Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Zoektocht van een slechthorend meisje

Description

Columns over mijn identiteitsproces, gebarentaal, dovencultuur, CI. Ik ben slechthorend geboren, opgegroeid in de horende wereld en op mijn 17e begonnen met de opleiding Docent Gebarentaal. Nu ben ik actief binnen de dovengemeenschap en voel me SLOOF. Ik ben trots op mijn oren en heb een sterke identiteit. Maar daar is heel wat aan vooraf gegaan, dat ik heb opgeschreven in mijn columns.


«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

My Links

* Home
* My Profile
* Weblog Archives
* Friends

Interessante artikelen!

In België hebben ze een documantaire gemaakt om ouders en instellingen te informeren over gebarentaal en dovengemeenschap. Kijk deze mooi documantaire op: http://www.mijnbabyisdoof.be/documentaire

 

Op deze blog kun je lezen waarom een ouder het wel belangrijk vindt dat haar kind gebaren leert ook al heeft ze een CI. http://oorverdoofend.wordpress.com/2013/04/26/welkom-in-babylonie/

 

En op deze blog kun je ook een positief ervaringsverhaal lezen van een ouder die gebaren wilt leren voor haar sh kind. http://www.100procentslechthorend.nl/natuurlijk-gebaren-we/_418___31_NL_94

 

In Engeland hebben ze een mooie filmpje gemaakt over een dove vrouw die op latere leeftijd in aanraking komt met gebarentaal. Een prachtige film! http://www.bslzone.co.uk/bsl-zone/my-song

 

Weer een prachtige artikel over waarom gebarentaal zo belangrijk is voor dove en sh kinderen! http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/11/15/gebarentaal-mag-niet-terug-in-het-verdomhoekje/

 

Nog een artikel over waarom erkennign van gebarentaal belangrijk is: http://www.kennislink.nl/publicaties/erkenning-van-gebarentaal

 

In België had een arts in zijn afscheidsinterview met de krant Standaard gezegd dat ouders hun dove kinderen mishandelen als ze hun kind geen CI geven.
Daarop kwamen verschillende reacties van doven uit België.
Zie: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130407_00532242
Zie: http://bristol.verbeeld.be/2013/04/03/brief-aan-dokter-van-kerschaver/
Zie: http://christel.skynetblogs.be/archive/2013/04/04/de-kunst-van-het-leven.html

 

En een tegenartikel over het onderzoek van Wiefferink: 'Onderzoek Wiefferink geeft geen goed beeld over behoeften CI-kind'

Afgelopen september promoveerde Karin Wiefferink, onderzoekster bij de NSDSK, op haar onderzoek “Cochlear Implants in children: development in interaction with social context”. De JongerenCommissie stelt dat het onderzoek geen goed beeld geeft van de ontwikkeling en benodigdheden van een CI-kind.

 

Het Nederlands Gebarencentrum en de FODOK hebben beide een reactie gegeven op dit onderzoek. Wij sluiten ons aan bij de argumenten die zij hebben genoemd in de reacties. Ook sluiten wij aan bij hun mening dat de media-berichtgeving verontrustend is. Graag willen wij hier vooral reageren vanuit de visie van de dove jongeren.

 

Wiefferink heeft in haar onderzoek het over jonge kinderen tussen 1,5 en 5 jaar oud.  Er wordt gezegd dat het onderzoek gaat om een nieuwe groep, dat niet te vergelijken is met de huidige groep CI-kinderen of -jongeren. Doordat er eerder geimplanteerd wordt bij deze jonge kinderen, zou de effect van CI groter zijn waardoor er minder achterstand is in sociaal-emotioneel opzicht. Echter, ook al wordt een kind heel vroeg of iets later geïmplanteerd: de sociaal-emotionele-omgeving blijft van cruciaal belang. Ieder kind komt uiteindelijk in de puberteit en zal zich gaan bezighouden met de eigen zelfbeeld en identiteit. Het gevoel van het anders zijn komt hierbij altijd naar voren, ook al heeft een CI-kind een perfecte taalontwikkeling en is de implantatie zeer succesvol gebleken. Dit stuk kindontwikkeling is niet uit te wissen. Als dat stuk sociaal-emotioneel groeien, genegeerd wordt door ouders en professionals, kan dat behoorlijk negatieve reacties oproepen bij kinderen en jongeren. Zij voelen zich niet geaccepteerd, gesteund en/of begrepen.

 

In het onderzoek worden er adviezen gegeven (hoofdstuk 6) op het gebied van ouders en opvoeding.  Wiefferink noemt dat de ouders thuis meer (expliciet) kunnen communiceren over emoties en situaties waarin emoties naar voren komen. Wij vinden het van groot belang dat dit zo visueel mogelijk gebeurt. Een kind moet gemakkelijk informatie tot zich kunnen nemen om begrip te krijgen over emoties. Hierbij hoort ook het gebruiken van gebarentaal en mimiek. Zonder gebarentaal of mimiek zal een CI-kind harder moeten werken om dezelfde informatie te kunnen verwerken, waardoor de sociaal-emotionele ontwikkeling juist trager gaat verlopen, hetgeen wij zorgelijk vinden.

 

Ook deze generatie van jonge CI-kinderen wordt ouder. Zoals bekend gaat communicatie een steeds belangrijker rol spelen bij het ouder worden. Er wordt minder gespeeld en meer gepraat. De gesprekken kunnen heel snel, fluisterend of op een afstand plaatsvinden. Een CI-kind loopt dan toch tegen communicatieve barrieres aan. Wij denken dat de jonge generatie van nu daar ook tegenaan zal lopen omdat dat stuk altijd zal terugkomen. Het  is eigen aan het groepsproces, ontwikkelen van relaties en vriendschappen bij kinderen. Bij allochtone dove kinderen, waarover Wiefferink in hoofdstuk 2 en 6 schrijft, is dit sterk merkbaar. Als zij geen contact hebben met andere doven of gebarentaligen, groeien zij vaak op in een sterk familiale omgeving. De ervaring is dat zij dan vaak geïsoleerd raken hetgeen wij zorgelijk vinden. Juist ouders van allochtone afkomst moeten gestimuleerd worden om te accepteren dat zij een doof kind hebben.

 

In hoofdstuk 6 wordt het taaladvies beschreven, namelijk dat de kinderen in het eerste jaar gesproken taalinput moeten krijgen ondersteund met gebaren. In het tweede jaar zouden ouders samen met professionals moeten evalueren om te kijken wat de uitwerkingen zijn. Het oppakken van de gesproken taal zou vervolgens vergroot moeten worden. Het ondersteunen van communicatie door middel van gebaren hoeft dan niet meer. Alleen bij kinderen bij wie het effect van gesproken taalaanbod te gering is, zou inzet van ondersteunde gebaren of gebarentaal nuttig zijn. De JongerenCommissie vindt het belangrijk dat kinderen in staat zijn om voor zichzelf op te kunnen komen in de maatschappij. Ook moeten de kinderen volledig en op een gelijkwaardige wijze kunnen participeren in de maatschappij. Hoe moet dit als de meeste kinderen in de toekomst geen gebarentaal zullen leren? Hoe kunnen zij dan de tolken gebarentaal volgen in schoolomgeving? Moeten zij zich dan tot het uiterste gaan inspannen om alles te kunnen volgen via het gehoor en het liplezen? Zijn zij dan werkelijk gelijkwaardig in de klas en in de maatschappij? En: betekent dit dat gebarentaal alleen een optie wordt voor de kinderen bij wie de CI “mislukt” is? Wordt gebarentaal dan een “tweederangs” optie om te kunnen communiceren en te particperen in de maatschappij die voor iedere burger ongeacht achtergrond gelijkwaardig moet zijn? Diezelfde maatschappij is ook mede verantwoordelijk om de communcatieve beperking van doven te verminderen door te zoeken naar visuele communicatie.

 

In hoofdstuk 3 maakt Wiefferink een behoorlijk scheve vergelijking tussen monolinguale Vlaamse CI-kinderen en bilinguale Nederlandse kinderen. De onderzoeksopzet is wat ons betreft zeer twijfelachtig. FODOK en het Nederlands Gebarencentrum beamen dat. Daarnaast is het een bekend punt dat bilinguale opvoeding en onderwijs in Nederland tot nu toe niet goed heeft kunnen doorzetten. De JongerenCommissie blijft geloven in het meegeven van beide koffers aan een kind: zowel gebarentaal als het Nederlands. Alleen zo kan er een sterke basis ontwikkeld worden bij een kind omdat hij/zij dan altijd, in welk situatie dan ook, een vangnet heeft.

 

De JongerenCommissie vindt het van belang dat een kind tot een volwaardige jongere opgroeit die stevig met beide benen op de grond staat. Ieder ouder en professional zou dit wens ook moeten hebben en alles eraan moeten wenden om dat te realiseren. De JongerenCommissie is op hoogte van het feit dat veel CI-jongeren anno 2012 zonder bilinguale opvoeding/taalomgeving problemen hebben met identiteit, gevoelens en het moeten aanpassen omdat professionals en/of ouders dat graag willen. Daarom hoopt de JongerenCommissie van harte dat de CI-kinderen van nu in hun waarde worden gelaten en niet later door bepaalde ingrijpen of beperken, beschadigingen met zich mee zullen dragen.


Posted: 20:53, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Rolmodellen

Ik schrijf al 5 jaar columns en ben lang bezig geweest met mijn acceptatieproces. De afgelopen jaren heb ik vaak van mensen gehoord dat ik er vroeg bij was met mijn acceptatieproces en dat ze daar bewondering voor hadden.

 

Door Judith Vogels

 

Op mijn 17e begon ik aan de studie docent gebarentaal en een wereld ging voor me open. Ik kwam in aanraking met dove jongeren en volwassenen en begon me toen pas te accepteren. Ik kreeg handvaten tijdens mijn studie en leerde hoe ik voor mezelf kon opkomen. Dat heb ik niet geleerd tijdens mijn jaren op het reguliere onderwijs. Daar wilde ik normaal zijn en meedoen met iedereen. Ik wilde dat mijn slechthorendheid niet opviel en op een gegeven moment ging ik me daar een beetje tegen verzetten. Dat is normaal gedrag tijdens de pubertijd als je bezig bent uit te zoeken wie je bent.

 

In 17 jaar heb ik geen rolmodellen gehad. De ambulante begeleider die ik had tijdens de basisschool was horend. Pas toen ik de opleiding deed en de dovengemeenschap leerde kennen, zag ik dove volwassenen. Ik zag wat een sterke identiteit zij hebben en een sterke cultuur. Daardoor leerde ik dat doofheid geen handicap is. Ik voelde me niet meer gehandicapt of zielig. Ik ben trots op dat ik deel uitmaak van de dovengemeenschap, de dovenidentiteit en cultuur. Het is fijn om sterke mensen te kennen en voorbeelden voor hoe het ook kan. Het is fijn om ergens jezelf te mogen zijn en niet hoeven te vechten voor communicatie en je best te doen om alles maar proberen te volgen. Dat gaat gewoon niet.

 

Mij werd verteld dat mensen mij bewonderen omdat ik op mijn 25e weet wie ik ben en mijn slechthorendheid heb geaccepteerd. Ik vind dat niet normaal. Ik vind mijn 25e te laat. Kinderen moeten zichzelf zo vroeg mogelijk accepteren wie ze zijn. Ze hebben slechthorendheid of doofheid. Je kunt wel proberen dat te verbergen door 24/7 een gehoorapparaat of CI in te doen, maar het gaat niet weg. Doofheid en slechthorendheid zijn altijd aanwezig en kun je nooit verstoppen. Het zal soms op de achtergrond zijn, maar verdwenen is het nooit. Je kunt het niet genezen.

 

Als je jezelf al vroeg accepteert, heb je een sterke basis voor de pubertijd en kun je het misschien makkelijker doorlopen. Elk kind heeft recht op een sterke basis. Die krijg je van je ouders, gezin, omgeving en onderwijs. Als een kind geen sterke basis heeft, ligt het aan een of meerdere dingen. Het ligt niet aan het kind zelf. Het kind moet begeleiding krijgen, opvoeding en onderwijs. Het beeld dat het kind van zichzelf heeft, wordt bepaald door hoe mensen naar hem kijken. Kijken ze naar je als gehandicapt, zielig. Of ze naar je als mens waar zijn oren het niet van doen. Om jezelf te accepteren is het belangrijk dat mensen jou accepteren om wie je bent, dat je jezelf mag zijn. Met en zonder apps en CI. Dat mensen jou laten bepalen wanneer je wilt horen of niet. Het is belangrijk om tegen dove en slechthorende kinderen te zeggen dat ze normaal zijn. Iedereen is normaal en niemand is abnormaal. Als je, je continu speciaal voelt, zul je moeite hebben met jezelf te accepteren. Het is heel belangrijk om steun te krijgen van je ouders, rolmodellen te zien en contact met andere kinderen die ook apps en CI’s hebben.

 

Wie zijn de beste rolmodellen? Slechthorende en dove volwassenen. Er zijn momenteel veel horende ambulante begeleiders, maatschappelijk werkers en horende medewerkers binnen het dovenonderwijs. Ze zullen allemaal wel deskundig zijn en de theorie kennen. Maar echt begrijpen wat doofheid inhoudt, wat het met je doet, kunnen ze niet. Daar zijn slechthorende en dove volwassenen voor nodig.

Tijdens pubertijd gaan kinderen zich afzetten tegen gebaren, doofheid. Dan is belangrijk dat je gebaren blijft aanbieden. Als je het eenmaal afleert, is het moeilijk om het weer aan te leren. Kinderen willen later toch gebaren gaan gebruiken. Tijdens pubertijd zijn de gebaren ook belangrijk om emoties te uiten. Communicatie met ouders is zo belangrijk. Je moet je gehoord en begrepen voelen en advies kunnen krijgen van ouders. Dan is het belangrijk dat ze met je meegroeien, je proberen te begrijpen en zich in je doofheid hebben verdiept, anders kunnen ze je geen advies geven.

 

In het leven zijn veel ongeschreven (sociale) regels. Horende kinderen pikken dat snel op, maar dove en SH kinderen niet. In de Nederlandse taal zijn veel nuances, wie leert dat aan het dove kind? Wie leert het kind waar de grenzen liggen, wie geeft het kind seksuele voorlichting?

Ik spraak laatst met een horende Turkse moeder van een doof gebarentaalvaardige puber. Hij had iets traumatisch meegemaakt en vertelde daarover niets aan de moeder. De moeder beheerste ook geen gebarentaal. De familie accepteerde de doofheid van de puber niet en hij had weinig aansluiting in de Turkse cultuur. Ik heb respect voor alle geloven, maar dit is gewoon triest. Het is zo belangrijk voor een doof kind om geaccepteerd te worden door de ouders en de familie en dat hij kan communiceren met iedereen.

 

Mijn ouders begrepen vroeger mij niet en ik had weinig steun van ze. De afgelopen jaren heb ik ze laten meegroeien in mijn acceptatieproces. Het is leuk om van mijn ouders terug te horen, wat ze van mij hebben geleerd en wat ze aan andere ouders van dove/SH kinderen zeggen. Ik heb geen rolmodellen gehad en alles zelf uitgezocht. Voor mijn ouders ben ik een rolmodel voor ouders en kinderen.

We hebben nu een koning en iedereen mag zijn dromen delen. Mijn droom is dat elk doof/SH kind opgroeit in een warme omgeving die goed met hem kan communiceren en hem accepteren en alles leren. Deel jij mijn droom?


Posted: 20:50, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Zelfwaardering

Je zelfwaardering hangt af van de sociale contacten die je hebt en het werk dat je doet, je woonruimte en andere dingen.

Het is moeilijk om niet in de put te vallen als je inkomen wegvalt. Naast het solliciteren en blijven proberen, kun je ook vrijwilligerswerk gaan doen.

 

Door Judith Vogels

 

Toen ik in 2010 mijn diploma haalde, was ik blij dat ik meteen een baan had als gebarentaaldocent in de dovenpsychiatrie. Nu kon mijn leven beginnen; weg van de studentenkamer, eindelijk autorijlessen nemen en op vakanties gaan.

In 2011 ging ik ook werken voor Handtheater.

Halverwege het jaar stopte beide banen en kreeg ik last van een dikke knie.

Na de zomer zat ik werkloos thuis met een dikke knie en stond op de wachtlijst voor een operatie. Werken kon ik nog niet omdat ik niet wist wanneer de operatie was.

In die periode dat ik alleen maar thuis zat, werd ik ook geconfronteerd met alle feedback die ik had gekregen tijdens mijn banen. Die feedback heb ik in mijn columns ‘Confrontatie met jezelf’ en ‘Hoe zie je jezelf’ geschreven.

 

Ik baalde ontzettend dat mijn banen gestopt waren, maar duidelijk was dat ik daar niet paste. Beter op tijd weg dan dat je, je levenlang vast zit in een baan waar je geen voldoening uit haalt.

Een paar maanden later toen ik helemaal krom ging lopen vanwege de dikke knie, werd duidelijk wat ik mankeerde. Nu heb ik medicijnen die ervoor zorgen dat ik weinig last heb.

 

Een half jaar lang bleef ik solliciteren en solliciteren. Ik ging nadenken wat ik nog meer wilde doen; eventueel een andere studie.

Ik was het zat om elke dag thuis te zitten en ging vrijwilligerswerk doen bij Jongerencommissie en Swedoro.

Ik kan je zeggen dat mijn vrijwilligerswerk ervoor heeft gezorgd dat ik positief bleef in het leven, toen het allemaal moeilijk ging. Het voelt goed om taken te krijgen, dingen te doen en daarvoor waardeert te worden. Je bent niet nutteloos omdat je toevallig geen baan hebt.

 

Uiteindelijk had ik vorig jaar een tijdelijke baan bij Auris. Werken met dove peuters en hun ouders, het was mijn droombaan. Maar ja, de docent die met zwangerschapsverlof was kwam weer terug. Auris kon mijn contract niet verlengen want ze hadden geen geld.

Wat was ik boos. Ik had gehoopt dat het toch verlengd kon worden.

Niet alleen was ik boos vanwege het feit dat ik geen inkomen meer had, maar ook dat mijn leven weer op pauze kwam te staan.

Vrienden om me heen die gingen verhuizen naar appartementen, gingen samenwonen en kinderen krijgen.

Familie die elke keer dat ze je ziet 3 standaard vragen hebben: wanneer heb je een vriendje, wanneer verhuis je, wanneer ga je beginnen met autorijlessen?

 

Het was heel moeilijk voor mij om daarmee om te gaan en continue geconfronteerd te worden met dingen die ik nog niet heb.

Elke dag als ik opsta weet ik wat ik wel en niet heb. Ik hoef niet door anderen daarmee geconfronteerd te worden.

Maar goed, iedereen bedoeld het goed en is geïnteresseerd in je. Niemand heeft in de gaten hoe kwetsend het is om zulke goed bedoelde dingen te vragen.

 

Ik ging weer opnieuw solliciteren, maar nergens is er werk als gebarentaaldocent in loondienst. Toen ging ik solliciteren bij supermarkten en winkels. Ik schaamde me voor mezelf dat ik dat moest doen, maar een inkomen is veel belangrijker.

Eerst werkte ik bij de Jamin voor twee weken. Ik had daar niet gezegd dat ik slechthorendheid heb, want ik was bang dat ze dan voor een ander zouden kiezen. Twee weken lang moest ik extra hard werken om alles te kunnen volgen en verstaan. Mijn baas had in de gaten dat ik niet goed hoor, maar ik verdoezelde het.

Door omstandigheden moest ik weg. Wat baalde ik enorm dat ik weg moest. Waar kon ik anders heen?

Een paar dagen later werd ik gebeld door de Plus voor een sollicitatiegesprek.

Nu werk ik daar nu al een paar weken met plezier.

Bij de Plus heb ik eerlijk gezegd dat ik slechthorendheid heb en dat ik daarmee goed kan functioneren in een supermarkt. Er moet meer oogcontact met mij gemaakt worden. Het voelt heerlijk dat ik voor mezelf kan uitkomen en mezelf niet hoef te verdoezelen.

 

Ik kreeg ook plotseling een bericht van de Pento op mijn open sollicitatie en werk daar nu ook. Helaas voor 2 uur per week, maar het kan groeien en ik zit in een grote organisatie met meerdere locaties.

En ik ben ook nog steeds druk met vrijwilligerswerk.

Als ik met anderen praatte, praatte ik niet met trots over het vrijwilligerswerk wat ik doe. Want ik heb geen vaste baan van 24 uur of meer.

Een persoon zei dat hoewel het ‘vrijwilligers’werk heet, het wel degelijk werk is. Je doet er veel voor, je steekt veel tijd erin. Niemand kijkt op je neer omdat je vrijwilligerswerk doet. Ze kijken eerder op je neer als je thuis zit en niks doet.

 

Veel dove jongeren hebben geen baan en moeite om een baan te vinden. Ik raad je aan om vrijwilligerswerk te doen. Je voelt je nuttig en je leert veel. Het staat goed op je CV en je toekomstige baas is daar alleen maar onder de indruk van.

Je hebt jongerencommissie, Lieverdjes, LC, dovenclubhuizen, andere stichtingen, feesten etc. Voor iedereen is wel iets te vinden.

Alles is beter dan op je gat te zitten elke dag en alleen sociale contacten hebben via Facebook.

 

Hoewel ik nu geen vaste baan heb en mijn inkomen met verschillende dingen moet vullen, nog steeds op kamers woon, nog niet begonnen ben met autorijlessen en geen vriendje heb….ben ik redelijk blij met mijn leven.

Positief blijven is heel belangrijk, ook al lijkt een situatie uitzichtloos. Als er ergens een deur sluit, gaat een raam open. Ik geloof nu in die uitspraak, want heb het zelf meegemaakt.

Het is kut als je leven niet loopt zoals je verwacht had. Nu ben ik 25 en heb ik het gevoel dat er vanalles van me verwacht wordt. Maar de verwachtingen van anderen zijn niet belangrijk. Waarom zou ik aan hun verwachtingen moeten voldoen?

Ik leef mijn leven en ik bepaal wat ik doe. Ik probeer niet meer vooruit te plannen maar focussen op mijn leven nu. Ik ben blij dat ik werk heb en dat ik elke dag iets te doen heb voor Jongerencommissie, Swedoro en gebarencafé XL.

Mijn leven is niet perfect, maar het is voldoende….voor nu.


Posted: 20:49, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Rol van Gebaren. deel 2

Het afgelopen jaar stond in het teken van discussie over de rol van gebaren(taal) bij dove kinderen met CI.

Hebben we niets geleerd van de geschiedenis?

In deel 1 heb ik kort verteld over de dovengeschiedenis van dovenonderwijs, gebarentaal en CI. In deel 2 ga ik verder met argumenten waarom gebaren(taal) zo belangrijk blijft voor dove kinderen met CI.

 

Door Judith Vogels

 

Je bent geld kwijt en je komt in een isolement terecht.

Dat is precies hoe het zal gaan met dove kinderen met CI die zonder gebaren(taal) zullen opgroeien.

Tijdens mijn werk in de dovenpsychiatrie zag ik dat er steeds meer ouders kwamen met dove kinderen met CI. Die kinderen vertoonden gedragsproblemen en psychische problemen.

Later zullen zij sneller een burn-out krijgen en een negatief zelfbeeld ontwikkelen.

Dit is precies de toekomst voor de huidige generatie dove kinderen met CI die zonder gebaren(taal) opgroeien.

Gebaren(taal) is een deel van je identiteit. Door gebaren(taal) wordt je meer assertiever en kun je ergens op terugvallen in situaties dat je CI niet voldoende werkt.

Ouders hebben moeite met het leren van gebaren(taal). Het afleren daarvan, gaat een stuk sneller. Het is zonde om alle moeite die je in de eerste 3 jaar doet, weg te gooien voor een momentopname.

Niemand kan in de toekomst kijken, maar we kunnen wel kijken naar het verleden en wat daar uit is gekomen.

 

Zonder CI ben je doof. Met CI ben je slechthorend. Je zult nooit horend worden met CI.

Je kunt jezelf niet vergelijken met horende mensen. Zij hebben geen spul in hun hoofd en op hun hoofd. Zij zijn niet afhankelijk van CI.

Elk kind gaat door een fase waarin ze zich afzetten tegen hun doofheid en tegen gebaren(taal). Elk kind wil horend zijn en meedoen met de horende maatschappij. Maar aan het einde van die fase, beseffen de kinderen dat ze speciaal zijn, anders zijn. Ze kunnen niet alles horen en 100% meedoen met horende mensen. Ze zijn het zat dat ze erbij bungelen in een groep. Ze zullen op zoek gaan waar ze wel 100% thuis horen….de dovengemeenschap! Maar hoe moet je met de doven communiceren, als je de gebaren(taal) bent vergeten en je ouders ook?

Het leren op latere leeftijd is moeilijk dan als het kind jong is.

 

Er zijn veel onderzoeken geweest die aantonen dat tweetaligheid goed is en voordelen heeft. Later pluk je daar alleen de vruchten van.

Het leren van gebarentaal doet geen enkel kind kwaad en heeft geen schadelijke effecten. Het is gezonder dan roken.

NGT is geen minderheidstaal die je alleen maar leert als je CI faalt. Zelfs slechthorenden zijn blij als ze NGT kunnen.

Het Nederlands is een moeilijk taal vol met figuurlijkheid, spreekwoorden, dubbelzinnigheid en moppen. De NGT is een duidelijke en directe taal. Het heeft niet de onzin van het Nederlands. Je hoeft niet na te denken over lidwoorden in NGT.

Het NGT prikkelt je fantasie nog meer dan het Nederlands, omdat het zo visueel is.

 

Zeker 85% procent van alle communicatie is non-verbaal. Door gebarentaal leer je meer visueler te zijn en te denken. Je ogen doen het nog goed, dus waarom daar geen gebruik van maken? Als je informatie op een visuele manier aanbiedt, blijft het langer hangen.

Door NGT heb je meer mogelijkheden. Je kunt tolken NGT inzetten, meedoen in de dovengemeenschap, toegang tot volledige communicatie.

Hoe wil je dat je kind opgroeit? Als een horende die niet goed functioneert, of als een dove die kan horen met CI?

Dove kinderen met CI hebben rolmodellen nodig, identificatiemogelijkheden. Als ze alleen maar omringd worden met horende mensen, zullen ze zich speciaal en anders voelen.

Ze hebben lotgenoten nodig die hem begrijpen en waar hij echt zichzelf kan zijn.

Ze zullen problemen krijgen met hun sociaal emotionele ontwikkeling als ze niet in contact komen met dove volwassenen en andere dove kinderen met CI.

 

Is doofheid minderwaardig? Een handicap waar we vanaf moeten?

Nee! Ik ben trots op de decibellen die ik niet heb. Ik ben trots op de gebarentaal.

Doofheid is niet iets waar op neergekeken moet worden.

Doofheid en gebarentaal zijn een verrijking van je leven. Dat heb ik in een ander column al beschreven. Je zult op een andere manier moeten communiceren met je dove kind.

Als je probeert doofheid te onderdrukken….zal later de bom barsten.

Wil jij de verantwoordelijkheid op je nemen als die bom is gebarsten? Wil jij de scherven bijeenrapen?

Voorkomen is beter dan genezen.

Een gebarsten bom kun je voorkomen door gebarentaal te leren en dat aan je kind aanbieden.

 

In hoeverre moet je je aanpassen aan de norm en in hoeverre mag je jezelf zijn?

Waarom wordt het ‘horen’ als de norm gezien?

Iedereen kan gebarentaal leren, maar niet iedereen kan horen.

Sign language is a human right, not just an option!

Gebarentaal is een mensenrecht, geen optie.


Posted: 20:46, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Rol van Gebaren. deel 1

Het afgelopen jaar stond in het teken van discussie over de rol van gebaren(taal) bij dove kinderen met CI.

Hebben we niets geleerd van de geschiedenis?

 

Door Judith Vogels

 

In 1880 werd op het congres van Milaan gebarentaal verboden in het dovenonderwijs.

Men moest de orale methode hanteren, want gebarentaal was schadelijk voor de taalontwikkeling van dove kinderen en het was immers geen taal.

Wat waren de gevolgen? Doven misten veel informatie, schaamden zich voor hun gebaren en doof zijn en werden gedwongen om te integreren in de horende maatschappij.

 

100 Jaar later begonnen de dovenscholen in 1975 met les te geven in NmG en in 1995 werd tweetalig onderwijs ingevoerd.

Dat gebarentaal weer werd toegestaan, zegt dat niet al voldoende?

Tweetalig onderwijs: Nederlands en Gebarentaal naast elkaar en gelijkwaardig aan elkaar.

18 jaar later en wat zijn de resultaten?

Doven die tweetalig onderwijs kregen groeiden op als zelfbewuste dove jongeren, die lekker in hun vel zitten, weten wat ze willen, zich niet laten beperken door hun doofheid en zich inzetten voor de dovengemeenschap. En hun ouders leerden gebaren(taal).

 

Er is een kritische kanttekening te plaatsen.

Hoe gebarentaalvaardig zijn de docenten en medewerkers in het dovenonderwijs?

Hoeveel doven werken in het dovenonderwijs?

We kunnen zeggen dat tweetalig onderwijs zich nooit echt heeft kunnen bewijzen als de meeste docenten niet NGT-vaardig zijn, maar vaak een schamele NmG beheersen.

Professor Harry Knoors veroorzaakte veel rep en roer in de dovengemeenschap toen hij voorstelde dat het taalbeleid van het dovenonderwijs veranderd moet worden.

Ik en de dovengemeenschap zijn het daarmee eens. We vinden allemaal dat het kwaliteit van het dovenonderwijs zwak is en dat er veel verbeterd kan worden.

MAAR in plaats van gebarentaal minderwaardig te maken en het aan te bieden als 2e taal, kun je er nu EINDELIJK voor zorgen dat alle niet-NGT-vaardige mensen ophoepelen en dat er NGT-vaardige en dove mensen in de plaats komen……

Kunnen we er nu eindelijk voor zorgen dat tweetalig onderwijs zijn kans krijgt om zichzelf te bewijzen?

 

Pofessor Harry Knoors zei dat tweetalig onderwijs niet werkt, omdat de docenten niet NGT-vaardig zijn en omdat ouders NGT niet (kunnen/willen) beheersen.

Hoe kan het dat 18 jaar geleden ouders hun best deden om NGT te leren voor hun dove kind en dat het nu niet meer is?

Dat ligt aan de instanties waar de ouders mee in aanraking komen (CI-teams, Audiologisch centra’s, KNO-artsen en gezinsbegeleiding).

Én ook niet te vergeten, de opkomst van CI.

 

In het begin was de hele dovengemeenschap in rep en roer. Dove volwassenen die een CI namen, werden als verraders gezien.

De afgelopen jaren is gebleken dat dove volwassenen die een CI namen, nog steeds gebarentaal gebruiken en een dove identiteit hebben.

Maar dat is anders voor de baby’s van 1 jaar die nu al tweezijdig geïmplanteerd worden.

Die beheersen van te voren geen gebarentaal en hebben nog geen dove identiteit.

 

Tot sinds kort moesten CI’s wel af worden gedaan als je ging slapen of met water in aanraking kwam. Als gevolg dat het kind op die momenten doof was en de ouders zeker op die momenten gebaren(taal) moesten gebruiken.

Helaas is sinds 2011 een waterdichte CI op de markt. Je kunt de CI elke moment op houden en niet doof zijn.

Ik ben hier tegen omdat ik vind dat je, je doofheid moet accepteren en ervan moet kunnen genieten. Je moet jezelf niet afhankelijk maken van hulpmiddelen.

Wie is de baas, jij of je hulpmiddel?

 

Ouders hebben tegenwoordig minder motivatie om gebarentaal te leren, want hun kind wordt vaak voor het eerste jaar tweezijdig geïmplanteerd. Dit heeft als resultaten dat de kinderen vaak goed kunnen horen en praten. De kinderen zullen eerder voor gesproken Nederlands kiezen dan gebaren(taal).

Ik heb een half jaar met dove peuters gewerkt waarvan de meesten tweezijdig geïmplanteerd waren. Ik kreeg met moeite gebaren uit de kinderen en ze reageerden het meest in gesproken taal.

Ouders worden door deze resultaten nog meer ontmoedigd om gebaren(taal) te leren of behouden.

Nu is mijn vraag: wat als het kind 7 jaar is of 15 jaar?

Ja, maar zo ver kijken ouders en instanties niet. Ze houden zich alleen bezig met nu.

En nu doet het kind goed zonder gebaren en heeft geen gebaren(taal) nodig.

 

Het argument “nu doet het kind goed zonder gebaren en heeft geen gebaren(taal) nodig” heeft een beperkte visie en is geen goed argument om daar beslissingen op te nemen.

Ik heb nu ook zin om elke dag pizza’s en andere ongezonde dingen te eten. Maar over 2 maanden ben ik tonnetje rond. Is dat wat ik wilde bereiken met ongezonde dingen eten?

Nee! Ik wilde op dat moment voor de makkelijke weg gaan en genieten van dat soort eten.

Twee maanden later ben ik tonnetje rond en schaam ik voor mezelf dat ik dik ben, dat ik kleren maten groter moet kopen. Ik trek me terug en vertoon mezelf niet meer in sociale situaties.

Wat kunnen we hieruit concluderen?

Je bent geld kwijt en je komt in een isolement terecht.

Dat is precies hoe het zal gaan met dove kinderen met CI die zonder gebaren(taal) zullen opgroeien.

 

Lees verder in deel 2.


Posted: 20:45, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column VerDOOFd

Hoewel ik heel actief ben in de dovengemeenschap, heb ik de deur naar de slechthorenden open gehouden. Die deur is nu dicht.

 

Door Judith Vogels

 

Ik was laatst naar een bijeenkomst gegaan voor slechthorenden om ervaringen uit te wisselen.Er waren 30 slechthorenden die met elkaar ervaringen wilden uitwisselen in één ruimte en het licht was niet goed. Ik werd gek van het lawaai. De hele tijd was ik bij de gebarende mensen te vinden. In een groep heb ik gebaren nodig. Ik besefte dat gebarentaal heel gewoon voor mij is geworden en het is voor mij een taal waarin ik heerlijk kan ontspannen, vooral in drukke en lawaaierige omgevingen.

De meeste slechthorenden kennen geen gebaren(taal). Ik hoor altijd dezelfde smoesjes. Ik vind het jammer voor hen, want gebarentaal heeft mijn leven verrijkt en ik heb meer rust en mogelijkheden gekregen.

 

Wanneer slechthorenden alleen op geluid en spraak gericht zijn, hebben ze problemen. Want hoe wil je een ervaringsbijeenkomst organiseren voor 30 slechthorenden, als ze elkaar niet kunnen verstaan? Zorg dan voor kleine groepen of meerdere ruimtes. Als slechthorende beperk en frustreer je jezelf door alleen op geluid en spraak gericht te zijn.

 

Ik zie mezelf niet als gehandicapt, beperkt of auditief beperkt. De maatschappij is niet voldoende aangepast op de diversiteit van de mensheid waardoor je beperkt wordt.

De Nederlandse overheid zegt wel dat iedereen recht heeft op toegang tot de maatschappij; maar de kwaliteit van ondertiteling is nog steeds niet goed, er is vaak geen gebarentolk bij belangrijke plotselinge gebeurtenissen, gebarentaal is nog steeds niet erkend als taal, het duurde 3 of 4 maanden voordat 112 weer bereikbaar was, boven de 30 jaar krijg je geen tolkuren meer voor een opleiding, je krijgt MAAR voor 15% van je werkuren een tolk, de UWV bepaalt voor je of je baan/opleiding wel geschikt voor je is, CI’s worden 100% vergoedt maar je moet nog steeds zelf bijdragen voor gehoorapparaten, de grens op vergoeding voor bepaalde hulpmiddelen ligt op 60db, UWV doet moeilijk over teamtolken…..moet ik nog doorgaan?

 

Ik zie mezelf als een vrouw met een kracht. Ik doe dingen die ik met ‘goede’ oren niet zou hebben gedaan. Als ik kijk naar mijn horende familieleden in wat ze doen, naast hun studie en werk…..ben ik trots op mijn kracht. Mijn kracht geeft me veel kennis, empathie en maakt van mij een beter persoon. Doven en slechthorenden zijn slimmer en bewuster van zichzelf dan horende mensen. Wij kunnen op verschillende manieren communiceren dan alleen via spraak, wij kunnen focussen op dingen zonder afgeleid te worden door geluid, wij vechten voor gelijkheid, wij zijn visueel ingesteld, wij confronteren de maatschappij met zijn imperfectie, wij weten hoe het is om beperkt te worden en kunnen horende mensen hierover informeren en daardoor ook de ‘wereld’ verbeteren, wij bedenken strategieën om met communicatie mee te doen en zoveel mogelijk mee te krijgen…moet ik nog doorgaan?

Onze doofheid geeft ons kracht en ook macht. Wij hebben kennis om de wereld op een bepaalde manier te verbeteren.

 

Als dove is je blik meer verruimd en doe je meer dan een horend persoon. Er is ontzettend veel te doen in de dovengemeenschap en daarnaast kun je met of zonder tolk NGT ook naar activiteiten gaan in de horende maatschappij.

 

Ik ben de afgelopen 4 jaar veranderd van een onzekere slechthorende vrouw in de horende wereld, naar een zelfverzekerde SLOOF vrouw die kiest voor de dovengemeenschap. Ik ben verDOOFd.


Posted: 20:43, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Protest

De laatste paar maanden ben ik voor mijn gevoel heel erg aan het knokken voor het behoud van gebarentaal en dovencultuur, binnen mijn werk. Het wordt meer en meer moeilijker om ouders te overtuigen van het belang van gebarentaal en dovencultuur. Hoe komt dit?

 

Door Judith Vogels

 

Recentelijk was het rapport "Onderzoek naar de ontwikkeling van jonge dove kinderen met een cochleair implantaat in een tweetalige omgeving" gepubliceerd. Aan dit onderzoek hebben NSDSK (Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind, Amsterdam), ONICI (Onafhankelijk Informatiecentrum over Cochleaire Implantatie, Zonhoven, België) en KIDS (Koninklijk Instituut voor Doven en Spraakgestoorden, Hasselt, België) meegewerkt.

De conclusie van het rapport was dat als kinderen met een CI opgroeiden in een eentalige omgeving (gesproken Nederlands), hun Nederlandse ontwikkeling beter en sneller verliep dan in een tweetalige omgeving.

Toen ik dit las, schrok ik me kapot. Gelukkig had OPCI dit rapport kritisch gelezen en waren zij het er niet mee eens. Er zaten veel haken en ogen aan dit rapport.

Dit kun je lezen op http://www.opciweb.nl/vervolg-onderzoeksrapport-naar-taalontwikkeling-ci-kinderen-kritisch-bekeken.html

 

Pas kwam het UMC met een artikel over hun standpunt over gebarentaal.

Dat kun je lezen op deze link http://www.umcutrecht.nl/subsite/cikind/Algemene+info/Geen-reacties-op-geluid/Spraak-en-gebarentaal.htm.

Ik ben heel boos geworden toen ik dat artikel zag. Ik word er zo moe van om continue de gebarentaal en dovencultuur te moeten verdedigen. Ik vraag me af hoeveel de doktoren en wetenschappers van de praktijk zien? De dovengemeenschap zit vol met mensen die meer en beter weten over het belang en effecten van gebarentaal. Er zijn heel veel ervaringsverhalen die beter zijn dan hun visie. Ik vraag me af of er wel doven betrokken worden met het ontwikkelen van hun visie? Worden er doven betrokken in de begeleiding van ouders als hun kind een CI krijgt?

De visie van de CI-team is niet volledig. Wanneer ouders in contact komen met een CI-team zijn ze heel beïnvloedbaar. Je moet hier zorgvuldig mee omgaan en de ouders ook kans geven dat ze wennen aan de doofheid van hun kind. Laat ze een dove volwassene ontmoeten, laat ze de dovengemeenschap verkennen. Ga daarna pas praten over de CI.

 

Door de NGT kunnen kinderen met een CI contact maken met de dovengemeenschap en hebben ze een gemeenschap waar ze bij horen, die ze volledig accepteert, met of zonder CI.

En door de beheersing van de NGT kun je ook een tolk NGT inzetten op feesten, regulier onderwijs en in werksituaties. Dat zorgt ervoor dat de dove en slechthorende kinderen met een CI niet altijd moe zijn en veel inspanning moeten leveren om de communicatie te volgen.

 

In het artikel van UMC staat dat ernstige slechthorende kinderen meer aangewezen zijn op de hulp van anderen. In de loop der jaren zijn doven en slechthorenden juist meer onafhankelijker geworden van anderen. Er zijn tolken gebarentaal, internet, mail, fax, sms, whatsapp, skype, msn, film, wek en waarschuwsystemen, mobiele telefonie voor doven, pen en papier, spraakafzien etc. Het openbaar vervoer wordt visueler en er is meer en betere ondertiteling op de tv. Natuurlijk kun je niet alles volgen, maar daar hebben doven en slechthorenden veel strategieën voor.

Kortom: doven en slechthorenden zijn niet aangewezen op de hulp van anderen, maar slimme mensen die op een bredere manier weten te communiceren, dan alleen via spraak en geluid.

 

Ook zouden kinderen minder behoefte hebben om NGT te leren als ze zo jong worden geïmplanteerd. Waarop is die conclusie gebaseerd? De gesproken taal is een taal die om ons heen wordt gebruikt door iedereen. Door de CI hebben ze 'gemakkelijker' toegang tot die taal. Maar de NGT blijft een visuele en ontspannende taal voor hen. In die taal hoeven ze zich niet in te spannen, hoeven ze zich niet te focussen op geluid, hoeven ze niet bang te zijn dat hun batterij op is, hoeven ze niet op te letten voor water. De NGT blijft voor alle dove en slechthorende kinderen met/zonder CI de eerste taal die volledig toegankelijk is.

Ook al lijkt de dove of slechthorende kind veel te kunnen horen en verstaan en komt zijn spraakontwikkeling goed op gang, dan is NGT nog belangrijk voor ze. Als kinderen heel jong zijn, kunnen ze zich niet goed uiten wat ze prettig vinden. Daarnaast passen de kinderen zich aan, aan hun omgeving. Als de ouders niet of nauwelijks gebaren gebruiken, zal het kind het ook niet doen en zich gaan focussen op spraak. Maar vind het kind dat wel fijn? Waar leren dove en slechthorende kinderen hun gevoelens te uiten? Ouders leren dat hun kinderen aan. Maar als de ouders bevooroordeeld zijn en niet goed genoeg kunnen communiceren met gebaren? Daarnaast kan gebarentaal juist een uikomst zijn als het kind naar groep 3 gaat en leert lezen en schrijven.

 

Ik hoorde ook dat van de CI-teams de CI’s niet af mogen. Ook niet voor 10 minuten. Want dan kunnen de kinderen zich onveilig voelen, doordat ze geen achtergrond geluiden horen.

Onzin!!!

Kinderen moeten leren met hun doofheid om te gaan. Kinderen moeten leren dat als ze hun CI niet ophebben, ze meer om zich heen moeten kijken. Kinderen moeten leren dat het oké is om even geen CI op te doen. Kinderen moeten zelf de keuze krijgen of ze het op willen of niet. Je kunt je kind toch niet dwingen zijn CI op te houden, als je over de kermis loopt? Of op een druk feest bent? Je wordt gek van het lawaai.

 

En daarbij, het is nooit goed om iemand te afhankelijk van iets te laten zijn. Hoe moet het dan als het er niet meer is? Je kunt wel 24/7 de CI op willen hebben, maar hoe moet het als het kapot is, als het nat is, als je gaat slapen, als het kwijt is? Het kind raakt dan in paniek!

Het kind moet leren dat hij oké is, met en zonder CI!

Door de CI wordt de doofheid onderdrukt, want als je het af doet, ben je doof.


Posted: 20:42, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Dove en sh kinderen

Als je ontdekt dat je kind doof of slechthorend is, is er veel paniek bij de ouders.

Hoe moet het nu? Hoe groeit hij op?

Daar heb ik 1 antwoord op: Het komt allemaal goed!

Een doof/sh kind heeft zoveel kansen tegenwoordig en kan opgroeien tot een sterke dove/sh volwassene met een baan, huis en een mooie toekomst.

Natuurlijk is het logisch dat je eerst een paniekaanval krijgt, maar als je van de schok bekomen bent, kun je de doofheid van je kind waarderen.

 

Door Judith Vogels

 

Er gaat een hele nieuwe wereld voor je open, je krijgt ontzettend veel kennis (van ziekenhuis, Audiologisch centrum etc), je leert gebaren(taal), een nieuwe cultuur (dovencultuur) en ontdek je activiteiten voor doven/sh kinderen en volwassenen.

Kortom: je leert ontzettend veel door een doof/sh kind te hebben en je wereld wordt nog groter.

 

Tegenwoordig krijgen dove kinderen vrij snel een CI. Dit doen ze zodat het dove kind zo vroeg mogelijk van geluid en taal kan meekrijgen en geen grote taalachterstand opbouwt. Klinkt prachtig en natuurlijk wil je dat voor je kind.

Het is heel goed voor dove en sh kinderen om zo optimaal mogelijk de geluiden te waarnemen en als mogelijk ook spraak te verstaan.

Het is heel goed als je kind zijn weg in de wereld kan vinden, durft te communiceren met de bakker en speelt met kinderen uit de buurt.

Er is alleen 1 maar…..vergeet niet de gebaren(taal).

 

Kijk naar wat het kind zelf aangeeft. Is hij heel visueel gericht, dan heeft hij meer baat bij gebarentaal. Reageert hij ook veel op gesproken taal en ontwikkelt zijn gesproken taal goed, dan is NmG ook goed. Maar wat is goed NmG? Een zin praten en daar 1 woord van te gebaren is natuurlijk géén goed NmG. Wil je goed NmG beheersen, zul je eerst gebarentaal moeten leren. Natuurlijk is het lastig om gebarentaal te moeten leren. Je hebt je werk, je gezin, het huishouden en dan ook nog de zorg voor je dove/sh kind. Maar op lange termijn levert het meer op.

 

Jonge kinderen kunnen niet goed aangeven wat ze nodig hebben. Maar volledige toegankelijkheid tot een taal, wil elk kind. De gesproken taal is soms niet volledig toegankelijk. Dan is het belangrijk om te kijken naar wat goed is voor je kind. Voor jezelf als ouders is NmG veel makkelijker. Maar is dat ook voor je kind? Voor licht tot matig slechthorende kinderen is NmG prima, want ze horen goed genoeg. Maar als je gehoor zodanig slecht is dat je meer afhankelijk bent van gebaren, is een beetje ondersteuning niet goed. Zo leer je geen taal. Als een kind eerst gebarentaal leert, kan hij daarna makkelijker Nederlands leren. Je leert een andere taal makkelijker als je een goede basis hebt.

 

Elk doof/sh kind heeft recht op het leren van gebarentaal, het is geen optie!

Door het leren van gebarentaal kan het kind later aansluiting vinden in de dovengemeenschap. Dat gun je toch je kind; dat hij met lotgenoten kan kletsen en zich ergens thuis voelt?

De dovengemeenschap is een rijke en actieve gemeenschap. Ze hebben theater, clubhuizen, vakanties, sportdagen, sportclubs, feesten en nog veel meer.

