Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
methoden en vaardigheden

Home - Profile - Archives - Friends

week 9

Posted on 29/1/2010 at 12:50 - 0 Comments - Post Comment - Link

20 januari:
In de les geleerd hoe we de data konden analyseren m.b.v. SPSS. Echter, er leek een fout te zijn in onze data, de condities komen niet overeen met de varianten. Maar: omzetten in SPSS leidt tot rare resultaten. Zinnen in ZEP nogmaals bekeken, ze lijken fout te zijn gecodeerd.

21 januari:
Zinnen allemaal opnieuw (met nieuw-gedefinieerde condities) gecodeerd en vergeleken met de zinnen in ZEP. Hier zat geen verschil tussen. We hadden de zinnen in ZEP al goed gecodeerd omdat we het allemaal handmatig hebben gedaan. We kunnen over de data dus wél een anova uitvoeren.

25 januari:
allemaal: SPSS in CIM. Anova gemaakt, alleen significant verschil tussen aanhechting (hoog = langer).

26 januari:
Allemaal: presentatie maken. Iedereen vertelt een deel. 

27 januari: eindpresentatie.

29 januari: inleveren eindverslag (hier zijn we al langer mee bezig, iedereen doet een deel. Lotte-methode, Leonie: resultaten, Merel: discussie. We mailen het telkens naar elkaar om te zien of het goed gaat, en we verbeteren elkaar.)


week 8

Posted on 29/1/2010 at 12:46 - 0 Comments - Post Comment - Link

13 januari:
In de les geholpen om de fout op te sporen: opgelost. Experiment werkt. Bovendien hebben we arnout, laurens, art en judith gevraagd om het experiment te doen omdat we het niet op onze laptops geinstalleerd krijgen en we denken dat het moeilijk is om genoeg proefpersonen te vinden.

18 januari:
Afname van het experiment. Met moeite genoeg proefpersonen bij elkaar gesprokkeld.
Thuis: data bekeken, geprobeerd om een statistische analyse te maken met R. (allemaal)
Lukte niet helemaal. Maar er lijkt geen significant effect te zijn.

 


week 7

Posted on 29/1/2010 at 12:41 - 0 Comments - Post Comment - Link

6 januari:
Allemaal: In de les al aan ZEP gewerkt, begonnen met het veranderen van de instellingen.

8 januari:
Allemaal: Discussie over segmentatie van zinnen, gekozen voor minimale NP's. Zinnen gesegmenteerd en in wordpad gezet zodat we ze makkelijk over kunnen zetten in ZEP. Ook vragen verzonnen voor bij de zinnen.

11 januari:
Allemaal: geprobeerd om zinnen in ZEP te krijgen (4 lijsten), maar we krijgen het experiment niet draaiende. Er zit waarschijnlijk ergens een klein foutje, verder is alles klaar.

 


week 6

Posted on 5/1/2010 at 16:57 - 0 Comments - Post Comment - Link

16 december:
In de les geleerd hoe we met R om moeten gaan, meteen geoefend met anova-analyse en boxplot maken.

4 januari:
Overige resultaten ingevoerd en geanalyseerd met R; boxplot en anova-analyse gemaakt. Er is geen significant verschil tussen de condities.

5 januari:
powerpoint gemaakt, begonnen aan het verslag van de afgelopen drie weken (iedereen maakt een deel van het verslag).


week 5

Posted on 5/1/2010 at 15:52 - 0 Comments - Post Comment - Link

10 december:
Leonie, Lotte en Merel hebben de zinnen opnieuw bekeken, twee zinnen er uit gehaald en 2 nieuwe zinnen bedacht. Lijsten opnieuw gemaakt.

11, 12 en 13 december:
Ieder neemt het onderzoek af bij 4 proefpersonen, dat geeft 12 ingevulde lijsten.

14 december:
Leonie, Lotte en Merel hebben de resultaten besproken, zelf een analyse gemaakt (gemiddelden berekend) Er is niet veel verschil tussen de condities.

15 december:
Platte ascii gemaakt van de gegevens om mee te nemen naar het college van woensdag.


week 4

Posted on 15/12/2009 at 16:00 - 0 Comments - Post Comment - Link

maandag 7 december:
Leonie, Merel en Lotte hebben test-zinnen bedacht.
1 onderwerp: apen
12 items, 4 varianten

dinsdag 8 december:
Iedereen heeft 8 fillerzinnen gemaakt.
Met zijn allen besproken, slechte eruit gehaald.
Testzinnen nog een keer doorgekeken.
Latin square-design gemaakt, gerandomizeerd.
4 lijsten gemaakt.

woensdag 9 december:
presentatie van de zinnen, besproken in het college.


WEEK 3

Posted on 3/12/2009 at 10:51 - 0 Comments - Post Comment - Link

Deze week was de opdracht ambigue zinnen te construeren, en deze op twee manieren in te spreken: één met low- en een met high-attachment. Daarna moesten we deze zinnen beluisteren en analyseren met behulp van PRAAT. Vervolgens moesten we één neutrale zin (na aanleiding van onze conclusies) zo manipuleren dat er één high- en één low-attachment lezing uitkwam.

Donderdag 26 november
Leonie en Lotte hebben 6 homogene, ambigue zinnen geconstrueerd, die ze vervolgens zijn gaan inspreken in het lab van UIL-OTS. Ze zijn hier ongeveer 4 uur mee bezig geweest. Vervolgens hebben zij de zinnen beluisterd en geanalyseerd. Hierbij is gelet op: toonhoogte, frasering en klemtoonpatroon. Vervolgens is afgesproken dat ieder met praat een oscillogram en een pitch-contour maakt van haar eigen zinnen. Dit moet voor 30 november gedaan zijn.

Dinsdag 1 december
Leonie en Merel zijn begonnen met het analyseren van de de zinnen aan de hand van de oscillogrammen en de pitch-contouren. Later heeft Lotte zich bij hen gevoegd. De zinnen zijn op dezelfde manier geanalyseerd als tijdens het luisteren, en hier zijn conclusies uit getrokken. Vervolgens zijn deze conclusies vergeleken met de conclusies uit het luisteren, en konden we generaliseren. Deze generalisaties hebben we toen toegepast op de neutrale zin, waar we een high- en een low- attachment lezing van hebben gemaakt. Dit hebben we vooral gedaan door pauzes weg te halen en toonhoogte aan te passen.

Woensdag 2 december
Presentatie van onze bevindingen door Leonie.

WEEK 2

Posted on 23/11/2009 at 16:19 - 0 Comments - Post Comment - Link

Deze week hebben wij corpusonderzoek gedaan naar relatieve bijzinnen met high- en low-attachment. Onze hoofdvraag hierbij is:
Is er een invloed van lidwoorden op high- vs low-attachment?


Vrijdag 20 november:
We hebben voor vandaag geprobeerd zo veel mogelijk teksten te zoeken om zinnen uit te halen van het type: (de/het/een) N van (de/het/een) N (die/dat) ... We hebben deze teksten uit zoveel mogelijk verschillende bronnen genomen (serieuze kranten en minder-serieuze kranten, encyclopedieën(wikipedia), de universiteitsbibliotheek, enz). 

Vandaag zijn we met zijn drieen in de prakticumruimte van het UIL-OTS gaan zitten, en hebben geprobeerd om een grep-expressie te maken die de correcte relatieve bijzinnen uit onze bestanden zou kunnen halen. We hebben een test-bestand gemaakt met een aantal simpele zinnen, en hiermee hebben we geoefend. De beste grep expressie die werkte was:

work8 Desktop> grep -i '[de|het|een] [a-z*]* van [de|het|een]'


Als we deze als volgt wilden uitbreiden, werkten ze echter niet meer:


work8 Desktop> grep -i '[de|het|een] [a-z*]* van [de|het|een] [a-z*]* ' 
work8 Desktop> grep -i '[de|het|een] [a-z*]* van [de|het|een] [a-z*]* [die|dat]'


De expressie gaf geen output meer. We zijn toen gestopt, en hebben Frank Wijnen gemaild om hulp.


Maandag 23 november:

Merel en Lotte zijn in de practicumruimte gaan zitten, en hebben zich weer gestort op de grep-expressie. Ondanks de tips van meneer Wijnen lukte het nog steeds niet, maar gelukkig zat groepje C ook in de prakticumruimte, en zij hebben ons geholpen. 
Zij suggereerden het gebruik van verschillende grep-expressies, in de vorm van:


grep -E -i ' de .* van .* die'


In deze vorm moeten we echter wel voor iedere verschillende zin (dus ook het.. van.. dat) een aparte expressie maken. We hebben dus een nieuwe expressie gemaakt:


grep -E -i '(de|het|een).* van .* (de|het|een).* (dat|die)'.


In ons testbestand vindt de computer hiermee alle relevante zinnen, maar ook zinnen die niet relevant zijn voor ons, zoals:
De jongen loopt van huis naar een park en dat park is lelijk.
Hij let echter wel op volgorde, want zinnen als de volgende haalt hij er niet uit:
Van huis naar een park loopt de jongen die lelijk is.
We willen eigenlijk dat de niet-relevante zinnen er uit worden gehaald (dus de zinnen die wel de opgegeven woorden in de juiste volgorde hebben, maar die geen ambigue relatieve bijzinnen bevatten), maar dat lukt ons niet. Dit is zo goed als het wordt. 



We hebben toen alle verzamelde teksten in een groot bestand gezet, en daar hebben we onze grep-expressie op losgelaten. We kregen erg veel zinnen, die we opdelen in drie delen. We gaan ieder voor zich (alle drie dus) kijken welke zinnen voor ons onderzoek relevant zijn, en deze zinnen opzoeken in de oorspronkelijke tekst (zodat we de context weten) Morgen gaan we deze zinnen dan analyseren (hopend dat het er genoeg zijn). 


Dinsdag 24 november:

We hebben alle drie een deel van de zinnen doorzocht naar zinnen van het type:
'(de/het/een) N van (de/het/een) N (die/dat) ... '
We zijn toen alle drie bij elkaar gekomen en hebben de zinnen geanalyseerd.
Het bleek dat een aantal zinnen toch niet van het type waren waarnaar we zochten. De overige zinnen (30) hebben we bekeken, en allereerst per zin bepaald of het high- of low-attachment was.
Daarna hebben we de zinnen onderverdeeld door middel van  van lidwoordsvolgorde. De volgende volgordes hebben we gevonden: 


(een, het, die),  (de, de, die), (de, het, dat), (het, de, die), (het, een, die), (een, de die), (de, een, die),    (het, de, dat). 



We hebben deze resultaten in een tabel gezet, en erbij gezet hoe vaak er high- of low-attachment was per volgorde. Vervolgens hebben we deze resultaten bestudeerd en geprobeerd er conclusies uit te trekken.



Het eerste wat opviel was dat 'dat', wanneer het in de zin voorkwam, altijd terugsloeg op 'het'. Dit komt omdat 'dat' syntactisch gezien alleen terug kan slaan op 'een' en 'het', en in onze data kwam 'dat' alleen voor met 'het'. Bij zinnen van het type 'het N van de N dat' kunnen we dus niets zeggen over high- vs low-attachment, omdat het er maar net aan ligt welke NP(1 of 2) 'het' bevat.


Daarna keken we naar zinnen met 'die'. Die kan syntactisch gezien terug slaan op 'de' en 'een'. We hebben één zin van de vorm 'de, een, die' en één met de vorm 'een, de, die'.


'Nu volgt een kort verslag van de bekendste Sofisten (...) die tot de Griekse en oosterse koloniën behoorden.'


'Een verhalenverteller gebruikt zulke woorden om de in de voorgaande minuten verstrekte informatie samen te vatten, maar voor de lezer van een roman, die deze informatie in een halve minuut tot zich neemt, is zo'n resumé overbodig'.


In deze zinnen is er steeds sprake van dat 'die' terug slaat op 'de'. Eén keer is dit high-, één keer is dit low attachment. Omdat we maar twee zinnen hebben van dit type, kunnen we hier geen conclusies over trekken. We kunnen wél zeggen dat 'dat' en 'die' nooit terugslaan op het onbepaalde lidwoord 'een'. Er lijkt dus een voorkeur te zijn om terug te verwijzen naar bepaalde lidwoorden.


We probeerden toen tot een uiteindelijke conclusie te komen, maar we hebben eigenlijk te weinig data om dit te goed te kunnen doen. We kunnen dus eigenlijk niks zeggen over het verband tussen lidwoorden en high- versus low-attachment.


Leonie
Merel
Lotte


WEEK 1

Posted on 18/11/2009 at 17:30 - 0 Comments - Post Comment - Link

De opdracht voor week 1 bestond uit het maken van een transcriptie van een stukje tekst. Deze tekst was ingesproken door een mevrouw met een Utrechts accent.
Wij hebben dit als volgt aangepakt:
Eerst hebben we alle drie voor onszelf het stuk getranscribeerd (deadline: maandag 16/11). Dit bleek nog best lastig te zijn. Ten eerste waren sommige stukken vrijwel onverstaanbaar, ten tweede bezaten wij nog niet zo veel transcriptie-ervaring om het stuk vlot te kunnen transcriberen.  
Dinsdag 17/11 zijn we samen gekomen en hebben we van al onze transcripties één definitieve transcriptie gemaakt. Dit duurde vrij lang, omdat we allemaal verschillende dingen meenden te hebben gehoord. Het eerste punt was meteen al duidelijk: welke [r'] gebruikt deze mevrouw? we wisten niet erg goed hoe de verschillende [r]-en klonken (tap, flap, enzovoorts) maar we vonden dat ze hem wel vrij voorin de mond uitsprak. We hebben uiteindelijk gekozen voor een tap-r. We denken dat deze het meest overeenkomt met wat we horen.
Het volgende punt van discussie was de [g]. We hadden besloten wel de aanpassingen van het Utrechts aan te houden (dus gebruik te maken van de brabantse [g]'s, zowel stemhebbend als stemloos). Maar het is moeilijk te horen wanneer een stemhebbende dan wel een stemloze [g] gebruikt wordt. Uiteindelijk hebben we elke [g] apart besproken, maar meestal hebben we gekozen voor de stemhebbende variant.
Ook bij de [a] hebben we besloten om de Utrechtse aanpassingen op het standaard-Nederlands aan te houden, wat betekent dat de korte a een lange a wordt, en vice versa. Soms was hier echter onduidelijkheid over, is het nu een lange of een korte a, of een lange korte a? Vooral in het geval van 'klaar' gaf de a aanleiding tot discussie. De [a] klonk niet echt echt als een korte a, hij neigde een beetje naar de korte o. Maar hoe moesten we dit opschrijven? Is het een a die verglijdt naar een o? Uiteindelijk hebben wij gekozen voor een korte a met extra lipronding, waardoor hij dus wat meer op een o gaat lijken.

Leonie
Merel
Lotte
Hosting door HQ ICT Systeembeheer