Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Engels vanaf groep 1, hoe doe je dat?

Engels voor kleuters? Ja!

{ 12:55, 29/10/2010 } { 0 comments } { Link }

Gaat Vroeg Engels niet ten koste van moedertaalverwerving? Krijgen allochtone leerlingen met een taalachterstand geen problemen met NT2? Moet Vroeg Engels niet door native speakers gegeven worden? Moeten kinderen al niet veel te veel tegenwoordig? Hoe kun je het Engels aan jonge kinderen zo verzorgen dat het spelenderwijs gebeurt en niet programmagericht? Kortom: hoe introduceer ik Vroeg Engels op een verantwoorde manier aan mijn leerlingen in de onderbouw van de basisschool?

 

Een greep uit de vragen die ik als auteur van My name is Tom vaak hoor als ik iets vertel over de leerlijn My name is Tom, een lespakket Engels voor de onderbouw van de basisschool.

Uit onderzoek in verschillende landen is gebleken dat VVTO (vroeg vreemdetalenonderwijs) geen negatieve gevolgen heeft voor de moedertaalverwerving. Daarbij dient wel vermeld te worden dat totale onderdompeling effectiever blijkt te zijn dan gedeeltelijke onderdompeling en vroege onderdompeling beter dan late onderdompeling (Clyne, Jenkins e.a. 1995). Ook andere factoren spelen een belangrijke rol: als het Engels door een native speaker wordt verzorgd leidt dit tot betere resultaten en tot een betere uitspraak dan als dit gedaan wordt door een non-native speaker. De hoeveelheid taalaanbod kan worden vergroot door gebruik te maken van Engels als instructietaal (Aarts en Ronde, 2006:13).

 

Als je kiest voor Engels vanaf groep 1 ligt het accent op receptieve vaardigheden (luisteren) en communicatie. Spelenderwijs wordt het Engels “gedaan”: liedjes, spelvormen, en TPR activiteiten (Total Physical Response). De gedachte die hieraan ten grondslag ligt, is dat visuele, auditieve en fysieke waarneming en beleving er voor zorgen dat het leerproces effectief verloopt en dat kennis wordt verankerd (Groot, 2006).

 

Taalgevoeligheid

 

Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat kinderen van 0 – 7 jaar zich in de “taalgevoelige periode” bevinden, zij zijn in staat om een paar talen tegelijk leren (o.a. Goorhuis – Brouwer 2007: 59). Natuurlijk is een goede simultane taalverwerving ook weer afhankelijk van andere factoren: het opleidingsniveau van de ouders en daarmee de mate waarin er sprake is van voldoende taalaanbod en interactie, de mate waarin een leerling de tweede taal beheerst en de status van de te leren talen (Broekhof, 2007). Broekhof geeft ook aan dat aandacht voor de eigen taal belangrijk is. Voor veel kinderen geldt dat de thuisomgeving niet stimulerend is voor de ontwikkeling van de moedertaal. Het is daarom belangrijk dat allochtone leerlingen ook in de thuisomgeving voldoende communiceren in hun moedertaal, waarbij de thuisomgeving wordt gestimuleerd om interactief met (moeder)taal om te gaan: prentenboeken lezen, uitleg geven, feedback geven enz. zodat de woordenschat wordt vergroot. Ik ben van mening dat dit direct getransfereerd worden naar kinderen die tweetalig zijn door het spreken van een dialect.

 

Lagerhuis: Vroeg Engels is goed

 

Kortom, er zijn geen leerpsychologische bezwaren om al in groep 1 te beginnen met Engels. Integendeel, uit onderzoek blijkt dat VVTO juist positieve effecten heeft op taalontwikkeling en overige schoolprestaties. Toch zien leerkrachten op tegen de start met Engels in de onderbouw. Tijdens een workshop Vroeg Engels in de VVE minor (Vroeg en Voorschoolse Educatie) op de Marnix Academie vroeg ik studenten om twee groepen te vormen in een Lagerhuisdiscussie. Mijn stelling was scherp: VVTO moet! Van de twaalf studenten waren er twee die in het “ja-kamp” gingen staan. De bezwaren van de tien andere studenten kwamen overeen met de bezwaren van leerkrachten die ik hoor in het veld. Waar moet ik de tijd vandaan halen, kinderen moeten al zo veel en dan komt er ook nog eens Engels bij. Ook de gedachte dat met Vroeg Engels tijdsdruk en werkdruk toeneemt is een veel gehoorde opmerking: “we moeten al zoveel”. Toen ik gaandeweg de discussie de stelling veranderde in “VVTO is goed voor jonge kinderen” liepen alle studenten die eerste nee hadden gezegd naar het ja-kamp. In het gesprek daarna was de basale vraag: hoe pak je dit dan aan en hoe geef je Engels een plek in het curriculum?

