Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?


Goedheilig man...

Posted at 12:04, 10/12/2007

Robert is geen “believer” meer. Vorig jaar gebeurde er voor hem toch een aantal dingen die niet helemaal klopte... met sinterklaas...

Zo doorzag hij de truuk van de zakken met cadeautjes in de gang, terwijl de pieten nog buiten liepen.

“Ja...” probeerde wij een poging, “Zwarte piet was al binnen gelopen en heeft vast de zakken neergezet. Anders werd het te zwaar voor hem”.

Hij keek zoals een kind kan kijken wanneer je hem iets op de mouw wilt spelden, wat net niet geloofwaardig genoeg is, doorzien wordt, en vermengd is met een akelig gevoel van pappa en mamma liegen niet tegen me...

De Sint was er ook al niet vorig jaar. Voor het eerst in al die jaren waren we te laat. Alle goede sinterklaassen waren al volledig volgeboekt. Hetgeen rest zijn die Sinterklaassen die, ondanks pruik, pak en baard, toch nog te veel op de student lijken die ze in werkelijkheid zijn. Inclusief het studentenaccentje. “Hé zeg, lullo. Wat leest de Sint nu? Wil je graag een hondje?”  En dat alleen met een baard op de één keer per maand te hoeven scheren kinnetje in plaats van in de keel.

“Nu wil de Sint moeder wel even op schoot.” Leuk hoor. Hylarisch zelfs... in sommige kringen. En vader blijft dan zeker toekijken? Dus wanneer de Sint de moeder heeft losgelaten, neemt vader een duik op schoot van de Sint. Het waren de kilo’s boven de tachtig van vader die de Sint wat moeilijk uit zijn stoel deden komen.

We hadden wel twee leuke pieten. Één ervan kent Robert al sinds geboorte. En dat geeft dan toch net een andere draai aan het geheel.

Maar ja, het kwaad was reeds een feit. De twijfel was gezaaid. Dit zou het laatste jaar zijn.

Dit jaar dus geen Sinterklaas viering bij ons thuis. Wel op school. Daar werd het surpriseconcept van stal gehaald. Heel spannend natuurlijk voor de kinderen. Met veel aandacht werd weken vantevoren met de bouw van de surprises begonnen. De bedoeling was dat dit door de kinderen gedaan werd. Maar wij waren niet de enige ouders die die taak hadden overgenomen. Er zijn hele mooie bouwwerken voorbij gekomen. Hockeysticks, konijnenhokken en een hele mooie petshoppoes passeerden de revue. Allen vergezeld van een gedicht waar zelfs Harry Mulisch van zou gaan stotteren.

Is er dan nu weer een periode afgesloten in huize Henk? Toch wel denk ik. Maar het Sinterklaasconcept zal wel door gaan in een andere vorm. Het plan is opgevat om zelf als Sinterklaas dienst te gaan doen komend jaar. Een twee meter Sint, met twee pieten. Of pietjes. Ben benieuwd of de oudste zich daar nog voor laat inlenen...

Wordt vervolgd dus... 5 december 2008...


Visboer henk...

Posted at 22:23, 9/10/2007

 

Ik ben een visliefhebber. Misschien omdat ik een halve Scheveninger ben, misschien omdat ik gewoon van lekker eten hou. Geen idee. Feit is dat ik zo lang als ik me kan herinneren, een goede haring niet kan laten liggen, Garnalen altijd vooraf neem bij het uit eten gaan en me nooit heb laten afschrikken door de meest bizare visnamen.

Naast die voorliefde voor vis ben ik ook een absolute liefhebber van “de blauwe hap”. Zo werd vroeger nogal degenererend gesproken over het eten van de Indonesiër. Alle toko’s in de regio Haaglanden hebben we al wel een keer geproefd. Daarnaast maakt mevrouw Henk een meer dan uitstekende Indonesische tafel. Natuurlijk geholpen door een echte Indo, haar vader.

Al sinds zeker 15 jaar komen wij bij een viswinkel op de Leyweg. Buis genaamd. Voor de visliefhebber heeft deze 3e generatie visboer een kwaliteitsvis waar je “U” tegen zegt. Maar niet alleen vanwege de vis komen wij hier al jaren. Voor menig Indo-dame is deze viswinkel niet alleen viswinkel, maar ook een soort van Hollandse toko.

Al die jaren hebben we een vriendelijke doch gereserveerde verhouding gehad, de visboer en ik. Zeg maar een echte klant-leverancier relatie. We vinden elkaar aardig, omdat dat nu eenmaal zo werkt in de wereld van vraag en aanbod. Maar wanneer ik geen haring meer eet, vergeet de visboer mij gedag te zeggen...

Natuurlijk bespreek ik in het ouderlijk huis met moeps, de oorzaak van mijn half schevenings zijn, regelmatig de stand van zaken in de wereld van Scheveningen, familie en goede en slechte visboeren.

Zo’n gesprek was er de oorzaak van dat mijn laatste bezoek aan visboer Buis wel een heel apart onderwerp van gesprek had...

“Goedemiddag visboer, alles goed? Graag een portie kibbeling, 15 Indische pastijtjes en een harinkie voor onderweg. Enneuh... behoefte aan een leuk verhaal?”

“Léuk verhaal? Dan graag. We hebben vandaag genoeg minder leuke verhalen gehoord hier aan de counter...”.

“Ik vertel hem gewoon. Mag jij bepalen of hij leuk is..”

Visboer Henk is inmiddels al druk doende om mijn bestelling bij elkaar te harken, wanneer ik hem overval met een wel heel ongebruikelijk nieuwtje...

“Weet je visboer...” begin ik de spanning op te bouwen... “jouw opa was de eerste die deze zaak opende, toch? En jouw opa heeft nog een aantal broers en zussen gehad”.

Visboer Henk stopte met harken, draaide zich naar mij om, keek mij met verwarde ogen aan en zei “ja...? wat euh... hoe euh...?”

“Nou” ga ik onverstoorbaar verder “drie zussen wiens namen allen begonnen met de letter “A”. Aaltje, Aagje en Aafje...”

“Ja...?” visboer Henk kwam overeind van zijn gebukte harkhouding en keek mij enigszins angstig aan.

“Nou, diegene die Aafje heette... dat was mijn oma!”

BLENG!! Een complete schaal met indische saucijsjes viel op de grond. Met een kleur keek visboer Henk mijn kant uit.

“We... wij... wij zijn familie???” vroeg hij. “Ik zie geen gelijkenis”.

“We zijn echte achterneven!” verblijdde ik visboer Henk met het nieuws.

We hebben even de tijd genomen om de familie van zijn vaders en mijn moeders kant door te nemen en kwamen tot de conclusie dat het nieuws weldegelijk juist bleek te zijn. Mijn oma en zijn opa waren broer en zus. Mijn moeder en zijn vader zijn neef en nicht en dat maakte ons achterneven.

Het is een kleine wereld. Zo eindigde onze conclusie. Vreemd idee dat je elkaar al jaren ziet. Terwijl er al die jaren sprake is van een familieband.

Nu ben ik slechts een halve scheveninger. Visboer Henk is een echte. Een volbloed.  En een echte scheveningse ondernemer herken je heel duidelijk. Deze geeft namelijk nóóit korting.

Zo ook visboer Henk. Zelfs niet voor echte familie...

 

 

www.bighenk.com

 


Drie en twintig jaar mevrouw Henk...

Posted at 17:46, 17/9/2007

 

Drie en twintig jaar. Zolang ken ik mevrouw Henk al. Het overgrote deel van mijn leven dus. Geen slechte score voor een veertiger. Mevrouw Henk was al jong heel volwassen voor haar leeftijd. Daardoor viel ze eigenlijk altijd voor oudere mannen. Voor zover je kan vallen voor iemand op je vijftiende. Met twee jaar meer levenservaring kwam ik daar naar mijn eigen mening in ieder geval niet heel erg in de buurt.

Ik weet nog het allereerste moment dat ik mevrouw Henk zag. Inderdaad, op dansles. Ik zat als een jonge hond lekker om me heen te praten op een overvolle ronde bank en daarmee alle aandacht afleidend van mijn lengte. Met mijn zeventien jaar stak ik al ver boven iedereen uit. Te meer omdat mij van huis uit werd geleerd om kaarsrecht te lopen. Iets waar ik tot op de dag van vandaag profijt van heb. Maar back in those days stak je met die houding wel heel ver boven iedereen uit...

Anyway, druk in gesprek zie ik in mijn ooghoeken een meisje aankomen. Een jonge vrouw. Roze bloesje, korte roze rok, pumps en tasje perfect passend hierbij. Haar lange donkere haren dansend bij elke stap die ze zette. Haar voeten zette ze keurig recht voor zich neer. Een  vijftienjarige op pumps met lange naaldhakken. Ze liep in slowmotion en ik wist het toen al. 

En zij? Ze heeft me toen niet eens gezien denk ik...

Haar uitstraling was er een van “Ik weet alles al, mij hoef je niets meer te vertellen”. Ik was nog lang niet zo ver. Ik deed stoere jongens dingen. Op mijn fiets, want ook in die dagen had je met je zeventien jaar nog geen rijbewijs. Laat staan een auto.

De eerste dansles werd je geacht zomaar naar een meisje te lopen, een arm aan te bieden en samen enige rondjes lopen. En dat durfde ik dus nog niet bij haar. Met onmacht in mijn ogen zag ik toe hoe de een of andere onverlaat recht op haar afliep. Hij was ouder. Zeker met auto gekomen. En dus stond ik al 1-0 achter, tien minuten na aanvang van de wedstrijd.  Ze lachtte naar hem, pakte z’n arm en liep naast hem mee in die tocht van jonge niet op hun gemak voelende adolescenten. In slowmotion.

Ik weet ook nog de eerste aanraking. “Toevallig” kwam ik vlak voor een partnerwissel pal naast haar uit. En op commando van de dansleraar stond ik ineens voor haar. Ze keek omhoog, ik keek haar aan en wist het. Mijn hand op haar rug brandde. Haar andere hand in de mijne. Wat voelde ze lekker. Met haar wil ik dansen tot m’n tachtigste.

Hoe beschrijf  je wat je voelt wanneer je een engel aanraakt? Volgens mij laat dat zich niet in woorden vangen.

De eerste keer samen uit, de eerste zoen, en meer.... alles staat mij nog heel duidelijk voor de geest. Mijn geheugen laat me regelmatig in de steek, maar die eerste momenten met haar vergeet ik nooit meer.

Inmiddels zijn we drie en twintig jaar verder. Ik ben nog steeds verliefd. Na drie en twintig jaar is er sprake van een vergroeiing. Ik weet hoe zij denkt over de meeste zaken. Ik durf te beweren dat ik haar door en door ken. En toch kan ze mij nog steeds verrassen.

 En zij kent mij, met alle mankementen die ik heb. Ze accepteert ze, stuurt mij bij. Zij laat mij dingen doen die ik alleen voor haar wil doen. En als ik naar haar luister, dan draagt ze mij naar een hoger level. Door haar kan ik boven mijzelf uitstijgen.

Ik ben wel eens bang dat ze het idee krijgt dat ik haar voor lief neem. Dat ik niet meer weet wat ik in handen heb met haar. Dat ze niet doorheeft wat ze voor mij betekent.

Goed, er zijn wat verschillende interesses ontstaan in de loop der jaren. En volgens mij is dit ook geen ongezonde ontwikkeling. Zolang je de weegschaal maar in evenwicht kan houden.

Ik hou van haar. Geen idee waar ik haar aan verdiend heb. Ik was vast een heel goed mens in een vorig leven.

En nog steeds als ik haar zie, hoe groot het gezelschap ook is waar we tussen lopen, gaat er een warme golf door me heen. Zie ik alleen haar en vervagen alle gezichten om haar heen. En als ze dan naar me toe komt lopen, loopt ze in slowmotion. Want alle engelen lopen in slowmotion...

 

www.bighenk.com


Twee broers...

Posted at 17:52, 14/9/2007

Inmiddels zijn ze mannen van middelbare leeftijd. Negenendertig en veertig zijn ze nu.

Twee broers...

Opvallende jongens zijn het. Groot van stuk, breed gebouwd, goedlachs en altijd aanwezig. Wanneer ze ergens binnenkomen, dan komen ze ook echt samen binnen. Alsof er twee gebouwen in beweging zijn.

Door het kleine leeftijdsverschil hebben ze eigenlijk hun hele jeugd samen doorgebracht. Ze zaten op de lagere school slechts een klas van elkaar verwijderd. Hadden dezelfde vrienden, speelden dezelfde spelletjes. Gingen op dezelfde sportclub en waren dus bijna 24 uur per dag samen.

Door het één zijn, waren ze niet altijd even makkelijk te hanteren. Vrienden kwamen er niet tussen. Ook thuis vormden ze een front. Tot gek makens toe.

En wanneer je zoveel tijd met elkaar doorbrengt geschiedt natuurlijk het onvermijdelijke. Er waren ook ruzies. Kleine ruzies, waarbij het meer ging om het laatste woord, maar ook ruzies waarbij de vuisten flink gebruikt werden. Och het waren toen nog jongens. Die lossen hun probleempjes gewoon op die manier op. De ruzies duurden nooit lang.

Op het moment van uit huis gaan van de twee broers, werd de band wat losser. Niet minder, maar losser. De twee broers hadden het druk met hun eigen leven. Werk, relatie, toekomst bouwen. Maar altijd liepen ze in elkaars gedachten mee.

En dan gebeurt er iets waardoor ze elkaar even niet meer zien. Een ruzie. Waarom? Een reden die achteraf onzinnig lijkt en verspilling van tijd. Niet begrepen door de gemeenschappelijke kennissenkring, niet uitgesproken door de twee broers. Ze waren boos op elkaar. Punt.

Over de ruzie hebben de twee broers maar één keer gesproken. En dat is voldoende. Als twee XXL homo’s hebben ze elkaar zeker tien minuten vastgehouden op een overvol terras. Woorden als “nooit meer zo, oké?” en “ik heb je gemist” zijn uitgesproken.

En misschien was dit wel even nodig. Misschien namen de broers wel te veel voor lief, de band die ze hadden. Misschien hebben ze nooit gerealiseerd hoe zeldzaam en belangrijk zo’n band is.

Inmiddels zijn ze mannen van middelbare leeftijd. Negenendertig en veertig zijn ze nu.

Twee broers...

Een groot wederzijds respect stralen ze nu uit. Een éénheid vormen ze weer. Misschien wel meer dan ooit had kunnen ontstaan zonder de breuk. Ze zijn trots op elkaar, op wie ze geworden zijn. Niet zozeer op de maatschappelijke ladder. Nee, trots op de mens achter de broer.

Geheimen die je alleen met een broer kan delen, worden weer gedeeld. En het voelt goed. Ze nemen maar weinig aan van anderen, maar alles van elkaar.

Twee broers...

 

 

www.bighenk.com

 


Toercaravans, Parijs en cryptogrammen...

Posted at 12:33, 10/9/2007

 

Ik ben groot gebracht met toercaravan vakanties. Nog erger, volgens mij, als ik heel diep in mijn jeugdherinneringen wroet, kan ik me zelfs nog een Alpen Kreuzer herinneren. U weet wel, zo’n opvouwtent die je niet los kan koppelen van z’n opbergkar, omdat die kar tevens dienst deed als zitbank. Niet zo comfortabel als thuis, maar je gaat dan ook niet op vakantie om lekker te zitten...

Met de toercaravan hebben we als gezin Frankrijk ontdekt. We praten hier anno eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. In die tijd een hele onderneming. Of misschien staat dit mij als klein kereltje alleen maar als zodanig voor de geest.

Het plezier begon al een aantal dagen voor de grote reis. Het werd spannend zodra dat reishok voor de deur kwam staan. Zeker de eerste jaren waren het spannendst. Weinig ervaren als m’n ouders toentertijd waren, zijn er avonden aan discussies geweest wat wel en wat niet mee te nemen. En, verrassend, het ging niet altijd goed.

Mijn vader was en is er één van de oude generatie. De man heeft de mannen taken en de vrouw de vrouwen taken. En natuurlijk doet de vrouw haar vrouwentaken nooit zoals de man de vrouwentaken zou doen. En gelukkig maar, weet ik inmiddels uit eigen ervaring...

Mijn vader was dus in de dagen voorafgaand aan de grote reis druk met... caravan dingen... Geen idee wat ik hiermee bedoel, maar hij was er altijd heel druk mee. Mijn moeder begon langzaam de caravan vol te laden met zaken die absoluut noodzakelijk waren. Hele voorraden met eten verdwenen in de caravan, verdeeld over de bakken onder de banken. Want ze wist dat de heer des huizes zeker nog een nacontrole zou doen.

Vaak vertrokken we ’s nachts, want er was een enorme hindernis te nemen onderweg, Parijs... maar hier kom ik zo op terug.

Als laatste verdwenen er dus hele pakketten aan kleding voor vier personen in de caravan.En als allerlaatste de lakens en dekens. Later vervangen door dekbedden.

En die laatste momenten voor vertrek waren altijd... hoe zal ik dit voorzichtig brengen... behoorlijk spannend.

Naarmat de gestelde tijd van vertrek naderde, werd het hoofd van het hoofd van het gezin steeds roder, gingen de mondhoeken zakken, kwamen de eerste zweetdruppels op zijn voorhoofd en werd de sfeer steeds grimmiger. Waarom #%@&#(*$)&# moet dit nou weer mee!!! En hoe kan ze in *&^#&#*@($&&*dit nou zo doen!!!

En wij, mijn broer en ik, hielden ons muisstil... Want straks kwam de weegschaal...

De weegschaal werd gebruikt om de kogeldruk te meten. Die mocht niet meer zijn dan 75 kilo... geloof ik... ik was nog jong... En wee degene die de caravan had volgestouwd met allerhande voor dat moment overbodige troep. Dat die “troep” op plaats van bestemming met gejuich werd ontvangen wisten we pas later...

Enfin, om een lang vertrek kort te sluiten; het had nogal wat voeten in de aarde voordat we vertrokken.

Maar, het vertrek was slechts de eerste hobbel op weg naar het onbekende. De tweede, en zo mogelijk nog grotere hobbel, lag nog voor de boeg. Parijs!

Nu ga ik mij niet wagen aan een beschrijving van de tocht over de onneembare vesting, De Périférique! Want de verkeerde afslag nemen aldaar stond garant voor nooit meer gevonden worden. Eindigend als een familie clochards onder de bruggen van hartje Parijs. En die spanning was al voelbaar zodra het bordje Parijs in zicht kwam.

Wederom als twee bange muisjes zaten mijn broer en ik achterin. Bekend met wat ging komen. Want De Périférique was een onneembare hindernis. Toercaravans waren openbaar wild op De Périférique! Verhalen deden de ronde dat hier hele gezinnen verdwenen. Nooit meer iets van gehoord. Het was de Europese  Bermuda driehoek. Op elke verjaardag was wel een dronken oom die een spannende ervaring had beleefd op De Périférique.

Onze vakantie begon dus ook pas na Parijs. De eerste de beste parkeerplaats werd opgezocht om het adrenaline peil van de bestuurder en zijn bijrijder weer tot normale waarden te laten zakken. Uitgesproken echtscheidingen werden weer teniet gedaan. De vakantie kon beginnen.

Waarom heb ik het ineens over toercaravans vraagt u zich af?

Welnu, we zijn het weekend bij mijn ouders op bezoek geweest. Ze staan op een camping met, vergeef mij als ik er naast zit, de vierde generatie toercaravan.

Alleen betrad ik dit keer de toercaravan niet meer als kleine nozem, maar zelf als hoofd van een gezin. Als mannelijk lid van een gezin is in mijn geval misschien beter gezegd. ..

We hebben er een heerlijke dag gehad. Niet alleen omdat we het hele vertrekritueel niet hebben meegemaakt en we onderweg geen bordje “Parijs” hebben gezien. Nee, het was gewoon gezellig. Moeders zorgt de hele dag voor allerhande lekkere dingen. Zij vertoont inmiddels een opvallende gelijkenis met Moeps uit Jan, Jans en de kinderen. Vader helpt de onervaren en onhandige jonge nieuwe generatie toercaravantrekkers op de camping. Die jonge gezinnen die natuurlijk nog geen enkele ervaring hebben met het fenomeen toercaravan. En als een geestelijk leider predikt hij alle zaken die beter moeten en kunnen.

In de tussentijd lossen mevrouw Henk, mamma Henk en ikzelf een cryptogrammetje op. Een hobby waar je normaal gesproken niet meer de tijd voor neemt.

’s Avonds geen maaltijd bereidt op twee te kleine gaspitjes, maar zijn we getrakteerd door mijn ouders, en heerlijk verwend door de plaatselijke zeer goede chinees

En later op de avond keren wij huiswaarts, volledig bemoederd, gevoederd en voldaan van een hele dag buiten.

En Goddank, ook het vertrek-ritueel mag ik dit keer overslaan...

 

 

www.bighenk.com

 


Strandpolitie...

Posted at 13:54, 23/8/2007

De politie Haaglanden had gisteren en verkeerde inschatting gemaakt met betrekking tot de hoeveelheid blauw op straat. Of in mijn specifieke ervaring: het strand. Het zou een warme en zonnige stranddag worden. Helaas zaten ze bij het KNMI er weer naast en deed de dienstdoende wachtcommandant een uitwijk naar iets wat altijd wel goed is. “Ga maar een beetje in de wijk rijden”.

En zo kwam het dus dat ik gisteren geconfronteerd werd door twee alleraardigste agenten, in strand outfit compleet met strand politie jeep en korte (blauwe) broek, die hun verveling stonden op te lossen op de Machiel Vrijenhoekweg.

Nu moet ik zeggen dat ik normaal gesproken het zien van agenten in welk voertuig dan ook, niet schuw. Mijn geweten is schoon. Geen openstaande bekeuringen, keurig alle wettelijk benodigde papieren bij me, de auto waar ik in rij is verzekerd en gekeurd en altijd draag ik keurig mijn autogordel. Ik lijk wel een modelautomobilist.

Maar dat het met een modelautomobilist ook wel eens mis kan gaan, bewees het feit dat de al eerder genoemde agenten, een juiste constatering hadden gedaan vanuit hun strandjeep. Ik was de tuin uitgereden zonder gordel, om deze na invoegen in het verkeer al rijdende om te doen.

Terwijl ik dus al rijdende aan het stoeien ben met mijn gordel, zie ik de agentenjeep in beweging komen en achter mij het bordje “Stop, politie!” aanzetten.

Diverse eerder gelezen smoezen passeerden mijn gedachten. Geen enkele is natuurlijk steekhoudend. Op welke manier dan ook.

Wel moest ik tijdens het uitschrijven van de bekeuring denken aan dat mopje:

Man: “Sorry, maar ik heb vreselijke haast om naar mijn werk te gaan.”

Agent: “Wat voor werk doet u dan meneer?”.

Man: “Penis verlengen, een groot gewicht er aan hangen, en op laten rekken tot ongeveer 1 meter 80.”

Agent: “oh...”

Man: “Oh ja, u vraagt zich natuurlijk af wat we met een lul van ongeveer 1.80 doen, die trekken we een uniform aan en laten bekeuringen uitschrijven.”

 

Ik moest er zelf wel even om lachen toen ik de agent aankeek. Maar ja, kort gezegd, 300 meter zonder gordel kostte deze modelautomobilist het niet misselijke bedrag van 75 euro. En mijn dag was definitief vergriept.

Wat je al niet kan doen met 75 euro... En wat heb ik ervoor? Een weblogverhaaltje...

Nou ja, nog 1 agentenmopje dan:

Een man rijdt 160 op de snelweg en wordt aangehouden door een agent. De agent zegt: “Meneer, ik hou u aan wegens te hard rijden. Mag ik van u uw rijbewijs zien?” De man zegt: “Ik heb geen rijbewijs agent.” Zegt de agent: “Geen rijbewijs? Heeft u dan wel papieren van deze auto?” Zegt de man: “Nee, die heb ik niet want deze auto is niet van mij. Ik heb hem gestolen, maar ik geloof dat ik wel wat zag toen ik mijn pistool in het handschoenenkastje legde.” De agent, verbijsterd: U bent bewapend met een pistool in een gestolen auto?” Zegt de man: “Ja, die had ik nodig om mijn vrouw dood te schieten van wie ik deze auto heb gestolen. Haar lichaam ligt in de kofferbak.” Het wordt de agent nu te veel en hij roept assistentie in.

 

Binnen de kortste keren is de automobilist omsingeld door een horde gewapende agenten. De hoofdagent loopt samen met een inspecteur, zijn chef, naar hem toe. De inspecteur vraagt naar zijn rijbewijs en de man haalt zijn rijbewijs uit zijn binnenzak. Dan vraagt de inspecteur naar de autopapieren en de man laat ze ook zien en die zijn ook in orde. Dan vraagt de inspecteur of hij in het handschoenenkastje mag kijken en ziet dat daar geen pistool in ligt. Tenslotte vraagt hij of hij in de kofferbak mag kijken en ziet een lege kofferbak. Dan zegt hij tegen de man: “Ik heb van deze agent gehoord dat u gewapend met een pistool, zonder rijbewijs met een lijk in de kofferbak in een gestolen auto reed. Hoe kan dit?” Zegt de man: “Ik durf te wedden dat die fantast u ook nog vertelde dat ik te hard reed.”

