Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Hondeninfo

Description

Honden info


My Links

» Home
» My Profile
» Weblog Archives
» Friends
» My Photo Album

Honden Rassen A

  • Affenpinscher:

     

    Beschrijving:


    De moderne rashondenfokkerij bestaat nog niet veel langer dan een eeuw, maar reeds heel vroeg in de geschiedenis is de mens begonnen met een selectie die leidde tot het ontstaan van verschillende rassen. De mens ontdekte dat ze honden konden fokken die een bepaalde aanleg hadden. Sommige honden waren speciaal geschikt voor de jacht, andere voor bewaking en weer andere voor veedrijven. Zo had men ook in West- en Midden Europa een groep honden die speciaal geschikt was voor het verdelgen van ratten en muizen en tevens als waakhond zijn mannetje stond. Deze honden kwam men vooral tegen op boerderijen. Ze werden PINSCHERS genoemd. Er waren kleine en grote, kortharige en ruwharige Pinschers. Uit de ruwharigen ontstonden de Affenpinschers en de Schnauzers, uit de kortharigen de Dwergpinschers en de Duitse Pinschers.

    Gebruik:


    Gezinshond, waakhond

    Activiteit:


    De Affenpinscher heeft genoeg aan gemiddelde beweging en spelen in de tuin. Het dier past zich gemakkelijk aan. Echter: lange wandelingen kan het ras ook goed aan.

    Verschijning:


    • Algemeen: De affenpinscher is ruwharig, klein gedrongen, met een aapachtige gezichtsuitdrukking. Zijn geringe grootte maken hem tot een aangename huishond tot in de kleinste woning. Zijn karaktereigenschappen laten hem echter ook de opgave van bewaker vervullen. De hals is kort, met een strakke huid, zonder plooien (droge hals). De borst is een weinig aan de zijde afgevlakt en reikt bij een goede welving tot de ellebooghoogte. De voorborst wordt gevormd door de vooruitstekende schoudergewrichten. De onderborstlijn loopt naar achter gezien iets op en gaat over in de matig opgetrokken buiklijn. De afstand tussen de laatste ribbenboog en de heup is kort, waarmee de hond korter lijkt. De totale lengte van de romp komt ongeveer overeen met de hoogte gemeten op de schoft. De rug is kort en licht aflopend. De bovenlijn van de rug is niet kaarsrecht, maar vertoont een opwaartse welving, die door de krachtige eerste wervel van de rug en de licht afgeronde kroep tot de staartaanzet gevormd wordt. De schuin geplaatste schouderbladen en opperarmen zijn goed gehoekt en vlak, maar niet sterk gespierd, het onderarmbeen is van alle kanten gezien recht en steunend geplaatst, met aanliggende ellebogen. De dijen zijn krachtig bespierd; de sprongen duidelijk gehoekt.
    • Kleur: De kleur is zwart; naar deze kleur moet bij het fokken worden gestreefd. Toegelaten zijn ook de bruine of grauwe aftekeningen of verkleuringen.
    • Hoofd en schedel: Het hoofd is eerder kogelvormig dan gestrekt, niet te zwaar, hoog gewelfd met een uitgesproken voorhoofd. De mond is kort, maar niet Griffonachtig naar boven gebogen. Neus en lippen zijn zwart. Gebit: Helder wit, onder voorbijtend, daarbij goed sluitend zonder zichtbare tanden bij een gesloten mond. Oren: Hoog aangezet, V-vormig, voorzijde strak afhangend langs het hoofd, of een klein gelijkvormig rechtstaand oor. Ogen: De donkere ogen zijn rond en vol, echter niet uitpuilend, omgeven door een krans van harde haren.
    • Staart: De tot ongeveer 3 wervels gecoupeerde staart is hoog aangezet en wordt opwaarts gedragen.
    • Voeten: De voeten zijn kort, rond met aaneengesloten, gewelfde tenen (kattevoet) met donkere nagels en taaie harde zolen.
    • Beharing: Het haar op het lichaam moet hard en dicht zijn. Op het hoofd vormt het een sieraad door de borstelige en stekelige wenkbrauwen en een kransvormige omranding van de ogen, een vorstelijke baard, schedel en wangbeharing. Ook de schedelbeharing moet mogelijk hard, stekelig en rondom uitstaand zijn. Het draagt wezenlijk bij tot de aapachtige uitdrukking, waarop de naam wijst.
    • Schofthoogte: ligt tussen de 25 en 30 cm.

    Aard:


    • Onverschrokken
    • Hardnekkig
    • Hartstochtelijk
    • Opmerkzaam
    • Aanhankelijk
    • Ernstig

     

  • Afghaanse Windhond:

     

    Beschrijving:


    De Afghaanse Windhond is een zeer oud ras, waarschijnlijk ontstaan uit ingevoerde windhonden en inheemse Berghonden. Volgens een legende zou de Afghaanse Windhond één van de schepsels aan boord van de Ark van Noach zijn geweest. In zijn land van oorsprong is de Afghaan nog steeds een gewaardeerde werkhond, zowel voor de jacht (in bijzonder op de gazelle) als om te waken en te hoeden. De Afghaanse Windhond werd gebruikt om in koppels te jagen op bergherten, soms in combinatie met jachtvalken.

    Denk eraan dat de vacht van de Afghaanse Windhond zeer veel verzorging nodig heeft! Men dient de vacht dagelijks te verzorgen, omdat er anders klitten ontstaan die moeilijk te verwijderen zijn. Mensen die geen tijd hebben voor de vacht verzorging en de dagelijkse wandelingen moeten zeker niet dit ras aanschaffen!

    Gebruik:


    Werkhond

    Activiteit:


    De Afghaanse Windhond heeft extreem veel beweging nodig. Zij hebben een tomeloze energie die zij kwijt moeten raken.

    Verschijning:


    • Algemeen: De Afghaanse Windhond ziet er krachtig en waardig uit. Karakteristiek is de oosterse uitdrukking. Als het moet kijkt de Afghaanse Windhond dwars door iemand heen. Trots gedragen hoofd. Het lichaam is middelmatig lang, met diepe borst. Goede ribwelfing en rechte en sterke rug. Lange benen met sterk bot. Lange en sterke hals.
    • Kleur: Alle kleuren zijn in principe toegestaan.
    • Hoofd en schedel: Schedel is lang en niet te smal. Achterhoofdsknobbel is duidelijk geprononceerd. Lange voorsnuit met krachtige kaken. Lichte stop. De schedel moet in harmonie zijn. Op het hoofd zit een flinke kuif. Zwarte neus, maar leverkleur is toegestaan bij licht gekleurde honden. Donkere ogen. Hangende oren. Schaargebit.
    • Staart: Lang en aan het einde zover opgebogen dat de punt de staart weer raakt zodat een ring ontstaat. In actie hoog gedragen. Matig bevederd.
    • Voeten: Zeer groot en sterk, achtervoeten zijn iets smaller dan de voorvoeten. De voeten zijn zowel voor als achter bedekt met lang en dik haar.
    • Beharing: Lang en fijn, kort op de snuit. Op de rug is kort haar eveneens toegestaan.
    • Schofthoogte: Reu 67.5 - 73 cm, Teef: 62.5 - 65 cm.

    Aard:


    • Terughoudend
    • Waardig
    • Intelligent
    • Onafhankelijk
    • Trouw
    • Lief voor kinderen
    • Kan opvliegend zijn

     

  • Airedale Terrier:

     

    Beschrijving:


    De Airedale Terrier komt uit de vallei van de rivier Aire in Yorkshire. Oorspronkelijk werd dit ras Waterside Terrier genoemd, en pas in 1884 Airedale Terrier. De Airedale Terrier werd gefokt voor de otterjacht. Voor de fok werd de Old English Terrier met de Otterhound gekruist. Ook de Welsh Harrier werd ingekruist om de beste werkeigenschappen naar boven te halen. Het ras is eigenlijk een buitenbeentje binnen de Terrierrassen, omdat het te groot is om onder de grond te werken, zoals de meeste terrierrassen deden ("terra" betekent aarde). Later werd het ras gebruikt voor de jacht op groot wild. Momenteel wordt het ras gebruikt als politiehond en gezinshond.

    Gebruik:


    Waakhond, gezinshond.

    Activiteit:


    De Airedale Terrier past zich gemakkelijk aan. Hij gedijt echter het beste bij veel beweging.

    Verschijning:


    • Algemeen: De Airedale Terrier oogt energiek en fel. Uit zijn ogen straalt alertheid. Het lichaam is kort en gespierd. De borst is diep maar niet te breed. Ribben zijn goed gerond. De rug is kort en sterk. Lange benen met zwaar bot. Middelmatig lange hals, droog en goed gespierd.
    • Kleur: Het hoofd, de voorhand en achterhand zijn tankleurig. Het lichaam is zwart of donkergrijs. De oren zijn donkerder gekleurd dan de rest van het hoofd.
    • Hoofd en schedel: De schedel is lang en vlak. Tussen de oren niet te breed en naar de neus iets toelopend. Nauwelijks zichtbare stop en vlakke wangen. De voorsnuit is krachtig, zonder dat de wangen bol zijn. De ogen zijn donker en hebben een felle uitdrukking. Knoporen, klein en v-vormig. Schaargebit.
    • Staart: De staart wordt hoog aangezet en vrolijk gedragen. De staart is erg sterk.
    • Voeten: Klein, rond en compact.
    • Beharing: Hard, draadachtig en dicht. Ondervacht is korter en zachter.
    • Schofthoogte: Reu: ongeveer 58 - 60 cm, Teef: 56 - 58 cm.

    Aard:


    • Actief
    • Aanhankelijk
    • Waaks
    • Vriendelijk
    • Gemakkelijk af te richten
    • Vrolijk
    • Lief voor kinderen

     

    Akita:

     

    Beschrijving:


    De Akita behoort tot de zeer oude Japanse rassen. Afbeeldingen van dergelijke honden komen al voor op reliefafbeeldingen van 2000 v.C. Het ras werd gefokt als jager op wilde zwijnen, herten en zelfs op de zwarte beer. De oorspronkelijke Japanse Honden waren klein en er bestonden geen grote rassen. De Shiba is de kleinste van de Japanse rassen, terwijl de Akita de grootste van de groep is. Inu betekent "hond". Waarschijnlijk werd de hond die rond 1630-1870 oorspronkelijk gefokt werd door de Satake Clan in het Akita gebied gekruist met een Mastiff die eigendom was van een ingenieur in de mijnbouw en een Tosa. Hierdoor verloren de toenmalige Akita's hun opstaande oren die tot dan toe karakteristiek waren voor het ras. Na 1908 werd de Akita geliefd bij professoren en de meer geschoolde mensen. Er gaat een verhaal over "Hachiko", de hond van een professor aan de universiteit van Tokyo, die de trouw en zelfstandigheid van dit ras illustreert. Het verhaal vertelt dat de hond trouw bleef wachten op zijn baas, die hij normaal van het station ophaalde. Toen de professor op een dag niet meer op het station aankwam omdat hij was overleden, bleef de hond tot aan zijn eigen dood naar het station komen om zijn baas op te wachten.

    In 1919 werd een wet aangenomen die bedoeld was om nationaal erfgoed te beschermen. Doordat liefhebbers van het ras het ras wilden verbeteren, werden in 1931 negen uitermate goede honden uitgeroepen als nationaal erfgoed. Nadien werd het ras enorm populair. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werden pogingen ondernomen om de kenmerken van de Mastiff en andere rassen weg te fokken en werd getracht een zuivere Akita terug te fokken. Begin jaren zestig verschijnen de eerste Akita's in Europa.

    Nu wordt de Akita gewaardeerd als waakhond. De Akita imponeert door zijn beweeglijkheid, en krachtig voorkomen. Zijn karakter is gelijkmatig.

    Gebruik:


    Waakhond

    Activiteit:


    De Akita is een hond die beweging nodig heeft. Sommige Akita's zijn uitstekende zwemmers.

    Verschijning:


    • Algemeen: De Akita is een grote hond, stevig gebouwd, goed in proportie en met veel massa. De sexe gebonden kenmerken zijn duidelijk aanwezig. De schofthoogte verhoudt zich als 10 tot 11 ten opzichte van de lengte van het lichaam. Overigens is het lichaam van de teven iets langer dan dat van de reuen. De borst is diep, de voorborst goed ontwikkeld. Ribben matig gewelfd. De buik is goed opgetrokken. Kruis is breed en bespierd. De rug is sterk en recht. De schouders zijn matig gehoekt en ontwikkeld. De schouders zijn goed aangesloten. De voorbenen zijn recht en van zwaar bone. De achterbenen zijn goed ontwikkeld, sterk en matig gehoekt. De nek is dik en gespierd, zonder keelhuid en goed in balans met het hoofd.
    • Kleur: Roodachtig bruin (rood fawn), sesam (roodachtig bruin haar met zwarte punten), gestroomd en wit. Alle kleuren, behalve wit moet gepaard gaan met "urajiro" (witachtige vacht op de zijkanten van de snuit, op de wangen, de onderzijde van de kaken, van de borst, van het lichaam en van de staart en aan de binnenkant van de benen).
    • Hoofd en schedel: Het hoofd is goed in proportie met het lichaam. Het voorhoofd is breed met duidelijke groef. Geen rimpels. Aangegeven stop. De snuit is middelmatig lang, en sterk met een brede basis, iets toelopend maar niet spits. Neusrug is recht. De neus is groot en zwart. Bij een witte vacht is een vleeskleurige neus toegestaan. De wangen zijn middelmatig ontwikkeld. De tanden zijn sterk. Schaargebit. De ogen zijn relatief klein, bijna driehoekig van vorm doordat de buitenste ooghoek iets omhoog loopt. De ogen zijn middelmatig ver uitelkaar geplaatst en donker bruin van kleur (hoe donkerder hoe beter). De oren zijn relatief klein, dik, driehoekig en iets afgerond aan de tippen. De oren staan middelmatig ver uit elkaar, staan rechtop en wijzen naar voren.
    • Staart: Hoog aangezet, dik, stevig gekruld over de rug gedragen. Wanneer de staart zou hangen reikt de punt tot aan het sprongggewricht
    • Voeten: Stevig, rond, gewelfd en goed aaneengesloten (kattevoeten).
    • Beharing: Bovenvacht is hard en recht, de ondervacht is zacht, wollig en dicht. D schoft en het lichaam is bedekt met iets langer haar. Het haar op de staart is langer dan op de rest van het lichaam.
    • Schofthoogte: Reu: 64 - 70 cm, Teef: 58 - 64 cm.

    Aard:


    • Betrouwbaar
    • Actief
    • Goede waakhond
    • Gelijkmatig temperament
    • Schrander
    • Trouw
    • Waardig
    • Onverstoorbaar
    • Zelfstandig
    • Intelligent

       

  • Alaskan Malamute:

     

    Beschrijving:


    Deze sledehond is genoemd naar een Eskimostam in Alaska, de Mahlemuts. Het ras is nauw verwant met andere Keeshonden zoals de Samojeed. Het is een bijzonder sterke sledehond en wordt al generaties lang gebruikt. De Alaskan Malamute is niet geschikt om af te richten, omdat het een zeer eigenzinnig ras is.

    Gebruik:


    Gebruikshond, sledehond

    Activiteit:


    Gezien zijn verleden heeft de Malamute veel beweging nodig omdat hij zich anders snel verveelt.

    Verschijning:


    • Algemeen: Omdat het dier gebouwd is voor vervoer van zware vrachten is het een stevig gebouwde hond. Het heeft een zwaar skelet, niet al te gedrongen en nooit hoog op de poten. Het lichaam is kort met diep borst. Goed gewelfde ribben. Rechte rug en licht opgetrokken buik. Matig lange benen, sterk met goed bone. Sterke, middelmatig lange hals.
    • Kleur: Wolfsgrauw of zwart en wit. De aftekeningen op het hoofd moeten een soort kapje of masker vormen.
    • Hoofd en schedel: De schedel is breed tussen de oren en versmalt naar de snuit toe. De snuit wordt naar de neuspunt toe iets smaller. Het hoofd is breed en krachtig en in verhouding met de rest van het lichaam. Middelmatig grote oren, driehoekig en staand. Amandelvormige, donkere ogen. Schaargebit.
    • Staart: Lang, niet te stijf gekruld en hoog gedragen. De staart volgt bij de wortel de lijn van de ruggengraat.
    • Voeten: Groot en sterk.
    • Beharing: Niet lang, maar dicht, dik en grof. De ondervacht is dicht, wollig en olieachtig.
    • Schofthoogte: Reu: 55 - 63 cm, Teef: 50 - 58 cm.

    Aard:


    • Aanhankelijk
    • Vriendelijk
    • Intelligent
    • Gehoorzaam
    • Lief voor kinderen
    • Prima sledehond
    • Sociaal dier
    • Eigenzinnig

     

  • American Akita:

     

  • American Staffordshire terrier:

     

  • Amerikaans Canadese Herder:

     

  • Amerikaanse Bulldog :

     

  • Amerikaanse Cocker Spaniel:

     

  • Anatolische Herdershond:

     

  • Appenzeller:

     

  • Appenzeller Sennenhond:

     

  • Argentijnse Dog:

     

  • Australian Cattle Dog:

     

  • Australian Shepherd:

     

  • Australische Kelpie:

     

  • Australische Silky Terrier:

     

  • Australische Terrier:

     

  • Azawakh:

  • Posted: 22:04, 30/3/2006 in Honden rassen A
    Comments (0) | Add Comment | Link

    Welkom


    Posted: 22:01, 30/3/2006 in Welkom
    Comments (0) | Add Comment | Link

    Hosting door HQ ICT Systeembeheer