 

Beslissingen die je nu maakt, hebben invloed op de toekomst van je kind. Het is gemakkelijk om de makkelijke weg te kiezen, maar is dat ook de juiste weg? Iedereen bepaalt wat goed is voor het kind, maar wat wil het kind zelf? Het is moeilijk om je in te leven in de doofheid van je kind, je kunt hem nooit volledig begrijpen. Maar zijn gevoelens moeten wel serieus genomen worden. Het is goed als hij lotgenoten ontmoet en ook volwassen rolmodellen. Zij kunnen hem beter begeleiden in zijn identiteitsproces.

Het is een verschrikkelijk gevoel als je niet weet wie je bent, je omgeving je niet begrijpt en je denkt dat je de enige bent op de wereld die doof of sh is. Je komt dan huilend thuis en er wordt tegen je gezegd dat je maar normaal moet doen.

 

Voor dove en sh kinderen is het belangrijk dat sociale regels duidelijk worden uitgelegd. Horende kinderen leren dat tussen neus en lippen door, maar voor dove en sh kinderen geldt dat niet. Wat ze niet horen, zullen ze ook niet leren. Alles moet meer expliciet aangeleerd worden.

Als je zelf niet gebarentaalvaardig genoeg bent, laat een ander die het wel is doen.

 

Wat ik zelf ook belangrijk vind, is dat het kind moet kunnen genieten van zijn doofheid. Pas als je ervan kunt genieten, kun je jezelf volledig accepteren.

 

Geef je kind een keuze en maak ze niet voor hem. Zorg ervoor dat zijn toekomst open is en hij alle kanten op kan, ook in de dovengemeenschap.


Posted: 20:39, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Uit de kast

De laatste paar maanden is er veel gebeurd. Ik noemde mezelf een Dove Slechthorende en SLOOF. Dat was een grote stap in mijn identiteitsproces. Maar nu heb ik nog een stap verder genomen.

 

Door Judith Vogels

 

Al jaren zit ik te worstelen met mijn identiteit. Ik voel me horend en doof. Ik bedacht de naam SLOOF. Als ik bij doven was, voelde ik me SLOOF. En als ik bij horenden was, voelde ik me Slechthorend.

Overal waar ik kwam zei ik dat ik Slechthorend ben. Het woord ‘Slechthorend’ zit zo verankerd in mijn systeem. Ik ben Judith, ik ben ‘Slechthorend’.

Medisch gezien hebben mijn oren een zodanig gehoorverlies dat ik onder die term val. Al de jaren dat ik in de dovenwereld ben, wilde ik me van de doven onderscheiden. Ik ben Slechthorend! Waarom wilde ik me zo uitdrukkelijk onderscheiden? Het had niets te maken met het niet-doof-willen-zijn, maar met de identiteit en cultuur die erbij hoorde.

Dat is nu voorbij. Ik kom uit de kast. Ik ben doof!

 

Al een paar maanden ben ik actief bij JongerenCommissie als bestuurslid. Dit wilde ik jaren niet, omdat ik me niet volledig identificeerde met doven. JongerenCommissie was te doof voor mij. Maar nu ben ik heel blij met hun. Ik voel me als een vis in het water daar, het team voelt als een warm bad. Ik ben gelijkwaardig met de andere bestuursleden en ze zien me ook als ‘doof’. Ik zag mezelf als een ‘gebarentaalvaardige slechthorende die zich wel identificeerde met doven’. Naarmate de maanden vorderde, voelde ik me meer en meer doof. Ik vond dat een grappige en opmerkelijke gewaarwording. Daardoor ging ik weer over mezelf nadenken en gaf ik mezelf de term ‘Dove Slechthorende’.

 

Maar hoe kan ik de dovenwereld en de dovencultuur en identiteit volledig begrijpen, als ik mezelf blijf onderscheiden als een ‘slechthorende’? Hoe kan ik de visie van JongerenCommissie uitdragen als ik me er niet helemaal in kan vinden? Hoe kan ik voor dove jongeren opkomen en hun belangen verdedigen, als ik me zelf ‘distantieër’ van die naam?

 

Een persoon bleef tegen me zeggen dat ik doof ben. Ik draag vaker mijn apps niet. Ik gebruik mijn ringleiding niet als ik tv kijk en kijk liever naar ondertitelde en Engels gesproken programma’s. Ik merkte dat als ik mijn apps niet in had, ik me meer voelde en gedroeg als een dove. Er kwam ook een rust over me heen. Het is heerlijk om doof te zijn en me doof te voelen.

Vanaf nu geen moeilijk gedoe en twijfel meer. Ik durf nu eindelijk voluit te zeggen:

ik ben doof.

 

Natuurlijk ben ik geen standaard dove. Ik ben niet opgegroeid in de dovenwereld en heb niet op een dovenschool gezeten. Ik heb meer gehoorresten en een horende achtergrond. Is er een standaard dove? Hoe meer ik de dovenwereld leer kennen, hoe meer ik besef dat er geen standaard is. Natuurlijk kun je doofheid onderverdelen in verschillende groepen, maar echt 1 standaard is er niet. De doven blijven me verbazen en zijn totaal anders dan ik heb geleerd op mijn opleiding. Ik kom doven tegen die een sterke identiteit hebben, die heel prachtig kunnen gebaren, die actief zijn in de dovenwereld, maar niet opgegroeid zijn in de dovenwereld.

De dovenwereld is heel divers en ik ben blij dat ik me er één van voel. Ik hoop dat de dovenwereld me ook gaat zien en accepteren als een dove.

Ik ben superblij met JongerenCommissie, met het team en mijn werk. Ik voel me thuis…..eindelijk…


Posted: 20:37, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Hoe zie je jezelf?

Ik ben in mijn ontwikkeling gelukkig al ver. Ik heb mijn slechthorendheid geaccepteerd en weet waar ik nog aan moet werken. Ik bof maar dat ik het nu al weet, want er zijn veel mensen die op hun 30e in een ‘midlifecrisis’ of ‘identiteitscrisis’ komen. Ik heb vaak gehoord dat ik op mijn 23e verder ben dan anderen toen zij even oud waren.

 

Door Judith Vogels

 

Hoewel ik weet waar ik niet goed in ben, blijf ik me er niet blind op staren. Als je alleen maar je beperkingen ziet, kun je niet vrolijk in de spiegel blijven lachen.

Ik ben trots op mezelf als ik terug kijk naar de laatste jaren. Ik heb een HBO-studie afgerond, ik heb een leuke baan als gebarentaaldocent, ik schrijf columns, ik heb een toneelstuk gedaan en andere dingen bij Handtheater en doe nog meer creatieve dingen.

 

Ik heb gemerkt dat er een groep doven/slechthorenden is, die heel onzeker is over zichzelf. Ze blijven hangen in hun beperking en zien niet wat ze wel kunnen.

Voor bijna elke beperking kun je wel een oplossing vinden.

Vaak worden we beperkt door onze gedachtes. We denken veel vanuit het negatieve. Het is heel logisch; door je beperking heb je veel teleurstellingen moeten verwerken, waardoor je op den duur niet meer durft positief te denken. ‘Ik kan dit niet want….’, ‘ik ben niet goed genoeg’.

We vullen de gedachtes van anderen in. Als je negatief denkt over jezelf, straal je dat uit, met gevolg dat de ander ook negatief gaat denken over jou.

 

Wat kan je eigenlijk wél? Wat zijn je hobby’s, wat doe je graag? Ben je dol op gamen; dan kun je goed focussen op een ding. Ben je dol op borduren; dan kun je heel precies te werk gaan. Denk aan wat je hobby’s van je vergen en welke kwaliteiten erbij horen. Stiekem kun je veel meer dingen dan je denkt.

 

Je mag ook trots zijn op wie je bent en wat je tot nu toe hebt gedaan. Als je 40 jaar eerder leefde, heb je veel dingen niet kunnen doen. Nu kun je een studie doen mét tolk, tv kijken met ondertiteling, skypen, teksttelefoneren met je blackberry, je nationaal en internationaal inzetten voor de doven/slechthorenden gemeenschap.

Nu wordt je serieus genomen door mensen om je heen, mits je jezelf serieus neemt.

 

Ik heb het de hele tijd over doofheid, slechthorendheid en beperking.

Hoe kijk jij er tegen aan?

Jij bént niet je beperking, maar je beperking is een onderdeel van jou.

Ik bén niet slechthorend… mijn oren zijn slechthorend. Eigenlijk is het heel logisch wat er hier staat. Je kunt je beperking heel groot zien, of heel klein.

Hoe wil je dat mensen jou zien?

Als die ene dove die raar wappert met zijn handen en er ‘debiel’ uit ziet….óf als die man die toevallig doof is, maar goed kan communiceren?

Hoe groot jij je beperking maakt, heeft invloed op hoe mensen jou zien.

 

Ik ben niet alleen maar slechthorend, klein en heb een bos krullen waar iedereen aan moet zitten….

Ik ben een vrouw met een HBO-diploma, met twee ‘apps’, die columns schrijft waarin mensen zich herkennen en die op een podium tot haar recht komt.

 

Veel doven/slechthorenden stellen zich soms te afhankelijk op naar anderen; dat anderen alles regelen voor ze. ‘Want zij kunnen goed horen en weten wel hoe het moet’.

Het is logisch dat je door je beperking soms afhankelijk opstelt naar anderen, zoals een afspraak maken bij de dokter. Té afhankelijk opstellen naar anderen, tast je eigenwaarde aan. Je kunt bijvoorbeeld zelf naar de dokter gaan en bij de balie een afspraak maken, of met behulp van een tolk de dokter bellen.

 

Soms kun je ook té onafhankelijk opstellen. Zoals geen tolk gebarentaal inzetten op de werkvloer. ‘ik wil laten zien dat ik kan communiceren, dat ik niet afhankelijk ben van de tolk’. Het is een prima gedachte als je één op één communiceert met anderen. Maar zodra er meer mensen bij komen, kun je de draad snel kwijtraken. Vergaderingen kunnen heel goed worden voorbereid zodat er een powerpoint presentatie is, handouts en notulen. Toch is de kans groot dat mensen door elkaar praten, snel inhaken op elkaar en dat er van de onderwerpen afgeweken wordt.

 

Door tolken (gebarentaal, NmG, schrijftolken) in te zetten, laat je zien dat je jezelf serieus neemt en mee wilt doen. Horende mensen zullen in het begin moeten wennen en kunnen raar reageren, maar uiteindelijk zullen ze het wel accepteren, want ze zullen zien dat je actiever wordt en meedoet. En als je alleen tolken inzet bij vergaderingen en belangrijke besprekingen, laat je zien dat je niet afhankelijk bent van tolken.


Posted: 20:35, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Confrontatie met jezelf

Wie ben je? Ben je wie je denkt te zijn? Ben je hoe anderen denken dat je bent?

Je bent wie je denkt dat je bent, maar veel dingen van jezelf zie je zelf niet. Anderen zien dat wel en helpen je bewuster te worden van je persoonlijkheid, karakter, gedrag, denkbeelden, normen en waarden.

 

Door Judith Vogels

 

Ik heb altijd het beeld gehad van mezelf dat ik een normale opvoeding heb doorlopen en een normale ontwikkeling heb gehad.

Tijdens mijn studie kwam ik erachter dat er gaten in mijn opvoeding en ontwikkeling zaten. Dat was voor mij erg schrikken, want mijn zelfbeeld was plotseling anders. Sinds dat moment ontdek ik om de zoveel tijd een nieuw gat, mede door de spiegels die ik voorgehouden krijg van de mensen om me heen.

 

Ik besef nu dat ik ontzettend slechthorend ben. Daarmee bedoel ik dat ik veel eigenschappen heb die anderen slechthorenden en doven ook hebben. Zoals bot zijn, zwart-wit denken, jezelf niet kunnen verplaatsen in een ander, missen van sociale regels, spelling van de taal die niet goed is, informatie op een visuele manier nodig hebben, moeilijk woorden niet begrijpen, snel verbanden missen, soms Jip en Janneke taal nodig hebben, taken goed afbakenen, de noodzaak van overzicht en structuur, soms afhankelijk opstellen naar anderen toe en formeel taalgebruik is lastig.

 

Het is fijn dat ik nu bewust ben van de zwakke punten van mezelf. Toch heb ik het gevoel dat ik gefaald heb. Ik ben niet wie ik dacht te zijn en ik heb nog veel te verbeteren. Is het reëel om te denken dat ik gefaald heb? Helemaal niet, want ik kan er niets aan doen dat ik die dingen niet in mijn opvoeding/ontwikkeling heb gehad. Kan ik de schuld op mijn ouders gooien? Misschien…. Maar alles was anders in de jaren 90 en veel informatie was er toen nog niet. Mijn ouders wisten niet beter en hebben hun best gedaan. Later heeft mijn moeder wel informatie gekregen en ging er achteraan.

 

Bewustwording van de gaten in mijn ontwikkeling is één ding, maar eraan werken is het andere. Zo weet ik dat mijn mimiek soms heel fel kan zijn, terwijl ik daar niet bewust van ben. Hoe kun je je eigen mimiek veranderen?

Ik kan ook heel bot zijn. Ik vraag me af of ik daarvan kan zeggen dat het een familietrek is, of dat ik het op mijn slechthorendheid kan gooien?

 

Elke keer dat ik feedback krijg, ben ik wel blij. Maar ook is het slikken, want ik heb wéér iets niet goed gedaan of nog steeds niet goed. Het is jammer dat het soms niet zo snel gaat zoals ik het wil. Zo weet ik dat ik wat langzamer leer dan anderen en tijd nodig heb om het te verwerken. Soms hoor je dingen van anderen, maar wil je er niet naar luisteren en deel je die persoon zijn mening niet. Zo zeiden veel mensen dat ik nog niet volwassen was. Op een gegeven moment kwam ik er zelf achter en drong het besef door. Ik kan wel veel feedback van anderen krijgen, maar als ik het zelf niet zie, zal ik het niet veranderen.

 

 

Het is lastig….hoeveel moet ik aan mezelf veranderen, zonder mezelf te verliezen?

Veel mensen zeggen dat ik nu eenmaal zo ben en accepteren veel dingen van mij, dingen die ik wel kan bijschaven. Mijn vrienden vinden het niet erg dat ik soms bot uit de hoek kan komen en lachen erom. Als gevolg dat ik niet bewust ben van dat gedrag en dat het ook op een andere manier kan. Als iedereen om je lacht, vinden ze het blijkbaar wel leuk. Waarom zou ik het dan moeten veranderen?

 

Het is nooit leuk om de confrontatie aan te gaan, laat staan met jezelf. Ik ben blij dat ik mezelf nu beter ken en daarop kan anticiperen in situaties. Zoals dat ik in het ziekenhuis was en heel veel informatie kreeg. Ik vroeg om folders en wat niet in de folders stond schreef ik op.

Elke keer dat ik anticipeer op een situatie of vertel wat ik nodig heb, ben ik trots op mezelf. Ik vraag me af hoe ik het al die jaren hiervoor heb gedaan.

Het is goed om aan te geven aan mensen wat je nodig hebt; vaak doen mensen daar niet moeilijk over. Ook getuige het van zelfreflectie en kwetsbaarheid.

Daar zijn mensen vaak van onder de indruk.


Posted: 20:32, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Chillen of Gillen

Ik heb me jarenlang in de dovenwereld begeeft. In die tijd beweerde ik bij hoog en laag dat er een slechthorende identiteit is, een slechthorende wereld en een slechthorende cultuur. Een ieder die wat anders beweerde kreeg ervan langs. Maar waar baseerde ik mijn mening op? Ik was niet te vinden in de slechthorende wereld, nooit behoefte aan gehad. Nu ben ik eindelijk de slechthorende wereld aan het verkennen.

 

Door Judith Vogels

 

Ik ben naar de Chilldag gegaan van SHjong. Ik vond het heel spannend. Hoe zou het gaan met allemaal slechthorenden? Zou er veel herkenning zijn of afkering?

Op die dag waren we met in totaal 42 slechthorenden bij elkaar. Ik moest even wennen en liet het over me heen komen. Er was één persoon die vooraan stond en in de microfoon praatte en het spel uitlegde. Na 10 seconden begon iedereen tegen elkaar te vragen of die hoorde wat de presentator vertelde.

 

Tijdens een ander spel liep een ander persoon met de microfoon rond in de groep. Hij moest bepalen wie het winnende team was. Ik heb daar niets van meegekregen. Pas toen de eersten begonnen op te ruimen had ik in de gaten, dat het afgelopen was.

Daarna ging een man zijn onderzoek uitleggen, waarbij zijn doel was om jongeren te motiveren aan zijn onderzoek mee te doen. Tijdens zijn praatje, moest ik naast hem gaan staan en tolken. Huh?! Daarna kwam een persoon van het bestuur naar me toe en zei dat SHjong voor slechthorenden zijn ZONDER gebarentaal en de Jongeren Commissie is voor slechthorenden en doven MET gebarentaal. Ik schrok ervan dat er duidelijk een onderscheid werd gemaakt.

 

Tijdens het eten is iedereen aan het praten met elkaar. Iedereen overschreeuwt elkaar om elkaar te verstaan. Het enige wat ik hoorde was herrie en daar werd ik knettergek van. Na het eten ging een persoon een spel uitleggen. Hij probeerde de aandacht van iedereen te trekken door te praten in de microfoon. Niemand die luistert natuurlijk door alle herrie.

 

Al met al is duidelijk geworden dat er één ding niet goed was geregeld: communicatie. Door alleen op het auditieve te focussen, beperk je jezelf en mis je een hoop. Vaak gaat de communicatie één op één goed, maar zodra je in een groep komt niet meer. Het maakt dan niet uit of je een groep horenden hebt of een groep slechthorenden. Je kunt een microfoon hebben, maar op een grote groep slechthorenden, zal het niet veel uitmaken. Daarnaast is belangrijk dat de spreker goed zichtbaar is voor iedereen en zijn mond zichtbaar is voor spraakafzien.

 

Slechthorenden hebben ook visuele prikkels nodig. Zet bijvoorbeeld een NmG-, schrijftolk in of maak alle uitleg visueel via een powerpoint of hand-outs. Als je aandacht wilt van een grote groep, kun je het licht aan en uit doen of iedereen steekt zijn hand op.

Als spreker is het belangrijk dat je de groep weet te pakken en uitstraling hebt. Iemand kan iets interessants vertellen, maar als de uitstraling niks is, ben ik al snel afgehaakt.

 

Al met al heb ik de dag niet als ‘chill’ ervaren. Ik zat me vaak op te winden over de (het gebrek aan) communicatie. Ik ben een zelfbewuste SlechtHorende meid die weet dat ze hulpmiddelen nodig heeft en zich er niet voor schaamt.

Ik hoop dat in de toekomst slechthorenden zichzelf niet beperken en niet bang zijn om hulpmiddelen in te zetten. Pas als je het inzet, besef je hoeveel je hebt gemist. Ja…je bent als slechthorende wel meer zichtbaar. Maar wat is belangrijk…geaccepteerd worden door de horende gemeenschap, of alle informatie meekrijgen? Je bent slechthorend en hebt gehoorapparaatjes. Die heb je voor de rest van je leven, dus je kunt er beter goede vrienden mee worden.

Je kunt wel doen alsof je alles kan horen. ‘Nee ik heb geen gebaren nodig, ik red het wel zonder.’ Wie houdt je dan voor de gek? Jezelf of de mensen om je heen?

 

Wij slechthorenden zijn halve doven.

Dus waarom niet gebruik maken van de middelen die doven ook gebruiken?


Posted: 20:28, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Slechthorend...pfff

Dat je een gehoorverlies hebt, accepteer je op een bepaald moment. Je probeert er zo goed en zo kwaad als het kan ermee te leven. Maar soms kun je een terugval krijgen en ben je enorm gefrustreerd over je gehoor en wat het met zich meebrengt. Soms wil je horend zijn en soms wil je doof zijn. En soms wil je dat slechthorendheid eenduidig is over wat je wel/niet kunt horen. Zodat je geen teleurstellingen krijgt als je dingen wilt uitproberen.



Door Judith Vogels

 

Gehoorapparaat en gehoortesten
Ik hoorde slecht de afgelopen maanden. Ik merkte het als ik in de sportschool was en moeite had om mijn vriendin te verstaan zonder mijn gehoorapparaten in. Ook leek het alsof er iets mis was met mijn gehoorapparaten. Ik ben dus naar de audicien gegaan.
Toen bleek dat de filters op mijn gehoorapparaten verstopt zaten. Ze moesten om het half jaar vervangen worden, maar dat hebben ze nooit aan mij verteld.
Toen de nieuwe filters erop zaten, deed ik mijn gehoorapparaten weer in. Ik schrok van het geluid wat er binnen kwam. Ongemerkt bleek ik slecht te hebben gehoord de afgelopen maanden.

Ik had ook een gehoortest gedaan (toonaudiometrie). Je moet bij elk piepje dat je hoort op een knopje drukken. Ik ben heel bekend met de test en heb er inmiddels alweer 20 jaar ervaring mee. Na afloop bleek er weinig verschil te zijn met mijn vorige audiogrammen. En dat terwijl ik zeker weet dat mijn gehoor achteruit is gegaan.
Ik weet precies hoe de test gaat en ben er al jaren aan gewend. Ik weet wat er gaat komen en daar kan ik op anticiperen. Ik word als het ware niet meer gedwongen om te luisteren.
Nu vertelde een andere audioloog dat als er gewenning is met de toonaudiometrie testen, je aan de audioloog kunt vragen om alle piepjes door elkaar af te nemen en niet de standaard volgorde aan te houden. Dat is een goede tip en ga ik zeker doen de volgende keer.

Ik heb veel frustraties als het gaat om gehoortesten en gehoorapparaten. Het is altijd een drama als je nieuwe gehoorapparaten krijgt of moet laten bijstellen.
Je zit in een geluidsdichte ruimte. Ze veranderen bepaalde frequenties/decibellen en vragen na elke verandering: `hoor je nu beter?` Je kunt een frequentie wel veranderen, maar in een geluidsdichte ruimte is het moeilijk om te zeggen of je beter hoort. Het beste is om naar buiten te gaan en alle geluiden dan te ervaren.

 

Cabaretvoorstellingen
Ik was eind vorig jaar naar een cabaretvoorstelling geweest. Ik heb in de stadsschouwburg van Utrecht de infrarood kinbeugel gekregen. Ik zat redelijk achteraan. Het geluid in de zaal stond kei hard. Het geluid van de kinbeugel stond ook hard, maar verstaan was niet mogelijk. Ook was er een dof geluid overheen. Ik kon bijna niks verstaan en ben in de pauze boos naar huis gegaan, nadat ik mijn boosheid had verteld aan de werknemer.

Ik ben begin dit jaar weer naar een cabaretvoorstelling gegaan, maar ik had er al minder zin in. Bij de balie bleek dat ze ook een andere hadden, een soort kinbeugel, maar dan met een halslus. In de zaal bleek ik vooraan te zitten. De vrouw vertelde dat de infaroodsystemen pas vanaf de 7de rij werken. Gelukkig bleek ik de hulpmiddelen niet nodig te hebben en kon ik bijna alles goed verstaan met mijn gehoorapparaten. Maar 1 ding, ga niet naar een voorstelling waar Dolf Janssen in zit. Hij praat zo snel, dat het bijna niet verstaanbaar is, ook voor de goed horende mensen.

Nu ga ik op 20 februari naar een voorstelling van Jörgen Raymann. Ik heb de stadsschouwburg gebeld en ik mag tolken gebarentaal meenemen.
Nu hebben zij een leuke actie bedacht. Want als er toch al een tolk is, kunnen er meer doven en slechthorenden komen. Zij hebben ongeveer 25 kaarten gereserveerd speciaal voor doven en slechthorenden. Ik heb ook al 2 tolken gevraagd die allebei gaan tolken.
Als je ook wilt komen, kijk op de website van stadsschouwburg utrecht voor meer informatie over de voorstelling en de tijd. Je kunt een e-mail sturen naar kassa@ssbu.nl, met daarin je naam, adres en woonplaats en hoeveel kaartjes je wilt.
Ik ben wel benieuwd hoe dit zal gaan, het is voor mij de eerste keer dat ik een cabaretvoorstelling in NmG zal gaan zien. Benieuwd of ik (bijna) alles kan volgen.

 

Feestdagen
De feestdagen zijn alweer geweest. De dagen waarop je `verplicht` je familie moet zien. Dagen waarop de communicatie niet altijd goed gaat. Ik heb dit jaar geen tolk meegenomen. Ik weet dat op sommige momenten iedereen door elkaar praat en je even niet kunt volgen wat er gezegd wordt. Voor de rest van de tijd kon ik goed communiceren met iedereen. Ik weet dat als ik met iemand in gesprek wil, ik naast die persoon moet zitten, of anders met hem naar een rustigere ruimte moet gaan.

Het is soms vervelend dat je niet alles hetzelfde kunt als een goed horend persoon. Je kunt daarin blijven hangen en je alleen maar slechter erdoor voelen. Je kunt ook kijken naar wat je wel kunt en je leven daarop instellen. Ik heb geen zin om nooit meer feestdagen met mijn vrienden en familie te kunnen vieren. Ik heb geen zin om niet meer naar cabaretvoorstellingen te gaan.
Als je bepaalde dingen wilt blijven doen, zul je ook de teleurstellingen die erbij komen moeten accepteren.

 

Het leven gaat niet over rozen… slechthorendheid ook niet.


Posted: 20:27, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Assertiviteit

Mijn laatste paar columns waren vooral informatief met mijn (scherpe) mening erbij. Er werd mij gevraagd om weer een column te schrijven over mezelf en alles wat ik meemaak rondom mijn slechthorendheid. Ik moest hard nadenken want ik vond dat alle ontwikkelingen rondom mij in een `stoptreinvaart` zat. Toen ik kritisch ging terugkijken naar alle haltes waar mijn stoptrein was gestopt, zag ik de vragen, gedachten, ervaringen die zich in mijn trein hadden verzameld.



Door Judith Vogels

 

Café
Als ik wil afspreken met niet-gebarentaalvaardige vrienden, is het gezellig om naar een café te gaan. Maar een café staat gelijk aan veel lawaai. Door de lawaai heb ik moeite om de gesproken taal te volgen. In zulke situaties voel ik me communicatie-doof en kwetsbaar. Het is nooit leuk om in een situatie te zitten waarbij je ziet dat je vrienden veel lol hebben en in elkaars oren schreeuwen en jij je buitengesloten voelt. Het zorgt ervoor dat ik weinig met cafés heb. Ik ga liever met gebarentaalvaardige vrienden, dan weet ik zeker dat ik een leuke avond ga hebben en mijn vrienden begrijp.

De meeste niet-gebarentaalvaardige vrienden weten inmiddels wel hoe ze met mij moeten omgaan in een café. Ze maken gebruik van algemeen bekende gebaren (zoals DRINKEN, ETEN) en ze zeggen dingen in mijn oor maar moeten dit blijven herhalen als ik het niet versta. In een café heb ik bijna altijd mijn gehoorapparaten uitstaan als het vol is en de muziek hard staat. Ik zeg tegen mijn vrienden ook dat ik ze uitzet en ik `doof` ben.
Als ik nieuwe mensen ontmoet is het eerst even aftasten hoe de communicatie het beste gaat.

Ik heb geen zin om cafés te mijden. Als ik naar een café ga, moet ik opletten hoe de indeling is in het café, hoe het licht is en op welk tijdstip ik ga. Zo heeft het voor mij geen zin om op zaterdagavond om 22.00 uur af te spreken met niet-gebarentaalvaardige mensen om gezellig bij te kletsen . Het is ook fijn als je zelf het café mag kiezen en de plaats waar je zit. Ik heb dat laatst gedaan en het voelde goed voor mijn assertiviteitsproces.

Natuurlijk kun je in plaats van in een café, ook op het terras zitten. Maar als dat terras in het centrum is, heb je ook last van het lawaai en het verkeer.

 

Therapie
Als je als slechthorend persoon therapie wilt, is de vraag of je naar een horende instantie gaat of een slechthorende/doven instantie. Waar je op moet letten voordat je een keuze maakt: Hoe is je gehoorverlies?  (Ben je licht, midden of zwaar slechthorend?)  Kun je 1-op-1 gesprekken goed volgen met gehoorapparaten? Wat is je moedertaal? En waarvoor heb je therapie?

Zelf ben ik middenslechthorend, kan ik 1-op-1 gesprekken goed verstaan, Nederlands is mijn moedertaal en ik ga niet naar therapie vanwege mijn slechthorendheid. Dus ik heb besloten om naar een horende therapeut te gaan.
Als  ik de therapeut niet kan verstaan kan ik altijd nog een (schrijf)tolk meenemen.

Als je naar een horende therapeut gaat, moet je op letten dat hij/zij duidelijk praat, oogcontact maakt en rekening met je houdt. Het laatste wat je wilt is dat je tijdens je sessie honderd keer om herhaling moet vragen. Als je een therapeut hebt die geen rekening met je houdt, is het verstandig om een ander therapeut te vragen. In deze situatie vind ik dat je op moet komen voor jezelf en mag verwachten dat de therapeut rekening met je houdt. Ik ga niet, als ik mijn diepste emoties uit, ook veel moeite doen om de therapeut te verstaan en te volgen. Maar het is ook belangrijk dat de horende therapeut jou ook kan verstaan en begrijpen.
Het is fijn als het klikt tussen jou en je therapeut. Als je niks met hem/haar hebt, zullen de effecten van de therapie minder zijn. 

Je hebt verschillende GGZ instanties die gericht zijn op dove en slechthorende mensen. Zo hebben ze tolken in dienst en leren de werknemers gebarentaal. Zo heb je PsyDoN, de Riethorst en nog meer instanties. Ook zijn niet alle therapeuten horend.

 

Schrik
Ik stond laatst op en zette het journaal aan (met ondertiteling natuurlijk). Het was heel stil en ik moest kijken naar de tv om het journaal te volgen. Toen ik mijn gehoorapparaten indeed besefte ik dat het een groot verschil was. Ik hoorde de tv goed en kon rondlopen terwijl ik luisterde. Ik vond het een schok dat ik eerst helemaal niets hoorde en dan plotseling aangesloten ben op het geluid.
Zo had ik het ook omgekeerd. Ik was rustig tv aan het luisteren op een bepaald volume. Toen ik mijn gehoorapparaten uit deed, schrok ik dat het zo stil was.

Ik was laatst ook met een vriend aan het praten op de sportschool waar ik mijn gehoorapparaten niet in heb. (Dit omdat ik geen zin heb, het in en uit moet doen i.v.m. douchen bij de sportschool). Ik kon hem met moeite verstaan terwijl ik daar de afgelopen maanden weinig problemen mee heb gehad. Het is eng als je denkt dat je gehoor achteruit gaat.
Maar ik ga nu niet meteen naar de audicien hollen om mijn gehoor te testen. Ik ken die testen en ik weet hoe ze werken na al die jaren. Voor mij zijn de testen niet meer 100 % betrouwbaar. Iedereen die een pieptoon test heeft ondergaan weet waarover ik nu praat. Tijdens de test twijfel je vaak of je de toon echt hebt gehoord of denkt het te hebben gehoord. Daardoor kun je bij bepaalde tonen het per test anders doen en zul je bij uitslagen misschien een decibel meer of minder hebben.
Ik ga pas mijn gehoor weer laten testen als ik echt zeker weet dat mijn gehoor achteruit gaat. Maar ja, wanneer weet je het zeker? Vaak gaat het heel geleidelijk…

 

Assertiviteit 
Ondertiteling
Thuis zet ik ondertiteling aan wanneer ik dat wil. Maar ik vind het moeilijk om bij andere mensen te vragen of zij ondertiteling willen aanzetten voor mij, omdat je in het huis van een ander bent. Bij een aantal familie en vrienden is dat normaal en doen ze het voor mij.
Ik was laatst bij persoon A. Wanneer ik er ben zet A. vaak uit zichzelf de ondertiteling aan. Maar laatst met het WK voetbal deed A. dat niet, terwijl ik het wel aan hem had gevraagd. Ook kreeg ik van de andere mensen die erbij waren te horen dat zij geen ondertiteling op tv wilden. Ondertiteling met voetbal, dat doe je gewoon niet. De tv is digitaal en heeft drie afstandbedieningen en ik ben a-technisch, dus ik kon het zelf niet aanzetten. Ik heb het commentaar van de sportpresentatoren de hele wedstrijd niet goed kunnen volgen. En als ik dan een opmerking maakte over wat er gebeurde tijdens de wedstrijd, kreeg ik een opmerking naar mijn hoofd geslingerd dat het net was gezegd en ik moet luisteren.

 

Trein
Ik ben de laatste tijd bewust bezig om assertiever te worden m.b.t. mijn slechthorendheid.
Zo was ik in de trein met mijn zusje en we waren gezellig aan het kletsen. In de coupe was een kind die hard aan het lachen was met zijn moeder en dat bleef maar doorgaan. Mijn zusje en ik werden er tureluurs van. Toen ik de moed had verzameld liep ik naar de moeder en vroeg of ze wat zachter konden doen omdat ik mijn zusje niet kan verstaan en ik slechthorend ben. En ja, ze deden daarna stiller.

 

Bus
Ik was een keer in een streekbus met een dove vriendin. Wij moesten naar een dorpje toe waar we een bijeenkomst hadden. Wij gingen zitten en kletsen. Op een gegeven moment wisten we niet waar we waren en ik liep naar de buschauffeur om te vragen wanneer onze halte was. Hij viel uit naar mij en zei dat ik maar moest luisteren naar de omroepen. Ik zei dat ik slechthorend ben en de omroepen niet kan horen omdat die te zacht staan. Hij heeft het zo hard gezet zodat ik het kon horen. Maar het nadeel bij de omroepen is dat ze hard zeggen `volgende halte` en dan een toon lager de naam van de halte zeggen. En die kon ik wel horen, maar niet verstaan. Ook  was het tv-scherm waar de haltes op staan kapot. Ik liep op een gegeven moment weer naar voren en vroeg of we er bijna waren. Hij zei dat hij de omroep harder had gezet en ik maar moet luisteren. Ik zei dat ik het wel kan horen, maar niet verstaan. Toen koelde hij wel af en gaf duidelijk aan waar we uit moesten stappen, op een vriendelijke manier.

Wat we hiervan hebben geleerd: het omroepsysteem in de bus kan harder gezet worden!

Ik was uitgenodigd voor een bijeenkomst om met een aantal dove, slechthorende en plotsdoven onze ervaringen van problemen waar wij tegenaan lopen in het openbaar vervoer te bespreken. Ik vertelde toen het verhaal van de bus. Een oudere vrouw die (zwaar)slechthorend is zei dat ze zichzelf herkende in mij, zelf was ze voeger ook zo. Ze zei dat ze vroeger ook te trots was om meteen te zeggen dat je slechthorend ben. Er werd aan mij gevraagd waarom ik dat niet meteen zeg.

Omdat ik a: ervan uit ga dat ik die persoon kan verstaan. Als ik hem niet kan verstaan vraag ik om herhaling. Als ik het nog steeds niet kan verstaan, zeg ik dat ik slechthorend ben.
En b: het voelt voor mij niet prettig om de hele dag door tegen iedereen te zeggen dat ik slechthorend ben. Wat gaat hen dat aan? Als ik hen kan verstaan hoef ik het niet te zeggen. Dat heeft niets met trots zijn te maken. Als mijn gehoor meer achteruit gaat, zal ik het wel meteen moeten zeggen.

Ik heb wel goede tactieken geleerd tijdens die bijeenkomst. Als je de bus instapt en niet weet wanneer je halte is, waar je eruit moet, kun je het volgende doen: Je zegt meteen tegen de chauffeur dat je slechthorend bent, je vraagt of hij wil laten weten wanneer je uit moet stappen door te zwaaien of andere oplossingen die voor jou werken.
Een voorwaarde is wel dat je vlakbij de chauffeur gaat zitten, waar hij jou kan zien.
Doordat je zelf een oplossing aangeeft voor de chauffeur zal hij waarschijnlijk jou helpen. Als je geen oplossingen geeft voor hem, wordt hij voor blok gezet en geef je hem een ongemakkelijk gevoel.

En soms is het handiger om te doen alsof je doof bent, want dan moet de chauffeur het op een visuele manier duidelijk maken. Als je zegt dat je slechthorend bent, kunnen zij daar bepaalde vooroordelen over hebben. Zoals mijn ervaring in de bus.

 

Fiets
Als ik op straat fiets, schrik ik altijd van de fietsers. Ik hoor niets achter mij, behalve gammele piepende fietsen. Als ik wil inhalen of voor iets uitwijk schrik ik van de fietsers die mij inhalen. Ik ben van vroeger uit gewend dat ik fietsers achter me hoor. Dus je gaat dan vanuit dat als je niets hoort, er ook niets achter je is.

Ik heb een tijdje het bordje SH op mijn fiets gehad (van de NVVS). Op den duur ging het bordje kapot en ik heb er geen nieuwe op gezet. Veel mensen weten niet wat SH betekent.
Ik wil later wel een spiegeltje op mijn fiets laten zetten. Maar dat doe ik als ik een eigen huisje heb en niet meer in Utrecht woon. Ik denk niet dat het spiegeltje het lang zal overleven in de grote stad.
Tot die tijd kijk ik wel eerst naar achteren als ik wil inhalen. En als ik met vrienden samen fiets, fiets ik aan de binnenkant, zodat de vriend kan uitwijken als er iemand wilt inhalen.

 

Nu ga ik weer verder met mijn `trein`. Ik ben benieuwd of mijn volgende trein een `stoptrein` of een `sneltrein` wordt. Tot de volgende halte.


Posted: 20:23, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Hypocriete overheid

In mijn column `De overheid en bezuinigen` heb ik het gehad over de vergoeding van gehoorapparaten en CI en dat het UWV moeilijk doet over de vergoeding van tolkuren. In deze column ga ik verder door op de overheidsbemoeienis. In deze column komen de volgende onderwerpen voorbij: wettelijke erkenning van gebarentaal, ondertiteling, ZiCoTv en visuele hulpmiddelen.

 

Door Judith Vogels 

 

Wettelijke erkenning en overheid

In 1998 pleitte Dovenschap voor de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal als een volwaardige taal. De Nederlandse overheid beloofde om de Nederlandse gebarentaal wettelijk te erkennen als er een standaard gebarentaal kwam. Als gevolg dat het STABOL-project op gang kwam en nu zijn er al veel boeken en cd-roms uitgebracht met de gestandaardiseerde gebaren. We hebben ook de van Dale basiswoordenboek Nederlandse gebarentaal.

 

In 2004 hebben veel prelinguaal doven in Den Haag gedemonstreerd voor erkenning van hun gebarentaal. Het huidige kabinet ziet echter te veel haken en ogen aan erkenning via de Nederlandse Grondwet, omdat daarin de Nederlandse taal ook niet erkend is. Er zal wel worden onderzocht of de Nederlandse Gebarentaal kan worden verankerd in deelwetten, bijvoorbeeld het opnemen van het recht op tweetalig onderwijs voor dove kinderen in de onderwijswet.

 

Dovenschap gaat nu weer een brief schrijven aan het kabinet met het dringende verzoek dat ook de Nederlandse Gebarentaal wordt opgenomen in de Grondwet.

Maar ja….het kabinet ziet de effecten van CI op dove kinderen en waarschijnlijk zal gebarentaal voor hun minder noodzakelijk zijn.

Ze willen ook gaan bezuinigen op internaatskosten zoals het in de Woord en Gebaar stond van mei 2010.

Als je alle berichten hoort, vraag ik me af of die erkenning wel komt….helemaal als de technologie allen maar beter wordt.

De overheid wil bezuinigen en wij worden er de dupe van.

 

Bij mijn column ‘CI generatie en CI teams’ reageerde een moeder van een CI-kind. Ze vertelde dat ze had moeten vechten om een indicatie te krijgen. Haar kind gaat naar Talent en zit daar met veel plezier. Maar als haar indicatie afloopt, moet ze naar het regulier onderwijs zonder ondersteuning. Alleen als je een dovenindicatie hebt, mag je naar een dovenschool. En dit bepaald de overheid n.a.v. de gehoordrempels. Als je met CI rond de 20, 25 db verlies hebt, moet je naar het regulier onderwijs.

 

De overheid kijkt niet naar de identiteit van het kind. Het is ook moeilijk om naar twee scholen te gaan (een dove en een reguliere school) omdat de school waar je het meeste op zit, het geld krijgt. Dat vind ik zo stom. Als het goed is voor je kind om naar 2 scholen te gaan, moet het geld maar gesplitst worden naar beide scholen. Misschien praat ik wel zo idyllisch.

 

Een audiogram zegt niets over de identiteit van het kind en hoeveel die precies kan verstaan. Ik heb hoge tonen verlies maar sommige zachte hoge tonen hoor ik wel…Het is te zot voor woorden dat de overheid bepaald waar jij niet naar school mag. Duidelijk dat ze er geen verstand van hebben.

En wie is de overheid dat ze bepalen dat je geen ondersteuning mag in het regulier onderwijs??

 

Ondertiteling

Op 30 juni 2006 heeft het kabinet besloten dat per 1 januari 2007 (later versneld van kracht geworden op 1 december 2006) alle landelijke omroepen, zowel publiek als commercieel, hun Nederlandstalige televisieprogramma\'s moeten gaan ondertitelen. De gestelde norm is 95% voor de publieke omroepen en 50% voor de commerciële, te behalen binnen vier jaar. Het kabinet hoopt op een akkoord met de RTL-zenders, aangezien zij niet onder Nederlands recht vallen.

Bron: www.wikipedia.nl 

 

Het is toch te zot voor woorden dat de RTL zenders eigenlijk buiten de regeling valt, omdat het uit Luxemburg komt.

Ik maak veel gebruik van ondertiteling en mij valt het tegen. Soms worden hele zinnen niet ondertiteld of informatie samengevat.

Ik ben met een ding heel blij: als er concerten of muziekshows zijn op de publieke omroepen, worden de liedjes heel vaak ondertiteld. Eindelijk begrijp ik wat ze zingen.

 

Ik hoop dat in de nabije toekomst 100% van de Nederlands gesproken programma’s op een goed niveau worden ondertiteld. Geen samenvattingen of weglatingen meer. Ook de voice-overs en geluiden moeten ondertiteld worden.

De overheid en de omroepen moeten hun best doen voor de ondertiteling. Als alles ondertiteld wordt (ook de reclames) zullen doven meer tv kijken, wat ook meer kijkcijfers oplevert.

 

ZiCoTv

ZiCoTV is een omroepvereniging voor mensen met een auditieve/communicatieve beperking, opgericht om de kloof tussen horenden en niet-horenden te overbruggen. Dat willen we doen door onze programma`s. Programma`s met als uitgangspunt de wensen en verlangens van dove en slechthorende mensen.

bron: www.doof.nl

 

In 2009 was er een omroepenstrijd op de publieke omroepen. Degene met de meeste leden, kregen zendtijd. Helaas zat ZiCoTv er niet bij en moet hij 5 jaar wachten op een nieuwe kans. Op naar 2014……Deaf empowerment!!

 

Visuele hulpmiddelen

Ik reis veel met de trein en de bus. Het valt me op dat de visuele communicatie voorziening ook maar mondjesmaat is. Gewoon een lichtbalk met tekst erop, dan ben ik al tevreden. Informatie die omgeroepen wordt, ook meteen op de lichtbalken! Op het station en ook in de trein, zodat je eindelijk begrijpt waarom de trein al 10 minuten stil staat….

In de meeste treinen zijn er al lichtbalken waar de eindbestemming van de trein op staat. Gebruik die!


Posted: 20:21, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Doelen zijn bepaald, nu de weg nog

Op 22 mei organiseerde Jongeren Commissie de ‘Woorden en Daden dag’. Een dag dat er samen werd gediscussieerd en plannen werden gemaakt. Ik werd gevraagd om in het panel te komen vanwege mijn columns. Ik had heel veel zin in die dag omdat ik dol ben op discussiëren.

 

Door Judith Vogels

 

Die dag was het een zonnige en warme dag net voor Pinksteren, als gevolg dat de opkomst niet zo spetterend was zoals ik had gehoopt.

We lieten de opkomst ons humeur niet vergallen en begonnen met de stellingen. Jongeren Commissie had goede en pittige stellingen bedacht.

 

We begonnen met de stelling: studenten tolk/docent NGT beheersen NGT beter dan doven.

Ik ben tegen deze stelling. Doven beheersen NGT op een andere manier dan studenten NGT.

Op de opleiding leer je om heel netjes te gebaren en een vaste zinsstructuur te gebruiken. Ook leren wij de STABOL gebaren en minder de gebaren van de verschillende dialecten. Toen ik voor het eerst in contact kwam met doven, voelde ik dat de drempel heel hoog was. Een dove…en ik kan maar weinig gebaren…hoe was de volgorde ook alweer, wat zijn de gebaren?

Ik heb mezelf aan moeten leren om de grammatica van NGT los te laten en gewoon gebaren. Toen ging het veel beter. Doven gebaren niet zo netjes als op de opleiding.

 

Het is te vergelijken met het Nederlands. Allochtonen in ons land moeten AN leren (Algemeen Nederlands). Maar als ze in contact komen met autochtone Nederlanders zullen ze in de war raken, omdat er verschillende dialecten zijn.

Studenten NGT leren de nette variant van gebarentaal, maar beheersen ze het daardoor beter dan de doven. Tijdens de discussie werd gezegd dat het Stabol een 6de dialect is. Dat vond ik wel een goede opmerking.

 

De volgende stelling: doven/slechthorenden hebben geen functie beperking.

Deze stelling bracht ook veel los. Wat bedoel je dan precies met functie beperking?

In de dovenwereld hebben doven geen functie beperking, in de horende maatschappij wel. In de horende maatschappij is iedereen die niet aan de ‘norm’ voldoet beperkt. Volgens mij is iedereen wel beperkt. De een heeft een bril, de ander gehoorapparaten, steunzolen, logopedische training, acne, eczeem, virussen, ziektes, hersenaandoeningen, MS, amputaties maar ook vooroordelen maken mensen ‘beperkt’. Iedereen is normaal, maar ‘normaal’ kun je heel breed definiëren.

 

Er werd gezegd dat de horende mensen doven beperkt maken. Ook werd gezegd dat horende en dove mensen samen beperkt zijn, want communicatie doe je samen.

En maken doven horende mensen in de dovenwereld niet beperkt? Er zijn veel horende mensen die graag in de dovenwereld willen integreren, mee helpen enz. maar geen aansluiting vinden.

Doven en horende mensen moeten samen open staan voor elkaar.

Een persoon zei dat doven kunnen zich niet volledig aanpassen op horende mensen omdat ze niet kunnen horen. Horende mensen kunnen altijd gebaren leren.

Wat ook grappig is en sommige doven meemaken, is dat als je gaat gebaren, horende mensen Engels tegen je gaan praten. Huh??

 

Een stelling die ook uitgebreid werd behandeld was: gebarentaal als vak naast andere talen.

 

Op school leren we AN (Algemeen Nederlands), maar thuis in je familie zullen er wel mensen dialect spreken. Ik kom uit Helmond (Brabant) en kan een beetje Helmonds dialect spreken, ook heb ik een Brabants accent. Ik kan AN spreken, maar het liefst hou ik me vast aan mijn roots. Waarschijnlijk ook met doven zo.


Posted: 20:18, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column Overheid en bezuinigingen

In de loop der jaren zijn er steeds meer dingen die me op zijn gevallen. De overheid begint zich steeds meer met dingen te bemoeien, wat niet altijd tot het goede komt. Vooral nu wil de overheid meer gaan bezuinigen….

 

Door Judith Vogels

 

Ik en mijn gehoorapparaten

Vanaf mijn derde jaar draag ik twee gehoorapparaten. Mijn huidige gehoorapparaten zijn kleiner dan de normale formaat voor zwaardere gehoorverliezen. Iedereen kent die wel; je hebt ze in bruin, zwart en beige. Mijn huidige zijn wit parelmoer.

Ik ben afhankelijk van ze, want als ik opsta doe ik ze meteen in en pas als ik ga slapen doe ik ze uit. Zonder gehoorapparaten kan ik geen Nederlandstalige programma’s op tv volgen, hoor ik niet wat er achter mij gebeurt, is alles veel zachter en hoor ik dingen gewoon niet zonder dat ik daar bewust van ben, kan ik niet met iedereen een gesprek voeren en spraakverstaan is al helemaal moeilijk.

 

Ik heb mijn gehoorapparaten hard nodig. Het is mijn hulpmiddel om mee te doen met de communicatie en integreren in de horende maatschappij.

Nu is mijn vraag: als het een levensbehoefte is, waarom wordt er nu nog geen helft van vergoed door de zorgverkering?

Toen ik mijn huidige gehoorapparaten kreeg, moest ik alles zelf betalen. Als student kon ik nauwelijks de maand doorkomen, laat staan dat ik het geld voor de hulpmiddelen kon ophoesten. Ik ging naar de gemeente en heb bijstand gekregen om ze te betalen. Maar je moet al je financiële gegevens op tafel leggen en dat is gênant.

 

Ik was altijd jaloers op mijn broer en zus omdat ze elke jaar een nieuwe bril mochten uitzoeken. En ik moest met mijn gehoorapparaten er minimaal 5 jaar mee doen. Maar wat als je gehoor in die tijd hard achteruit gaat en nieuwe gehoorapparaten nodig hebt?

 

Zorgverzekering en vergoeding

Een gehoorapparaat wordt rond de 40-45 % vergoed na 5 jaar. Een goed gehoorapparaat kost ruim €1000,-. Na 5 jaar krijg je maximaal rond de €485,00 per gehoorapparaat vergoed. Hoe langer je met een gehoorapparaat doet, hoe meer je per jaar vergoedt krijgt. Gehoorapparaten zijn erg duur. Het is belachelijk dat als je probeert langer met je gehoorapparaten te doen, je meer vergoed krijgt, terwijl je gehoor en de kwaliteit van je gehoorapparaat achteruit gaat.

Nu worden de gehoorapparaten kleiner met gevolg dat de batterijen ook kleiner worden. Kleinere batterijen gaan minder lang mee, waardoor je meer batterijen moet kopen. Een pakje batterijen kost geen 10 cent. Het enige positieve is dat de vergoeding voor gehoorapparaten met €10 omhoog gaat.

 

Bij de zorgverkeringen werden gehoorapparaten genoemd bij 55+.

Hoe krom is de overheid?

Het idee dat alleen de ouderen gehoorapparaten nodig hebben is al lang achterhaald. Wij gehoorapparatendragers worden in feite door de Nederlandse regering onderdrukt. Niet iedereen komt in aanmerking voor een gehoorapparaat. Nog meer informatie over de regels van vergoeding van gehoorapparaten kun je lezen op http://www.oorzaken.nl/vergoeding_hoorapparaat.htm

Ik heb gelezen dat ze misschien volledig vergoed worden….dat werd eens tijd.

 

CI en vergoeding

Een CI kost circa € 65.000,- en wordt sinds 2000 volledig vergoed door de zorgverzekering, behalve de batterijen. Het wordt volledig vergoed omdat het onder de medisch-specialistische zorg valt, terwijl een gewoon hoortoestel onder hulpmiddelenzorg valt. Meer daarover kun je lezen op http://nl.wikipedia.org/wiki/Cochleair_implantaat#Kosten en http://www.doof.nl/Aanspraak-maken-op-een-volledige--hooroplossing--2-2075.htm

 

De Nederlandse belastingbetaler draait op voor de 2800 CI-gebruikers. Ze draaien ervoor op om doofheid uit te roeien.

Waarom wordt de CI wel volledig vergoed en gehoorapparaten niet??

Kan iemand mij een volkomen logisch en begrijpbaar antwoord geven? Het is niet eerlijk dat ik elke 5 jaar mijn portemonnee moet leegschudden terwijl CI gratis is. Moet ik dan ook een CI nemen?? (sarcasme)

 

Uwv

Ik heb gemerkt dat de uwv moeilijk doet over vergoeding van tolkuren en dat terwijl Menzis je snel leefuren geeft of extra uren.

De vergoeding van tolkuren is al een hele discussie op zich.

Waarom doet de uwv moeilijk over de vergoeding van (schrijf/team)tolken?

Mijn onderwijs- en werkuren worden via de uwv geregeld en alles moet precies verantwoord worden. Het duurde een tijdje voordat ik eindelijk werkuren toegekend kreeg, na een hoop muggenziften. Misschien dat alleen uwv Utrecht moeilijk doet…..maar ik vind het belachelijk.

Je vraagt niet voor niets die uren aan en je stuurt je audiogram.

Ook krijg je geen onderwijsuren meer als je boven de 30 bent. Hoe belachelijk is dat? Gelukkig dat dovenschap nu actie onderneemt en een persbericht daarover heeft uitgezonden.

 

Hoe denk jij over deze punten? Ik lees het graag.

 


Posted: 20:13, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column CI-teams en het onderwijs DEEL 3

In het eerste deel heb ik het gehad over de voor- en nadelen van CI, identiteit babygebarentaal, CI in het nieuws en de toekomst.

In het tweede deel ging het over de CI-identiteit.

In dit derde deel zal het gaan over gebarentaal, CI-teams en de invloed van CI op het tweetalig onderwijs.

 

Door Judith Vogels

Gebarentaal, ouders en identiteit

In Nederland zijn er 8 CI-teams, verbonden aan 8 universitaire ziekenhuizen. Ouders zijn vrij om een CI-team te kiezen. De CI-teams verschillen van elkaar op bepaalde punten, zoals hun visie t.o.v. gebarentaal. Veel artsen zijn tegen gebarentaal, want ze vinden dat je zo snel mogelijk moet beginnen op het Nederlands te richten. OPCI is van mening dat gebarentaal goed is voor dove kinderen en dat ze het aangeleerd moeten krijgen vanaf de geboorte. NGT is een voorbereiding voor het CI, waardoor de overgang beter zal gaan. Als je geen gebarentaal aanleert, duurt het heel lang voordat de kinderen gewend zijn aan de CI en klanken kan onderscheiden.

http://www.fodok.nl/themas/hulpmiddelen/4-een-ci-traject-in-stappen/een-ci-team-kiezen

 

Twee columns geleden heb ik het gehad over babygebarentaal en dat het goed is voor horende en dove kinderen.

Bij een kind begint eerst de motoriek en dan pas de spraakontwikkeling. Een kind kan eerder zichzelf omrollen, zitten, kruipen en lopen voordat hij tweewoordszinnen kan zeggen. Dus als je eerst gebaren aanleert, dan is je kind eerder bezig met taal. Hij zal daardoor een voorsprong hebben op kinderen die geen babygebaren hebben geleerd.

 

Gebarentaal en dovencultuur lijken niet belangrijk, maar een kind die geen sterke identiteit heeft komt nergens. Ik zie vaak dat dove jongeren met een CI -die opgegroeid zijn zonder gebarentaal en dovencultuur- met zichzelf in de knoop komen. Ze vragen zich af of ze later horend worden, of ze wel auto mogen rijden enz.

Dove kinderen en jongeren met een CI hebben dan later meer kans op psychische problemen. Op mijn werk hoor ik dat steeds vaker. Het is zo’n zonde, want het gaat om de identiteit van je kind. Hij moet zich goed voelen en met iedereen goed kunnen communiceren in het gezin.

 

Dove en slechthorende kinderen hebben 2 identiteiten. Een ‘dove’ die op gebarentaal gericht is en een ‘horende’ die op het Nederlands gericht is. Door alleen te richten op de ‘horende’ identiteit, ontken je het dove deel van het kind. Je moet ook op die kant richten, want de gevolgen kunnen groot zijn zoals identiteits- en acceptatieproblemen. Het acceptatieproces duurt lang, je kunt het beter voorkomen dan genezen.

Een of twee CI’s genezen de doofheid niet, ze maskeren het alleen.

 

Als ouders verteld worden dat ze het beste gebarentaal kunnen leren voor hun kind, doen ze het vaak wel. Maar de motivatie houdt vaak na een tijdje op, als ze zien dat de spraak- en taalontwikkeling van hun kind vooruit gaat.

Sommige ouders willen meer leren en meer informatie krijgen. Op internet kun je veel vinden, maar niet voor alle onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het identiteit. Er is soms een enorm gat aan informatie en soms zie je door de bomen het bos niet meer.

 

Je hebt vier gebarentaalcursussen voor ouders. Maar wat als je daarmee klaar bent? Hoe leer je nog meer gebaren? Vaak streeft je kind je voorbij als hij op een dovenschool zit. Hoe kun je dan je kind bijhouden? Er zijn niet genoeg gebarencursussen. Gebarentaal is een jonge taal, daarom zijn we nu nog bezig met cursussen ontwikkelen.

 

Voor de ouders is er in de toekomst hoop, maar wat moeten ze nu doen om hun gebaren blijven oefenen? Zoveel mogelijk met andere ouders van dove kinderen oefenen, zelf gebaren opzoeken op gebarencentrum.nl, naar activiteiten gaan voor dove kinderen, naar dovencampings gaan, voorstellingen voor dove kinderen, films met gebarentaaltolken, veel gebaren met dove volwassenen en je kunt ook naar gebarencafés gaan.

Er zijn veel activiteiten voor dove kinderen, maar zijn er ook specifieke activiteiten voor de ouders? Volgens mij is daar nog een gat in de markt.

 

CI-teams

In het CI-team van Leiden zitten: kno-artsen, audiologen, logopedisten/hoortherapeuten, klinisch linguïst, psycholoog/orthopedagoog, maatschappelijk werker, een aantal technici en wetenschappelijk medewerkers. Bij de revalidatie van kinderen wordt nauw samengewerkt met de regionale gezinsbegeleidingsdiensten

 

Ik vind het vreemd dat er geen gebarentaaldocenten en ervaringsdeskundigen in de CI-teams zitten. Het is juist goed voor dove jongeren/volwassenen en horende ouders van dove kinderen dat ze weten waar ze aan beginnen. Ook moet het belang van gebarentaal kenbaar worden gemaakt. De ziekenhuizen zijn de eerste schakels waar een horende ouder met hun doof kind naartoe kan. Ze moeten wel alle kanten van de CI en de bijbehorende identiteit laten zien.

 

Maar aan de andere kant moeten de beslissingen van de ouders ook gerespecteerd worden als ze alles weten over de CI. Je ziet vaak dat de omgeving ermee gaat bemoeien. Het wel of niet nemen van een C,I is een grote beslissing waar goed over nagedacht moet worden. De medische mallemolen kan een zware en vermoeiende tijd zijn. Eerst krijg je uitgebreide onderzoeken, dan de operatie, dan moet je weken herstellen en dan zeker 1-2 jaar revalideren. Hoewel we het beste voor hebben met iedereen, is het niet goed altijd je mening op te dringen.

 

Gebarentaal, NmG en dovenonderwijs

Gebarentaal was vanaf 1880 verboden op dovenscholen. Vanaf 1975 begonnen sommige dovenscholen onderwijs te geven in NmG. En vanaf 1995 werd tweetalig onderwijs (NGT/Nederlands) voor doven ingevoerd.

Gebarentaal is een jonge taal die zich razendsnel ontwikkeld. Omdat er 5 dialecten waren voor gebarentaal -wat niet bevorderlijk is voor de erkenning van gebarentaal- hebben ze de gebaren gestandaardiseerd. Alle dovenscholen en gebarencursussen bieden de gestandaardiseerde gebaren aan.

 

Het belang van gebarentaal als moedertaal voor dove kinderen werd vroeger al duidelijk gemaakt. Iedereen kan pas een tweede taal goed leren als je een moedertaal hebt. Het Nederlands is een tweede taal voor het dove kind, want het is niet auditief toegankelijk voor doven, waardoor het leren ervan veel moeilijker is. Op de dovenscholen wordt veel gebarentaal aangeboden in de kleuterklassen. Als ze een goede basis van gebarentaal hebben, kunnen ze daarna het Nederlands goed leren.

 

Maar nu hebben meer en meer dove kinderen een CI waardoor er meer Nederlands wordt aangeboden. Als gevolg dat er minder gebarentaal gebruikt wordt en meer NmG.

NmG is geen taal maar een systeem. Het is gesproken Nederlands wat ondersteund wordt met gebaren. Maar niet alle woorden hebben een gebaar. Lidwoorden worden niet gebaard, gebaren voor voorzetsels zijn afhankelijk van de context en hebben geen vast gebaar.

Met deze kennis, betekent het dat je niet alle woorden goed kunt ondersteunen voor het CI-kind. Hij krijgt daardoor minder informatie binnen. Doordat er nu meer wordt gericht op NmG, krijg je dubbele halftaligheid. Het Nederlands en de gebarentaal beheersen ze allebei maar voor de helft.

En wat wil je liever? Gebarentaal als moedertaal die ze goed beheerst en waardoor ze het Nederlands goed kan leren, of dat ze 2 talen maar voor de helft leert en een achterstand zal opbouwen? Je kan vanuit het NmG niet goed Nederlands leren.

 

We hebben vroeger hard gevochten voor gebarentaal en hebben eindelijk tweetalig onderwijs. Maar door de komst van de CI is gebarentaal minder belangrijk geworden. De tweetaligheid van toen is niet meer hetzelfde. Hoe zal het in de toekomst gaan, als er betere technologie is?

 

Het niveau van de dovenscholen is ook onder de maat.

http://www.doof.nl/Een-op-de-drie-cluster-2-scholen-is-zwak-8-1947.htm

Door de CI gaan meer en meer dove kinderen naar het reguliere of het slechthorende onderwijs. Dit zorgt ervoor dat de dovenscholen meer ambulant moeten gaan behandelen.

Op de dovenscholen veranderd langzaam de doelgroep. Er komen meer dove kinderen die extra problemen hebben zoals leer- en gedragsproblemen, autisten en meervoudige handicaps.

 

Tijdens mijn stages heb ik geleerd dat een dovenschool meer geld krijgt dan een slechthorende school. Dit omdat dove kinderen meer logopedie en gebarentaallessen nodig hebben. CI-kinderen worden steeds meer als slechthorend bestempeld. Dit betekent dat een dovenschool die meer CI-kinderen heeft, minder geld krijgt.

 

Het niveau van slechthorende scholen is ook laag. Daar bieden ze geen gebarentaal aan en soms NmG. De meeste slechthorende kinderen gaan naar het regulier onderwijs. Daar is het niveau vaak wel goed. Maar zo heeft hij geen contact met ‘soortgenoten’.

De oplossing zou én naar een dovenschool én naar een ‘reguliere’ school gaan. Zo heb je toch het goede niveau van het ‘reguliere’ onderwijs en ook de lotgenoten contacten.

 

Het is fantastisch als een doof kind naar het regulier onderwijs kan (met een tolk of andere hulpmiddelen). Maar kan zo’n kind wel alles volgen in zo’n groep? In de groepen zitten ongeveer 30 kinderen. In het doven- en slechthorende onderwijs zijn de groepen veel kleiner + kan het kind meer individuele aandacht krijgen. Probeer dat maar eens in een groep van 30 kinderen, waar het ook altijd lawaaieriger is.

 

Natuurlijk is elk kind anders en kun je niet alle dove en slechthorende kinderen over 1 kam scheren. Er zijn dove kinderen die heel goed in de horende maatschappij kunnen meedraaien en er zijn ook CI-kinderen die helemaal niet mee kunnen draaien. Dat heeft te maken met het karakter van het kind en in welke omgeving hij opgroeit

Voor een CI-kind is het goed als je hem stimuleert en zijn gehoor traint. Maar let op dat je niet te ver gaat. Een doof kind is ook altijd heel visueel ingesteld, train daar eens mee.

Probeer zoveel mogelijk visueel te maken en gebruik misschien picto’s of plaatjes voor een dagindeling of emoties. Let ook op zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, want die verloopt bij dove en slechthorende kinderen niet altijd goed.


Posted: 20:07, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column CI-generatie = de nieuwe SH? DEEL 2

In het eerste deel heb ik het gehad over de voor- en nadelen van CI, de identiteit babygebarentaal, CI in het nieuws en de toekomst.

In dit tweede deel gaat het over de CI-identiteit.

 

Doof zijn of niet doof zijn…dat is de vraag (doof Liesje)

 

Door Judith Vogels

 

Vorig column

Ik heb in mijn vorige column gezegd dat ik niet tegen een CI ben. Ik vraag me alleen af wanneer het te vroeg is om te implanteren. En hoewel onderzoekers zeggen dat 4 maanden een goede leeftijd is, vind ik dat persoonlijk te vroeg. Maar dat is mijn mening daarover.

 

En ze leven nog lang en gelukkig

Het is fantastisch dat doven een CI nemen, waardoor ze hun ‘kansen’ in de horende maatschappij vergroten en makkelijker kunnen integreren. Ze zullen daardoor ook minder afhankelijker zijn van horende mensen voor bijvoorbeeld een afspraak met de dokter maken. Ze kunnen makkelijker het regulier onderwijs is en goede studies volgen.

En ze leven nog lang en gelukkig.

 

Maar goed, zo eindigen levens in sprookjes en niet in deze wereld.

Was het maar mogelijk dat er een wondermiddel is, dat ons allemaal van onze zorgen verlost, de doofheid geneest, en iedereen normaal maakt.

Jullie hebben hopelijk  toch wel door dat ik sarcastisch ben.

 

Ik gun doven van harte dat ze met een CI beter kunnen integreren. Ik gun dove kinderen dat ze naar een reguliere school kunnen gaan die vlakbij hun huis is en waar hun broertjes en zusjes ook naartoe gaan.

Maar waar ik me zorgen om maak, is de identiteit.

 

Mijn ontwikkeling

In al mijn columns, van het begin tot nu, kun je mijn identiteitsontwikkeling volgen. Die bestond niet alleen uit pieken, maar ook uit flinke dalen.

Ik weet, als geen ander, hoe moeilijk het is om te ontwikkelen tot een sterk persoon, als je je niet compleet voelt in een wereld. Pas toen ik de dovenwereld leerde kennen, voelde ik me compleet. Maar als slechthorende pas je niet honderd procent in beide werelden, waardoor je soms het gevoel hebt tussen wal en schip te zijn.

Ik groeide op in de horende wereld en kreeg een ‘horende’ opvoeding. Ik heb mezelf prima ontwikkeld. Hoewel ik nu merk dat niet alle ontwikkelingsgebieden goed zijn ontwikkeld. Spelling is een drama bij mij. En de lidwoorden….doe geen moeite. Formeel taalgebruik…pffff. Mijn columns moet ik altijd laten nakijken door anderen, omdat het anders vol met fouten staat.

Subtiliteit…..niet mijn sterkste kant en tact heb ik niet. Als ik boos of gefrustreerd ben, uit ik het direct….op een harde manier. Wat blijkbaar ook een doof/slechthorend trekje is.

 

Niet overal controle over

Wat ik hiermee wil zeggen, is dat hoe goed je ook probeert je kind te laten opgroeien met alle hulpmiddelen, er altijd dingen zijn die je over het hoofd ziet.

Je kunt niet ervoor zorgen dat je kind zich op alle gebieden goed ontwikkeld. Een gedeelte ligt bij het kind zelf. Kinderen uiten niet alles en zijn zich ook niet bewust van hoe hun ontwikkelingsgebieden lopen. Daarvoor zijn ze kind, lekker zorgeloos in hun eigen wereld.

 

Als ouder kun je je kind een CI geven (of zelfs twee). Je kunt je kind in het regulier onderwijs plaatsen, de docenten instrueren hoe ze met je kind moeten omgaan, hulpmiddelen aanschaffen en je kind logopedieles laten nemen.

Maar als ouder heb je geen zicht op de identiteit. Je denkt vaak: het komt allemaal wel goed. Wanneer komt het dan goed? En wat als het niet goed komt?

Wat zeg je tegen je kind als hij in tranen thuiskomt en zegt dat kinderen vervelende dingen zeggen over zijn CI? Wat zeg je als je kind vraagt of hij speciaal is en waarom hij de CI op moet? Wat zeg je als hij zijn CI niet wil dragen?

 

‘Ben ik horend of doof’? ‘Ben ik gehandicapt of beperkt’? ‘Word ik later horend’?          ‘Waarom houden ze geen rekening met mij terwijl ik zo vaak al heb gezegd dat ze om de beurt moeten praten’? ‘Het zal allemaal wel wat ze zeggen’.

 

Er zijn geen handvaten om ervoor te zorgen dat het dove CI kind een goede identiteitsontwikkeling zal doorlopen. Als ouder en omgeving kun je het kind sturen, advies geven, informatie geven en steunen. Maar hij zal die weg zelf moeten lopen.

Het is net als wanneer je kind begint met fietsen, je legt uit hoe hij moet fietsen maar kan hem niet helpen bij het fietsen. Natuurlijk zal het kind vallen en dan ben je erbij om hem te troosten en weer nieuw advies te geven.

 

CI-identiteit

En wat is de juiste CI-identiteit? Richt die zich alleen op de horende wereld, of ook op de dovenwereld. En de slechthorende wereld?

Bevat die identiteit een tweetalige opvoeding met gebaren(taal) en gesproken Nederlands? Bevat het doven- en/of slechthorende cultuur?

Identiteit is een ontastbaar iets. Je kan het niet grijpen en meteen vormen zoals jij het wilt. Het is een proces van jaren.

 

CI-proces

Ik zit niet in het CI-proces en weet niet wat er zich afspeelt als het kind in de medische mallemolen gaat voor een CI. Ik weet niet wat er in de hoofden van ouders omgaat. Iedereen heeft wel een mening over de CI en kinderen, maar als het om je eigen kind gaat wordt alles heel anders.

 

Ik vraag me af, als je in het CI-circuit zit, wordt je dan ook geïnformeerd over gebarentaal, dovencultuur, welzijnsstichtingen en belangenbehartigingsorganisaties en identiteit?

 

Mijn mening

Ik als slechthorende vrouw heb een mening over wat ik goed vind voor CI-kinderen. Iedereen heeft daar wel een mening over en ze zullen allemaal verschillende zijn, omdat iedereen zijn mening vormt a.d.h.v. zijn normen en waarden. Wat jij belangrijk vindt, is misschien niet belangrijk voor je CI-kind. Wat jij nodig hebt, is misschien niet wat je CI-kind nodig heeft.

 

Ik pleit er nog steeds voor dat CI kinderen gebaren(taal) moeten leren. Ze kunnen daardoor in beide werelden leven en het beste halen van wat ze nodig hebben.

Had ik maar vroeger gebarentaal geleerd. Had ik vroeger met meer slechthorende en dove kinderen contact gehad. Ik vraag mezelf af hoe ik dan zou zijn geworden?

Je kunt oude koeien niet uit de sloot halen en het verleden niet veranderen.

Daarom pleit ik met hart en ziel dat de slechthorende, dove en CI-kinderen niet hoeven op te groeien zoals ik het deed. Geef ze gebaren, geef ze handvaten, geef ze een sterke identiteit. Daar zullen ze alleen maar snel de vruchten van plukken.

Laat de CI-kinderen in contact komen met dove volwassenen, laat ze merken dat ze niet de enigen zijn en dat er mensen zijn die ze echt begrijpen.

Als horende kun je nooit helemaal het CI-kind steunen.

 

Laten we allemaal nadenken wat de CI-identiteit is en hoe we dat gaan aanpakken in de toekomst.

 

Doof en CI: een dove slechthorende of een slechthorende dove? (doof Liesje)


Posted: 20:04, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

Column CI-generatie...vanzelfsprekend? DEEL 1

Aangezien CI een groot onderwerp is en er veel over te zeggen is, heb ik 3 delen die over CI gaan en wat ermee te maken heeft.

 

Een cochleair implantaat - kortweg CI - is een elektronischimplantaat dat geluid omzet in elektrische pulsen die de gehoorzenuw direct stimuleren. De maximaal 24 elektroden van een CI neemt de functie van buiten-, midden- en binnenoor (inclusief de trilhaartjes in de cochlea/slakkenhuis) over, daar waar een gezond cochlea circa 16.000 trilhaartjes telt. Met een CI kunnen personen die geen of nog maar een beperkt restgehoor bezitten (weer) klanken, geluiden en spraak beperkt waarnemen.

Een CI bestaat uit een inwendig en uitwendig gedeelte.

Er zijn 8 implantatiecentra in Nederland en ruim 2800 CI-gebruikers.

Bron: www.wikipedia.nl

 

Door Judith Vogels

 

Een paar jaar geleden toen de CI in opkomst was, was heel de dovenwereld in rep en roer. De CI zou een bedreiging zijn voor de dovenwereld, dovencultuur en de dovenidentiteit. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en nemen zelfs de felste tegenstanders een CI. Nu wordt bij bijna elk doof kind zo snel mogelijk een CI geplaatst, of zelfs twee.

 

Ik was vroeger ook tegen een CI. Maar toen ik stage ging lopen op dove basisscholen en nu ook met dove peuters werk, is mijn mening veranderd.

Een CI kan helpen, maar werkt niet bij alle kinderen. Als kinderen op vroege leeftijd een CI krijgen, kunnen ze een ‘goede’ taalontwikkeling doormaken. Ze kunnen beter leren praten en misschien ook makkelijker integreren in de horende maatschappij.

Een droom voor elke ouder…hun dove kind is weer genezen!

 

Nu is die gedachte al lang achterhaald. Een CI geneest de doofheid niet. Je kind is en zal altijd doof blijven. Als hij het uitwendige gedeelte van de CI opzet, kan hij horen… als een slechthorend persoon…..niet als een horend persoon.

Een CI is een hulpmiddel, net als een gehoorapparaat.

Als de CI af is, is het kind doof aan dat oor.

Tijdens douchen, slapen enz draagt men geen CI. Wat betekent dat het kind bepaalde momenten op een dag echt doof is. Op die momenten zal gebaren(taal) heel handig zijn. Maar niet alleen als het kind ‘doof’ is, ook met CI is gebarentaal of NmG een goede aanvulling.

 

Een CI heeft zijn voordelen, maar ook zijn nadelen.

Net zei ik al dat je met een CI en ‘goede taalontwikkeling’ kunt hebben als je er vroeg mee begint. Maar een nadeel is dat een kleine baby er al mee moet zeulen.

Een baby beweegt en rolt veel. Natuurlijk heeft een baby de CI niet de hele dag op. Maar toch…De oortjes zijn zo klein en een baby beweegt veel met z’n hoofd.

 

Laatst was op het nieuws dat een baby van 4 maanden een CI had. Iedereen vindt het fantastisch en het is de jongste leeftijd ooit dat een baby een CI geïmplanteerd kreeg.

Ik kan alleen maar denken hoe zielig ik het vind voor de baby zelf.

Een baby van 16 dagen dat gehoorapparaten krijgt. Het is wel fantastisch voor het kind, dat hij meteen leert leven met zijn gehoor en alles zo vroeg mogelijk al meekrijgt. Maar denk aan de oorstukjes die snel verwisseld moeten worden omdat de oren groeien. Ook lijkt het me niet lekker liggen met gehoorapparaten als je zo jong bent. Een kind leert ermee leven en weet niet beter. Maar toch….

Waarom op zo’n leeftijd al een hulpmiddel opdringen? Laat het op z’n beloop en ze lekker kind zijn. Nog even vrij van alle hulpmiddelen. Ze kunnen de rest van hun leven hulpmiddelen gebruiken.

 

Hoe kun je de taalontwikkeling van je baby/peuter bevorderen zonder een hulpmiddel? Babygebarentaal!

Op internet kun je er veel over lezen en het heeft ook in kranten gestaan.

De meeste baby's kunnen als ze tussen de 7 en 10 maanden oud zijn al met gebaren duidelijk maken wat ze bedoelen. De gebaren zijn duidelijker dan het begrijpen van brabbelen. Babygebaren aanbieden lijkt heel raar, maar uiteindelijk zul je er veel profijt van hebben. En dit is ook voor horende kinderen. Voor alle voordelen, kijk maar op de website.

Bron:www.aurisignummani.nl

 

Er is een kat geïmplanteerd met een CI. Hoe gek kan de wereld worden?

Is het misschien niet soms verstandig om de natuur op zijn beloop te laten?

Doofheid ziet iedereen als een vreselijke handicap. Maar dat wordt het pas als je dat ervan maakt.

Doofheid is geen handicap, maar een identiteit, een cultuur en een taal. Een mooie taal, die nog mooier is dan het gesproken Nederlands.

Een CI hoeft niet. Een dove baby zal prima opgroeien tot een dove volwassene.

Ik ken een aantal dove jongeren die de laatste paar jaar een CI namen of binnenkort een CI gaan nemen. De CI is geen bedreiging voor hun dovenidentiteit, maar een aanvulling. Zij konden kiezen of ze wel of geen CI wilden. Ze hebben een goede ontwikkeling doorgemaakt ondanks hun doofheid. Veel dove jongeren doen een MBO, HBO of universitaire opleiding.

 

Net zei ik dat voor de volwassen doven de CI een aanvulling is en geen bedreiging voor hun identiteit.

Voor dove baby’s en peuters is hun CI geen aanvulling, maar hun identiteit. Wat betekent dat je er op een andere manier moet kijken dan bij volwassenen.

Hier ga ik in deel 2 verder op in.

 

Dove baby’s of peuters kunnen niet kiezen of zij wel of geen implantaat willen. Die keuze wordt voor hen gemaakt. Maar dan kun je wel je kind de keuze geven in welke communicatievorm hij wil communiceren. (gesproken Nederlands, gebarentaal of NmG).

 

De CI is nu vanzelfsprekend geworden. De technologie gaat verder en ontwikkelt betere CI’s. Allerlei ontwikkelingen zijn gaande op CI-gebied. Is het nu niet eens tijd om weer na te denken? Hoe gaat het nu met de CI-ontwikkelingen? Wat zijn de plannen voor de toekomst? Hoe zal het gaan met de dovenscholen?

Hoe zal het gaan met de tweetaligheid op de dovenscholen?

 

Wel of geen CI? Het is een dilemma. Iedereen wil het beste voor zijn kind. Als je kind doof of slechthorend blijkt te zijn, zal het opgroeien met een achterstand. Tenzij je er vroeg bij bent en hulpmiddelen aanschaft zoals een CI of een gehoorapparaat.

Maar wanneer is de juiste tijd om dat te doen? Het is een moeilijke beslissing omdat het kind zelf niet kan kiezen.

 

Ik ben persoonlijk van mening dat je met een CI en gehoorapparaat beter kunt wachten tot het kind een peuter is. Waarom? Ik kan dat niet goed verwoorden, maar het is mijn gevoel dat knaagt.

 

In mijn column heb ik zoveel mogelijk voor- en tegenargumenten opgeschreven.

Ik ben niet tegen een CI, maar wanneer is de juiste tijd ervoor?


Posted: 20:02, 9/6/2013
Comments (0) | Add Comment | Link

<- Last Page | Next Page ->

Hosting door HQ ICT Systeembeheer