 

Heb ik toch nog een beetje plezier van mijn bekeuring...

 

 

 

www.bighenk.com

 

 


Een nieuwe uitdaging...

Posted at 22:16, 12/8/2007

 

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik heb altijd wel wat te zeuren als het mijn werk aangaat. Duizenden andere banen zijn van tijd tot tijd de meest interessante die je maar kan bedenken. Afhankelijk van de drukte op mijn werk. Maar ook afhankelijk van het weer.

 

Mijn werk speelt zich voor 75% af aan de telefoon. Hele werkdagen bel ik weg met gesprekken die mij niet altijd even zoveel interesseren. Vaak doe ik dit soort gesprekken met een oortje. Of headset, zo u wilt. Het voordeel hierbij is dat je lekker je handen vrij hebt zodat je de benodigde of verkregen informatie goed op kan schrijven of opzoeken. De gesprekken krijgen hierdoor een zinvol geheel. Maar ik betrap me er steeds vaker op dat ik vanaf het twintigste belletje die dag toch wat nonchalanter om ga met de vrijheid die mijn handen hebben. Niet zelden gooi ik m'n darts in het dartboard terwijl ik aan de telefoon zit. Geen hond die zich ooit afvraagt wat de drie plops zijn die ze steeds horen.
Tijdens andere gesprekken gooi ik een tennisbal tegen de muur die ik weer heel knap met mijn andere hand opvang.

 

Zeker wanneer ik buiten de zon zie schijnen, sta ik voor het raam te bellen en droom ik tijdens een telefonisch gesprek steeds vaker weg naar andere banen. Vooral die banen die je buiten kunt uitvoeren. "Kijk, daar loopt de postbode. wat een heerlijk leven heeft die man toch. De hele dag buiten, met als enige verantwoordelijkheid dat de juiste brief in het juiste gleufje gegooid wordt." Ik vergeet dan voor het gemak dat ik diezelfde kerel veel minder benijd wanneer ik hem in een stortbui voorbij zie drijven met zijn zware tassen. Tijdens zo'n overpeinzing geef ik een antwoord op een vraag die mij klaarblijkelijk gesteld is aan de telefoon. Niet zelden komt het dan ook voor dat ik een verkeerd antwoord geef op de vraag die ik helemaal niet gehoord heb.
Zit ik veel achter mijn bureau, dan benijd ik de mensen die in pak langsrijden. Zit ik veel in de auto, verlang ik naar mijn rustige kantoor. Moet ik een moeilijke beslissing nemen dan ben ik jaloers op diegene die alleen maar "hun ding" hoeven te doen.  Loop ik in pak 1 bij de klanten, dan wil ik die man zijn die z'n centen verdient in z'n spijkerbroek. Maar loop ik in spijkerbroek, dan weet ik weer hoeveel zekerder ik me voel in pak.

 

Ik kijk dus regelmatig op de banensites voor een passende nieuwe uitdaging in mijn leven. Na het intypen van de betreffende websitenaam, blijven mijn vingers roerloos boven het toetsenbord hangen. "Wat zoek je eigenlijk?" Hoor ik mijzelf hardop denken. "Iets heel anders! Een hele nieuwe uitdaging, waar ik mijn tanden weer echt in kan zetten". nog steeds geen beweging in mijn vingers. Hoe zoek je iets heel anders?
"Management en directie. Ik ga natuurlijk niet weer terug in zelf het werk uitvoeren. Ik wil lekker kunnen zeiken tegen het voetvolk en mijn wijsheid opgedaan in de afgelopen 20 jaar uitgebreid tentoonspreiden.".
Goed, het eerste zoekcriterium is gevonden.
"Regio... Tsja, niet te ver natuurlijk. Zuid-Holland".
"Salaris... minimaal gelijkwaardig natuurlijk" en driftig toets ik de gevraagde informatie in.

 

Na op "Zoeken" gedrukt te hebben, verschijnt er in mijn beeldscherm dat er circa 25.000 banen aan mijn eisen voldoen. Vol goede moed begin ik me een weg te banen door de verschillende aangeboden banen. Maar na weer een uur doorgebracht te hebben in de wereld van vacatures, bedenk ik mij dat ik hier mijn droombaan niet ga vinden.

 

Misschien moet ik gewoon zelf een advertentie plaatsen.

 
Aardige, goedgeluimde en gebekte hardwerkende veertigjarige directeur zoekt een nieuwe baan. Ik zoek een functie waar ik weer een nieuwe uitdaging in zie. Iets waar ik weer eens goed mijn tanden in kan zetten. Een functie waarbij ik zomers veel buiten kan zijn en 's winters veel binnen. Deels uit te voeren per auto, maar ook deels met de fiets. Zowel vrije tijdskleding alsook een pak dragen heeft de voorkeur. Daarbij heb ik behoefte aan veel verantwoording wanneer het mij uitkomt en minder wanneer ik daar even geen zin in heb. De telefoon, daar heb ik geen bezwaar tegen, mits ik deze ook uit kan zetten wanneer het gebel te veel wordt. Reisafstand geen enkel probleem... binnen het Haagse. Natuurlijk wil ik een auto van de zaak, vrij naar keuze en wil ik een groei in mijn salaris die in overeenstemming is met mijn kunnen. Aandelen in de zaak en een pensioenvoorziening die in zijn geheel door de baas betaald wordt. En, oh ja, die baas.... daar wil ik geen last van hebben.

 

Heeft u een baan voor me?

 

 

www.bighenk.com


Dichtgeslibte ruimten...

Posted at 00:03, 9/8/2007

 

Zolang mevrouw Henk en ik al samen zijn hebben wij last van een dichtgeslibte ruimte in huis. Hetzij een kast die niet geopend mag worden als er visite is, hetzij een zolder of kelder. Altijd is het hele huis, dankzij mevrouw Henk, een toonzaal. Alles heeft een vaste plek. Niets staat daar waar het niet hoort. Tenzij ze een avond weg is en ik alleen ben. Ze ziet altijd precies waar ik ben geweest.
Maar altijd is er "die" ruimte. In het begin een keurig opgeruimd geheel, maar langzaam maar zeker vervalt die ruimte in iets onoverzichtelijks.

 

Wij hebben sterk het idee dat dit fenomeen zich alleen bij ons in huis afspeelt. Bij anderen lijkt dit nooit te gebeuren. Bij anderen lijkt het altijd zo te zijn dat je ongeacht welke kast dan ook, gewoon open kan trekken en je het volledige interieur keurig gecatoriseerd opgesteld ziet staan. In elke vorm denkbaar zit er een volgorde en rangschikking in.

 

In het vorige huis hadden we zo'n zolder. Nou ja, zolder, het was een stuk huis op de bovenste verdieping, op de overloop naast de logeerkamer en mijn werkkamer waar ik heel ingenieus een kast voor had gezet waar je doorheen kon lopen. Wanneer je voor de kast stond was het ogenschijnlijk een keurig opgeruimde verdieping. Niets vermoedde dat de doorloopkast dezelfde was als die uit de film Narnia. U weet wel, die film waarin vier kinderen verstoppertje spelen, de kast ingaan en in een compleet andere wereld terecht komen.

 

Nou, zo'n kast hadden wij dus ook. Het enige verschil was dat het in onze kast niet sneeuwde... Althans, dat denk ik, want 's winters kwamen we daar niet zo vaak...

 

Vlak voor de verhuizing hebben we die ruimte compleet ontruimd. Groot vuil gebeld en begonnen onder het motto: Wat hier al vijf jaar ligt, hebben we ook niet gemist. Dus weg ermee!
Het had zeker effect! Niet alleen was de ruimte praktisch leeg aan het einde van de dag, het ledikantje en wiegje van de jongens had de
strijd wel doorstaan, maar ook op straat was er een enorm effect ontstaan. We hadden geen mogelijkheid om de overtollige bende tijdelijk te stallen zodat het pas na 22.00 uur naar buiten kon, zoals dit officieel moet. Dit resulteerde in een snel groeiende berg aan gevulde vuilniszakken die op een gegeven moment zo groot werd, dat de buurman in al zijn wijsheid besloot zijn auto elders te parkeren. Geen overbodige luxe, want het eindresultaat hield 2 parkeerplekken bezet!

 

Voor diverse mensen een bron van vermaak. Als waren het ratten vielen de mensen aan op de vuilniszakken. Stuk voor stuk werden alle zakken open gemaakt, bekeken en gekeurd en werden de voor ons zinloze artikelen keurig bij elkaar verzameld om vervolgens te verdwijnen op de zolder van iemand anders.
In het begin ging dit redelijk rustig. Maar ook dit liep op een gegeven moment enorm uit de hand. Complete rellen ontstonden voor de
deur. Zo erg zelfs dat ik op een gegeven moment iedereen met zachte en soms wat hardere hand heb weggestuurd.

 

Maar ja, zo'n stapel is natuurlijk volledig onbewaakt 's nachts en dat was de volgende morgen goed zichtbaar.
De heren van de grootvuil waren opmerkelijk begripvol.
"Tsja, mijnheer, zo'n stapel trekt mensen van heinde en ver aan. En het eindresultaat mogen wij dan bij elkaar vegen. Het lijkt soms wel
de derde wereldoorlog". Een blik in de straat liet weten dat deze mijnheer absoluut gelijk heeft.

 

Na bijna vier jaar in dit huis gewoond te hebben, was de kelder aan de beurt. De kelder was makkelijker als dichtslibruimte te gebruiken dan vroeger de zolder. Daar moest je met iets overtolligs nog altijd 2 trappen op en een kast door, voordat je de spullen los kon laten. De kelder hoef je alleen maar de deur open te doen om het van bovenaan de trap naar beneden te storten.

 

Dus van de week was de maat vol voor mevrouw Henk. Het nummer van de grootvuilophaaldienst werd gebeld en een afspraak gemaakt. En naarmate die datum naderde, werd de blik in de ogen van mevrouw Henk steeds meer vastberaden. A woman with a mission. Uiteindelijk stond ze op van de bank, hees zich in gevechtstenue, bracht wat camouflage aan in haar gezicht, trommelde de jongens bij elkaar en verdeelde de orders.
Bij de orderverdeling werd ik overgeslagen. Mevrouw Henk en ik kunnen alles samen doen. als een hecht team zijn we op elkaar
ingewerkt. Behalve bij opruimactiviteiten. Mijn orders bleven achterwege.

"Ik moet even de fiets van Tim maken, schat. Die remt niet meer en moet nodig een onderhoudsbeurt hebben". Volledig zinloos om dit te zeggen. Ook mevrouw Henk weet dat ik niet gewenst ben wanneer zij los gaat in de dichtgeslibte ruimte. Al zou ik ondersteboven in het trapgat gaan hangen, ze zou het niet eens zien. Maar ik vond dat ik toch moest verklaren waarom ik niet mee liep naar beneden...

 

Terwijl ik dus eerst Tim z'n fiets een uitgebreide verzorging geef om vervolgens ook mijn eigen fiets eens grondig aan te pakken, zie ik de stapel in de tuin groeien. Om de beurt komen de jongens met verhitte gezichten een vuilniszak met inhoud dumpen in de tuin. Af en toe zonder vuilniszak maar met de vraag of dit van mij is en weg kan. "Nee, zeg maar tegen mamma dat dit zeker niet weg kan! tenzij ze de oplader niet kan vinden beneden. Dan kan het wel weg...".

 

Om een herhaling van een wereldoorlog voor de deur te vermijden, loop ik 's morgens om half zeven de vuilniszakken vanuit de tuin naar de voorkant, zodat ze meegenomen kunnen worden door de heren. Dat gaat hier altijd verbazend snel. Dus rond half acht is elk bewijs van de inspanning van de vorige avond verdwenen.

 

Behalve dan een dichtgeslibde ruimte die heel erg leeg is, gestofzuigd, heerlijk fris ruikt en met een of ander ontsmettingsmiddel bewerkt. Klaar voor de volgende vier jaar...

 

 

 

www.bighenk.com

 


Verse koffie en Duitse westerns...

Posted at 03:47, 3/8/2007

 

Voor het eerst in hele lange tijd heb ik weer een Duits nagesynchroniseerde western gezien. Het blijft wennen. John Wayne die roept: Ach, Du!! stehen bleiben!!
Het hoort niet. Dit toonbeeld van Amerikaanse mannelijkheid, hoort natuurlijk niet in het Duits zijn biertje te bestellen...

 

Nu is het zo dat mijn generatie opgegroeid is met beperkte televisiemogelijkheden. Tegenwoordig kun je via de digitale televisie ik weet niet hoe veel zenders bekijken. Vanuit alle uithoeken van de wereld kun je ze in diverse talen in je huiskamer ontvangen. Thuis hadden we ook al een aantal zenders waar wij uit konden kiezen. Maar we hadden ook een stacaravan...

 

Elk weekend trokken we met het gezin richting het Brabantse om daar in twee dagen weekend te genieten van het buiten zijn. Met een wagen volgeladen en een toen nog rokende pappa aan boord, kotsten we in een kleine twee uur naar de camping.

 

Wanneer we pech hadden, deed de auto het niet en werden wij, inclusief te veel koffers, in de Fiat 850 van mijn moeder gelepeld. Ik heb er zo een laatst nog zien staan. Hoe in Godsnaam hebben we daar ooit ingepast! Toen ik hem zag staan kwam er maar 1 lied in mij op: "Mijn vader is een tovenaar. een tita, tita tovenaar..."

 

Via het Bosche-bollen-boertje, toen absoluut alleen nog maar verkrijgbaar in Brabant, bereikten we, vaak na opoffering van moeders panty, tsja, zo makkelijk was het vervangen van een V-snaar vroeger, uiteindelijk de camping.
De geur van de ouderwets gezette koffie weet ik nog heel goed. Senseo was slechts een jongensdroom. Deze koffie werd nog gemaakt door gekookt water met de hand in een filterhoudertje te gooien. Overigens duurde die koffie 's winters wat langer. Dan was met regelmaat de waterleiding bevroren... Zo ook weet ik nog heel goed het gevoel van instappen in een ijskoud stapelbed. Maar wat mij nog het meest helder voor de geest staat, waren de geluiden van zo'n Duits nagesynchroniseerde western waar mijn broer en ik tot diep in de nacht naar luisterden wanneer we met onze beertjes in het koude stapelbed lagen. Nederland 1, 2 en 3 waren op een gegeven moment gewoon uit de lucht. John de Mol had nog geen toestemming om nieuwe kanalen aan te boren om ons avondleven eens flink te vergriepen en je was als consument dus al heel snel afhankelijk van die late Duitse zenders. En daar was dus elke avond wel een western te vinden.

 

Hoe simpel was alles toen nog. In een ouderwetse western kon je precies zien wie de goede en wie "The bad guy" was. Je keek alleen maar naar de kleur van de hoed.
Een cowboy met witte hoed snelt op zijn paard richting het onrecht. De bank was beroofd, of de knappe dochter van de sheriff was ontvoerd. De witgehoede cowboy redde alles en iedereen. Terwijl de schurk van zijn whiskey lurkt, ongeschoren grijnzend vanonder zijn zwarte hoed.
Goed was goed en slecht was slecht. Je keek alleen maar naar de kleur van de hoed.

 

Tegenwoordig is het verrassend te zien hoeveel cowboys in het bezit zijn van een grijze hoed. Nog steeds is er buit verdwenen. Nog steeds worden de knappe dochters van de sheriff ontvoerd. Alleen is het steeds minder duidelijk wie de goede en wie de slechterik is...

 

En niet alleen in westerns is die hoedkleur verloedering ontstaan. Ook in de huidige maatschappij is "de goede" moeilijk van "de slechte" te onderscheiden. Te veel mensen hebben geen idee dat ze de verkeerde hoed op hebben of welke hoed ze op moeten zetten. En degene die dan wel de juiste witte hoed op hebben, moeten zich dubbel wapenen tegen diegene met de verkeerde hoeden! Het is al lang niet meer "goed is goed en slecht is slecht". Met grijze hoeden kun je dat verschil niet zo goed zien.

 

Ook wij, mevrouw Henk en ik, zijn daar door de loop der tijd achter gekomen. Wij dachten vroeger altijd: "Goh, wat lief, hij slaat een arm om me heen". Tegenwoordig weten we dat dat ook kan zijn om een zacht plekje te zoeken om daar een mes in te steken...

 

Maar als kind in een koud stapelbed, in een stacaravan, op de camping, 2 uur kotsen van huis, heb je daar natuurlijk absoluut geen benul van.

 

En precies DAT gevoel had ik ook weer toen ik van de week naar de Duits babbelende John Wayne zat te kijken. En ik heb met een vers gezette pot koffie de hele western afgekeken...

 

 
www.bighenk.com


Fietsen als Pino...

Posted at 01:56, 26/7/2007

Als fervent fietser mag ik ook graag naar de Tour de France kijken. Samen met mevrouw Henk volg ik, indien de tijd het toelaat de etappe, hetzij live, hetzij in de samenvatting en vermaken we ons ’s avonds met het programma “de avondetappe”, gepresenteerd door ons aller Mart Smeets.

 

En net als heel Tourminnend Nederland schrokken ook wij gisteren van het nieuws dat Rasmussen, een Deen in dienst van de enige Nederlandse wielerploeg EN in het bezit van de gele trui, op staande voet is ontslagen. Hij had gelogen over zijn where-abouts tijdens de training voor De Tour. Hij is inmiddels wel veertien keer gecontroleerd op doping gebruik, maar die waren allen negatief. En tsja… liegen kan natuurlijk ook niet in De Tour! Hij zat in Italië in plaats van Mexico, zoals hij verklaard had naar de UCI.

 

Dus heeft vader De Rooij, directeur van de Rabobank ploeg, besloten om deze stouterd direct de laan uit te sturen. Geen eten en direct naar bed. We hebben nog geen verklaring gehoord van Rasmussen zelf. Misschien is hij wel dyslectisch en dacht hij dat hij Italië opschreef in plaats van Mexico… misschien denkt hij oprecht dat zijn vrouw een Mexicaanse is, terwijl ze in werkelijkheid een Italiaanse blijkt te zijn… Wie zal het zeggen…

In ieder geval schaadt dit de geloofwaardigheid van De Tour en alles waar je als fietser, amateur of prof, voor staat.

 

En eerlijk gezegd kijk ook IK ineens heel anders tegen het fietsen aan…

 

Elke zondagochtend hebben wij onze eigen kleine etappes van De Tour de France. Als waren we Lance Armstrong zelf, laden we ons dan op om zo hard mogelijk naar het einddoel te koersen, om vervolgens daar nog harder (terug hebben we altijd de wind in de rug) vandaan te fietsen.

 

Tijdens deze etappes sparen we onszelf niet. Het zijn ritjes die het grootste deel van de tijd in het rood gereden worden. Kop over kop snellen we de vroege en te langzame echtparen op fietsen voorbij, jagen we snorfietsen de berm in en vragen de scooters Of meer gas te geven, Of heel snel plaats te maken.

 

Het kop over kop rijden heeft overigens als doel om een ieder de kans te geven een tijdje “uit de wind” te rijden. Helaas ben ik de enige twee meter renner. Ik rij dus de hele weg met m’n kop in de wind…

 

Met alle leugens in de Tour over het doping gebruik ga je toch ook wel voorzichtiger met je eigen ploeggenoten om.

Op het moment dat ik een ontsnapping uitvoer en er een maat mee springt, probeer ik toch even te kijken of zijn pupillen niet duidelijk wijder staan dan normaal. Want normaal kan deze kerel helemaal niet meespringen…

Maar het eventuele dopinggebruik binnen onze eigen ploeg is niet meer het enige heikele punt. Want waar zit die kerel als hij niet bij ons op de fiets zit? En ALS hij al zegt waar hij zit, hoe weten we dan ook zeker dat hij daar gezeten heeft?

 

De Tour de France maakt het meer dan duidelijk. Renners liegen over alles. En naarmate de kleur van hun shirt belangrijker wordt, wordt het glazen kooitje waar ze inzitten steeds doorzichtiger…

 

Wij moeten onze zondagochtend etappes dus ook aanpassen aan de tijd. Misschien zijn er een aantal overwegingen die we moeten maken…

 

Doping legaliseren voor onze hele ploeg. Geen gezeur dat de een wel gebruikt en de ander niet. Iedereen gebruikt, of hij nou wil of niet.

Om zeker te stellen dat iedereen hetzelfde binnenkrijgt stel ik voor om bij een ieder 2 liter bloed af te tappen en dat bij ieder ander weer in te brengen. Zodoende heeft iedereen dezelfde hoeveelheid rode bloedlichaampjes en bespaar je enorm op de controle hiervan.

  

Stiekeme trainingen buiten de zondag etappes zijn strikt verboden! De teamgenoten moeten te allen tijde weten waar de ander uithangt. Mobieltjes worden uitgerust met GPS en via de computer traceerbaar. Het computerprogramma daarvoor bestaat al. De ANWB werkt er mee.

 

De fietsen gaan bij elkaar achter slot en grendel en de sleutel wordt beheerd door een onpartijdig iemand. Bij voorkeur iemand die te vertrouwen is. Dus geen advocaat, notaris of makelaar…

  

Het is een raar idee. Je zit drie weken naar een groot sport evenement te kijken. Een branche waar miljoenen in omgaan. Een branche waar de sporter geen voetballer is. Zelfs met gebroken sleutelbenen en staartbeentjes kruipen ze op de fiets om toch maar op tijd aan te komen. Want, zo zegt het aloude tourgezegde, “De Tour wacht op niemand”.

 

Maar nu lijkt De Tour te vervallen tot een combinatie van Medisch Centrum West en Sesamstraat. Wie heeft de knapste dokter en welk kind kan liegen zonder dat Ieniemienie het ziet.

 

Maar ik zeg u 1 ding: welke veranderingen er ook moeten komen binnen onze eigen zondagochtendwielerploegje… ik weiger als Pino op de fiets te zitten…

 

 

 

www.bighenk.com

 

 

 

 

 


He-le-maal nergens over...

Posted at 09:24, 24/7/2007

 

“Goedemorgen Fred, Programma 6 alsjeblieft.”

“Goedemôhgen! ut is weiâh eins niet tuh laat zeg. Wat ziet-ie eâh uìt!” Fred wees naar de buitenkant van mijn auto. Ik keek over mijn stuur naar de plek waar hij ook naar keek en constateerde dat hij ook deze keer gelijk heeft. Het was weer te lang geleden.

 

“4 eurie 90, mènheiâhr.”

Ik geef Fred de gevraagde 5 euro en laat hem weten dat hij de 10 cent mag houden. Voor de uitzet. I know, big spender…

 

“Ik zal ut u eiâhrlèk zeggen, mènheiâhr …”

“Je moet altijd alles eerlijk zeggen, Fred.”

“Wat zegt u?”

Non verbaal laat ik hem merken dat het niet belangrijk was wat ik zei en hij vervolgd zijn gesprek.

 

“Ik woân in duh gemeintuh Wassenâh,mènheiâhr. Al jaren. Prima nâh me zin hoâh.”

“Nou, da’s mooi. Het is belangrijk om naar je zin te wonen.”Ik berg mijn portemonnee op en maak aanstalten om mijn raampje dicht te drukken.

 

“Van duh weik mènheiâh, ik zal u eiâhrlèk zeggen, un vechtpartè! Bè ons in duh straat.”

“Nee toch.” Ik haal mijn vinger van het knopje wat het raam moet sluiten.

 

“Oh… moment.” En hij loopt in een sukkeldrafje richting z’n kantoortje.

Tsja, daar sta je dan met je goede gedrag. Geld betaald, te wachten voor een in rust verkerende autowasstraat. Ik kijk in mijn binnenspiegel en zie dat er zich achter mij inmiddels een rijtje met auto’s gevormd heeft.

Daar kwam Fred weer.

 

“Ja, mènheiâh, un vechtpartè bè ons in duh gemeinte! nâh, u kunt zich voâhstellen dat duh hele buurt op z’n kop stond!”

“Ja….” De verkeerd geknoopte overall vertelde de bedoeling van zijn weglopen. Hij had een darmprobleem…

 

“waar ging het over?”

“Wat bedoelt u?”

“De vechtpartij. Waar ging het over?”

 

“Ik zal u eiâhrlèk zeggen, mènheiâhr….”

“Je moet altijd alles eerlijk zeggen, Fred…”

“Wablief?”

Ik schud weer mijn hoofd en Fred gaat verder.

“ut ging he-le-maal neâhrgens oveâh, mènheiâhr.”

“Ze begonnen gewoon spontaan te vechten? In wat voor tijd leven we…” geef ik hem een reactie.

 

“Oh… moment” en weer liep Fred richting kantoor.

De geïrriteerde blikken van de mensen in de rij achter mij werden steeds nadrukkelijker.

 

Fred kwam weer terug. Heeee, constateer ik, zijn overall is weer goed geknoopt…

 

“He-le-maal neâhrgens oveâh mènheiâhr”.
“ik hep wel even duh waut gebeld. Ik hep namelèk jaren bè duh RP gezetuh mot u weten.”

“RP…?”

“Ja. duh Reseâhrve waut.”

“AH!” en ik knik dat ik het begrip ken.

 

 “Maar waar ging de vechtpartij dan over?” doe ik nog eens een poging.

“Ik zal u eiâhrlèk zeggen, mènheiâhr…”

“Je moet altijd alles eerlijk zeggen, Fred…” Ik was de enige die mijzelf begreep…

 

Fred ging onverstoorbaar verder.

“duh wachtcommandant zè: Goed gedaan, Fred. Bedankt voâh ut bellen. Wâh gaat dit oveâhr? Wat weit jè eâhrvan Fred”

“En waar ging het over, Fred?” Inmiddels was ik toch wel nieuwsgierig…

 
”He-le-maal neâhrgens oveâhr. Veâhrgeit u niet ut raampje dich tuh doen?”

Hij wenkt mij naar voren en begint de auto voor te spuiten. Onderwijl een aria zingend, met een verrassend goede stem.

 

Ik word geduldig door de wasstraat gestuurd en sta aan het einde van de straat te wachten tot de blower de laatste druppels van mijn auto heeft geblazen. Een klop op mijn raam. Geschrokken kijk ik naar buiten en kijk in het gezicht van Fred. Ik doe mijn raampje naar beneden.

 

“ein flesie bieâh, mènheiâhr. ut ging om un flesie bieâh…”

 

Z’n overall was weer verkeerd geknoopt…

 

 

 

www.bighenk.com

 


Oude- en nieuwe bekenden...

Posted at 16:25, 21/7/2007

 

Vandaag in het winkelcentrum kwam ik Peter weer tegen. Altijd leuk.
Peter is een oud collega van mijn allereerste werkgever. Ik ken Peter dan ook alweer een jaar of 18 denk ik.
Waarom het winkelcentrum voor mij een soort reuniegebied geworden is, weet ik niet, maar ik kom daar heel veel oud- en ook nieuwe bekenden tegen.

 

De nieuwe bekenden tegenkomen is niet zo raar. Driekwart van de school van Robert doet daar de boodschappen. Vroeg of laat loop je elkaar tegen het lijf.

 
De gesprekken varieren een beetje. Afhankelijk hoe bekend de bekende is met je.
"Heee... hallo! alles goed?"

De twijfel tussen het "heee" en het " Hallo" verraad al dat ze geen idee hebben hoe je heet.En dan voelen ze zich verplicht toch een soort van gesprek met je te voeren.
"Hoe is het met je euhh... kind?"
"Robert doet het goed, hoor" help ik ze aan de info dat ik een zoon heb, die Robert heet.
"Ja, Robert... goh wat lijkt-ie op je he? Hij doet het goed op school?"
"ja hoor, helemaal goed"

 

Ondertussen denk IK koortsachtig na welk kind ook alweer bij deze individu hoort.
als een kaartenbak passeren alle kinderen van de school de revue. " File found" lees ik in mijn geheugen. "Hij heeft een dochter... hoe heet dat kreng ook alweer..."

 
"vakantieplannen?" gooi ik het over een hele andere boeg.
En dan komt er een verhaal over de toercaravan die al voor de deur staat.

"jaaaa, we gaan het avontuur opzoeken. volgende week gaan we weg en we zien wel waar we uitkomen!"
"Goh... je hebt toch wel iets geboekt?... Neeee? Goh wat spannend!" En zo lieg ik nog een tijdje door tegen deze bekende. Bij mij stopt het luisteren al wanneer ik hoor dat iemand met de toercaravan op vakantie gaan al een heel avontuur weet te noemen. Veel spannender dan een lekke band of een watertank die vroegtijdig leeg raakt wordt het volgens mij niet.

 

De gesprekken met de oude bekenden hebben ook altijd een vast onderwerp. het verleden.
"In welk jaar zaten wij nou bij elkaar in de klas?"
"Heb jij dat gehoord van onze biologie leraar? Dood. Erg he?"
Dat vervolgt zich in de verhalen over ontmoetingen met andere oud klasgenoten, om vervolgens toch weer terug te buigen naar hun eigen kind en het toeval dat-ie zoveel jaar later bij mijn kind in de klas zit.
Het toeval bestaat er voor mij alleen maar uit dat we, naar mijn idee, vroeger nooit een woord wisselden, omdat we hele andere vriendengroepen hadden, maar nu ineens het idee is ontstaan dat we vroeger ook al zo ontzettend gelachen hebben samen.

Of ik begrijp het niet, of mijn oude bekende... Ik gok op de laatste...

 

Maar er zijn natuurlijk ook leuke ontmoetingen in het winkelcentrum. Er zijn overigens altijd ontmoetingen in het winkelcentrum. Wanneer mevrouw Henk aan mij vraagt om een pak melk te halen, dan weet ze al dat ik niet binnen een uur terug ben. Vroeger maakte ze nog wel eens de vergissing om vast koffie klaar te zetten voor als ik thuis kom. Heel lief, maar na het zoveelste bakkie koude koffie is ze daar toch maar mee gestopt.

 

Maar, We hadden het over de leuke ontmoetingen
Peter is daar 1 van. Peter, zoals al gezegd, ken ik al een jaar of 18. We hebben nooit de deur bij elkaar plat gelopen. Maar door de jaren heen elkaar wel altijd gevolgd.
Hij is een ontzettende ouwehoer. Je gooit er een gulden in en hij praat voor een daalder luidde vroeger het gezegde. En dit is op Peter meer dan van toepassing. En dat weet hij zelf ook.

 
Peter is niet gespaard gebleven door het leven. Met z'n werk loopt het niet lekker. Hij heeft een paar jaar terug een vreselijk ongeluk gehad en ook in de relatiesfeer had hij het liever anders gezien.

 
Maar ondanks alle tegenslag, bezit Peter de goede eigenschap om toch overeind te blijven staan. En niet alleen dat maakt Peter tot een bijzondere man. Wat Peter ook zo bijzonder maakt, is dat je hem nooit op een leugen zal betrappen.
En dat maakt een gesprek met hem heel makkelijk. Je hoeft nooit na te denken of  het wel waar is wat hij allemaal verteld. Hooguit is hij in zijn eigen waarheid gaan geloven, maar dat doen we allemaal wel eens van tijd tot tijd...

 

En  terwijl ik met Peter een echt leuk en interessant gesprek heb, gaat onderwijl in mijn zak m'n mobiel trillen. Een smsje:
Henk, sta niet te kletsen! Mevrouw Henk zit met het eten te wachten! Groetjes.

 

Ik loop naar mijn fiets en trap richting huis. Goh, wat een hoop bekenden weer gezien en gehoord vandaag.

 

Gelukkig is het maar een enkeling die je vriend kan noemen... Het worden anders van die saaie verjaardagen...

 

 

www.bighenk.com


07-07-79... 07-07-07...

Posted at 19:08, 8/7/2007

 

Waar was u op 07-07-79?

1979… Ik was twaalf. Al vanaf deze leeftijd maak ik foto’s. Geboeid door de mogelijkheid om vluchtige momenten in het leven voor eeuwig vast te leggen, begon ik met een oude camera van mijn vader. Niets digitaal, geen mogelijkheid van instellen op de “P” van program. Alles kwam neer op dat ene moment. Alles moest kloppen voor die ene, mooie foto.

Plaats bepalen. Waar ga je staan? Wat wil ik zeggen met mijn foto? Hoeveel omgeving heeft mijn onderwerp nodig op de foto? Hoe zit het met het licht? Sluitertijd goed? Diafragma? Invalshoek goed? En dan het moment van afdrukken. De spanning of je inderdaad precies het juiste moment te pakken hebt. De opwinding van het juiste moment geschoten hebben!

 

Mijn jongensdroom bestond dan ook uit iets heel anders dan al die andere kinderen. Terwijl mijn vriendjes zich bij de brandweer droomde, of agent wilde worden, wilde ik fotograaf worden.

 

Het is er nooit van gekomen. Ik was te onzeker. Niet voldoende overtuigd van mijn eigen kunnen. Wat nou als niemand mijn foto’s mooi vindt? De kwetsbare jonge jaren zullen we maar zeggen. En het bleef bij een droom…

 

Waar was u op 07-07-07?
Ik zat bij De Dijk.

Al lange tijd was ik in het bezit van een toegangsbewijs (goede actie van mevrouw Henk) en kon mij dus verheugen op een bijzonder concert van deze band. Voor mij de eerste keer dat ik naar ze toe ging, ondanks het feit dat ik al sinds militaire dienst een grote fan ben van hun muziek. Het kwam er gewoon nooit van.

 

De voorbereiding naar deze dag zat hem voor mij voornamelijk in het willen combineren van twee hobby’s. Dolgraag wilde ik naar De Dijk en thuiskomen met een aantal zelf geschoten foto’s. Een schier onmogelijke taak, omdat het maken van foto’s slechts voorbestemd is voor een kleine groep beroepsfotografen.

Ik ben dus maar begonnen met heen en weer bellen. Eerst naar De Dijk.

“Nee mijnheer, dat soort zaken worden geregeld door de zaal. Belt u daar maar heen”. Een alleraardigste dame overigens. Maar goed, de belronde werd vervolgd. Volgende poging: De Heineken Music Hall.

“Ah! U wilt een fotopas? Nee, nee, nee, dat soort zaken worden geregeld door het productiebedrijf. Belt u daar eens heen”.

En ook die kans op een positief antwoord was met een belletje opgelost. “Neen.”

 

Uiteindelijk via diverse kanalen en gevonden touwtjes waar ik aan kon trekken, kwam er een tussenoplossing. U mag fotograferen. Maar alleen vanuit het publiek.

Ik zal u niet langer vervelen met de lange weg die ik moest afleggen om mijn toch wel zeer professionele camera mee naar binnen te krijgen. Maar het lukte.

 

Het werd zelfs nog beter. Terwijl ik keurig sta te wachten op de dingen die komen gaan, komt er een alleraardigste dame naar mij toe om even het een en ander te verifiëren. En terecht. Iedereen kan wel zeggen dat hij mooie foto’s kan maken. Het zijn er slechts een paar die het echt kunnen! Inderdaad, WIJ zijn een zeldzaam ras…J

De onzekere jonge jaren liggen alweer een paar jaar achter me zullen we maar zeggen…

 

Uiteindelijk werd ook mij een fotopas uitgereikt! En ineens was ik weer twaalf… als een kleine jongen die zijn duinenmars medaille in ontvangst neem, reik ik naar de pas…

Wow… een echte fotopas…en met trillende handen bevestig ik hem aan het borstzakje van mijn overhemd.

 

Het voelde alsof iedereen naar mijn borst keek. Dat was natuurlijk niet zo. Maar geheel onopgemerkt bleef het ook niet. Er zijn veel mensen naar me toegekomen.

“U bent fotograaf?”

“Voor welk blad werkt u?”

“wat voor camera heeft u?”

“Kan ik ook foto’s bij u bestellen?”

“Heeft u een website?”

 

Deze en nog meer vragen, mijn lengte is al sinds mijn achttiende een gewild onderwerp van gesprek, werden op mij afgevuurd.

 

Mijn antwoorden varieerden nogal.

“Ik werk voor Panorama/ Nieuwe Revu/ Algemeen Dagblad/ Telegraaf”

“Ik ben het zesde bandlid”

“Ik ben Henk van bighenk.com. U herkent mij niet?”

 

Het moment dat ik daadwerkelijk frontstage mocht gaan, gaf me een lekkere, zeer aangename spanning. Samen met nog drie andere collega fotografen voorbij de beveiliging en naar het heilige deel waar niemand anders mag komen… Wat een rush!

Nonchalant pak ik de uitgestoken hand van Bob Bronshoff en stel mijzelf voor.

“Deze man heeft beroemdheden voor zijn lens gehad.” gaat het door mijn hoofd. “Tot en met het Koninklijke huis aan toe. Boeken geschreven, seminars gegeven. En nu sta ik naast hem…”

 

De adrenaline giert door mijn lijf. De eerste noten worden ingezet door De Dijk. Ik sta te trillen. Wat een rush! Ik moet tot rust komen. Anders lukt het niet… Let op je ademhaling, Hendrik. Ik leg aan… Ik kan mijn camera niet stilhouden… Even wachten nog… Weer aanleggen… de eerste druk op de ontspanknop… resultaat kijken…ja, is een goede…

 

De rush maakt plaats voor gezonde spanning en ik klik 150 foto’s weg…

 

Waar was u op 07-07-07?

Ik beleefde mijn jongensdroom!

 

 

www.bighenk.com

p.s. kom even kijken naar de genoemde foto’s en laat even weten wat je er van vindt!

 

 


Pipo & Mammaloe...

Posted at 17:52, 6/7/2007

Iemand zei laatst tegen mij: “verliefdheid duurt hooguit 18 maanden. Langer kan het menselijk lichaam niet aan”.

 

Op de vraag waar deze kennis vandaan kwam, werd verwezen naar een of ander vakblad voor dames. Ik denk hierbij dan aan een Intiem, Cosmopolitan, een Elegance, Flair of Mijn Geheim.

Die laatste haal ik regelmatig voor mevrouw Henk. Gek genoeg gaat er bij de caissière van de betreffende winkel dan altijd even een wenkbrauw omhoog.

“T’is voor mijn vrouw.”denk ik mij te moeten verdedigen. Alsof ik zojuist het meest gore seksboekje uit de schappen heb getrokken.

Het resultaat is dat de wenkbrauw van de caissière nog iets hoger opgetrokken wordt.

 

Toch denk ik dat het voor ons mannen wel de moeite waard zou kunnen zijn om een dergelijk vakblad even in te zien. Er staan toch hele interessante zaken in die je als man verder kunnen helpen.

 

Zo vroeg mevrouw Henk zich van de week af hoe wij zouden scoren bij de test die ze zojuist gevonden had in 1 van de vakbladen. Een relatietest.

“Kom maar op. Stel mij de vragen die ik moet beantwoorden.” Zei ik vol bravoure.

 

En ze brandde los.

Nu zitten daar natuurlijk heel veel vragen bij waarvan je eigenlijk al weet wat het juiste antwoord is. Of in ieder geval, het juiste antwoord om tot een positieve uitslag van de test te komen.

Ik gleed dan ook vrij makkelijk door de gestelde vragen heen.

 

Op televisie is een programma dat uw partner graag wil zien. Op de andere zender staat voor dezelfde tijd een film geprogrammeerd waar u al heel lang naar uitkijkt. Wat doet u?

a). U heeft speciaal tijd vrijgemaakt voor dit programma en gaat dit hoe dan ook kijken op de grote tv in de woonkamer.

b). U weet hoe graag uw partner het programma wil zien en geeft zonder mokken de afstandbediening af en kijkt samen naar haar programma.

c). U wijkt uit naar de tv in de slaapkamer en laat de grote tv voor uw partner.

 

Een makkelijke vraag. Zeker in mijn geval. Ik heb niets te kiezen. Dus een tienpunten antwoord is zo gegeven. Niet dat we geen tv hebben op de slaapkamer. Ik word alleen geestelijk dusdanig gechanteerd, dat ik die overweging niet eens durf te denken.

 

De meer open vragen zijn dan weer wat moeilijker. Daar komt het toch echt op je vindingrijkheid aan. En kennis van je partner. Maar ik slaagde er toch steeds weer in om een glimlach op het gezicht van mevrouw Henk te toveren.

 

Tot die ene vraag. Ik wist het dus echt niet… zelfs na heel diep nadenken kon ik geen antwoord verzinnen…

“Wat vindt u de slechtste eigenschap van uw partner?”

Ik heb echt diep nagedacht en kwam zelfs na drie dagen nog niet op een antwoord.

 

“Ja, dag!” riep mevrouw Henk telkens weer op mijn uitblijvende antwoord. “Je kunt toch wel iets verzinnen! Je durft het gewoon niet te zeggen.”

 

En dat was dus niet zo. Ik wist het antwoord echt niet.

 

Mind you, ik heb deze vraag dus niet aan mevrouw Henk gesteld. Ik denk dat ze er wel een paar kan noemen…in no time… Ik kan ze zelf ook wel verzinnen… En nee, ik ga ze niet noemen…

 

Het verliefd zijn kwam ook aan bod.

“Bent u nog steeds verliefd op uw partner?”

Deze was dan weer wel makkelijk. JA! Zonder twijfel kan ik nog steeds roepen dat ik verliefd ben op mevrouw Henk.

Niet elk uur van de dag. Natuurlijk niet. En ook wij hebben wel eens ruzies waarbij de dakpannen naar beneden komen. Maar nooit vanwege een slechte eigenschap van mevrouw Henk. Meestal vanwege een slechte eigenschap van mij… En zelfs tijdens een ruzie ben ik nog verliefd op haar…

 

Dezelfde vraag heb ik ook aan mevrouw Henk durven stellen. En gelukkig, zij beaamde dat ze nog steeds verliefd op me kan zijn.

“Wanneer je je spijkerjack aanhebt denk ik wel eens dat je mijn liefde aan het testen bent.  Maar verder kan ik nog steeds verliefd zijn op je wanneer ik je aan zie komen.”

 

Mijn spijkerjack is een heikel punt… ikzelf vind mijn spijkerjack heel gaaf en cool en zo. Ik vind dat hij lekker zit en dat hij me goed staat. Mevrouw Henk heeft duidelijk een andere mening.

“Je bent net een grote nozem met dat jasje. Een verdwaalde hippie.”

 

De uitslag van de test?

Die was zeer positief. En ik heb niet eens antwoorden hoeven te faken. Ik ken mevrouw Henk als geen ander. En mevrouw Henk is de enige die mij echt kent. Zij kent mij misschien wel beter dan ik mijzelf ken.

 

We horen bij elkaar. Als Bassie & Adriaan, Ying & Yang, Pipo & Mammaloe. Als Henk & mevrouw Henk…

 

 

 

www.bighenk.com

 

 


An officer and a gentleman...

Posted at 17:04, 4/7/2007

 

Waarom is het zo dat wanneer je aan een kind vraagt “Wat wil je later worden?”, je altijd dezelfde standaard antwoorden kunt verwachten?

Met meisjes heb ik minder ervaring. Althans, de paar kleine dames in mijn omgeving roepen meestal prinses, of verpleegster of werken in Dolfinarium of zo.

Vraag aan een kleine man wat hij wil worden en je hoort standaard: Politieman!, of Brandweerman! Offeuh…militair.!

Nu groeien de meeste kleine mannen daar wel over heen. Gaande het ouder worden verandert de toekomst van brandweerman naar “De baas van de brandweer”, naar “Iets waar ik heel rijk mee kan worden” tot iets wat meer lijkt op een verlenging van de interesse wat nu nog hobby lijkt te zijn.

 

Onze benjamin heeft echt nog geen idee. Wanneer hem gevraagd wordt wat hij later wil worden, komt er iets als “weet ik toch nog niet. Ik ben pas acht!” Alhoewel, hij zit nu in de fase waarin hij alles wil doen wat zijn broer denkt te willen gaan doen.

 

Zijn broer…

 

Al van jongs af aan heeft hij een fascinatie ontwikkeld voor alles wat te maken heeft met militaire dienst. Al heel jong wist hij dat ook zijn vader in militaire dienst heeft gezeten.

“welke oorlog heb jij in gezeten, pap?”

“Was jij de baas?”

“Had jij ook een wapen?”

“Heb jij wel eens iemand doodgeschoten?”

 

Een antwoord als “er was geen oorlog toen pappa in dienst zat” was voldoende voor een lichte teleurstelling op zijn toen nog jonge gezicht. Ook het begrip “Sergeant” leerde hij snel kennen tijdens Stratego. Nee, pappa was duidelijk niet de baas.

 

Dat ook ik een wapen had in militaire dienst was dan wel weer gaaf. Zeker toen ik mijn speldjes liet zien ter bewijs dat ik scherpschutter pistool en Fal was. Hij heeft ze heel lang op z’n nachtkastje gehad. Het feit dat ik nog nooit iemand had doodgeschoten was dan weer een tegenvaller. Op de kermis daarentegen stond hij wel weer altijd vol trots naast me bij de schiettent. Ik mistte zelden.

 

Inmiddels is hij degene die indruk maakt op zijn broer bij de schiettent. Ook hij heeft een goede oog-hand coördinatie. Iets wat de vroegere arts op het consultatiebureau zou verbazen. Volgens haar had Tim namelijk een motoriek probleem. Hij kon nog niet hinkelen toen hij drie jaar oud was…

 

Het toekomstplan van Tim is door de jaren niet veranderd. Al vanaf heel jong roept hij dat hij marinier wil worden. Of commando. Neavy seals bestaat niet in Nederland. Dat had hij ooit eens op tv gezien. Dat leek hem wel heel erg!

Op de vraag waarom, is steevast zijn antwoord: “Ik wil mijn grenzen leren kennen!”

 

Mevrouw Henk was, zoals elke moeder denk ik, faliekant tegen.

“Als jij je grenzen wil leren kennen, dan kun je ze ook van mij krijgen hoor! Ik wil ook best wel in je oor schreeuwen: on the floor, soldier, give me 50!”

 

“Mam…” begon hij dan een niet te winnen strijd. “Dat bedoel ik helemaal niet…”

“Nee?” gaat mevrouw Henk dan vol in de aanval. “Wat dan? De oefeningen? Het vieze eten? Het niet slapen? Of lekker in de natuur zijn?”

 

Tim hapt naar adem om antwoord te geven. Te laat. Mevrouw Henk is alert.

“Van mij mag je hier ook in de tuin een half tentje opzetten, hoor. Ik wil je zelfs elke ochtend om half vijf wakker maken als je dat wilt.”

“Mam…”

“Of misschien wil je wel met volle bepakking een stuk marcheren? Kan hoor. Kleed je maar aan, doe een rugzak om, pak een speelgoedpistool van je broertje en loop maar richting Kijkduin en weer terug. En als je heel erg wilt afzien… dan doe je het maar op je knieën!”

 

Ondanks diverse pogingen van ondergetekende en een aantal andere oudgedienden, was mevrouw Henk niet te vermurwen.
”Lieverd…” begon ik meer dan eens een poging Tim te helpen.

“Ik heb ook in dienst gezeten. Ik ben er toch ook niet slechter van geworden?”

“Ja dag!”riep mevrouw Henk dan weer.

“Jij hebt bruggetjes gebouwd en weer afgebroken. Veilig in Duitsland. Tegenwoordig kunnen die jongens overal heen gestuurd worden!”

 

Mevrouw Henk heeft gelijk. Ik heb bruggetjes gebouwd… en weer afgebroken… en weer gebouwd… 41 Genie Bataljon, A Compagnie, 1e peloton. De bouwvakkers van het leger. Een zinloze 16 maanden duurde mijn nummer. Achteraf heb ik natuurlijk een leuke tijd gehad. Alle leuke verhalen worden lekker aangedikt naar nog veel leuker en alle vervelende zaken worden vergeten. Of ook verandert in leuke dingen…

 

Mijn zegen heeft Tim altijd wel gehad. Fysiek is hij meer dan in staat om aan de zwaarste eisen te voldoen. Daar ben ik geen moment bang voor. Maar is het mogelijk dat een kind van mij wel in staat is om zomaar de meest stompzinnige orders uit te voeren? Ik heb ooit eens aan hem gevraagd: “wat nou wanneer zo’n kerel in je oor staat te toeteren dat je moeder een prostituee is en dat hij haar wel eens flink pijn zal gaan doen?”

Zijn antwoord was simpel. “Dan ga ik lachen. Ik zal tegen hem zeggen dat hij eerst langs een twee meter briesende zilverrug moet…” Tsja…

We zullen het zien. De tijd zal het leren…

 

En de tijd ZAL het leren. Sinds een paar weken is mevrouw Henk overstag gegaan.

“Tim, ik heb er eens goed over nagedacht. Als dat is wat jou gelukkig maakt, dan moet je het maar doen. Je mag officier worden aan de Koninklijke Militaire Academie. Het is een HBO opleiding. Die kan ook later nog van pas komen.

Blijer heeft ze hem niet kunnen maken. De toestemming van zijn moeder is voor deze militair in de dop toch wel heel belangrijk.

 

En nu maar hopen dat de wens van de nieuwe miss Universe uitkomt. Ik weet het niet zeker. Heb het zeker niet gezien, maar ook deze kip zal om wereldvrede gevraagd hebben…

 

 

www.bighenk.com

 


Sisyfus...

Posted at 16:16, 2/7/2007

Daar liep hij weer. Ik schat hem een meter vijf en zestig, een meter zeventig misschien. Een jaar of zes-, zevenenveertig.

Met een tempo waar menig militair jaloers op zou zijn stapte hij langs mij. Geen acht slaand op de mensen om hem heen. Ik had hem al heel vaak voorbij zien lopen. Weer of geen weer. Meestal rond dezelfde tijd. Wat mij zo verbaasde was dat ik hem ook al eens zag vlak bij de stad. Zijn startpunt lag ergens in het westland. Ook daar heb ik hem eens met dezelfde ferme stap voorbij zien komen 

’s morgens vroeg. Schijnbaar emotieloos, geen zweetdruppel op zijn voorhoofd.

 

Op een ochtend besloot ik een stukje met hem op te lopen. Ik geef toe, ik bezit een gezonde dosis impulsief gedrag. Dit gecombineerd met de nodige nieuwsgierigheid, geeft wel eens een onverwachte wending aan de dag. En aan ontmoetingen met mensen.

 

Ik moest even mijn best doen om zijn tred te volgen. Zijn ferme stap had ook een behoorlijke snelheid.

Met een minuut of drie zat ik in zijn tempo en liep naast hem.

“Goedemorgen” begon ik origineel het gesprek.

De man keek naar opzij en beantwoordde mijn groet, waarna hij weer naar voren keek.

 

We liepen zwijgend door.

 

Rode lichten werden genegeerd, maar met zo’n achteloos lijkende vanzelfsprekendheid, zonder links of rechts kijkend, dat er geen gevaar leek te zitten in het negeren van die lichten. Het tempo ging geen moment omlaag.

Ik volgde, voor de zekerheid wel links en rechts kijkend.

 

“Waar euh…. Waar gaat de reis heen?” vroeg ik hem.

“Ik loop naar het einde van de dag” antwoordde hij.

 

Het duurde even voordat het tot me doordrong wat hij zojuist tegen me zei.

 

“We lopen toch allemaal richting het einde van de dag?” gaf ik hem gevat repliek.

“Ja, maar niet iedereen weet dat.” Antwoordde hij.

 

Mijn nadenken duurde lang denk ik. Het leek ook hem op te vallen.

“Hoe loopt u naar het einde van de dag?” probeerde ik het nog eens. “Ik bedoel, waar loopt u nu fysiek heen?”

 

“Ik loop naar Wassenaar. Duinrell”.

 

Ik hield even mijn pas in. Tjeez, dat was nog wel een paar kilometer. Ik vrees dat mijn nieuwsgierigheid niet zo groot was.

“Wat gaat u daar doen? Het pretpark in, of lekker zwemmen in het golfslagbad?”

 

“Zitten” zei hij.

 “En dan?”

“En dan niets. Dan ga ik weer naar huis.”

“Maar, ik zie u regelmatig langs lopen. Waar gaat u dan heen?”

“Naar Wassenaar. Duinrell”.

 “Hoe vaak per week doet u dat dan?”

“Elke dag. Elke dag loop ik vanuit Monster, waar ik woon, naar Wassenaar. Ik ga daar even zitten en loop weer terug naar huis”.

 

Ik heb een tijd zwijgend naast hem gelopen.

 

“Waarom doet u dat?” vroeg ik hem uiteindelijk. “U moet mij niet kwalijk nemen, maar het klinkt nogal zinloos.”

 

“Is wat u de hele dag doet dan wel zinvol?” vroeg hij mij.

 

Voor ik kon antwoorden, ging hij verder.

“Het inzien van het absurde van het leven, is het lot van alle mensen. Wanneer je dat inziet kun je stoppen met het verkwisten van energie aan alledaagse zaken en teleurstellingen. Uit die absurdheid kun je kracht putten.”

 

Ik stopte met lopen. De man liep nog een paar passen door, stopte en draaide zich om.

 

“Maar beste man, op deze manier beperk je jezelf toch in je bestaan?” vroeg ik hem haast wanhopig..

 

“Ach mijnheer, de zinloze wandelingen, zoals u het noemt, zet ik om in een bron van kracht en blijdschap. Het overwinnen van mijn noodlot zorgt ervoor dat ik de baas ben in mijn eigen wereld. Kunt u dat ook van uzelf zeggen?”

 

Hij keek mij nog even weemoedig aan, alsof hij zeggen wilde “Ik neem het je niet kwalijk. Je weet niet beter”, draaide zich om en liep weg zonder nog iets te zeggen.

 

Later vertelde ik dit verhaal aan een kennis van mij.

“Ik ken hem.”zei hij. “Hij woont waar ik werk, op Parnassia in Monster. Open afdeling hoor. Hij is niet gevaarlijk. Maar inderdaad loopt hij elke dag hetzelfde stuk en is altijd op dezelfde tijd weer terug.”

 

Het geheel deed mij sterk denken aan de Griekse mythe van Sisyfus. Sisyfus werd gestrafd door de Goden omdat hij niet terugkeerde naar de onderwereld. Hij kreeg de taak om een immens zware steen de berg op te duwen. Steeds wanneer hij de top nadert, rolt de steen weer naar beneden. Een zinloze taak die zijn hele leven in beslag neemt.

 

Zou er voor deze Griekse mythe ook een plaatsje vrij zijn op Parnassia…?

 

 

 

www.bighenk.com

 


Drie zeven...

Posted at 00:14, 1/7/2007

 

Op een zonnige dag loopt Anton over straat. Vanuit de verte komt er een zeer opgewonden man al zwaaiend naar Anton toe rennen.

 

“Anton! Anton!” roept de man al van ver.

Hijgend stopt de man voor Anton en probeert op adem te komen.

 

“Anton, luister, ik moet je wat vertellen over je vriend!” begint de man. “Het is echt verschr...”.

Anton heft zijn hand op naar de man en maant hem tot stilte.

 

“Beste man” onderbreekt Anton hem. “Het verhaal dat je mij wilt vertellen. Heb je dat gecontroleerd door de drie zeven?”

 

De man kijkt Anton aan met een blik van onbegrip.

“’ euhh…. Wat euh…. Hoe bedoel….euh…drie zeven?” hijgt de man. “Ik geloof niet dat ik begrijp…”.

 

“Laten we dat dan even controleren” onderbreekt Anton hem.

 

“Het verhaal wat je wilt vertellen, hè, weet je zeker dat dat waar is?” vraagt Anton aan de nog nahijgende man. “Heb je het door de eerste zeef van de waarheid gehaald?”.

 

“Euh, nou… nee, ik hoorde het van een vriend van m…”.

 

Anton stak wederom zijn hand op en liet de man niet uitpraten.

 

“Wellicht moeten we de tweede zeef proberen. Is het iets goeds wat je wilt vertellen over mijn vriend?” Stelt Anton de tweede vraag.

 

De man denkt en zegt met stelligheid: “Nee, integendeel, het is verschr…”. En weer gaat de hand van Anton omhoog, met het doel de man het zwijgen op te leggen. Ook dit keer lukt dat.

 

“De derde zeef is de zeef van noodzakelijkheid. Is het noodzakelijk dat je mij het verhaal vertelt wat jou zo opwindt?”

 

De man denkt na en zegt: “nou… nee… niet noodzakelijk. Ik dacht alleen da….”.

 

Voor de vierde keer ging de hand van Anton omhoog. Hij glimlacht naar de man en zegt:

 

“Welnu, beste man, wanneer het verhaal wat je wilt vertellen niet de waarheid is, niet goed is en ook niet noodzakelijk. Vergeet het dan en belast mij er niet mee!”.

(Gebaseerd op De drie zeven, Socrates)

 

 

www.bighenk.com

 


Een jarige dame...

Posted at 09:01, 29/6/2007

 

Ze stond twee klanten voor me bij de kassa.van de Albert Heijn. ’s Morgens om even over half negen. Zeker driekwart eeuw oud. Met rustige tred schuifelde ze voor me in de rij.

 

Een doosje chocolaatjes, twee stukjes taart en een klein flesje Albert Heijn wijn werden er op de schuifband gezet. Een… ja, hoe heet zo’n ding eigenlijk die jouw boodschappen scheiden van die van de volgende? Zo’n ding werd keurig achter haar boodschapjes neergezet en met een oude-vrouwen-glimlach keek ze omhoog in het gezicht van de klant voor me.

“Normaliter doe ik geen boodschappen zo vroeg” leek ze zich te verontschuldigen. De man keek haar aan en knikte.

 

De caissière gaf de bon aan de klant voor deze mevrouw en zonder te kijken riedelde ze het zinnetje wat ze honderden keren per dag doet.

“Goedemorgen, heeft u bonus of airmiles?”

De oude dame legde de twee pasjes neer. “Normaliter kom ik hier niet, zo ’s morgens vroeg.” Begon ze tegen de kassa mevrouw. “…Maar ik krijg visite. Het is mijn verjaardag vandaag”.

 

De caissière heeft het niet eens gehoord denk ik. Ze haalde de artikelen door de scan en liet het flesje met een harde rol naar beneden glijden aan de andere kant van de kassa.

Verveelt werden de beide pasjes gepakt en met dezelfde verveling het bedrag genoemd.

“83 ben ik geworden”.

De vrouw betaalde het bedrag en probeerde het nog eens.

“Ja ja, 83 jaar. Mijn vriendin die zo op bezoek komt is jonger. 77. Ze is de enige die komt. Tsja, de rest is overleden”.

 

De kassa mevrouw gaf het wisselgeld terug, bon erbij en een ongemeende goedemorgen werd de oude dame toegeworpen.

“Drie jongens heb ik grootgebracht, maar ze zijn mij allemaal voorgegaan. Ook mijn man wacht op me aan de andere kant.”

De caissière was al aan de volgende boodschappen begonnen en leek geen idee te hebben dat deze mevrouw er nog stond. Laat staan dat ze tegen haar aan het praten was.

 

“ouder worden betekent afscheid nemen, mevrouw” zei de oude dame.

Ze had inmiddels haar boodschappen in een tasje gefrommeld en liep weg. Gekromd door het leven en afscheid nemen schuifelde ze richting uitgang.

 

“mevrouw”, riep ik haar na.

Ze keek om en keek vragend mijn kant uit.

“Een fijne verjaardag”.

Ze glimlachte, knikte, draaide zich om en schuifelde verder richting haar feestje.

 

 

 

www.bighenk.com

 

 


Een eigenaardigheidje...

Posted at 19:07, 27/6/2007

“Grappig” begint een vaag bekende moeder van school ‘s morgens op weg naar het schoolplein tegen mij te praten. “Is het echt waar wat je zegt?”

Nu werken mijn hersenen ’s morgens niet op z’n snelst. Ik ben zelf net wakker en moet altijd even bijkomen van de constatering dat na het scheren en douchen de vouwen in mijn gezicht nog steeds niet weg zijn. Daar is tijd voor nodig. God, wat haat ik die reclames van die net wakkere mannen die met een heel klein beetje crème eruit zien of ze zojuist bij Schumacher uit de kliniek zijn gestapt. Bij mij duurt het uren voor ik een beetje op temperatuur ben.

 

“Wat heb ik precies gezegd?” Doe ik een poging duidelijkheid te krijgen in de vraag van deze mevrouw.

 

“Nou, dat je vrouw met haar benen omhoog slaapt?”

 

Een onthutsende waarheid, vrees ik. Ik had alleen nooit verwacht een dergelijke vraag te moeten beantwoorden aan iemand, ’s morgens vroeg op het winderige schoolplein van de jongste.

 

“Ik vrees van wel. Sterker nog, de twee jongens slapen ook zo. Ik ben de enige normaal slapende in de familie.”

 

Ik versnel mijn pas. Zij ook…

 

“Jaaaa…. Je zult je wel afvragen hoe ik dat weet, hè?” gaat de vrouw verder.

 

“Och, ik weet niet… u heeft ook ooit eens met mevrouw Henk op een kamer geslapen?”

 

“Nee joh!” en dreunt hard lachend een blauwe plek op mijn arm. “ik lees altijd je verhalen even op je website. Ik heb het idee dat ik je al heel goed ken”.

 

Pijnlijk wrijf ik over mijn arm en tover een glimlach op m’n gezicht.

“Goh, ja, da’s waar. Ik heb dat eens genoemd, ja…”.

 

“Ik zei laatst nog tegen mijn man, da’s die lange kerel met die mooie vrouw”. Het lijkt wel of op een schoolplein elke identiteit verandert in “De vader van…” of “De man van…”

 

“Ik vind het wel aandoenlijk hoor, zo’n grote kerel die bij zo’n klein wijffie onder de plak zit. Wij hadden al het idee dat zij de broek aan heeft en de stabiele factor is thuis, maar het is altijd leuk wanneer dat bevestigd wordt” en ze herhaalt de linkse op mijn arm. Geen idee in welke klas haar kind zit, maar deze kant van het schoolplein wordt gemeden de volgende keer…

 

Even een opmerking voor de moeders op school: Ik heb het niet over jou hoor… J Jou vind ik wel aardig….

 

Teruglopend, na de jongste veilig in zijn klas te hebben gebracht, moest ik er weer aan denken. Het hele concept weblog op de site is natuurlijk ontstaan door familie Down Under. Door de toename in communicatiemogelijkheden, is de band met dit deel van de familie sterk aangetrokken. Wat voorheen beperkt werd tot een doos met Hollandse lekkernij die drie weken onderweg was en een verjaardagskaartje die er ongeveer net zo lang over deed, is er nu wekelijks contact middels e-mail of msn, al dan niet met beeld… En dat is leuk. Grappige verhalen worden over en weer gedeeld en diverse neven en nichten passeren de revue op wekelijkse basis. Foto’s van Den Haag, waar ook zij gewoond hebben back in de sixties, worden regelmatig bekeken en de verhalen worden gelezen zodra wij ons in diepe rust bevinden. Dat laatste door het tijdsverschil.

 

Maar natuurlijk lezen er ook andere mensen mee. En ineens krijgt zo’n weblog iets exhibitionistisch. Een soort Big Brother, maar dan zonder beeld…

 

Voor de zekerheid heb ik de verhaaltjes even terug gelezen. Er staan geen schokkende openbaringen in. Gelukkig maar. Ja, dat van die benen van mevrouw Henk… maar dat valt wel mee… ik heb nog niet eens alle vreemde gewoonten van mevrouw Henk genoemd… niet dat ze er veel heeft hoor… wel een paar… nou, deze bijvoorbeeld:

 

Mevrouw Henk heeft iets met oude mannetjes uit Indonesië. Komt natuurlijk door haar achtergrond. Haar vader is een echte Indo, geboren op Java.

  

In het begin vond ik het heel idioot en de eerste keer heb ik echt heel stom naar haar zitten kijken. Er moesten wat boodschapjes gehaald worden bij een supermarkt waar wat moeilijk geparkeerd kon worden. Mevrouw Henk eruit en ik blijf in de auto wachten op een nieuwe bekeuring. Wegens gebrek aan geduld van mijn kant en gebrek aan begrip van de kant van de sterke arm, toon ik mevrouw Henk met regelmaat een geel papiertje van een euro of 50 wegens fout parkeren en een te grote mond, wanneer ze terugkomt van de boodschappen.

 

Mevrouw Henk komt gehaast aanlopen en vraagt mij het raampje te laten zakken.

“We moeten die mijnheer even thuis brengen.” En ze wijst naar een heel klein Indo-mannetje met twee tassen vol met boodschappen.  “Zo zielig. Hij loopt maar te sjouwen met die volle tassen…”

“Waar woont hij dan, schat?”

“Weet ik veel. Dat kan toch niet ver zijn. Hij is komen lopen. Hij stond achter me bij de kassa. Zo lief, hij ruikt naar Kretek”. Even voor de niet-kenner, een naar kruidnagel ruikende sigaret.

“Maar schat, misschien wil die mijnheer helemaal niet naar huis!”

 

Dat laatste hoorde ze niet want met een haastige pas loopt ze terug naar het kleine Indo-kereltje.

Tot op de dag van vandaag ontkent ze het, maar ik had toch ernstig het idee dat die kerel niet helemaal begreep waarom die opdringerige vrouw zijn tassen afpakte. Het feit dat hij achter haar aanliep kwam natuurlijk omdat mevrouw Henk bezit had genomen van zijn boodschappen. Hij moest wel volgen…

 

Heel lief mocht hij voorin zitten. Hij keek wel een beetje angstig. Kan niet door mijn rijstijl komen. We bewogen nog niet. Die angstige blik in zijn ogen veranderde in opperste verbazing toen we hem compleet met twee boodschappen tassen voor de deur van zijn woning achter lieten. In mijn binnenspiegel bleef hij onbeweeglijk staan… Net als Lambik dat kan in Suske & Wiske.

 

En dit was slechts de eerste van een hele reeks vooroorlogse naar Kretek ruikende Indo-mannen die we thuis hebben afgezet. Allen ingeladen met angst in hun ogen en bij hun voordeur achterlatend met verbazing op het gezicht. En een auto die nog uren naar Kretek ruikt…

 

Ze heeft wel gelijk, die rare moeder van school... Mevrouw Henk is de enige stabiele factor in huis en ik ben het oudste kind thuis…

 

 

 

www.bighenk.com

 

 

 

 

 


Toppers of Topper?

Posted at 12:07, 20/6/2007

Gisteren waren ze op tv. M’n drie vrienden van de toppers. Geer, Goor en Gadver. Of het hierdoor kwam weet ik niet, maar ik werd wel door vrienden geattendeerd op het feit dat ik helemaal nooit meer ben teruggekomen op 8 juni. De datum dat mevrouw Henk met een andere man is uitgeweest.

 

Eerst de Toppers.

 

Ik heb deel 1 ook even gezien op tv. Ik ben nieuwsgierig genoeg om te willen weten waarom deze drie heren in staat zijn om 360.000 mensen naar de Arena te lokken, zonder dat er een voetbal aan te pas komt. En deel 1 heeft mij het antwoord niet gegeven. Raar eigenlijk, want volgens de verhalen kijk je wel naar de top van het Nederlands amusement! Althans, 360.000 enthousiaste kuddedieren die driekwart van de tijd doorbrengen met het meezingen van hits van anderen, maar door het gemis van kennis over de tekst, naar een scherm moeten staren, om toch een beetje intelligent over te komen, doen voorkomen alsof het niet beter kan in Nederland.

  

Maar de tijd die je dan niet naar een scherm staart en dus wel kijkt naar de drie heren, kan toch niemand als prettig ervaren? Drie enorme ego’s die opkomen in gifgroene pakken, wie verzint zoiets! Rene Froger in ieder geval niet. Hij kon het niet eens verbergen. Hij voelde zich zeer ongelukkig in z’n clowns pak. Hij heeft een paar kilo’s gewonnen sinds de tijd dat hij nog trainde voor een marathon en ze zaten hem duidelijk in de weg. Ik zeg niets over zijn zweten na 2 minuten. Ikzelf ben ook iemand die nogal snel zweet. Niet alleen met sporten, maar ook de meer huiselijke taken die enige inspanning vergen, worden door mij zwetend uitgevoerd. Het schijnt wel zo te zijn dat dit niets te maken heeft met je conditie. Ik kan van mijzelf zeggen dat ik een goede conditie heb. Misschien wel beter dan toen ik 20 was. En misschien geldt dit voor Reneetje ook wel. Maar het gifgroen van zijn pak veranderde te snel in donkergroen. Hij zweette door zijn pak heen.

 

Ik weiger ook te geloven dat Rene vindt dat zijn carrière nou echt vooruit gegaan is. In zijn gloriedagen stond hij op eenzame hoogte. Ahoy met gemak in z’n eentje uitverkocht en muziek waar ook ik heel graag naar luisterde. Op tv werd hij groots aangekondigd als The one and only: RENE FROGER! Tegenwoordig wordt hij aangekondigd als: hier is hij dan, 1 van de drie toppers, Rene Froger…

Het werd overigens heel pijnlijk duidelijk toen hij samen met Engelbert Humperdinck een lied zong. Je zag Engelbert kijken: “Hoe lang hou je dit vol, voordat je neerstort voor m’n voeten?”

Reneetje maakte al eerder een carrière misser met de imitatie van Frans Bauer met een real-life soap. Het lukte hem niet om zichzelf te zijn. En de show die hij opvoerde kreeg te weinig steun van Nederland. Dat rare mens wat in zijn huis woont kreeg hij ook niet op de “Doe normaal”mode. Maar helaas voor hem werd het te laat van tv gehaald. De schade was al een feit. En wanneer ik hem nu plukkend aan zijn te strakke gifgroene jasje zie balanceren tussen huilen en lachen, voel ik alleen maar medelijden. Medelijden, omdat er niemand genoeg van hem houdt om hem uit zijn lijden te verlossen.

  

Nee, dan Geer en Goor! Nou, dat zijn me er twee zeg! Goor weet de zaal wel te entertainen hoor. Zijn overtollige vet heeft hij aan Rene gegeven en is zelf zo trots op dat feit, dat hij de hele show met zijn jasje open wil laten zien wat hij niet meer heeft! Doet hij dat niet dan slingert hij z’n microfoon onder zijn buik alsof het z’n geslacht is. Lachen joh! Ook hij was vroeger leuker. Niet zo opvallend nichterig. Mind you, ik heb helemaal niets tegen het homo zijn. Maar dat valse nichterige wat hij staat te doen… het is gewoon pathetisch…

  

En dan Geer. Tsja, wat moet je daar nou van zeggen? Je vindt hem aardig of niet, maar hij is wel de enige die niet echt veranderd is. Hij is altijd zo vervelend geweest. En ik denk dat ik het daar maar bij moet laten…

Ik weet het wel hoor. Er zijn in ieder geval 360.000 mensen het niet met mij eens. Plus nog een handvol die geen kaartje hebben kunnen krijgen…

  

Voor mevrouw Henk was het een tv-avond van herkenningen. 8 juni werd weer opnieuw beleefd.

  

8 juni…

  

Om vijf uur is ze thuis weggegaan. Het gehele uur daarvoor zat ze opgesloten in de bad- en slaapkamer. Ik had al een kledingadvies gegeven. Ik had gekozen voor de veilige look. Ik weet niet in hoeverre u ervaring heeft met een vrouw die uitgaat met een andere man, maar ik dacht iets in de lijn van lange broek en wijde slobberige trui, of iets dergelijks. Gewoon, lekker onopvallend… voor zover mogelijk bij mevrouw Henk…

 

Nu ken ik mevrouw Henk al een paar jaar. Je zou denken dat ze mij niet meer kan verrassen. Noch met haar innerlijk, noch met haar looks.

Maar op het moment dat ze naar beneden kwam ging er letterlijk een schok door mij heen!!! Ze had een nieuw jurkje aan. Zwart, bloot en heel lekker…. En ik heb even overwogen om haar niet te laten gaan. Er zouden mannenharten gebroken worden vanavond. Dat was zeker! Zo lang het maar niet de mijne zou zijn…

  

Ik heb Marcel niet gehoord over het uiterlijk van mevrouw Henk. Hij zal het mooi gevonden hebben. Dat kan niet anders. Misschien vindt hij het ongepast om te roepen dat mevrouw Henk mooi is. Misschien denkt hij dat ik dat zelf ook wel weet. En dat is ook zo. Ik weet hoe mooi mevrouw Henk is… En dan bedoel ik niet alleen in uiterlijk…

  

Ik had hem ter waarschuwing een smsje gestuurd.

  

SMS Henk aan Marcel: "Zet een zonnebril op. Ze is oogverblindende gekleed! Veel plezier en wees zuinig op mijn meissie”.

 

Dat laatste, voor de niet Hazes fans, is een nummer van Hazes…

 

SMS Marcel aan Henk: “Dat had je eerder moeten zeggen!”

 

Hij heeft een paar dagen later per sms laten weten dat het gezellig was en heeft gedreigd mij mee te nemen volgend jaar. Ik vraag me dus al dagen koortsachtig af wat ik fout gedaan heb om zo’n straf te verdienen. Ik heb hem zelfs mijn beeldschone vrouw geleend!

  

Om kwart voor vier was ze thuis. Ik had inmiddels vierkante ogen van de tv, kon geen film meer zien en was al twee keer een blokje om gegaan. De jongens waren naar bed, al een paar uur hoor, en ik zat met gezonde spanning op de thuiskomst van mevrouw Henk te wachten.

Ik had aan de telefoon al laten weten dat het niet de bedoeling was dat ze gelijk naar boven ging om zich om te kleden. Ook ik wilde genieten van hoe ze er uitzag.

Dat genieten is gelukt en om 6 uur zijn we gaan slapen…

  

Ik heb 8 juni dus overleefd. Daar zeg ik alles mee. Het zal geen hobby worden om mijn vrouw met een andere man mee te sturen. Zeker niet gekleed zoals ze was…

 

Maar 1 ding staat vast: Er was op 8 juni maar 1 Topper aanwezig in de Arena. En dat was mevrouw Henk!

 

 

 

www.bighenk.com

 



{ Last Page } { Next Page }
Hosting door HQ ICT Systeembeheer