 

Vroeg Engels, hoe doe je dat? 

 

Aan de vraag “Vroeg Engels, hoe doe je dat?” dient een andere vraag vooraf te gaan. Vroeg Engels, willen we dat? Waarom willen we dat? Dat vraagt om visie op taal in het algemeen (in hoeverre hebben moedertaalverwerving, NT2 en Engels met elkaar te maken en wat doen we daarmee in onze school), maar ook om visie m.b.t. Engels in het bijzonder. Dat betekent dat je op een eerlijke manier moet kijken naar alle facetten die te maken hebben met taalverwerving: neurologische aspecten (hoe werkt het brein bij taalontwikkeling), leerpsychologische aspecten (cognitieve ontwikkeling in een bepaalde leeftijdsfase) en pragmatische aspecten (wat doe je met taal, waarom gebruik je een taal). Het vraagt ook om nuchterheid. “Vroeg Engels moet” is onzin. Op grond van wetenschappelijk onderzoek mag je zeker zeggen: “Engels leren, hoe jonger, hoe beter.”

 

Spelenderwijs

 

Het leidt geen twijfel dat jonge kinderen het beste Engels leren van een native speaker (die overigens wel leerkracht moet zijn). Als dit niet mogelijk is, kun je als school kiezen voor experts binnen het team die de Engelse taal goed beheersen en de Engelse lessen verzorgen. Als je Engels juist wil integreren met andere vakken of het situationeel wilt inzetten (CLIL) dan is de eigen leerkracht toch de aangewezen persoon om Engels te verzorgen. In de onderbouw wordt vaak thematisch gewerkt en het is juist mooi om daarbij aan te sluiten. Je kunt met elkaar afspreken dat bij elk thema ook iets gedaan wordt met Engels. Als we het thema “dierendag” bijvoorbeeld behandelen, dan zingen we ook een liedje over dieren in het Engels. We leren een mooi rijmpje in het Engels, of we leren samen de Engels woordjes “where” en “there” door heel eenvoudig aan elkaar te vragen: “Where is the dog?” “There is the dog!” “Where is the cat”. There is the cat!”

 

Het is belangrijk om het Engels in de onderbouw niet programmagericht aan te pakken. Uit ervaring weet ik dat leerkrachten in de onderbouw heel creatief zijn in het bedenken van allerlei taalactiviteiten en taalspelletjes. Dezelfde activiteiten kun je vaak integraal overnemen bij het leren van de Engelse taal. Mijn advies is: gebruik die creativiteit ook bij Engels en je zult zien: het werkt! Het gaat niet om grote dingen, maar om eenvoudige lesactiviteiten: samen Engelse liedjes zingen, spelletjes doen (I spy with my little eye and the colour is…. red), rijmpjes opzeggen (in de spiegel: I brush my hair, look, who ’s there) , bewegen (TPR: sit down, stand up, touch your nose, touch your hair etc.), met de handpop communiceren (shake hands: hello, my name is…).

 

Engels in de onderbouw hoeft niet veel tijd te kosten. Een Engels liedjes zing je na het eten, of bij het naar buiten lopen. TPR kun je doen tijdens de gymles, je kunt stapspelletjes doen op het plein enz. De uitdaging is vooral: je wilt wereldburgers maken van je leerlingen. En de leerlingen? Die vinden Engels: “cool”!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Janet van Hell, Kritieke periodes voor taal leren bestaan niet, Didaktief nr. 8, oktober 2010

[2] Total Physical Response



About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Links


Categories


Recent Entries

Engels voor kleuters? Ja!

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer