Bijverdienen? Zinngeld (tip!)
Surfrace (tip!)
MoneyMiljonair Euroclix
Gratis Korting
Zorgpremie goedkoper?
Daan Kogelmans

Catharsis van een papegaai

Ik weet dat ik het niet moet doen, dat ik sterk moet zijn, vol moet houden. Ik sluit mijn ogen en druk mijn voorhoofd zo hard ik kan tegen de tralies. "Niet doen," zeg ik zacht, "je moet het niet doen. Doe het niet."

Gisteren heb ik het ook gedaan. Er zijn er niet veel meer over en ze groeien niet meer terug, dat wist ik vroeger niet: ik dacht ze groeien altijd terug. Zulke dingen denk je als je jong bent. Dat het geen kwaad kan. Dat de dingen oneindig zijn. Dat je onoverwinbaar bent. "I am invincable," zei ik vroeger wel eens en dan fladderde ik vrolijk tegen de tralies op of hopte wat heen en weer op mijn stok.

Het deed zo ongelooflijk veel pijn, gisteren, dat de tranen in mijn ogen sprongen. Het was alsof ik de penwortel, die groot leek als een volwassen winterpeen, diep uit mijn ruggengraat moest trekken. En toen zat ik daar met dat ding in mijn snavel. God, dacht ik alleen maar, god. En ik staarde naar het stoffige groen en rood. Er zat wat bloed aan de penwortel, maar niet veel. Ik heb het ding laten vallen. Het gleed lusteloos naar beneden en viel in het ondergekakte zand op de bodem van de kooi.

De kinderen noemen me lorre, wat een achterlijke en nogal beledigende naam is. Ik heet eigenlijk Bart, maar zie ze dat maar eens aan het verstand te brengen. "Lorre," zeggen ze met zo'n raar stemmetje, waarmee ze een papegaai nadoen, "lorre... lorre." En dan lachen ze. Ik word er gek van.

Maar nu verlang ik naar ze. Zou het al een beetje opschieten? Zal ik naar de klok kijken? Het valt altijd tegen als je op de klok kijkt. Hoe vaker je kijkt, hoe langer het duurt. Als je er niet aan denkt, dan gaat het sneller.

Maar hoe kan je er niet aan denken? Als er niets beweegt, als alles stil is, doods, verlaten en het enige wat je hoort, de klok is: tik... tak... tik... tak... Elke seconde een eeuwigheid.

Ik open voorzichtig een oog. Ik val bijna van mijn stok. Het is pas negen uur! En nu al houd ik het niet meer uit. Het wordt steeds erger. Ik verlang ernaar, het trekken, te voelen hoe de pijn door je hele lichaam gaat, hoe het bloed uit de vaten sijpelt. Het tintelt in me. En het duurt nog hoeveel uren voordat ze terug zijn? Nog zeven. Zeven uur! Oh god. Oh god. Laat het me niet doen. Sterk zijn. Sterk zijn. Ik duw mijn hoofd weer tegen de tralies en tel de seconden.

Ze merkten het pas, toen mijn rug al bijna kaal was: er zaten nog maar een paar dekveren op en op koude dagen zat ik rillend op mijn stok. Ik was begonnen met het dons: kleine veertjes die er makkelijk uitgingen. Het waren slechts speldenprikjes en het doodde de tijd. Ik amuseerde me ernaar te kijken hoe de witte vlokjes naar beneden zeilden. Toen ik voor het eerst een grote dekveer uittrok (ik deed het onnadenkend) schrok ik. Het was een heerlijk gevoel, te voelen hoe het ding uit mijn huid gleed en het gaf me een enorme kick, het ding tussen mijn snavel te voelen, maar ik dacht tegelijkertijd aan vroeger. In de dierenwinkel, waar ze me kochten toen ik nog bijna een kuiken was, had ik eens een stokoude, grijze papegaai gekend. Zijn naam was Maximiliaan. Zijn ogen waren rood omrand en hij had nog maar drie veren op zijn rug, voor de rest was zijn huid kaal, grijzig en dof. Het was een schande te zien hoe mager hij was en ik heb toen gezworen dat ik nooit zo zou worden.

En zie mij hier nu zitten. Mijn linker vleugel is al verdwenen. Er is alleen een kaal stompje over, waar ooit de glanzende slagpennen zaten. Ik was werkelijk mooi vroeger. Mijn staartpennen zijn ook al uitgedund, ik schat dat ik er nog drie heb.

Ik mag het niet doen. Ik mag het niet doen. Ik druk mijn kop nog harder tegen de koude tralie, knijp mijn poten rond het hout van de stok. Ze zullen mij wegdoen als ik kaal ben. En wat moet ik dan? Ik kan toch niet vliegen zonder vleugels? Ik zou als een kale kip over straat moeten rennen, achterna gezeten door katten. God nee.

Maar het duurt nog zo lang. Ik tel de seconden. Kijk stiekem naar de klok. Er zijn vijf minuten voorbij. God wat moet ik nu? Misschien moet ik een wandelingetje maken.

Ik wandel naar het andere einde van de stok, buig voorover naar mijn etensbakje. Zaad. Een levenlang droog zaad eten. Ik kan het niet meer. Ik heb eens uit pure verveling mijn bak ondergescheten. Ik kan er niet meer naar kijken en wend mijn blik af.

De bank, de tafel en de televisie staan stoffig te worden. Het behang vergeelt langzaam. De planten in de vensterbank drogen uit.

Soms fantaseer ik dat ze niet meer terugkomen. Dat ik voor altijd eenzaam in mijn kooi moet zitten. Dat maakt me bang. Vooral als ze te laat zijn, als het vier uur geweest is en het al donker wordt, tril ik van angst en kijk ik onophoudelijk naar de deur, luister stil of ik hen niet hun voeten hoor vegen in de gang.

Ik loop terug, kijk nog eens naar de klok. Er zijn weer twee minuten voorbij. Er moet toch iets te doen zijn. Ik pik wat in het spiegeltje, dat aan een kettinkje hangt. Maar het verveelt me.

Ik wil het doen. Ik weet dat ik het wil doen.

Ik sluit mijn ogen. Adem langzaam in en uit. Ik moet het niet doen. Ik moet het niet doen.

Maar god, wat moet ik doen? De tijd is zo droog als papier. Het is een marteling.

Eens zal er wel een oplossing komen. Dat moet toch?

Kon ik maar slapen. Maar ik heb de hele nacht al geslapen en ben klaar wakker. De scherpte van mijn gedachten martelt me. Als ik slapen kon, dan was alles beter. Maar ik ben uitgeslapen.

Ik draai mijn kop op mijn rug en knabbel even aan de dekpen. Het is een dikke, sterke veer. Het zal verschrikkelijk zijn, die eruit te trekken. En ze zullen het zien. Ik lik even langs de schacht, draai mijn kop dan weer terug en kijk de kamer rond. De banken en de tafel staan te verstoffen.

Ik zou een meubel willen zijn en de tijd gedachteloos aan me voorbij laten gaan. Maar dat gaat niet. Hoeveel zijn we verder? Eén minuut.

Bart, je weet dat je het gaat doen. Je weet dat het vandaag gaat gebeuren, net als gisteren en eergisteren. Je weet dat. Waarom zou je nog vechten?

Het is zo triest. Ik doe een stapje opzij en weer terug. Ik strek mijn ene poot naar achteren, rek mijn tenen uit. Ik inspecteer mijn nagels. Ze zijn te lang, daar valt niets aan te doen.

De verveling bonkt in mijn hoofd. Het is ondraaglijk. Ik kijk naar de tijdvakken op de klok, die gaan van de negen tot de vier. Zo lang zal ik het nog moeten rekken. En morgen zal het weer hetzelfde zijn en de dag daarna ook.

Gisteren heb ik gezworen om het nooit meer te doen. Nooit meer. “Dit was de laatste keer,” zei ik tegen mezelf. Maar dat was gisteren. Gisteren leek het zo makkelijk. Ik dacht dat ik alleen maar sterk hoefde te zijn. Nu kijk ik uit naar een woestijn aan tijd, droog als as.

Ik draai mijn kop weer op mijn rug en sabbel wat op de schacht. Het dons is vochtig. Zal ik het doen? Het maakt toch niet uit als je het doet. Gisteren heb ik het gedaan en eergisteren ook. Morgen zal ik het weer doen. Waarom zou ik nog vechten?

Ik neem de pen iets steviger in mijn snavel en trek eraan. Mijn rughuid stulpt mee naar buiten. Het ding zit goed vast. Het zal een heel karwei worden hem eruit te trekken. Ik staar naar de tralies en het zand, het ding in mijn snavel. Zal ik het doen? Waarom niet? Ik trek aan de pen. Ik bijt hard, het is moeilijk grip te krijgen. Trek, trek, trek.. Bloed sijpelt langs de schacht. Trekken. Doe het. De pijn wordt groter met elke ruk. Dan schiet hij eruit, het doet ongelooflijk veel pijn.

Ik zit op mijn stok, de veer in mijn bek. Er zit een klonter bloederig vlees aan het uiteinde. De wond klopt op mijn rug. Oh God. Oh grote God. Oh grote, grote God in de hemel. Laat hier een einde aan komen. Er moet toch een redding zijn?

Straks als zij terugkomen zal ik weer vrolijk “Lorre” zeggen. Ze zullen lachen. Dat zal fijn zijn.

Misschien kan ik de veer verbergen, dan zullen ze het niet zien.

13:29 - 6/9/2008 - post comment

Untitled Comment

brrr, ik word er een beetje misselijk van. Ik had me nog nooit voorgesteld hoe het zou zijn... is nagelbijten het begin?

Anonymous - 15:20 - 8/9/2008

Ay

Ay, en DAAR had ik nog niet over nagedacht.... Oef, ik hoop het niet....

Daan - 20:58 - 9/9/2008

Untitled Comment

Mooi verhaal

Anonymous - 16:18 - 27/2/2009

Last Page Next Page
Description
Korte Verhalen

«  February 2012  »
MonTueWedThuFriSatSun
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
272829 

Home
RSS
User Profile
Archives
Friends
NinoQ

Recent Entries
- De ziel van de stad
- Een beeld voor Herostratos
- Het meisje in de roeiboot
- De stratenmaker
- De dromer van het afvoerputje
- Catharsis van een papegaai
- Resort # 827.3a
- Bloemenvaas in mei
- De getemde dichters
- De watermeloentijger

Friends
Please enable JAVATM to use the Mini-AstroViewer night sky map.
counter tracker
counter tracker
Geld verdienen met je website ? - Meer bezoekers via Autosurf - Zelf ook een weblog maken? - Cursus verhalen schrijven - Statistieken gratis proberen