone. Dan ....... zet ik radio 1 aan.

Het is elf uur en ik hoor de begin tune van Met het oog op morgen. Mieke van der Weij kondigt de onderwerpen aan. Met haar warme stem formuleert ze mooie zinnen en bijna onbevangen stelt ze vragen aan haar gasten. In mijn rommelige leven is Met het oog op morgen een vertrouwd baken: het begint en eindigt altijd met Gute Nacht Freunde, de headlines van de dag komen voorbij en de luchtige uitsmijter wordt altijd ingeleid met de woorden: het is 5 voor 12...... Vandaag vraagt Mieke op licht cynische toon naar het landsbelang van het Nationale Songfestival; waarom was dit het gesprek in alle nieuwsuitzendingen. Begrijpt ze iets niet?

 

Nu zou ik eigenlijk de radio uit moeten doen. Maar nee, nog eventjes luisteren naar Casa Luna. Een gast wordt geïnterviewd over wat hem/haar bezighoudt. Het is alsof ik met hen aan tafel zit te babbelen: gezellig met wat kaas en een glas wijn! Ik hoor Robbert Dijkgraaf vertellen over de magie van de wetenschap en hij bevestigt mijn stelling dat niets zo aantrekkelijk is als een man met passie.

 

Mijn hand reikt naar het knopje van de radio. Nu wordt het echt tijd om te slapen; het is inmiddels twee uur. Maar Adeline van Lier met De nacht van het goede leven is altijd zo leuk. Met haar hese stem presenteert ze vier uur lang een compleet programma over muziek, film, interviews en literatuur. Kan de nacht volmaakter zijn? Alles wat het leven leuk maakt wordt besproken. Pen en papier liggen binnen handbereik. En ik noteer een prachtig nummer van Van Morrison. Morgen de CD keep it simple kopen. Dank je Adeline!

En het volgende nummer is van Eric Clapton; ik denk uit de jaren zeventig maar ik ken het niet. O.K. snel opschrijven voor zover dat mogelijk is in het donker en zonder lenzen: I can’t hold out. Hij zingt over de hunkering naar zijn geliefde. Ik lig te swingen in bed en fantaseer dat ik de gitaarsolo speel; de sfeer van de jaren zeventig komt weer boven. Ook deze muziek moet ik morgen kopen. En weer hoor ik een geweldig liedje: radio ietsje harder, dit heb ik eerder gehoord. Wende Snijders met break my heart: het kan haar niet schelen waar haar geliefde heen gaat, als zij maar mee kan. Wie is niet dol op zoveel liefde? Deze CD moet ik morgen zeker kopen.

 

Weer gaat mijn hand aarzelend naar de knop van de radio. Maar dan hoor ik de sonore stem van Bram van der Vlugt die een heel uur lang voorleest uit Oscar en Oma Rozerood ; dit is pure poëzie. Een jongetje van tien ligt in het ziekenhuis en is ongeneeslijk ziek. Hij krijgt een bijzondere band met Oma Rozerood. Zij is niet zoals zijn ouders die door hun verdriet niet weten hoe met hem om te gaan. Nee, zij behandelt hem als een normaal jongetje en raadt aan brieven naar God te schrijven om zich minder alleen te voelen. Alle brieven van Oscar aan God beginnen met ‘Beste God’. De laatste brief is zo aangrijpend. Het begint ook met ‘Beste God’ en vervolgt ‘de kleine jongen is dood’. Oma Rozerood schrijft aan God ‘ik ben intens verdrietig, ik heb hartzeer, pijn in mijn hart waarin Oscar voor altijd zijn plaats heeft. Ik moet mijn tranen nog voor mezelf houden, tot vanavond, want ik wil mijn verdriet niet vergelijken met dat van zijn ouders, daar zijn geen woorden voor’.

Zoveel tederheid en empathie geven hoop en vertrouwen dat mensen goed zijn. Wat een ontroering in de nacht.

 

Ik neem een laatste slokje thee en met uiterste wilskracht laat ik de chocola liggen. Nu niet denken aan opstaan en naar het werk gaan want er volgt een interview met Stef Bos. Hij vertelt over de liefde als drijfveer en is duidelijk verliefd op zijn nieuwe vrouw. Het laatste uur spreekt Adeline met Kyteman, Colin Benders. Een jonge muzikant die gefascineerd is door de tonen van de trompet. Hij heeft als jong jochie op een kathedrale koorschool gezeten; een bijzondere basisschool waar naast de normale vakken veel aandacht was voor zang en muziek. Geen wonder dat hij zo creatief en begaafd is. En passent beluister ik ook nog een wijze les van dit wonderkind. Hij zegt: ‘het risico van intens voelen is dat je je makkelijk verliest. Bijvoorbeeld in de liefde. Je denkt gauw dat je de liefde van je leven gevonden hebt. Ik heb me daarin nogal eens vergist, daarom ben ik voorzichtig’. Alsof ie mij persoonlijk toespreekt!

 

En dan is het ineens zes uur; de nieuwsprogramma’s nemen het over, de intimiteit van mijn nachtleven is voorbij. Eindelijk mag ik slapen maar helaas, het is tijd om op te staan. Douchen, aankleden, insmeren, opmaken en op de fiets naar het kantoor waar ik uitgeruste collega’s aantref: ‘goedemorgen Margie. Leuke dingen gedaan?



Zoete herinneringen

{ 17:28, 2.3.2010 } { Posted in Margie } { 0 comments } { Link }

Ik ben gevoelig voor geuren. Geur kan een golf van emotie teweegbrengen, me terugwerpen in de tijd, associaties oproepen met prettige en minder prettige gebeurtenissen en ik kan letterlijk worden geraakt door het opsnuiven van een bepaalde geur.

In ons gezin met vier meiden was ik beslist het meest meisje. Altijd in de weer met poppen; in mijn fantasie mijn kinderen. Eindeloos kappertje willen spelen, zodat ik naar hartelust het haar van mijn zusjes kon kammen en krullen en al vóór mijn pubertijd was ik bezig met make-up, zeepjes en parfum.

Parfum is geur en sommigen vinden het een valse vorm van geur. En inderdaad parfum is kunstmatig en verhullend. Ik snap het wel. De geur van zweet is echt, de geur van een ongewassen lijf is echt, de geur van ontlasting is ook echt. Soms prefereer ik nep boven echt!

Mijmerend over geuren, vloeien aroma’s uit mijn moeders keukenkastje mijn neus binnen. Net uit Indonesië, had ze zoveel mogelijk verse en gedroogde kruiden meegenomen: asem, tjenkeh, sereh, trassi, djahé, djinten, goela djawa, ketoembar, potjes en zakjes vol. Als het kastje openging waanden we ons weer in ons huisje in Bandung. Volle, weeë luchten, gemengd met scherpe, bloemige en prikkelende geuren. Ik haatte dat kastje want ik zag de heimwee in mijn moeders ogen.

Mijn allereerste geurtje kreeg ik van mijn tante: eau de toilette van Moana. Ik was veertien en mijn tante voelde aan, beter dan mijn moeder, dat ik klaar was voor de eerste stap naar volwassenheid en vrouwelijkheid. De geur was fris, lieflijk en sprankelend en zo, stelde ik me voor, moest ook een echte vrouw zijn. Met Moana voelde ik me anders, ik liep parmantig rechtop, keek mensen in de ogen en besefte dat het echte leven er aan zat te komen; ik telde bijna mee in de echte wereld.

Mijn herinnering maakt een sprong en beland in de periode zo rond mijn twintigste. Net neergestreken in Amsterdam bewoonde ik een triest zolderkamertje aan de Prinsengracht. Mijn vriendin woonde, in een iets minder triest kamertje, in de Marnixstraat. En tussen ons in bevond zich de mondaine Leidsestraat met een deftige parfumerie inclusief zeer deskundig personeel. Nooit zal ik vergeten dat de verkoper (man) opmerkte dat ik wel heel grove poriën had. Na deze pijnlijke constatering, troostte hij me met tips over maskers, gezichtmassage, veel drinken en een grote pot Gold Future Cream van Helena Rubinstein (zo duur dat ik een hele maand slechts bastogne koeken at). Daar in die winkel in de Leidsestraat kocht ik van mijn allereerste salaris mijn eerste Chanel no 5.

Ik kom uit een gezin waar, zeker in de eerste Nederlandse jaren, heel weinig geld was. We hadden een huis, eten, kleren maar beslist geen geld voor parfum. Ik kon alleen van luxe dromen: schoenen met hakjes, kanten handschoenen, handtasjes van leer, gelakte nagels en ..... Chanel no 5! Mijn moeder had een piepklein flesje in haar handtas en enkel bij speciale gelegenheden, drupte ze een beetje op haar polsen. Ik hing aan haar rokken want ze rook zo verrukkelijk, naar rozen, jasmijn en vanille, het maakte haar lief en ik voelde me rijk. Logisch dat Chanel no 5 lang mijn lievelingsgeur is gebleven. Nog steeds houd ik van die basisgeur vanille. Mijn comfortgeur; de geur waarbij ik me geborgen voel en veilig. Van vanille wordt gezegd dat het ook wel doet denken aan moedermelk!

Vele parfumhuizen passeerden mijn toilettasjes: Cabochard, Houbigant, Givenchy. Ik ging naar bed met Giorgio en Christian, op feesten werd ik omgeven door Calvin, Hugo en Karl. Ze konden me slechts kort bekoren. Maar ik ben al jaren intiem met Ambre et Vanille van het huis E. Coudray. Als ik het opspuit is het alsof ik een ragfijne shawl omsla, het voelt weelderig en sensueel. Het merk is onbekend maar exclusief en de geur is zoet en poederig: ik houd van die aanwezige bescheidenheid!

 A womans perfume tells more about her than her handwriting (Christian Dior)

 



{ Last Page } { Page 1 of 2 } { Next Page }

About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

«  October 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031 

Links

Tjitskes site
Vakantiewoning Ardennen

Categories

Margie
Tjitske

Recent Entries

Ernst
SMS-je
Het is wat het is
Nuance
Een liedje

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer