Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Eva's blog

de bril en het schapenkleed

{ 20:31, 12/9/2010 } { 0 comments } { Link }
“Lieverd doe normaal, je weet dat ik niet zo naar je kijk!” Zoals altijd wanneer ze mij hier op wijst voel ik me weer alsof ik in de hoek ben gezet door mijn lievelingsjuf. Het lastige van hetzelfde vak hebben als zij is dat we bewust en onbewust altijd tegen elkaar op boxen. Niet omdat de een beter moet zijn dan de ander, maar omdat we het allebei nodig hebben. We zijn elkaars klankbord en bespelen elkaar zo regelmatig, dat we er nog een flinke klus hebben elkaar weer te stemmen. Twee retegevoelige muziekdonders. Maar af en toe slaat de onzekerheid toe. Ze is immers al zo veel verder dan ik. Bij iedere stap die ik zet weet ik dat zij diezelfde stap jaren geleden al zette. Hoe kan ze genieten van mijn gestuntel wanneer ze al haar eigen moeilijkheden, valkuilen en stenen compleet met ezel ongegeneerd de revue ziet passeren? Waardering van haar wil ik niet uit vertedering. Zeker van haar wil ik ongezouten kritieken en bloedeerlijke feedback. Niet ‘maar iets zeggen voor de leuk’ maar opbouwend cement storten. En dat doet ze, zonder mijn ontwikkeling daarin te stremmen. We liggen samen op haar bank. Zij met de poes op schoot, ik met haar schapenkleed. Samen kijken we naar de repetitieregistratie van haar voorstelling. Naast me hoor ik een bont ritme van gesnuif, gegrinnik, gemompel en gepruttel. Plotseling stoot ze een enorm harde schaterlach uit. De schaterlach die ik van haar ken. Voor anderen misschien bestempeld als overdreven en theatraal, maar ik weet beter. Dit is haar “tastlach” , de lach waarmee ze aftast wat de ander denkt. Wanneer ik die hoor klinkt voor mij het startsein om iets over haar kersverse baby te zeggen. Na mijn betoog kijkt ze me even strak aan. Even ben ik bang dat ik te ver ben gegaan. Dat ze mijn kritiek opvat als een persoonlijke aanval. Daar heeft deze onvervalste vrouwenliefhebster namelijk een buitengewoon talent voor. Haar ogen staan op crisis, maar plotseling buigt ze zich naar me toe en geeft me een kus. “Dank je schat. Zeg me wat ik moet doen.” Onvoorspelbaarheid is haar tweede natuur. ’S Avonds lig ik naast haar in bed. Op haar neus leunt een bril. Ongelofelijk hoe haar uistraling verandert wanneer ze de wereld bekijkt vanachter glas. Ze leest de scènes die ik schreef voor de kerstspecial van ArtEZ. Ik voel me een soort jonge labrador die in zijn mand moet blijven zitten: Ik ben benieuwd wat ze er van vindt, maar wil mijn overmatige enthousiasme niet meteen op haar botvieren. Dus doe ik net of ik naar de vreselijk slechte serie kijk die haar tv de kamer in laat sijpelen. Ze kijkt streng vanachter haar raampjes. Net iets te streng naar mijn zin. “Nou zeg het maar zuster: hoe lang heb ik nog..?” probeer ik. Behalve een blik over de rand van haar bril is lesbiëla niet van plan ook maar een kick te geven. Dan maar op de sentimentele tour (kan nog wel eens helpen : “Als je het slecht vindt moet je het gewoon zeggen. Ik bedoel: jij bent de chef. Ik ben eigenlijk nog maar een groen, onwetend blaadje”. Poging twee. Nu reageert de lesbiëlische aanleiding tot mijn onrust dus wel. “Lieverd doe normaal, je weet dat ik niet zo naar je kijk”. Plotseling voel ik haar hand op mijn knie. Zomaar. Daar was hij ineens. Ik denk stiekem naar haar te kunnen kijken maar ze is me voor. Voor ik het weet zit mijn blik vast aan die van haar. “Best wel leuk hè?” zegt ze “Ja, best wel.” zeg ik. Ik pak haar hand en vergelijk die van haar met die van mij. Ze heeft vrouwenhanden. Er lopen subtiele lijnen over de rug van haar hand. Haar pianolijnen. Deze handen zijn goed in troosten, in het wegvegen van tranen op mijn wang. Maar het beste zijn deze handen in het pakken van de mijne. Deze handen: die vasthouden en niet meer loslaten. Mijn handen zijn die van een meisje. Kleine, korte vingers en geen karakteristieke pianolijnen of vlekjes met een historie. Gewoon handen. Handen die nog niet de handen zijn die zij heeft. Ik buig me naar haar toe en kus. Ik kus. Gruwelijk. Ik hou van je. Daarom doet de huidige ontwikkeling meer pijn dan ik me kon voorstellen. En dan nu…… oogjes dicht en snaveltjes toe…. Slaap lekker

het jippie prikbord

{ 20:17, 12/9/2010 } { 0 comments } { Link }
Het is fascinerend om te zien hoe snel een opgeruimd huis kan veranderen in een totaal slagveld met bijbehorende “dierentuin”. Op blote voeten en in een shirt waarvan ik toch vrijwel zeker weet dat hij niet uit mijn eigen garderobe afkomstig is loop ik door de materialistische herinneringen aan gisteravond en probeer niet mijn nek te breken over een paar verwaalde flessen. Mijn ene hersenhelft lijkt nog in totale ruste en dus heb ik niet door dat ik in plaats van naar de keuken, naar de wc loop. Ik bedenk me te laat dat ik de verkeerde eindbestemming heb gekozen: ik zit al. Onder het mom van: “Ik ben er nu toch” besluit ik mijn tijd nuttig te gebruiken… Ondertussen inspecteer ik mijn tijdelijke onderkomen. De deur waar ik tegenaan kijk is bezaaid met foto’s van allerlei mensen. Het valt me op dat ze vrijwel allemaal dezelfde soort blik hebben. Dit is het prikbord met de “lekker gek” foto’s. Helaas weten de mensen op de foto’s maar al te goed dat hun “o jippie” glimlach op dit prikbord komt. ( Ik ben niet de enige die geniet van een wc bezoek op dit kekke potje.) En dat is nou precies wat mij niet aanstaat aan deze deur. Het is allemaal TE leuk, TE bedacht, TE “zie mij eens lekker een feestbeest zijn”. De gêne die optreedt bij het bekijken van deze foto’s na het feestje in kwestie is dan ook (meestal) niet oprecht. Mensen willen maar al te graag op iemands “Jippie-prikbordje” . Het is een teken van verbondenheid en erkenning. ‘Ik sta op jouw bordje, dus ik besta’. Ik herken een hoop mensen van de foto’s. Het zijn lieve mensen. Sommigen zijn een paar van mijn beste vrienden, maar op deze foto’s kijken ze anders. Ze hebben de “joepie, prikbord” blik… Dat vind ik naar. De mensen waarvan ik weet hoe leuk ze zijn als hun eigen ikje, krijgen iets engs over zich met deze gestileerde kodakgrijns. We vinden het ook een naar gezicht als iemand een masker op zet. Nou, kijk en vergelijk zou ik zeggen… Mijn aandacht word afgeleid door een foto rechts op het bord. Iemand met blauwe ogen, rood haar en een kolossale glimlach staart me aan… Een van de verneukeratiefste momenten zijn die waarop ik me erger aan iets waaraan ik me vreselijk erger bij anderen… maar dan bij mezelf. Ik zie mijn kodak-evenbeeld haar uiterste best doen om vrolijk over te komen, en ik moet heel eerlijk toegeven: dat was ik ook op het feestje in kwestie. Maar toch word ik er een beetje misselijk van. Puur omdat je aan jezelf zo goed ziet hoe je je op dat moment voelde, wat je daar deed, hoe en vooral met wie. En ik zag verdomde goed wat ik daar deed. In mijn ogen zag ik sluimerend onder een hoop geluk en alcohol de stress van een nieuwe opleiding maar ook de spanning om een ander meisje en de woede jegens een persoon. En toch die lach. Een “niks aan het handje” glimlach. Misschien kijken anderen naar deze foto en denken ze dat ik een vreselijk losbandig typ ben met een op zijn minst indrukwekkend groot te noemen glimlach, maar ik zie op die foto iets anders… op deze wc… om half negen ’s ochtends… Op de gang sta ik nog even stil bij de grote foto in de hal. Een foto van haar. Althans: van de rechterhelft van haar gezicht. Haar ogen neergeslagen, met een subtiele glimlach om haar mond. Dit is een van de mooiste foto’s die ik ooit heb gezien. Puur meisje in zwart-wit. “Hallo? Ben je verdwaald? Volg de broodkruimels!” hoor ik uit de kamer aan de andere kant van de gang. Wanneer ik zeg dat de kruimels in kwestie onder de huidige omstandigheden waarschijnlijk uit zichzelf weg lopen klinkt er een giecheltje. “Ik heb honger…” murmelt potpourri. “Ja, sorry… mijn plan is mislukt.” Roep ik schuldbewust. Het is even stil. In mijn ooghoek zie ik zie een geheel van blote huid naar de keuken schieten. “Lieverd…” “ja…” - ik wacht af – “Hoe wil je je ei? Gekookt, gebakken of bevrucht?” Ik kan er niets aan doen, maar ik bulder van het lachen. Een beetje fout maar ik hou ervan: Heterograppen, gemaakt door een rasechte lesbiëla. “Ik zeg: broodje, eitje, champy, kleedje, jouw auto en wij tweeën op het gras van Sonsbeek. ” zegt ze. Zelden zo’n allesomvattend prachtidee gehoord. Ze kijkt bedrukt en zegt kordaat: “Goed, Even de taken verdelen: Als ik me niet vergis is DIE van mij (ze plukt aan het shirt dat ik aan heb). Die van jou ligt over de bank. Wil je douchen? De zooi komt later wel. Ik maak de broodjes. Pak jij dan de fles ‘Pink’ uit de schuur? O ja! en je moet zo echt even op de wc kijken! Dat zal je leuk vinden…” En dan nu… oogjes dicht… en snaveltjes toe… Slaap lekker.

opinie statues

{ 20:13, 12/9/2010 } { 0 comments } { Link }
Daar was hij weer. Het vooroordeel. Elke keer schrik ik er weer van. Na veel ruikzout en “blijf weg bij het witte licht!!” ontwaak ik weer uit mijn roes. Daar gaan we weer denk ik dan. De afgelopen vier jaar heb ik volgestouwd met het geven van voorlichtingen, het voeren van debatten en het organiseren van activiteiten (dat laatste klinkt op de een of andere manier erg smerig) voor, over en met de homoseksuele medemensch, en HIEPHOI! Hang de vlag uit! Ik behoor zelf ook tot deze groep. En daar ben ik trots op. Zo. Dat is duidelijk. Tenminste, voor mij. Vindt mij een provocateur, een idealist of een sentimentele doos, maar ik geloof in de liefde. Maar de aanleiding van dit verhaal ligt in de eerste zin. Het was weer zo ver: In mijn meest vrouwelijke kloffie (LEVE DE LIPSTICKLESBIAN!) stap ik op mijn fiets richting het COC. Vandaag is het weer “voorlichtingdag” en ik heb er zin in. Ik ben er weer klaar voor. Weer een dag met chagrijnige vaders en moeders, gefrustreerde jonge homootjes en gelovige buurmannen die ik mijn “hiephoi ben trots” verhaal mag vertellen. Begrijp me goed, dat vind ik leuk om te doen, en het verhaal zelf is ook geen probleem, maar dat wat er na komt zorgt dat mijn haren vaak recht overeind gaan staan: Het vragen en opmerkingenrondje. Dat mensen niet weten hoe iets werkt, dat is niet het probleem. Daarvoor sta ik daar, maar ik heb een hekel aan mensen die vinden dat ze “een meester zijn in discussiëren.” Dat zijn mensen die hun eigen mening zo stevig in hun hersenen hebben vast gepropt dat elke andere vorm van nadenken of alleen maar het horen van een andere mening biologisch onmogelijk lijkt. Ja, dan is het inderdaad erg makkelijk om te discussiëren. Al is de term “discussiëren” moet ik zegge niet erg op zijn plaats… Deze zogenaamde “opinie statues” zijn een ramp om mee te discussiëren, sterker nog: het is vrijwel onmogelijk. Dit zijn de mensen die zonder rijbewijs naast je in de auto zitten maar het toch presteren om constant denken beter te weten hoe je moet rijden. Het is een uur of drie wanneer ik klaar ben met mijn voorlichting, en weer hoop ik stiekem dat het deze keer anders is. Dat die ene man met die snor die voor aan zit mij niet de eeuwige verwijten zal toe roepen. Maar ik heb het nog niet gedacht of zijn hand schiet de lucht al in. Ja je leest het goed: “Hand”. Er zijn verschillende manieren van je hand opsteken: 1. Het vingertje. Heel beschaafd en neutraal. Gewoon een vinger. Een kleine knik in de elleboog mag. 2. Het vingertje met ondersteuning van de elleboog/arm. Dit is het: “-zucht- dit weet ik al en ik ga je dat nu even uitermate betweterig duidelijk maken. 3. Het plafond vingertje. Dit is het “JA IK WEET HET! Vingertje. Dit kan enthousiast bedoeld zijn maar wordt vaak opgevat als afgeleide van nummer 2. 4. Het ontspannen handje. Nonchalant omhoog gestoken. Deze is qua intentie en sociale gevolgen te vergelijken met 1. 5. De strakke hand. Stijf omhoog gestoken met de handpalm bewust naar de toehoorder toe gekeerd. Dit handje is het ergst. Het betekent: “Snotaap, wie denk je wel niet dat je bent. Ik ga jou eens haarfijn uitleggen hoe het zit. Of ik er wel of geen verstand van heb maakt geen drol uit, maar ik zal jou eens een flinke trap tegen je figuurlijke schenen geven.” Vaak wordt dit vingertje gebruikt door (I’m sorry) Jonge mannelijke leidinggevenden met latex pakjes in de kast thuis en gelovigen. (waarin ze geloven maakt daarbij vrij weinig uit.) Handje nummer vijf zwaaide mij fier toe van achter zijn tafeltje vooraan. De Chiel Montagne die aan de hand vast zat had een blik in zijn ogen die ik maar al te goed ken als ‘de lachende vermorzelblik’. ‘ja..?’ knik ik hem toe en hij laat zij hand zakken. Hij neemt de tijd en in tussentijd zakt hij semi nonchalant zijwaarts neer in zijn stoel. “Dat is een leuk verhaaltje dat je daar vertelt.” BAM! De genadeklap. Dit is pure psychologische oorlogsvoering. “Fijn dat het u beviel. Heeft u ook iets inhoudelijks te zeggen?” zeg ik. Het staat 1-1 Chiel is even stil. Ik zie dat hij dit niet had verwacht, dat hij eigenlijk verwachtte dat ik makkelijk om te krijgen was. “Hoe denk je met dit verhaal mensen zo ver te krijgen dat ze mee gaan in dat gezeur? Ik bedoel: ik heb niets tegen homo’s, maar ze moeten van mij afblijven en als ze het maar niet in het openbaar doen.” HET in het openbaar doen. Wanneer ik met een vrouw over straat loop en ik haar een kus geef, komt deze snormans dan op mij afgestormd onder een luid roepend: ‘hou eens even heel snel op met homo doen!!’ Ik bedank voor de eer. Ik kan ook erg moeilijk tegen gelovigen die opereren onder het mom van: “God haat de ‘zonde’, niet de ‘zondaar’.” Zulke mensen wil ik omwille van hun kortzichtigheid dan wel gebrek aan gezond denkvermogen errug graag pijn doen. Als het waar is dat god houdt van de ‘zondaar’ maar walgt van de ‘zonde’ zou dat betekenen dat ik best een keer mag denken aan een stel mooie borsten, maar me daarna wel vreselijk moet gaan schamen, het tegen niemand mag zeggen, direct een flink potje moet gaan zitten biechten en als de wiedeweerga een degelijke man moet zoeken om daar vervolgens minstens vier kinderen mee te krijgen en de rest van mijn leven de schijn op moet houden dat ik retegelukkig ben. De lesbienne in mij moet ik zonder pardon laten inslapen om haar vervolgens nooit meer wakker te maken. Maar geloof mij: mijn innerlijke lesbo begint dan te snurken. Zo hard dat het niet meer te negeren valt. Maar gelukkig vindt god mij dan wel weer leuk. Ammehoela. Als ik de rest van mijn leven mijn lesbo laat snurken word ik gewoon een vastgeroeste vrouw met een heteroleven en hetero privileges. Knappe jongen die mij dan nog een lesbienne durft te noemen. Op die manier wordt homoseksualiteit uitgebannen. Weg gestopt. Dan bestaat het niet meer. Alleen in de hoofden van de mensen die hun ticket naar een mooi liefdesleven hebben geannuleerd. Op die manier is de acceptatie wel erg makkelijk. Iets dat niet zichtbaar bestaat of waar je zelf een grote afstand tot hebt valt makkelijk te tolereren. Een ander voorbeeld: Het is simpel om te zeggen dat naturisme best oke is. (“als zij dat nou fijn vinden.”). Maar dan wel graag ergens ver weg op een afgebakend terrein in zuid Frankrijk, waar niemand het hoeft te zien of er ook maar iets van hoeft te merken. Maar luister maar eens goed naar de reactie van diezelfde persoon wanneer de gemeente besluit pal naast zijn huis een blote-billen-camping neer te kwakken. Ik bedoel maar… Zo kreeg ik laatst een mailtje van een vriend. “Genees van je ziekte” was de titel van de openluchtdienst waar hij me voor uitgenodigde. Toen brak mijn klomp. Niet de dienst zelf was wat me zo verafschuwde, maar dat hij, een lieve vriend met begrip voor mij en voor mijn keuzes, blijkbaar zo ‘veranderd’ is, dat hij mij aanvalt op mijn liefde. Hij leerde me kennen als lesbienne en heeft daar nooit moeite mee gehad. Maar nu was het weg. Hij is niet meer wie hij was. Ik waarschijnlijk ook niet, maar dit baart me zorgen. Een dergelijke dienst heb ik wel eens bijgewoond. Voor een artikel wel te verstaan. Ik hou van discussies en ben ook helemaal niet vies van een nieuwe ervaring, maar hier ben ik echt van geschrokken. De dienst is een grote bang-maak parade en de mensen die mijn anti-(homo)biotica moesten toedienen ontpopten zich spontaan als een soort zelfgebombardeerde hulp-godjes. (bewust zeg ik geen “goden”. Dat klinkt me te heilig en dat is in dit geval nergens voor nodig). Bij de weinige discussies die ik wist los te peuteren bij mijn redders in nood kreeg ik niet eens de kans om uit te praten. Dat is vreselijk irritant, maar irritanter vind ik de manier waarop hij reageerde. Alsof hij mij uitlegde hoe de ingenieuze verhaallijn van sesamstraat in elkaar zit sprak hij me toe met een zachte, emotieonderdrukkende stem. Karakteristiek voor een echte mening-statue. “Ten eerste deel ik uw mening niet dat we het hier over gezeur hebben, en ten tweede gaat het om tolerantie en begrip. Iets wat in een democratische maatschappij vanzelfsprekend zou moeten zijn. Wat is uw kijk daar op?” Weer weet Chiel Montagne even niet wat hij moet zeggen behalve een onbeduidend “Mgrmpf.” Het staat 2-1 voor mij. Na deze opmerking droop Chiel een beetje af. Tot een echte discussie is het dus niet eens gekomen. Jammer. Dan had ik wel geweten wat hij nou echt dacht. Zijn antwoorden bleven hangen in de “Nou, gewoon-sfeer.” Daar kan ik niets mee. Hij verwachtte me om te duwen, maar in plaats daar van duwde ik hem om. Al wankelde hij al wel erg. Gelukkig zaten er ook mensen in mijn groep die wel wilden discussiëren, vragen en openhartig wilden zijn. Dat zijn de mensen waar ik iets mee kan. Een week later gaf ik een voorlichting op een middelbare school. Na mijn verhaal kwamen de vragen. Uiteindelijk schiet er achter in de klas een handje nummer 5 omhoog… “Ben jij er dan ook éen?!” vraagt hij. “Absoluut.” Zeg ik. “Maar jij bent echt een meisje!” antwoord hij. “Een lekker wijf zal je bedoelen!!” schreeuwt een andere jongen. De klas begint te lachen en een overspannen leraar maakt een gehaast “SSST!” geluid. Hij kijkt mij verontschuldigend aan maar ik wuif zijn excuses weg. Dit zijn de reacties waar mij verhaal mee begint. De jongen stuurde mij onbewust precies op mijn doel af. Waarschijnlijk ben ook ik vreselijk bevooroordeeld, maar ik geloof wezenlijk dat er iets niet klopt aan de beredenering van opinie statues. Als “genezen van mijn ziekte” betekent dat ik na afloop niet meer verliefd worden op vrouwen, iets waar ik intens van geniet, ik niet meer van ze zal houden en ik mijn razend gelukkige leven met al mijn lieve homo’s verlies, dan bedank ik voor de eer. Mijn geluk is me veel te dierbaar. Trouwens: zou god mij niet het leukste vinden als ik mijn hele leven straalgelukkig ben geweest met "mijn vorm" van liefde, mij vrienden en mezelf? Lieve meneer god: als u bestaat, dank u wel voor mijn flikkerschap. Amen. En dan nu… oogjes dicht… en snaveltjes toe…. Slaap lekker.

artistiek meningsverschil

{ 20:28, 11/9/2010 } { 0 comments } { Link }
Samen fietsen we door het o zo pittoreske centrum(pje) van een piepklein dorpje. De aanblik van zoveel geveinsde rust en dorpse zuurheid doet me meestal stijgeren. Ik kom hier dan ook alleen als het strikt noodzakelijk is. Maar vandaag niet. Zij wilde fietsen, en ik kende het dorp goed genoeg om een kek tochtje uit te stippelen. Het Italiaanse ijs in het centrum is onovertroffen en dus zet ik mijn schroom opzij en fiets ik het rampgebied in. Na het ijsje fietsen we door de hoofdstraat terug naar huis. Ineens staat ze stil. Ik volg haar ogen en mijn blik valt op een paspop met een Lingeriesetje aan. De opdruk van de BH herken ik als Mondriaan. “Dat zou je mooi staan..” hoor ik achter me. “Zullen we even binnen kijken? Dan krijg je hem van mij.” Ik hoor mezelf zeggen: “Doe niet zo gek, dat ding is hartstikke duur!” Daar wil meisje niets van weten en dus sta ik binnen no-time in de paarse, door geurkaarsen overwoekerde winkel met twee bh’s in mijn handen. Helaas niet helemaal de goede maat. Maar gelukkig hangt die op de pop. Vol goede moed stap ik op de uitermate zweverige verkoopster af. Net als de winkel is ze gehuld in een soort paarse tent. Haar chemisch rood geverfde vlashaar zit met een knip op haar hoofd gebonden. Om haar hals bungelt een dromenvanger. Nou weet ik niet veel van dromenvangers, maar het is in ieder geval niet de bedoeling om er een om je nek te hangen. “Goedemiddag, ik wil graag DEZE BH (en ik wijs op de bh in mijn handen), maar ik weet niet of dit de goede maat is. Zou ik die van de pop even mogen passen? Vrouwtje sterrenmix lacht en kijkt me dan plots moeilijk aan. “Nee, die heb ik niet meer” zegt ze. “Nou ik zie hem toch echt over die pop zitten” zeg ik enigszins geamuseerd. Vrouwtje sterrenmix loopt naar de ingang, waar meisje nog steeds staat. Ze gaat al voor vrouwtje aan de kant, maar vrouwtje passeert niet. Ze kijkt naar een rek met zwarte BH’s, en ze is duidelijk naar iets op zoek. “Nee, daar buiten, op de pop.” Zeg ik. Vrouwtje sterrenmix kijkt eerst naar mij, en dan naar buiten. “O, die Mondriaan! Nou ja, pas eerst deze maar.” Ik liet haar toch duidelijk DIE BH zien, en ik heb niet lang in de textiel gewerkt, maar wanneer een klant vraagt om een kledingstuk van de pop geef je die direct. Vrouwtje sterrenmix heeft duidelijk haar eigen aanpak. Samen met meisje en mijn 75C loop ik naar een hokje. We willen net samen naar binnen gaan, als vrouwtje sterrenmix, meisje tegenhoudt. “Ik vind het altijd heel belangrijk dat vrouwen in privacy kunnen passen. Zou je dus even buiten willen wachten?” “O, ik heb daar totaal geen problemen mee hoor” zeg ik. “Kom maar hier.” “Nee, maar je wordt er toch door beïnvloed. Ik zie dat vaker in mijn werk. Geloof me maar, ik weet waar ik over praat.” Zegt Sterrenmix. Ik begin een beetje genoeg van haar te krijgen, en dus trek ik het gordijn open en sleur meisje naar binnen onder het (redelijk luide) mom van: “Mijn GELIEFDE moet het wel mooi vinden natuurlijk.” (Dat ze niet echt mijn geliefde is, maakt niet uit. Dat weet het paarse gordijn toch niet.) Nog voor ik mijn blouseje uit heb klinkt er van buiten het hokje een hyserisch “En?” Door alle Marlies Dekkers touwtjes en knoopjes is het nog geen makkelijke klus om mijn borsten in hun nieuwe onderkomen te krijgen. Uiteindelijk kom ik er achter dat ik hem alleen aan krijg als ik van achter de sluiting dicht doe. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Meisje ziet het alleen maar aan. Met een geamuseerde glimlach staat ze duidelijk te genieten van mijn gestuntel. Als ik mijn mondriaan eindelijk aan heb kijk ik vluchtig naar meisje. Haar blik spreekt boekdelen: Ik neem hem. Zelfverzekerd trek ik mijn gordijntje open. Vrouwtje sterrenmix komt direct aangesneld. “ja, ja…” is het enige wat ze uitbrengt. “Ik vind het nog wel lastig om hem dicht te krijgen” zeg ik met een glimlach. Trouwens: zou ik toch ook nog even die van de pop mogen passen?” “Ja, je krijgt hem niet dicht. Het is natuurlijk absoluut niet jouw maat.” Zonder ook maar verder enkele aandacht te besteden aan mijn gestalte loopt ze weg. “Niet boos worden, maar ik ga je iets laten passen wat je nog nooooit aan hebt gehad. Ja kijk: ik ben gewoon heel eerlijk”. A: Hoe weet ze dat ik hetgene dat ze nu voor me gaat pakken nog nooit heb aangehad? B: Hallo?! Ik sta hier gelukkig te zijn met mijn BH?! C: Hoezo: absoluut niet mijn maat?!” D: EERLIJK?! Meisje kijkt me aan met een “Waar zijn we nu weer terechtgekomen?!” blik, en stapt het hokje uit om bij de mannelijke verkoper de pop-bh af te troggelen. Vrouwtje sterrenmix komt terug met –wonderbaarlijk genoeg- een Mondriaan BH. Maar wonderbaarlijker is de maat… Dit heb ik inderdaad nog nooit aangehad. In mijn handen ligt een 75B, en ik heb niet veel verstand van Bh’s, maar wel van mijn borsten: hier stikken trots en plezier in. Omdat ik toch wel benieuwd ben of dit curieuze initiatief puur uit haar satanisch genoegen geboren is, pas ik de Bh toch even. Intussen is meisje teruggekeerd met de Bh waar ik eigenlijk al een minuut of tien op sta te wachten. Als ik in mijn B’tje de paskamer uit stap staat sterrenmixje alweer klaar. “Nou… en hoe zit dat?” zegt ze op een toon die impliceert dat ze zojuist het Aidsprobleem heeft opgelost. Nu komt mijn moment. Ik kan er niets aan doen, maar alleen al om haar paarse gordijn wil ik haar ‘geniale’ idee de grond in stampen: “Nou, mijn borsten puilen uit als ik een stap zet.” Zeg ik met een enigszins satanisch genoegen. Dan breekt mijn klomp. Sterrenmix kijkt me even moeilijk aan en zegt dan: “ja, eigenlijk heb je 75D, maar ja, die heb ik niet meer. Ik kan hem ook niet meer nabestellen. Verder komt er NIETS bij jou maat in de buurt.” BAM! Dat noem ik nog eens beslotenheid. Ik voel dat meisje geïrriteerd begint te raken. “Nou, gelukkig heb ik hier een 80D, die kan je proberen.” (80D komt toch redelijk bij 75D in de buurt dacht ik zo…) “Nou ja, je kan het proberen maar hij zal te ruim vallen. Dat zeg ik heel eerlijk.” Zegt sterrenmix. Ik heb het gehad. Ik pas de Bh en hoop gruwelijk dat hij past. Niet alleen omdat ik de bewuste BH graag wil hebben, maar ook omdat ik dolgraag het gezicht van dit uitgeperste theezakje wil zien als ik stug de BH koop waarvan zij pertinent niet wil dat ik hem neem. Zo kinderachtig ben ik dan ook wel weer... Ik heb de bh aan en stap kordaat het hokje uit. Hij past perfect. Knappe wierookaddict die mij van deze koop weerhoudt. Gespannen wacht ik het oordeel af. Toen kwam het: “ja kijk: ik ben heel eerlijk. Je krijgt van mij een eerlijk advies, voor mij moet het ook goed voelen hè? Jouw maat heb ik niet meer. Moet je luisteren: ik ben eerlijk, en het moet gewoon ook voor mij goed voelen. Je mag altijd terug komen met je lingerie, maar als je deze koopt mag je er niet mee terug komen. Ik heb je namelijk gewoon gewaarschuwd. En ik zie dat je helemaal verliefd bent op die Bh, maar ja ik ben gewoon eerlijk en je moet dat ook van mij respecteren.” Nou breekt mijn klomp. Buiten het feit dat ze WAT ze zegt minstens twee keer herhaalt doet ze ook nog een poging om me emotioneel afhankelijk van haar te maken. Bij meisje hoor ik ook duidelijk een “krak!”, want ze komt voor me staan en legt haar handen op mijn borsten. “Ziet er fantastisch uit. En het voelt goed. We nemen deze.” Ze kijkt vrouwtje sterrenmix uitdagend aan. Sterrenmix gooit haar handen in de lucht en zegt nog maar eens een keertje: “ja, het is jouw keuze. Ik ben gewoon heel eerlijk” Vanachter in de zaak hoor ik meneer sterrenmix roepen: “gaat ze hem nou toch nemen?” Het is genoeg, vind ik en vindt ook meisje. Ik trek de BH uit en loop er mee naar de kassa. “Deze alsjeblieft” zeg ik demonstratief. Onze paarse suikerspin kijkt me van achter de toonbank een beetje treurig aan. “Nou ja, ik heb het gezegd hè? Als er iets mis mee is dan heb ik je gewaarschuwd.” Meisje zegt: “Het is ook voor mij. Als ik het mooi vind is het prima. En anders is hij snel genoeg uit.” Ik grinnik. Zei ze dit nou echt? Ik vind het stoer. Zet deze paarse geurkaars maar even op haar plek. Terwijl meisje haar pincode intoetst vraagt sterrenmix nog: “Wil je er een Sapph tasje bij?”. Voor ik het weet zeg ik: “Ja mieters! Een Sapph tasje!” Het paarse gordijn begint te lachen. Wat zeg ik: te bulderen! Een hysterische vrouwenlach vult de met paarse lappen gedrapeerde winkel. We gaan maar gauw weg. Terwijl we naar de deur lopen roept ze ons nog achterna: “Nou meid: Show them!” Buiten kijken meisje en ik elkaar aan. Dit was krankzinnig. Zo zie je een leuk Lingeriesetje, en zo zit je emotioneel vast aan een zweverige verkoopster met een wierookfetish. Want ja, we hebben al met al 34 minuten binnen gestaan. Thuis gekomen trek ik direct mijn nieuwe Bh aan. Meisje kijkt trots toe. Haar geld, haar Bh’tje, haar moment. Om daarna snel uit te vinden hoe de sluiting open gaat… Sapph is zeer intimiteitonvriendelijk… Toch ga ik er van mijn langzalzeleven niet mee terug. Het is nu al mijn beste aankoop ooit. Al is het het alleen al vanwege de moeite die ik heb moeten doen om hem überhaupt te MOGEN kopen. Lief vrouwtje sterrenmix (alias onmogelijke takkentrut) even een tip van mij: laat je persoonlijke sentimentele waterval even thuis als je Bh’s aan de man probeert te brengen. Tenzij je er over nadenkt assertiviteitstrainer te worden. DOEN! Gewoon doen! Of ga werken bij de AIVD… binnen een uur komen er zo 3 drugskartellens boven tafel. Maar hou hier alsjeblieft mee op. Wordt lekker gordijnverkoopster. Daar heb je echt verstand van… En dan nu…oogjes dicht… en snaveltjes toe… slaap lekker.

{ 21:39, 20/12/2009 } { 0 comments } { Link }
“Maakt me niet zo veel uit als ik eerlijk ben… Je moet ook een keer ontspannen hoor schat! Over een half uur sta ik voor je deur. –tuut tuut tuut- ferm gooit ze de hoorn op de haak om vervolgens een smsje te sturen met de tekst: “Zo, even een daad stellen. Anders zie ik je natuurlijk nooit meer eens een keertje.” Onwillekeurig zucht ik even. Ze heeft wel een beetje gelijk: als het aan mij ligt begint mijn agenda pas weer na de kerst. Daar neemt zij echter geen genoegen mee, en dus gooit ze het sinds kort over een andere boeg. Ik vind het heerlijk om bij haar te zijn. Met haar, ook al kan het nog niet helemaal. Toch wordt ik zo nu en dan overvallen door een onvervalst “uitgeknepen-theezakjesgevoel”. Het is vreselijk om toe te geven, maar ik ben iemands minnares. Een gevalletje Micky Hoogendijk. Ik begrijp best dat het stopzetten van een relatie niet in een scheet gepiept is, maar voorlopig heb ik onwillekeurig een platgereden-vogeltjes-mood. zeker na het lezen de laatste versie van haar publiekelijke dagboek.) Niet altijd, ben je mal. Ik ben behoorlijk goed in het stellen van daden wanneer ik niet wordt opgeslurpt door haar ogen, haar haren, haar lach, haar lijf, haar… -ahum-… nou daar ben ik dus buitengewoon gedreven in. De echte test begint pas wanneer ik wel in haar ogen kijk, haar haren en lijf voel… eeh… ja dus. Plotseling transformeer ik van keiharde Ipot in een gruwelijk doetje. Ze hoeft maar te lachen, en ik ga voor de bijl. Een “het komt wel goed, schatje” van haar zorgt dat een acute aanval van dementie al mijn zorgvuldig onderbouwde betogen onder het mom van “dit kan ik zo niet” compleet verdwijnen uit mijn brein. Ik hou niet eens van Roosvisee… Ik kan er niets aan doen, het overkomt me en stiekem laat ik me er lekker door meevoeren. Toch zal er binnenkort een keuze gemaakt moeten worden. Door haar wel te verstaan. Zeg nou zelf: niemand wil toch degene zijn die de ander "de oren van de kop zeurt"? De bel gaat. Daar is ze al! Dat was toch geen half uur?! Was dat een half uur?! Ja, dat was een half uur!! Ik sprint naar de deur. Ze straalt. “Zo, en nu is het afgelopen met dat gehaast van je. We gaan naar zee.” Ik grijns. Het was heerlijk. Ik kus haar en zij kust mij. Nog altijd een vogeltje, maar dit keer niet plat. Ik ben een vogeltje met maar eén pootje, maar hé: dat andere pootje komt wel. wat ben ik toch een doetje. en dan nu… oogjes dicht… en snaveltjes toe… slaap lekker

ArtASS!!

{ 20:29, 29/8/2009 } { 0 comments } { Link }
Ik geef toe: ik schrijf vaak over dingen die me irriteren, waar ik van schrik of waar ik gewoon niets begrijp. Maar eigenlijk is het nog veel leuker om te schrijven over iets waar ik heel gelukkig van wordt. En die dingen zijn er. Reken maar van yes. De dingen waar ik het over heb zijn vaak heel klein: Een nieuw pakje kauwgom waar nog niets is uitgedrukt, een “verse” buskaart, een script waarvan de blaadjes allemaal keurig onder elkaar in een map zitten, het meisje in de stad dat achter me aan komt rennen en me op mijn schouder tikt. Wanneer ik me om draai zie ik een stralende glimlach. “Die had je laten vallen” zegt ze en ze geeft me mijn portefeuille terug. Ze is buiten adem en dus concludeer ik dat ze een eindje achter me aan heeft gerend. In een bomvolle stad waar je constant tussen twee vreemden in bent geklemd rende dit meisje achter mij aan. Daarvoor heeft ze zich dus door de menigte door moeten wringen. Daar kan ik oprecht heel vrolijk van worden… Mijn telefoon trouwens ook, want ik liep verder met een telefoonnummer meer… Maar ik kan ook heel vrolijk worden van een gebaar. Zoals die op de laatste avond van de introductie. We liepen terug van het huis van een paar medestudenten naar LUXOR. Op de heenweg hadden we een winkelwagentje gekaapt. Een van de meiden kreeg het niet meer voor elkaar om verder te lopen, en dus ging zij in het wagentje zitten terwijl wij onder een luid roepend “artASS!” met een vaart over het fietspad denderden. De mensen die we onderweg tegen kwamen lachten hard. (Waren ook allemaal van ArtEZ) Onze kersverse vierwielige vriend hebben we op de terugweg voor het gemak laten staan op zijn eigen parkeerplekje tussen twee andere auto’s. We liepen met z’n vieren en het was spannend of god ons een zoveelste stortbui zou besparen. (hij had er zin in die avond.) Ineens fietsten twee meiden ervandoor en dus liepen we daar nog maar met z’n tweeën. “Huh? Gezellig..” zeg ik een beetje vervreemd. Daarop glimlacht mijn versverse klasgenootje en slaat een arm om mijn schouder. Gewoon. Als klein gebaar. Zo lopen we een stukje verder. Van dit soort kleine dingen word ik mateloos vrolijk. Gewoon een klein gebaar van herkenning. Later kwamen beide fietsfanaten naar ons toe om sorry te zeggen voor hun mini race. Het was al goed. Ik had een leuke avond. Beginnen aan iets nieuws vind ik godsgruwelijk spannend maar, Lieve klasgenoten: Ik verheug me op de komende 4 jaar met elkaar. En dan nu…. Oogjes dicht… en snaveltjes toe…. Slaap lekker.

gesprek met een verdrietige en boze lesbiela

{ 20:11, 11/6/2009 } { 0 comments } { Link }
Gisteren liep ik voor de mode biënnale in Arnhem. Hartstikke leuk natuurlijk en aangezien ik mateloos veel aandacht kreeg was mijn ego ook weer gestreeld. Terwijl ik mezelf uit mijn kekke creatie werk hoor ik achter me een hoog “EVAAAAAAA!” opstijgen. Ik schrik me de pleuris, draai me om en kijk recht in de grote ogen van Sandra: Arnhems meest gedreven barricadepot. Het gesprek dat volgde verliep ongeveer zo: S: “Hoe gaat het met je?! Heb je hem al gezien!?” E: “Wat..?” S: “Ja duh! De lesbo-encyclopedie!” E: “oow… Ja die heb ik gezien! Hij staarde me zo vreselijk eeh.. roze aan vanuit het schap.” S: “LEUK TOCH!?” E: “ja dolletjes.” S: “Ben je chagrijnig?” E: “mmm” S: “mmm? Wat betekent dat nou weer?” E: “ja.” S: “ja, ik ben chagrijnig of ja, en zoek maar uit waarom ik dit zeg?” E: “mmm” S: “Daar is de ‘mmm’ weer. Ik vind het echt mega gezellig met jou.” E: “ik geniet me ook suf. Chagrijnig is niet echt het woord. Hé, is dat sushi?” S: “Aah, zeg dat dan. Hoe lang is het al geleden?” E: “Te lang. Veel te lang.” S: “Daar was ik al bang voor. Nou meid het kan erger.” E: “Onmogelijk, maar maak me gek.” S: “Fin.” E: “NEE!” S: “dacht het wel mop. Relatie geen.” E: “Relatie geen?! Mooi pet.” S: “hoe erg is jouw schromelijk tekort dan nog” E: “ook erg.” S: “Fout geantwoord.” E: “Nietus” S: “Wellus” E: “Hier die sushi. Nou vertel.” S: “niet allemaal!! Passie: geen. Aandacht voor mij: geen. Lief: noop.” E: “trut” S: “Bitch” E: “Nou terecht. Ze moet wel aandacht voor je hebben. Laat je niet gebruiken als een gelegenheidsmeisje!” S: “ Zo sprak de rode prinses der lesbische liefde.” E: “Ik meen het.” S: “Ik ook. Daarom: relatie geen.” E: “jullie zagen er best blij uit.” S: “ja, alleen vond zij het zo verdomde moeilijk om te laten merken dat ik meer was dan een buddy. “ E: “Wat is dat toch?” S: “Gezeik. Puur Gezeik. Stomme wijven.” E: “Wat heb je tegen haar gezegd?” S: “Hou op met egocentrisch zijn, wordt volwassen en doe lief.” E: “Ik had het niet beter kunnen zeggen.” S: “Wou ik zeggen.” E: “Op.” S: “huh?” E: “Sushi geen.” S: “WAT?! Heb je al mijn sushi opgegeten?! Nou heb ik helemaal niks meer te eten!” E: “Hoeft ook niet. Jij hebt liefdesverdriet.” S: “Ja, het is goed met jou, maar wat moet ik nou eten?!” E: “De broodjes hier zijn te gek.” S: “Nou vooruit dan maar weer…” E: “En daarna een biertje. Hé dat mocht je toch niet meer drinken van je hEX? S: “Ja. Schandalig. Vond ze dat ik naar ontbindende muskusrat rook.” E: “Zie je wel. Alleen maar voordelen.” S: “Nou waar zijn die broodjes?” E: “Daar naast het rek. O ja, enne… Sandra?” S: "Ja...?" E: “De volgende keer liever die sushi met tonijn, die is echt veeeel beter…” Dit gesprek is met medewerking van Sandra zelf opgeschreven en met toestemming geplaatst. En dan nu: oogjes dicht, en snaveltjes toe. Slaap lekker!

hard to get (de versie uit mijn voorstelling 2009-2010)

{ 20:03, 21/5/2009 } { 0 comments } { Link }
Ik zit met een paar van mijn vrienden in de kroeg. Vanuit mijn ooghoek zie ik een meisje lonken naar een van mijn vriendinnen. Vriendin in kwestie kijkt quasi toevallig de kant op van de bewuste lonker en kijkt vervolgens overdreven ongeïnteresseerd terug naar ons. Ik weet het zeker: weg kans. Welkom nieuwe periode zonder date voor haar. Op mijn vraag of ze helemaal gek geworden is en wat ze nou doet(?!) antwoordt ze: “Sst! Ik speel hard-to-get.” ….. Als kind hield ik al niet van koekhappen. Een koek wil je hebben wanneer je hem ziet. Daar moet boter op, dan moet het op een bord voor je neus en dan happen, ja. Maar niet aan een touwtje zodat je er nèt niet bij kan. Ik heb dat hele spel nooit begrepen. Ditzelfde geldt voor de liefde. Er bestaan alarmerend veel objets d’amour die meester(es) zijn in hard-to-get spelen. Zelf ben ik vrij duidelijk wanneer het op liefde aankomt: Ik hou van jou, of niet, maar je zult het allebei zo spoedig en helder mogelijk ondervinden. Ik kan ook niet flirten. Als iemand naar mij kijkt (en ik geen relatie heb en ik vind die persoon ook niet bepaald een vorm van horizonvervuiling, dan kijk ik terug. Sterker nog: Ik staar, laat mijn mond wat hangen, wijs, bespreek de aanstaande vangst met mijn vrienden, zwaai soms ook even en / of roep of ik iets te drinken aan kan bieden. Ik kijk vaak net zo lang tot er uit pure angst op me afgestapt wordt. En dan sla ik toe. Maar dat mag niet: je moet namelijk wegkijken, en dan stiekem kijken, en dan weer doen alsof je niet kijkt. Wanneer ik die tactiek probeer, kijk ik na een tijdje scheel, en dan denkt de dikke barman dat ik naar hem kijk, of niet kijk, het is maar hoe je het bekijkt. Maar als je iemand leuk vindt, dan mag diegene dat toch wel wéten?! Op de basisschool kreeg ik ooit een trap van een jongen tegen mijn schenen, waarop mijn moeder zei dat hij dan wel verliefd op me zou zijn. Ik heb later een vriendin gehad die mij een “aantal” keer geslagen heeft in een ruzie… of gewoon voor haar lol… Maar daar gaat de regel van mijn moeder dan weer niet op. “Maar ik hou toch van je hoer?!” blijft haar meest beroemde uitspraak. Ik weet nog steeds niet of ze het meende. Ik kan geen hard-to-get spelen. Hoe graag ik ook die ongenaakbare, mysterieuze, zelfstandige vrouw zou zijn waar je als vrouw op wacht of naar wie je verlangt, die je nooit geeft wat je echt wil… het lukt me niet. Als ik haar wil bellen dan bel ik, als ik naar haar toe wil om met haar te eten, kom ik niet een uur later om haar te laten smachten. Als ze me sms’t sms ik gewoon direct terug als dat kan, en wacht ik niet een uur om gelijke redenen, Als ze me wil leren kennen mag ze me helemaal zien. Ik kijk zo’n vijf keer om als ik van haar wegrijd na de laatste kus. Ik sms haar direct als ik thuis ben gekomen van haar. Ik haal mijn knie niet weg in het theater als ze me aanraakt. Ik wil haar ouders graag ontmoeten (vink af: ouders ontmoeten) Ik neem de telefoon op als ik zie dat zij me belt. Als ik voor je ga, dan heb je me helemaal. Ik kan er ook absoluut niet tegen als iemand haar hard-to-get praktijken op MIJ afvuurt. Ik snap het niet. Vind het vervelend. Zie het als ongeïnteresseerdheid. Hou van mij of hou niet van mij maar laat me niet bungelen in mijn eigen gevoelige kluwe. Wanneer je mij zegt dat je me mist, van me houdt of zelfs alleen maar aan me denkt, me kust offe… nou ja dit mogen jullie lezertjes zelf bedenken... ben ik gelukkig, vrolijk en kan en wil ik de hele wereld aan. Maar verval bij mij niet in “yo, what’s up?!” afstandelijkheid. Dan verstijf ik. Ik begrijp dat niet en wil het niet begrijpen. Wat ik wil is liefde, openheid, lol en geborgenheid. Zo. Deze duidelijkheid werd u NIET mede mogelijk gemaakt door HARD-TO GET… En dan nu...oogjes dicht... en snaveltjes toe... Slaap lekker.

deze blog wordt u mede mogelijk gemaakt door de week van het boek

{ 21:58, 18/3/2009 } { 0 comments } { Link }
Hoera! Het was weer zo ver: Het was “de week van het boek”, en zoals ieder jaar mag je dan je goddelijke gang gaan van onze vrienden van de NS en in elke trein neer ploffen die je ziet ZONDER er voor te betalen. En aangezien de reden van mijn permanente glimlach exact 143 kilometer bij mij vandaan bivakkeert, greep ik mijn kans en stond ik dus uitgeput na de werkdagen van ArtEZ vroeg op om de trein naar Groningen in te springen. De zon scheen en ik voelde mezelf al gauw weg zakken… Ik hoop toch zo dat ik toen niet neuriede of lachtte in mijn slaap. (want ja: dat doe ik. Normale mensen wandelen of snurken, maar ik schater het uit of begin spontaan te zingen.) Mijn rust werd wreed verstoord toen de telefoon van de jongen aan de andere kant van het gangpad af ging. Onder het sfeermuziekje “SILENCE! I KILL YOU!!” Stapte ik in Zwolle de trein dus uit. Aangezien de NS blijkbaar van grapjes houdt is er geen spoor 4 in Zwolle en dus kon ik zo van spoor 3 de trein op spoor 5 in rollen. Althans: dat had gekund als het Boekenweekgeschenk vandaag niet de hoofdaccessoire was geweest. Samen met 14 anderen prop ik mezelf in het instap coupeetje. Als vreemden met elkaar in een kleine ruimte staan ontstaat er vaak een gespannen sfeer. Zeker als het er 14 zijn en je constant in de armen valt van een man, type ‘Piet Hein Donner’. Als laatste stapt er een jongen in met een Bob Marley muts op zijn hoofd. Hij komt tegenover me staan en glimlacht. Ik glimlach terug. Voor ons is de spanning al een beetje gebroken. De jongen en ik –hoe onbekend ook voor elkaar- hebben alvast besloten: de “onbekenden-afstand” tussen ons is opgeheven. Lekker rustig. De jongen buigt zich naar de vrouw naast zich, die het Boekenweekgeschenk in haar handen heeft. “Heeft u het al gelezen?” vraagt hij. “Nee, ik heb nog drie treinreizen te gaan deze week, dus ik lees het wel een andere keer. Staand lezen is ook zo wat” antwoord de vrouw. Er heeft zich weer iemand bij ons clubje gevoegd. “Ik heb het ook nog niet gelezen. Ik zou het best wel voor kunnen lezen als jullie dat willen?” zegt de jongen. Hij heeft het tegen ons hele coupeetje en om mij heen zie ik dan ook mensen op kijken. Ik voel een snijdende spanning opkomen. Een spanning die het spontane voorstel van de jongen volledig weg zou kunnen drukken. Snel pak ik mijn boek uit mijn tas en zeg “Ik heb er wel eentje.” De jongen pakt het van me aan en begint te lezen. Er gebeurt iets vreemd met ons onbekendengroepje. Iedereen luistert naar de jongen en je voelt de spanning weg ebben. Van een groep individuen zijn we veranderd in een schoolklas die ademloos luistert wanneer de meester vertelt. De jongen leest geanimeerd voor. Met stemmetjes en volumeverschil. Af en toe laat hij een stilte vallen, zodat mensen zich omdraaien om te ontdekken waarom hij stopt. In Meppel moet hij er uit. Jammer. Ik vond het leuk. Leuk dat hij het deed. Ik vraag hoe hij heet. Hij heet Roel. Hij studeert journalistiek. Ik pak mijn kaartje uit mijn tas en geef het aan hem onder het mom van: “voeg me maar toe”. Als Roel de trein uit is, is de sfeer weer even gespannen. Ik pak wat bladmuziek uit mijn tas en begin zachtjes mijn partij te neuriën. Ik merk dat de vrouw achter mij over mijn schouder mee kijkt. “Welke partij zing je?” vraagt ze. “Ik ben sopraan, maar ik zing in dit stuk mezzo” zeg ik. “Ik ben alt. Mooi stuk om te zingen hoor.” Zegt de ze. “Zullen we het samen zingen?” vraag ik. Het is er uit voor ik er erg in heb. De vrouw glimlacht en knikt. Voor ik het weet sta ik met een vreemde vrouw met opgeheven onbekenden-afstand ‘Salve Regina’ te zingen. Voor de grap opper ik of er niet toevallig ook nog een sopraan in de coupe zit, maar dat word ons groepje te gortig. Net voor Groningen stapt de vrouw uit. Ze geeft me een hand en zegt: “Misschien zie ik je nog eens.” Dat klonk eigenlijk heel logisch op dat moment… Uiteindelijk kom ik aan in Groningen. Bij mijn meisje. Ze heeft courage meegenomen, die als een soort stuiterbal om haar heen springt. Daar is ze weer. We hebben vandaag 2 maanden en 8 dagen verkering en ik ben stapelverliefd. Ik voel me soms net een jonge puppy die wil rond springen en wil blaffen, maar overenthousiast in zijn mand moet blijven zitten. Ik wil het uitschreeuwen en van binnen lach ik. Sterker nog: ik schater. God wat ben ik vrolijk. Het is heerlijk met haar. ‘S avonds pak ik weer de trein. Ze komt nog even naast me zitten. Uiteindelijk klinkt het fluitsignaal en komt de laatste kus. Je weet dat er nog meer komen, maar toch probeer je altijd de laatste kus ZO intens te maken dat je er weer een week op kan teren. Ze rent snel de trein uit en ik voel het "magneet-uit-elkaar-trek-gevoel" alweer opkomen. Mijn telefoon trilt in mijn zak. Ik neem op en hoor haar stem. Ik kijk door het raam naar het perron en daar staat ze met haar telefoon aan haar oor. Er stappen twee jonge mannen in. Steeds als ik haar lippen zie bewegen, hoor ik haar stem een fractie later. Ik zeg “Ik hou van jou”. Een van de jongens tegenover me kijkt op. “Is dit de eerste keer dat je dat tegen hem zegt?” vraagt hij. “Hoezo?” vraag ik. Dat het niet om een man maar om een vrouw gaat laat ik maar even achterwege. Zinloze feiten waar niemand op zit te wachten. Hij zegt: “Omdat je het zo diep vanuit je binnenste zegt. Alsof het de eerste keer is. Hou je zo veel van hem?” “Nou eeh.. HET staat daar.” En ik wijs naar het raam. “O ja dat kan ook”. De jongens lijken het prachtig te vinden om te horen hoe veel wij van elkaar houden. Uiteindelijk begint de trein te rijden en na even meegerend te hebben verdwijnt ze uit het zicht. Wat een cliché, maar ik mis haar nu al.. De jongen ziet me kijken en zegt: “pijnlijk he?”. Ik knik. Hij pakt zijn portefeuille uit zijn zak en laat me een foto zien. “Dit is mijn vriendin” zegt hij. Hij vertelt wat over haar. En over zichzelf. En over hen samen. Het klinkt aandoenlijk. Uiteindelijk staat hij op, geeft me een hand en stapt uit de trein. Als ik in Zwolle ben spring ik net nog op tijd in de trein om te kunnen zitten. Naast mij komt een jongen zitten. Aan zijn stem te horen is hij homo, maar hij belt vrij intiem met een meisje en dus doe ik maar een beroep op de 5% fout marge. Hij heeft het over gevoeligheid voor emoties. Dat hij daar minder gevoelig voor is dan de vrouwpersoon aan de andere kant van de lijn. Ik geloof er niets van. De emotionele overgevoeligheid druipt van deze jongen af, en mede daardoor mag ik hem nu al. Uiteindelijk bedankt hij het meisje voor het gesprek en hangt hij op. Even is het stil naast me, maar uit mijn ooghoek zie ik zijn mondhoeken omkrullen. Dan stoot hij een lachje uit. Geen nep of schamper lachje, maar een ongecontroleerd geluksgrinnikje. Hij schrikt er zelf even van. Ik probeer niet te reageren en te doen alsof ik het niet heb gehoord om zijn gene te beperken. Maar van binnen grijns ik. Dit was even een teken van geluk. Het geluk van een vreemde. Het was een dag met een aantal zeer interessante momenten, en mede dankzij de NS. Ze mogen dan wel niet altijd op tijd rijden, maar leuke situaties zijn er in overvloed. Heerlijk. En dan nu…. Oogjes dicht…. En snaveltjes toe…. Slaap lekker.

heilige hitsigheid

{ 20:56, 11/3/2009 } { 0 comments } { Link }
Afgelopen zomer heb ik twee weken in Italië vertoefd. Zeer gezellig en afgezien van een paar moordend zware, maar heerlijke bergtochten was het een ontspannen vakantie. Op een dag liep ik door San Carlo en zag ik een affiche hangen over een processie die de volgende dag zou plaats vinden. Ondanks dat ik overtuigd atheïst ben leek het me toch bijzonder om dat eens mee te maken. Zo gezegd, zo gedaan: de volgende dag trommelde ik de hele familie om half zeven uit bed stond ik al vroeg aan de kant van de weg waar de processie zou beginnen. Het was een fascinerend schouwspel van mensen in traditionele kledij die kwamen en om onverklaarbare redenen weer verdwenen en ondertussen hoogstwaarschijnlijk (mijn Italiaans is nogal roestig) de plaatselijke roddels doornamen. Vanuit mijn ooghoek zag ik een man van een jaar of 40. Hij had een typische “bertoli look”: een hoogwater broek en bretels en duidelijk Italiaans. Ik merk dat hij naar me staat te kijken. Plotseling duikt ook de wederhelft van de bertoli-man op. Ze stoot hem tegen zijn schouder en knikt als teken dat hij haar moet volgen. Ik kijk ze na en moet stiekem een beetje lachen. Typisch. Uiteindelijk begon dan toch de processie. Vroom lopen de christenen aan me voorbij. Ik probeer wat foto's te maken voor het nageslacht als plotseling twee mannen op leeftijd de rij uit stappen. Druk gebarend en Italiaans ratelend komen ze op me af gelopen. Ik verwacht dat ik geen foto's mag maken en dus stop ik snel mijn fototoestel weg. Maar de mannen gebaren dat dat niet hoeft en ze lachen. Ik heb geen idee wat ze bedoelen en dus tracht ik dat met wat handen en voeten duidelijk te maken. In zeer gebrekkig engels kraamt 1 van de twee uit: "Yoeh haave rieliej naize liggzz" (voor normale mensen: "you have really nice leggs". Het duurt nog even voor ik echt door heb wat hij zegt. met rode wangen mompel ik "thank you" en snel ga ik weer door met foto's maken. Conclusie: pure heilige hitsigheid

als ik aan haar denk moet ik giechelen

{ 20:51, 10/3/2009 } { 0 comments } { Link }
Misschien ben ik soft. Misschien ben ik sentimenteel of misschien ben ik wel gewoon vreselijk verliefd. En dat laatste klopt volkomen. Ik heb een meisje gevonden waar ik zielsgelukkig mee ben. duidelijke taal. Dat klopt. Maar mijn gevoel laat dat toe. Vandaag zijn we op de kop af twee maanden samen en ik word alleen maar verliefder op haar. Maar -emotionele donder die ik ben- kwam toch even mijn twijfel opzetten. Ik was nog steeds bang. Niet voor haar. Absoluut niet voor haar. Maar voor de herhaling. Maar ze had me door, en maakte me liefdevol duidelijk dat het goed was. En dat is zo. We zijn gelijkwaardig. Het is ook gewoon leuk met haar. Als ik haar ’s ochtends aankijk als ik wakker word en zij met liefdevolle, twinkelende ogen terug kijkt. Als ze trompetconcerten speelt op mijn buik, als ze mij kietelt en we beiden schaterend in het rond rollen en als we wedstrijdjes “raarste kusjes geven” doen. Lekker samen gek doen. Heerlijk. Ennn…. Als klap op de vuurpijl is ze ook nog eens muzikaal. Heerlijk, als ze begrijpt wat ik bedoel, wat ik voel en wat mijn drijfveren zijn. Ik kan intens genieten van de momenten dat ze bas speelt en me lief aankijkt over haar bas-gitaar. En godallemachtig wat ben ik trots op haar! Samen proberen piano te spelen (tot nu toe zonder echt succes moet ik toegeven ) en in de trein een tweede stemmetje inzetten op een riedeltje dat ze neutriet. Zij spreekt mijn taal en ik de hare. Ik vertrouw haar. Heb vertrouwen IN haar, en heb vertrouwen in ons. Ik heb me nooit beseft hoe leuk de liefde kan zijn. En dan nu…….oogjes dicht…. En snaveltjes toe…….Slaap lekker.

guitar heroine

{ 20:50, 15/2/2009 } { 0 comments } { Link }
Met haar handen in haar zakken staat ze naast mijn vader aan de piano. Hij helpt haar met de baslijn van een liedje. Van achter haar laptop kijk ik naar haar, en besef me weer hoe verliefd ik ben... Ik ben retegelukkig. Met haar. Met ons. Zoals ze 's ochtends naast me wakker wordt en me aan kijkt of me in de trein een mooi door haar gezongen liedje laat horen. Elke keer dat ik tegen haar zeg dat ik van haar hou zeg ik dat met volle overtuiging, met hart en ziel. Zoals gisteren. Samen in de stairway. Een feestje van KX radio. Ik voel haar arm om mijn middel, en haar haar in mijn hals. Ze ruikt lekker.. Als ik haar aankijk verschijnt er een glimlach om haar mond. Ze buigt zich naar me toe en kust me. Dit is puur. Wij tweeën. Nog steeds staat ze naast mijn vader. En stiekem giechel ik een beetje. Van geluk, uit liefde en zomaar. Omdat ik haar mooi, lief en vertederend vind. En ze is van mij.. Wat ben ik toch een mazzelpik! Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Met mijn meisje, vriendjes en mijn leven.

Jan Wolkers meisjes

{ 20:44, 1/11/2008 } { 0 comments } { Link }
"op wat voor een soort meisjes val jij?" weet ik veel... Tot ik vanochtend een parkeerplekje zocht in Arnhem. Na een kwartier rondjes te hebben gereden vond ik eindelijk een mini plekje waar ik –met een beetje geluk- mijn Opel astra tussen kon proppen. Terwijl ik achteruit het vak in reed zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een meisje op de stoep lopen. Het begrip schoonheid is moeilijk te definiëren, maar dit meisje was mooi in de puurste zin van het woord. Waarom? Omdat het een Jan Wolkers meisje was. Mensen die boeken van Jan Wolkers hebben gelezen begrijpen waarschijnlijk wat ik bedoel. Wolkers beschrijft zijn vrouwen als ‘pure’ vrouwen. Heupen, dijen,borsten en de schoonheid daarvan. Hij beschrijft de vrouw als een soort zoete vrucht. Wat niet betekent dat zijn vrouwen geen mening hebben. In tegendeel. Ze zijn vaak vurig en hebben iets van een passionele femme fatale. Eerlijk is eerlijk: Jan Wolkers heeft ook een hele sensuele manier van beschrijven. Toch ga ik voor een groot deel in mee, en zeg nou eerlijk: ook seks maakt een belangrijk deel uit van een relatie. Maar het gaat mij om de beschrijving van de uitstraling. PUUR. Dat is het woord. Het meisje in de stad was dus een Jan Wolkers meisje. Terwijl ik zo smooth en netjes mogelijk probeerde in te parkeren ( alsof zij daar naar kijkt, maar daar denk je op zo’n moment niet over na natuurlijk ) hoopte ik dat haar looptempo zodanig traag was dat ik met het mijne haar quasi toevallig kon passeren. Ik probeer zo snel mogelijk mijn muntjes in de parkeerautomaat te proppen en duw het briefje onder mijn ruit. Het Wolkers meisje zie ik niet meer. Een klein beetje teleurgesteld loop ik naar de bieb. Aangezien Harry Mulisch een boek schijnt te hebben geschreven over lesbiennes genaamd “Twee vrouwen”, dat elk lid gratis mee mag nemen. Triomfantelijk met mijn nieuwe literaire verovering loop ik vervolgens door naar de markt. Als ik daar in avocado’s sta te knijpen zie ik haar weer. Ze staat praktisch naast me. Toeval bestaat niet vind ik acuut . De groenteboer gooit haar een mandarijntje toe en vervolgens gooit hij er ook een naar mij. *ik moet nu iets tegen haar zeggen* denk ik. Maar mijn brein lijkt ineens totaal ongeschikt te zijn om ook maar één enigszins grappige opmerking te verzinnen. We kijken elkaar even vluchtig aan (gekregen fruit schept een band ) en ik glimlach naar haar. Ze glimlacht terug. Ik draai me weer naar haar toe en zeg “Nou proost dan maar!” en ik klink met mijn mandarijn tegen de hare. Even denk ik een hele stomme zet te hebben gedaan. Ik ben buitensporig goed in het verstoren van dit soort prettige situaties oen die ik ben. Maar het Wolkers meisje lacht. “Ja, proost” zegt ze, en ineens sta ik samen met haar een mandarijntje te eten. Ik vraag hoe ze heet en zij vraagt het terug. Ook de rest van het gesprekje stelde geen snars voor maar ik praatte in ieder geval met haar. Stiekem vond ik mezelf best een beetje stoer…. Ik heb dus blijkbaar toch een type. Lief, spontaan, passioneel, heupen, dijen, borsten zoals Wolkers die kon beschrijven en puur. Vooral heel erg puur. En dan nu…. Oogjes dicht en snaveltjes toe……. Slaap lekker.

