Ik druk op de bel die tot mijn opluchting luid is en maak na 3 seconden, met haar sleutel die aan mijn bos zit, de deur open.
Ze staat in haar kamer achter haar rollator en kijkt me verbaasd aan.
- 'Daaaaaaag!' roep ik luid in verband met haar doofheid.
Ze schuifelt naar me toe. Muizenstapjes. Onzeker terwijl ze toch achter haar rollator loopt. Ik kijk snel om de hoek van de badkamerdeur. Mooi. De huismeester heeft de stoel in haar douche aan de muur geschroeft. Nu kan ze in elk geval douchen.
Ik doe de deur weer dicht en loop de kamer in om haar een zoen op haar hoofd te geven. Ik moet bukken en word weer geconfronteerd met haar teerheid. Hoewel mijn moeder niet mager is, is ze de afgelopen 2 jaar echt erg oud geworden. Ze kan steeds minder zelfstandig en wordt door haar ziekte (Vasculaire dementie) steeds afhankelijker. Van mijn broer die 2 flats naast haar woont, en van mij. Omdat ik abstracte en moeilijke en verantwoordelijke dingen voor haar doe. Moet doen. Ze is zo breekbaar. Haar ooit licht rossige haar is spierwit geworden, ze heeft grote grijze haren op haar kin die ze er maar niet zelf af kan halen, en ze struikelt steeds meer over haar zinnen. De werkelijkheid wordt steeds moeilijker voor haar.
- 'Ik wou eigenlijk koffie drinken beneden, maar ik kan nergens de sleutels vinden. Ik ben ze kwijt. Raar.'
Ik kijk snel om me heen en zie ze liggen in de boekenkast rechts naast de deur naar de kamer.
- 'Hier zijn ze!' roep ik.
- 'O? Daar zijn ze! Och, Ik kon ze niet vinden! Nu is je broer er in zijn eentje heen! Heb jij zijn nummer? Dan zal ik hem even bellen!'
Ik selecteer zijn nummer op mijn mobiel, druk op het groene knopje en geef de telefoon aan haar. Ze krijgt hem aan de lijn. Hij blijkt niet te zijn geweest. Mooi. Ze wordt rustiger. Ik ga zitten op een van de drie eetkamerstoelen aan het kleine uitschuiftafeltje dat ik voor haar gekocht heb voor in haar nieuwe flat (de oude was VEEL te groot!) en pak mijn rugzak uit. Ik leg de papieren op tafel. Ze komt er ook bij zitten...
- 'Ik ben niks lekker! Zo misselijk al de hele dag!
Ik zeg: 'Dat is vervelend!'
- Ja zegt ze. Ik ben de hele tijd niet lekker. Als ik uit bed kom, heb ik zo'n pijn in mijn rug, ik vind er niks aan. Eigenlijk wil ik wel dood.'
- 'Relax, dat gebeurt vanzelf, maar nu nog even niet!' roep ik haar toe. Ze kijkt me aan. Zie ik een glimlach om haar mond?
- 'Hier heb ik een paar papieren voor u om te tekenen...'
- Wat? Ik verSTA JE NIET"
- 'Hier heb ik... Laat maar. WAAR IS UW HOORAPPARAAT?'
Ik loop naar haar slaapkamer, die zich via een half-open verbinding aan de rechterkant naast haar woonkamer bevindt en vind haar hoorapparaat op haat secretaire.
Ze doet hem in. Zo is het beter.
Ik laat haar een aantal papieren tekenen die nodig zijn voor het doorgeven van haar verhuizing van haar grote flat naar haar seniorenflatje. Na een paar minuten begint ze over een vest dat in de gang hangt:
- 'Daar hangt een vest en dat is niet van mij. Die is vast van dat mens hier verderop. Die heeft ze laten hangen. Ze is niet goed wijs dat mens. Ja, ik ook niet, maar zij helemaal niet...'
Ik moet lachen.
- 'Dat vest is van zus! Die heeft ze laten hangen vorige week met de verhuizing!'
- 'O, dus die is niet van dat mens?'
- 'Nee, die is van Zus!'
- 'O'
Als we een tijdke laten door wat oude papieren van mijn vader struinen, begint ze over 'mijn moeder die een meid had en vraagt of die nou ook gaat erven... Ik zeg: - Ja, maar U bent toch mijn moeder?' Ze kijkt me leeg aan. - Ja, maar jouw moeder, die...'
- 'Waar HEEFT u het over? U bent mijn moeder!'
Ze zwijgt...
Het valt allemaal niet mee voor haar. Langzaam maar zeker verdwijnt de werkelijkheid om haar heen en wordt haar wereld steeds kleiner, de mist om haar heen steeds dikker. Niet altijd, want dan ineens is ze weer helemaal helder, maar steeds vaker verdwaalt ze in haar eigen hoofd. Ze haalt steeds de namen van haar kinderen doorelkaar en doet kritiekloos wat ik haar vertel. Misschien vind ik dat het lastigste: dat ze zo timide wordt... Mijn ooit zo felle en altijd strijdbare moeder lost op. Van binnen uit. Door haar verkalkte aderen in haar hersenen die steeds grotere gebieden afsluiten van bloed. Ze sterft langzaam. Soms gaat het snel, soms lijkt het stil te staan, maar dat is schijn. Ze lost op. |