|
Bijverdienen?
Zinngeld (tip!) Surfrace (tip!) MoneyMiljonair Euroclix Gratis Korting Zorgpremie goedkoper? |
| Daan Kogelmans |
De dromer van het afvoerputjeHet regent. Wij trekken mama's rolstoel voort door het bos, de strontgeur van het toiletgebouwtje nog in de wol van onze spencers. Zwoegen, zwoegen, altijd maar zwoegen. Vroeger kon zij het zelf, maar dat gaat niet langer. Straks zullen wij haar kont nog moeten afvegen. "Mijn jongens," zegt ze altijd, "mijn sterke jongens." Ik wou dat ze dat niet zo vaak zei. De banden trekken diepe gleuven in de modder en de zompige bladeren. Het is zwaar werk; onze adem giert in onze keel. Vroeger waren wij sterker, en was mamma minder dik en hadden wijzelf niet van die paplichamen. Ze houdt een krant boven haar hoofd. "Kom op Harry," zegt Kees. Ik duw zo hard ik kan, terwijl Kees aan de voorkant trekt, maar het gaat niets sneller Regendruppels hangen in mijn wenkbrauwen en lekken bij mijn hals mijn kleren in. Dan loopt ze langs. Ik heb haar niet zien aankomen. Ik blijf staan en kijk op, veeg met mijn mouw langs mijn neus. Met ranke vingers houdt ze haar roze regenkapje over haar ogen. Onder het kapje zie ik haar blonde krullen. Haar nagels zijn gelakt, haar pols is zo dun dat ik hem makkelijk met duim en wijsvinger zou kunnen omvatten. Ze loopt met haastige stapjes aan ons voorbij. Iedereen heeft zijn redenen om op het park te wonen. Van ons begrijp ik het. Van Gekke Bennie, die naast ons woont ook (hij heeft zeventien pistolen en drie handgranaten onder zijn bed liggen.) Maar van haar begrijp ik het niet: zij is zo iemand die je in de stad thee ziet drinken in een restaurantje op het museumplein, met een wit hondje aan haar voeten. Ze woont hier nu drie weken. Ik vraag me af wat er met haar gebeurd is. "Kom op, Romeo," roept Kees boven de regen uit. Ik draai mij terug en duw. Een Boeiing scheert met zijn buik over de boomtoppen boven onze hoofden. "Ik dacht dat ze vandaag de polderbaan zouden gebruiken?" schreeuwt Kees. Ik haal mijn schouders op en duw. De kerosine damp maakt het ademen moeilijk. In de verte komt al een volgend vliegtuig aan. Als wij mama in bed gelegd hebben, zitten wij onder de luifel en drinken koffie. Mijn handen op mijn dikke buik. De strontgeur hangt nog steeds in mijn kleren. De boomstammen zijn zwart van het vocht, maar misschien ook van het roet van de vliegtuigen. Ze zeggen dat er giftige stoffen in het bos zitten hier, maar wij kunnen dat niet controleren en er is niemand die ons helpt. Ik draai een shaggie. In de verte komt het meisje met onhandige stapjes teruglopen van het toiletgebouwtje. Zij poept en plast net als wij, soms kan ik me dat niet voorstellen. Ik kijk opzij naar Kees. Hij wrijft zijn vette haren plat op zijn hoofd. Waarom doet hij dat? Denkt hij hetzelfde als ik? Vorige week heeft hij een deodorant gekocht. Met bloemetjesgeur. Al drie weken zien wij haar voorbij komen. Zij is het lichtpuntje in ons bestaan. Zij zegt nooit iets, loopt altijd met haastige pasjes aan onze caravan voorbij, haar blik op de grond gericht. "Misschien moeten we haar eens op de koffie vragen," zeg ik. Kees' grote neusgaten sperren zich en hij kijkt schichtig mijn kant op. "Doe niet zo belachelijk," zegt hij. "Waarom niet?" "Ze zal ons uitlachen." Ik slurp van de koffie. Ze is meer dan twintig jaar jonger dan wij. Haar huid is blank als ivoor. Ik word dichterlijk van haar. "Het moet toch fijn zijn een vrouw in huis te hebben," zeg ik zacht. Kees trekt het pakje shag naar zich toe en begint in stilte te draaien. Wij zwijgen. Ik weet precies wat hij denkt. Ik ken hem al mijn hele leven. "Je bent zo pessimistisch," zeg ik, "jij denkt altijd dat alles onmogelijk is." "Ik ben geen pessimist, ik ben een realist," zegt hij, "en jij bent een dromer... Romeo." Zo noemt hij me al sinds zij hier is, maar hijzelf is nog een grotere dromer dan ik. "Ik ga het haar vragen," zeg ik. "En dan?" zegt hij, "kijk naar jezelf, naar je dikke bierbuik die niet eens onder je spencer past, naar je kale kop die je probeert te verbergen onder je lange haren, naar je hangzakwangen." Ik zeg niks. Ik druk mijn bril verder op mijn neus, trek mijn haren over de kale plek op mijn hoofd. Ik wacht. Het meisje loopt in stilte langs onze caravan, stapt over de gleuven die wij maakten met de rolstoel. Ik moet haar aandacht trekken, maar hoe doe je dat zonder argwaan te wekken? Tenslotte: wij zijn twee oude vrijgezellen: zij weet al lang waarnaar wij verlangen. Wij zijn oud geworden zonder dat we het merkten. Wij begonnen te ruiken naar oude mannen, uit onze monden en onder onze oksels. Onze haren werden pisgeel. Stel je voor: met haar door een bloemenveld te lopen, een gezinnetje te stichten, een kind op je knie te laten zitten en het te eten geven. De zon zou elke dag schijnen en zelfs als het regende zou de zon schijnen, want wij zouden lachen, zij en ik. Knus onder de dekens. Ik pak het lepeltje van mijn schoteltje en tik ermee tegen het porselein, maar op dat moment raast er een vliegtuig over onze hoofden en het geluid versterft. Het meisje loopt onverstoord verder. Wij kijken haar na. Vandaag of morgen zal zij een man vinden en ermee vertrekken, naar een zonnig oord, weg van hier. Wij hebben haar niets te bieden. Onze kleren zijn vochtig, de regen zwelt weer aan en ruist op het tentdoek. Binnen hoest mama rochelend. Ik trek aan het shaggie. De rook is zwaar in mijn longen en maakt me rustig.
11:38 - 8/9/2008 - post comment
|
Description Korte Verhalen
Home RSS User Profile Archives Friends NinoQ Recent Entries - De ziel van de stad - Een beeld voor Herostratos - Het meisje in de roeiboot - De stratenmaker - De dromer van het afvoerputje - Catharsis van een papegaai - Resort # 827.3a - Bloemenvaas in mei - De getemde dichters - De watermeloentijger Friends |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Geld verdienen met je website ? - Meer bezoekers via Autosurf - Zelf ook een weblog maken? - Cursus verhalen schrijven - Statistieken gratis proberen |