potten met pit

{ 19:35, 8/4/2008 } { 0 comments } { Link }
Een tijdje geleden had ik het voorrecht bij een conferentie te mogen zijn, georganiseerd door ILGA-Europe, zeg maar het COC van Europa. Als Alice in Wonderland voelde ik me, tussen 200 homo’s, lesbo’s, bi’s, transseksuelen, transgenders, interseksuelen en ‘non-identified’; mensen uit meer dan 40 landen. Even herinnerde ik me weer de eerste keer dat ik naar een vrouwenavond ging in Amsterdam. Zoveel verschillende vrouwen en allemaal zo mooi op hun manier. En allemaal zoals ik; ik was niet alleen, ziek of gek, gesocialiseerd of ‘in een fase’. Ik hoorde ergens bij en voelde me zo opgelucht. Opgelucht omdat die lesbo’s eigenlijk best ‘normaal’ waren; doorsnee vrouwen en wilde vrouwen, gevoelige tiepjes en afgestompte exemplaren, groepsdieren, einzelgängers, en een gezonde portie bitches. Maar allen lesbisch. Je zou denken: voldoende reden om samen een front te vormen, een lesbisch collectief, ‘sisters united’. Samen kunnen we de wereld aan! Niets is minder waar. Als er één groep niet solidair is, dan zijn het vrouwen. Komt er eindelijk een vrouw in een hoge bestuurlijke functie, dan is het altijd eerst de vrouwelijke competitie die haar af- of aanvalt. Een gelijksoortig incident deed zich voor bij de conferentie, in een van de workshops over ‘lesbianism’. Het moest gaan over de combinatie van lesbianisme en feminisme, maar draaide uit op een one-woman-show van een van de inleiders. Een vrouw die haar visie aan de toehoorders opdrong, geen tegenspraak duldde en slechts met opgeheven vinger de jonge generatie vrouwen terecht wees. Boos ben ik uit de workshop weggelopen. Ik voelde me persoonlijk aangevallen. Waarom? Omdat ik het niet met haar eens was? Of omdat ze de arrogantie had haar wijsheid op te dringen zonder de ‘jeugd’ zelf het antwoord te laten zoeken? Ik heb er lang over na moeten denken. Natuurlijk ze is van een andere generatie, één die nog radicaal voor vrouwenrechten heeft gestreden en op de barricaden heeft gestaan. Natuurlijk moet ik hiervoor respect hebben. Dankzij haar en haar generatie ben ik nu als onafhankelijke vrouw in staat me redelijk financieel staande te houden. En natuurlijk mag ik haar niet verwijten dat ze in haar radicalisme is doorgeslagen, gefrustreerd na een lange strijd tegen patriarchale structuren en in de steek gelaten door de vrouwenbeweging. Maar wat voor mij echt de deur dicht deed, was het moment waarop ze smadelijk zei dat er ‘helaas ook heterovrouwen bestaan’. Dat klinkt misschien vreemd op een site voor lesbo’s en bi’s, maar onze strijd is ook die van heterovrouwen. Zo lang de blanke man van middelbare leeftijd de norm bepaalt in de samenleving, komen vrouwen niet op belangrijke posities terecht, wordt het glazen plafond niet doorbroken en blijft subtiel, maar hinderlijk, seksisme bestaan. Degenen die daar als eerste last van ondervinden zijn vrouwen die hun seksuele autonomie benadrukken door ‘out and proud’ lesbo of bi te zijn. De man is niet overbodig. Maar het is ook niet nodig hem te imiteren, zoals de bewuste vrouw in de workshop deed. Schoenmaker blijf bij je leest, doe waar je goed in bent en blijf je principes trouw: empathie, zorg voor elkaar en respect voor iedereen. Maar belangrijker nog: doe het zichtbaar. Laat die hand niet los als je met je vriendin op straat loopt, neem haar mee naar het kerstdiner van je werk en strooi af en toe quasi nonchalant met haar naam in je verhalen over het weekend. Het zijn de duizenden kleine visjes die samen de grote school laten zwemmen. Maak de echte lesbofobie zichtbaar. Het is makkelijker vechten tegen een vijand met een gezicht. lesbisch gezeik: ja, wel als 'we' zelf een groot deel van de afstand in stand houden.

prinses op het witte... in blauwe twingo

{ 19:33, 8/4/2008 } { 0 comments } { Link }
“Ik moet echt gaan, ik ben al laat.” Met deze woorden stapt ze in de blauwe Twingo van haar moeder. Ze start de motor en zegt zacht: “Kusje?”. Aandoenlijk hoe ze dat zegt, met die subtiele breekbaarheid. Ze draait het raampje open. Ik sluit mijn ogen en wacht op het moment dat ik haar lippen voel. De lippen die ik al vier maanden elke dag kus zonder dat ook maar een moment de verveling toeslaat. Misschien ben ik hopeloos romantisch, maar dat geeft niet. Het maakt me gewoon gelukkig. Bij toeval had ik het er vandaag nog over met haar. “En toch blijft het me verbazen” zei ze plotseling. “Wat?”. “Dat wij zo vaak kussen, en dat het verlangen toch blijft bestaan, zelfs na al die tijd”. “We hebben het goed samen” zeg ik. En dat is zo: we hebben het goed samen. We zeggen lieve dingen tegen elkaar en spelen trompetconcerten op elkaars buik. We zijn allebei dominant en laten ons dan ook allebei gelden maar dat gaat prima. We zijn aan elkaar gewaagd. Vroeger droomde ik van de prins op het witte paard en niet veel later maakte de prins plaats voor een prinses. Stiekem droom ik daar nog steeds van. Althans: hij is wel een beetje bijgesteld. Ik droom van een prinses in een blauwe twingo. En het mooiste is: Ik heb haar en allemachtig wat ben ik gelukkig! En dan nu: oogjes dicht en snaveltjes toe……………………………………………..over en sluiten

nostalgische blog: de ware in oranje

{ 19:04, 30/4/2007 } { 0 comments } { Link }
aahw gosje... een blog van bijna vier jaar geleden. Wat grappig.. eeeh... genant om te lezen hoe ik schreef, wat ik schreef en bovenal: waar mijn prioriteiten lagen. een stukje nostalgie dan maar: het is Koninginnedag 2007 en ondanks een betreurd liefdesleven waag ik me toch in het feestgedruis... De parkieten vallen van de daken, maar dat mag de pret niet drukken. Eigenlijk zou ik in gezelschap van Caro Droge (sinds 2 jaar mijn ex) en Mariska (geen ex, maar toch lief) naar Amsterdam gaan. Helaas werd Mariska overvallen door een onbekend virus en dus beslisten Caro en ik samen Arnhem in te trekken. Niet in de wetenschap dat toenmalig beste vriendin (hierna afgekort tot t.b.v) en de aanleiding tot dit verhaal ook in de stad waren... Beetje rondgebanjerd, je kent dat wel: even zitten, de rommelmarkt afstruinen, het zoveelste rondje door de stad lopen, naar de verschillende bandjes kijken en nogmaal de rommelmarkt op. Waar ik -ach ja het is hopeloos met mijn sprookjesverslaving- nog een aantal van mijn favoriete sprookjesboeken op de kop getikt heb. Ik weer gelukkig, en Caro waarschijnlijk weer bevestigd verkregen waarom het destijds uitging. Om 5 uur dan toch maar naar huis, want de plicht roept. Inmiddels is het 20.00uur. Ik begin redelijk te stressen, want over een half uur heb ik afgesproken met toenmalig. Snel check ik nog even mijn make-up, want hoe stug ik ook volhoud dat ik geen modepopje ben dat constant voor de spiegel zichzelf staat op te poetsen, ik betrap mezelf er toch op dat ik buiten mijn eigen spiegel, ook die in de woonkamer en die in de wc inspecteer. inmiddels is het 20.25uur en dus heb ik nog 5 minuten om mijn wandeltocht van 15 minuten af te leggen. Snel mik ik mijn lipgloss met watermeloensmaak (goed opletten, dit ogenschijnlijk zinloze detail is later van crusiaal belang!) en mijn franse parfum in mijn tas en trek de deur achter me in het slot. Uiteindelijk kom ik aan bij de stoplichten waar we hadden afgesproken. Leuk om t.b.v weer te zien, maar er is nog een meisje bij. Ik ben nogal onder de indruk en dus vergeet ik (lompe boer die ik ben) om me aan haar voor te stellen. Gelukkig heeft het onbekende meisje wel manieren en dat blijkt uit een onorthodox: "Nou, even netjes voorstellen". Ik schaam me kapot, maar gelukkig lacht ze lief. Ze heet D. en in besef me dat ik al eens van haar gehoord heb. Opeens zegt t.b.v: "Nou ben ik de enige hetero." We moeten lachen. Maar ik bedenk me ook dat het charmante meisje dus ook op vrouwen valt. We gaan met z'n 5en naar cafe Sint Jan. (leuk detail: vroeger was dit een cafe voor alleenstaande mensen die via een telefoon op hun tafeltje contact konden zoeken met mensen aan andere tafeltjes) De stem van Frans Bauer schalt uit het café en al snel staan we met z'n allen mee te deinen. Een barman stoot met een grote doos tegen me aan. Hij verontschuldigd zich. Ik zeg bij wijze van grap dat dit echt niet kan en hij geeft me een kus op mijn wang. De eerste die avond... Uiteindelijk wordt het ons iets te warm en gaan we naar buiten. De blikken van daan en mij kruisen elkaar en ze knipoogt. ~Ze knipoogt... betekent dat iets...?~ Ik kijk haar nog wat vaker aan en elke keer knipoogt ze even. Sanne en ik besluiten uiteindelijk om even naar het park te gaan. Tijdens het lopen vertel ik Sanne van mijn vermoedelijke geflirt met D, en ik vertel dat ik het een leuk meisje vind. Als we uiteindelijk terug komen gaat het geflirt nog even verder. En ik kom steeds meer te weten over deze charmante dame. Uiteindelijk keren we terug bij D. Ze vraagt me of ze goed heeft begrepen dat ik op vrouwen val, en ik beaam dat. Voorzichtig wordt over en weer geinformeerd over eerdere liefdes, en over de huidige staat van liefde. S, D en ik wandelen richting de Rijn. We komen op de verwarring die speelde over mijn geaardheid en uiteindelijk overtuigt D me met een zoen. En dit zou niet de enige worden deze avond... Hand in hand en overwegend kussend komen we de avond door. Met z'n drieen lopen we terug naar Sint Jan. Ook H en T (pleegouders van t.b.v) worden op de hoogte gesteld van de ontluikende liefde. We kennen elkaar nu 2 uur. Nog even lopen we naar het parkje, waar steeds duidelijker wordt dat er een bijzondere vonk is overgesprongen. Al de hele avond zegt zij dat het mijn lach is, en dat het mijn ogen zijn. Ik vind het haar directheid, haar eerlijkheid over haar gevoelens en het feit dat ze zo zuiver lief is. Ze noemt mij na een paar uur al 'schatje', en stiekem vind ik dat best fijn na een jaar zielig en alleen mijn nachten te hebben doorgebracht. Op weg naar het station vraagt S of ik bij haar blijf slapen. Ik heb niets bij me, maar ik ga toch mee. We drinken thuis nog een biertje en gaan slapen. In 4 uur heb ik een ontzettend lief meisje leren kennen, is de vonk overgesprongen en ik val naast haar in slaap. Dit is bizar, maar fijn. .......En nu: oogjes dicht en snaveltjes toe.... slaap lekker...

handjes om vast te houden of om mee te meppen

{ 19:30, 2/4/2007 } { 0 comments } { Link }
Het onderwerp begint bijna afgezaagd te worden, maar vooruit: nog eentje dan. Je hoort het tegenwoordig steeds vaker: verhalen van schuchter geworden homo’s over hun ervaringen met zogenaamde ‘potenrammers’. Voor de goede orde: deze mentaal hoogstwaarschijnlijk zeer onontwikkelde personen beleven er lol aan om de homoseksueeltjes onder ons fysiek toe te takelen. Wat een humor toch. Maarrr… hoe veel verhalen ik ook hoor, toch zegt een stemmetje in mijn hoofd: maar mij gebeurt dit niet. Tot ik een aantal weken geleden met mijn vriendin en twee homovrienden naar PANN ging. Tot het moment dat we naar buiten gingen was er niets aan de hand en hoefde ik alleen iets te vrezen van een dikke negerin die haar handen woest om mijn heupen slaat en eraan begint te sjorren onder het mom van: “je moet dansen!” ongemakkelijk achterom kijkend naar mijn vriendin zeg ik snel: “Ik kan niet dansen.” Waarop ze alleen maar woester met mijn heupen begint te zwiepen en me tegen zich aandrukt. Maar is het bedreigend? Neuj. Niet voor mij althans… Tegen een uur of vier houden we het met z’n vieren voor gezien. We lopen naar buiten richting het station en omdat ik en mijn vrouwelijke wederhelft de pot willen uithangen gaan de mannen een eindje voor ons lopen. Halverwege de straat passeren we een groepje jongeren. Ik voel dat ze achter ons aanlopen maar weiger in eerste instantie te geloven dat ze iets kwaads in de zin hebben. Ze passeren mijn vriendin en mij en lopen nu tussen ons en onze homo’s in. Een van de jongens versnelt zijn tempo en gaat vlak achter onze mannen lopen. Ik voel dat mijn vriendin aan mijn arm trekt om langzamer te gaan lopen. En dan zien we het gebeuren: De jongen geeft een van onze mannen een duw en slaat met zijn vuist in zijn gezicht. Ook de ander moet eraan geloven en wordt een tand door de lip geslagen. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik wil te hulp schieten maar sta aan de grond genageld. Mijn vriendin maakt de keuze voor mij en zegt dat ik uit de buurt moet blijven. Terwijl zij de potenrammer voor haar rekening neemt loop ik naar een van onze jongens toe. Zijn lip bloed en hij is helemaal beduusd. Mijn vriendin roept naar ons: “loop weg!” Maar wat moet je doen? Laat je je vriendin alleen met deze groep en de in shock verkerende vriend? Nee. Wij niet althans. De jongeren druipen af en bedeesd staan we met z’n vieren onder het afdakje van een winkel. Mijn vriendin is pislink en zegt: “Het is maar goed dat ze jou niet hebben geslagen want dan had ik niets van ze heel gelaten.” Onwillekeurig springt mijn hart een stukje op. Ze beschermt me! Wat romantisch! Maar meteen word dit gevoel overstemd door de spanning van de situatie. Onwillekeurig begin ik te lachen. Ik weet niet eens waarom precies, want grappig is wel het laatste wat ik het vind. Het zal de spanning wel zijn De reis terug in de auto zijn we alle vier een beetje beduusd. Ik ben nooit angstig geweest voor een aanval of iets dergelijks maar nu ben ik me er toch van bewust dat ik schichtiger ben. Ik dacht er laatst bijvoorbeeld voor het eerst over na of ik de hand van mijn vriendin moest pakken. Eigenlijk belachelijk. Ik geef zelf voorlichtingen over homoseksualiteit aan jongeren en heb altijd heel positief en hoopvol naar de toekomst gekeken wat dit onderwerp betreft. Hoopvol ben ik nog steeds maar verdomme, er moet meer gebeuren dan ik dacht. En dan nu: oogjes dicht en snaveltjes toe………..over en sluiten

ondertussen in de rest van de wereld

{ 20:26, 7/3/2007 } { 0 comments } { Link }
Terwijl ik wegdroom bij mijn inmiddels drie maanden durende verkering vind er momenteel in de rest van mijn omgeving een ware revolutie plaats. Een ongegeneerde babyboom raast als een tsunami door mijn vriendenkring heen. ALARM! ALARM! ‘Is dat niet wat jong?’ hoor ik je denken. Het antwoord is ja. Maar laten we eerlijk zijn: we zijn lesbiennes. Na de tweede date brengen we vaak de verhuiswagen al mee. Wij potjes houden van het gesettelde leven en hebben ondanks ons ontbrekende biologisch verantwoordelijke paargedrag klaarblijkelijk een enorme nestdrang. Om mij heen groeien de afgetrainde buikjes massaal naar voren en worden adoptiekindjes per dozijn overgevlogen. Aandoenlijk die kleine koppies en de plotseling opkomende zachtheid die mijn vriendinnen lijkt te overvallen. Je merkt het aan alles: hun eens zo heldere stem is ineens zacht en geruststellend. Tevens zijn de gespreksonderwerpen drastisch veranderd: pils maakt plaats voor Pampers en het verbazingwekkende enthousiasme waarmee een van de jonge mama´s over haar nieuwe ‘Bugaboo’ praat is redelijk amusant. Alsof ze het over een luxe sportwagen heeft! En eerlijk is eerlijk, ik kan niet ontkennen dat ook ik af en toe last van de ´babyblues´ heb. Wanneer ik de kamer inloop en de driejarige Enzo mijn hand pakt en in mijn oor fluistert: “kom maar Eva, samen spelen” smelt ik. Ik kan er niets aan doen, het gebeurt gewoon. Ook mijn vriendin mompelt af en toe voorzichtig over kinderen. Op de vraag of ze een kinderwens heeft zei ze laatst: “Ikzelf op zich niet, maar Eva wel.” Wie weet. Maar om eerlijk te zijn : laten we nog maar even wachten. Misschien maar goed ook, want het leven is op dit moment nog interessant genoeg in mijn eentje, met mijn meisje, familie en geliefden. En dan nu: oogjes dicht, en snaveltjes toe…………… slaap lekker. Over en sluiten

van die momenten

{ 20:55, 30/1/2007 } { 0 comments } { Link }
lieve kijkbuiskindertjes, soms heb je van die dagen: moe, zwak misselijk en daarom natuurlijk ontzettend zielig. Z'on dag heb ik nou ook. De meest complexe vragen schieten door mijn hoofd (lees: waarom verbeter ik de wereld niet, hoe ga ik de komende 70 jaar dookomen enz.) De onbeantwoorde vragen stapelen zich op en ik wordt steeds wanhopiger. Wat nu? Natuurlijk zijn er in dat soort gevallen een hoop dingen die je kan doen. om er maar een paar te noemen: 1. een hele literfles cola achter elkaar naar binnen jassen (tenminste: Britney Spears verkondigd in de reclame als een soort op hol geslagen e.c.i verkoopster er ultra gelukkig van te worden.) 2. iets kunstzinnigs gaan doen. jaja... mensen.... gaat kunstzinnig doen! uit je! het liefst met iets dat je goed kan want we moeten het straatbeeld niet totaal verknakken met tonnen antroposofische rotzooi. 3. een vriend/vriendin bellen. mmm....en er dan achter komen dat iedereen met z'n reet in de zon ligt ergens op een asociaal wit strand en je dus helemaal alleen op den grooten wereld zijt. 4. maar je kan jezelf natuurlijk ook opvrolijken met iets leuks! Zo kreeg ik een tijdje geleden de fabuleuze tip om in een dergelijke situatie als deze voor de spiegel te gaan staan, mezelf recht aan te kijken en dan recht in mijn eigen gezicht:'poep' te zeggen. Vooruit dan maar weer. en ja hoor: een subtiel lachje siert mijn al 3 dagen verzuurde giecheltje. en zo zie je maar weer dat alles toch nog goed kan komen door het simpele woordje 'poep'. dat maakt de wereld wel zo overzichtelijk. zo, na deze veel te deprimerende log vind ik het wel weer mooi geweest. Ik klim weer uit mijn dalletje, en jullie weten het: oogjes dicht en snaveltjes toe. over en sluiten

About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

«  May 2018  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031 

Links


Categories


Recent Entries

de bril en het schapenkleed
het jippie prikbord
opinie statues
artistiek meningsverschil
Untitled

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer