Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Melancholy and the infinite happiness

12/6/2006 - Groener Gras

Gelukkig kan de meerderheid van ons zich allemaal redelijk normaal noemen, ookal doen wij vaak ons best niet mainstream te zijn. Anders zijn is niet gebonden aan een aparte kledingstijl, een politiek geloof, levensfilosofie of haardracht. Uiteindelijk zijn we volgens de normen van deze maatschappij allemaal wel min of meer met onszelf in evenwicht en dat is heel gezond. Allemaal zijn we ergens op zoek naar de beste indeling van ons leven. De meesten van ons zijn gelukkig of op zijn minst tevreden met hun baan of studie. Je hebt mensen die gepassioneerd zijn in wat ze doen, anderen meer in wat ze buiten het werk om doen. Er zijn ook mensen die het zich allemaal laat aan komen waaien en die daar genoegen mee nemen. Je hebt mensen die zich het liefst settelen en mensen die altijd zullen zwerven en alles daartussenin. We zijn allemaal uniek op onze eigen manier en hebben onze eigen definities van geluk of tevredenheid.

Sommige mensen houden echter wel heel radicale ideeën na op geluk of tevredenheid. We kennen allemaal het fenomeen dat we ons wel eens incompleet voelen. Het gevoel dat er iets mist. Sommige mensen hebben juist het gevoel dat er iets teveel is. We kennen allemaal de uitdrukking het gras is groener aan de andere kant maar we weten allemaal dat het ook daar gewoon gras is al is het misschien van een ander soort. Het gras in Spanje is namelijk wel degelijk anders dan dat in Nederland maar anders wil nog niet zeggen beter. Sommige mensen verliezen dat uit het oog.

De wereld kent allerlei obsessies en wanneer deze een nogal afwijkende toon hebben worden ze door psychiaters als stoornissen bestempeld. Vroeger was homoseksualiteit ook in Nederland zo een stoornis en het zal je verbazen in hoeveel landen dit nog zo genoemd wordt. De stoornis zou voortkomen uit problemen in de jeugd en een onevenwichtig zelfbeeld. Er was iets goed mis in het mentale gedeelte van deze ‘andere’ mensen. Vandaag de dag hebben de psychiaters niet alleen homoseksualiteit maar ook transseksualiteit erkend. Sommige mensen zijn in een verkeerd lichaam geboren dat lijkt een feit. Als men gelukkiger is met een piemel of een vagina dan moet dat gewoon kunnen. We gunnen het immers niemand om dusdanig ongelukkig te zijn dat dit tot zelfmoord(pogingen) kan leiden maar hoeveel verder moet dit kunnen gaan? Tegenwoordig zijn er ook mensen die zich overcompleet voelen. Hun arm, been of hand hoort niet bij hun lichaam en maakt hen diep ongelukkig terwijl er veel mensen ongelukkig zouden zijn bij het ontbreken ervan. Mensen die een arm of been hebben verloren in een ongeluk of oorlog zouden een moord doen om dit terug te draaien. Anderen bezitten al hun ledenmaten nog maar kunnen deze door verlamming nooit meer gebruiken. Tegen deze mensen zeggen we: u moet ermee leren leven, het is niet anders. We kunnen er weinig tegen doen en als dat leidt tot zelfmoord ligt dat eveneens buiten onze verantwoording.

 

Zouden we niet allemaal wat meer tevreden mogen zijn met wie we zijn en wat we hebben? De een heeft te kleine borsten, de ander te grote of ze hangen. De ene man is nu eenmaal groter geschapen dan de ander en de ene mens heeft meer aanleg tot dik zijn dan de ander. We willen allemaal uniek en anders zijn maar wel conform het schoonheidsmodel dat ons voornamelijk door de maatschappij is opgelegd. Wees blij dat je gewoon een gemiddelde bent en niet perfect want een wereld vol perfecte mensen zou saai zijn.

We hoeven geen enorm paar borsten om de aandacht te trekken of onze benen te amputeren zodat we anders zijn en eindelijk gezien worden. Geluk en tevredenheid zitten voornamelijk in jezelf, een cliché dat we allemaal kennen. Niemand heeft ons een verkeerd lichaam gegeven of misdeeld. Het gras blijft groener maar leer eerst eens genieten van het eigen gras want daar is genoeg ruimte voor vrouwelijke mannen en mannelijke vrouwen en heeft men al zijn benen en armen nog dan kan men eens leren beseffen dat zonder het gras onder de voeten zal verdwijnen en dat het gras dan nergens meer groener zal zijn.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

12/5/2006 - Dagje Amsterdam; Ode aan Miguel Coelho

We zwijgen. We genieten van de mensen die voorbij komen. Een man in lompen vraagt uiterst beleefd of we wat van onze chips aan hem af willen staan. Je lacht, je ogen stralen als je ziet hoe oprecht dankbaar de man mij is dat ik zijn handen vol schep met goedkope euroshopperchips. Waren er maar meer mensen zoals jij.

Even verderop wordt de man aangehouden door de politie. Men wil Nederland schoon vegen maar zonder deze mensen is Amsterdam zichzelf niet meer. “Men zou mensen met oogkleppen al bij de geboorte een handleiding over het leven mee moeten geven.” Zucht je. “Ik betwijfel of ze daar wat aan hebben. Ze weten immers niet hoe ze tussen de regels door moeten lezen.” Je lacht van herkenning. We begrijpen elkaar en daarvoor zijn geen woorden nodig. Hippies geloven nog dat de wereld mooi is. Wij zijn van mening dat de wereld mooie mensen kent en dat er velen zijn die de wereld wat meer mogen waarderen. We zijn in het westen geboren en er zijn weinig mensen die iedere dag beseffen hoe gelukkig wij zijn dankzij de uitbuiting van andere werelden. De wereld is vaak klein. Ellende op het nieuws daar zuchten we bij en gaan weer verder met eten. We sluiten ons op in benauwde hokken met stampende muziek zodat we de wereld niet hoeven aanschouwen en ons vol kunnen gieten met verdovende middelen.

“Coca, coca, XTC, XTC.” Met een zelfverzekerd gebaar wuif je ze weg. “Where are u from?”

“Planet earth” antwoord je, niet in het minst geïrriteerd. Je hebt de tijd voor een gesprek. “Are you from Spain?”

“Planet earth.” Glimlach je vergevingsgezind.

“I am send by God! And God says: XTC, coca, good for sex, rrrrromantic.” De man waarvan de tanden bijna uit zijn mond zijn weg gerot glimlacht en knikt samenzweerderig in mijn richting. Je hebt plezier, bedankt hem vriendelijk. De drugsdealer schudt je hand en daarna de mijne. Mijn hand wordt even vast gehouden en gestreeld. “You are beautiful people. Both of you.” Zegt de man voordat hij in de nacht verdwijnt. Je kijkt me aan met lichtjes in je ogen. Ik neem die blik van jou in mij op en kijk je vertederd aan. Je wordt verlegen. “Ik ben niet zo goed in mensen aan kijken.”

“Oh sorry maar ik staar mensen soms gewoon heel erg aan, dat heeft verder niets om het lijf al wordt dat wel eens anders geïnterpreteerd.” Je kijkt me weer aan, deze keer met een lichte bewondering in je ogen. “Hoe doe je dat dan?”

“Ik denk dat ik gewoon niet langer meer bang ben wat mensen van me denken en gewoon intens kan genieten van sommige mensen.”

“Ben ik een van die sommige mensen?” Ik verzuim het antwoord, mijn blik zegt je genoeg. Je ogen stralen terug.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

11/5/2006 - Fool's Paradise

Soms kan stilte zoveel zeggen en soms kan ze oorverdovend zijn. Maar ook mysterieus en desolaat. Zwanger van melancholie in de lente, vol vreugde en tranen van geluk in de zomer en zo gevangen in kou in de winter. Stiltes doen me vaak denken aan mooie, vervlogen momenten vol mooie mensen waarmee ik ze ooit, overmand door gelukszaligheid mee heb gedeeld. Toen dachten we nog dat daaraan nooit een einde zou komen. "Voor waar zal de zon heen gaan?" zingt Manu Chao. Wij vroegen ons dit niet af bij die zonsondergang en nooit zullen we het antwoord hierop weten.

 

Twee mensen die zielsveel van elkaar houden maar toch niet meer delen wat ze ooit hadden, staren naar het avondrood op het water in de grachten van Utrecht. Hij is gestopt met roken maar moet nu wel nerveus zijn. Zij zucht en hij vraagt haar waarom; op zoek naar herkenning, een ijsbreker maar ze vraagt hem in plaats daarvan of hij nooit zucht. "Ja, maar meestal als er iets is of ik gespannen ben." Ze staart treurig voor zich uit, zich afvragend waarom ze zo naar het onbereikbare verlangt tegen beter weten in. Waarom naar hem ookal zit er zoveel pijn? Waarom is alle pijn zo gemakkelijk vergeten zodra ze hem weer ziet? Hij wil niet dat ze zo treurig kijkt. Het heeft zijn hart immers al gebroken haar weer te zien en te merken dat hij toch opnieuw weer naar haar aanraking verlangt. Haar armen om hem heen. Haar geur die hij na al die tijd niet is vergeten. Soms ruikt hij haar nog, vaak op de meest vreemde momenten. Soms kijkt hij nog de films terug die hij samen met haar maakte. Dan is hij weer even de gelukkigste man op aarde. Al snel is dat gevoel weer voorbij en vindt hij zichzelf alleen in bed met tranen in zijn ogen. Niet van geluk dit keer want even leek het alsof ze er echt was maar dat was maar een moment. Een herinnering aan een moment uit vervlogen tijden. Dan sluit hij het raam en woelt om in slaap te komen, zich te bevrijden van haar afwezigheid. Het is beter zo, hij heeft er vrede mee gevonden. Nee hij heeft sinds haar met niemand anders meer geslapen en nee zij heeft nooit meer gehuild van geluk met een ander.

Hij was blij, zegt hij. Blij toen ze afspraken. Die blijheid was ook zo weer weg maar waarom vraagt hij zich af en hoopt dat zij het antwoord weet. Ze weten het allebei maar ze durven het niet uit te spreken. Alle mooie momenten vallen onherroepelijk samen met alle pijnlijke. De pijnlijke waarom ze soms, alleen, nog boos zijn op de ander vandaag de dag. De verwijten, de vele keren dat ze zichzelf hebben verloren in elkaar tegen beter weten in. "Had hij die angst maar niet." denkt ze maar tegelijkertijd weet ze dat het hem net zo erg moet spijten.

"Het komt allemaal wel, je bent op de goede weg. Ik ben trots op je." zegt ze zacht, hopende dat het waar is. Hopende dat morgen vandaag is en ze niet langer op hem zal hoeven wachten. Om die gedachte haat ze zichzelf. Ze wacht immers niet meer, ze verlangt niet meer naar zijn arm om haar heen en nee ze heeft de hoop ook al lang geleden opgegeven. Ze wil de wereld nog ontdekken. Ze is pas terug uit Guatemala en dat was nog maar het begin. Eens dacht ze dat dat met hem kon maar alleen voor hem was Azie een goede ervaring. Zelfs toen zij een ernstig ongeluk kreeg dacht hij niet aan terugkomen. Wanneer is hij er voor haar geweest toen zij hem nodig had? Eigenlijk hoopt ze soms helemaal niet meer dat het nog goed met hem komt. Ze is beter af met iemand anders. Ze wil nog verliefd kunnen worden op andere mensen en leren van haar fouten en nee niet dat ze denkt dat het haar schuld was dat hij het ooit uit maakte maar ze weet diep in haar hart dat ze nog altijd van niemand anders heeft kunnen houden misschien. Ze heeft het wel geprobeerd maar de meesten hadden geen geduld genoeg.

 

"Wat ben ik braaf he?" zegt hij met enig zelfmedelijden. "Ik ga op tijd naar huis en naar bed. Alleen." Het spijt hem ergens, ze hoort het in zijn stem. Ze maakt zichzelf wijs dat ze dat alleen wil horen maar ze kent hem al zo lang en eigenlijk is hij nog altijd dezelfde. Hij ruikt in ieder geval nog precies zoals toen, tot op het wasmiddel van zijn kleding toe. Ze kon het niet laten hem een zoentje in zijn nek te geven. Noem het de macht der gewoonte want verlangen naar hem? Nee, dat doet ze al niet meer. Haar hart huilt echter: "laat me niet gaan keer op keer..."

 

Waarom leven we niet in films waaarin hij zich nog op het laatste moment naar haar om draait en met tranen in zijn ogen zegt: "Ik ook van jou, nog altijd." In films zijn het woorden die de kijker moeten overtuigen. In het echt zijn het de stiltes die zo veelzeggend kunnen zijn of simpelweg oorverdovend. We moeten naar ze leren luisteren en ze leren verstaan want 'the heart is a unknown country'.

 

I am a fool to love you

But loving you is living

Fool's Paradise...

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

11/5/2006 - Mi Malegria se ahogare, dentro un vasito de jerez

Ya estoy curado, anestaciado, ya me ha olvidado

Ya no te espero, ya no te llamo, ya no me engaño

Hoy te he borrado, de mi paciencia, ya estoy en paz

Desde aquel dia en que te fuiste, yo no sabia que hacer de ti

Ya estan domados, mis sentimientos

Mejor asi..

 

Sorry dat ik je daar liet staan in de regen, je geeneens meer een knuffel wilde geven en denigrerend zij dat je het nu zelf moest doen alsof je mij altijd nodig had gehad. In werkelijkheid ben ik er immers nooit voor je geweest.

Sorry dat ik het te druk had met mezelf en feesten op een tropisch eiland toen jij je nek brak in een ernstig ongeluk en ik er niet over peinsde om direct het volgende vliegtuig terug te pakken. Ik weet dat je dat ook nooit van me gevraagd hebt maar dat was ik je op zijn minst verschuldigd. Je gunde mij de ruimte omdat je dacht dat ik die nodig had en ik heb er nog eens ingewreven dat ik me niet verplicht voelde om regelmatig te mailen omdat ik op vakantie was. God wat was ik een egoïst.

Sorry dat ik je nooit heb bedankt voor al die tijd dat je naast mijn bed hebt doorgebracht in het ziekenhuis in Thailand. Zonder jou, was ik direct huiswaarts gekeerd en had ik mijn reis door Azië nooit voortgezet.

Sorry dat ik zei dat ik voor jou terug wilde komen omdat ik je miste maar dat je direct bij thuiskomst eerder als een blok aan het been voelde. Ik weet niet wie ik meer belazerde: jou of mezelf. Binnen week had ik je in de regen laten staan, onvoorbereid omdat ik nooit open was over mijn gevoelens. Je kon ze slechts raden.

Sorry dat ik je daarna hoop bleef geven door 8 maanden met je te blijven vrijen zonder dat iemand daarvan mocht weten. Ik was zwak niet toe te willen geven tegenover anderen dat ik een zwak voor je had en steeds weer het initiatief nam je te verleiden om je vervolgens slechts een behoefte aan intimiteit en zelfs een gevoel van schaamte te noemen.

Sorry dat ik zei dat ik waarschijnlijk nooit van je heb gehouden. Ik dacht immers dat als ik echt van je had gehouden ik niet zo egoïstisch zou zijn geweest om vrijblijvend in mijn eigen behoefte aan intimiteit te voldoen. Je was mijn gevoel van schaamte omdat ik wist dat ik hiervoor de ogen uit mijn kop zou moeten schamen. Wanneer ik het anderen had verteld, hadden die mij waarschijnlijk voor gek verklaard. Waarom bleef jij nog in een goede kant van mij geloven? Waarom hield je meer van mij dan van jezelf?

Ik kon bij niemand anders intimiteit vinden zoals bij jou. Nu een jaar verder mis ik je nog steeds wel iedere dag en dat weet je best. Soms ben ik nog boos en weet niet waar de grens ligt tussen boosheid naar mijzelf of naar jou toe. Boos op mezelf omdat ik mijn grenzen niet duidelijk aangaf, boos op jou omdat het nooit genoeg leek te zijn. Boos op mezelf omdat ik je niet kon geven wat ik je had willen geven, boos op jou omdat je aan jezelf voorbij ging door je daarin vast te bijten. Je was zo dwingend maar je had ook zoveel geduld tegelijkertijd. Deed je het wel voor mij of alleen omdat je te bang was om te verliezen? Maakte je van mij en onze liefde niet iets dat er niet was? Je kon me niet laten gaan en op hetzelfde moment deed je zo je best. Ik hield teveel van je om je jezelf te zien wegcijferen. Je werd steeds kleiner en ik kon het steeds minder goed verwoorden; Ik houd van jou…

 

Te espero siempre mi amor

Cada hora, cada dia

Manaña llegara...

Te espero siempre mi amor

Cada hora, cada dia

Mañana volvera...

Te espero siempre mi amor

Cada minuto que yo viva...

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

10/5/2006 - Rush of Blood (gebasseerd op gelijknamig nr Coldplay)

I am gonna buy this place and burn it down

I am gonna put it six feet underground

I am gonna buy this place and watch it fall

Stand here beside me baby in the crumbling walls

 

I’m gonna buy a gun and start a war

If you can tell me something worth fighting for

 

And I am gonna buy this place is what I said

Blame it all upon a rush of blood to the head

 

Als de takken ruisen en de zon weer schijnt… als hij al zo lang geleden is vertrokken zegt zij, eens onze huisbazin, met melancholie in haar stem: "Altijd als ik langs de stallen rijd die hij heeft geschilderd dan zwaai ik even. Naar hem, alsof hij er nog altijd is…"

 

Het is een bungalowachtig huis in het bos dat me met het ruizen van de takken nieuwe hoop influisterde vervlogen dromen weer terug te brengen. In vergelijking met de buurtvila’s wekt het even teleurstelling. Een trieste, bladerloze treurwilg overschaduwt de troosteloze oprit van vuil wit grind. Je moet het huisje erachter hebben. Vooraan woont onze huisbazin, een oude grijze vrouw met intrigerend wijze ogen. Een terrasje van scheef liggende tegels, omhoog geduwd door boomwortels en aangeslagen met verschillende mos- en algensoorten, leidt tussen oude bielzen naar de voordeur.

De voordeur brengt je in de hal waar zich de kamerdeur van de Franse Frederic bevindt -waardoor het er altijd naar een mengeling van marihuana en wierook geurt-, een tiolet, een deur naar de eetkeuken en de trap naar boven. Naast de deur hangt een brandblusser en de hal ruikt, naast naar frederics kamer, ook naar muffe boslucht die met geen geurverfrisser is te verjagen. De keuken ruikt naar ui en knoflook alsof de Spaanse Juanjo net nog heeft staan koken. Een afwas siert het aanzicht en de tafel ligt nog bezaaid met broodkruimels. Er staat een grote servieskast, donkerbruin koloniaal, beschilderd met klimoptakjes aan de zijkant. Het servies binnenin rammelt mee met het trillende geluid van de koelkast die ernaast staat. Er is een ronde tafel die voor het raam staat dat uitkijkt op het terrasje met scheefliggende tegels. De muren zijn mooi wit, die zijn door Juanjo nog geschilderd. Een poster met verschillende groenten waarvan de latijnse namen en behoeften voor een goede groei zijn genoemd getuigt van agrariërs in huis.

De trap is heel eng, de treden zijn heel smal en alleen aan de muurkant bevindt zich een leuning. De andere kant is open en daar kan je zo naar beneden vallen. Boven, waar de muffe lucht door het vocht in de houten schotten tegen de wanden nog muffer is, kom je aan in een smal gangetje met aan beide zijden een deur. De rechter is van Jean Francois’ kamer, de linker is het washok met daarin de douche waarin wij eens met zijn drieën hebben gestaan in een dronken bui. Je kan er de rode spetters van mijn haarverf nog zien zitten en ons wellicht nog horen lachen als je goed luistert naar de stemmen die de muren nog altijd weerkaatsen.

Het gangetje leidt tot een t-splitsing. Links woont Juanjo, rechts woon ik in gespiegelde, maar voor de rest identieke kamers. Ik heb een schuin dakraam waaronder mijn bed staat, van waaruit je de sterren kan zien door de takken van de bomen. Daar kan ik jullie nog altijd zien stralen al wordt het zicht me met de naderende zomerbladeren langzaam maar zeker ontnomen, maar elke winter zullen jullie daar terugkomen. Ik kan jullie stemmen nog altijd horen gonzen, verweven met het zacht kraken en zuchten van de takken wanneer de schuine ramen bedekt zijn met sneeuw terwijl mijn verwarming het niet doet, de helft van de tijd dat ik er woon.

 

De met mos begroeide bilzen waren inmiddels verwijderd en het terras van schots en scheef liggende tegels recht gelegd. Er groeide niet langer meer onkruid tussen. De immens grote treurwilg had weer bladeren die hij had gedrapeerd over de helder witte grindkiezels van de eens vuilwitte oprijlaan. Jouw auto stond niet langer meer onder zijn takken verborgen. Een klein vrijstaand boshuisje met een weilandje van zo’n een hectare groot eromheen, omzoomd door bomen.

 

Na Deventer heb ik alles gedaan om mezelf te overtuigen dat nu alles anders was. Ik sta voor de spiegel met een gemengd gevoel van trots en verlorenheid. Paars geverfd haar, ringen door mijn huid gepierced en tatoeages sieren mijn lichaam. Uiterlijk herken ik mijzelf allang niet meer. Wie is dat spiegelbeeld? Ik had gehoopt dat het iemand was die ik zou bewonderen. Maar tot nu toe doen alleen de stemmen op straat dat. "Knap hoor dat je dat durft. Paars haar, dan sta je tenminste ergens voor." Dan glunder ik, maar ik ben nog niet uit het zicht of ik denk dat ik moet overgeven of krijg de behoefte eindeloos te huilen. Ja, ik sta “ergens voor" maar dat "ergens" moet ik zelf alleen nog vinden. "Ik sta voor paars haar." Maar waarvoor staat paars haar? Dus ik zoek de betekenis op van de kleur paars die me zo trekt in de wanhoop mezelf te leren begrijpen. De kleur van mystiek, mensen die vechten met keuzes moeten deze kleur vermijden om impulsiviteit te voorkomen. Laat ik nou ook nog net een paarse trui aan hebben...

Niemand kan onze handtekening die we aan het huis hebben gegeven ontkennen. Onze huisbazin vertelt het verhaal nog graag. En voor altijd, met waterbestendige inkt staan daar onze namen. Want dat huis in het bos is van ons, voor altijd. Juanjo wijst, sprakeloos. Daar op een plek op de muur die eens tot zijn kamer behoorde staat nog: “Love For You Forever, El Rube”

 

2000 Kilometer van huis en zo dichtbij... Een oude vrouw belt het alarmnummer. De nacht van 2 op 3 oktober, 1.23 uur de la madrugada, Spanje, Valencia, de provinciale weg richting Torrent. Een frontale botsing. Het is dringend, hij leeft nog....

Zijn hoofd door de ruit, zijn nek gebroken en het stuur van de zwarte volkswagen polo vrijwel dwars door hem heen. De tuter laat zijn klaagzang onophoudelijk door de doodstille straat schallen. De palmboom lijkt niet geroerd door de frontale botsing en wuift zacht in de zinderende nachtelijke wind die zijn droge bladeren zacht doet ritselen. Een billboard op de achtergrond fluistert: Conspirar con la noche; zweer samen met de nacht. “Weet je waar je bent, weet je wie je bent? Kun je me horen?” Een bebloede hand knijpt zacht in de zijne. “Het komt allemaal goed.” zegt hij met een brok in de keel. ‘In een volgend leven’ denkt hij erbij.

 

De zon schijnt, optimistisch stappen we zonder jassen naar buiten maar jij houdt halt en luistert. Dan loop je vastbesloten terug om je jas te halen. Verbaasd vragen we je wat je van plan bent. Een regendans te gaan maken? Dat is niet nodig volgens jou want je bent ervan overtuigd dat het gaat regenen binnen een uur al is aan de lucht geen wolkje te bekennen. “Luister.”zeg je maar we horen niets. Dat is nu juist het punt, je hoort geen enkele vogel fluiten. We verklaren je voor gek maar je schudt je hoofd: jullie stelletje sukkels. Mochten het ooit plotseling je laatste minuten zijn dan heb jij in ieder geval de vogels horen fluiten zeg je. Ik hoop voor je dat ze floten om 1.23 uur ’s nachts.

 

“Ik wil met iemand kunnen zoenen die hetzelfde smaakt,” lispel je in mijn oor terwijl je met je stoppelige kin mijn hals streelt.  “Ik wil dronken kunnen worden met degene die van me houdt zodat we ons samen kunnen verliezen…” dan schakel je over naar naar een liedje van Moby: “One of these mornings, you’ll be here all alone. You will look for me, and I’ll be gone...”

 

Je treft ze in overvolle cafés’s waar ze nog in staat zijn diepe gesprekken te voeren met een glas bier in de ene hand, de peuk in de andere. Ze behoorden altijd tot een wereld waar ik geen deel van uitmaakte en geen deel van uit wilde maken. Ik nam de verantwoording voor hun onverantwoordelijkheden altijd op me. Hoewel niet christelijk, doch moreel opgevoed heb ik me altijd gehoed voor de heidense platvloersheid van deze simpele, doch filosofische mensen. Altijd boven ze gestaan als iemand met een meer inhoudelijk leven, ruimdenkender, volwassener; rationeler. Later leerde ik dat kwantiteit van het leven niet gelijk staat met kwaliteit, want wat voor een kwaliteit schuilde er immers in longkanker aan jezelf te danken?

Als ideale schoondochter die nooit eens uit de band sprong zag ik in jou iemand die veel intenser genoot van het leven. Je sigaret was je beste vriend, je biertje de tweede. Niemand kwam ooit tussenbeide. Voor je grootste liefde leek je je passie nooit te zullen opgeven. Zelfs voor mij niet en misschien is dat de reden dat ik ook aan het bier en sigaretten ben begonnen, om dat te kunnen vergeten.

Waarom ben ik terug gekomen na al die tijd? Het is de verslaving die lokt. Jij verslaafd aan je sigaretten, ik verslaafd aan jou. Het is die verslaving die ik in mijn sigaretten zoek misschien, de hang naar jouw passies kunnen vatten die me zo fascineerden. Vandaag wil ik mijn nooit geleefde losbandige jeugd inhalen en zo hoop ik op een punt te komen waarin jij en ik gelijk zijn, hoewel te laat maar beter laat dan nooit. Maar hoe ik ook probeer ik word nooit jij en ik zal nooit begrijpen welke passionele wanhoop jou tegen een boom heeft gereden met 120 kilometer per uur in een nacht zoals deze, 2000 kilometer van mij verwijderd… maar toch zo dichtbij… , Misschien wel omdat je net je peuk uitdrukte, en even de blik op de weg vergat….

 

Donderdagnacht, 2 op 3 oktober, 1.15 neem ik de laatste slok van mijn biertje en druk mijn sigaret uit in die nietsbetekenende Nederlandse stad waar ik je eens heb ontmoet, precies 3 jaar terug. Je stem fluisterend in mijn oor met de gure wind, je adem in mijn nek in de bar waar we voor het eerst zoenden. Ik heb je nooit gezegd hoeveel ik van je hield, we vochten alleen maar. Angst voor het onbekende. “Laten we naar huis gaan.” 1.23 stappen we het warme café uit, de kou in. Een klap in het gezicht....

 

Ze zeggen dat je het hebt gedaan omdat je nooit hebt kunnen accepteren. Omdat je ervan overtuigd was dat jij in die auto had moeten zitten. Zo was je, impulsief. Dat is iets wat ik nu moet accepteren. Blame it all upon a rush of blood to the head, was what you always said. Ik zit daar, met die sigaret in mijn mond en inhaleer diep. Grijze haren hebben zich in de afgelopen 2 jaar al gevormd en 10 kilo heeft zich van me meester gemaakt. Maar ik ben nog steeds dezelfde hoor, diep van binnen. Nog altijd op zoek naar jou die ik al ben kwijt geraakt voor ik je kon vinden.

De nicotine baant zich een weg door mijn brein en verdooft al het leed dat is geleden, versmolten in een roes. Gelukzaligheid overmant me. Zonder innig verdriet kan je innig geluk niet vinden. Zonder jou had ik hier nu nooit gezeten. Had ik misschien geen rimpels gehad, was ik nog slank geweest en hadden de grijze haren tot mijn 40ste op zich laten wachten. Het is alsof ik mijn leven 2 keer zo snel heb geleefd. Ergens ben ik al te moe om nog verder te gaan en aan de andere kant bruis ik van binnen want er is nog zoveel meer te beleven. Normaal krijgen mensen dit pas met hun veertigste, zo sprak mijn moeder. Alsof ik een gift van god had gekregen. Bij mij zal het bij die leeftijd dus wel ophouden. Nee ik ben niet fatalistisch geworden, nee ik ben niet voor jou terug gekomen...

Kijk mij hier nou zitten, verloren op dezelfde plek waar je me 2 jaar geleden gedag kuste. 2000 kilometer van huis en zo dichtbij... Verloren in een stad die me eens eigen was als mijn geboortegrond. Waar iedereen die me ooit bekend was nu een onbekende is. Daar waar ik eerst de woorden niet verstond en ze nu zelf spreek. Ik heb je taal leren spreken om je ongrijpbaarheid hanteerbaar te maken maar je komt nooit meer terug en ik ben immers niet speciaal voor jou gekomen. Ik wacht tot jouw auto om de hoek verschijnt. Nee, ik had niet gehoopt dat je zomaar ineens voorbij zou komen, 2000 kilometer van huis en zo dichtbij. Ik ben immers niet voor jou gekomen...

 

I am gonna buy this place and start a fire

Stand here untill I feel all your heart’s desire

 

And I am gonna buy this place and see it burn

Do back the things it did to you in return

 

Als de takken ruisen en de zon weer schijnt… als hij al zo lang geleden is vertrokken zegt zij, ooit onze huisbazin, met melancholie in haar stem: "Altijd als ik langs de stallen rijd die hij heeft geschilderd dan zwaai ik even. Naar hem, alsof hij er nog altijd is…"

 

Het staat er nog altijd op de muur geschreven. De met mos begroeide bilzen waren inmiddels verwijderd en het terras van schots en scheef liggende tegels recht gelegd. Er groeide niet langer meer onkruid tussen. De immens grote treurwilg had weer bladeren die hij had gedrapeerd over de helder witte grindkiezels van de eens vuilwitte oprijlaan. Jouw auto stond niet langer meer onder zijn takken verborgen. Een klein vrijstaand boshuisje met een weilandje van zo’n een hectare groot eromheen, omzoomd door bomen; staat nu in lichterlaaie...

 

De warme, oranje gloed als die van de opkomende zon waaronder we vreeën verlicht mijn gezicht en vervult mijn hart met verlangen. Met een blik, verloren in de vlammen, laat ik mijn sigaret vallen.

 

I am gonna buy this place is what I said

Blame it all upon a rush of blood to the head

I am gonna buy this place is what I said

Blame it all upon a rush of blood to the head

Blame it all upon a rush of blood to the head

Blame it all upon…

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

10/5/2006 - Everyone has Horses

“Why don’t you stop smoking?”

“Who is asking?”

“I am” antwoord ik niet begrijpend.

“So I should quit for you?”

“No yourself” antwoord ik retorisch, wetende dat dit weer zo’n discussie met open eind wordt. “If I should quit for myself why do you bother?”

“Because I care” zeg ik geïrriteerd.

“About me?”

Ik kijk je aan of je nu echt zo seniel bent waarop je antwoordt: “Than you should let me do what I want.” En ik zwijg. “Juanjo said you owned a horse.” Vervolg je. “Mmm” murmel ik ongeïnteresseerd terug maar de onderliggende boodschap ‘ander onderwerp…’ negeer je compleet met: “Why don’t you have it anymore? Did it die?”

“Do you ever stop asking?” werp ik je tegen.

“I do actually, sometimes.” Zeg je met gefronste blik waarmee je laat weten mijn reactie te heftig te vinden. Jij kent het fenomeen bloed onder de nagels vandaan niet. “No” zeg ik.

-“Yes I…”

-“No, I meant “no” to your question. It did not die.”

“Oh okay. I had a dog that died last year.”

“Yes but my horse did not die okay!”

“Okay..?? so where is it?”

“A friend bought it.”

“But you still care” dram je door en ik vraag me af waarom je toch altijd op zoek bent naar mijn pijn. “No” zeg ik maar mijn adem stokt en geeft mijn verdediging geen geloofwaardige toon. Je knikt hierop mijn richting op met een knipoog en je wijsvinger naast je hoofd mij kort aanwijzend als een dirigent die een klein accent aangeeft. Je maakt met lucht tussen je wang en kiezen een ratelend geluid van: “Got you, zie je nou wel.”

“Stop it, I just did not want to keep an animal in such a small cage anymore.” En die toevoeging spijt me direct want nog voor je gezicht is doordrongen van je makkelijk behaalde overwinning weet ik wat je zal antwoorden. “What about your rats than?” Ik zucht en kijk je vermoeid aan. Moet het nou altijd eindigen in een strijd Rubén? “Don’t be offensive” zeg je in elkaar duikend, giechelend en ik haat je erom. “Why do you fucking bother?”

“Cause I care.”

“About me?”

“No the horse. Come on Gaby it was a fucking joke. Why are you tensed so quick?” Ik kijk je enkel vernietigend aan. Je blik verhard niet zoals ik had verwacht maar hij verzacht. “You have to let that horse run free, promise me.” Zeg je en kijkt me doordringend aan. Je ogen lezen wat er in mijn gedachten staat geschreven. Ze maken leesbewegingen. Een machteloos gevoel maakt zich van me meester en ontspant alle spieren in mijn lijf. Ik heb het idee dat de tranen als vanzelf over mijn wangen stromen, zonder geluid, zonder een van emotie vertrokken gezicht. Je legt je hand op mijn wang en streelt met je duim door de baan van tranen en veegt hem tot mijn oor door. Als een rivier die je wilt verbreden. Je likt traanvocht van je duim en staat op. “Tea?”

“Would be nice” glimlach ik zwakjes. Je hebt me weer schaakmat, je hebt je zin weer gekregen. Maar het zei je vergeven; met heel mijn hart. Je bent de enige die met zo weinig woorden het krukje onder de kont van mijn onderuitgezakte ziel weet te schoppen. “Add some fuel to your fire….”

Wie had gedacht dat ik een jaar later, denkend aan jou, afstand deed van al mijn ratten en daarna nooit meer aan dieren in kooien begonnen ben?

 

Welk jaargetijde het was ben ik al weer vergeten, als ik terugreken weet ik misschien nog net het jaartal, maar het moet ergens eind zomer zijn geweest of mijn geheugen maakt van gelukkiger tijden zonovergoten dagen die al snel na zijn verdwijning omsloegen in regen. Ik nam hem mee om kennis te maken met mijn paard Joany.  Hij heeft zelfs even op haar gezeten met zijn veel te lange benen bungelend langs haar zijde. Samen reden we op haar rug en op mijn allereerste brommer waar eigenlijk maar plek was voor een. Twee jaar later, toen hij al lang ontraceerbaar was verdwenen kreeg Joany een veulen dat ik naar hem heb vernoemd. Araz, gitzwart met een ster op het hoofd en twee witte achterbenen.

 

“What did your horse look like?”vraag je me nog eens na een tevergeefse poging me uit mijn dromen te halen. Ik zocht naar een schimmel maar ben in mijn gedachten tijdens mijn zoektocht verdwaald.  Mijn blik laat het zwarte veulen maar niet los en ik wijs. “The foal?” vraag je wat onzeker maar als je geen weerwoord krijgt interpreteer je het maar als het juiste antwoord waarop je zegt: “That is mine over there.” Je wacht tot ik mijn blik van het veulen trek en je aankijk voor je naar een energieke, fijne, jonge vosmerrie wijst. Ze danst werkelijk zo gracieus en soepel zijn haar bewegingen. Ze daagt uit, schudt wild met haar hoofd in de lucht waarbij haar te lange manen alle kanten uitwaaien. Ze is het toonbeeld van trots, gratie en kracht. Van ongetemde emoties en vreugde en toch maakt het kijken naar haar me triest. Een van de kuddeleden (misschien wel haar moeder) stelt haar gedrag niet op prijs en haalt rakelings uit waarop een gil van angst volgt en al het vuur in de ogen van de vos als sneeuw voor de zon dooft. Ze brengt haar hoofd omlaag ten teken van schuldbetoon en duwt die vergevingsvragend tegen de borst van het donkerbruine paard dat net uithaalde. Deze wrijft met haar kin ten slotte over de rug van de jonge merrie ten teken: het is goed, het zij je vergeven. Ik kijk je aan. Je hebt het schouwspel gevolgd en volgt het nog. Je zucht maar bent jezelf er niet van bewust.

“You have a horse?” vraag ik zacht om je niet uit je rust te doen ontwaken. Ik vind je eindeloos mooi als je ogen zo in de verte staren, je haren mee ritselen als het lange gras in de wind, de lage zon je huid bronskleurig maakt en je ogen nog zwarter, je baardhaartjes doet oplichten en van vergulde uiteinden voorziet. Je haar is niet langer een duistere warboel maar een speelveld van kleurschakeringen. Hier en daar zijn nog wat aan geblondeerde plukjes te zien en je eigen haarkleur is ineens niet meer tegen het zwart maar diepbruin met een roodachtige kastanjeglans. Mahoniekleurige en ebonietkleurige plukken mengen zich in het gevecht met de wind. Je strijkt met je beiden handen door je haar. Een beweging alsof je de wanhoop nabij bent maar je laat ze weer zakken; het was enkel een actie om je haar uit je gezicht te vegen. Het wordt te lang vind je nu zelf ook. Maar je hebt nog geen antwoord gegeven en ik kijk je nog altijd afwachtend aan tot jouw blik de mijne zoekt. Je voelt dat ik een antwoord wil en kijkt me ineens strak aan. “Look, everyone has horses. As I told you, to let them run free is the only way to handle them.” Maak je voor eens en voor altijd even goed duidelijk. Alsof je me zegt: ‘dat is het leven, wen er maar aan.’ En ik ben teleurgesteld als je van me wegloopt in de richting van ons boshuis en je je blik demonstratief van de kudde de andere kant op werpt. De jonge merrie is haar les weer vergeten en danst met de wind. Zelfs jij hebt ze… demonen.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

About Me

columns en reisverslagen uit het dagelijks leven

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer